<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398533_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode medewerkers BAR-organisatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-39088.html">Elektronisch gemeenteblad, 2014, 39088</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode medewerkers BAR-organisatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=30">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 15:1 t/m 15:1g</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEDRAGSCODE MEDEWERKERS BAR-ORGANISATIE</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</al><al>besluit:</al><al/><al>- gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo.
                        Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie;</al><al>- gelet op artikel 15:1 tot en met 15:1g van de CAR-UWO;</al><al>- gelet op overeenstemming met de vakbonden;</al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de
                        arbeidsvoorwaardenregeling van de Gemeenschappelijke regeling
                        BAR-organisatie</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al/><al><onderstreept>werkgever</onderstreept></al><al>Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
                        BAR-organisatie.</al><al/><al><onderstreept>medewerker</onderstreept></al><al>De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR.</al><al/><al><onderstreept>integriteit</onderstreept></al><al>De mate waarin medewerkers zich in contacten, oprecht, onkreukbaar en
                        rechtsschapen gedragen. </al><al/><al><onderstreept>niet-integer handelen</onderstreept></al><al>Onder niet-integer handelen wordt verstaan het handelen in strijd met:</al><lijst><li nr="-"><al>deze gedragscode</al></li><li nr="-"><al>het wettelijk kader</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>klokkenluiden</onderstreept></al><al>Melding van niet-integer handelen, de dreiging hiervan of twijfel hierover
                        aan de vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 10 van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever evalueert periodiek het integriteitsbeleid.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De BAR-organisatie mag nooit door een medewerker in diskrediet worden
                        gebracht en de medewerker mag geen verplichtingen aangaan ten opzichte van
                        iedere burger, organisatie of instelling anders dan in puur functionele
                        zin.</al><al/><al>Lid 3</al><al>De medewerker moet zijn functie onafhankelijk kunnen uitoefenen zonder zich
                        te laten beïnvloeden of onder druk gezet te voelen. De medewerker handelt
                        zodanig dat er geen andere dan functionele verplichtingen worden ervaren ten
                        aanzien van andere personen of instanties. Ook de schijn in dezen van
                        niet-integer handelen wordt voorkomen.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Wanneer een medewerker persoonlijk belang heeft, laat hij of zij dit geen
                        rol spelen ten aanzien van besluitvorming en/of advisering. Indien mogelijk
                        onthoudt de medewerker zich in dergelijke situaties van beraadslaging,
                        advisering en/of besluitvorming. </al><al/><al>Lid 5</al><al>Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in lid 4 van dit artikel,
                        bespreekt de medewerker dit met zijn leidinggevende. Indien dit niet
                        mogelijk is, wordt melding gedaan van de situatie aan de werkgever, een en
                        ander tot doel zo veel mogelijk openheid te betrachten en de schijn van
                        niet-integer handelen te voorkomen. </al><al/><al>Lid 6</al><al>De betreffende zaken uit deze gedragscode worden besproken tijdens de
                        jaarlijkse gesprekscyclus met de medewerkers.</al><al/><al>Lid 7</al><al>Deze gedragscode is openbaar en door derden te raadplegen.</al><al/><al>Lid 8</al><al>Alle medewerkers ontvangen bij hun aantreden een (digitaal) exemplaar van de
                        gedragscode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Persoonlijk gebruik van goederen of diensten</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het is de medewerker niet toegestaan gebruik te maken van goederen of
                        voorzieningen van de BAR-organisatie voor privédoeleinden, tenzij daar
                        expliciet toestemming voor is.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Medewerkers kunnen voor zakelijk gebruik dienstmiddelen, zoals een mobiele
                        telefoon en laptop, in bruikleen ter beschikking krijgen.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Als het belang van de organisatie daarmee is gediend, kan de werkgever
                        besluiten, dat medewerkers voor hun dienstreizen gebruik maken van een
                        dienstauto of een ander voertuig, zoals een scooter of fiets. Het gebruik
                        van deze voorziening wordt centraal geregistreerd. De werkgever kan bepalen
                        dat in bijzondere individuele gevallen van de dienstauto of andere voertuig
                        gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van
                        uit de functie voortvloeiende nevenfuncties.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Medewerkers laten tijdens werktijd geen diensten verrichten door personen
                        voor privédoeleinden, tenzij de werkgever daar in bijzondere gevallen
                        toestemming voor heeft verleend. Medewerkers verrichten op hun beurt geen
                        diensten gedurende werktijd voor privédoeleinden van zichzelf of
                        anderen.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Het meenemen van kantoorartikelen en andere 'verbruiksgoederen' wordt
                        beschouwd als diefstal.</al><al/><al>Lid 6</al><al>Voor medewerkers geldt dat de bestelling van materialen voor privédoeleinden
                        via de BAR-organisatie niet is toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aannemen van geschenken en gelden</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Als een medewerker uit hoofde van zijn of haar functie geschenken en/of
                        gelden ontvangt, wordt dit gemeld (meldplicht) en geregistreerd bij zijn
                        direct leidinggevende. De geschenken en/of gelden zijn eigendom van de
                        BAR-organisatie. Er wordt dan ook een bestemming binnen de organisatie voor
                        gezocht.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Het is de medewerker niet toegestaan geschenken, uitnodigingen of gunsten
                        aan te nemen als de medewerker een redelijk vermoeden heeft, dat een
                        tegenprestatie wordt verwacht.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Het aanbieden van geschenken, uitnodigingen of gunsten vindt zoveel mogelijk
                        in de openbaarheid plaats. Het dient zo veel mogelijk voorkomen te worden
                        dat geschenken naar een huisadres worden gestuurd. Indien dit toch is
                        gebeurd, meldt de medewerker dit bij zijn direct leidinggevende,
                        overeenkomstig lid 1 van dit artikel.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Geschenken die niet kunnen worden geaccepteerd, worden geretourneerd aan de
                        afzender.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Indien een ontvangen geschenk en/of gift een waarde vertegenwoordigd van
                        minder dan € 25,- kunnen deze in afwijking van lid 1 van dit artikel, worden
                        behouden. Dit laat onverlet dat de ontvangst van een geschenk en/of gift met
                        deze waarde wel gemeld dient te worden aan de direct leidinggevende.</al><al/><al>Lid 6</al><al>De werkgever kan aanvullende regels stellen met betrekking tot het aannemen
                        van geschenken, uitnodigingen en gunsten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nevenwerkzaamheden</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Er is een nadere regeling nevenwerkzaamheden.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De medewerker dient opgave te doen van het verrichten van
                        nevenwerkzaamheden.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Als het belang van de organisatie met het verrichten van de
                        nevenwerkzaamheden, zoals bedoeld in lid 2, geschaad wordt of kan worden,
                        kan de werkgever het verrichten van nevenwerkzaamheden verbieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding financiële belangen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Er is een nadere regeling voor de verplichte melding van financiële
                        belangen. Er worden (groepen van) functies aangewezen waarvoor deze
                        meldplicht geldt, vanwege het risico van financiële belangenverstrengeling
                        of het risico van oneigenlijk gebruik van (koers)gevoelige informatie die
                        aan deze functies verbonden kan zijn.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Het is onwenselijk dat een voormalig medewerker van onze organisatie binnen
                        een jaar na ontslag op hetzelfde werkterrein wordt ingehuurd. Indien de
                        directieraad hiertoe toch beslist, geldt er een meldingsplicht naar de
                        medezeggenschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtseed of belofte</titel></kop><al>De medewerker is verplicht tot het mondeling afleggen van een ambtseed of
                        belofte. Dit vindt in principe plaats op het moment van aanstelling dan wel
                        zo spoedig mogelijk daarna.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Klachtenbehandeling bij ongewenst gedrag</titel></kop><al>De medewerker die geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag kan gebruik
                        maken van de klachtenregeling ongewenste omgangsvormen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vertrouwelijke informatie</titel></kop><al>Met vertrouwelijke gegevens wordt vertrouwelijk omgegaan. In de
                        privacyregeling zijn de gedragsregels hieromtrent nader uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vertrouwenspersoon</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever stelt een of meer vertrouwenspersonen aan die de belangen van
                        de medewerkers kunnen ondersteunen indien er sprake is van een melding in
                        het kader van de regeling Melding vermoeden misstand
                        (klokkenluidersregeling) of een klacht in het kader van ongewenste
                        omgangsvormen.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De persoon die een melding zoals bedoeld in het vorige lid van dit artikel
                        ontvangt, behandelt de melding en/of klacht vertrouwelijk en
                        onafhankelijk.</al><al/><al>Lid 3</al><al>De namen en contactgegevens van de vertrouwenspersonen staan op intranet
                        vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Klokkenluiden</titel></kop><al>Bij een melding zoals omschreven in de “Regeling melding vermoeden misstand”
                        wordt er gehandeld conform de “Regeling melding vermoeden misstand
                        BAR-organisatie”. De “Regeling melding vermoeden misstand” is leidend en een
                        geheimhoudingsplicht geldt niet voor de melder van het vermoeden van een
                        misstand indien de melder handelt volgens de regeling “Melding vermoeden
                        misstand”. De melder geniet bescherming conform artikel 16 van de “Regeling
                        melding vermoeden misstand” totdat de rechtbank hierover een uitspraak heeft
                        gedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Declaraties</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Kosten die al op andere wijze worden vergoed, kunnen niet worden
                        gedeclareerd.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Declaraties vinden maandelijks plaats conform de daarvoor vastgestelde
                        procedures. Eventuele voorschotten worden, indien mogelijk, binnen een maand
                        verrekend.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Voor wat betreft de declaraties van medewerkers is/zijn een door de
                        werkgever aangewezen medewerker(s) verantwoordelijk voor een deugdelijke
                        administratieve afhandeling en registratie van declaraties.</al><al/><al>Lid 4</al><al>In geval van twijfel over een declaratie, wordt de kwestie voorgelegd aan de
                        direct leidinggevende. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Reizen buitenland</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Een buitenlandse dienstreis van een medewerker kan slechts plaatsvinden met
                        toestemming van de werkgever.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Buitenlandse dienstreizen zijn in bepaalde situaties van toepassing in geval
                        van opleiding, oefening en instructies, seminars, congressen, excursies e.d.
                        Hiertoe is de medewerker afgevaardigde namens de BAR-organisatie en/of de
                        gemeente Albrandswaard en/of Ridderkerk en/of Barendrecht.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden
                        worden altijd besproken met de werkgever en onder meer getoetst op
                        integriteitrisico’s, zoals belangenverstrengeling. Voor de beslissing een
                        verzoek te accorderen en in te gaan op de uitnodiging, is doorslaggevend de
                        afweging of de BAR-organisatie of één van de gemeenten hiermee is gediend of
                        hierdoor kan worden geschaad.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Dienstreizen worden vergoed volgens het bepaalde in de “Regeling
                        dienstreizen en verblijfskosten BAR-organisatie”.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Het meereizen van de partner of derden op kosten van de BAR-organisatie is
                        niet toegestaan. Het meereizen van de partner of derden op eigen kosten is
                        in principe toegestaan. In het geval dat een partner of derde op eigen
                        kosten voornemens is de medewerker te vergezellen tijdens de buitenlandse
                        dienstreis, wordt dit samen met het verzoek om toestemming kenbaar gemaakt.
                        Dit wordt dan ook bij de besluitvorming hieromtrent betrokken.</al><al/><al>Lid 6</al><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is
                        toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en
                        verblijfkosten komen volledig voor rekening van de medewerker.</al><al/><al>Lid 7</al><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven
                        worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed
                        voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Representativiteit</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Medewerkers worden geacht zich op representatieve wijze te kleden en te
                        gedragen. Indien voor de uitoefening van de werkzaamheden bepaalde kleding
                        of een uniform voorgeschreven is, is de medewerker verplicht zich hieraan te
                        houden.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De werkgever kan aanvullende regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Sancties</titel></kop><al>Lid 1</al><al>In situaties waarin vastgesteld wordt dat een medewerker niet-integer heeft
                        gehandeld, wordt dit beschouwd als strijdig met het bepaalde in artikel 15:1
                        van de CAR-UWO. In dit artikel wordt beschreven dat een medewerker gehouden
                        is zich te gedragen als een goed ambtenaar.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Niet-integer gedrag wordt beschouwd als plichtsverzuim in de zin van
                        hoofdstuk 16 van de CAR-UWO. Plichtsverzuim kan worden gesanctioneerd met
                        een disciplinaire straf. De verschillende mogelijkheden van disciplinaire
                        straffen worden beschreven in de artikelen 8:13, 8:15:1, 8:15:2 en 16:1:2
                        van de CAR-UWO.</al><al/><al>Lid 3</al><al>De zwaarte van de genoemde straffen kan variëren. Dit is afhankelijk van de
                        ernst van de overtreding en de eventuele gevolgen ervan. Daarbij wordt gelet
                        op de functie en de omstandigheden waaronder de overtreding plaatsvindt en
                        of er al eerder sprake is geweest van een overtreding.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Het openbaar maken van een overtreding zonder verdere acties kan in dit
                        verband ook als sanctie worden gezien.</al><al/><al>Lid 5</al><al>De strafbaarstelling uit artikel 16:1:1 van de CAR-UWO is ruim geformuleerd.
                        Betrokkenen zullen daarom zeer zorgvuldig om moeten gaan met het opleggen
                        van een straf. De overtreding waarvan een medewerker beschuldigd wordt, zal
                        dan ook in die zin bewezen moeten kunnen worden zodat dit ook in rechte kan
                        worden aangetoond. Daarbij moet de overtreding als verwijtbaar kunnen worden
                        aangemerkt. </al><al/><al>Lid 6</al><al>In afwijking van de vorige leden, worden voor de personen die anderszins in
                        opdracht van de BAR-organisatie werkzaamheden verrichten, waarvan
                        niet-integer handelen wordt vastgesteld, passende maatregelen getroffen.
                        Hiervoor wordt per individueel geval door de werkgever een beslissing
                        genomen, waarbij tevens wordt besloten of er, al dan niet middels een
                        civiele procedure, een schadevergoeding wordt gevorderd.</al><al/><al>Lid 7</al><al>In aanvulling op het bepaalde in lid 1 zal de werkgever bij serieuze
                        integriteitschending een onderzoek in stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan
                        de werkgever een bijzondere voorziening treffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als de “Gedragscode medewerkers
                        BAR-organisatie”en treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op 24
                        december 2013 en bekrachtigd op 21 januari 2014.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>