<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398509_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BELEIDSNOTITIE HARMONISATIE ARBEIDSVOORWAARDEN BAR-ORGANISATIE</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnotitie harmonisatie arbeidsvoorwaarden BAR-organisatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum bekendmaking bij benadering.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSNOTITIE HARMONISATIE ARBEIDSVOORWAARDEN BAR-ORGANISATIE</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Voorwoord</vet></al><al>De ambtelijke fusie van de drie BAR-gemeenten vraagt om een nieuw
                            arbeidsvoorwaardenpakket. Op dit moment heeft iedere gemeente zijn eigen
                            secundaire arbeidsvoorwaarden. In hoofdlijnen komen deze overeen, maar
                            er zijn lokale accenten. Het voorstel voor harmonisatie van de
                            arbeidsvoorwaarden gaat uit van een gelijktijdige invoering van de
                            werkkostenregeling. Invoering van de werkkostenregeling in de
                            BAR-organisatie vindt plaats per 1-1-2014. </al><al/><al>Dit voorstel heeft betrekking op de harmonisatie van de secundaire
                            arbeidsvoorwaarden van onze medewerkers zoals bijvoorbeeld
                            vergoedingsregelingen, verlofregelingen, het cafetariamodel en
                            studiefaciliteiten. </al><al>De harmonisatie van de primaire arbeidsvoorwaarden (inschaling van
                            functies, functiewaardering) en de waarborgen die gaan gelden bij de
                            overgang van de huidige naar de nieuwe rechtspositie vallen buiten dit
                            voorstel. Ook gaat dit voorstel niet in op bijvoorbeeld het
                            verzuimbeleid, opleidingsbeleid, integriteitbeleid, levensfasebewust
                            personeelsbeleid en gezondheidsbeleid. De harmonisatie van deze
                            beleidsthema’s wordt op een later moment uitgewerkt.</al><al/><al><vet>Kaders</vet></al><al>De BAR-directie stelt voor een scheiding aan te brengen in de financiële
                            aspecten van de secundaire arbeidsvoorwaarden en verlofkwesties. Dit
                            doet geen afbreuk aan het bestuurlijk uitgangspunt dat deze kwestie
                            budgettair neutraal moet worden geregeld.</al><al>Door de invoering van de werkkostenregeling is een beperking aangebracht
                            aan de mate waarin gebruik kan worden gemaakt van het uitruilen van
                            arbeidsvoorwaarden. Er is een zogenoemde vrije ruimte aangewezen (1,5%
                            van de loonsom) waarbinnen veel zaken vallen, zoals loon in natura,
                            bijdrage bedrijfskantine, bijdrage personeelsvereniging,
                            personeelsfeesten, juridische kosten, etc.. Ook het uitruilen van
                            arbeidsvoorwaarden valt onder de vrije ruimte en is daarom gelimiteerd. </al><al/><al><vet>Werkingssfeer arbeidsvoorwaarden BAR</vet></al><al>De hieronder beschreven afspraken over de arbeidsvoorwaarden en de
                            lokale uitvoeringsregelingen daarvan gelden voor alle ambtenaren in
                            dienst bij:</al><lijst><li nr="·"><al>Gemeenschappelijke Regeling BAR;</al></li><li nr="·"><al>gemeente Barendrecht, Albrandswaard of Ridderkerk (dit zijn de
                                    gemeentesecretarissen en de ambtenaren die niet kunnen worden
                                    overgedragen aan de GR, zoals medewerkers met tijdelijke
                                    aanstelling of medewerkers waarvoor een ontslagprocedure wegens
                                    disfunctioneren of arbeidsongeschiktheid loopt of zal worden
                                    opgestart);</al></li><li nr="·"><al>gemeenteraden van Barendrecht, Albrandswaard of Ridderkerk (de
                                    griffieambtenaren).</al></li></lijst><al>In deze notitie worden deze werkgevers aangeduid met de term
                            BAR-organisatie.</al><al/><al>De BAR-colleges en het bestuur van de GR dragen er zorg voor dat de
                            werkgevers van de BAR-organisatie dezelfde arbeidsvoorwaardenregelingen
                            vaststellen, tegelijkertijd in werking laat treden en op identieke wijze
                            muteren. </al><al/><al><vet>Verhouding CAR-UWO en lokale arbeidsvoorwaarden BAR</vet></al><al>De BAR-organisatie is aangesloten bij de CAR-UWO voor
                            gemeenteambtenaren. Dit houdt in dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de BAR-organisatie de CAR-UWO volgt en Loga-afspraken integraal
                                    lokaal vaststelt;</al></li><li nr="·"><al>de lokale arbeidsvoorwaardenregelingen alleen in positieve zin
                                    kunnen afwijken van de CAR-UWO.</al></li></lijst><al/><al><vet>Leeswijzer</vet></al><al>In hoofdstuk 1 is een visie op moderne arbeidsvoorwaarden gegeven en
                            zijn de uitgangspunten en criteria genoemd die als basis dienen voor het
                            harmonisatievoorstel. In hoofdstuk 2 is de invloed van de nieuwe CAO, de
                            invoering van de werkkostenregeling en de nieuwe bezuinigingen en
                            hervormingen van het kabinet en regeringspartijen beschreven. In
                            hoofdstuk 3 zijn de voorstellen voor de nieuwe secundaire
                            arbeidsvoorwaarden van de BAR-gemeenten opgenomen. In hoofdstuk 4 is de
                            (kosten)begroting en financiële doorrekening van het
                            harmonisatievoorstel opgenomen, waarbij rekening is gehouden met de
                            financiële gevolgen van de invoering van de werkkostenregeling per 1
                            januari 2014. </al><al/><al><vet>BESLUIT EN PROCES</vet></al><al>In het kader van de BAR-samenwerking is het wenselijk om uniforme
                            arbeidsvoorwaarden toe te passen in de BAR-organisatie. Eén en dezelfde
                            arbeidsvoorwaardenregeling zorgt er namelijk voor dat:</al><lijst><li nr="-"><al>medewerkers dezelfde faciliteiten genieten;</al></li><li nr="-"><al>er geen verschillen zijn in secundaire arbeidsvoorwaarden voor
                                    medewerkers ;</al></li><li nr="-"><al>medewerkers gelijke rechten (en plichten) hebben.</al></li></lijst><al>Kortom, een zelfde arbeidsvoorwaardenpakket voor alle BAR-medewerkers
                            draagt bij aan de beleving van gelijke behandeling.</al><al>Voor een aantal punten zal nog een nadere uitwerking in regelingen
                            plaatsvinden. Deze zullen in een volgend stadium ter besluitvorming aan
                            de directie of colleges worden voorgelegd. In die regelingen worden de
                            in het harmonisatievoorstel genoemde uitgangspunten verder
                            vertaald.</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In te stemmen met het harmonisatievoorstel; inclusief het
                                    voorstel aan de BAR-colleges om een besluit te nemen tot
                                    vaststelling van het BAR-arbeidsvoorwaardenpakket. </al></li><li nr="2."><al>Dit besluit te nemen onder voorwaarde van instemming van de
                                    lokale GO’s, op advies van de BGO-BAR.</al></li><li nr="3."><al>Het voorgenomen besluit voor instemming voorleggen aan de GO’s
                                    van Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. De BAR-colleges
                                    dragen er zorg voor dat zowel het dagelijks bestuur als het GO
                                    van de GR-BAR deze afspraken formeel vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Opdracht geven tot het opstellen van lokale
                                    arbeidsvoorwaardenregelingen ter uitvoering van deze afspraken
                                    en met instemming van ondernemingsraden en/of GO’s.</al></li><li nr="5."><al>De BAR-arbeidsvoorwaardenregelingen in werking laten treden voor
                                    de BAR-organisatie met ingang van 1 januari 2014. </al></li></lijst><al/><al><vet>PROCES</vet></al><al>Stappenplan voor het besluitvormingsproces behorend bij het
                            arbeidsvoorwaardenpakket van de BAR-organisatie.</al><lijst><li nr="1."><al>In mei verzoekt de projectleider-BAR de BAR-directie en de
                                    colleges om in te stemmen met dit voorstel en de
                                    overgangsregeling.</al></li><li nr="2."><al>De bonden houden een ledenraadpleging waarbij het voltallige
                                    personeel wordt uitgenodigd. De bonden vragen in mei de
                                    instemming van de leden. </al></li><li nr="3."><al>Indien de achterbannen wijzigingen voorstellen, dan worden
                                    daarover afspraken gemaakt in een BGO-vergadering onder leiding
                                    van wethouder Dokter. </al></li><li nr="4."><al>De BAR-staf organiseert drie lokale GO’s voor de formele
                                    besluitvorming medio mei. </al></li><li nr="5."><al>De functieboeken worden in mei ter instemming voorgelegd aan de
                                    ondernemingsraden. De conversietabel aan de GO’s.</al></li><li nr="6."><al>Na de formele besluitvorming over de beleidsuitgangspunten
                                    worden de uitvoeringsregelingen opgesteld en voor november 2013
                                    ter instemming voorgelegd aan de ondernemingsraden (o.b.v.
                                    artikel 27 WOR) of BGO/ GO’s (overige regelingen). </al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1. EEN VISIE OP MODERNE ARBEIDSVOORWAARDEN</label></kop><paragraaf><kop><label>1.1. Speerpunten</label></kop><structuurtekst><al>De opdracht om een voorstel te doen voor de harmonisatie van de
                                arbeidsvoorwaarden voor de BAR-organisatie biedt ons een kans om
                                onze arbeidsvoorwaarden in een modern jasje te gieten. Niet kiezen
                                voor het gemiddelde van de optelsom van de drie huidige
                                arbeidsvoorwaardenpakketten, maar kiezen voor een goed
                                toekomstbestendig basispakket. Moderne arbeidsvoorwaarden zijn in
                                onze ogen rechtvaardige, transparante basisregelingen voor alle
                                medewerkers <cursief>en</cursief> een keuze voor aanvullende
                                arbeidsvoorwaarden, met optimale flexibiliteit, voor de individuele
                                medewerker. De BAR-organisatie kan daarmee tegemoet komen aan de
                                diversiteit van wensen van verschillende generaties werknemers en
                                zich onderscheidend profileren op de krapper wordende
                                arbeidsmarkt.</al><al/><al>De BAR-colleges hebben aangegeven niet te zullen bezuinigen op de
                                secundaire arbeidsvoorwaarden. Net als van alle gemeenten is ook de
                                financiële situatie van de BAR-gemeenten sterk verslechterd, en
                                helaas zet dit de komende jaren door. Er is daarom geen ruimte het
                                arbeidsvoorwaardenpakket te verbeteren zonder elders versoberingen
                                aan te brengen. Dit vraagt om keuzes. </al><al>Ter beoordeling van de diverse keuzemogelijkheden stellen wij drie
                                speerpunten voor, waaraan wij de opties steeds zullen toetsen:
                                vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. </al><al/><al>a.<cursief>Vrijheid</cursief></al><al>Wij willen zo veel mogelijk aan medewerkers zelf over laten hoe,
                                waar en wanneer zij hun werkzaamheden verrichten. Dit is de
                                basisgedachte achter BAR@work. Door de invoering van de
                                werkkostenregeling veranderen de voorwaarden rondom het
                                cafetariamodel. Wij willen medewerkers vrijheid geven meer eigen
                                keuzes te maken.</al><al/><al>b.<cursief>Solidariteit</cursief></al><al>Wij willen rekening houden met groepen die extra bescherming
                                verdienen. Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra aandacht voor
                                ouderen binnen de organisatie, die langer moeten doorwerken en de
                                medewerkers die minder vrijheid hebben in de uitoefening van hun
                                functie vanwege het organisatiebelang (denk aan onregelmatige
                                werktijden, zwaardere werkomstandigheden of wachtdiensten). </al><al/><al>c.<cursief>Duurzaamheid</cursief></al><al>Wij willen ons inzetten voor een organisatie waar vitale medewerkers
                                in een gezonde werk- en leefomgeving sociaal met elkaar omgaan. Op
                                deze manier garanderen wij dat onze BAR-organisatie zowel op de
                                korte als op langere termijn goed zal presteren.</al><al/><al>Met deze visie op moderne arbeidsvoorwaarden in het achterhoofd zijn
                                in het harmonisatievoorstel voor de arbeidsvoorwaarden van de
                                BAR-organisatie verder de volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>rechtvaardige en transparante
                                            basisregelingen</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>individuele keuzevrijheid in aanvullende secundaire
                                            arbeidsvoorwaarden</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>voldoende flexibiliteit bieden binnen transparante
                                            en overzichtelijke kaders; ruimte voor leidinggevenden
                                            en medewerkers om binnen de kaders onderling nadere
                                            afspraken te maken</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>zo min mogelijk regels
                                        (deregulering).</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2. Uitwerking Vrijheid</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Faciliteiten</cursief></al><al>Genoemde speerpunten sluiten goed aan bij de principes van Het
                                Nieuwe Werken, waaronder het plaats- en tijdonafhankelijk werken.
                                Het plaats- en tijdonafhankelijk werken maakt deel uit van
                                “aantrekkelijk werkgeverschap” en het is een gegeven dat bepaalde
                                faciliteiten die bij het plaats- en tijdonafhankelijk werken
                                gebruikelijk zijn als belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarden
                                worden beschouwd, zoals bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van
                                een mobiele telefoon/ smartphone/ laptop, mogelijkheden om op een
                                willekeurige locatie te kunnen werken en flexibele werktijden.</al><al/><al>In dit voorstel is niet ingegaan op de aanpak en invulling van Het
                                Nieuwe Werken binnen de BAR-organisatie. Het Nieuwe Werken is immers
                                niet een pakket aan arbeidsvoorwaarden maar een serie kenmerken van
                                een organisatiecultuur. Niettemin gaan wij uit van de volgende
                                faciliteiten die randvoorwaardelijkzijn verbonden met Het Nieuwe
                                Werken en die onlosmakelijk zijn verbonden met aantrekkelijk
                                werkgeverschap en moderne arbeidsvoorwaarden. Medewerkers krijgen
                                door BAR@work dus meer ruimte om te bepalen op welke wijze en waar
                                zij hun werkzaamheden verrichten. Het plaats- en tijdonafhankelijk
                                werken zal in de nieuwe organisatie veel aandacht krijgen, zodat
                                medewerkers waar mogelijk de vrijheid krijgen om zelf invloed te
                                hebben op het hoe en waar van hun werkzaamheden. Dit heeft ook
                                consequenties voor de faciliteiten voor de medewerkers.</al><al/><al>Deze faciliteiten zijn, indien passend bij de functie:</al><lijst><li nr="-"><al>een mobiele telefoon/smartphone; de medewerker dient deze
                                        conform de fiscale regelgeving voor minimaal 10% in te
                                        zetten voor zakelijk gebruik.</al></li><li nr="-"><al>een laptop; de medewerker dient deze conform de fiscale
                                        regelgeving voor minimaal 90% in te zetten voor zakelijk
                                        gebruik.</al></li><li nr="-"><al>thuis/elders werken is mogelijk, tenzij de functie vereist
                                        dat de medewerker diens werkzaamheden op een bepaalde
                                        locatie/plaats verricht.</al></li><li nr="-"><al>flexibele werktijden (keuzevrijheid) is mogelijk, tenzij de
                                        functie vereist dat de medewerker diens werkzaamheden op
                                        bepaalde tijden verricht.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Feestdagen</cursief></al><al>In de BAR-gemeenten bestaan nu nog lokale feestdagen als 5 mei en
                                goede vrijdag. We willen de verplichting om deze dagen vrij te zijn
                                laten vervallen. In plaats daarvan worden deze verlofuren bij het
                                reguliere verlof opgeteld. Medewerkers kunnen op deze manier zelf
                                bepalen op welke dagen zij dit verlof inzetten. De GR-BAR</al><al>heeft wel de verplichting om zorg te dragen voor een goede bediening
                                van de (interne en externe) klanten. Hierover worden binnen de
                                nieuwe afdelingen van de GR afspraken gemaakt. Op deze manier
                                vergroten wij zowel de keuzevrijheid van medewerkers als de
                                dienstverlening aan burgers, door verruimde openingstijden. </al><al/><al><cursief>Vrije ruimte</cursief></al><al>Wij willen medewerkers de mogelijkheid bieden zo veel mogelijk zelf
                                te kiezen welke keuzes ze maken. Daarvoor willen wij hen de vrije
                                ruimte laten aanwenden van de werkkostenregeling. Wij willen elke
                                voltijds medewerker € 300,-- ruimte geven (Dit bedrag wordt
                                uitgeruild met het brutosalaris waardoor er geen belasting over dit
                                bedrag wordt betaald). Dit kan dan gebruikt worden voor zaken als
                                contributie aan de vakbond, bedrijfsfitness etc. </al><al/><al><cursief>Overwerkvergoedingen</cursief></al><al>BAR@work betekent dat medewerkers meer resultaatgestuurd zullen
                                werken. Ook in de toekomst zal overwerk mogelijk blijven. Overwerk
                                betreft werkzaamheden die <onderstreept>extra</onderstreept> moeten
                                worden uitgevoerd in opdracht van de leidinggevende. Hierover worden
                                vooraf afspraken gemaakt. De extra uren worden uitbetaald als ware
                                het formatie-uitbreiding, tenzij de medewerker en zijn
                                leidinggevende andere afspraken maken, zoals het later opnemen van
                                de uren door het schrappen van werkzaamheden. Het uitbetalen van
                                overwerkuren is niet hetzelfde als het verkopen van verlof. </al><al>Omdat medewerkers meer vrijheid krijgen in hoe, wanneer en waar ze
                                werken zal er in 2014 geen aanwezigheidsregistratie (‘de klok’) meer
                                zijn. Vooral voor medewerkers die niet in roosters werken is dit een
                                nieuwe werkwijze. Zij kunnen geen stuwmeer aan uren meer opbouwen.
                                Ze zijn zelf verantwoordelijk om hun ‘tijd voor tijd’ te plannen.
                                Wanneer regulier verlof wordt overgehouden mogen deze dagen met een
                                maximum van 108 uur worden meegenomen naar het volgende jaar. Het
                                verkopen van verlof is niet mogelijk, het kopen wel. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3. Uitwerking Solidariteit</label></kop><structuurtekst><al><cursief>Vergoedingen</cursief></al><al>De vergoedingen voor bijzondere diensten worden voor iedereen op
                                tenminste hetzelfde niveau gehouden. Het gaat om de toelage
                                onregelmatige dienst, beschikbaarheids- of wachtdiensttoelage (dus
                                inclusief piketdiensten), bedrijfshulpverlening (BHV) en
                                inconveniëntentoelage. Voor de vaststelling van de hoogte is de
                                hoogst vastgestelde vergoeding binnen de drie gemeenten maatgevend.
                                Veel vergoedingen worden betaald aan medewerkers in de laagste
                                schaalniveaus. Op deze wijze voorkomen wij dat deze medewerkers er
                                financieel op achteruit kunnen gaan door de nieuwe regeling. Veel
                                medewerkers gaan er juist op vooruit. </al><al/><al><cursief>Leeftijdsdagen</cursief></al><al>Doordat de FPU-regeling is versoberd en de AOW-leeftijd is verhoogd
                                zal onze BAR-organisatie de komende jaren meer oudere werknemers in
                                dienst hebben. Wij houden daarmee kennis langer vast. Wij moeten
                                echter oog hebben voor het feit dat de fysieke belasting van deze
                                medewerkers een probleem kan worden. Wij willen daarom een goede
                                regeling ‘leeftijdverlof’ creëren voor de groep oudere medewerkers.
                                Ter compensatie willen we de nieuwe regeling beter maken door af te
                                zien van: extra verlof voor medewerkers met een inschaling vanaf
                                schaal 9 en de leeftijdsdagen voor de jongere medewerkers (de
                                45-minners).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.4. Uitwerking DuurzaamheidReiskostenvergoeding</label></kop><structuurtekst><al>Mobiliteit is goed voor sociale duurzaamheid, maar automobiliteit is
                                nadelig voor het milieu. Wij gaan daarom woon-werkverkeer met het
                                openbaar vervoer volledig vergoeden, ongeacht de afstand tussen werk
                                en woonplaats. Zo kan iedereen zonder extra reiskosten te maken bij
                                de BAR-organisatie werken. Lange autoritten willen wij niet
                                stimuleren. De vergoeding voor woon-werkverkeer met de auto wordt
                                daarom beperkt tot een vergoeding bij een woon-werk reisafstand tot
                                20 kilometer. </al><al>Wat betreft de standplaats van medewerkers willen we inventariseren
                                welke medewerkers door hun functie-inhoud aan een locatie zijn
                                gebonden. Medewerkers die kunnen kiezen tussen standplaats
                                Ridderkerk of Barendrecht krijgen een vergoeding voor
                                woon-werkverkeer die gebaseerd is op de locatie die het dichtst bij
                                hun woonplaats ligt. Wanneer men naar een andere locatie moet reizen
                                (in opdracht van een leidinggevende), wordt deze reis als dienstreis
                                vergoed. </al><al/><al><cursief>Sociale aspecten</cursief></al><al>Ook op sociaal niveau zal de organisatie blijven investeren in de
                                medewerkers. Het opleidingsbudget en het individuele loopbaanbudget
                                blijven ongewijzigd. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. DE INVLOED VAN DE NIEUWE CAO, WERKKOSTENREGELING, BEZUINIGINGEN/ HERVORMINGEN</label></kop><paragraaf><kop><label>2.1. De invloed van de nieuwe CAO voor gemeenteambtenaren (CAR-UWO)</label></kop><structuurtekst><al>De CAO Gemeenten is vastgelegd in de CAR-UWO. Gemeenten zijn
                                verplicht de CAR te volgen en hebben de vrijheid om aan te sluiten
                                bij de UWO. De werkgroep is bij het harmonisatievoorstel uitgegaan
                                van aansluiting bij de UWO, waardoor veel arbeidsvoorwaarden in de
                                CAO zijn geregeld en er nog steeds voldoende ruimte is om op lokaal
                                niveau zaken naar eigen behoefte in te vullen.</al><al/><al>In het harmonisatievoorstel is uitgegaan van de CAO gemeenten
                                2009-2011 () en, voor zover nu mogelijk, van de nieuwe CAO gemeenten
                                2011-2012. Een aantal afspraken uit het CAO- akkoord wordt dit jaar
                                nog verder uitgewerkt. De nieuwe CAO zet in ieder geval duidelijk in
                                op modernisering van de arbeidsvoorwaarden. Hiermee blijven
                                gemeenten slagvaardig en tegelijkertijd aantrekkelijke werkgevers.
                                De belangrijkste punten zijn: een loonstijging, een eenmalige
                                uitkering, meer mobiliteit en doorgeleiding ‘Van Werk Naar Werk’,
                                omzetting van alle aanstellingen naar één in algemene diensten
                                flexibilisering van werktijden. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2. De invloed van de werkkostenregeling</label></kop><structuurtekst><al>De invoering van de werkkostenregeling heeft gevolgen op de kosten
                                van arbeidsvoorwaarden. De werkgever kan nog maar een bepaald
                                percentage van de fiscale loonsom besteden aan
                                    <cursief>onbelaste</cursief> vergoedingen en verstrekkingen voor
                                zijn werknemers. Dit wordt de “vrije ruimte” genoemd. Hieronder
                                vallen bijvoorbeeld ook de kosten voor het personeelsfeest,
                                bedrijfsfitness en de vergoeding van reiskosten boven € 0,19 per
                                kilometer. Er zijn enkele vrijstellingen die buiten de regeling
                                vallen en bepaalde verstrekkingen mogen op nul gewaardeerd worden.
                                De invoering van de werkkostenregeling heeft ook gevolgen voor de
                                inrichting van de financiële administratie en loonadministratie. </al><al/><al>Om te kunnen bepalen of de nieuwe arbeidsvoorwaarden “budgettair
                                neutraal” zijn in vergelijking met de (optelsom van de) oude
                                arbeidsvoorwaarden van de drie gemeenten, is in de financiële
                                doorrekening rekening gehouden met de financiële gevolgen van de
                                invoering van de werkkostenregeling per 1 januari 2014. Daarbij is
                                uitgegaan van financiële gegevens uit 2012 (huidige
                                arbeidsvoorwaarden), een vrije ruimte van 1,5% en één
                                BAR-organisatie in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling/
                                fiscale eenheid ().</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3. Aandachtspunt bij de communicatie rondde harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden</label></kop><structuurtekst><al>Hoewel de nieuwe BAR-arbeidsvoorwaarden geen verslechtering zijn,
                                kan er bij medewerkers door alle veranderingen door de invoering van
                                de werkkostenregeling, nieuwe fiscale regels, cao-wijzigingen een
                                beeld ontstaan dat de arbeidsvoorwaarden door de BAR-organisatie wel
                                zijn verslechterd. Het is van belang om daar in de communicatie rond
                                de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden rekening mee te houden,
                                bijvoorbeeld door duidelijk onderscheid te maken tussen de zaken die
                                wij niet kunnen beïnvloeden en de keuzes die wij zelf maken. </al><al>Het Dagelijks Bestuur van de BAR-organisatie informeert het GO van
                                de BAR-organisatie na afloop van ieder kalenderjaar over de
                                bestedingen van de afzonderlijke arbeidsvoorwaarden.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. HARMONISATIEVOORSTEL SECUNDAIRE ARBEIDSVOORWAARDEN</label></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn de voorstellen voor de nieuwe secundaire
                            arbeidsvoorwaarden van de BAR-organisatie opgenomen. Hierbij is, voor
                            zover thans mogelijk, rekening gehouden met de inhoud van de nieuwe
                            cao-gemeenten. Wij behandelen de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="·"><al>Salarismaatregelen en flexibele beloning (3.1)</al></li><li nr="·"><al>Basisvergoedingen en toelagen (3.2)</al></li><li nr="·"><al>Bijzondere vergoedingen (3.3)</al></li><li nr="·"><al>Reis- en verblijfkosten (3.4)</al></li><li nr="·"><al>Faciliteiten voor opleiding en (loopbaan)ontwikkeling (3.5)</al></li><li nr="·"><al>Flexibele arbeidsvoorwaarden: cafetariaregeling (3.6)</al></li><li nr="·"><al>Verlofregeling (3.7)</al></li><li nr="·"><al>Overgangsregelingen (3.8)</al></li></lijst></structuurtekst><paragraaf><kop><label>3.1. Salarismaatregelen en flexibele beloning</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.1.1. Aanstelling, aanloop-, functie- en uitloopschaal</tussenkop><al>In principe worden nieuwe medewerkers eerst tijdelijk aangesteld
                                    voor de duur van één jaar bij wijze van proef. Voor de
                                    overgangsperiode in 2014 is in de uitvoeringsregeling van het
                                    sociaal statuut en plan BAR-samenwerking een afwijkende regeling
                                    afgesproken.</al><al/><al>De aanloopschaal is één salarisschaal lager dan de
                                    functieschaal. De toepassing van de aanloopschaal is alleen
                                    mogelijk als dit in een lokale regeling is vastgelegd. Het
                                    voorstel is om de aanloopschaal niet op te nemen in een lokale
                                    regeling. Medewerkers worden aangesteld in de functionele
                                    schaal, tenzij de nieuwe medewerker de functie nog niet volledig
                                    vervult of nog niet aan alle functie-eisen voldoet. Dan kan de
                                    medewerker een aanstelling in een lagere schaal krijgen. Als
                                    vervolgens uit een evaluatie van het functioneren blijkt dat een
                                    medewerker de functie volledig vervult, dan wordt de medewerker
                                    bevorderd naar de functieschaal. </al><al/><al>De functieschaal is de salarisschaal die, op basis van de
                                    functiewaardering, bij de functie hoort.</al><al>De salarisschalen (nieuwe structuur) die binnen de
                                    BAR-organisatie in de praktijk worden gebruikt zijn schaal 4 tot
                                    en met schaal 15. Er wordt geen gebruik meer gemaakt van de
                                    tussenschalen 10A en 11A.</al><al/><al>De uitloopschaal is één salarisschaal hoger dan de functieschaal
                                    en is bedoeld om medewerkers die bovenmatig presteren hiertoe
                                    structureel extra te belonen. De toepassing van de uitloopschaal
                                    is alleen mogelijk als dit in een lokale regeling is vastgelegd.
                                    Het voorstel is om het gebruik van de uitloopschaal niet in een
                                    lokale regeling op te nemen, en daarmee het gebruik van de
                                    uitloopschaal uit te sluiten. De regeling flexibele beloning
                                    (3.1.4.) biedt al voldoende mogelijkheden om medewerkers extra
                                    te belonen.</al><al/><al>Voor werkervaringsplaatsen en stagiaires kunnen afwijkende
                                    beloningen worden vastgesteld.</al><tussenkop> 3.1.2. Periodieke verhoging, extra periodieke verhoging en het onthouden van een periodieke verhoging</tussenkop><al>Aan het toekennen van een periodieke salarisverhoging, het
                                    toekennen van een extra periodieke salarisverhoging en het
                                    onthouden van een periodieke verhoging kunnen voorwaarden worden
                                    gesteld. </al><al/><al>Het voorstel is om een periodieke verhoging van het salaris
                                    automatisch te laten plaatsvinden, tenzij uit een evaluatie van
                                    het functioneren blijkt dat een medewerker niet voldoende
                                    functioneert. De periodiekdatum is op dit moment verschillend
                                    geregeld: datum indiensttreding of een vaste datum. Voorgesteld
                                    wordt dit geleidelijk te harmoniseren. Daarbij willen wij
                                    toewerken naar een vaste periodiekdatum voor alle medewerkers,
                                    namelijk april.</al><tussenkop> 3.1.3. Salaris bij ziekte</tussenkop><al>In de CAR-UWO is opgenomen dat een medewerker bij
                                    arbeidsongeschiktheid wegens ziekte gedurende 6 maanden recht op
                                    doorbetaling van zijn volledige bezoldiging. Na 6 maanden wordt
                                    de bezoldiging voor 90% uitbetaald, na 12 maanden wordt de
                                    bezoldiging voor 75% uitbetaald. Na 24 maanden heeft de
                                    medewerker recht op 70% van zijn bezoldiging.</al><al/><al>Het voorstel is om de CAR-UWO en de Wet Verbetering Poortwachter
                                    hierin te volgen en geen aanvullende regeling vast te stellen.
                                    Er is binnen de wettelijke kaders voldoende ruimte om in
                                    individuele gevallen een beroep te doen op de
                                    hardheidsclausule.</al><tussenkop> 3.1.4. Flexibele beloning</tussenkop><al>Flexibele beloningsinstrumenten zijn de structurele toelagen, de
                                    tijdelijke toelagen en de incidentele (eenmalige) toelagen.
                                    Tijdelijke toelagen en incidentele toelagen hebben als kenmerk
                                    dat hiermee tijdelijk kan worden gedifferentieerd in beloning.
                                    Een tijdelijke toelage kan worden stopgezet.</al><al/><al>Het voorstel is om voor de flexibele beloningsinstrumenten geen
                                    gedetailleerde regeling uit te werken en alleen de volgende
                                    uitgangspunten te hanteren:</al><lijst><li nr="-"><al>Openheid, transparantie en vergelijkbaarheid.</al></li><li nr="-"><al>Voor leidinggevenden worden alleen maximale kaders
                                            vastgelegd waarbinnen zij gratificaties en toelagen
                                            kunnen verstrekken. Binnen deze kaders zijn zij vrij in
                                            het kiezen van vorm, hoogte en duur van de
                                            vergoeding.</al></li></lijst><al/><al>Kaders:</al><lijst><li nr="-"><al>Een structurele toelage is een extra beloning voor
                                            medewerkers die een structurele bovenmatige prestatie
                                            leveren. De structurele toelage is gelimiteerd tot het
                                            maximum van de naast-hogere schaal. Een structurele
                                            toelage kan bestaan uit een percentage of een vast
                                            bedrag.</al></li><li nr="-"><al>Een tijdelijke toelage is een tijdelijke extra beloning.
                                            Belangrijkste kenmerk is natuurlijk de tijdelijkheid. De
                                            tijdelijke toelage is gelimiteerd tot het maximum van de
                                            naast-hogere schaal. Een tijdelijke toelage kan bestaan
                                            uit een percentage of een vast bedrag. Er is geen
                                            minimale/maximale duur voor een tijdelijke toelage.
                                        </al></li><li nr="-"><al>Een incidentele toelage is een eenmalige
                                            beloning/gratificatie voor medewerkers die eenmalig
                                            extra hebben gepresteerd. Een gratificatie kent
                                            verschillende vormen. Het kan een geldbedrag zijn maar
                                            ook een cadeaubon of een cursus. Een incidentele toelage
                                            is maximaal €1.000 netto per medewerker per
                                            kalenderjaar.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.2. Basisvergoedingen en toelagen</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.2.1. Overwerkvergoeding (buitendagvenstervergoeding)</tussenkop><al>In de nieuwe CAO (2011-2012) wordt gesproken over
                                    flexibilisering van de werktijden waardoor onder andere het
                                    begrip “overwerk” en de omstandigheden die een
                                    overwerkvergoeding rechtvaardigen veranderen. De nieuwe CAO
                                    geeft ruimte aan de behoefte van werkgevers om de
                                    bedrijfsvoering te kunnen flexibiliseren en moderniseren,
                                    bijvoorbeeld door ruimere openingstijden te kunnen hanteren
                                    zonder dat er direct sprake is van extra toelagen of overwerk.
                                    Ook komt de nieuwe CAO tegemoet aan de behoefte van de werknemer
                                    om meer zeggenschap te krijgen over zijn werktijden en meer
                                    keuzevrijheid zodat hij bijvoorbeeld zorg en arbeid beter kan
                                    combineren of files kan vermijden. Kortom: er is meer ruimte om
                                    onderling afspraken te kunnen maken over werktijden (Het Nieuwe
                                    Werken). </al><al/><al>In de nieuwe CAO is afgesproken dat er een
                                        <cursief>standaardregeling</cursief> geldt voor alle
                                    medewerkers met uitzondering van medewerkers die in
                                    roosterverband onregelmatige diensten werken <cursief>(zie
                                        3.2.2.)</cursief>. Voor medewerkers onder de
                                    standaardregeling geldt een dagvenster van maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 07:00 en 22:00 uur, waarbinnen afspraken tussen
                                    werkgever en medewerker kunnen worden gemaakt over werktijden,
                                    zonder dat daarbij sprake is van een toelage onregelmatige
                                    dienst of overwerk. Er is alleen sprake van overwerk en recht op
                                    een vergoeding (een “buitendagvenstervergoeding” genoemd) als
                                    een medewerker “in opdracht van” diens leidinggevende buiten het
                                    dagvenster moet werken en er voor de medewerker geen sprake is
                                    van keuzevrijheid.</al><al/><al>De buitendagvenstervergoeding wordt door LOGA-partijen () nog
                                    verder uitgewerkt, waarbij sprake zal zijn van een uniforme
                                    regeling en één vergoedingspercentage. Ook worden door
                                    LOGA-partijen nog nadere afspraken gemaakt over het gebruik van
                                    een werktijdenmanagementsysteem en een compensatieregeling voor
                                    te veel of te weinig gewerkte uren. Het voorstel is om
                                    vooruitlopend op de uitwerking van deze regeling de volgende
                                    afspraken te maken: </al><al/><al>Er is alleen sprake van overwerk in de volgende twee
                                    situaties:</al><lijst><li nr="1."><al>De medewerker moet in opdracht van de leidinggevende
                                            tijdelijk extra werkzaamheden verrichten boven op zijn
                                            reguliere werk.</al></li><li nr="2."><al>Tijdens gladheids-, wacht- en storingsdiensten moet de
                                            medewerker werkzaamheden verrichten. Indien buiten
                                            kantoortijden (voor 7.00, na 18.00, in weekend en op
                                            feestdagen) wordt gewerkt voor deze diensten is er
                                            altijd recht op een overwerktoelage.</al></li></lijst><al/><al>Geen sprake van overwerk:</al><lijst><li nr="·"><al>Medewerkers met een functie vanaf schaal 9, die gezien
                                            de aard van hun werkzaamheden of takenpakket buiten
                                            kantoortijden reguliere werkzaamheden moeten verrichten.
                                            Denk hierbij onder andere aan het bijwonen van
                                            commissie- en raadsvergaderingen voor adviseurs en de
                                            ambtenaar rampenbestrijding.</al></li><li nr="·"><al>Domeindirecteuren en afdelingshoofden hebben geen recht
                                            op een financiële compensatie en/of een overwerktoelage.
                                            Van deze managers verwachten wij dat er wordt
                                            overgewerkt als dat nodig is. Dit is inherent aan een
                                            leidinggevende functie.</al></li></lijst><al/><al>Hoogte overwerkvergoedingen</al><lijst><li nr="·"><al>Medewerker en leidinggevende spreken af of de extra
                                            gewerkte tijd als extra verlof wordt opgenomen of wordt
                                            uitbetaald. De leidinggevende zorgt er voor dat de extra
                                            gewerkte overuren ook daadwerkelijk kunnen worden
                                            opgenomen.</al></li><li nr="·"><al>Voor extra gewerkte tijd tussen 7.00 en 18.00 uur op
                                            reguliere werkdagen wordt geen overwerktoelage
                                            verstrekt.</al></li><li nr="·"><al>Als LOGA beslist tot verruiming van de werktijden
                                            waarvoor geen toelage wordt verstrekt, hanteert de
                                            BAR-organisatie toch een overwerktoelage van 25% op
                                            werkdagen tussen 18.00 en 22.00 uur of zoveel later dat
                                            de bandbreedte van de nieuwe cao ingaat. </al></li><li nr="·"><al>Overwerktoelage wordt toegekend conform artikel 3:2:1
                                            CAR-UWO. De aangekondigde nieuwe afspraken van LOGA
                                            worden verwerkt met uitzondering van de bandbreedte (zie
                                            vorige punt). Hiervoor blijft de hierboven beschreven
                                            bandbreedte gelden. De percentuele toelagen bedragen nu
                                            (april 2013):</al><lijst><li nr="-"><al>100% voor overwerk op een zondag tussen 0 en 24
                                                  uur;</al></li><li nr="-"><al>75% voor overwerk op een zaterdag tussen 0 en 24
                                                  uur;</al></li><li nr="-"><al>75% voor overwerk op een maandag tussen 0 en 6
                                                  uur</al></li><li nr="-"><al>50% voor overwerk op een dinsdag, woensdag,
                                                  donderdag of vrijdag tussen 0 en 6 uur;</al></li><li nr="-"><al>50% voor overwerk op een maandag, dinsdag,
                                                  woensdag, donderdag of vrijdag tussen 20 en 24
                                                  uur;</al></li><li nr="-"><al>25% voor overwerk op maandag, dinsdag, woensdag,
                                                  donderdag of vrijdag tussen 6 en 20 uur</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> 3.2.2. Toelage onregelmatige dienst</tussenkop><al>De onregelmatigheidstoelage (ORT) wordt verstrekt aan
                                    medewerkers die:</al><lijst><li nr="1."><al>gezien de aard van hun werkzaamheden verplicht zijn om
                                            op basis van een rooster te werken met onregelmatige
                                            werktijden;</al></li><li nr="2."><al>en een functie bekleden met een functioneel niveau tot
                                            schaal 9.</al></li></lijst><al/><al>Ook voor de ORT-vergoedingen geldt dat wij de CAR-UWO volgen en
                                    LOGA-afspraken integraal overnemen. De BAR-organisatie blijft
                                    echter een dagvenster hanteren (waarbinnen geen ORT-vergoedingen
                                    worden verstrekt) van 7:00 tot 18:00 uur op maandag tot en met
                                    vrijdag, ook als LOGA een ruimer venster gaat vaststellen.</al><al/><al>Hoogte van de huidige (april 2013) ORT-vergoeding</al><lijst><li nr="·"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 7.00 uur
                                            20%</al></li><li nr="·"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 en 22.00 uur
                                            20%</al></li><li nr="·"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 22.00 en 24.00 uur
                                            40%</al></li><li nr="·"><al>zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur 40%</al></li><li nr="·"><al>zondag en feestdag tussen 0.00 en 24.00 uur 60%</al></li></lijst><al>Er worden hierop geen uitzonderingen gemaakt en de vergoedingen
                                    worden toegekend op basis van de werkelijk gewerkte tijd. Er
                                    wordt dus geen vaste vergoeding verstrekt. Bij langdurige ziekte
                                    wordt de gemiddelde vergoeding van het afgelopen jaar
                                    doorbetaald.</al><tussenkop> 3.2.3. Toelage beschikbaarheidsdienst (wacht-, waak-, piket-, consignatie of storingsdienst)</tussenkop><al>Een medewerker die is aangewezen om zich buiten de voor hem
                                    geldende, gewone werktijd regelmatig beschikbaar te houden om
                                    “arbeid te verrichten” heeft recht op een toelage
                                    beschikbaarheidsdienst. Hierbij is per definitie sprake van een
                                    (piket)rooster.</al><al/><al>Het recht op een toelage beschikbaarheidsdienst is geregeld in
                                    de CAR-UWO. Geen vergoeding wordt toegekend indien uitdrukkelijk
                                    is bepaald dat bij de vaststelling van de bezoldiging met de
                                    beschikbaarheidsdiensten rekening is gehouden. Bij de drie
                                    gemeenten is sprake van beschikbaarheidsdiensten voor
                                    bijvoorbeeld gladheidbestrijding, storingsdienst, begraafplaats,
                                    rampenbestrijding en ICT. De hoogte van de toelage is een lokale
                                    aangelegenheid.</al><al>Leidinggevenden krijgen geen vergoeding voor participatie in het
                                    gemeentelijk managementteam voor de crisis-organisatie.</al><al/><al>Het voorstel is om de hoogte van de bruto-toelage per week
                                    beschikbaarheidsdienst vast te stellen op 7% van het maximum van
                                    schaal 5, waardoor de vergoeding stijgt bij algemene
                                    salarismaatregelen. Tevens geldt een algemene opslag van € 2,80
                                    als compensatie voor wachtdiensten tijdens feestdagen. Tenslotte
                                    is het voorstel om de medewerker één uur extra verlof per week
                                    beschikbaarheidsdienst toe te kennen. Voor de hoogte van de
                                    vergoeding wordt <cursief>geen</cursief> onderscheid (meer)
                                    gemaakt naar soort beschikbaarheidsdienst.</al><al>Voor de gladheidbestrijding geldt dat dit alleen geldt als er
                                    een redelijke verwachting is dat gladheidbestrijding
                                    noodzakelijk is <sup>5</sup>.</al><al/><al>Uitgaande van 7% van het maximum van schaal 5 bedraagt de
                                    toelage € 163,17 bruto <cursief>per week</cursief>
                                    beschikbaarheidsdienst (salaristabel 1 januari 2011).Er is
                                    sprake van een overwerkvergoeding als een medewerker tijdens de
                                    beschikbaarheidsdienst daadwerkelijk arbeid moet
                                    verrichten.</al><tussenkop> 3.2.4. Inconveniëntentoelage</tussenkop><al>Inconveniënten zijn arbeidsomstandigheden (zware, onaangename
                                    en/of gevaarlijke arbeid) die afhankelijk van algemeen
                                    maatschappelijke factoren als extra bezwarend worden ervaren,
                                    die in redelijkheid niet vermijdbaar zijn voor de uitvoering van
                                    de aan de medewerker opgedragen werkzaamheden en die als zodanig
                                    een extra beroep doen op de bereidheid van medewerkers om onder
                                    een dergelijke omstandigheid te werken. Het is echter een
                                    wettelijke plicht om het werken onder dergelijke omstandigheden
                                    zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen
                                    (arbeidsomstandighedenwet). </al><al/><al>In de gevallen dat aan de functie bezwarende omstandigheden
                                    verbonden blijven, die niet kunnen worden vermeden, is het
                                    redelijk om een inconveniëntentoelage toe te kennen.
                                    Uitgangspunt is dat de vergoeding voor inconveniënten niet wordt
                                    meegenomen in de (FUWA) waardering van de functie.</al><al/><al>De inconveniëntentoelage kent geen grondslag in de CAR/UWO. In
                                    een lokale regeling moet worden vastgesteld welke functies of
                                    taken in aanmerking komen voor een inconveniëntentoelage. Het
                                    voorstel is de hoogte van de maandelijkse bruto toelage vast te
                                    stellen op 6,16% van het maximum van schaal 4 (dit is hetzelfde
                                    bedrag als 6,5% van max. 3), waardoor de vergoeding stijgt bij
                                    algemene salarismaatregelen. Uitgaande van 6,16% van het maximum
                                    van schaal 4 bedraagt de bruto toelage € 136,24 per maand
                                    (salaristabel 1 januari 2011). In een nadere uitwerking doen we
                                    een voorstel omtrent de functies die hiervoor in aanmerking
                                    komen.</al><tussenkop> 3.2.5. Waarnemingstoelage</tussenkop><al>De waarnemingstoelage is een toelage voor de medewerker die is
                                    aangewezen om tijdelijk een functie waar te nemen met een hogere
                                    functieschaal. De waarnemingstoelage is geregeld in de CAR-UWO
                                    en is vastgesteld op 8% van het eigen salaris. We stellen voor
                                    om de CAR-UWO te volgen en geen nadere regels te stellen.</al><tussenkop> 3.2.6. Verstrekkingen</tussenkop><al>Bedrijfskleding wordt verstrekt zodat deze onbelast beschikbaar
                                    kan worden gesteld. Er worden geen kledingvergoedingen
                                    toegekend. Bedrijfskleding is herkenbaar als kleding van de
                                    BAR-organisatie of een van de drie gemeenten.</al><tussenkop> 3.2.7. Verzekeringen</tussenkop><al>De BAR-organisatie sluit een contract met Loyalis en de door de
                                    VNG gecontracteerde ziektenkostenverzekeraars, zodat de
                                    medewerkers daar verzekeringen kunnen afsluiten.</al><al>De BAR-organisatie spant zich in om collectiviteitskorting te
                                    bedingen bij een verzekeraar Centraal Beheer, zodat de lopende
                                    verzekeringen onder dezelfde of gunstiger condities kunnen
                                    doorlopen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.3. Bijzondere vergoedingen</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.3.1. Ambtsjubileumgratificatie</tussenkop><al>In de CAR-UWO is geregeld dat een medewerker recht heeft op een
                                    ambtsjubileumgratificatie bij 25, 40 en 50 jaar overheidsdienst.
                                    De hoogte van de ambtsjubileumgratificatie is geregeld in de
                                    CAR-UWO. In een lokale regeling kan worden vastgesteld dat een
                                    medewerker ook recht heeft op een ambtsjubileumgratificatie na
                                    een aantal jaren in gemeentedienst. </al><al/><al>Het voorstel is alleen de ambtsjubileumgratificatie voor
                                    overheidsdienst uit te keren conform de CAR-UWO (verplicht) en
                                    geen ambtsjubileumgratificatie voor gemeentedienst uit te
                                    keren.</al><tussenkop> 3.3.2. BHV-toelage en EHBO-toelage</tussenkop><al>De BHV-toelage en EHBO-toelage is een toelage voor de medewerker
                                    die is aangewezen als bedrijfshulpverlener of om eerste hulp bij
                                    ongevallen te verlenen. De BHV-toelage en EHBO-toelage heeft
                                    geen grondslag in de CAR/UWO.</al><al/><al>Gelet op de gedachte van het tijd- en plaats onafhankelijk
                                    werken is het in de toekomst nog moeilijk te borgen dat de
                                    medewerkers die zijn aangewezen als BHV/EHBO’er op locatie zijn.
                                    Daarom is het voorstel om de inzet in de BHV-organisatie (zo
                                    veel mogelijk, maar niet uitsluitend) te beleggen bij de
                                    functies die vereisen dat medewerkers de werkzaamheden op een
                                    vaste gemeentelijke locatie verrichten. De BHV/EHBO’ers worden
                                    geselecteerd op basis van vrijwilligheid.</al><al/><al>De toelage is vastgesteld op € 23 bruto per maand met
                                    loonindexatie. </al><tussenkop> 3.3.3. Stagevergoeding</tussenkop><al>De stagiaires van vandaag zijn de medewerkers van morgen. Daarom
                                    verleent de BAR-organisatie, waar mogelijk, graag hun
                                    medewerking aan verzoeken om stage te lopen. Dit is lokaal
                                    beleid en de hoogte van de stagevergoeding is een lokale
                                    aangelegenheid. Het voorstel is het beleid te harmoniseren en de
                                    stagevergoeding vast te stellen op € 347,75 bruto per maand op
                                    basis van een 36-urige werkweek. De stagevergoeding stijgt bij
                                    algemene salarismaatregelen. Wij stellen tevens voor om geen
                                    onderscheid (meer) te maken in de hoogte van de vergoeding voor
                                    de verschillende opleidingsniveaus (VMBO, MBO, HBO of WO).
                                    Alleen bij kortdurende snuffelstages wordt, zoals gebruikelijk,
                                    geen vergoeding verstrekt. Wij gaan er van uit dat stagiaires
                                    een OV-jaarkaart voor studenten hebben en dat een
                                    reiskostenvergoeding niet aan de orde is. Indien de stagiaire
                                    niet kan reizen met een OV-jaarkaart dan behoort het verstrekken
                                    van een reiskostenvergoeding wel tot de mogelijkheden.</al><tussenkop> 3.3.4. Speciale gelegenheden/bijzondere gebeurtenissen</tussenkop><al>Speciale gelegenheden zijn bijvoorbeeld huwelijk,
                                    huwelijksjubileum, geboorte, ziekte, ambtsjubileum,
                                    kerst(pakket), indiensttreding, uitdiensttreding en pensioen.
                                    Een regeling voor speciale gelegenheden, waarin is opgenomen bij
                                    welke gelegenheid een medewerker bloemen of een attentie krijgt,
                                    is een lokale aangelegenheid.</al><al/><al>In het kader van de deregulering is het voorstel om
                                        <cursief>geen</cursief> regeling voor speciale gelegenheden
                                    vast te stellen, maar het als een normale gang van zaken te
                                    beschouwen dat de medewerker bij speciale gelegenheden een bos
                                    bloemen krijgt. Indien de werkgever deze bos bloemen (of een
                                    fruitmand tijdens ziekte) geeft uit blijk van wellevendheid,
                                    sympathie of piëteit <cursief>op grond van een persoonlijke
                                        relatie</cursief>, en niet zozeer op basis van de relatie
                                    werkgever-werknemer, kan deze belastingvrij worden verstrekt.
                                    Deze verstrekkingen zijn dan geen loon, en vallen niet onder de
                                    vrije ruimte van de werkkostenregeling. In andere situaties
                                    dient rekening te worden gehouden met fiscale regels/
                                    werkkostenregeling.</al><al/><al>Voor het geven van een receptie of etentje bij jubilea of
                                    uitdiensttreding wordt per gelegenheid € 600 beschikbaar
                                    gesteld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met fiscale
                                    regels/ werkkostenregeling.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.4. Reis- en verblijfkosten</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.4.1. Reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer</tussenkop><al>Een vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer kent geen
                                    grondslag in de CAR-UWO. Het is binnen de fiscale regelgeving
                                    mogelijk om € 0,19 per kilometer fiscaal onbelast te vergoeden
                                    of de werkelijke kosten te vergoeden bij reizen met het openbaar
                                    vervoer. Een vergoeding van <cursief>meer dan</cursief> € 0,19
                                    per kilometer komt ten laste van de vrije ruimte in de
                                    werkkostenregeling. (zie paragraaf 2.3.)</al><al/><al>Uitgangspunten </al><lijst><li nr="·"><al>Als de medewerker een verplichte standplaats heeft
                                            (bijvoorbeeld een balie- of een buitendienstmedewerker),
                                            dan wordt de woon-werk-verkeer-vergoeding berekend van
                                            het huisadres naar deze vaste standplaats.</al></li><li nr="·"><al>Als er geen sprake is van een verplichte standplaats,
                                            dan wordt de woon-werk-verkeer-vergoeding berekend van
                                            het huisadres naar het dichtstbijzijnde gemeentehuis (of
                                            dichtstbijzijnde gemeentewerf) in Ridderkerk of
                                            Barendrecht. Reizen tussen locaties gelden als
                                            dienstreis.</al></li></lijst><al>Hoogte woon-werkverkeer-vergoeding</al><lijst><li nr="·"><al>Is de woon-werkverkeer-afstand minder dan of gelijk aan
                                            10 kilometer, dan ontvangt de medewerker een
                                            km-vergoeding voor zijn werkdagen van € 0,10 per km.
                                            Deze vergoeding kan volgens de huidige fiscale regels
                                            onbelast worden verstrekt.</al></li><li nr="·"><al> Is de woon-werkverkeer-afstand meer dan 10 km, dan
                                            ontvangt de medewerker een km-vergoeding voor zijn
                                            werkdagen van € 0,19 per km met een maximum van € 135,53
                                            per maand. Deze vergoeding kan volgens de huidige
                                            fiscale regels onbelast worden verstrekt.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers kunnen in plaats van de
                                            woon-werkverkeervergoeding het
                                            openbaarvervoersabonnement (tweede klas) voor het
                                            woon-werkverkeer vergoed krijgen, zonder minimale of
                                            maximale reisafstand.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Fiscale ruimte</cursief></al><al>Voor medewerkers met een woon-werk afstand kleiner dan 10
                                    kilometer of groter dan 20 kilometer enkele reis is het voorstel
                                    aan hen de mogelijkheid te bieden om gebruik te maken van de
                                    fiscale ruimte om bruto loonbestanddelen uit te ruilen voor een
                                    onbelaste vergoeding (als gerichte vrijstelling binnen de
                                    werkkostenregeling). Uitgangspunt hierbij is dat de fiscale
                                    mogelijkheden zoveel mogelijk worden benut maar er geen extra
                                    kosten voor de werkgever zijn en de uitruil niet ten laste komt
                                    van de beschikbare vrije ruimte binnen de werkkostenregeling.
                                </al><tussenkop> 3.4.2. Vergoeding voor dienstreizen </tussenkop><al>De medewerker heeft recht op een vergoeding van reis- en
                                    verblijfkosten voor reizen die worden gemaakt in het belang van
                                    de dienst. Dit is opgenomen in de CAR-UWO. Het is binnen de
                                    fiscale regelgeving mogelijk om € 0,19 per kilometer fiscaal
                                    onbelast te vergoeden of de werkelijke kosten bij reizen met het
                                    openbaar vervoer. Bij een vergoeding van meer dan € 0,19 per
                                    kilometer is het verplicht dit hogere bedrag in de
                                    werkkostenregeling onder te brengen in de vrije ruimte van de
                                    werkkostenregeling.</al><al>Medewerkers kiezen hun werkplek zo veel mogelijk op de plaats
                                    waar zij afspraken hebben. De medewerker voorkomt onnodige
                                    reisbewegingen tussen de locaties van de gemeenten. Dienstreizen
                                    worden zo veel mogelijk met het openbaar vervoer gemaakt.</al><al/><al>Het voorstel is om de kosten voor dienstreizen met openbaar
                                    vervoer, parkeer- en tolgelden volledig te vergoeden. Het reizen
                                    met openbaar vervoer bij dienstreizen wordt hiermee
                                    gestimuleerd. Indien de medewerker kiest voor dienstreizen met
                                    eigen vervoer, dan ontvangt de medewerker een vergoeding van €
                                    0,28 onbelast per kilometer (waarvan € 0,09 per kilometer ten
                                    laste komt van de vrije ruimte in de werkkostenregeling).</al><tussenkop> 3.4.3. Vergoeding voor verblijfkosten tijdens dienstreizen</tussenkop><al>Voor de vergoeding van verblijfkosten tijdens dienstreizen
                                    worden de vergoedingsbedragen gehanteerd die zijn opgenomen in
                                    het reisbesluit Binnen- en Buitenland (BiZa). Deze
                                    vergoedingsbedragen worden jaarlijks geïndexeerd.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.5. Faciliteiten voor opleiding en (loopbaan)ontwikkeling</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.5.1. (Budget) studiefaciliteiten</tussenkop><al>In de CAR-UWO is geregeld dat de werkgever en de medewerker
                                    periodiek afspraken maken over diens loopbaanontwikkeling,
                                    ontwikkeling van kennis en vaardigheden en te volgen opleidings-
                                    en ontwikkelingsactiviteiten. Deze afspraken worden vastgelegd
                                    in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP), dat onderdeel
                                    uitmaakt van de gesprekscyclus. In de CAR-UWO is ook opgenomen
                                    dat de kosten die gemaakt worden in het kader van de in het
                                    persoonlijk ontwikkelingsplan opgenomen opleidingen en
                                    activiteiten door de werkgever worden vergoed. Deze dienen te
                                    passen in de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden
                                    van het gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in een
                                    door de werkgever vastgesteld opleidingsplan.</al><al/><al>Het voorstel is om jaarlijks 2% tot 2,5% van de werkgeverslasten
                                    te begroten voor opleiding en ontwikkeling. Dit is gebaseerd op
                                    de huidige budgetten van de drie BAR-gemeenten. Dit is voor
                                    2014-2015 inclusief het individueel loopbaanbudget van € 500 per
                                    medewerker per jaar.</al><al/><al>Het voorstel is verder om als uitgangspunt te hanteren dat de
                                    opleidings- en ontwikkelingsactiviteiten uit het persoonlijk
                                    ontwikkelingsplan voor 100% door de werkgever worden vergoed in
                                    tijd en geld (conform de CAR-UWO), <cursief>tenzij</cursief> de
                                    werkgever en medewerker daar in het persoonlijk
                                    ontwikkelingsplan andere afspraken over maken (maatwerk). Het
                                    voorstel is om in een lokale regeling vast te leggen dat een
                                    terugbetalingsverplichting (met afbouw) van toepassing is bij
                                    het voortijdig afbreken van een studie of bij uitdiensttreding
                                    binnen een periode van drie jaar na afronding van een studie,
                                        <cursief>tenzij</cursief> de werkgever en medewerker daar in
                                    het persoonlijk ontwikkelingsplan andere afspraken over maken
                                    (maatwerk).</al><al/><al>Voor de reis- en verblijfkosten, die worden gemaakt ten behoeve
                                    van opleidingsactiviteiten, geldt de vergoedingsregeling voor
                                    dienstreizen.</al><tussenkop> 3.5.2. Individueel Loopbaanbudget (ILB)</tussenkop><al>In de nieuwe CAO is afgesproken dat voor medewerkers per 1
                                    januari 2013 een Individueel Loopbaanbudget (ILB) beschikbaar
                                    komt van 500 euro per medewerkerper jaar voor de
                                    komende drie jaar. Dit bedrag kan gedurende drie jaar worden
                                    opgespaard. De medewerker kan dit budget inzetten om zijn
                                    inzetbaarheid te vergroten; maar de bestemming van het budget
                                    moet wel loopbaan gerelateerd zijn. De afspraken moeten worden
                                    vastgelegd in het eerder genoemde persoonlijk ontwikkelingsplan.
                                    De financiering van het ILB vindt plaats binnen het budget voor
                                    opleiding en ontwikkeling (3.5.1). </al><tussenkop> 3.5.3. Loopbaanadvies</tussenkop><al>In de CAR-UWO is geregeld dat de medewerker na elke periode van
                                    vijf jaar recht heeft op een loopbaanadvies bij een door de
                                    werkgever aangewezen interne of externe deskundige. De
                                    BAR-samenwerking maakt het mogelijk om deze deskundigheid in de
                                    eigen organisatie te organiseren. Wij stimuleren dat hiervan
                                    gebruik wordt gemaakt, tenzij tussen leidinggevende en de
                                    medewerker anders wordt afgesproken.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.6. Flexibele arbeidsvoorwaarden: cafetariaregeling</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.6.1. Cafetariaregeling</tussenkop><al>De huidige cafetariaregeling is een regeling gebaseerd op
                                    keuzemogelijkheden voor medewerkers om bepaalde
                                    arbeidsvoorwaarden fiscaal voordelig tegen elkaar uit te ruilen.
                                    In de CAR-UWO is de mogelijkheid tot het (ver)kopen van
                                    vakantie-uren opgenomen. Welke bestedingsmogelijkheden daarnaast
                                    binnen het cafetariamodel mogelijk zijn, is een lokale
                                    aangelegenheid (denk hierbij bijvoorbeeld aan de fitnessregeling
                                    en fietsregeling). </al><al/><al>De cafetariaregeling blijft onder werkkostenregeling wel
                                    mogelijk maar gaat <cursief>ten koste van de vrije
                                        ruimte</cursief><cursief> in de
                                    werkkostenregeling</cursief>. Bij overschrijding van deze vrije
                                    ruimte wordt de werkgever belast in de vorm van een
                                    eindheffing.</al><al/><al>Het voorstel is om in de nieuwe arbeidsvoorwaarden voor de
                                    BAR-organisatie de volgende “cafetariaregeling” op te nemen:
                                    medewerkers kunnen jaarlijks een deel van hun brutoloon
                                    uitruilen voor een netto bedrag. Voor deeltijdmedewerkers geldt
                                    dit naar rato. Het voorstel is een bedrag van € 300 bruto. Het
                                    financiële voordeel voor de medewerker is afhankelijk van het
                                    belastingtarief van de medewerker.</al><al/><al>Het kopen van verlof kan plaatsvinden conform hoofdstuk 4a
                                    CAR-UWO. Er wordt geen budget beschikbaar gesteld voor het
                                    verkopen van uren. Het verkopen van uren strookt niet met het
                                    BAR@work, waarbij de medewerker meer vrijheid heeft in het
                                    uitvoeren van de werkzaamheden. ‘Tijd-voor-tijd’ is wel
                                    mogelijk, net als meenemen van 108 uur naar het volgende jaar
                                    (of voor deeltijdmedewerkers naar rato). Ook voor medewerkers
                                    werkzaam op basis van een rooster behoort ‘tijd-voor-tijd’ tot
                                    de mogelijkheden. Hierover moeten afspraken worden gemaakt met
                                    de leidinggevende. Bovendien vergt verkopen van dagen budget dat
                                    weggehaald moet worden van andere arbeidsvoorwaarden. Dit wordt
                                    onwenselijk geacht. </al><al>Nogmaals benadrukken wij dat voor extra uren door overwerk
                                    andere afspraken gelden, waarbij verkoop wel mogelijk is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.7. Verlofregeling en werktijdenregeling</label></kop><structuurtekst><tussenkop> 3.7.1. Verlofregeling</tussenkop><al>Het recht op verlof is geregeld in de CAR-UWO en in de Wet
                                    Arbeid en Zorg (Waz). Het vakantieverlof (CAR-UWO) bedraagt ten
                                    minste 158,4 uren per kalenderjaar bij een fulltime
                                    dienstverband (voor deeltijdmedewerkers is dit naar rato). Het
                                    buitengewoon verlof zoals zorgverlof, calamiteitenverlof,
                                    zwangerschaps- en bevallingsverlof, ouderschapsverlof,
                                    vakbondsverlof is geregeld in de CAR-UWO en de Waz. Daarnaast
                                    kan de werkgever extra verlof toekennen, zoals schaalverlof,
                                    diensttijd- of leeftijdsverlof. De hoogte van dit extra verlof
                                    is een lokale aangelegenheid.</al><al/><al><cursief>Feestdagen</cursief></al><al>In de CAR-UWO zijn nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                                    Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, beide Kerstdagen en de dag
                                    waarop de verjaardag van de koning(in) wordt gevierd, aangemerkt
                                    als feestdagen. De medewerker heeft op die dagen verlof met
                                    behoud van bezoldiging. In de CAR-UWO zijn Goede Vrijdag en
                                    Bevrijdingsdag (5 Mei) niet opgenomen als feestdag/vrije dag met
                                    behoud van bezoldiging. Voor gemeenteambtenaren is 5 mei, dus
                                    ook in lustrumjaren, een gewone werkdag, tenzij dit lokaal
                                    anders is geregeld.</al><al/><al><cursief>Voorstel lokale feestdagen</cursief></al><al>Er worden geen lokale feestdagen (5 Mei, Goede Vrijdag)
                                    aangewezen, vanwege de continuïteit van de dienstverlening voor
                                    onze burgers. Daarnaast is het, met het oog op het tijd- en
                                    plaats onafhankelijk werken, niet wenselijk om mensen te
                                    verplichten tot een arbeidsloze dag. </al><al><cursief>Voorstel t</cursief><cursief>oekennen extra
                                        verlof</cursief></al><al>Aan iedere medewerker wordt extra verlof toegekend van 12,4 uur
                                    per jaar (voor deeltijders naar rato), ter vervanging van lokale
                                    feestdagen. Het schaalverlof vervalt.</al><al/><al><cursief>Extra </cursief><cursief>verlof</cursief></al><al>Door het optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd moeten
                                    medewerkers langer blijven werken. Om oudere medewerkers vitaal
                                    te houden en om rekening te houden met de verminderde fysieke
                                    kracht, verstrekt de BAR-organisatie aan oudere medewerkers
                                    extra verlof.</al><al>Voorstel voor toekennen extra verlof(boven op standaardverlof
                                    uit artikel 6:2 CAR UWO): </al><lijst><li nr="1."><al>Medewerker die in het kalenderjaar tussen 45 en 49 jaar
                                            oud is krijgt 2 dagen;</al></li><li nr="2."><al>Medewerker die in het kalenderjaar tussen 50 en 54 jaar
                                            oud is krijgt 4 dagen;</al></li><li nr="3."><al>Medewerker die in het kalenderjaar tussen 55 en 59 jaar
                                            oud is krijgt 6 dagen;</al></li><li nr="4."><al>Medewerker die in het kalenderjaar 60 jaar wordt of
                                            ouder is krijgt 14 dagen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Meenemen verlof naar volgend
                                    kalenderjaar</cursief></al><al>Medewerkers kunnen maximaal 108 uur verlof meenemen naar een
                                    volgend kalenderjaar (voor deeltijders geldt naar rato). Alleen
                                    resterende verlofrechten of overwerkuren kunnen hiervoor in
                                    aanmerking komen omdat er geen compensatie-uren meer worden
                                    opgebouwd.</al><al><cursief>Extra verlof wegens onregelmatige dienst en/of
                                        beschikbaarheidsdienst</cursief></al><al>Medewerkers behouden recht op extra verlof wegens onregelmatige
                                    diensten en/of beschikbaarheidsdienst. </al><tussenkop> 3.7.2. Werktijdenregeling</tussenkop><al><cursief><onderstreept>Uitgangspunten</onderstreept></cursief></al><al>De BAR-organisatie gaat een heel andere manier van werken
                                    invoeren. Er wordt niet meer gestuurd op aanwezigheid maar op
                                    resultaten. De medewerkers dienen er voor te zorgen dat de
                                    resultaten tijdig worden gehaald. Daarbij krijgen zij in
                                    principe meer vrijheid om de werktijden in te delen en de plaats
                                    te bepalen waar zij gaan werken. Bij deze nieuwe werkwijze is er
                                    dus vrijwel geen sprake van compensatie-uren of overwerk.
                                    Kenmerken van deze nieuwe manier van werken zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Er vindt geen tijdregistratie plaats door middel van
                                            “klokken”. Compensatieverlof kan niet worden opgebouwd,
                                            tenzij er sprake is van overwerk. Door flexibel te
                                            werken kunnen meer gewerkte uren wel op een ander
                                            tijdstip worden opgenomen.</al></li><li nr="·"><al>De medewerker maakt met zijn leidinggevende afspraken
                                            over zijn werktijden en de dagen waarop hij thuis werkt.
                                            Als hij thuis werkt, is hij via telefoon en e-mail
                                            bereikbaar.</al></li><li nr="·"><al>In principe kunnen werktijden flexibel worden gekozen,
                                            tenzij de medewerker op basis van een rooster
                                            werkt.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers hebben geen vaste werkplek, tenzij dat
                                            volgens de leidinggevende vereist is voor de uitoefening
                                            van de werkzaamheden of vanwege medische indicatie.
                                        </al></li><li nr="·"><al>Kantoormedewerkers kunnen een flex-plek kiezen in de
                                            gemeentehuizen van Barendrecht of Ridderkerk. Op dagen
                                            waarop afdelingsoverleg plaatsvindt, is de medewerker
                                            aanwezig op de standplaats van de afdeling.</al></li><li nr="·"><al>Uitbreiding arbeidsduur tot maximaal 40 uur per week is
                                            niet mogelijk (artikel 2:7a CAR-UWO). Iedereen krijgt
                                            een takenpakket dat is afgestemd op een 36-urige
                                            werkweek of de vastgestelde deeltijdfactor daarvan.</al></li></lijst><al/><al><cursief><onderstreept>Thuiswerken</onderstreept></cursief></al><al>·De BAR-organisatie verstrekt geen faciliteiten of vergoedingen
                                    voor het thuiswerken. De medewerkers kunnen wel advies vragen
                                    aan de arbo-coördinator.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.8. Overgangsregelingen</label></kop><structuurtekst><al>De volgende overgangsregelingen worden voorgesteld:</al><lijst><li nr="·"><al>Alle medewerkers mogen maximaal drie weken verlof meenemen
                                        naar de BAR-organisatie. Mochten de medewerkers over meer
                                        verlofrechten beschikken, dan maken zij tijdig afspraken met
                                        hun huidige leidinggevende. Verlofrechten die eind 2013 zijn
                                        opgebouwd als gevolg van gladheidsbestrijding vallen hier
                                        niet onder.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers met een hogere woon-werkverkeervergoeding
                                        blijven recht houden op de hogere vergoeding.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers met een hogere beschikbaarheidsvergoeding
                                        krijgen hun huidige vergoeding gegarandeerd, voor zover dit
                                        bedrag de nieuwe vergoeding overschrijdt. Medewerkers die in
                                        2013 geparticipeerd hebben in de gladheidbestrijding van
                                        Barendrecht ontvangen structureel 1 dag garantieverlof.
                                    </al></li><li nr="·"><al>Huidige medewerkers van 60 jaar en ouder uit Barendrecht,
                                        die recht hebben op arbeidsduurverkorting voor senioren,
                                        behouden hun rechten op de volledige toepassing van de
                                        lokale senioren-regeling. Dit houdt in dat als de som van de
                                        verlofrechten en arbeidsduurverkorting voor de 60 jarige
                                        hoger is dan de verlofrechten bij de BAR-organisatie het
                                        meerdere wordt gegarandeerd.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers behouden minimaal hun huidige
                                        leeftijdsverlofrechten.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers krijgen geen uitdiensttredingsvergoeding van de
                                        BAR-gemeenten omdat de BAR-organisatie beschouwd wordt als
                                        rechtsopvolger. </al></li><li nr="·"><al>De gemeente Barendrecht legt geen terugbetalingsverplichting
                                        op aan de medewerkers met een woon-werkverkeerfiets. De
                                        eventuele fiscale consequenties neemt de gemeente voor haar
                                        rekening. </al></li><li nr="·"><al>De BAR-organisatie neemt de door de BAR-gemeenten opgelegde
                                        terugbetalingsverplichtingen over voor verstrekte
                                        opleidingen. Deze terugbetalingsverplichtingen worden
                                        opgenomen in het aanstellingsbesluit van de
                                        BAR-organisatie.</al></li><li nr="·"><al>Voor de toepassing van de ouderschapsverlofregeling wordt de
                                        BAR-organisatie beschouwd als dezelfde werkgever. Een
                                        medewerker van de BAR-gemeenten ondervindt geen nadeel van
                                        de indiensttreding bij de BAR-organisatie.</al></li><li nr="·"><al>In dienst bij de BAR-gemeenten blijven: de bezoldigd
                                        buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, medewerkers
                                        waarvoor arbeidsongeschiktheids-, disfunctionerings- en
                                        strafontslag is aangezegd. Stagiaires blijven uit praktische
                                        overwegingen in dienst bij de BAR-gemeenten en worden niet
                                        overgedragen aan de BAR-organisatie. Alle nieuwe stagiaires
                                        komen in dienst van de BAR-organisatie. Medewerkers met een
                                        tijdelijke aanstelling blijven in dienst van de
                                        BAR-gemeenten, tenzij zij zicht hebben op een vaste
                                        aanstelling.</al><al>De medewerker met de tijdelijke aanstelling blijft in deze
                                        situatie in dienst van de gemeente tot het einde van zijn
                                        tijdelijke dienstverband.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.9. Fiscale risico’s en bijstelling</label></kop><structuurtekst><al>Er bestaat een aantal onzekerheden rondom de invoering van de
                                werkkostenregeling. Wanneer de BAR-organisatie wordt gezien als
                                nieuwe organisatie en niet als erfopvolger van de drie bestaande
                                gemeenten, moet in het eerste jaar gebruik van de vrije ruimte
                                maandelijks worden verantwoord. De kans bestaat dat op die wijze de
                                vrije ruimte in 2014 niet geheel benut kan worden. Een tweede risico
                                is dat het een regeling in ontwikkeling is en de belastingdienst nog
                                zaken kan aanwijzen die ten laste van de vrije ruimte komen die wij
                                nu niet voorzien. Tenslotte kunnen zich ook nog onvoorziene zaken
                                aandienen die ten laste van de ruimte komen (denk bijvoorbeeld aan
                                ipads of een beloning in natura voor het personeel). Wij hebben
                                vanwege deze risico's een relatief hoog bedrag aan onvoorzien
                                opgenomen, om zo hoge boetes te kunnen vermijden. Het voorstel is om
                                2014 te gebruiken om te bezien wat de uitwerking van de
                                werkkostenregeling. Wij maken de afspraak dat indien er substantiële
                                ruimte overblijft, deze aangewend wordt voor het verhogen van het
                                uit te ruilen bedrag per medewerker, tenzij daarover later in het GO
                                andere afspraken over worden gemaakt.</al><al/><al>Het GO van de BAR-organisatie bewaakt de beschikbare vrije ruimte.
                                Mocht er in de praktijk meer of minder vrije ruimte beschikbaar zijn
                                dan verwacht, dan maakt de BAR-organisatie hierover nadere afspraken
                                met het GO.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>3.10. Conclusie</label></kop><structuurtekst><al>Ondanks de slechter geworden financiële situatie van Nederlandse
                                gemeenten zijn de BAR-gemeenten er in geslaagd een sociaal en
                                toekomstbestendig arbeidsvoorwaardenpakket vast te stellen. Wij
                                concluderen dat de drie uitgangspunten solidariteit, vrijheid en
                                duurzaamheid in bijna alle maatregelen zichtbaar zijn geworden. </al><al>Er is een positief financieel resultaat van iets kleiner dan 0,5% en
                                een negatief verlofresultaat van iets meer dan 1%. Dit valt tegen
                                elkaar weg.</al><al/><al>NB. Tot 1 januari 2014 worden zonder instemming van de BAR-directie
                                geen individuele arbeidsvoorwaarden gewijzigd. </al><al/><al>Overeenstemming met de vakbonden op 31 mei 2013</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op
                        24 december 2013 en bekrachtigd op 21 januari 2014.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>