<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398251_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Commissie bezwaarschriften Gennep</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gennep</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gennep</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-28357.html">Gemeenteblad 2016, nr. 28357</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften Gennep</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>198227</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening commissie bezwaarschriften 2005, vastgesteld op 12 december 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Commissie bezwaarschriften Gennep
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De gemeenteraad van de gemeente Gennep</al>
          <al/>
          <al>gelet op het besluit van burgemeester en wethouders van Gennep d.d. 2
                        februari 2016; </al>
          <al>gehoord de commissie Bestuur en Organisatie d.d. 15 februari 2016;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>de verordening Commissie bezwaarschriften Gennep</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                    genomen;</al></li>
            <li nr="b."><al>Commissie: vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften;</al></li>
            <li nr="c."><al>College: College van burgemeester en Wethouders</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Inleidende bepalingen commissie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de
                                    burgemeester.</al></li>
            <li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften
                                    die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:</al></li>
            <li nr=""><al>a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen op de Wet
                                    waardering onroerende zaken;</al></li>
            <li nr=""><al>b. belastingverordeningen;</al></li>
            <li nr=""><al>c. besluiten op grond van de ambtelijke rechtspositie en alle
                                    daarmee samenhangende verordeningen en reglementen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Samenstelling van de commissie</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee
                                    leden.</al></li>
            <li nr="2."><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd,
                                    geschorst en ontslagen.</al></li>
            <li nr="3."><al> Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.</al></li>
            <li nr="4."><al> De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></li>
            <li nr="5."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel
                                    uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het
                                    bestuursorgaan.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>De Secretaris</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De secretaris van de commissie is een door het college
                                    aangewezen persoon.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college kan tevens één of meerdere plaatsvervangers van de
                                    secretaris aanwijzen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Zittingsduur</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor
                                    een periode van vier jaar en zijn één maal opnieuw benoembaar.
                                </al></li>
            <li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment
                                    ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling bij het
                                    college</al></li>
            <li nr="3."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                    blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                    voorzien. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Ingediend bezwaarschrift</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                    aangetekend.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                    spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Uitoefening bevoegdheden</titel>
          </kop>
          <al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter
                            van de commissie:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid, het verlangen van een schriftelijke
                                    machtiging van een gemachtigde;</al></li>
            <li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                    termijn;</al></li>
            <li nr="c."><al>artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie;</al></li>
            <li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid, het ter inzage leggen van de op het
                                    bezwaar betrekking hebbende stukken;</al></li>
            <li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid, voorzover het geheimhouding om
                                    gewichtige redenen betreft. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Vooronderzoek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle
                                    gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></li>
            <li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                    commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en zo
                                    nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.
                                    Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf instemming van
                                    het college vereist.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Hoorzitting</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                    zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                    gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten
                                    horen.</al></li>
            <li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                    Awb.</al></li>
            <li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te
                                    zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de
                                    belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Quorum</titel>
          </kop>
          <al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het
                            aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn
                            plaatsvervanger, aanwezig is. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel>
          </kop>
          <al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Openbaarheid zitting</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li>
            <li nr="2."><al>De voorzitter is verantwoordelijk voor het ordelijk verloop van
                                    de hoorzitting en neemt daartoe, indien noodzakelijk,
                                    maatregelen.</al></li>
            <li nr="3."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                    commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of
                                    indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li>
            <li nr="4."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                    aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                                    verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></li>
            <li nr="5."><al>De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats
                                    in ieder geval wat betreft bezwaarschriften die zijn ingediend
                                    tegen besluiten op grond van de Participatiewet, de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Verslaglegging</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 Awb
                                    bestaat uit een digitale geluidsopname.</al></li>
            <li nr="2."><al>De secretaris van de commissie maakt op basis van de
                                    geluidsopname een schriftelijke samenvatting van het besprokene
                                    wanneer een gerechtelijke instantie of appellant daar om
                                    verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Nader onderzoek</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt
                                    opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                    voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                                    dit onderzoek houden.</al></li>
            <li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                    afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en
                                    de belanghebbenden toegezonden.</al></li>
            <li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in
                                    het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van
                                    de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                    hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
                                    verzoek.</al></li>
            <li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                    bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Raadkamer en advies</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over
                                    het door haar uit te brengen advies.</al></li>
            <li nr="2."><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit
                                    te brengen advies.</al></li>
            <li nr="3."><al>b. Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem
                                    van de voorzitter.</al></li>
            <li nr="4."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                    beslissing op het bezwaarschrift.</al></li>
            <li nr="5."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                    commissie ondertekend.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16.</nr>
            <titel>Uitbrengen van advies en verdaging</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het advies en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                    informatie, wordt tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat
                                    op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></li>
            <li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                    termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste
                                    lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het
                                    uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een
                                    beslissing door het betreffende bestuursorgaan verzoekt hij het
                                    in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing
                                    te verdagen.</al></li>
            <li nr="3."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                    belanghebbenden een afschrift. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17.</nr>
            <titel>Intrekking oude regeling</titel>
          </kop>
          <al>De wordt ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                            bezwaarschriften Gennep.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 februari 2016</ondertekening>
        <ondertekening>,voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>,griffier</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting op de verordening commissie bezwaarschriften Gennep</titel>
        </kop>
        <al>
          <vet>Algemene toelichting</vet>
        </al>
        <al>In het stelsel van rechtsbescherming tegen besluiten van de overheid is een
                    belangrijke rol toebedacht aan de bezwaarschriftenprocedure. De hoofdregels voor
                    deze procedure zijn gegeven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het
                    uitgangspunt daarbij is dat voorafgaand aan een beroep bij een bestuursrechter
                    eerst bezwaar wordt gemaakt bij het orgaan dat het bestreden besluit heeft
                    genomen. Het idee hierachter is dat het niet noodzakelijk en ook niet wenselijk
                    is dat elk geschil meteen aan de rechter wordt voorgelegd. Partijen kunnen
                    immers beter proberen hun geschil eerst zelf op te lossen.</al>
        <al>In de bezwaarschriftenprocedure wordt het bestreden besluit onderworpen aan een
                    complete bestuurlijke heroverweging die zich dus niet alleen uitstrekt tot de
                    rechtmatigheid van het besluit maar ook de beleidsmatige kant van de zaak
                    omvat.</al>
        <al>In de Verordening Commissie bezwaarschriften Gennep zijn de procedureregels
                    uitgewerkt.</al>
        <al>De belangrijkste regel voor het behandelen van een bezwaarschrift is dat
                    belanghebbenden en het bestuursorgaan in staat worden gesteld gelijkwaardig en
                    in objectiviteit te worden gehoord. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 1: Begripsbepalingen</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 2: Inleidende bepalingen commissie</vet>
        </al>
        <al>Het instellingsbesluit van de commissie en de algemene taakomschrijving
                    inclusief nadere taakafbakening.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 3: Samenstelling van de commissie</vet>
        </al>
        <al>Met gekozen omvang van de commissie moet redelijkerwijs zeker gesteld dat te
                    allen tijde voldoende leden beschikbaar zullen zijn voor het houden van een
                    zitting.</al>
        <al>De bijzondere positie van de voorzitter van de commissie rechtvaardigt dat deze
                    in die kwaliteit wordt benoemd.</al>
        <al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb.</al>
        <al>Door de bepaling in het tweede lid delegeert de raad de benoeming van
                    commissieleden aan het college. Het college is hiermee ook het orgaan dat indien
                    nodig het functioneren van de leden van de commissie evalueert. Indien een lid
                    van de commissie niet naar behoren functioneert, is het in eerste instantie de
                    commissie die hierop actie zal ondernemen, het is immers een zelfstandig
                    bestuursorgaan. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 4: Secretaris</vet>
        </al>
        <al>De commissie beschikt over een secretaris ter ondersteuning van de
                    werkzaamheden.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 5: Zittingsduur</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 6: Ingediend bezwaarschrift</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 7: Uitoefening bevoegdheden</vet>
        </al>
        <al>Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist de commissie over onder andere de toepassing
                    van artikel </al>
        <al>7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid. Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het
                    niet mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de
                    commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit
                    artikel dan ook niet genoemd. </al>
        <al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt. </al>
        <al>Artikel 2:1, tweede lid </al>
        <al>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen. </al>
        <al>Deze bepaling is facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan
                    niet van deze bevoegdheid gebruik te maken. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 6:6 </al>
        <al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. </al>
        <al>De termijn waarbinnen het verzuim dient te worden hersteld, wordt vastgesteld
                    door de voorzitter. Er is van afgezien in de verordening een vaste termijn
                    daarvoor op te nemen omdat het niet goed mogelijk is in algemene zin voor alle
                    gevallen aan te geven hoe lang deze termijn zou moeten zijn. Uitgangspunt is wel
                    dat er sprake moet zijn van een redelijke termijn. Enerzijds moet de indiener
                    een reële mogelijkheid worden geboden het geconstateerde verzuim te herstellen;
                    anderzijds moet het niet zo zijn dat door een langere termijn de procedure wordt
                    vertraagd. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 6:17 </al>
        <al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval
                    aan de gemachtigde.</al>
        <al>Deze bepaling spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>Artikel 7:4, tweede lid </al>
        <al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor
                    belanghebbenden ter inzage. </al>
        <al>Het inzagerecht is als een van de fundamentele waar borgen voor een goed
                    verlopende bezwaarschriftprocedure te beschouwen. Het maakt het principe van
                    hoor en wederhoor mogelijk. Het is gekoppeld aan de hoorzitting: wordt er niet
                    gehoord, dan is er ook geen sprake van een verplichte ter-inzage-legging. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 7:6, vierde lid </al>
        <al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden [...]. </al>
        <al>Het derde lid van dit artikel luidt: </al>
        <al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid. </al>
        <al>In het tweede lid van artikel 7:6 wordt de mogelijkheid gegeven om de
                    belanghebbenden afzonderlijk te horen. Een reden om dit te doen kan zijn dat
                    tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan
                    geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Het vierde lid geeft aan dat in
                    dit geval de verschillende partijen niet geïnformeerd hoeven te worden over wat
                    er in de afzonderlijke hoorzittingen is besproken. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 8: Vooronderzoek</vet>
        </al>
        <al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift voldoende voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden
                    om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 9: Hoorzitting</vet>
        </al>
        <al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                    belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat
                    indien:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li>
          <li nr="2."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li>
          <li nr="3."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li>
          <li nr="4."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li>
        </lijst>
        <al>Ad d.</al>
        <al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de
                    voorzitter van de commissie contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op
                    artikel 6:18 en 6:19 Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het
                    aanhangig zijn van bezwaar intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In
                    artikel 6:19 wordt bepaald dat indien een bestuursorgaan zo'n intrekkings- of
                    wijzigingsbesluit heeft genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn
                    tegen het nieuwe besluit tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het
                    bezwaar.</al>
        <al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voorzover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3.</al>
        <al/>
        <al>Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het
                    uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden.
                    Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 Awb bij de beslissing op een
                    bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op
                    welke grond dat is geschied.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 10: Quorum</vet>
        </al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 11</vet>:<vet> Niet-deelneming aan de behandeling</vet></al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al>Zie ook artikel 2:4 Awb</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 12</vet>:<vet> Openbaarheid zitting</vet></al>
        <al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voorzover niet
                    bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid Awb wordt deze bevoegdheid aan de
                    commissie toegekend.</al>
        <al>In deze bepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het openbaar
                    plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien
                    bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of
                    andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.</al>
        <al>De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie,
                    die ingevolge artikel 16 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsheeft.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 13: Verslaglegging</vet>
        </al>
        <al>Op grond van artikel 7:7 Awb wordt van het horen een verslag gemaakt. De wijze
                    waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden niet door de Awb
                    geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de verordening een
                    vaste procedure wordt opgenomen. Van het horen wordt een geluidsopname gemaakt.
                    Bij een beroepszaak kan het nodig zijn om de geluidsopnames alsnog kort uit te
                    werken (op verzoek van de rechter of appellant). </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 14: Nader onderzoek</vet>
        </al>
        <al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een
                    nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb wordt bepaald dat indien het in het
                    hier bedoelde geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te
                    nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden
                    wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden
                    gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor). Is de nieuwe informatie niet van
                    aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen worden om de belanghebbenden in de
                    gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 15: Raadkamer en advies</vet>
        </al>
        <al>Zie ook de toelichting bij artikel 12. De hoorzitting is in principe openbaar;
                    de hier bedoelde beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al>
        <al>Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of
                    meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van
                    artikel 11) tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al>
        <al>Het horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie; de advisering
                    dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen van artikel
                    7:13, eerste lid, onder a van de Awb</al>
        <al>Indien een verzoek wordt ingediend voor proceskostenvergoeding adviseert de
                    bezwaarschriftencommissie over dit verzoek en zal aangeven of er recht is op een
                    vergoeding en zo ja over de hoogte van het vergoedingsbedrag. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 16</vet>:<vet> Uitbrengen advies en verdaging</vet></al>
        <al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens
                    in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. Deze bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie dat indien
                    hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald, hij tijdig
                    het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.</al>
        <al>Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge artikel 7:14 Awb zijn
                    artikel 3:41 tot en met 3:45 Awb, die de wijze van bekendmaking en mededeling
                    van besluiten regelen, in dit geval niet van toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat een besluit niet in werking treedt
                    voordat het bekendgemaakt is. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 17</vet>:<vet> Intrekking oude regeling</vet></al>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 18</vet>:<vet> Inwerkingtreding</vet></al>
        <al>De bekendmaking geschiedt door plaatsing in het Gemeenteblad.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikel 19</vet>:<vet> Citeertitel</vet></al>
        <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening commissie
                    bezwaarschriften Gennep.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>