<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398098_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Staatscourant, 9-3-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">Wet gemeenschappelijke reglngen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Aanhef</vet></al><al/><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn,
                        Brummen, Deventer, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst, Zutphen;</al><al/><al> overwegende:dat het gewenst is om hun samenwerking op het
                        gebied van basismobiliteit vorm te geven op basis van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al>dat de Gelderse gemeenten zich hiertoe tevens hebben verplicht in de met
                        de provincie Gelderland op 31 maart 2015 gesloten
                        Samenwerkingsovereenkomst Basismobiliteit 2017-2019; </al><al/><al>dat de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeenteraden
                        daartoe de vereiste toestemming hebben verkregen; </al><al/><al>dat het voornemen bestaat om met ingang van 1 maart 2016 de samenwerking
                        operationeel te hebben en de taken gefaseerd gezamenlijk te gaan
                        uitvoeren; </al><al/><al>gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen; </al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>te treffen</al><al><vet>de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvullend openbaar vervoer: het openbaar-vervoervangnet dat
                                    wordt ingezet daar waar de vervoervraag te laag is voor het
                                    exploiteren van een reguliere lijndienst;</al></li><li nr="b."><al>ambtelijk overleg basismobiliteit: een door de deelnemers en de
                                    provincie Gelderland ingericht gremium, bestaande uit
                                    beleidsambtenaren van de deelnemers en van de provincie
                                    Gelderland en de directeur, dat zich bezighoudt met de
                                    doorontwikkeling van de basismobiliteit en de advisering over de
                                    beheertaken gericht op de kwaliteit en kosten van het
                                    vervoersysteem;</al></li><li nr="c."><al>basismobiliteit: de mogelijkheid voor burgers om zich
                                    zelfstandig en tegen een redelijk tarief te verplaatsen met een
                                    vorm van aanvullend openbaar vervoer of het
                                    doelgroepenvervoer;</al></li><li nr="d."><al>deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders die aan
                                    deze regeling deelnemen; </al></li><li nr="e."><al>dienstverleningsovereenkomst: een overeenkomst tussen de
                                    rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever)
                                    en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de
                                    afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; </al></li><li nr="f."><al>directeur: de directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie;</al></li><li nr="g."><al>doelgroepenvervoer: de niet-openbare vervoerssystemen waarvoor
                                    de gemeentenop grond van specifieke wet- en regelgeving
                                    verantwoordelijk zijn;</al></li><li nr="h."><al>ontwikkelteam:een door het ambtelijk overleg basismobiliteit
                                    ingestelde werkgroep;</al></li><li nr="i."><al>regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Basismobiliteit;</al></li><li nr="j."><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Debedrijfsvoeringsorganisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bedrijfsvoeringsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Vervoerscentrale
                                Stedendriehoek”, statutair gevestigd te Lochem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit de
                                voorzitter en de leden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Belangen en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Te behartigen belangen</titel></kop><al>De bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke
                            behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot
                            stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief
                            hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken stelsel van
                            basismobiliteit. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden
                            van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het
                            aanvullend openbaar vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen
                            voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer een optimale aansluiting
                            heeft op de belangrijkste knooppunten van het openbaar-
                            vervoer-netwerk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bedrijfsvoeringorganisatie heeft ter verwezenlijking van de
                                belangen genoemd in artikel 3 de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het
                                        doelgroepenvervoer;</al></li><li nr="b."><al>het organiseren, begeleiden en uitvoeren van het aanvullend
                                        openbaar vervoer in Gelderland onder de voorwaarde dat is
                                        voldaan aan het bepaalde in artikel 7.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedrijfsvoeringorganisatie voert de taak genoemd in het eerste
                                lid, onder a, uit nadat daartoe per doelgroep met de betrokken
                                deelnemer een dienstverleningsovereenkomst is aangegaan, waarin
                                onder meer afspraken over de uit de taak voortvloeiende
                                werkzaamheden worden neer gelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nieuwe taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemers kunnen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie ter
                                verwezenlijking van de te behartigen belangen andere dan de in
                                artikel 4, eerste lid, onder a, genoemde taak opdragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten die aan deze taken verbonden zijn worden afzonderlijk
                                geadministreerd en volledig toegerekend aan de betrokken
                                deelnemer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemers dragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar
                                bestuur de bevoegdheden over die nodig zijn voor de uitvoering van
                                de taak genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a, en voor zover van
                                toepassing artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Gemeentewet is in voorkomende gevallen van overeenkomstige
                                toepassing, tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten of hiervan
                                uitdrukkelijk is afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overeenkomst provincie Gelderland</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het uitvoeren van de taak genoemd in artikel 4, eerste lid,
                                onder b, gaat de bedrijfsvoeringsorganisatie een overeenkomst aan
                                met de provincie Gelderland. In deze overeenkomst komen de provincie
                                Gelderland en de bedrijfsvoeringsorganisatie overeen dat de
                                bedrijfsvoeringsorganisatie deze taak voor de provincie Gelderland
                                uitvoert en tevens voor welke periode de overeenkomst wordt
                                aangegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedrijfsvoeringorganisatie neemt de Samenwerkingsovereenkomst
                                Basismobiliteit 2017-2019 over die de Gelderse gemeenten op 31 maart
                                2015 zijn aangegaan met de provincie Gelderland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden</titel></kop><al>De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers
                            niet bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>een wijziging van de publiekrechtelijke status van de regietaak
                                    van de basismobiliteit als bedoeld in artikel 18 of onderdelen
                                    daarvan, in een privaatrechtelijke status zonder dat de
                                    gemeenteraden van de deelnemers daarover vooraf een standpunt
                                    hebben kunnen inbrengen;</al></li><li nr="b."><al>het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten;</al></li><li nr="c."><al>het afgeven van garanties of andere waarborgen;</al></li><li nr="d."><al>het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende
                                    zaken;</al></li><li nr="e."><al>het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken;</al></li><li nr="f."><al>dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen anders
                                    dan de deelnemers.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het bestuur
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de
                                zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden
                                blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der
                                deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de
                                nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als
                                bedoeld in het tweede lid over de aanwijzing van de nieuwe
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit
                                ontslag stelt hij de voorzitter, alsmede de deelnemer die hem heeft
                                aangewezen, terstond schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De deelnemer die een lid heeft aangewezen dat niet langer diens
                                vertrouwen bezit, kan dat lid schorsen of ontslaan. De schorsing of
                                het ontslag gaat onmiddellijk in.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor elk bestuurslid wijst een deelnemer een plaatsvervanger aan.
                                Het tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Stemverhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes
                                ‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte
                                stemmen’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de
                                begroting, de jaarrekening, de bestemming, van de reserves en de
                                vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 29,
                                tweede lid, geldt bij een stemming de aanvullende eis dat ten minste
                                een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen
                                nodig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de totstandkoming van besluiten tot vaststelling van het
                                liquidatieplan als bedoeld in de artikelen 27, vijfde lid, is ten
                                minste tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig, waaronder dat
                                van de vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het bestuur dat van opvatting is dat een besluit als
                                bedoeld in het eerste lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen
                                leidt voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een
                                herstemming aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, afgeleid
                                van het aantal inwoners per gemeente op de datum dat deze regeling
                                in werking treedt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het aantal stemmen dat elk lid van het bestuur kan uitbrengen,
                                bedraagt voor gemeenten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met meer dan 40.000 inwoners: één stem per 10.000 inwoners, waarbij
                                naar boven wordt afgerond als het gaat om meer dan 5.000 inwoners
                                tussen twee meetpunten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>tot en met 40.000 inwoners: drie stemmen per gemeente.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen
                                besluit als het besluit met in achtneming van het bepaalde in het
                                zesde lid is genomen én </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten minste 2/3 van de gewogen stemmen voor het besluit zijn én</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ten minste de vertegenwoordigers van vijf verschillende deelnemers
                                voor het besluit hebben gestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo
                                dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of een lid van het
                                bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een
                                besluit worden genomen over: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de
                                begroting;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde
                            vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Aan het bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze regeling
                            niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder:</al><lijst><li nr="a."><al>de benoeming, schorsing en het ontslag van het personeel;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling van een regeling omtrent de ambtelijke
                                    organisatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling van een instructie voor de directeur die ten
                                    minste de taken van de directeur en de aansturing van het
                                    personeel betreft;</al></li><li nr="d."><al>het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Informatie- en verantwoordingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur geeft aan de gemeenteraden alle gevraagde inlichtingen
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reglement van orde voor het bestuur regelt de wijze waarop de in
                                het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van het bestuur geeft de deelnemer die hem heeft aangewezen
                                alle inlichtingen die door een of meer leden van die deelnemer
                                worden verlangd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen
                                en aan de gemeenteraad van die deelnemer verantwoording verschuldigd
                                voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter
                                ondertekend en door de ambtelijk secretaris mede ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de bedrijfsvoeringsorganisatie in en
                                buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door
                                hem aan te wijzen persoon.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de voorzitter behoort tot de deelnemer die partij is bij een
                                geding waarbij de bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, oefent
                                de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in
                                het vierdelid genoemde bevoegdheid uit.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als ook de plaatsvervangend voorzitter behoort tot een deelnemer die
                                partij is bij het in het vijfde lid bedoelde geding, wordt aan een
                                ander lid van het bestuur opgedragen om de
                                bedrijfsvoeringsorganisatie met betrekking tot dat geding te
                                vertegenwoordigen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtelijke organisatie bestaat in ieder geval uit een directeur
                                en een vervoerscentrale.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn
                                de arbeidsvoorwaarden van de gemeente Lochem van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De directeur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directeur is het hoofd van de ambtelijke organisatie en fungeert
                                als ambtelijk secretaris voor het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directeur staat het bestuur en de voorzitterbij de uitoefening
                                van hun taak met raad en daad terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directeur heeft in de vergadering van het bestuur een adviserende
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directeur is lid van het ambtelijk overleg basismobiliteit en het
                                ontwikkelteam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De dagelijkse leiding van de bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij
                                de directeur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan
                                het bestuur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bestuur regelt de vervanging van de directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vervoerscentrale</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vervoerscentrale is in ieder geval belast met het beheer en de
                                regie van de basismobiliteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder het beheer wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inkoop van het vervoer;</al></li><li nr="b."><al>het contractbeheer;</al></li><li nr="c."><al>de klachtenafhandeling;</al></li><li nr="d."><al>de monitoring van de kwaliteit van de basismobiliteit;</al></li><li nr="e."><al>de financiële afhandeling met zowel de reizigers en de
                                        vervoerders als de deelnemers en eventuele derden;</al></li><li nr="f."><al>de algemene informatievoorziening over het vervoersreglement
                                        en de vervoersalternatieven zoals het
                                        vrijwilligersvervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder regie wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzamelen van de vervoeraanvragen;</al></li><li nr="b."><al>het plannen van de ritten;</al></li><li nr="c."><al>het uitzetten van de ritten bij één of meer
                                        vervoerders;</al></li><li nr="d."><al>de zorg voor individueel reisadvies en individuele rit- en
                                        reisinformatie.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Begroting, jaarrekening, administratie en controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli voorafgaande aan het jaar
                                waarvoor deze geldt de begroting vast en zendt de begroting binnen
                                twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van
                                het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan
                                gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het jaar
                                waarvoor de begroting geldt, de kaders voor de begroting vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet
                                is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting
                                waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt
                                gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers wordt door het
                                bestuur vastgesteld met een meerderheid van ten minste tweederde van
                                het aantal stemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze te
                                geven over de berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verschuldigde bijdrage per deelnemer wordt jaarlijks in de
                                begroting opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemers betalen de bijdrage in maandelijkse voorschotten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De deelnemers dragen er zorg voor dat de bedrijfsvoeringsorganisatie
                                te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar
                                verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een eventuele provinciale bijdrage komt alleen ten goede aan de
                                deelnemer(s)in de betreffende provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het jaar
                                waarvoor de begroting geldt, de conceptjaarrekening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat
                                waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige
                                kaders en de conceptjaarrekening aan de gemeenteraden van de
                                deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een
                                verslag van bevindingen van de accountant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en
                                stelt haar vastvóór 1 juli volgende op het jaar waarop de
                                jaarrekening betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling
                                aan de gemeenteraden van de deelnemers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Definitieve bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt de door elk van de deelnemers over het
                                betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 20,
                                eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage
                                vindt plaats terstond na de in artikel 21, vierdelid, bedoelde
                                mededeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reservevorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt een algemene reserve en bestemmingsreserves in om
                                bedrijfsmatige risico’s op te vangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omvang van de reserves is gemaximeerd op 5% van de jaarlijkse
                                exploitatielasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur beslist of een nadelig saldo geheel of gedeeltelijk ten
                                laste van bestaande reserves zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in het tweede
                                lid of een batig saldo geheel of gedeeltelijk ten gunste van
                                bestaande reserves zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het batig saldo van enig jaar, zoals vastgesteld in de jaarrekening,
                                dat niet ten gunste van de bestaande reserves wordt gebracht, vloeit
                                terug naar de rechtspersonen van de deelnemers in de verhouding
                                waarin zij bijdragen aan de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie en verrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van
                                de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels
                                waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid,
                                verantwoording en controle wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de
                                aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393
                                van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de
                                jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat
                                behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de
                                vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van
                                rechtmatigheid en doelmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur stelt regels vast over de controle op de administratie
                                en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels waarborgen onder
                                meer dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en
                                het beheer worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Archief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de
                                    archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie, alsmede
                                    ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften
                                    van de gemeente Lochem van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen
                                    ten laste van de bedrijfsvoeringsorganisatie.</al></li><li nr="3."><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de
                                    Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is Lochem de
                                    archiefbewaarplaats.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuur is belast met de uitvoering van de zorg en het
                                    beheer als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe
                                deelnemers tot de regeling. Het bestuur wordt in de gelegenheid
                                gesteld hierover een zienswijze in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toetreding is mogelijk als ten minste tweederde van de deelnemers
                                daartoe besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemer kan uittreden uit de regeling, als voldaan is aan het
                                gestelde in artikel 10, derde lid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemer die uit wil treden, maakt na verkregen toestemming van
                                de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekende
                                brief kenbaar aan het bestuur en aan de overige deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten
                                minste één jaar in acht genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde brief wijst het
                                bestuur in overleg met de uittredende deelnemer een onafhankelijke
                                registeraccountant aan, aan wie de opdracht wordt verleend een
                                liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de
                                gemeenschappelijke regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in
                                ieder geval in de regeling van de personele gevolgen en de
                                liquiditeit van de bedrijfsvoeringsorganisatie als die wordt
                                voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het bestuur en de daarin
                                voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen
                                zijn bindend. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende
                                deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de
                                uittreding en dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van
                                de uittreding ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer
                                gehouden om binnen zes maanden na de vaststelling de daarin voor de
                                uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de
                                bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor
                                rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te
                                treden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in de vorige leden is, met uitzondering van het derde
                                lid, van overeenkomstige toepassing als de uittreding van een
                                deelnemer betrekking heeft op een deeltaak. Voor liquidatieplan moet
                                in dat geval deelliquidatieplan worden gelezen, waarbij het
                                deelliquidatieplan niet door een onafhankelijk registeraccountant
                                hoeft te worden opgesteld, als het bestuur en de uittredende
                                deelnemer het daarover eens zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Wijziging van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste
                                tweederde van de deelnemers daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers en het bestuur zijn bevoegd een wijziging van de
                                regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe
                                strekkend voorstel. Het bestuur zendt het voorstel aan de
                                deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van
                                artikel 20, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid
                                slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers
                                aan de regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste
                                tweederde van de deelnemers daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur stelt vooraf na overleg met de deelnemers het
                                liquidatieplan vast. Dit plan voorziet in een verdeling naar rato
                                van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting. Het plan
                                voorziet in ieder geval in de regeling van de personele
                                gevolgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo nodig blijft het bestuur na het tijdstip van opheffing in functie
                                totdat de liquidatie is voltooid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Klachten en geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><al>Om te voldoen aan de bepalingen in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de
                            Algemene wet bestuursrecht, sluit de bedrijfsvoeringsorganisatie zich
                            aan bij de Nationale ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geschillen</titel></kop><al>Voordat aan artikel 28 van de wet toepassing wordt gegevenspannen de
                            partijen zich tot het uiterste in het geschil in onderling overleg op te
                            lossen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Eerste aanwijzing bestuursleden</titel></kop><al>Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling
                            wijzen de deelnemers op grond van artikel 9 de leden en plaatsvervangend
                            leden van het bestuur aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Eerste begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de periode
                                die aanvangt op de dag waarop deze regeling in werking treedt, tot
                                het einde van het kalenderjaar, dan wel, wanneer het bestuur dit
                                bepaalt, tot het einde van het volgende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eerste jaarrekening heeft betrekking op de periode waarvoor de
                                eerste begroting geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op
                            die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is
                            gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de
                            wet bekend heeft gemaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling
                            Basismobiliteit.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door: </ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn in
                        de vergadering van 2 maart 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen in de
                        vergadering van 16 februari 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer in
                        de vergadering van 12 februari 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe in de
                        vergadering van 1 maart 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde in de
                        vergadering van 23 februari 2016</ondertekening><ondertekening> de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem in de
                        vergadering van 23 februari 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem in de
                        vergadering van 16 februari 2016 de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst in de
                        vergadering van 23 februari 2016 </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen in de
                        vergadering van 1 september 2015 de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>