<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397885_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015 nr. 126723</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2015.0476B</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rioolheffing 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al><vet>GM2015.0476B</vet></al><al/><al><vet>Verordening rioolheffing 201</vet><vet>6</vet></al><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>voorgenomen het voorstel van burgemeester en wethouders van
                        Geldrop-Mierlo </al><al>d.d. 21 september 2015;</al><al>overwegende, dat jaarlijks de belastingverordeningen voor het volgende
                        belastingjaar aangepast en vastgesteld worden op basis van het
                        begrotingsbeleid;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet
                        Milieubeheer;</al><al><vet>besluit :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                        riool</vet><vet>heffing</vet><vet>
                            20</vet><vet>1</vet><vet>6</vet><vet>. </vet></al><al>(Verordening rioolheffing 2016). </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                            daarvan;</al><al>b gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                            voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van
                            afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in
                            onderhoud bij de gemeente;</al><al>c verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                            betrekking heeft.</al><al>d water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                            grondwater;</al><al>e gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                            Milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                            bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                            en</al><al>b de inzameling en afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                            ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                            structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                            grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                            beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                            waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al><al>2 Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt:</al><al>a degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruikt;</al><al>b ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld
                            in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor
                            gebruik heeft afgestaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>1De belastingwordt geheven naar het aantal kubieke meters
                            water dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.</al><al>2 Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. </al><al>3 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><al> a watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                            afgelezen, of</al><al>b bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie
                            met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. </al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al><al>4 Voor zover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid, niet bekend
                            zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis
                            van het waterverbruik van vergelijkbare objecten.</al><al>5 De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar
                            niet is afgevoerd. Vermindering als gevolg van het besproeien van een
                            tuin of landerijen vindt niet plaats </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het belastingtarief bedraagt:</al><al>a bij een waterverbruik van 0 tot en met 200 m3 € 171,60;</al><al>b bij een waterverbruik van 201 m3 tot en met 500 m3 € 228,60;</al><al>c bij een waterverbruik van meer dan 500 m³ voor elke volle eenheid </al><al>van 500m³ of gedeelte daarvan per belastingjaar € 228,60.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden bij wege van een aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1De belastingen zijn verschuldigd bij het begin van het
                            belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al><al>2 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
                            van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belastingbedrag
                            als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al><al>3 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de
                            belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
                            ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                            verschuldigde belastingbedrag als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            eigendom in gebruik neemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al><al>Indien de aanslag in één keer wordt betaald, moet dit vóór de eerste
                            vervaldag.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of andere
                                    gemeentelijke heffingen, of als het aanslagbiljet maar één
                                    aanslag bevat, en zolang de verschuldigde bedragen door middel
                                    van automatische betalingsincasso kunnen worden geïnd, dat het
                                    totaalbedrag van het aanslagbiljet moet worden betaald in acht
                                    gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de
                                    laatste werkdag van de maand volgend op die welke in de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                    volgende termijnen een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste en tweede lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de rioolrechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1De ‘Verordening rioolrechten 2015’ van 3 november 2014, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                            die van de bekendmaking.</al><al>3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing 2016’. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>der gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 23 november 2015</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn B.H.M. Link</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>