<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397779_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws 2015, nr. 49</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB15.0101</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vervangt de Verordening op de raadscommissies 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al/><lijst><li nr="-"><al>commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="-"><al>fractie: de raadsleden die op dezelfde kandidatenlijst zijn
                                    verkozen of anderszins samen optreden als politieke groepering
                                    in de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel> Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie Maatschappelijke ontwikkeling;</al></li><li nr="b."><al>Commissie Bestuur en Middelen;</al></li><li nr="c."><al>Commissie Stadsontwikkeling en -beheer;</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie Maatschappelijke ontwikkeling adviseert en
                                overlegt over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="."><al>welzijn;</al></li><li nr="."><al>sociale zekerheid;</al></li><li nr="."><al>volksgezondheid;</al></li><li nr="."><al>wijkgericht werken;</al></li><li nr="."><al>onderwijs (inclusief volwasseneneducatie);</al></li><li nr="."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="."><al>sport- en jeugdzaken;</al></li><li nr="."><al>cultuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie Bestuur en Middelen adviseert en overlegt over de
                                volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="."><al>algemeen bestuurlijke zaken en bestuurlijke
                                        vernieuwing;</al></li><li nr="."><al>openbare orde en (integrale) veiligheid (Brandweer-
                                        Politiezaken);</al></li><li nr="."><al>personeel en organisatie;</al></li><li nr="."><al>communicatie;</al></li><li nr="."><al>onderzoek en statistiek;</al></li><li nr="."><al>juridische zaken;</al></li><li nr="."><al>financiën (inclusief Grondzaken); </al></li><li nr="."><al>economische zaken;</al></li><li nr="."><al>werkgelegenheid; </al></li><li nr="."><al>toerisme;</al></li><li nr="."><al>evenementen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie Stadsontwikkeling en -beheer adviseert en overlegt
                                over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="."><al>ruimtelijke ontwikkeling;</al></li><li nr="."><al>centrumontwikkeling;</al></li><li nr="."><al>ISV; </al></li><li nr="."><al>volkshuisvesting;</al></li><li nr="."><al>verkeer;</al></li><li nr="."><al>stadsbeheer; </al></li><li nr="."><al>milieu; </al></li><li nr="."><al>energiezaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat,
                                behandeld. Een onderwerp zal in die raadscommissie integraal worden
                                behandeld, zowel het kader van beleid als de inzet van middelen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie:</al><lijst><li nr="a."><al>brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar
                                    werkzaamheden betrekking hebben;</al></li><li nr="b."><al>kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan
                                    bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al>voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                                    geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                    bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit maximaal twee zetels per
                                    fractie.</al></li><li nr="2."><al>De leden voor deze zetels worden door de raad op voordracht van
                                    de fracties benoemd.</al></li><li nr="3."><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen
                                    10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></li><li nr="4."><al>De leden die als niet-raadslid voor de commissie worden benoemd,
                                    dienen bij de laatstgehouden raadsverkiezingen wel verkiesbaar
                                    te zijn geweest, en wel geplaatst op een kandidatenlijst van een
                                    fractie.</al></li><li nr="5."><al>Een fractie mag maximaal vijf niet-raadsleden als commissielid
                                    voordragen.</al></li><li nr="6."><al>Een afgesplitste fractie van één raadslid mag maximaal twee
                                    commissieleden voordragen; een afgesplitste fractie van twee
                                    raadsleden mag maximaal één commissielid voordragen; een fractie
                                    van drie of meer afgesplitste raadsleden mag géén commissieleden
                                    voordragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het voorzitterschap van de drie commissies wordt een poule
                                    gevormd van zes personen, door de raad uit zijn midden te
                                    benoemen.</al></li><li nr="2."><al>Om de affiniteit met een raadscommissie te bevorderen worden
                                    vanuit de poule aan elk van de drie raadscommissies twee vaste
                                    personen gekoppeld die om en om het voorzitterschap van de
                                    desbetreffende commissie voor hun rekening nemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt
                                    in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de
                                    raad.</al></li><li nr="2."><al>Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan
                                    wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie
                                    die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. </al></li><li nr="4."><al>De raad kan haar commissievoorzitter ontslaan.</al></li><li nr="5."><al>Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde
                                    ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
                                    raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling
                                    in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></li><li nr="6."><al>Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                    raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al></li><li nr="7."><al>Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                    vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht
                                    van die fractie zijn benoemd van rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De commissiegriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie
                                    een medewerker van de griffie als commissiegriffier. </al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                    daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie.</al></li><li nr="4."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="5."><al>Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de
                                    commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen
                                    deelnemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                        plaats op de maandagen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de maandag van de vergadering een feestdag betreft
                                        wordt er op de daaropvolgende dinsdag vergaderd. </al></li><li nr="3."><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30
                                        uur en duren tot uiterlijk 21.30 uur en vinden plaats in het
                                        stadhuis.</al></li><li nr="4."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                        nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties
                                        schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></li><li nr="5."><al>In de schoolvakanties wordt niet vergaderd.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij voert hierover overleg met de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een agendacommissie.</al></li><li nr="2."><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de
                                        voorzitters van de raadscommissies en de raadsgriffier. De
                                        voorzitter van de raad is tevens voorzitter van de
                                        agendacommissie.</al></li><li nr="3."><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen
                                        van de agenda’s van de raadscommissies voordat de oproep als
                                        bedoeld in artikel 10 wordt verzonden. Tevens wordt
                                        aangegeven welke onderwerpen informerend, meningsvormend en
                                        adviserend zijn.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de
                                        gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van
                                        de agendacommissie.</al></li><li nr="5."><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                        agendacommissie.</al></li><li nr="6."><al>Afhankelijk van het onderwerp en ter beoordeling van de
                                        agendacommissie, wordt één specifieke commissievergadering
                                        te allen tijde digitaal geregistreerd en zowel in beeld als
                                        geluid uitgezonden via internet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep en voorlopige agenda</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De commissievoorzitter zendt ten minste twaalf dagen voor
                                        een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep
                                        en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken,
                                        met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid,
                                        van de Gemeentewet bedoelde stukken.</al></li><li nr="2."><al>Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 11 eerste
                                        lid wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende
                                        stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                        aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvullende agenda; vaststellen agenda</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het
                                        verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende
                                        voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken
                                        worden openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86,
                                        eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                        opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste
                                        lid onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                        commissieleden op verzoek inzage.</al></li><li nr="3."><al>Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de
                                        raadscommissie vastgesteld. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel
                                        onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij
                                        aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of
                                        advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke
                                        vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd
                                        wordt. </al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie de volgorde van behandeling van de
                                        agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden
                                        gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                                        op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                        gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de
                                        raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website
                                        van de gemeente geplaatst.</al></li><li nr="3."><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede
                                        lid onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                        commissieleden op verzoek inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door
                                aankondiging in het huis-aan-huisblad en door plaatsing op de
                                gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Ter vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van
                                        presentielijsten van vergaderingen.</al></li><li nr="2."><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de
                                        presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                        lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier
                                        door ondertekening vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                        hebbende <vet>fracties </vet>tegenwoordig is.</al></li><li nr="2."><al>Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                        geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een
                                        vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig
                                        uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het
                                        eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan
                                        echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de
                                        ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was
                                        belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de
                                        presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                        hebbende fracties tegenwoordig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                        presentielijst, de verslaglegging in geluid en, indien
                                        mogelijk, beeld en de besluitenlijst van de vergadering.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De verslaglegging van de vergaderingen worden via het
                                        Internet ter beschikking gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de
                                        raadscommissie op voorstel van de voorzitter of er een
                                        advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                        beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de
                                        inhoud van het advies. </al></li><li nr="4."><al>In het advies worden desgewenst de standpunten van alle
                                        fracties opgenomen.</al></li><li nr="5."><al>In het advies wordt gemotiveerd aangegeven of een onderwerp
                                        als hamerpunt of bespreekpunt op de raadsagenda komt,
                                        waarbij de bespreekpunten concreet worden opgenomen in het
                                        advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Stemmen in commissies</titel></kop><al>Indien sprake is van een stemming in de commissie heeft ieder
                                aanwezig lid één stem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter
                                        afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal
                                        het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over
                                        hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd,
                                        wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                        orde.</al></li><li nr="5."><al>In de eerste termijn vinden geen interrupties plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Voor de vergaderingen geldt geen spreektijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen
                                deelnemen aan de beraadslagin</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers
                                        gezamenlijk gedurende maximaal vijftien minuten het woord
                                        voeren over geagendeerde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar en beroep openstaat of heeft
                                                opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                                van personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de
                                        griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                        telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                        voeren.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                        belang is van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens
                                        in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van
                                        de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan een
                                        commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                        verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie
                                        plaats tussen een inspreker en deelnemers van de
                                        vergadering.</al></li><li nr="7."><al>Een inspreker wordt in de gelegenheid gesteld voor een
                                        tweede termijn maximaal vijf minuten het woord te voeren,
                                        nadat de beraadslagingen in eerste termijn over het
                                        betreffende agendapunt zijn afgerond. De voorzitter verdeelt
                                        de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan
                                        drie insprekers zijn.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de
                                        behandeling van de inbreng van de burger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Actuele vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vragen dienen actueel te zijn en dienen kort en bondig
                                        geformuleerd te worden.</al></li><li nr="2."><al>Het commissielid dat de vragen wil stellen, meldt dit onder
                                        vermelding van het onderwerp en betreffende raadscommissie,
                                        uiterlijk op de dag van vergadering voor 12.00 uur bij de
                                        griffie.</al></li><li nr="3."><al>De actuele vraag wordt in de betreffende raadscommissie als
                                        laatste agendapunt behandeld.</al></li><li nr="4."><al>De actuele vragenronde duurt niet langer dan 10
                                        minuten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Agenderingsverzoek derden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingezetenen en belanghebbenden kunnen een verzoek tot
                                        agendering van een onderwerp in een commissievergadering
                                        indienen. </al></li><li nr="2."><al>Het onderwerp als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de
                                        volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp behoort tot de bevoegdheid van het
                                                gemeentebestuur; </al></li><li nr="b."><al>het onderwerp betreft niet een aangelegenheid die
                                                onderdeel is van een beroeps- of bezwaarprocedure;
                                            </al></li><li nr="c."><al>het onderwerp betreft geen gedraging waarover een
                                                klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                                bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></li><li nr="d."><al>het onderwerp betreft niet een recent door het
                                                college van burgemeester en wethouders afgewezen
                                                verzoek. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Een agenderingsverzoek als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        tenminste drie weken voorafgaand aan de beoogde
                                        commissievergadering ingediend bij de griffier. </al></li><li nr="4."><al>De griffier legt het agenderingsverzoek zo spoedig mogelijk
                                        met een advies voor aan de agendacommissie. </al></li><li nr="5."><al>De griffier brengt het agenderingsverzoek ter informatie of
                                        ter voorbereiding onder de aandacht van het college van
                                        burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="6."><al>De agendacommissie toetst het verzoek aan de voorwaarden
                                        genoemd onder lid 1 en lid 2 en beoordeeld of de beoogde
                                        vergadering voldoende ruimte biedt voor agendering. Als de
                                        beoogde commissievergadering onvoldoende ruimte biedt, biedt
                                        de agendacommissie een alternatief aan voor een spoedige
                                        behandeling van het onderwerp. </al></li><li nr="7."><al>De portefeuillehouder of diens vervanger is aanwezig bij de
                                        behandeling van het onderwerp in de commissievergadering.
                                    </al></li><li nr="8."><al>De commissievoorzitter doet in de vergadering aan de
                                        commissie een voorstel voor de behandeling van het
                                        onderwerp. </al></li><li nr="9."><al>De indiener van het verzoek voert in de commissievergadering
                                        het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. </al></li><li nr="10."><al>De griffier draagt zorg voor de communicatie met de
                                        indiener. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Handhaving orde en schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde
                                        in de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
                                        dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                                        belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                        ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
                                        aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering
                                        onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem
                                        verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                        commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                                        toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                        door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening
                                        de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering
                                        sluiten.</al></li><li nr="4."><al>Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende
                                        of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
                                        behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
                                        interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren.
                                        Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het
                                        woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>De commissievoorzitter encommissieleden kunnen tijdens een
                                vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de
                                vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel><vet>Besloten vergaderingen</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Toepassing verordening op besloten vergaderingen</titel></kop><al>Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Verslag besloten vergadering</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag
                                        gemaakt. </al></li><li nr="2."><al>Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet
                                        verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter
                                        inzage gelegd bij de commissiegriffier.</al></li><li nr="3."><al>Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                        vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                        vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al
                                        dan niet openbaar maken van het verslag. </al></li><li nr="4."><al>De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter
                                        en de commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als
                                de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                                daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                                gevoerd.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                        vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                        andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.</al></li><li nr="3."><al>De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de
                                        vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt
                                        verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen
                                        vertrekken.</al></li><li nr="4."><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                        vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de
                                        toegang tot de vergadering te ontzeggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- of
                                beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de commissievoorzitter.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening op de raadscommissies 2014 wordt ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
                                    raadscommissies 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 16 november 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al><cursief>NB Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de
                        Modelverordening op de raadscommissies 2014 gemaakt zijn in gedachte. Als
                        een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze
                        toelichting mogelijk niet aan. Wel kan deze uiteraard als basis dienen voor
                        een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Bovendien worden enkel
                        die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Voor een goed
                        beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende
                        ledenbrief gelezen te worden.</cursief></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3. Taken</vet></al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van
                    de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In
                    het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. In het Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad 2014 is om dit te coördineren een agendacommissie
                    ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming
                    van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een
                    onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Samenstelling</vet></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van dit artikel voor
                    dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per
                        fractie[<cursief>, naar evenredigheid van het aantal zetels in de
                        raad</cursief>]. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens
                    blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de
                    raad. </al><al>De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties.
                    Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende
                    fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk
                    – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een
                    voorgedragen lid te weigeren als het betreft een “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet (zie verder de toelichting op het derde lid).</al><al>Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven
                    te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. [<cursief>De
                        niet-raadsleden moeten – in verband met de kenbaarheid en kiezerlegitimiteit
                        – wel tijdens de laatste raadsverkiezingen op [de kandidatenlijst van de
                        desbetreffende fractie <vet>OF </vet>een kandidatenlijst gestaan
                        hebben.</cursief>] </al><al>Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen
                    aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de
                    Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een
                    geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten
                    voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van
                    artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De
                    vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen
                    naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de
                    commissieleden benoemd worden.</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie is ervoor
                    gekozen dat de commissies flexibel kunnen worden bemenst. De leden per commissie
                    staan niet vast. Een ieder die aan de criteria voldoet en als lid is benoemd,
                    kan zitting nemen in een commissie naar keuze, met de restrictie dat per
                    commissie maximaal twee zetels per fractie kunnen worden ingevuld.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Voorzitter</vet></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen. </al><al>Het staat de raad echter vrij om te bepalen dat een raadscommissie de
                    (plaatsvervangende) voorzitter benoemt. Gelet op de belangrijke functie die de
                    raadscommissies ten opzichte van de raad vervult, ligt het wel in de rede dat de
                    raad de (plaatsvervangende) voorzitters benoemt. Ook kan er voor gekozen worden
                    om de voorzitters te laten benoemen door de raad en de plaatsvervangend
                    voorzitters door de raadscommissies. Met het oog op de vergaderfrequentie en de
                    daarmee gepaard gaande agendadruk is ervoor gekozen te komen tot een poule van 6
                    voorzitters. Deze zullen flexibel worden ingezet om de commissies voor te
                    zitten. </al><al>Op basis van het derde lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter)
                    geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de
                    voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn
                    tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie.
                    Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de
                    raadscommissie. Een andere keuze is echter ook denkbaar, de Gemeentewet verzet
                    zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend) voorzitter tevens lid van een
                    raadscommissie is. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid).</al><al/><al><vet>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</vet></al><al>De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de
                    zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt
                    derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien
                    een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en
                    indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Vergaderfrequentie</vet></al><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats. Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig
                    oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien een
                    raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik
                    maken van het zesde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen.
                    Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze modelverordening geen
                    bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid van de Gemeentewet, hierin voorziet.
                    In deze bepaling wordt artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                    toepassing verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van
                    de raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een
                    vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de
                    raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een
                    besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar
                    is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Agendacommissie en het vaststellen van de
                    vergaderingen</vet></al><al>De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering
                    van zaken [<cursief>in de raadscommissies en</cursief>] in de raad. De
                    agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee
                    bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met
                    jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn.
                    Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. (In Den Helder ligt deze taak bij
                    het presidium zie artikel 39 en artikel 40 van het Regelement van orde.) In het
                    geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling zal in deze
                    regeling zijn opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger
                    van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling (artikelen 16 en 18 van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de
                    vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad
                    voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke
                    regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil
                    meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant
                    voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan
                    leveren. </al><al>Naast gemeenschappelijke regelingen kan een gemeente ook vertegenwoordigd zijn
                    in ander organisaties (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli
                    kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een
                    raads- of commissievergadering. Zodat er informatie uitgewisseld kan worden
                    tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad.</al><al>Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te
                    bewaken. </al><al>De commissie stelt de agenda's van [<cursief>raadscommissies en</cursief>] de
                    raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda [<cursief>van een
                        raadscommissie en</cursief>] van de raad geschiedt bij de aanvang van de
                    betreffende vergadering.</al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter
                    in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg
                    pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij
                    vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op
                    de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het
                    aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de
                    raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde
                    functie.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Vergaderingen</vet></al><al><vet>Paragraaf 1. Voorbereidingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 10. Oproep en voorlopige agenda</vet></al><al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal
                    dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke
                    oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. Uiteraard is het
                    mogelijk, indien de raad dit wenst de stukken en oproep niet per post maar per
                    e-mail te versturen. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de
                    vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de
                    daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en
                    tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep
                    aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde
                    stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt
                    melding van gemaakt op de stukken. Deze kunnen worden ingezien bij de griffier
                    (artikel 12, derde lid).</al><al>Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurd door de agendacommissie. De
                    instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het artikel 9. </al><al/><al><vet>Artikel 11. Aanvullende agenda; vaststellen agenda</vet></al><al>In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om
                    ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                    op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na
                    het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en
                    stukken rondsturen. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en vijfde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom
                    worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                    ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen
                    de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom
                    worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de
                    raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op
                    verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Openbare kennisgeving</vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82,
                    vijfde lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
                    Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de
                    aankondiging van de vergadering wordt geplaatst. Indien de kennisgeving
                    uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te zijn, zie
                    artikel 3:12 juncto 2:14 van de Awb.</al><al/><al><vet>Paragraaf 2. Ter vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14. Presentielijst</vet></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de
                    niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Opening vergadering en quorum</vet></al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                        <vet>fracties </vet>aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan
                    worden vergaderd.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Advies</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al>Er dienen heldere argumenten te zijn om een voorstel als bespreekpunt voor de
                    raad te agenderen. De voorzitter dient duidelijk samen te vatten welke
                    debatonderwerpen er resteren voor behandeling in de raad. Als een enkele fractie
                    agendering als bespreekpunt wenst, dient te worden overwogen om het voorstel
                    toch als hamerpunt te agenderen voor de raad, waarbij deze fractie dan een
                    stemverklaring kan afleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Stemmen in commissies</vet></al><al>Op 9 april 2008 heeft het Ministerie van Binnenlandse zaken een brief verstuurd
                    over het systeem van gewogen stemmen in de raadscommissie. Hierin wordt
                    aangegeven dat de Gemeentewet er aan in de weg staat in de raadscommissies een
                    systeem van gewogen stemmen te hanteren. Gewogen stemming zou slechts mogelijk
                    zijn indien dit door de wetgever uitdrukkelijk zou zijn geregeld. Dat is nu niet
                    het geval. Een commissielid kan dan ook niet stemmen namens afwezige leden van
                    zijn fractie. In de raadscommissie geldt het principe “one man, one vote’.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Aantal spreektermijnen</vet></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 21. Deelname aan beraadslaging door anderen</vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                    raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is
                    uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                    functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het
                    gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en
                    de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond
                    van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard
                    hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere
                    spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over
                    de orde van de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 22. Spreekrecht burgers</vet></al><al>Bij de wijziging van de modelverordening in 2006 is er voor gekozen om het
                    spreekrecht uit het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad te halen en dit recht te versterken in de verordening
                    op de raadscommissies. Uit de praktijk kwamen namelijk steeds meer signalen dat
                    het inspreekrecht tijdens de raadsvergaderingen niet de goede manier was om
                    burgers te betrekken bij de besluitvorming.</al><al>Juist omdat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces
                    dat lang daarvoor al is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies)
                    is de kans klein dat de raad op dat moment - als reactie op het inspreken van
                    een burger - nog van richting verandert. De inspreekmogelijkheid van de burger
                    tijdens de raadsvergadering kan daarmee als "schijnspreekrecht" worden betiteld.
                    De mogelijkheid van burgers om tijdens de commissievergaderingen in te spreken
                    zou daarentegen beter benut kunnen worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans
                    laagdrempeliger en hebben meer mogelijkheden om met de inspreker in overleg te
                    gaan in een informele setting. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het
                    vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van de
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur.</al><al>Bij de wijzigingen in 2008 is het spreekrecht verder gedereguleerd door de
                    maximale spreektijd per onderwerp en per spreker niet uitdrukkelijk aan
                    termijnen te binden. Gemeenten kunnen afhankelijk van de lokale situatie hieraan
                    zelf een formele of praktische invulling geven.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures
                    die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten
                        over<vet> onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                        bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het
                        spreekrecht van burgers.</vet></al><al>Het is mogelijk om het spreekrecht te beperken tot die onderwerpen die op de
                    agenda van de raadscommissie staan. In het tweede lid dient dan toegevoegd te
                    worden; d. niet-geagendeerde onderwerpen. Het is een keuze van de raad of en hoe
                    zij het spreekrecht wil vormgeven. In het geval de burgers de mogelijkheid
                    hebben om een burgerinitiatief in te dienen ligt het wellicht meer voor de hand
                    om alleen spreekrecht toe te staan over geagendeerde onderwerpen. Burgers hebben
                    immers het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te
                    plaatsen. Indien er geen mogelijkheid is tot burgerinitiatief kan het
                    spreekrecht het instrument van de burger zijn om aandacht te vragen voor een
                    onderwerp. In dit geval ligt het voor de hand om dit instrument niet teveel in
                    te perken.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de
                    persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. Uiteraard kan, afhankelijk van
                    de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de commissiegriffier.
                    Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 24 uur aan te houden.
                    Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden
                    omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al><al>De raad kan er voor kiezen om burgers die inspreken een tweede termijn te geven.
                    Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per
                    burger worden aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste
                    instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus
                    moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst
                    is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.</al><al>In lid 7 is er voor gekozen een inspreker in de gelegenheid te stellen voor een
                    tweede termijn maximaal vijf minuten het woord te geven. De burger heeft op die
                    manier de mogelijkheid om te reageren. Dit geeft een actieve betrokkenheid van
                    de inspreker en voorkomt dat er bij de inspreker een onbevredigend gevoel blijft
                    hangen. Uiteraard is het de commissie die debatteert over de onderwerpen op de
                    agenda, maar het is een goede zaak de betrokkenheid van de burger in deze te
                    vergroten.</al><al/><al><vet>Artikel 24. Agenderingsverzoek derden</vet></al><al>1. Onder belanghebbenden worden in geval ook ondernemers, instellingen en
                    verenigingen in de gemeente verstaan. </al><al>2. Het te bespreken onderwerp behoort tot de invloedsfeer van de raad, het
                    college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Het is niet de
                    bedoeling dat de behandeling van een onderwerp in de commissievergadering een
                    lopende juridische procedure doorkruist. </al><al>3. Een drie weken termijn wordt nodig geacht voor een tijdige bediening van de
                    agendacommissie, de vakcommissies en eventuele voorbereidingen door het college
                    van burgemeester en wethouders. Het agenderingsverzoek dient te zijn ondertekend
                    door de indiener en wordt met de stukken voor de commissievergadering openbaar
                    gemaakt. </al><al>4. De griffier legt het verzoek als te doen gebruikelijk voor aan de
                    agendacommissie voorzien van een advies. Als de beoogde commissievergadering
                    onvoldoende mogelijkheden biedt voor agendering, wordt dit in het advies nader
                    toegelicht en voorzien van een alternatieve datum.</al><al>5. Het agenderingsverzoek wordt zo spoedig mogelijk onder de aandacht gebracht
                    van het college van burgemeester en wethouders. Hiermee wordt het college en dan
                    met name de verantwoordelijke wethouder in de gelegenheid gesteld zich hierop
                    desgewenst voor te bereiden of met een inhoudelijke bijdrage te komen. </al><al>6. De agendacommissie beoordeelt of de concept-agenda van de beoogde
                    commissievergadering voldoende ruimte biedt voor het ingediende
                    agenderingsverzoek. Als dit niet het geval is, doet de agendacommissie een
                    voorstel voor behandeling van het onderwerp. Uitgangspunt hierbij is een
                    spoedige behandeling. </al><al>7. Aanwezigheid van de betrokken portefeuillehouder(s) of diens vervanger(s) is
                    gewenst voor het desgewenst geven van een reactie op het onderwerp of het
                    beantwoorden van vragen vanuit de commissie. </al><al>8. Het onderwerp wordt bij voorkeur als eerste bespreekpunt geagendeerd voor de
                    commissievergadering. Bij vaststelling van de agenda doet de commissievoorzitter
                    een behandelvoorstel aan de commissie. Het is daarbij aan de commissie of de
                    indiener of anderen aan de beraadslagingen kunnen deelnemen (zie artikel 21). </al><al/><al><vet>Artikel 25. Handhaving orde en schorsing</vet></al><al>Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd
                    is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een
                    dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid
                    kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden
                    geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd
                    worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de
                    verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij
                    een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen
                    verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang
                    tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder
                    interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of
                    afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat
                    betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><al>Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun
                    mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat
                    artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van
                    raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Voorstellen van orde</vet></al><al>De commissievoorzitter enieder lid hebben te allen tijde het recht een
                    voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt
                    direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken
                    van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de
                    Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft
                    bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een
                    voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige
                    deelnemers aan de commissievergadering.</al><al/><al><vet>Paragraaf 3. Besloten vergaderingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 27. Toepassing verordening op besloten vergaderingen</vet></al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al><vet>Artikel 28. Verslag besloten vergadering</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de
                    Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk
                    verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in
                    casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het
                    tweede lid van deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter
                    inzage ligt bij de commissiegriffier.</al><al/><al><vet>Artikel 29. Opheffing geheimhouding</vet></al><al>De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt,
                    opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan
                    het principe van hoor en wederhoor.</al><al/><al><vet>Paragraaf 4. Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><vet>Artikel 30. Toehoorders en pers</vet></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid van dit
                    artikel voorziet hierin.</al><al/><al><vet>Artikel 31. Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>