<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397745_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 02-03-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 16, 82, 83 en 84 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Corsanummer 2015.12430</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
            gemeente Nuenen c.a. 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Onderwerp: het vaststellen van het Reglement van orde voor de
                            vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a.
                            2016</vet>.</al><al>De raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al>Gezien het voorstel van het presidium; </al><al>Gelet op de artikelen 16, 82, 83 en 84 in de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>Vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens waarnemer;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een
                                    ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een
                                    aanhangig amendement;</al></li><li nr="d."><al>motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel;</al></li><li nr="f."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="g."><al>burgercommissielid: niet raadslid. De artikelen 10, 11, 12, 13
                                    en 15 van de Gemeentewet zijn op hem overeenkomstig van
                                    toepassing;</al></li><li nr="h."><al>commissievergadering: vergadering die de besluitvorming van de
                                    Raad voorbereidt;</al></li><li nr="i."><al>vergadering: waar in dit reglement vergadering staat wordt
                                    raadsvergadering bedoeld;</al></li><li nr="j."><al>informatieve bijeenkomst: bijeenkomst waarin informatief dan wel
                                    opiniërend (zie ook de uitleg van de term onder sub k)over een
                                    onderwerp gesproken wordt;</al></li><li nr="k."><al>opiniërend: het vrijblijvend geven van een mening of oordeel
                                    staat centraal, advies- of besluitvorming is nog niet aan de
                                    orde.</al></li><li nr="l."><al>centraal stembureau: hoofdstembureau in een gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de
                                        fractievoorzitters<onderstreept>.
                                        </onderstreept><onderstreept>De </onderstreept>griffier is
                                    in elke vergadering van het presidium aanwezig. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij
                                    afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Elke fractievoorzitter heeft één
                                    stem in het presidium.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al> Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn
                                    vergaderingen.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het presidium is belast met de agendering voor de raad.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium heeft als taak procesaanbevelingen te doen aan de
                                    raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en
                                    van zijn commissies.</al></li><li nr="7."><al>De vergaderingen van het presidium vinden in beslotenheid
                                    plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad heeft een seniorenconvent. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de
                                fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het
                                seniorenconvent aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het seniorenconvent heeft tot taak om onder strikte geheimhouding,
                                in het geval van calamiteiten, zaken van vertrouwelijke aard te
                                bespreken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergaderingen van het seniorenconvent vinden in beslotenheid
                                plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het seniorenconvent kunnen zich niet laten
                                vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het Reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                        opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad volgt voor het waarnemend raadsvoorzitterschap de
                                Gemeentewet en indien gewenst benoemdde raad uit zijn midden één of
                                meer waarnemend voorzitters.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het
                                presidium en het seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen
                                in de raadsvergadering deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden /
                                burgercommissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie
                                in bestaande uit drie raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking
                                hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek advies uit aan de raad over de
                                toelating van de nieuwe benoemde raadsleden tot de raad. Indien van
                                toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in
                                dit advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt na de raadsverkiezingen, in de laatste raadsvergadering in
                                oude samenstelling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden
                                op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld
                                in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                                verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over
                                diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring
                                en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Niet-raadsleden, de burgercommissieleden, worden door de raad
                                benoemd en leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie een
                                eed of verklaring en belofte af ten overstaan van de voorzitter.
                                Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige
                                toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen
                                “raadscommissie”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Benoemingsprocedure wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder stelt de voorzitter een commissie
                                in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meer
                                wethouders en de raad hierover adviseert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze commissie bestaat uit drie raadsleden. Bij tussentijdse
                                benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid
                                zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat
                                wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt
                                deze voorwaarde losgelaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kandidaat wethouder verstrekt de documenten en informatie die
                                nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te
                                verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle
                                overige door hem in dat verband relevant geachte informatie aan de
                                commissie kenbaar. Onder deze documenten bevinden zich in ieder
                                geval een Verklaring omtrent het Gedrag (profiel politieke
                                ambtsdragers), een BKR-verklaring en de uitkomsten van het
                                screeningsonderzoek integriteit kandidaat wethouders. De opdracht
                                voor dit screeningsonderzoek wordt door de voorzitter gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie toetst de van de kandidaat ontvangen documenten en
                                informatie aan de hand van in elk geval een vijftal
                                voorschriften:</al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 35, 36a, 10 en 41 Gemeentewet
                                        (benoembaarheidsvereisten);</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties);</al></li><li nr="-"><al>artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies);</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 41c, 15 en 46 (onverenigbare of verboden
                                        handelingen);</al></li><li nr="-"><al>gedragscode gemeenteraad van Nuenen c.a.;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten
                                en aangedragen informatie mondeling toe te lichten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare
                                vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een
                                advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de
                                voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in
                                zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Fracties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                                fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als geen aanduiding
                                boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de
                                eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze
                                fractie in de raad zal voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo
                                spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3
                                van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende
                                raadsvergadering.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Raadsvergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijd en plaats van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering van de raad vindt plaats op de donderdag en wordt
                                    gehouden in de raadzaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergadering begint in principe om 19.30 uur en eindigt
                                    uiterlijk om 23.00 uur. Indien de agenda van de vergadering om
                                    23.00 uur niet is afgerond, dan kan de raad besluiten een
                                    vervolg van de vergadering plaatsvindt op de eerste volgende
                                    vrijdag, vanaf 18.00 uur in de commissiekamer van het
                                    gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg in het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorlopige agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste vijf werkdagen voor een
                                    raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke uitnodiging en
                                    de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een agenda als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt
                                    opgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo
                                    spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de
                                    raadsvergadering aan de leden gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanvullende agenda; vaststellen van de agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze
                                    wordt met de daarbij behorende stukken openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als omtrent de inhoud van de stukken op grond van artikel 25,
                                    eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                    opgelegd, blijven de stukken in afwijking van het eerste lid
                                    onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden
                                    op verzoek inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de
                                    raad vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke uitnodiging
                                    worden op het gemeentehuis ter inzage gelegd, de stukken die ter
                                    toelichting dienen voor de onderwerpen of voorstellen op de
                                    agenda. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de leden van de raad
                                    en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze ter beschikking worden gesteld middels
                                    plaatsing op de website van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                    van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste en derde lid, onder
                                    berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op
                                    verzoek inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door
                                aankondiging in een huis-aan-huisblad. Daarnaast worden op de
                                gemeentelijke website aandacht besteed aan de
                                raadsvergaderingen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Ter vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats. De zitplaatsen worden, indien mogelijk na
                                    overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe
                                    zittingsperiode, door de voorzitter aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering
                                    zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad volgens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming en beraadslagingen.</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lidvan de raad de hoofdelijke stemming
                                en de beraadslagingen zullen beginnen. Daartoe wordt bij loting een
                                volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde
                                lid begint de hoofdelijke stemming en de beraadslagingen. Vervolgens
                                wordt de volgorde van de presentielijst gevolgd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige burgers het woord
                                    voeren. De maximale spreektijd voor alle agendapunten tezamen is
                                    dertig minuten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vragenhalfuur</al></li><li nr="b."><al>vaststellen van de agenda</al></li><li nr="c."><al>vaststellen besluitenlijst</al></li><li nr="d."><al>ingekomen stukken</al></li><li nr="e."><al>moties en amendementen</al></li><li nr="f."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt
                                    daarbij zijn naam, eventueel het (email)adres en/ of
                                    telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding
                                    voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt.
                                    De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                    als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. Na de spreektijd kan elke fractie aan de inspreker één
                                    aanvullende vraag stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>De wethouders</titel></kop><al>De wethouders kunnen bij de beraadslagingen aanwezig zijn en, indien
                                door de leden, de voorzitter of door hen gewenst, aan de
                                beraadslagingen deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de
                                vergadering aanwezig te laten zijn endeel te laten nemen aan de
                                beraadslagingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig
                                moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Raadsleden mogen in een termijn eenmaal het woord voeren over
                                    hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een
                                    amendement, subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel
                                    heeft ingediend, ten aan zien van de beraadslaging over het door
                                    dat raadslid ingediende.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde
                                    onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                    meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van
                                    de leden en de overige aanwezigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over het voorstel beslist de raad direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
                                            nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel op een andere manier de orde verstoort, wordt hij door de
                                    voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker,
                                    hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter de raad voorstellen
                                    om hem gedurende de beraadslagingen over het aanhangige
                                    onderwerp het woord te ontzeggen. Over dit voorstel beslist de
                                    raad direct.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn
                                    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                    niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                    vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                    verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                    voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
                                    worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    bepaalde tijd schorsen. Als na heropening de orde opnieuw wordt
                                    verstoord kan hij de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf de
                                    spreekplaats of van hun zitplaats en richten zich tot de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van de raad voert het woord nadat dit aan de voorzitter
                                    gevraagd is en verkregen is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De volgorde van sprekers wijzigt wanneer een lid van de raad het
                                    woord vraagt over de orde van de vergadering. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, kunnen raadsleden hun stemgedrag motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een
                                    onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad
                                    anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Stemming; procedure hoofdelijke stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is
                                    dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel
                                    zonder stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen in de
                                    raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de
                                    besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of op grond van artikel 28 Gemeentewet niet aan de
                                    stemming hebben deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt,
                                    doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemmig roept de griffier de raadsleden bij naam
                                    op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor
                                    bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de
                                    oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                    raadslid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond
                                    van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raadsleden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of
                                    'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                    vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
                                    volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn
                                    vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag
                                    van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn
                                    vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de
                                    stemming.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de stemming bij handopsteken te
                                    laten plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee.
                                    Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Volgorde stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                    eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het
                                    voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het
                                    subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop
                                    dat betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                    voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde
                                    waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat
                                    het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                    stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als ten aanzien van een amendement de stemmen staken dan wordt
                                    het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
                                    vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.
                                    Zowel de beslissing over een amendement, het voorstel en een
                                    eventuele motie wordt uitgesteld tot de volgende
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen
                                    van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie
                                    leden tot stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau
                                    verstrekt stembureaubriefje in te leveren, tenzij zij
                                    overeenkomstig artikel 28 Gemeentewet niet aan de stemming deel
                                    behoren te nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat als gevolg van het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de griffier een van de briefjes uit de
                                    stembokaal en overhandigt deze aan de voorzitter. Degene wiens
                                    naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Verslaglegging; ingekomen stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van de
                                        raadsvergadering.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De besluitenlijst bevat in ieder geval:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>a.De namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en
                                        de raadsleden, allen voor zoveraanwezig, alsmede van overige
                                        personen die het woord gevoerd hebben;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>b. Een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>c. Vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn
                                        geweest; </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>d. Vermelding van een stemverklaring; </al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>e. Een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                        leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de
                                        namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet
                                        van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van
                                        hun stem hebben vergist;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>f. Een vermelding van de ter vergadering ingediende
                                        voorstellen van orde, moties, amendementen en
                                        subamendementen;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al> g. Bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                        hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het
                                        bepaalde in artikel 21door de raad is toegestaan deel te
                                        nemen aan de beraadslagingen.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De conceptbesluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering
                                        wordt in principe aan de leden van de raad toegezonden
                                        gelijktijdig met de aankondiging van de eerst volgende
                                        raadsvergadering. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Een voorstel tot verandering
                                        dient voorafgaand aan de vergadering schriftelijk te worden
                                        ingediend bij de griffier.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De besluitenlijst wordt in principe in de
                                        eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze door de
                                        voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="6."><al> Voor zover de aard en de inhoud van de
                                        besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de
                                        besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering
                                        openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke
                                        wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage
                                    gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad, op
                                    voorstel van de voorzitter, de wijze van afdoening van de
                                    ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Besloten vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Toepassing reglement op besloten vergaderingen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering is dit reglement van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Besluitenlijst besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                    verspreid, maar wordt uitsluitend voor de raadsleden ter inzage
                                    gelegd bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van deze besluitenlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad in
                                    overeenstemming met artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet
                                    of over de inhoud van de stukken en het verhandelde
                                    geheimhouding zal gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel
                                55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als
                                het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                                daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                                overleg gevoerd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.</nr><titel>Mobiele apparatuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                    raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of
                                beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Gebruik mobiele apparatuur</titel></kop><al>Tijdens de raadsvergadering geldt voor een ieder dat het zakelijk
                                gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is
                                toegestaan, voor zover dit gebruik strikt noodzakelijk is voor het
                                deelnemen aan en het bijwonen van de vergadering, waarbij privé
                                gebruik in principe niet wordt toegestaan. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bevoegdheden, instrumenten raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Amendementen en subamendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten
                                van de beraadslagingen van het voorstel waar deze betrekking op
                                hebben in bij de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen en
                                subamendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de
                                presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement op elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking door de indiener van het amendement of subamendement is
                                mogelijk totdat de besluitvorming door de raad is afgerond.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de besluitvorming wordt het college in de gelegenheid gesteld
                                om zienswijze over het (sub)amendement kenbaar te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen moties schriftelijk en ondertekend in bij de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de
                                beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de
                                besluitvorming door de raad is afgerond.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de besluitvorming wordt het college in de gelegenheid gesteld
                                om zienswijze over een motie kenbaar te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk en
                                    ondertekend in bij de voorzitter waarna het voorstel op de
                                    agenda van de eerst volgende presidiumagenda wordt
                                    geplaatst.</al><al/></li><li nr="2."><al>Na de indiening van het voorstel heeft het college de
                                    mogelijkheid om binnen 14 werkdagen hun wensen en bedenkingen
                                    over het initiatiefvoorstel ter kennisgeving te brengen aan de
                                    raad. De griffier draagt zorg voor de toezending richting het
                                    college.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het
                                    initiatiefvoorstel wordt eerst geagendeerd in het
                                    raadspresidium, waarbij ook de wensen en bedenkingen van het
                                    college kunnen worden meegenomen. Het raadspresidium beslist
                                    hierbij over agendering van het voorstel. </al><al/></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De gemeenteraad neemt geen besluit inzake het initiatiefvoorstel
                                    totdat het college in de gelegenheid is gesteld hun wensen en
                                    bedenkingen kenbaar te maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden
                                ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47.</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de raadsvergadering is er een vragenhalfuur tenzij er bij de
                                voorzitter geen vragen zijn ingediend. Tijdens dit half uur kunnen
                                leden van de raad vragen stellen aan het college. Mocht de
                                behandeling niet binnen een half uur zijn afgerond dan kan de raad
                                besluiten de behandeling af te ronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van
                                het onderwerp uiterlijk tot 17.00 uur voorafgaand aan de werkdag van
                                de raadsvergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren
                                een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen
                                indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven
                                of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan
                                de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meerdere vragen aan het college of de burgemeester te stellen en
                                een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om één aanvullende vraag te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of
                                    burgemeester in bij de voorzitter. Schriftelijke vragen worden
                                    kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een
                                    toelichting worden voorzien.</al><al/></li><li nr="2."><al>De vragen worden schriftelijk en getekend aangeleverd bij de
                                    griffier. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het
                                    college en de burgemeester worden gebracht.</al><al/></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig werkdagen nadat de vragen zijn
                                    ingediend.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="4."><al> Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden,
                                    stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan
                                    gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                                    waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt
                                    behandeld als een antwoord.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                    tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.</al><al/></li><li nr="6."><al>De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende commissievergadering, waar de desbetreffende
                                    vragen op de agenda zijn geplaatst, één nadere vraag stellen
                                    over door het college gegeven antwoord, tenzij desbetreffende
                                    commissie anders beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                                schriftelijk in bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                                kennis aan de overige raadsleden en het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                raadsvergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raadsleden dienen verzoeken tot houden van een interpellatiedebat
                                schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd
                                evenals de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor aanvang van de raadsvergadering ingediend waardoor het
                                verzoek in de eerst volgende raadsvergadering aan de orde wordt
                                gesteld. In alle andere gevallen komt het verzoek in een daarop
                                volgende raadsvergadering aan de orde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na indiening van het verzoek wordt bij de vaststelling van de agenda
                                het verzoek in stemming gebracht. Toestemming tot het houden van de
                                interpellatie wordt verleend indien het verzoek na stemming wordt
                                gesteund door ten minste 1/3 deel van alle raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium,
                            vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, evenals de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het presidium, vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                    werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a.,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 20 mei 2010, wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Dit reglement treedt in werking op de dag na die van
                                    publicatie.</al></li><li nr="3."><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de
                                    gemeenten Nuenen c.a. 2016</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering d.d. 18 februari 2016.</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>M.J. Houben MBA,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>M.C.P. Laurenssen,</ondertekening><ondertekening>de griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel/></kop><tussenkop>Toelichting Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad gemeente Nuenen c.a. 2016</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Onder 'aanhangig' wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnde. De
                    omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als
                    in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet. </al><tussenkop>Artikel 2. Het presidium </tussenkop><al>Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol die zich richt op het
                    vaststellen van de voorlopige agenda. Uit praktisch oogpunt is er voor gekozen
                    om de regie van enkele intern/organisatorische kwesties bij het presidium neer
                    te leggen. </al><al/><al>In lid 6 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet
                    aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn
                    commissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het
                    Reglement van orde, vastleggen van het vergaderschema voor de raad,
                    aanbevelingen doen aan de raad ter bevordering van het dualiseringsproces etc.
                    Men dient er echter wel voor te waken dat er binnen de raad geen nieuw
                    bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen in strijd is met de Grondwet. Het
                    primaat t.a.v. inhoudelijke zaken is expliciet bij de raad gelegd (artikel 125
                    lid 1 Grondwet).</al><al/><al>Lid 3 gaat over de stemverhouding in het presidium. In principe wordt in het
                    presidium niet gestemd en staat het vinden van een gemeenschappelijke deler
                    centraal. Het kan voorkomen dat meningen geteld moeten worden om tot een
                    oplossing te komen en dan heeft elke fractievoorzitter één stem, ongeacht het
                    aantal zetels in de gemeenteraad. Daarnaast wordt met een stem bedoeld het </al><al>inventariseren van gevoelens en meningen over procesvoorstellen en gaat het niet
                    over inhoudelijke zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een
                    stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van
                    minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan die de
                    betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. Voor extra
                    uitleg over de werkwijze van het Presidium wordt verwezen naar de memo Presidium
                    “Nieuwe Stijl”, corsanummer 2015.01518. De belangrijkste wijziging is dat er een
                    onderscheid wordt gemaakt tussen een regulier</al><al>Presidium en een agenda Presidium. </al><al/><al>De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig, omdat de
                    griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Seniorenconvent.</tussenkop><al>Het artikel geeft aan dat het seniorenconvent bij hoge uitzondering en in geval
                    van urgentie onder strikte geheimhouding bijeen wordt geroepen. Voor de sluiting
                    van het seniorenconvent worden er nadere afspraken gemaakt in het kader van de
                    geheimhouding. </al><al/><tussenkop>Artikel 4. De voorzitter</tussenkop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. </al><al>In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                    raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de
                    burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in
                    jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad
                    altijd de mogelijkheid zelf te besluiten een andere raadslid tot waarnemer te
                    benoemen. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de
                    Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter
                    zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. </al><al/><tussenkop>Artikel 5. De griffier</tussenkop><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De
                    griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad.
                    De griffier of zijn plaatsvervanger zijn in elke vergadering van de raad
                    aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt
                    (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling
                    opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het
                    derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de
                    griffier aan de beraadslaging. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders;
                    fracties</tussenkop><tussenkop>Artikel 6. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden/</tussenkop><tussenkop>burgercommissieleden</tussenkop><tussenkop>Vooraf</tussenkop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit
                    benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                    benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2
                    Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan
                    de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om
                    als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een
                    ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een
                    uittreksel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien
                    niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van
                    artikel 10, lid 2 Gemeentewet </al><al>(artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare
                    vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15,
                    derde lid Gemeentewet) betrokken worden. De commissie welke de geloofsbrieven
                    onderzoekt brengt verslag uit aan de raad. Dit kan zowel mondeling als
                        schriftelijk<cursief>.</cursief></al><al/><tussenkop>Eerste en tweede lid</tussenkop><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht. Het
                    onderzoek van de geloofsbrieven vindt plaats na de benoeming door de voorzitter
                    van het centraal stembureau, maar voor de beëdiging van de in </al><al>de raadsvergadering. </al><al/><tussenkop>Derde en vierde lid</tussenkop><al>De commissie brengt advies uit aan de raad. Het onderzoek van het proces verbaal
                    (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag)
                    gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na
                    de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het </al><al>proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten
                    en van de lijstverbindingen.</al><al/><al>Het vierde lid betreft de specifieke taak die de raad heeft na de
                    raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het
                    geloofsbrievenonderzoek namelijk een extra taak, zij adviseert de raad ook over
                    het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) </al><al>en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op
                    basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis
                    van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de
                    vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de
                    bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de
                    bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van
                    de gemeente of bij specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de
                    aanleiding tot het besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete
                    aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het
                    feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een
                    extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan.
                    Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de
                    onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld,
                    kan dit wel zijn.</al><al/><tussenkop>Vijfde en zesde lid</tussenkop><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er eenverschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                    raadsverkiezing leggen de raadsleden op de eerste vergadering van de </al><al>raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af. De voorzitter
                    zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling vindt de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend plaats aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid. De tekst van de eed of verklaring en
                    belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet
                    afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Zevende lid</tussenkop><al>Ook de burgercommissieleden worden benoemd door de raad en leggen voor de
                    uitoefening van hun functie in de raadsvergadering een eed of verklaring en
                    belofte af.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Benoemingsprocedure wethouders</tussenkop><al>Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder
                    geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan
                    een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst </al><al>worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar
                    met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en
                    41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een
                    commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. </al><al/><al>Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden
                    door een onafhankelijk bureau. De gedragscode politieke ambtsdragers speelt
                    hierbij en rol. Daarnaast wordt een verklaring omtrent het gedrag (VOG)
                    gevraagd. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit
                    profiel staat de integriteit van de kandidaat bestuurder centraal. Het is
                    mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure te laten uitvoeren. Ook zal de
                    kandidaat een BKR-verklaring moeten opvragen en overhandigen.</al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2
                    Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één
                    stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een </al><al>nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico.
                    Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of
                    dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. Fracties</tussenkop><tussenkop>Eerste en tweede lid</tussenkop><al>De Kieswet en de Gemeentewet kennen een dergelijk begrip niet. In de Gemeentewet
                    in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad
                    vertegenwoordigde groeperingen. </al><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                    worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
                    Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dat lid als een
                    afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de </al><al>vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had
                    staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op
                    de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een
                    fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een </al><al>dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding
                    mee.</al><al/><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de
                    fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit schriftelijk aan de
                    voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap </al><al>niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie
                    verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen
                    zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. </al><al>Dit alles wordt schriftelijk medegedeeld aan de voorzitter van de raad.
                    Daarnaast kan er sprake zijn van een tijdelijke wisseling in een fractie als
                    gevolg van ziekte en zwangerschap van een raadslid. </al><al>Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen.</al><al>Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke
                    titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27
                    van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de
                    raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is
                    bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of
                    instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn
                    stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de
                    kiezer heeft gekregen. De </al><al>volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van
                    fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.</al><al>Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook
                    niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor
                    ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                    zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te
                    veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen
                    heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                    splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit
                    over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad
                    is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling
                    is gedaan rekening te houden met de nieuwe </al><al>situatie.</al><al>Dit betekent ook dat:</al><lijst><li nr="-"><al>kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die
                            lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak
                            maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van
                            aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat
                            dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege het feit zij strijdig zijn met
                            de Gemeentewet en de Kieswet;</al></li><li nr="-"><al>personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap
                            niet verliezen;</al></li><li nr="-"><al>als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de
                            verlatende partij geen middelen heeftom het raadslid uit de raad te
                            weren.</al><al/></li></lijst><al>Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische
                    gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en –faciliteiten,
                    fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig
                    andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in </al><al>raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door
                    burgercommissieleden.</al><al>Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft
                    afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk
                    was gekozen (artikel P19 Kieswet).</al><al/><tussenkop>Vijfde lid</tussenkop><al>De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit
                    artikel G 3 van de Kieswet. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de
                    eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als
                    politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat
                    aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd wordt.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3. Raadsvergaderingen</tussenkop><al/><tussenkop>Paragraaf 1. Voorbereiding</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 9. Tijd en plaats van vergaderen</tussenkop><al>Als gevolg van artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                    daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of
                    indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met
                    opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de
                    voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel
                    mogelijk overleg pleegt met het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook
                    bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed
                    op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al><tussenkop>Artikel 10. Voorlopige agenda</tussenkop><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de
                    leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter tenminste zeven dagen voor een
                    vergadering aan de leden een schriftelijke uitnodiging stuurt, waarin de
                    vergadering wordt aangekondigd. De uitnodiging vermeldt de dag, tijdstip en
                    plaats van de vergadering. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst
                    de uitnodiging en de agenda met bijhorende stukken niet per post maar digitaal
                    beschikbaar worden gesteld.</al><al/><al>Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende
                    stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                    Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de uitnodiging aan de leden
                    worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, </al><al>bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd.
                    Hier wordt melding van gemaakt op de stukken.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Aanvullende agenda; vaststellen agenda</tussenkop><al>Het presidium bepaalt hoe de agenda eruit komt te zien. Het versturen van de
                    agenda en stukken is geregeld in artikel 10. Dit is echter een voorlopige
                    agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk
                    zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                    op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het
                    verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda met eventueel
                    bijhorende stukken rondsturen. Dit kan niet tot op het laatste moment, maar tot
                    uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering. </al><al/><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via hun
                    fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij
                    kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel </al><al>doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren.
                    Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed
                    uitoefenen op de vaststelling van de agenda.</al><al>Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld in
                    het geval van het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende
                    raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de
                    Gemeentewet niet van toepassing.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om alle stukken in te zien.
                    Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke
                    oproep ter inzage aangeboden.</al><al>Naast de fysieke ter inzage legging in het gemeentehuis, worden de relevante
                    stukken behorende bij de agenda op het digitale raadsinformatiesysteem geplaatst
                    en daarmee ook elektronisch ter inzage aangeboden. </al><al>Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
                    Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of
                    ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door
                    de overheidsorganen gecreëerde stukken of </al><al>ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor
                    overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s, verslag, (concept)adviezen en
                    magneetbanden verkrijgen de status van document in de zin van de Wob. Onder
                    stukken als bedoel in het derde lid van dit artikel worden verstaan: geheime
                    stukken.</al><al>Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waar voorlopige
                    geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan
                    de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden
                    overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak
                    gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt
                    dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de
                    voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter
                    inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage
                    aan hen verlenen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb). </al><al>In het Reglement van orde wordt niet expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws-
                    of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering van de raad wordt
                    geplaatst. Indien de gemeente wisselt van media moet ook het Reglement opnieuw
                    worden aangepast. Daarnaast biedt ook de Awb voorschriften.</al><al/><tussenkop>Paragraaf 2. Ter vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 14. Presentielijst</tussenkop><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen
                    op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het
                    vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het </al><al>stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom
                    stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze.
                    Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                    aanwezig was.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Zitplaatsen</tussenkop><al>De griffier is in elke vergadering aanwezig en heeft daarom een eigen zitplaats.
                    De voorzitter kan na overleg in het presidium de indeling herzien, indien
                    daartoe aanleiding bestaat. Naast het college van B&amp;W, kunnen ook andere
                    personen uitgenodigd worden om ter vergadering aanwezig te zijn. De </al><al>voorzitter is de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen te
                    zorgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. Opening vergadering; quorum</tussenkop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><al/><tussenkop>Artikel 17. Primus bij hoofdelijke stemming en
                    beraadslagingen</tussenkop><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering, ook na een eventuele schorsing. De beraadslagingen beginnen
                    eveneens bij de primus. Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, </al><al>bijvoorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de primus wordt
                    bepaald. </al><al/><tussenkop>Artikel 18. Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Tijdens de raadsvergadering mogen burgers inspreken. Over een aantal
                    agendapunten mag niet worden ingesproken. Deze zijn opgesomd onder lid 2. Dit
                    zijn vooral punten waar de raad ook niet over beraadslaagd.</al><al>Indien noodzakelijk kan de raad bepalen over een bepaald onderwerp een aparte
                    inspreekavond te organiseren waarbij de regels van het spreekrecht en daarmee de
                    regels inzake de vergaderorde van overeenkomstige toepassing zijn. De raad kan
                    echter wel nadere regels stellen, zoals het wel of niet inperken van het maximum
                    spreektijd per inspreker.</al><al/><tussenkop>Artikel 19. De wethouders</tussenkop><al>Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 21 Gemeentewet; de wethouder heeft
                    toegang tot de raadsvergadering en hij kan, ook als hij dat zelf wil, aan de
                    beraadslaging deelnemen. </al><al/><tussenkop>Artikel 20. De gemeentesecretaris</tussenkop><al>De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het
                    college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee
                    taken kan het tevens wenselijk zijn dat de gemeentesecretaris deelneemt aan de
                    beraadslagingen van de raad. De gemeentesecretaris wordt </al><al>benoemd en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de
                    gemeentesecretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal
                    het college moeten verzoeken of het college de gemeentesecretaris opdraagt in de
                    vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze
                    wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de
                    gemeentesecretaris bezit of kan de gemeentesecretaris bijvoorbeeld deelnemen aan
                    een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt
                    dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging
                    mag deelnemen.</al><al>De raad kan op de grond van artikel 5 bepalen dat de griffier deelneemt aan de
                    beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord
                    te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21,
                    eerste en tweede lid van de Gemeentewet. </al><al/><tussenkop>Artikel 22. Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. </al><al>Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit
                    behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder
                    antwoordt na de inbreng van de raadsleden in </al><al>de eerste en tweede termijn.</al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp.</al><al/><tussenkop>Artikel 23. Voorstellen van orde</tussenkop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, (artikel 32, lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
                    Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering. </al><al/><tussenkop>Artikel 24. Spreektijd</tussenkop><al>Ook tijdens de raadsvergadering kan een lid van de raad een voorstel doen tot
                    spreektijd.</al><al/><tussenkop>Artikel 25. Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat raadsleden vrijelijk kunnen spreken. Interrupties
                    zijn toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of
                    in het belang van de voortgang van de beraadslagingen bepaalt dat een spreker
                    zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. </al><al>Het tweede lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekking op de
                    wethouders, de gemeentesecretaris, de griffier of andere personen, die het woord
                    voeren. De voorzitter kan hen tot de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor
                    geven, kan hen het woord worden ontzegd.</al><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. Deze bevoegdheid staat weergegeven in lid 3.
                    Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen is een op
                    feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter. Dit is geen
                    besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Onder interruptie is overigens niet te
                    verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden
                    beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de
                    orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 40 van dit
                    reglement.</al><al/><tussenkop>Artikel 26. Spreekregels</tussenkop><al>Bij dit artikel is geen verdere toelichting vereist. </al><al/><tussenkop>Paragraaf 3. Stemmingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 27. Stemverklaring</tussenkop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden waar de stemming
                    begint.</al><al/><tussenkop>Artikel 28. Beslissing</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert
                    daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het
                    voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de </al><al>Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 29. Stemming; procedure hoofdelijke stemming</tussenkop><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten </al><al>overvloede wordt hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet,
                    welke een hoofdelijke stemming verplicht.</al><al>Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28
                    Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht te stemmen.
                    Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient
                    duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de </al><al>achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden.</al><al>Een raadslid moet in principe stemmen. Artikel 28 van de Gemeentewet geeft
                    enkele uitzonderingen wanneer een raadslid zich moet onthouden van stemmen. Er
                    bestaat veel onduidelijkheid over hetonthouden van stemmen. Daarom heeft ook de
                    bestuursrechtspraak zich met dit onderwerp bezig</al><al>gehouden.</al><al/><al>·Recente jurisprudentie inzake onthouden van stemming</al><al/><al>“Belangenverstrengeling” is een woord dat in menig raadszaal tot onduidelijkheid
                    en onthouden van stemmen leidt. Voorheen was daarvoor een aanwijsbare reden, in
                    de vorm van de uitspraak die de Afdeling bestuursrechtspraak (hierna: de
                    Afdeling) in 2002 deed in de casus-Winsum. Maar zowel in 2011 als in 2013 heeft
                    diezelfde Afdeling een aantal uitspraken gedaan die haaks staan op “Winsum”, en
                    die tot de conclusie leiden dan dat een raadslid juridisch geen enkele reden
                    (meer) heeft om zich van het uitbrengen van een stem te onthouden. </al><al/><al>-In ABRvS 22 juni 2011, overwoog de Afdeling dat een raadslid dat woonde en
                    werkte op eenbedrijventerrein een persoonlijk belang had bij de vaststelling van
                    een bestemmingsplan voor dat bedrijventerrein. De Afdeling oordeelde dat in
                    strijd was gehandeld met artikel 2:4 van de Awb, omdat naar derden de schijn is
                    gewekt dat het persoonlijke belang van invloed is geweest op de besluitvorming.
                    Daarbij speelde een rol dat het raadslid tijdens de vergadering van de raad
                    veelvuldig het woord heeft gevoerd en namens zijn fractie een aantal
                    amendementen heeft ingediend en voorgelezen die in feite tot gevolg hebben dat
                    een gunstiger woon- en leefklimaat ontstaat ter hoogte </al><al>van gronden van het betreffende raadslid. De Afdeling achtte niet van belang of
                    het raadslid daadwerkelijk het oogmerk had te bewerkstelligen een plan ten
                    gunste van zijn leefklimaat vast te stellen. Ook indien van de goede trouw van
                    het raadslid kan worden uitgegaan, kan de schijn vanbelangenverstrengeling zijn
                    gewekt. Ook het gegeven dat het raadslid niet bij alle amendementen een </al><al>doorslaggevende stem heeft gehad leidt niet tot een ander oordeel omdat, gelet
                    op het feit dat het raadslid veelvuldig het woord heeft gevoerd, niet kan worden
                    gesteld dat niet de schijn is gewekt dat hij invloed heeft gehad op de
                    besluitvorming.</al><al/><al>-In ABRvS 6 februari 2013, preciseert de Afdeling haar hiervoor vermelde
                    uitspraak van 22 juni 2011.</al><al>In de zaak die tot de uitspraak van 6 februari 2013 heeft geleid ging het om een
                    besluit van een gemeenteraad om een bestemmingsplan niet vast te stellen. Dat
                    besluit was genomen met de kleinst mogelijke meerderheid, waarbij een raadslid
                    die mogelijk belanghebbende was, tegen de vaststelling </al><al>van het plan had gestemd. De Afdeling oordeelde dat artikel 28 uit de
                    Gemeentewet strikt moet worden uitgelegd, omdat anders het fundamentele recht
                    van een raadslid om deel te nemen aan een stemming wordt ingeperkt. Uit de Awb
                    volgt dus niet dat in het algemeen kan worden geconcludeerd </al><al>dat een persoon die deel uitmaakt van een democratisch gekozen bestuursorgaan,
                    zoals de gemeenteraad, en die bij een besluit als belanghebbende kan worden
                    gezien, zich bij voorbaat zou moeten onthouden van deelname aan de
                    besluitvorming. Dit zou afbreuk doen aan de taak en de </al><al>fundamentele rechten van een gekozen volksvertegenwoordiger en daarmee aan het
                    democratisch proces.</al><al>De ABRvS heeft in aanvulling op het voorgaande overwogen dat er zich evenwel
                    bijkomende omstandigheden kunnen voordoen die maken dat de behartiging van het
                    persoonlijk belang van een raadslid zodanig aan de orde is bij het onderwerp van
                    de besluitvorming dat hij daaraan niet behoort deel te nemen. </al><al>Een raadslid moet in beginsel zijn stem uitbrengen, maar moet hiervan (bij
                    uitzondering) afzien als er bijkomende omstandigheden zijn die maken dat de
                    behartiging van zijn persoonlijk belang zodanig aan de orde is dat hij niet aan
                    de besluitvorming moet deelnemen. Maar een raadslid, en tevens belanghebbende,
                    hoeft niet bij voorbaat af te zien van het uitbrengen van zijn stem. Van een
                    onrechtmatig besluit is namelijk pas sprake als aannemelijk is, dat het
                    betreffende raadslid de besluitvorming daadwerkelijk heeft beïnvloed. </al><al>Wanneer heeft een raadslid met een persoonlijk belang zich hieraan schuldig
                    gemaakt? Als hij zich bijvoorbeeld in de discussie mengt, amendementen of moties
                    indient, zich in of buiten de fractie daadwerkelijk met de meningsvorming heeft
                    bezig gehouden dan wel door het ontplooien van </al><al>activiteiten die in het verlengde hiervan liggen. Anders gezegd: het raadslid
                    zal zich moeten beperken tot het uitbrengen van zijn stem “voor” of “tegen”. Van
                    onthouden van stemmen hoeft geen sprake te zijn. Een raadslid heeft zitting in
                    de gemeenteraad, en van hem mag en moet worden verwacht dat hij </al><al>zich bij het uitbrengen van zijn stem uitsluitend laat leiden door het algemeen
                    belang.</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt in het geval van staken
                    van de stemmen het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet
                    voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering
                    uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te
                    zijn aangenomen.</al><al>In gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de
                    openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt
                    aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt
                    meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond
                    van de Gemeentewet.</al><al>In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming.
                    Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering.</al><al/><tussenkop>Artikel 30. Volgorde stemming over amendementen en moties</tussenkop><al>Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen
                    een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de
                    stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging
                    van een voorgesteld besluit; over een motie </al><al>wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige
                    voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit
                    uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Bij het staken van
                    stemmen geldt artikel 32 van de Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 31. Stemming over personen</tussenkop><al>Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over
                    personen geheim dient te zijn. Het is mogelijk om met elektronische stemsystemen
                    te werken maar het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door
                    middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes.</al><al>Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld
                    stembriefje. In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening
                    gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje
                    telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt </al><al>of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk
                    ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. Maar
                    onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje kan worden verstaan:</al><lijst><li nr=""><al>a. een blanco ingevuld stembriefje; </al><al>b. een ondertekend stembriefje; </al><al>c. een stembriefje waarop meer dan één naam is ingevuld, tenzij de
                            stemming verschillende vacatures betreft. </al><al>d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                            betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al></li><li nr=""><al>e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die
                            waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst><tussenkop>Stemming over wethouders</tussenkop><al>Indien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake
                    van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd
                    wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot
                    benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot </al><al>de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is
                    beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet).
                    Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan
                    worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang.</al><al>Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de
                    naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de
                    voorgestelde personen, of die van een ander). Er is in dit geval geen sprake van
                    een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming mag derhalve
                    ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn voorgesteld: zij
                    kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen naam
                    invullen.</al><al>De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad
                    te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de
                    kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende
                    argumenten nog voor bovenstaande zienswijze:</al><al>-een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op
                    stemming wordenontnomen. Stel: partij X beveelt meneer A en meneer B aan als
                    wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben en niet mee mogen
                    stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee stemmen in de raad minder heeft.
                    Dat is onaanvaardbaar in het licht van de politieke verhoudingen;</al><al>-een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak over
                    voordracht, maar eenpersoon nomineren als wethouder staat niet gelijk aan een
                    voordracht;</al><al/><tussenkop>Voordracht/ benoeming/ aanbeveling</tussenkop><al>Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt.
                    Op het stembiljet wordt de naam van de te benoemen persoon (of personen in geval
                    van meerdere vacatures) met daarachter de opties 'voor' en 'tegen' vermeld.
                    Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat </al><al>voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de
                    raad bindend, op de stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen
                    perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. Bij
                    een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een </al><al>bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbevelingen afwijken. Het
                    betreft hier een zogenaamde vrije stemming (zie ook toelichting bij artikel 31).
                    Op de stembiljetten kunnen de namenvan de aanbevolen personen worden vermeld met
                    daarachter de opties 'voor' en 'tegen' én een vrije </al><al>ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden ingevuld. </al><al/><tussenkop>Artikel 32. Herstemming over personen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 33. Beslissing door het lot</tussenkop><al>In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van wat in artikel 31, derde
                    lid van de Gemeentewet is voorgeschreven</al><al/><tussenkop>Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken</tussenkop><tussenkop>Artikel 34. Besluitenlijst</tussenkop><al>Dit artikel regelt de wijze waarop de besluitenlijst wordt opgesteld en
                    vastgesteld. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting een
                    besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid Gemeentewet). De
                    griffier verleent de ambtelijke ondersteuning van de raad. Daarom is de griffier
                    aangewezen om voorstellen tot wijzigingen van het verslag in ontvangst te nemen,
                    het verslag op te stellen en deze, samen met de voorzitter, te ondertekenen. Het
                    is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt. Andere vormen van verslaglegging zijn ook mogelijk, zoals
                    een video-opname, waar ook de gemeente Nuenen c.a. gebruik van maakt.</al><al/><tussenkop>Artikel 35. Ingekomen stukken</tussenkop><al>Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld ter kennisneming,
                    in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie, doorsturen naar het
                    college etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan </al><al>de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot
                    inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te
                    worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad
                    komen in principe ook bij de raad binnen.</al><al>De mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk. De raad stelt op voorstel van
                    de voorzitter dewijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Deze taak kan
                    ook neergelegd worden bij het presidium. Bij de beantwoording van een
                    schriftelijk gestelde vraag kan de indiener ter verduidelijking één </al><al>aanvullende vraag stellen over het antwoord. Deze lijn geldt ook voor de rest
                    van de ingekomen stukken, zoals ook de RIB; elke fractie mag één aanvullende
                    vraag stellen. Een inhoudelijke discussie is hierbij ook niet aan de orde en kan
                    de voorzitter buiten de orde verklaren. De schriftelijke vragen en </al><al>de RIB’s worden geagendeerd voor desbetreffende commissievergadering, waarbij
                    het voorgaande van overeenkomstige toepassing is.</al><al/><tussenkop>Paragraaf 5. Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 36. Toepassing reglement op besloten vergaderingen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                    onder meer gedacht worden aan de bepalingen over het tijdig verzenden van
                    stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van </al><al>het verslag.</al><al>De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die
                    betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad
                    moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van
                    de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al/><tussenkop>Artikel 37. Besluitenlijst besloten vergadering</tussenkop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 38. Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 jo artikel 55 van de Gemeentewet noodzakelijk.</al><al/><tussenkop>Artikel 39. Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven
                    te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de
                    Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester </al><al>geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de commissie
                    heeft overgelegd. De commissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op
                    te heffen indien de burgemeester daar niet toe bereid is. In het onderhavige
                    artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                    gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><al>Op grond van artikel 25 gemeentewet, derde en vierde lid, kan geheimhouding
                    worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. De
                    opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad </al><al>overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn
                    eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft
                    van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.</al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het
                    orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de raad
                    overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de
                    raad de geheimhouding wil opheffen door deze niet de bekrachtigen.</al><al/><tussenkop>Paragraaf 6. Mobiele apparatuur</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 40. Toehoorders en pers</tussenkop><al>De hier aangegeven bepalingen worden wat betreft het handhaven van de orde
                    aangevuld door artikel 26 van de Gemeentewet. De voorzitter heeft de bevoegdheid
                    om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in
                    hun gedrag de toegang te ontzeggen.</al><al/><tussenkop>Artikel 41. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio-
                    en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het
                    geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden
                    worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden </al><al>daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te
                    geven dat publiek slechts van af een bepaalde afstand in beeld mag worden
                    gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd
                    mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers.</al><al/><tussenkop>Artikel 42. Gebruik mobiele apparatuur</tussenkop><al>Het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen kan storend
                    zijn tijdens de vergadering. Dit geldt voor een ieder die aanwezig is bij de
                    raadsvergadering, dus zowel de raadsleden, college als de aanwezige op de
                    publieke tribune. Het is een kwestie van etiquette om elkaar aan te spreken als
                    het gebruik van mobiele apparatuur storend werkt voor het verloop van de</al><al>raadsvergadering. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden </tussenkop><tussenkop>Artikel 43. Amendementen en subamendement</tussenkop><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in
                    dit artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht
                    een amendement te behandelen.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het </al><al>individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft
                    (geen drempelsteun). Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van
                    de raad reëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de
                    controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo
                    in staat gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende,
                    vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                    amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                    amendement weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                    (sub)amendement kan ingediend worden op een </al><al>voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement
                    vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties)
                    een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad
                    besluiten tot een derde termijn (artikel 22).</al><al/><tussenkop>Artikel 44. Moties</tussenkop><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                    gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                    om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                    het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of
                    om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat
                    op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
                    gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen
                    van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en
                    college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat
                    betreft de besluitvormingsprocedure over een motie wordt opgemerkt, dat over een
                    motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over
                    een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke
                    termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de
                    motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda
                    opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering </al><al>plaats. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil
                    zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat
                    ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen
                    staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en
                    controle door de raad.</al><al>In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie
                    van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te
                    hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie
                    van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet </al><al>opstapt, dient de raad actie te ondernemen.</al><al/><tussenkop>Artikel 45. Initiatiefvoorstellen</tussenkop><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar
                    raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter
                    behandeling in de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief
                    toegekend.</al><al>In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. De
                    Gemeentewet maakt onderscheid tussen initiatiefvoorstellen voor verordeningen en
                    overige initiatiefvoorstellen. Een initiatiefvoorstel moet echter altijd de
                    uitoefening van een raadsbevoegdheid betreffen en niet een bevoegdheid van het
                    college. Is dit laatste het geval dan is een motie het geijkte middel.</al><al>Een wijziging van de Gemeentewet is in deze aanstaande en inwerkingtreding is
                    voorzien voor februari 2016. De wijziging komt er op neer dat het college het
                    recht krijgt om door de raad in de gelegenheid te worden gesteld hun wensen en
                    bedenkingen over een initiatiefvoorstel kenbaar tekunnen maken richting de raad
                    voordat de raad in deze een besluit neemt. Tussen de indiening van het
                    initiatiefvoorstel en het uiteindelijk nemen van een raadsbesluit daarover, moet
                    het college de gelegenheid krijgen voor het geven van wensen en bedenkingen. Als
                    de wet zegt “het college” dan betekent dit, dat het college in zijn wekelijkse
                    vergadering hierover moet kunnen beraadslagen en besluiten. Dit kan niet tijdens
                    de raadsvergadering “in het voorbijgaan”. Dat is staatsrechtelijk niet correct,
                    aangezien de Gemeentewet bepalingen kent over het uitschrijven en houden van een
                    collegevergadering. Dit betekent onontkoombaar, dat een raadslid tijdens de
                    raadsvergadering </al><al>weliswaar een initiatiefvoorstel kan aankondigen, maar dat de raad daar tijdens
                    die vergadering geen besluit over kan nemen en deze ook niet direct in de
                    raadsvergadering zal behandelen. Het voorstel wordt daarom na indiening bij de
                    voorzitter naar het college verzonden teneinde het college in de </al><al>gelegenheid te stellen binnen 14 werkdagen wensen en bedenkingen naar voren te
                    brengen. Het initiatiefvoorstel en het bijhorende advies van het college worden
                    in principe tegelijkertijd geagendeerd voor de eerst volgende
                    presidiumvergadering zodat het presidium een integrale afweging kan maken </al><al>over de wijze van agendering. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de
                    versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de
                    raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine
                    fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik
                    van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder
                    belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van
                    drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve
                    uitoefening van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en </al><al>individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de
                    controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie.</al><al/><tussenkop>Artikel 46. Collegevoorstel</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is het
                    enige orgaan dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan
                    agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft
                    voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide </al><al>voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling
                    van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven.
                    Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De
                    raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel,
                    dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan
                    dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan het
                    presidium overlaten.</al><al/><tussenkop>Artikel 47. Vragenhalfuur</tussenkop><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid,
                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve
                    bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een
                    vragenhalfuur en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het
                    Reglement van orde wenselijk is. </al><al>In het tweede lid is de aanmeldingstermijn tot 17.00 uur voor vragen opgenomen
                    vanwege het feit dat het college zich moet kunnen voorbereiden om antwoord te
                    kunnen geven op de vragen van raadsleden.</al><al/><tussenkop>Artikel 48. Schriftelijke vragen</tussenkop><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Het verantwoordelijke
                    collegelid dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de
                    beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de
                    voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid geeft daarom het antwoord. </al><al>In lid 6 wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen
                    over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de
                    vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit
                    van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of </al><al>het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda
                    van de raad te krijgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 49. Inlichtingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de
                    inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de
                    raad. Zie hiervoor ook artikel 169 en 180 van de Gemeentewet.</al><al>De Gemeentewet bevat regels over de inlichtingenplicht van het college ten
                    opzichte van de raad. Deze regels beogen de politieke verantwoordelijkheid van
                    het college te activeren en de eindverantwoordelijkheid van de raad te
                    bevestigen. Daar is in de eerste plaats de passieve inlichtingenplicht als
                    bedoeld in artikel 169, derde lid, van de Gemeentewet. Dat is de klassieke</al><al>informatieplicht die het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen
                    te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om
                    inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee is
                    een waarborg in het leven geroepen tegen de mogelijkheid dat een
                    raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het
                    vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid. Wel kan de raad
                    via het Reglement van orde op grond van doelmatigheidsoverwegingen een zekere
                    ordening aanbrengen in de wijze waarop het inlichtingenrecht wordt uitgeoefend.
                    De raad gaat immers over de agenda en de vergaderorde. De weigeringsgrond
                    ‘strijd met het openbaar belang’ is wettelijk objectief en algemeen omschreven.
                    De wetgever beoogde daarmee dat een beroep daarop in de praktijk als een hoge
                    uitzondering op de algemene regel zou moeten worden gebruikt. In de praktijk
                    bestaan verschillende wettelijke en politieke figuren om als raad en college met
                    elkaar te communiceren buiten de openbaarheid. De openbaarheid van stukken en
                    vergaderingen bijvoorbeeld kan al dan niet tijdelijk worden opgeheven. </al><al>Naast de hiergenoemde artikelen, kent de Gemeentewet ook nog de algemene actieve
                    inlichtingenplicht. </al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 169, tweede lid, verplicht het college uit eigen beweging de
                            raad alle inlichtingen te verstrekken die de raad nodig heeft voor de
                            uitoefening van zijn taak. Het college moet permanent nagaan welke
                            informatie de raad behoeft voor een goede taakvervulling. Het gaat
                            hierbij om een evenwicht, want het college dient de raad niet te
                            overstelpen met papier. Van controleren komt dan weinig terecht en
                            bovendien zijn we dan weer terug in de cultuur van meeregeren uit het
                            monistische tijdperk. </al></li><li nr="-"><al>Artikel 169, vierde lid, verplicht het college de raad vooraf te
                            informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeentewettelijke
                            bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f,
                            g en h, indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben
                            voor de gemeente of indien de raad daarom verzoekt. Het college mag dan
                            niet eerder een besluit nemen dan nadat de raad in de gelegenheid is
                            gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het gaat
                            hierbij om de actieve informatieplicht zoals vastgelegd in het handvest
                            actieve informatieplicht, gemeente Nuenen c.a.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 50. Interpellatie</tussenkop><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig. Het verlenen van dit verlof
                    wordt door gemeenten verschillend ingevuld. De praktijk in de gemeente Nuenen
                    maakt gebruik van de betekenende minderheid:</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het </al><al>individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft.
                    Toenmalig minister Pechtold heeft in een brief van 16 december 2005 aan de
                    GroenLinks fractie in Schoonhoven aangegeven dat de raad de ruimte heeft eigen
                    beleid te ontwikkelen, waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te bepalen dat
                    een raadsmeerderheid nodig is om een interpellatiedebat te houden. Hij was hier
                    echter geen voorstander van. Voor de democratie leek het hem goed om de regels
                    van de Tweede Kamer te volgen. Dit houdt in dat de toestemming ven een
                    (ondersteuning door 30 van de 150 leden) volstaat.</al><al>In de praktijk van de gemeente Nuenen c.a. wordt voor het verlof voor een
                    interpellatiedebat de regel gehanteerd van 1/3 deel van de gemeenteraadsleden.
                    In een gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is
                    het van belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte
                    worden gesteld van de inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede
                    lid wordt hiervoor gezorgd.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5. Begroting en rekening</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 51. Procedure begroting en artikel 52. Procedure
                    jaarrekening</tussenkop><al>In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 53. Uitleg reglement</tussenkop><al>Bij dit artikel is geen verdere toelichting vereist</al><tussenkop>Artikel 54. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Bij dit artikel is geen verdere toelichting vereist</al></bijlage></regeling></body></cvdr>