<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397624_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en                Spaarnwoude 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 24-2-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 16/002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en
                Spaarnwoude 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college op 19 januari 2016;</al><al/><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening kinderopvang op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en
                        Spaarnwoude 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude</al></li><li nr="b."><al>houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de
                                        Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die
                                        onderneming een kindercentrum of gastouderbureau exploiteert
                                        ofwel een gastouder die een voorziening voor gastouderopvang
                                        exploiteert;</al></li><li nr="c."><al>kind: jeugdige in de leeftijd van 0 t/m 12 jaar.</al></li><li nr="d."><al>kinderopvang: dagopvang op buitenschoolse opvang op grond
                                        van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                                        geleverd door een kindercentrum of gastouderbureau dat
                                        geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang en
                                        Peuterspeelzalen (LRKP).</al></li><li nr="e."><al>ouder (s): degene(n) die juridisch of feitelijk
                                        verantwoordelijk is (zijn) voor de dagelijkse zorg van het
                                        kind, waaronder worden begrepen ouders, pleegouders en
                                        voogden..</al></li><li nr="f."><al>sociaal-medische gronden: lichamelijke en/of verstandelijke
                                        beperkingen of psychische problemen van ouders waardoor zij
                                        onvoldoende of niet fulltime voor hun kinderen kunnen zorgen
                                        én de ontwikkelingskansen van hun kinderen hierdoor onder
                                        druk staan.</al></li><li nr="g."><al>tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op
                                        basis van sociaal-medische gronden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Deze verordening is bedoeld voor:</al><al/><al>a.de ouder met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of een
                            psychisch probleem, dievolgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek
                            zijn/haar woonplaats in Haarlemmerliede en Spaarnwoude heeft; en </al><al/><al>b. een kind heeft voor wie kinderopvang nodig is om zich goed en gezond
                            te kunnen ontwikkelen; én waarbij</al><al/><al>c. er een verband is tussen beperking of problematiek van de ouder en de
                            noodzaak tot gebruik van kinderopvang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op een tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder als bedoeld in artikel 2 van deze verordening komt in
                                aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten:</al><lijst><li nr="a."><al>als het (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen lager is dan €
                                        38.000; én</al></li><li nr="b."><al>voor zover er sprake is van noodzakelijke kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bepaling van de noodzaak houdt het college rekening met de
                                mogelijke inzet van passende voorliggende voorzieningen voor de
                                opvang van het kind.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>AANVRAAGPROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indiening van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de
                                    kinderopvang op sociaal-medische gronden wordt ingediend bij het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en burgerservicenummer van de ouder.</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: de naam en burgerservicenummer
                                            van de partner en, als dit afwijkt van het adres van de
                                            ouder, het adres van de partner.</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind
                                            waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking
                                            heeft.</al></li><li nr="d."><al>het aantal uren waarvoor en de periode waarin
                                            kinderopvang volgens de aanvrager noodzakelijk is.</al></li><li nr="e."><al>bewijsstukken waaruit blijkt dat de afname van
                                            kinderopvang ten behoeve van het kind opgrond van de
                                            lichamelijke of verstandelijke beperking of het
                                            psychische probleem van de ouder noodzakelijk is.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>van de ouder en diens eventuele partner een loonstrook- en/of
                                    uitkeringsspecificatie of overzicht van het bruto
                                    jaarinkomen.</al></li><li nr="g."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of het
                                    gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in
                                    ieder geval wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="·"><al>Het aantal uren kinderopvang per kind per week,</al></li><li nr="·"><al>De kostprijs per uur,</al></li><li nr="·"><al>De ingangsdatum en de einddatum van de overeenkomst met
                                            het kindercentrum of het gastouderbureau.</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming
                                    aan het kindercentrum ofhet gastouderbureau;</al></li><li nr="i."><al>de handtekening van de ouder of diens wettelijke vertegenwoordiger
                            en, als de ouder eenpartner heeft, van de partner.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college vraagt voor de beoordeling van de aanvraag voor een
                            tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang advies aan het Wmo loket
                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Het Wmo loket Haarlemmerliede en
                            Spaarnwoude stelt het advies op na afstemming met het Centrum voor Jeugd
                            en Gezin.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde
                                gegevens een besluit over de aanvraag als bedoeld in artikel 4 van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager
                                schriftelijk in kennis van de verlenging. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college wijst de aanvraag af indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de ouder niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel
                                    2.</al></li><li nr="b."><al>de ouder of partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
                                    kinderopvang ontvangt of kan ontvangen.</al></li><li nr="c."><al>als het (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen hoger is dan €
                                    38.000.</al></li><li nr="d."><al>indien sprake is van een voorliggende voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verlening van een tegemoetkoming</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang op sociaal economische gronden bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en de geboortedatum van het kind of de kinderen voor wie
                                    de tegemoetkoming is aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>het aantal uren per week waarvoor een tegemoetkoming wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="d."><al>de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau
                                    waar de kinderopvang</al><al> plaatsvindt;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop de hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald en
                                    het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de voor de ouder(s) geldende verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum
                                waarop de volledige aanvraag voor de tegemoetkoming door het college
                                is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op de datum bedoeld in lid 1 van dit artikel nog geen
                                kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met
                                ingang van de aanvangsdatum van de kinderopvang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Omvang en duur van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal
                                        uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang op
                                        sociaal medische gronden naar het oordeel van het college
                                        noodzakelijk is. Hierbij geldt een maximum van 26 uren per
                                        week.</al></li><li nr="2."><al>De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de periode
                                        waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische
                                        gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is.
                                        Hierbij geldt een maximum 12 maanden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming voor de in artikel 2 genoemde
                                doelgroep, wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de
                                kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het
                                inkomen van de ouder en diens (eventuele) partner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de kosten van de kinderopvang wordt maximaal het door het rijk
                                jaarlijks vastgestelde fiscale tarief gehanteerd. Eventuele
                                meerkosten komen voor rekening van de ouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De betaling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van maandelijkse termijnen
                                uitbetaald aan de houder van het kindercentrum of het
                                gastouderbureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder verstrekt na iedere maand de factuur van het kindercentrum
                                of gastouderbureau van de betreffende kalendermaand waarover de
                                tegemoetkoming verstrekt is door het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Wanneer blijkt dat de tegemoetkoming onterecht is uitgekeerd, wordt het
                            teveel betaalde teruggevorderd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beperking noodzaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke
                                kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop
                                noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk
                                te laten zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt op verzoek, binnen een door het college gestelde
                                termijn, aan het college alle gegevens en inlichtingen van hem en
                                zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de vergoeding
                                van belang kunnen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden
                                daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen
                                en gegevens die kunnen leiden tot een verlaging van de
                                vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en
                                inlichtingen die voor de aanspraak van de ouder op de tegemoetkoming
                                van het college van belang zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overleggen facturen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder verstrekt elke maand aan het college een kopie van de
                                    factuur van het kindercentrum of het gastouderbureau.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid van dit artikel bedoelde factuur wordt
                                    uiterlijk voor het einde van de maand aan het college
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening sociaal medisch geïndiceerde kinderopvang
                                    Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de
                                    bepalingen van deze verordening, indien de toepassing van de
                                    verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
                                </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 24 februari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kinderopvang
                                    op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                                    2016.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening 
                                kinderopvang op sociaal-medische indicatie Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2016</titel></kop><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de definities opgenomen die noodzakelijk zijn voor
                            het begrip van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Doelgroep</vet></al><al>Een vergoeding op grond van deze verordening wordt alleen verstrekt
                            indien sprake is van een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of
                            een psychisch probleem van een ouder. De beperking moet van dien aard
                            zijn dat het kind zich zonder de inzet van kinderopvang niet goed of
                            gezond zou kunnen ontwikkelen. Tevens dient er een verband te zijn
                            tussen de problematiek van de ouder en de noodzaak tot inzet van
                            kinderopvang. </al><al/><al>Een aanvraag kan alleen worden ingediend door een ouder die zijn/haar
                            woonplaats, als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van boek 1
                            van het Burgerlijk Wetboek, heeft binnen de gemeente Haarlemmerliede en
                            Spaarnwoude. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Aanspraak op een tegemoetkoming</vet></al><al>De ouder zou wanneer hij/zij de kinderopvang zelf zou moeten bekostigen
                            een groot deel van het inkomen hieraan moet besteden en hiervoor geen
                            compensatie krijgt van de belastingdienst. De tegemoetkoming wordt
                            alleen verstrekt als het belastbaar gezinsinkomen minder dan € 38.000
                            per jaar is. Hierbij is uitgegaan is van twee keer de bijstandsnorm als
                            belastbaar jaarinkomen. </al><al/><al>Lid 2 van dit artikel bepaalt dat eerst de mogelijkheden tot het doen
                            van een beroep op voorliggende voorzieningen bekeken moeten worden,
                            voordat de noodzaak tot opvang bepaald kan worden. Voorliggende
                            voorzieningen kunnen zijn: mantelzorg (zoals opvang door familieleden en
                            kennissen), de peuterspeelzaal, overblijfmogelijkheden op school, enz..
                            Ook kan, indien er sprake is van een partner, worden bezien of er
                            mogelijkheden zijn voor de partner om zijn of haar werktijden te
                            wijzigen zodat hij of zij het kind in de betreffende uren kan
                            opvangen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Indienen van de aanvraag</vet></al><al>De gevraagde gegevens dienen met name om vast te stellen of de aanvrager
                            voldoet aan de gestelde criteria. Het kindercentrum of gastouderbureau
                            dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in het
                            landelijk register (zoals genoemd in artikel 1) .</al><al/><al>Naast de genoemde gegevens kan het college ook andere gegevens vragen
                            die het nodig acht om een besluit op de aanvraag te kunnen nemen.
                            Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verklaring met
                            betrekking tot de werktijden van een ouder, bewijsstukken met betrekking
                            tot de ondervonden beperkingen die van invloed zouden kunnen zijn op de
                            noodzaak tot het afnemen van kinderopvang. Dit is geen limitatieve
                            opsomming.</al><al/><al>Er zal een aanvraagformulier worden opgesteld die beschikbaar kan worden
                            gesteld aan de ouder(s) die een aanvraag wil(len) indienen.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Advisering</vet></al><al>De tegemoetkoming wordt primair verleend op basis van in de ouder
                            gelegen factoren. Gelet hierop verzoekt het college, alvorens tot
                            besluitvorming over te gaan, het advies van het Wmo loket
                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Het Wmo loket Haarlemmerliede en
                            Spaarnwoude stelt het advies op na afstemming met het Centrum voor Jeugd
                            en Gezin. Op deze wijze kan worden bezien of de kinderopvang i.c.
                            noodzakelijk is. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Beslistermijn </vet></al><al>In de Verordening wordt aangesloten bij de wettelijk bepaalde
                            beslistermijn van de Algemene wet bestuursrecht. Het feit dat het
                            college een termijn van acht weken heeft om te beslissen over de
                            aanvraag voor een tegemoetkoming, wil uiteraard niet zeggen dat het
                            college deze termijn ook in alle gevallen moet benutten: er wordt naar
                            gestreefd de behandelingstermijn van de aanvragen zo kort mogelijk te
                            houden. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Weigeringsgronden</vet></al><al>Dit artikel bevat een aantal weigeringsgronden. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Verlening van een tegemoetkoming</vet></al><al>Dit artikel geeft aan welke gegevens in ieder geval in de beschikking
                            dienen te worden vermeld.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Ingangsdatum </vet></al><al>De tegemoetkoming kan op grond van dit artikel niet met terugwerkende
                            kracht worden verstrekt. Ook is pas sprake van een tegemoetkoming in de
                            kosten met ingang van de daadwerkelijke inzet van kinderopvang. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Omvang en duur van de tegemoetkoming</vet></al><al>Het college heeft de mogelijkheid om een tegemoetkoming toe te kennen
                            voor minder uren dan de aangevraagde uren indien het van mening dat de
                            noodzaak zicht tot minder uren beperkt. De tegemoetkoming wordt alleen
                            verstrekt voor het aantal uren kinderopvang per week dat naar het
                            oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is.
                            Met een maximum van 26 uren per week. </al><al/><al>Daarnaast heeft het college de mogelijkheid de vergoeding voor een
                            kortere periode dan de aangevraagde periode toe te kennen wanneer het
                            van mening is dat noodzaak zich tot een kortere periode beperkt. De
                            toekenning kan echter nooit de periode van 12 maanden overschrijden.
                            Voor een mogelijke vervolgperiode dient een nieuwe aanvraag te worden
                            ingediend.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Hoogte van de tegemoetkoming</vet></al><al>Bij de bepaling van de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst wordt
                            gebruik gemaakt van een maximum uurtarief. Dit tarief wordt jaarlijks
                            geïndexeerd en is door de wetgever vastgelegd in het Besluit
                            Kinderopvangtoeslag. Bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming
                            in de kosten van kinderopvang op sociaal-medische gronden wordt bij de
                            door de Belastingdienst gehanteerde methodiek aangesloten. Er wordt
                            uitgegaan van de werkelijke door de ouder en kinderopvanginstelling
                            overeengekomen uur prijzen, mits deze niet hoger zijn dan het wettelijk
                            vastgestelde maximum voor de betreffende kinderopvangsoort. Indien de
                            uurprijzen dit maximum overschrijden, wordt in de berekening uitgegaan
                            van de wettelijk gemaximeerde uurprijs en komt het meerdere voor
                            rekening van de ouder(s).</al><al/><al><vet>Artikel 12 De betaling van de tegemoetkoming</vet></al><al>De tegemoetkoming wordt uitbetaald in maandelijkse betalingen. Hierdoor
                            blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen die de
                            gemeente van de ouders moet terugvorderen, beperkt.</al><al>De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan het kindercentrum of het
                            gastouderbureau. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Terugvordering</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Beperking noodzaak</vet></al><al>De ouder en diens eventuele partner zijn verplicht zelf al het mogelijk
                            te doen om ervoor te zorgen dat de noodzaak tot het afnemen van
                            kinderopvang zowel in omvang al in duur zo beperkt mogelijk is. Hierbij
                            kan gedacht worden aan het meewerken aan noodzakelijke behandelingen of
                            het gebruikmaken van mogelijkheden om de eventuele werktijden aan te
                            passen</al><al/><al><vet>Artikel 15 Inlichtingenplicht</vet></al><al>Het eerste lid regelt dat de ouder op verzoek van het college alle
                            relevante gegevens, die voor de bepaling van het recht op en de hoogte
                            van de tegemoetkoming van belang zijn, dient te verstrekken.</al><al>Het tweede lid regelt dat de ouder uit eigen beweging en ongevraagd
                            relevante wijzigingen aan het college dient te verstrekken, die kunnen
                            leiden tot een lagere tegemoetkoming. Het niet nakomen van bovenstaande
                            verplichtingen kan leiden tot intrekking en/of terugvordering van de
                            tegemoetkoming. Het derde lid is gericht op de houder van het
                            kinderdagverblijf of gastouderbureau. </al><al/><al><vet>Artikel 16 Overleggen facturen</vet></al><al>Iedere maand dient de ouder de factuur van de betreffende maand te
                            overleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Intrekken oude verordening</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel spreek voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>