<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397401_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening van de gemeente Nunspeet 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-02-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.nunspeet.nl">Gemeenteblad, 23 februari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002357&amp;artikel=artikel 15">Boswet, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-11-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R.0004190</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bomenverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Herplantfonds Nunspeet 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening van de gemeente Nunspeet 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nunspeet;</al><al>gelet op artikel 15 van de Boswet en artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        februari 2016, nr. 190;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de <vet>Bomenverordening van de gemeente Nunspeet
                        2016</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsomschrijving</titel></kop><al>1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet> a. boom:</vet></al><al>een levend houtachtig, opgaand gewas, met een stamomtrek van minimaal 30
                        centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                        meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van
                        deze minimale stamomtrek van 30 centimeter geldt geen minimale stamomtrek in
                        geval van houtopstanden als in artikel 9, 10, 12 of indien sprake is van
                        Herdenkingsbomen.</al><al><vet>b. Herdenkingsboom</vet>: </al><al>een levend houtachtig, opgaand gewas, aangeplant ter herdenking van een
                        gebeurtenis. </al><al><vet>c.herplantbomen: </vet></al><al>een boom die is aangeplant in het kader van artikel 9 of 10.</al><al><vet> d. houtopstand:</vet></al><al> één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk
                        onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing
                        van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of
                        een heg.</al><al><vet> e. Monumentale boom:</vet></al><al> bijzondere beschermwaardige houtopstand staande binnen de bebouwde kom
                        Boswet, zoals een herdenkingsboom of een houtopstand met een bijzondere
                        leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor
                        de omgeving en opgenomen in de Lijst Monumentale bomen als bedoeld in
                        artikel 2.</al><al><vet>f. bebouwde kom:</vet></al><al>de bebouwde kom(men) ingevolge de Boswet zoals aangegeven op de bij deze
                        verordening behorende kaarten.</al><al><vet>g. Boomzonegebied:</vet></al><al> een door de raad aangewezen gebied met een bosachtig karakter binnen de
                        bebouwde kom(men) zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende
                        kaarten, waar afwijkende regels zijn gesteld voor het vellen van bomen.</al><al><vet>h</vet>. <vet>dunning:</vet></al><al> een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering
                        van na dunning overblijvende houtopstand. </al><al><vet> i. vellen:</vet></al><al> rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de
                        kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
                        handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige
                        beschadiging of de ernstige ontsiering van de bomen ten gevolge kan
                        hebben.</al><al><vet> j. boomwaarde:</vet></al><al> de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest
                        recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                        Bomen.</al><al><vet> k. stamomtrek:</vet></al><al> de omtrek van de stam van een boom, gemeten op 1,30 meter vanaf het
                        maaiveld.</al><al><vet>l. Bomeneffect-analyse:</vet></al><al> een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg
                        voor een houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen.</al><al><vet> m. boomdeskundige:</vet></al><al> persoon of bedrijf met aantoonbare kennis van houtopstanden, ook een
                        persoon in dienst van de gemeente Nunspeet.</al><al><vet>n. bevoegd gezag:</vet></al><al> bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht.</al><al><vet>o. college:</vet></al><al>het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nunspeet.</al><al><vet> p. raad: </vet></al><al>gemeenteraad van gemeente Nunspeet</al><al><vet>q. Lijst Monumentale bomen:</vet></al><al> Een door de raad opgesteld Lijst Monumentale bomen met daarop Monumentale
                        bomen die binnen de bebouwde kom staan.</al><al><vet> r. noodkap:</vet></al><al> het direct of binnen 48 uur vellen van een boom, indien door een
                        boomdeskundige, door de brandweer of gemeentelijke dienst is vastgesteld dat
                        de boom direct gevaar oplevert voor mens en omgeving;</al><al><vet> s. beheerplan:</vet></al><al>een door het college of raad vastgesteld plan voor het beheer van
                        gemeentelijke bomen. </al><al><vet>t.</vet><vet>Herplantfonds:</vet></al><al> Gemeentelijk fonds bestemd voor herplant van bomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Lijst Monumentale bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een Lijst Monumentale bomen vast. Deze Lijst wordt elke
                            vijf jaar herzien. De Lijst Monumentale bomen bevat een samenhangend
                            geheel van de volgende bomen:</al><lijst><li nr="a."><al>Monumentale bomen in gemeentelijk eigendom;</al></li><li nr="b."><al>Monumentale bomen in particulier eigendom.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Lijst Monumentale bomen bevat minimaal de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="·"><al>Redengevende beschrijving;</al></li><li nr="·"><al>Soort houtopstand;</al></li><li nr="·"><al>Standplaats;</al></li><li nr="·"><al>Kadastrale gegevens.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Kapverbod Monumentale bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden Monumentale bomente vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Boswet. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bomen die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet
                                        of krachtens een aanschrijving van het college;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>bomen ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan of
                                        bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het
                                        verboden is deze te vellen zonder een omgevingsvergunning
                                        als bedoeld in artikel 2.1 lid b van de Wabo van het bevoegd
                                        gezag, met dien verstande dat de afwegingscriteria die in
                                        artikel 5 van deze verordening zijn genoemd, mogen worden
                                        meegewogen bij de beslissing over de verlening van deze
                                        vergunning.</al></li><li nr="e."><al>bomen die als gevolg van verwezenlijking van een
                                        bestemmingsplan zullen moeten verdwijnen en die daartoe in
                                        de plantoelichting uitdrukkelijk als zodanig zijn
                                        aangewezen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Een ontheffing voor het vellen van Monumentale houtopstanden kan,
                                indien alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden
                                verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
                                        langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade
                                        of:</al></li><li nr="b."><al>indien sprake is van een Monumentale boom in eigendom van de
                                        gemeente, en een beargumenteerde motivatie opweegt tegen het
                                        duurzaam behoud van de Monumentale boom of;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van een Monumentale houtopstand in eigendom
                                        van een particulier, en een beargumenteerd individueel
                                        belang van niet-tijdelijke aard, opweegt tegen het duurzaam
                                        behoud van de Monumentale boom.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag kan bepalen dat door de aanvrager van de
                                omgevingsvergunning bij de aanvraag een Bomeneffect-analyse moet
                                worden overlegd.</al></li><li nr="7."><al>Het bevoegd gezag kan indien een boom direct gevaar oplevert die
                                noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning
                                voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt daarna
                                en na velling zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Kapverbod Boomzonegebieden, gemeentelijke bomen,
                            herplantbomen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag gemeentelijke
                        bomen met een stamomtrek groter dan 120 cm, of bomen staande in
                        Boomzonegebied met een stamomtrek groter dan 120 centimeter te vellen of te
                        doen vellen, onverminderd het gestelde in artikel 3 lid 1.</al><al>2.Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt eveneens
                        voor bomen die zijn aangelegd op basis van een herplant- en
                        instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 9 en 10 van deze
                        verordening.</al><al>3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen als bedoeld in
                        artikel 15 Boswet.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bomen die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet
                                        of krachtens een aanschrijving van het college;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>bomen die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al></li><li nr="e."><al>vellen in geval van vastgestelde noodkap;</al></li><li nr="f."><al>velling in het kader van een vastgesteld beheerplan;</al></li><li nr="g."><al>bomen ten aanzien waarvan bij een geldend bestemmingsplan of
                                        bij een geldend voorbereidingsbesluit is bepaald dat het
                                        verboden is deze te vellen zonder een omgevingsvergunning
                                        als bedoeld in artikel 2.1 lid b van de Wabo van het bevoegd
                                        gezag.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan indien een boom direct gevaar oplevert die
                                noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning
                                voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt daarna
                                en na velling zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Criteria Boomzonegebieden, gemeentelijke bomen,
                            herplantbomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel, onder
                            voorschriften verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 4 kan
                            worden geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                            belangen van behoud van de boom op basis van één of meer van de volgende
                            waarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>natuur- en milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>landschappelijke waarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>beeldbepalende waarden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>cultuurhistorische waarden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al> waarde voor recreatie en leefbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Aanvraag</titel></kop><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van een boom moet gemotiveerd worden
                        aangevraagd via het Omgevingsloket Online (OLO) door of namens dan wel met
                        toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die
                        krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te
                        beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen,
                        ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een
                        project. De aanvraag dient bij voorkeur digitaal te worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien na het verlenen van de omgevingsvergunning, op grond van
                                verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening,
                                wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de
                                belangen ter bescherming waarvan omgevingsvergunning is
                                vereist;</al></li><li nr="b."><al>indien ter verkrijging onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien aan de omgevingsvergunning voor het vellen verbonden
                                voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift
                            verbinden dat de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking heeft
                            op het vellen van houtopstanden, een geldigheidsduur heeft van drie jaar
                            na het onherroepelijk worden van de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift
                            verbinden dat in het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen
                            van meer dan één boom betreft, de omgevingsvergunning voor alle bomen
                            slechts drie jaar geldig is, ook als in fasen geveld wordt of één boom
                            of enkele bomen al geveld zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                            het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                            door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant en
                            duurzaam in stand moet worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het vorige lid wordt telkens bepaald
                            binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                            herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                            omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het
                            voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort moet worden in het
                            Herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van artikel 9 kunnen gelden voor
                            bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het
                            voorschrift behoren dat pas tot vellen van boom op en bij bouw- en
                            aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag
                            worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen, toestemming
                            en/of ruimtelijke ordening procedures in werking getreden of
                            onherroepelijk geworden zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
                            alsmede zijn rechtsopvolger is verplicht hier aan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder
                            omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                            wijze teniet is gegaan, kan het college aan degene die krachtens
                            zakelijk recht of degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                            gerechtigd is over de boom te beschikken, dan wel aan degene die uit
                            anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                            verplichting opleggen te herplanten en duurzaam in stand te houden
                            overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                            stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, wordt een financiële
                            bijdrage gestort in het Herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden voor
                            bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze verordening genoemde
                            minimummaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wordt de verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op
                            welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het
                            voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan degene die
                            krachtens zakelijk recht of degene die krachtens publiekrechtelijke
                            bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken, dan wel aan
                            degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
                            is, de verplichting opleggen om;</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hem te
                            stellen termijn maatregelen te nemen, waardoor die bedreiging wordt
                            weggenomen of;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een Bomeneffect-analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd,
                            alsmede zijn rechtsopvolger is verplicht hier aan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt
                        vastgesteld op 0.5 meter voor gemeentelijke bomen en op 1 meter voor overige
                        bomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar
                            het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een
                            boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                            insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag
                            is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform de richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                    direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte
                                    wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college gevelde bomen of delen
                            daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het
                            boomsoort betreft die de boomziekte kan verspreiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Bescherming gemeentelijke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te beschadigen, te beplakken of te bekladden of;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen
                            boomverzorg-ende taken of;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college in of aan
                            gemeentelijke houtopstanden een of meerdere voorwerpen aan te brengen of
                            anderszins te bevestigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 12 en 13
                        bepaalde, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                        geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>– Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de door het college dan wel de burgemeester
                        aangewezen personen, dan wel ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek
                        van Strafvordering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>– Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 2 maart 2016.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van die dag wordt de bij raadsbesluit van 25 februari
                                1999 vastgestelde Verordening op het bewaren van houtopstand 1999,
                                ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                2016.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld ter openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 18 februari 2016</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>(diversen)</titel></kop><al>Voor de bijlagen: www.nunspeet.nl</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Bomenverordening 2016.</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De nieuwe bomenverordening 2016 is opgesteld om aan te sluiten bij de bepalingen
                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ook voldoet deze
                    verordening aan de wens om te komen tot meer deregulering. Slechts bomen die
                    binnen de bebouwde kom Boswet staan vallen onder kapverbod. In deze verordening
                    zijn aangewezen Boomzonegebieden opgenomen waarvoor afzonderlijke regels gelden.
                    Deze Boomzonegebieden zijn bosrijke gebieden die extra bescherming nodig hebben
                    boven de overige gebieden.</al><tussenkop>Artikel 1 – Begripsomschrijving</tussenkop><tussenkop>eerste lid, onder d</tussenkop><al>De bebouwde kom of kommen, van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de
                    Boswet wordt/worden bij afzonderlijk besluit door de raad vastgesteld. De
                    reikwijdte van de verordening an sich omvat echter het gehele grondgebied van de
                    gemeente, zowel binnen als buiten de bebouwde kom(men). </al><tussenkop>Artikel 3 – Kapverbod Monumentale bomen</tussenkop><al>In deze verordening is het kapverbod voor Monumentale bomen afzonderlijk
                    opgenomen. Deze bomen mogen geveld worden in speciale gevallen. Hiervoor is –
                    behoudens de vrijstellingen – ontheffing van het bevoegd gezag nodig. Dit is
                    gedaan omdat deze bomen alleen geveld mogen worden in met een beargumenteerde
                    motivatie die opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom. </al><al><vet>Lid 3. </vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen
                    als bedoeld in artikel 15 Boswet zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden,
                            beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                            geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen
                            en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4 – Kapverbod Boomzonegebieden, gemeentelijke bomen,
                    herplantbomen</tussenkop><al>Voor dit soort bomen geldt – behoudens vrijstellingen – een lichter kapverbod.
                    Voor velling moet daarom geen ontheffing maar vergunning door het bevoegd gezag
                    zijn verleend.</al><al><vet>Lid 1.</vet>Voor gemeentelijke bomen die buiten de bebouwde kom staan,
                    geldt wel een vergunningplicht. </al><al><vet>Lid 3. </vet> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor bomen
                    als bedoeld in artikel 15 Boswet zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden,
                            beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                            geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen
                            en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 11 – Afstand van de erfgrenslijn</tussenkop><al> In deze verordening is een afstand van 0,5 meter van de erfgrens opgenomen ter
                    bescherming van gemeentelijke bomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>