<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397385_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ameland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ameland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.overheid.nl">Digitaal gemeenteblad GVOP 8 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening reinigingsheffingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financien</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2015”, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2014 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ameland;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september
                        2015,</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen</al><al>De verordening op de heffing en invordering van de reinigingsheffingen
                        2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 Inleidende bepaling</al><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><al>een afvalstoffenheffing;</al><al>reinigingsrechten.</al><al>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere
                        huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die
                        afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;</al><al>perceel: een onroerende zaak, of een gedeelte daarvan, die blijkens indeling
                        en inrichting is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding
                        waarin geregeld afvalstoffen kunnen ontstaan.</al><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin
                        van artikel</al><al> 15.33 Wet milieubeheer;</al><al>grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te
                        zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen
                        aan de inzameldienst te worden aangeboden;</al><al>bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen
                        of gevaarlijke afvalstoffen;</al><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                        afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                        hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld;</al><al>vakantieonderkomen: een vakantieonderkomen in de zin van artikel 2, sub a
                        van de ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;</al><al>kamerverhuur: de verhuur van een kamer in de zin van artikel 2 sub e van de
                        ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;</al><al>slaapplaats: slaapplaats in de zin van artikel 6 lid 3 van de ‘Verordening
                        toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland.</al><al>Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit</al><al>1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven
                        als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al><al>2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                        behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                        zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de
                        artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
                        inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al>Artikel 4 Belastingplicht</al><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al>Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
                        hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel.</al><al>Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in hoofdstuk
                        3 van de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                        aangemerkt.</al><al>Artikel 6 Belastingjaar</al><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar worden geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al><al>Artikel 7 Wijze van heffing</al><al>1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven
                        bij wege van aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een
                        afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al><al>2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geheven
                        bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                        afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al><al>Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</al><al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                        dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                        de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                        jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                        bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                        dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                        belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>Artikel 9 Termijnen van betaling</al><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de
                        in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen worden betaald in vier gelijke
                        termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
                        op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                        volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>In afwijking van lid 1 geldt dat de in artikel 7, lid 1, genoemde aanslagen
                        moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
                        dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de
                        aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal
                        termijnen ten hoogste vier bedraagt.</al><al>In afwijking van lid 2 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel
                        van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                        aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
                        maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
                        waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
                        aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt.</al><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de
                        in artikel 7, lid 2, genoemde aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na
                        dagtekening van het aanslagbiljet.</al><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
                        gestelde termijnen.</al><al>Hoofdstuk III Reinigingsrechten</al><al>Artikel 10 Belastbaar feit</al><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
                        genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik
                        van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of
                        inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al><al>Artikel 11 Belastingplicht</al><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen,
                        werken of inrichtingen, bedoeld in artikel 10, gebruik maakt.</al><al>Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><al>1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in
                        hoofdstuk 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al>2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in hoofdstuk
                        4 van de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                        aangemerkt.</al><al>Artikel 13 Wijze van heffing</al><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel worden geheven bij
                        wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                        afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al><al>Artikel 14 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                        tijdsgelang</al><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij
                        de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de
                        bezittingen, werken of inrichtingen.</al><al>Artikel 15 Termijnen van betaling</al><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten
                        de in artikel 13 genoemde aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na
                        dagtekening van het aanslagbiljet.</al><al>2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel
                        gestelde termijnen.</al><al>Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen</al><al>Artikel 16 Nadere regels door het college van burgemeester en
                        wethouders</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.</al><al>Artikel 17 Kwijtschelding</al><al>1. Bij de invordering van afvalstoffenheffing (Hoofdstuk II) kan uitsluitend
                        kwijtschelding worden verleend voor de in artikel 2.1 de leden 1a en 2a, van
                        de tarieventabel genoemden belastingen.</al><al>2. Bij de invordering van reinigingsrechten (Hoofdstuk III) wordt geen
                        kwijtschelding verleend.</al><al>Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel</al><al>1. De Verordening reinigingsheffingen 2015, vastgesteld bij raadsbesluit van
                        15 december 2014, worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                        van bekendmaking.</al><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al>4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen
                        2016”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad</ondertekening><ondertekening>van de gemeente Ameland op 23 november 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Albert de Hoop, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>Jacqueline Metz, griffier. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 Algemeen</al><al>De bedragen genoemd in deze tarieventabel zijn exclusief
                        omzetbelasting.</al><al>Artikel 2. Begripsomschrijving</al><al>a. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere
                        huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die
                        afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;</al><al>b. grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die te groot en te
                        zwaar zijn om op dezelfde wijze als de andere huishoudelijke afvalstoffen
                        aan de inzameldienst te worden aangeboden;</al><al>c. bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke
                        afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen;</al><al>d. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken,
                        afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of
                        hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld;</al><al>e. vakantieonderkomen: een vakantieonderkomen in de zin van artikel 1 sub a
                        van de ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;</al><al>f. kamerverhuur: de verhuur van een kamer in de zin van artikel 1 sub f van
                        de ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland;</al><al>g. slaapplaats: slaapplaats in de zin van artikel 6 lid 3 van de
                        ‘Verordening toeristenbelasting 2016’ van de gemeente Ameland.</al><al>Hoofdstuk 2 Maatstaf en jaarlijkse tarieven Afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 2.1</al><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:</al><al>1. a. bij gebruik door één persoon € 169,54</al><al> b. bij gebruik door één persoon, waarbij binnen de</al><al> grenzen van het perceel kamerverhuur plaatsvindt € 214,58</al><al>2. a. bij gebruik door meer dan één persoon € 222,73</al><al> b. bij gebruik door meer dan één persoon, waarbij binnen de</al><al> grenzen van het perceel kamerverhuur plaatsvindt € 267,77</al><al>3. Indien bestemd als vakantieonderkomen, met:</al><al> a. drie of minder beschikbare slaapplaatsen € 135,00</al><al> b. vier, vijf of zes beschikbare slaapplaatsen € 160,00</al><al> c. zeven of meer beschikbare slaapplaatsen € 185,00</al><al>Artikel 2.1a</al><al>1. Per perceel zoals genoemd in artikel 2.1, lid 1 en 2, kan gebruik worden
                        gemaakt van één container voor het aanbieden van restafval, één container
                        voor gft-afval en één container voor papier.</al><al>2. Per perceel zoals genoemd in artikel 2.1, lid 3, sub a en b, voor zover
                        liggende in een dorp, kan gebruik worden gemaakt van één container voor het
                        aanbieden van restafval, één container voor gft-afval en één container voor
                        papier.</al><al>3. Per perceel zoals genoemd in artikel 2.1, lid 3, sub c, voor zover
                        liggende in een dorp, kan gebruik worden gemaakt van twee containers voor
                        het aanbieden van restafval, twee containers voor gft-afval en twee
                        containers voor papier.</al><al>Artikel 2.1b</al><al>In aanvulling op artikel 2.1a geldt een recht voor het gebruik van extra
                        containers voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij het
                        gebruik van:</al><al>a. één container € 84,77</al><al>b. twee of drie containers € 169,54</al><al>Artikel 2.2</al><al>Het aantal personen, bedoeld in artikel 2.1, lid 1 en 2, dat gebruik maakt
                        van een perceel wordt beoordeeld naar de situatie op 1 januari van het
                        belastingjaar op basis van de gegevens volgens de basisregistratie personen
                        van de gemeente Ameland (BRP).</al><al>Artikel 2.3</al><al>Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar wordt,
                        in afwijking van artikel 2.2, het aantal personen dat gebruik maakt van een
                        perceel beoordeeld naar de situatie bij aanvang van de belastingplicht.</al><al>Artikel 2.4</al><al>Indien volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Ameland
                        bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
                        de belastingplicht op een perceel niemand staat ingeschreven, terwijl er wel
                        sprake is van gebruik van een perceel in de zin van artikel 15.33 Wet
                        milieubeheer waarvoor krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet
                        milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk
                        afvalstoffen geldt, wordt in afwijking van artikel 2.2 het aantal personen
                        dat gebruik maakt van het perceel vastgesteld op één, tenzij uit de
                        feitelijke omstandigheden blijkt dat er meer personen gebruik maken van het
                        perceel.</al><al>Artikel 2.5</al><al>Het aantal slaapplaatsen, bedoeld in artikel 2.1, lid 3, wordt beoordeeld
                        naar de situatie op 1 januari van het belastingjaar.</al><al>Artikel 2.6</al><al>Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar wordt,
                        in afwijking van artikel 2.5, het aantal slaapplaatsen beoordeeld naar de
                        situatie bij aanvang van de belastingplicht.</al><al>Artikel 2.7</al><al>Het recht, als bedoeld in artikel 2.1b, geldt voor het belastingjaar, of
                        voor een gedeelte van een belastingjaar indien niet het gehele jaar gebruik
                        wordt gemaakt van één of meer extra containers.</al><al>Hoofdstuk 3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 3.1</al><al>De belasting bedraagt voor het op aanvraag verwijderen van
                        huishoudelijke</al><al>afvalstoffen, inclusief grove huishoudelijke afvalstoffen, per keer €
                        69,00</al><al>Artikel 3.2</al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2 van de tarieventabel gelden voor
                        het achterlaten van de in de onderstaande tabel genoemde categorieën van
                        afval op een daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen plaats,
                        bestemd en ingericht voor de inzameling van herbruikbaar en
                        niet-herbruikbaar huishoudelijk afval (brengdepot), de daarachter vermelde
                        tarieven (brengtarieven of slagboomtarieven):</al><al>a. groente-, fruit- en tuinafval per kg € 0,00</al><al>b. restafval per kg € 0,10</al><al>c. grof huishoudelijk afval per kg € 0,00</al><al>d. glas per kg € 0,00</al><al>e. papier per kg € 0,00</al><al>f. bouw- en sloopafval en overig ongesorteerd afval per kg € 0,20</al><al>g. puin, per kg € 0,10</al><al>h. a-, b-, en c-hout per kg € 0,00</al><al>i klein chemisch afval per kg € 0,00</al><al>j. asbest per kg € 0,00</al><al>k. afgewerkte olie, per liter € 0,17</al><al>l. metalen per kg € 0,00</al><al>m. banden tot en met 18 inch per stuk € 4,63</al><al>n. banden groter dan 18 inch per stuk € 43,06</al><al>o. hekkelmateriaal per kg € 0,17</al><al>Hoofdstuk 4 Maatstaven en tarieven Reinigingsrechten</al><al>Artikel 4.1</al><al>Het recht voor het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen, niet zijnde de in
                        artikel 4.3, sub h tot en met q van deze tarieventabel genoemde
                        afvalstoffen, indien gebruik wordt gemaakt van een door de gemeente Ameland
                        beschikbaar gestelde bedrijfscontainer:</al><al>a. van 240 liter, per lediging met een maximum van 35 kilogram € 8,00</al><al> dan wel naar keuze van de gebruiker, per kilogram € 0,20</al><al>b. van 1.100 liter, per lediging met een maximum van 130 kilogram €
                        23,00</al><al> dan wel naar keuze van de gebruiker, per kilogram € 0,20</al><al>c. In aanvulling op dit artikel, sub a en b geldt, bij de keuze per
                        lediging,</al><al> een toeslag van € 0,18 per kilogram voor alle kilogrammen boven het</al><al> maximum gewicht genoemd onder sub a en b.</al><al>Artikel 4.2</al><al>In afwijking van artikel 4.1 bedraagt het recht voor het verwijderen van
                        bedrijfsafvalstoffen, niet zijnde de in artikel 4.3, sub h tot en met p van
                        deze tarieventabel genoemde afvalstoffen, afkomstig van een camping indien
                        gebruik wordt gemaakt van:</al><al>a. door de gemeente Ameland beschikbaar gestelde bedrijfscontainers, die
                        bovengronds worden opgesteld per kg afval € 0,26</al><al>b. eigen, ondergronds aangebrachte containers per kg afval € 0,22</al><al>Artikel 4.3</al><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.1 en 4.2 van de tarieventabel,
                        gelden voor het achterlaten van de in de onderstaande tabel genoemde
                        categorieën van afval op een daartoe door burgemeester en wethouders
                        aangewezen plaats, bestemd en ingericht voor de inzameling van herbruikbaar
                        en niet-herbruikbaar bedrijfsafval (brengdepot), de daarachter vermelde
                        tarieven (brengtarieven of slagboomtarieven):</al><al>a. groente-, fruit- en tuinafval per kg € 0,00</al><al>b. restafval per kg € 0,10</al><al>c. grof bedrijfsafval per kg € 0,10</al><al>d. glas per kg € 0,00</al><al>e. papier per kg € 0,00</al><al>f. landbouwplastic en krimpfolie € 0,00</al><al>g. a-, b-, en c-hout per kg € 0,10</al><al>h. bouw- en sloopafval en overig ongesorteerd afval per kg € 0,20</al><al>i. puin per kg (zonder andere componenten dan steen en</al><al> ongewapend beton komt te vervallen) € 0,10</al><al>j. klein chemisch afval per kg € 4,12</al><al>k. asbest per kg € 0,32</al><al>l. afgewerkte olie per liter € 0,17</al><al>m. metalen per kg € 0,00</al><al>n. banden tot en met 18 inch, per stuk € 4,63</al><al>o. banden groter dan 18 inch, per stuk € 43,06</al><al>p. hekkelmateriaal per kg € 0,17</al><al>Artikel 4.4</al><al>In afwijking van de artikelen 4.1 t/m 4.3 kan het voorkomen dat er met
                        bedrijven specifieke afspraken worden gemaakt over inzamelmethodieken, in
                        het belang van een doelmatige inzameling van bedrijfsafvalstoffen.</al><al>Artikel 4.5</al><al>Het recht voor incidenteel gebruik van door de gemeente Ameland beschikbaar
                        gestelde bedrijfscontainers ten behoeve van evenementen bedraagt voor een
                        bedrijfscontainer:</al><al>a. van 240 liter, per lediging € 12,00</al><al>b. van 1.100 liter, per lediging € 34,00</al><al>Artikel 4.6</al><al>Het recht bedraagt voor het ledigen alsmede het reinigen van een vetvangput
                        en het verwijderen van de daaruit komende stoffen:</al><al>a. voor het eenmaal per jaar ledigen/reinigen € 105,86</al><al>b. voor elke extra lediging/reiniging € 66,25</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</al><al>van 23 november 2015.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier</al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>Artikelgewijze toelichting verordening</al><al>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 Inleidende bepaling</al><al>In dit artikel staat vermeld dat er een afvalstoffenheffing (hoofdstuk II) en
                    een reinigingsrecht (hoofdstuk III) wordt geheven.</al><al>Artikel 2 Begripsomschrijvingen</al><al>Het begrip 'perceel' is in de Wet milieubeheer niet nader gedefinieerd. Wat
                    onder een ‘perceel’ dient te worden verstaan, is niet nader omschreven in wet-
                    en regelgeving en is nader geformuleerd in jurisprudentie. Naar het oordeel van
                    de Hoge Raad in zijn arrest van 18 september 1991 (HR 18 september 1991, nr. 27
                    597, BNB 1991/333) is slechts dan geen sprake van een perceel, indien het gaat
                    om een gedeelte van een onroerende zaak die blijkens indeling en inrichting niet
                    is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld
                    afvalstoffen kunnen ontstaan. Onder een huishouden wordt volgens Van Dale
                    verstaan: “het geheel van zaken betreffende de dagelijkse zorg voor een woning
                    en haar bewoners”. Daarbij kan het volgens de Hoge Raad van belang zijn of in
                    het betreffende perceel sprake is van kook-, zit- en slaapgelegenheid en
                    sanitaire voorzieningen ( HR 17 oktober 2008, BNB 301). Een perceel heeft als
                    kenmerk een zekere mate van zelfstandigheid.</al><al>De Wet van 17 maart 2011, Stb. 183 heeft het begrip ‘gebruik maken’ artikel
                    15.33 van de Wet milieubeheer gewijzigd om problemen met de heffing van
                    afvalstoffen, die zich vooral bij kamerbewoning voordoen op te lossen. Tot 1
                    januari 2012 diende sprake te zijn van ‘feitelijk gebruik’, thans is het woord
                    ‘feitelijk’ vervallen. De verhuurder kon in het verleden alleen in de heffing
                    worden betrokken als hij zelf gebruik maakte van het perceel (HR 23 mei 1990,
                    nr. 26328, BNB 1990/239). Vanaf 2012 moet de verhuurder van onzelfstandige delen
                    in de heffing worden betrokken zonder dat hij het perceel zelf feitelijk
                    gebruikt. De verhuurder kan de belasting verhalen op de huurders die een deel in
                    gebruik hebben.</al><al>Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit</al><al>De afvalstoffenheffing is vormgegeven als een zogenaamde bestemmingsheffing
                    waardoor de opbrengst is bestemd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk
                    afval, ontstaan in een particuliere huishouding.</al><al>Op grond van het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en in
                    samenhang met het bepaalde in artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer kan
                    een afvalstoffenheffing worden geheven ter zake van het gebruik van een perceel
                    ten aanzien waarvan de gemeente een inzamelplicht heeft voor de huishoudelijke
                    afvalstoffen die in een particuliere huishouding kunnen ontstaan.</al><al>Onder huishoudelijke afvalstoffen wordt volgens de Wet milieubeheer verstaan
                    ‘afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het
                    ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als
                    gevaarlijke afvalstoffen’.</al><al>Artikel 4 Belastingplicht</al><al>Belastingplichtige is de gebruiker van een perceel. Als gebruiker moet worden
                    aangemerkt degene die naar omstandigheden beoordeelt al dan niet krachtens
                    eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van het
                    perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                    milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                    geldt. Indien er meerdere belastingplichtigen aan te wijzen zijn voor één
                    perceel dan bepalen de beleidsregels wie als belastingplichtige wordt
                    aangewezen.</al><al>Indien een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan, bijvoorbeeld door
                    kamerverhuur, dan wordt diegene die het gedeelte voor gebruik heeft afgestaan
                    aangemerkt als belastingplichtige. Is er sprake van volgtijdig gebruik
                    (bijvoorbeeld indien gemeubileerde recreatiewoningen e.d. voor korte perioden
                    worden verhuurd), dan wordt de verhuurder aangemerkt als gebruiker.</al><al>Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><al>Eerste lid</al><al> De heffingsmaatstaven en de tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel die
                    deel uitmaakt van de verordening. Hier wordt volstaan met de verwijzing naar de
                    toelichting op die tarieventabel.</al><al>Tweede lid</al><al> De heffingsmaatstaven in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn veelal gekoppeld
                    aan eenheden. Dit artikellid dient er toe om gedeelten van een eenheid voor de
                    toepassing van de verordening aan te merken als een volle eenheid.</al><al>Artikel 6 Belastingjaar</al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al>Artikel 7 Wijze van heffing</al><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden
                    geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere
                    wijze. In de verordening is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag voor de
                    heffingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel
                    behorende bij deze verordening.</al><al>Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</al><al>Eerste lid</al><al> De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of bij het
                    begin van de belastingplicht, zo dit later is. Hoewel in de verordening is
                    gekozen voor een tijdvakheffing en niet voor een tijdstipheffing, ontstaat de
                    materiële belastingschuld ingevolge dit artikellid niet pas aan het einde van
                    het belastingjaar, doch reeds bij het begin ervan. De belastingschuld kan
                    derhalve in de loop van het belastingjaar worden geformaliseerd. Aangezien de
                    materiële belastingschuld in beginsel ontstaat bij het begin van het
                    belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet
                    mogelijk.</al><al/><al> Tweede en derde lid</al><al> In het tweede en derde lid zijn regels gegeven die betrekking hebben op
                    wijzigingen gedurende het kalenderjaar in de belastingplicht.</al><al>Artikel 9 Termijnen van betaling</al><al>Eerste lid</al><al> Er bestaat een wettelijke regeling omtrent de betaaltermijnen. Deze is
                    opgenomen in artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Op grond van artikel 250 van
                    de Gemeentewet kan hiervan in de belastingverordening worden afgeweken.</al><al>Tweede lid</al><al> Het tweede lid ziet op de situatie dat de belastingplicht gedurende het
                    kalenderjaar aanvangt. In dat geval kan in vier termijnen (van elk een maand)
                    worden voldaan, tenzij er minder dan vier maanden resteren in het betreffende
                    jaar. Wordt bijvoorbeeld in september de aanslag ontvangen dan resteren er
                    slecht drie betalingstermijnen, namelijk oktober, november en december.</al><al>Derde lid</al><al> In dit lid wordt de mogelijkheid geboden om de aanslag door middel van
                    automatische incasso te voldoen. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt
                    gemaakt gelden andere betaaltermijnen.</al><al/><al> Vierde lid</al><al> In dit lid wordt een afwijkende betaaltermijn gegeven voor de diensten die zijn
                    vermeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel.</al><al>Vijfde lid</al><al> De Algemene termijnenwet (ATW) is van toepassing op in een wet gestelde
                    termijnen (artikel 1 ATW). Hiermee wordt de wet in formele zin genoemd. In
                    artikel 9 lid 10 van de Invorderingswet 1990 is bepaald dat de ATW niet van
                    toepassing is op de in de leden 1 tot en met 9 gestelde termijnen, dat wil
                    zeggen dat de ATW niet van toepassing zou zijn bij voorlopige aanslagen,
                    navorderingsaanslagen of naheffingsaanslagen.</al><al>Dit volgt ook uit artikel 145 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat de ATW
                    van toepassing is op in een verordening gestelde termijnen, tenzij in de
                    verordening anders is bepaald.</al><al>Indien in dit geval in de belastingverordening een afwijkende regeling is
                    getroffen ten aanzien van aanslagen en niet ten aanzien van voorlopige
                    aanslagen, navorderingsaanslagen en/of naheffingsaanslagen dan zouden
                    verschillende termijnen gelden. Teneinde te voorkomen dat voor de verschillende
                    belastingaanslagen een verschillend juridisch regime geldt, is in artikel 9
                    vijfde lid, overeenkomstig artikel 9, tiende lid, van de Invorderingswet – de
                    ATW buiten toepassing verklaard.</al><al>Hoofdstuk III Reinigingsrechten</al><al>Artikel 10 Belastbaar feit</al><al>De omschrijving van het belastbare feit is gebaseerd op artikel 229, eerste lid,
                    onderdelen a en b, van de Gemeentewet. Deze heffingen worden wel aangeduid als
                    respectievelijk gebruiksretributies en genotsretributies.</al><al>Indien een belastingplichtige aannemelijk kan maken dat hij geen gebruik maakt
                    van de gemeentelijke inzameldienst, is hij geen reinigingsrecht verschuldigd.
                    Uit een arrest van de Hoge Raad van 10 december 1980, nr. 20.197, BNB 1981/18
                    (Oostburg) blijkt dat de belastingplichtige de verplichting heeft om aan te
                    tonen dat hij geen gebruik maakt van de gemeentelijke inzameldienst.</al><al>Artikel 11 Belastingplicht</al><al>Belastingplichtig met betrekking tot genotsretributies is degene op wiens
                    verzoek dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Deze ruime
                    omschrijving van de belastingplicht dient er toe om in alle gevallen dat een
                    dienst wordt verleend een belastingplichtige te kunnen aanwijzen. Met betrekking
                    tot de gebruiksretributies is belastingplichtig degene die van de bezittingen,
                    werken of inrichtingen gebruik maakt.</al><al>Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief</al><al>De tariefstelling voor reinigingsrechten is gebaseerd op de in totaliteit voor
                    deze dienst te leveren prestaties en de kosten die hier verband mee houden.</al><al>Eerste lid</al><al> De heffingsmaatstaven en de tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel die
                    deel uitmaakt van de verordening. Hier wordt volstaan met de verwijzing naar de
                    toelichting op die tarieventabel.</al><al>Tweede lid</al><al> De heffingsmaatstaven in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn veelal gekoppeld
                    aan eenheden. Dit artikellid dient er toe om gedeelten van een eenheid voor de
                    toepassing van de verordening aan te merken als een volle eenheid.</al><al>Artikel 13 Wijze van heffing</al><al>Ingevolge artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen worden
                    geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere
                    wijze. In de verordening is voor de heffingen als bedoeld in hoofdstuk 4 van de
                    tarieventabel behorende bij deze verordening, gekozen voor de heffing bij wege
                    van aanslag.</al><al>Artikel 14 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang</al><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij
                    de aanvang van de dienstverlening dan wel bij de aanvang van het gebruik van de
                    bezittingen, werken of inrichtingen. Dit betekent dat op dat moment tot heffing
                    kan worden overgegaan.</al><al>Artikel 15 Termijnen van betaling</al><al>Eerste lid</al><al> Er bestaat een wettelijke regeling omtrent de betaaltermijnen. Deze is
                    opgenomen in artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Op grond van artikel 250 van
                    de Gemeentewet kan hiervan in de belastingverordening worden afgeweken.</al><al/><al> Tweede lid</al><al> De Algemene termijnenwet (ATW) is van toepassing op in een wet gestelde
                    termijnen (artikel 1 ATW). Hiermee wordt de wet in formele zin genoemd. In
                    artikel 9 lid 10 van de Invorderingswet 1990 is bepaald dat de ATW niet van
                    toepassing is op de in de leden 1 tot en met 9 gestelde termijnen, dat wil
                    zeggen dat de ATW niet van toepassing zou zijn bij voorlopige aanslagen,
                    navorderingsaanslagen of naheffingsaanslagen.</al><al>Dit volgt ook uit artikel 145 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat de ATW
                    van toepassing is op in een verordening gestelde termijnen, tenzij in de
                    verordening anders is bepaald.</al><al>Indien in dit geval in de belastingverordening een afwijkende regeling is
                    getroffen ten aanzien van aanslagen en niet ten aanzien van voorlopige
                    aanslagen, navorderingsaanslagen en/of naheffingsaanslagen dan zouden
                    verschillende termijnen gelden. Teneinde te voorkomen dat voor de verschillende
                    belastingaanslagen een verschillend juridisch regime geldt, is in artikel 9
                    vijfde lid, overeenkomstig artikel 9, tiende lid, van de Invorderingswet – de
                    ATW buiten toepassing verklaard.</al><al>Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen</al><al>Artikel 16 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</al><al>Op grond van artikel 231 van de Gemeentewet zijn bij de heffing en de
                    invordering van gemeentelijke belastingen onder meer de Algemene wet inzake
                    rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 van toepassing. De
                    heffingsbevoegdheden komen toe aan de daartoe aangewezen heffingsambtenaar en de
                    invorderingsbevoegdheden aan de daartoe aangewezen invorderingsambtenaar. De AWR
                    en de Invorderingswet 1990 kennen ook bepalingen op grond waarvan de minister
                    van Financiën de bevoegdheid wordt toegekend nadere regels te geven</al><al>over bepaalde heffings- en invorderingsaangelegenheden. Voor de gemeentelijke
                    belastingen komt die bevoegdheid op grond van artikel 231 toe aan het college.
                    Verder is het college als bestuursverantwoordelijke voor de heffings- en
                    invorderingsambtenaar bevoegd om beleidsregels vast te stellen (artikel 4:81
                    Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb). Op grond van artikel 160, eerste lid,
                    onderdeel b, van de Gemeentewet is het college eveneens bevoegd beslissingen van
                    de raad (lees: belastingverordeningen) uit te voeren. Met het oog hierop kan het
                    college over uitvoeringsaangelegenheden regels stellen. Te denken valt hierbij
                    aan het vaststellen van de modellen voor het formulier van de onderscheiden
                    aangiftebiljetten. Met de inwerkingtreding van de derde tranche Awb op 1 januari
                    1998 is een aantal bevoegdheden van de raad op belastinggebied overgegaan op het
                    college. In verband hiermee is in elke belastingverordening een bepaling
                    opgenomen dat het college nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing
                    en invordering van de betreffende belasting. Op deze wijze is het voor de
                    belastingplichtigen duidelijk dat er nog nadere regels kunnen gelden. In de
                    (uitvoerings)regeling gemeentelijke belastingen is een en ander uitgewerkt.</al><al>Artikel 17 Kwijtschelding</al><al>Bij de invordering van afvalstoffenheffing (Hoofdstuk II) kan uitsluitend
                    kwijtschelding worden verleend voor de in artikel 2.1 de leden 1a en 2a, van de
                    tarieventabel genoemden belastingen.</al><al>Bij de invordering van reinigingsrechten (Hoofdstuk III) wordt geen
                    kwijtschelding verleend.</al><al>Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel</al><al>Eerste lid</al><al> In het eerste lid wordt de oude verordening ingetrokken met ingang van de datum
                    van ingang van de nieuwe verordening. De oude verordening blijft van toepassing
                    op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Voor die
                    belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening,
                    ook al is die verordening ingetrokken.</al><al>Tweede lid</al><al> In het tweede lid wordt de inwerkingtreding geregeld.</al><al>Derde lid</al><al> In het derde lid wordt de datum van ingang van de heffingen geregeld.</al><al>Vierde lid</al><al> In het vierde lid wordt de citeertitel van de verordening geregeld.</al><al>Artikelgewijze toelichting tarieventabel</al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1 Algemeen</al><al>In het onderdeel Algemeen van de tarieventabel is bepaald dat de in de tabel
                    genoemde bedragen exclusief omzetbelasting zijn. Met betrekking tot de
                    verschuldigdheid van omzetbelasting ter zake van de inzameling van afvalstoffen
                    kan het volgende worden opgemerkt.</al><al>De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is bij wet opgedragen aan de
                    gemeenten. Deze wettelijke opdracht is neergelegd in de Wet milieubeheer.
                    Derhalve vormt de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geen belaste
                    prestatie in de zin van de Wet omzetbelasting.</al><al>De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn circulaire van 30 september
                    1977, nr. 27-613774, goedgevonden dat de heffing van reinigingsrechten ‘eveneens
                    buiten de omzetbelasting kan blijven voor zover deze reinigingsrechten
                    betrekking hebben op de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De overige
                    diensten ter zake waarvan reinigingsrechten worden geheven vormen wel belaste
                    prestaties in de zin van de Wet op de omzetbelasting (zoals inzameling
                    bedrijfsafval, legen vetvangput).</al><al>Artikel 2 Begripsomschrijving</al><al>De soorten afval die in dit artikel staan vermeld, zijn opgenomen ter
                    verduidelijking van de aangeboden afvalsoorten én de aanbieders van het
                    betreffende afval.</al><al>Hoofdstuk 2 Maatstaf en jaarlijkse tarieven Afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 2.1</al><al>De differentiatie in artikel 2.1 is beperkt tot percelen die door één persoon
                    gebruikt worden, percelen die door meer dan één persoon worden gebruikt,
                    percelen die zijn bestemd als vakantieonderkomen en percelen waarbinnen
                    kamerverhuur plaatsvindt.</al><al>Voor lid 1 en 2 van dit artikel wordt gedoeld op permanente bewoning, terwijl
                    lid 3 van toepassing is voor vakantieonderkomens.</al><al>In het algemeen zijn via bestemmingsplannen de percelen in de dorpen aangewezen
                    voor permanente bewoning, terwijl de zogenaamde aangewezen gebieden bedoeld zijn
                    voor recreatief gebruik. Deze bestemming is leidend voor het opleggen van de
                    juiste belastingaanslag, tenzij er bijzondere afspraken gelden (sommige percelen
                    vallen bijvoorbeeld onder het zogenaamde overgangsrecht, of er gelden
                    persoonlijke ontheffingen); in dat geval is het gebruik bepalend.</al><al>Artikel 2.1a</al><al>In artikel 2.1a is aangegeven van welke door de gemeente beschikbaar gestelde
                    containers gebruik kan worden gemaakt in de aangegeven situaties. In vrij
                    standaard situaties (zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 en lid 2), waar één of
                    meer personen gebruik maken van een perceel, al dan niet aangevuld met
                    kamerverhuur, stelt de gemeente drie containers beschikbaar voor het aanbieden
                    van huishoudelijke afvalstoffen, te weten één container voor restafval, één voor
                    gft-afval en één voor (oud) papier.</al><al>Wanneer sprake is van een vakantieonderkomen in een dorp geldt dat eveneens
                    gebruik kan worden gemaakt van drie containers beschikbaar voor het aanbieden
                    van huishoudelijke afvalstoffen, te weten één container voor restafval, één voor
                    gft-afval en één voor (oud) papier. Is er sprake van 7 of meer beschikbare
                    bedden, dan geldt het dubbele aantal containers. Het gaat hier specifiek om
                    vakantieonderkomens in de dorpen, omdat vakantieonderkomens in het zogenaamde
                    buitengebied gebruik maken van gezamenlijke ondergrondse voorzieningen.</al><al>Artikel 2.1b</al><al>In artikel 2.1b is aangegeven dat het mogelijk is om extra containers van de
                    gemeente te gebruiken. Op verzoek stelt de gemeente deze extra containers
                    beschikbaar. Specifieke situaties, zoals een grote tuin, of iets dergelijks,
                    kunnen hiervoor aanleiding zijn.</al><al>Artikel 2.2</al><al>In artikel 2.2. is aangegeven dat de datum van 1 januari van het belastingjaar
                    (of het begin van de belastingplicht) bepalend is voor het aantal personen dat
                    gebruik maakt van een perceel. Dit is uit doelmatigheidsoverwegingen gedaan. Er
                    hoeven dan namelijk geen wijzigingen te worden aangebracht indien het aantal
                    personen in de loop van het jaar verandert.</al><al>Artikel 2.3</al><al>De belastingplicht kan in de loop van het belastingjaar aanvangen door
                    bijvoorbeeld aankoop van een woning, verhuizing naar een andere woning of het
                    betrekken van een nieuwbouw woning.</al><al>Artikel 2.4</al><al>Voor percelen waarbij het aantal personen dat gebruik maakt van dat perceel niet
                    op grond van de gemeentelijke basisadministratie kan worden vastgesteld is in
                    dit artikel een afwijkende bepaling opgenomen.</al><al>De gemeente kan afvalstoffenheffing heffen ten aanzien van de percelen waarvoor
                    krachtens artikel 10.21 Wet milieubeheer een verplichting bestaat voor de
                    gemeente tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Dit betreft volgens
                    artikel 10.21 Wet milieubeheer percelen waar geregeld afvalstoffen kunnen
                    ontstaan. Dit heeft de Hoge Raad bevestigd in zijn uitspraak van 30 mei 2001 (HR
                    30 mei 2001, nr. 36 047, BNB 2001/303), daarbij werd bepaald dat het afsluiten
                    van elektra geen invloed heeft op de belastingplicht voor de
                    afvalstoffenheffing. Hof Amsterdam heeft later bepaald dat ook in het geval een
                    woning leeg staat in afwachting van een sloopvergunning en waarvan alleen de
                    tuin wordt onderhouden ‘gebruik maakt’ in de zin van de afvalstoffenheffing en
                    aldus belastingplichtig is.</al><al>Artikel 2.5</al><al>In artikel 2.5 is aangegeven dat de datum van 1 januari van het belastingjaar
                    (of het begin van de belastingplicht) bepalend is voor het aantal slaapplaatsen
                    in een vakantiewoning. Dit is uit doelmatigheidsoverwegingen gedaan. Er hoeven
                    dan namelijk geen wijzigingen te worden aangebracht indien het aantal
                    slaapplaatsen in de loop van het jaar verandert.</al><al>Artikel 2.6</al><al>De belastingplicht kan in de loop van het belastingjaar aanvangen door
                    bijvoorbeeld aankoop van een vakantiewoning, of nieuwbouw.</al><al>Artikel 2.7</al><al>Indien gebruik wordt gemaakt van één of meer extra containers, geldt hiervoor
                    een recht zoals genoemd in artikel 2.1b van deze tarieventabel. Dit recht geldt
                    voor een geheel jaar, maar ook voor een gedeelte van het jaar, omdat een deel
                    van de kosten die met dit gebruik samenhangen wordt bepaald door het brengen dan
                    wel weer ophalen van containers. </al><al>Hoofdstuk 3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing</al><al>Artikel 3.1</al><al>De gemeente zamelt bij elk perceel restafval, gft en papier in. Deze
                    afvalsoorten kunnen eveneens tegen een bedrag per kg. (restafval), dan wel
                    gratis worden achtergelaten op een daartoe van gemeentewege aangewezen plaats.
                    Hierbij kan worden gedacht aan het Overslagstation, maar ook aan inzamelplaatsen
                    op een locatie in de dorpen (clusterplaatsen).</al><al>Wanneer deze afvalstoffen (restafval, gft, of papier) op verzoek worden
                    verwijderd bij het perceel, buiten de reguliere inzamelroute om, dan wordt voor
                    de inzet van mens en materieel een bedrag in rekening gebracht, per keer dat
                    deze dienst wordt verricht.</al><al>Ingevolge artikel 10.22, eerste lid, onderdeel a van de Wet milieubeheer is de
                    gemeente verplicht bij percelen grove huishoudelijk afvalstoffen in te zamelen.
                    Gemeente Ameland kiest er voor om dit periodiek te doen, waarbij van te voren
                    een melding moet worden gedaan. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om deze
                    afvalstoffen gratis achter te laten op een daartoe van gemeentewege aangewezen
                    plaats (i.c. het Overslagstation). Wanneer grove huishoudelijke afvalstoffen op
                    verzoek op een ander moment moeten worden verwijderd bij het perceel, dan wordt
                    voor de inzet van mens en materieel een bedrag in rekening gebracht, per keer
                    dat deze dienst wordt verricht.</al><al>Overige huishoudelijke afvalstoffen worden op aanvraag niet verwijderd, maar
                    kunnen worden aangeboden op het Overslagstation van de gemeente Ameland.</al><al>Artikel 3.2</al><al>In artikel 3.2 zijn tarieven aangegeven die gelden wanneer huishoudelijke
                    afvalstoffen worden aangeboden op het Overslagstation (Milieustraat) van de
                    gemeente Ameland.</al><al>Onder puin bij letter g wordt niet verstaan gewapend beton, of andere
                    steensoorten die zijn vermengd met betonijzer en andere metalen.</al><al>Voor het aanbieden en achterlaten van asbest, bedoeld bij letter j, geldt dat
                    moet worden voldaan aan de regelgeving zoals vastgelegd in het
                    Asbestverwijderingsbesluit 2005.</al><al>Hoofdstuk 4 Maatstaven en tarieven Reinigingsrechten</al><al>Artikel 4.1</al><al>In artikel 4.1 zijn de tarieven aangegeven voor het inzamelen van
                    bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van enkele specifieke afvalsoorten die
                    zijn benoemd in artikel 4.3 sub h tot en met q van de tarieventabel. Aan
                    bedrijven worden hiervoor bedrijfscontainers beschikbaar gesteld en het tarief
                    is bepaald op een bedrag per lediging, dan wel, naar de keuze van de gebruiker,
                    een bedrag per kilogram.</al><al>De keuze van een bedrijf wordt vastgelegd in een getekende
                    opdrachtbevestiging.</al><al>De totale kosten die samenhangen met de inzameling en verdere verwerking van
                    bedrijfsafvalstoffen worden gedekt via een tarief voor de lediging van
                    containers voor restafval. In dit tarief zitten dan ook opslagen voor de
                    inzamel- en verwerkingskosten van papier, glas, gft, etc. Op verzoek kan een
                    bedrijf dat gebruik maakt van een door de gemeente Ameland beschikbaar gestelde
                    bedrijfscontainer als bedoeld in dit artikel (‘restafval’), eveneens gebruik
                    maken van door de gemeente beschikbaar gestelde containers voor het verwijderen
                    van glas en / of papier. Die stoffen kunnen bovendien gratis worden
                    achtergelaten op het overslagstation, want er wordt al voor betaald. Aan
                    bedrijven worden op deze wijze mogelijkheden geboden om op de kosten te besparen
                    door meer scheiding aan de bron en zelfwerkzaamheid. De kosten voor het
                    achterlaten van afval op het Overslagstation zijn immers aanzienlijk lager dan
                    wanneer dezelfde hoeveelheid afval wordt aangeleverd in bedrijfscontainers.</al><al>Artikel 4.2</al><al>In artikel 4.2 zijn de tarieven aangegeven voor het inzamelen van
                    bedrijfsafvalstoffen bij campings, met uitzondering van enkele specifieke
                    afvalsoorten die zijn benoemd in artikel 4.3 sub h tot en met q van de
                    tarieventabel.</al><al>Onder campings wordt eveneens verstaan een eventueel op of bij de camping
                    aanwezig ander bedrijf, als een zwembad, een kampwinkel, een restaurant en
                    dergelijke, voor zover liggend in het gebied volgens bijlage 1 van deze
                    verordening.</al><al>Artikel 4.3</al><al>In artikel 4.3 zijn tarieven aangegeven die gelden wanneer bedrijfsafvalstoffen
                    worden aangeboden op het Overslagstation van de gemeente Ameland.</al><al>Met letter f, landbouwplastic wordt bedoeld (zwart) plastic, gebruikt voor
                    bijvoorbeeld het afdekken van wintervoorraad, dat schoon en zonder vervuiling
                    (zoals autobanden, afrasteringsmaterialen, grond, etc.) wordt aangeleverd. Met
                    letter f, krimpfolie, wordt bedoeld schoon verpakkingsfolie dat om bijvoorbeeld
                    pallets met goederen wordt gewikkeld ter bescherming van deze goederen (en dat
                    eveneens schoon en niet vervuild met andere materialen wordt aangeleverd). Er
                    wordt hier niet gedoeld op allerlei andere soorten plastic,
                    verpakkingsmaterialen, kunststoffen, etc.</al><al>Artikel 4.4</al><al>In dit artikel wordt gedoeld op specifiek afspraken over inzameling,
                    bijvoorbeeld over de huur van bijzondere typen containers, of
                    ledigingsfrequenties. Dergelijke afspraken, met een privaatrechtelijk karakter
                    worden zo nodig vastgelegd in overeenkomsten c.q. contracten tussen beide
                    partijen.</al><al>Artikel 4.5</al><al>In dit artikel wordt gedoeld op gemeentelijke bedrijfscontainers die in depot
                    worden gehouden en incidenteel worden gehuurd door organisaties die zich
                    bezighouden met het organiseren van evenementen op Ameland. Voorbeelden van
                    dergelijke evenementen zijn Roggefeest, MadNes en TriAmbla.</al><al>De containers worden in overleg gebracht en gehaald door de gemeente.</al><al>Artikel 4.6</al><al>In dit artikel wordt gedoeld op incidentele diensten die ten behoeve van
                    bedrijven worden verricht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>