<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397227_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie Urk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-03-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">http://www.urk.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de rekenkamercommissie Urk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 81a en 81o Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rekenkamer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie Urk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Artikel</vet></al><al><vet>De raad van de gemeente Urk;</vet></al><al><vet>gelezen het voorstel van het presidium d.d. 10 maart 2015 ;</vet></al><al>gelet op de artikelen 81a en 81o van de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>VERORDENING op de Rekenkamercommissie Urk 2015.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>wet: Gemeentewet;</al><al>commissie: rekenkamercommissie Urk;</al><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al><al>college: college van burgemeester en wethouders. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Naam</titel></kop><al> Er is een commissie, die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                        als de rekenkamercommissie. De commissie bestaat uit raadsleden en één
                        extern lid. Iedere fractie wijst één raadslid aan. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Benoeming leden</titel></kop><al>De raad benoemt de leden van de commissie</al><al>Van de leden van de commissie die tevens raadslid zijn, treedt jaarlijks één
                        lid af, volgens een door de raad op te stellen schema van aftreden. Een
                        aftredend lid kan worden herbenoemd. </al><al>Het externe lid wordt, op voordracht van de commissie, voor een periode van
                        zes jaren benoemd, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin het lid
                        benoemd wordt. Dit lid kan door de raad op voordracht van de commissie één
                        keer worden herbenoemd voor een aansluitende periode van zes jaar. </al><al>Als voorzitter van de commissie treedt het externe lid op. De commissie
                        wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Eed</titel></kop><al>Ten aanzien van het externe lid is artikel 81g van de Gemeentewet van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Ontslag en non-activiteit</titel></kop><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.</al><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><al>op eigen verzoek;</al><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad;</al><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie
                        in de commissie te vervullen;</al><al>Het lidmaatschap van het externe lid eindigt:</al><al>op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is
                        met het lidmaatschap van de commissie als omschreven in artikel 81f
                        Gemeentewet; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een
                        maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid
                        bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is
                        gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling
                        heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. </al><al>Het externe lid van de commissie kan door de raad worden ontslagen wanneer
                        het door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn/haar functie te
                        vervullen. Een ontslag kan pas worden gegeven indien 2/3 van de aanwezige
                        raadsleden instemt met dit ontslag. Voordat de gemeenteraad hiertoe
                        overgaat, wordt de overige leden van de commissie hierover om advies
                        gevraagd.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vergoeding voor werkzaamheden van het externe lid van de
                            commissie</titel></kop><al>Het externe lid ontvangt een vergoeding voor het bijwonen van de
                        vergaderingen van de commissie.</al><al>2. De vergoeding, voor het bijwonen van een commissievergadering door het
                        externe lid, is gelijk aan de vergoeding van de voorzitter van de
                        bezwarencommissie van de gemeente Urk. Voor de onkostenvergoeding is de
                        verordening ex artikel 96 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de
                        commissie.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Taak en bevoegdheden voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de
                        commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                        uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                        besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de
                        onderzoekers en met de griffie. </al><al>De voorzitter vertegenwoordigt de commissie naar buiten en is woordvoerder
                        namens de commissie.</al><al>De voorzitter ondertekent stukken namens de commissie. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Taak plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><al>De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij zijn/haar
                        afwezigheid.</al><al>Bij vertrek van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter waar,
                        totdat een </al><al> nieuwe voorzitter is benoemd. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Secretaris</titel></kop><al>De raad benoemt in overleg met de commissie een ambtelijk secretaris.</al><al>De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                        terzijde.</al><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de
                        wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. </al><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de
                        vorming van dossiers. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement en de eventuele latere
                        wijzigingen hierop na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.
                        Het reglement mag niet strijdig zijn met hetgeen in deze verordening is
                        geregeld.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><al> De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                        probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. De in het vorige lid
                        bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de
                        raad gestuurd. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                        instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand
                        in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                        verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor de gronden aanvoeren. Voor
                        onderzoek komen alleen onderwerpen in aanmerking die: de financiën,
                        organisatie of resultaten van een gemeentelijk beleidsveld of –thema
                        betreffen, in besluitvorming en/of uitvoering afgerond zijn op de te
                        onderzoeken onderdelen of fasen, </al><al> geen betrekking hebben op individuele personen. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Werkwijze</titel></kop><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                        begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                        onderzoeksopzet.</al><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                        informeren.</al><al>De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur
                        te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig
                        acht.</al><al>Deze bevoegdheid komt de commissie ook toe ten aanzien van de rechtspersonen
                        als omschreven in artikel 184, lid 1 Gemeentewet. Artikel 184, leden 2 en 3
                        zijn hierin ook van toepassing.</al><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle
                        ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij
                        nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het
                        gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde
                        inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. </al><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                        procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van
                        het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Budget</titel></kop><al> De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar
                        gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar
                        taken. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                        kosten gebracht van: </al><al>De vergoedingen aan het externe lid;</al><al>Interne onderzoeksmedewerkers;</al><al>Externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;</al><al>Eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening
                        van haar taak.</al><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording
                        verschuldigd aan de raad. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Vergaderingen rekenkamercommissie</titel></kop><al>De vergaderingen van de commissie zijn in principe besloten. </al><al>Van een openbare vergadering wordt tijdig openbare mededeling gedaan. </al><al>Raadsleden en commissieleden kunnen besloten vergaderingen als toehoorder
                        bijwonen en ontvangen een afschrift van de agenda. </al><al>De voorzitter is bevoegd externen uit te nodigen tot het bijwonen van een
                        verga­dering voor het verstrekken van in­lich­tingen, toelichtingen of
                        adviezen. </al><al>De voorzitter bepaalt de concept‑agenda van een vergade­ring. De commissie
                        stelt bij het begin van een vergadering de agenda vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Quorum en besluiten rekenkamercommissie</titel></kop><al>Indien tijdens een vergadering van de commissie blijkt dat geen meerderheid
                        is opgekomen, wordt de vergadering niet gehouden en belegt de voorzitter een
                        nieuwe vergadering.</al><al>De commissie neemt besluiten bij meerderheid van stemmen. In­dien de stemmen
                        staken, beslist de stem van de voorzitter.</al><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan besluitvorming buiten een
                        vergadering van de commissie plaatsvinden in de vorm van een telefonische of
                        schriftelijke stemming (inclusief e-mail). Indien telefonische of
                        schrif­telijke afdoening bij een meerderheid op bezwaar stuit, geschiedt de
                        besluitvorming inzake desbetreffende aangele­genheid in een eerst­volgende
                        vergadering. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Geheimhouding</titel></kop><al> De commissie kan omtrent de inhoud van stukken die aan haar worden
                        overgelegd, geheimhouding opleg­gen. De geheimhouding wordt door allen die
                        van de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar
                        opheft. De geheimhouding kan eveneens worden opgelegd door burgemeester en
                        wethouders of een bestuurscommissie, ieder ten aanzien van stukken die zij
                        aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De
                        geheimhouding wordt door allen die van de stukken kennis dragen, in acht
                        genomen totdat burgemeester en wethouders haar opheffen. De commissie kan
                        geheimhouding opleg­gen omtrent het in besloten vergadering van de commissie
                        behandelde. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig
                        waren, in acht genomen totdat de commissie haar opheft. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Verslaglegging</titel></kop><al> Van een vergadering van de commissie wordt een beknopt verslag gemaakt dat
                        uitsluitend in de commissie wordt verspreid. Het verslag wordt ter
                        vaststelling opgenomen op de concept-a­genda voor de eerstkomende
                        vergadering van de commissie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Rapportage</titel></kop><al> De commissie legt zijn bevindingen bij de uitoefening van zijn taak vast in
                        een concept-rapport. De commissie legt het concept-rapport voor aan het
                        verantwoordelijke bestuursorgaa­n, c.q. de instelling of het bedrijf waar
                        het onderzoek zich op heeft gericht, met een verzoek de inhoud binnen een
                        nader door de commissie te bepalen ter­mijn te toetsen op feitelijke
                        correctheid en volledigheid. Na ontvangst van de reactie respectievelijk het
                        uitblijven daar­van binnen de in het vorige lid bedoelde termijn legt de
                        commissie zijn bevindingen vast in een eindrapport. Eventueel kan eerst nog
                        aanvullend onderzoek plaatsvinden of aanvullend advies wordt ingewonnen. De
                        commissie legt het eindrapport voor aan het verantwoordelijke bestuursorgaan
                        met een verzoek binnen een nader door de commissie te bepalen ter­mijn een
                        formele schriftelijke reactie op de onderzoeksconclusies en de adviezen te
                        geven. In deze reactie wordt o.m. aangegeven in hoeverre en op welke wijze
                        de aanbevelingen in het rapport zullen worden opgevolgd en uitgevoerd, en
                        waarom van de aanbevelingen zal worden afgeweken. Deze reactie wordt
                        bijgesloten in het eindrapport. Na ontvangst van deze reactie
                        respectievelijk het uitblijven daar­van binnen de in het vorige lid bedoelde
                        termijn, biedt de voorzitter van de commissie het eindrapport de raad aan.
                        Het rapport is daarmee openbaar. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Toelichting in raad en raadscommissie</titel></kop><al>De commissie kan personen aanwijzen die voorstellen of adviezen van de
                        commissie in de raad en raadscommissie(s) toelichten.</al><al>De voorzitter van de commissie is de eerste woordvoerder namens de
                        commissie. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt naast haar onderzoeksrapporten jaarlijks verslag uit van
                        haar werkzaamheden en van de uitvoering van het onderzoekprogramma. Zij
                        schenkt hierin ook aandacht aan de implementatie van de besluiten, die door
                        de raad over haar aanbevelingen zijn genomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Slotbepalingen</titel></kop><al> Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van de in deze verordening
                        ten aanzien van de werkwijze van de commissie opgenomen bepalingen en in
                        gevallen dienaangaande waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                        commissie. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verorde­ning op de </al><al> Rekenkamercommissie Urk 2015.</al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag waarop zij is vastgesteld. Op
                        dat tijdstip vervalt de Verordening op de Rekenkamercommissie Urk 2010,
                        vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april 2010. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 19 maart
                        2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>