<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397160_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 25-02-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Corsanummer 2015.16202</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vaststellen van de Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a.
                        2016</al><al/><al> De raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al/><al> gezien het voorstel van het presidium;</al><al/><al>gelet op de artikelen 82, 83, 84 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Vast te stellen de Verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen
                                c.a. 2016.</al></li><li nr="2."><al>Vanaf heden worden de reeds benoemde burgercommissieleden algemeen
                                benoemd geacht. </al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: raadslid of burgercommissielid;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al> commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemeen bestuurlijke zaken en Financiën (ABZ/FIN);</al></li><li nr="b."><al>Samenleving (S);</al></li><li nr="c."><al>Ruimte (R);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie ABZ/FIN adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting:</al><al><vet>Programma </vet><vet> Onderwerp</vet></al><al>1. Bestuur, Samenwerking &amp; Dienstverlening</al><al>2. Veiligheid &amp; Handhaving</al><al>7. Economie, Toerisme &amp; Recreatie</al><al>8. Financiën &amp; Belastingen</al><al> Overige zaken</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie S adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting:</al><al><vet>Programma</vet><vet> Onderwerpen</vet></al><al>3. Werk (participatie), Zorg &amp; Jeugd</al><al>4. Verenigingen &amp; Accommodaties</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie R adviseert en overlegt over onderwerpen
                                betreffende de volgende programma’s uit de begroting</al><al><vet>Programma</vet><vet> Onderwerp</vet></al><al>5. Wonen &amp; Leefomgeving</al><al>6. Ruimtelijk beheer, Milieu &amp; Verkeer</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bestaat de
                                mogelijkheid het onderwerp in een gecombineerde raadscommissie te
                                bespreken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er een gecombineerde raadscommissies wordt belegd, vervult de
                                voorzitter van de</al><al> raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de rol van
                                voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie:</al><lijst><li nr="a."><al>brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar
                                    werkzaamheden betrekking hebben;</al></li><li nr="b."><al>kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan
                                    bedoeld onder a of uit eigen beweging;</al></li><li nr="c."><al>voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                                    geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de
                                    onderwerpen bedoeld onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit maximaal twee leden per
                                    fractie.</al></li><li nr="2."><al>Zowel raadsleden als niet niet-raadsleden (burgercommissieleden)
                                    zijn lid. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet,
                                    inclusief artikel X8 Kieswet, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op de leden die geen raadslid zijn
                                    (burgercommissieleden). Het heeft de voorkeur dat de leden
                                    tijdens de laatste verkiezingen van de raad op de
                                    kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan.</al></li><li nr="3."><al>De burgercommissieleden worden door de raad op voordracht van de
                                    fractiesbenoemd, niet specifiek voor een bepaalde commissie.
                                    Raadsleden kunnen uit hoofde van hun functie als raadslid
                                    deelnemen aan een commissievergadering. </al></li><li nr="4."><al>Elke fractie kan maximaal drie burgercommissieleden voordragen
                                    voor benoeming.</al></li><li nr="5."><al>Burgercommissieleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van
                                    hun functie een eed af ten overstaan van de voorzitter van de
                                    raad. Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige
                                    toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen
                                    “raadscommissie”.</al></li><li nr="6."><al>De fracties zijn vrij wie zij van hun raads- en
                                    burgercommissieleden afvaardigennaar een bepaalde vergadering
                                    van een raadscommissie, mits hiervan minimaal één een raadslid
                                    is, met een uitzondering voor de eenmansfracties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit
                                    zijn midden benoemd.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de
                                    plaatsvervangend voorzitter fungeert een door de raadscommissie
                                    uit zijn midden aangewezen lid als tijdelijk voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Als de voorzitter lid is van een eenmansfractie dan kunnen voor
                                    deze fractie maximaal tweeburgercommissieleden de vergadering
                                    van de commissie bijwonen zonder dat een raadslid van die
                                    fractie aanwezig is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie als hij niet
                                meer voldoen aan de in artikel vier, tweede lid, gestelde
                                eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter en zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat
                                een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun
                                opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad op voordracht van de fractie zo spoedig mogelijk over de
                                vervulling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt
                                het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is
                                benoemd van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere
                                raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in
                                samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame
                                ambtenaar, als commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig of wordt
                                vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen
                                op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de
                                secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter
                                aan de beraadslagingen in</al><al> vergaderingen deelnemen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                    plaats volgens het schema van de vergaderkalender van de raad
                                    waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al>Ruimte vergadert op de dinsdag.</al></li><li nr="b."><al>Samenleving vergadert op de woensdag.</al></li><li nr="c."><al>Algemeen bestuurlijke zaken en Financiën vergadert op de
                                            donderdag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies beginnen in principe om
                                    19.30 uur en vinden plaats in de commissiekamer van het
                                    gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts als de voorzitter het nodig
                                    oordeelt of indien ten minste drie fracties schriftelijk met
                                    opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Uitnodiging en voorlopige agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste vijf werkdagen voor een
                                    vergadering de leden een schriftelijke uitnodiging, de
                                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke uitnodiging tot uiterlijk 48 uur voor de
                                    aanvang van een vergadering een aanvullende voorlopige agenda
                                    versturen, inclusief de daarbij horende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid kan voorstellen onderwerpen op de agenda van de
                                    raadscommissie te plaatsen. Een agendaverzoek wordt ten minste
                                    vijf werkdagen voor de commissievergadering schriftelijk
                                    ingediend bij de griffier. In overleg met de griffier voegt de
                                    commissievoorzitter het voorstel toe aan de voorlopige agenda
                                    voor de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden met het verzenden van de schriftelijke
                                    uitnodiging voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                    gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke uitnodiging
                                    stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                    gedaan aan de leden van de raadscommissies en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld middels plaatsing op de website van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste en tweede lid, onder
                                    berusting van de griffier en verleent deze een lid op verzoek
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door
                                aankondiging in een huis-aan huisblad. Daarnaast wordt op de
                                gemeentelijke website aandacht besteed aan de
                                commissievergaderingen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Ter vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van
                                    presentielijsten van vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de
                                    presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de
                                    lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door
                                    ondertekening vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Opening en sluiting vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                    indien volgens de presentielijst meer dan de helft van het
                                    maximum aantal leden dat deel kan nemen aan de vergadering,
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip het vereiste
                                    aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter opnieuw een
                                    vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na
                                    het bezorgen van de schriftelijke uitnodiging is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid, is het eerste
                                    lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over
                                    andere aangelegenheden alleen beraadslagen, als blijkens de
                                    presentielijst meer dan de helft van het maximum aantal leden
                                    dat deel kan nemen aan de vergadering, aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een commissievergadering eindigt uiterlijk om 23.00 uur. Mocht
                                    de commissievergadering niet om 23.00 uur zijn afgelopen, dan
                                    kan de commissie besluiten om de agenda af te handelen. Mocht de
                                    commissie besluiten om de agenda niet af te handelen dan wordt
                                    er een nieuwe datum voor de behandeling van de onderwerpen
                                    gezocht, eventueel na overleg met het presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Meespreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers hebben meespreekrecht. Zij kunnen meepraten c.q. het
                                    woord voeren over een geagendeerd onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>het vragenhalfuur</al></li><li nr="b."><al>vaststellen van de agenda</al></li><li nr="c."><al>advieslijst</al></li><li nr="d."><al>berichten uit het college</al></li><li nr="e."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter inventariseert aan het begin van de vergadering
                                    wie gebruik wenst te maken van het</al><al> meespreekrecht. Burgers die van het meespreekrecht gebruik
                                    willen maken melden dit voor </al><al> aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij
                                    vermeldt daarbij zijn naam, eventueel </al><al> het (email)adres en/ of telefoonnummer en het onderwerp
                                    waarover hij het woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De meespreker krijgt bij het betreffende agendapunt, aan het
                                    begin van iedere termijn van de commissie de mogelijkheid om
                                    kort en bondig zijn zienswijze over een onderwerp in te
                                    brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De meespreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. Nadat de meespreker</al><al> het woord heeft gevoerd kan elke fractie in iedere termijn aan
                                    de meespreker maximaal één aanvullende vraag stellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgers hebben geen adviesbevoegdheid. De leden van de commissie
                                    bepalen het advies en kunnen de inbreng van een burger mee laten
                                    wegen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lijst met toezeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor de lijst met toezeggingen
                                    van de commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst met toezeggingen bevat in ieder
                                    geval:</al><al>a. vermelding van de toezeggingen;</al><al>b. vermelding van het advies aan de raad;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De concept lijst met toezeggingen van de voorgaande
                                    commissievergadering wordt in principe aan de leden toegezonden
                                    gelijktijdig met de uitnodiging van de eerst volgende
                                    commissievergadering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een voorstel tot verandering dient
                                    voorafgaand aan de vergadering schriftelijk te worden ingediend
                                    bij de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De lijst met toezeggingen wordt in principe in de eerstvolgende
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De lijst met toezeggingenwordt zo spoedig
                                    mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, bepalen
                                    de fracties op voorstel van de commissievoorzitter de inhoud van
                                    het advies</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel wordt voor de raadsvergadering als hamerstuk
                                    geagendeerd als de commissie daarover unaniem oordeelt. Is er
                                    geen unanimiteit binnen de commissie dan wordt het voorstel als
                                    bespreekpunt geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een commissievergadering vindt geen stemming plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij voorkeur is er
                                    per termijn één woordvoerder per fractie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of
                                    voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                    secretaris spreken van hun plaats of van de spreekplaats en
                                    richten zich tot de voorzitter. Zij voeren het woord nadat het
                                    aan de voorzitter is gevraagd en van hem verkregen is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De volgorde van sprekers wordt door de voorzitter bepaald. De
                                    volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en
                                    de overige aanwezigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over het voorstel oordeelt de raadscommissie direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde oordeelt de raadscommissie
                                    direct.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>De wethouders</titel></kop><al>De wethouders kunnen bij de beraadslagingen aanwezig zijn en, indien
                                door de leden, de voorzitter of door hen gewenst, aan de
                                beraadslagingen deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>De gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in
                                de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                                beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen
                                deelnemen aan de beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel op een andere manier de orde verstoort, wordt hij door de
                                    voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker,
                                    hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering </al><al> onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij
                                    herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
                                    drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    bepaalde tijd schorsen. Als na heropening de orde opnieuw wordt
                                    verstoord kan hij de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de commissievergadering is er een vragenhalfuur, tenzij
                                    er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. Tijdens dit
                                    half uur kunnen de leden vragen stellen aan het college. Mocht
                                    de behandeling niet binnen een half uur zijn afgerond dan kan de
                                    raadscommissie besluiten de behandeling af te ronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van
                                    het onderwerp uiterlijk tot 17.00 uur voorafgaand aan de werkdag
                                    van de commissievergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan
                                    weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te
                                    stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                    aangegeven of indien het onderwerp in de commissievergadering op
                                    diezelfde dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, het college en voor de overige leden van de
                                    raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
                                    één of meerdere vragen aan het college te stellen en een
                                    toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller
                                    desgewenst het woord om één aanvullende vraag te stellen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Toezeggingen besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De concept lijst met toezeggingen van een besloten vergadering
                                    wordt niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de leden ter
                                    inzage bij de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze toezeggingen worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering bepaalt de raad of de lijst met toezeggingen
                                    openbaar wordt gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet het voornemen heeft de geheimhouding op te heffen wordt
                                daarover, als de raadscommissie die geheimhouding heeft bepaald
                                daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie
                                overleg gevoerd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de
                                    orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering
                                    verstoren kan de voorzitter voor ten hoogste drie maanden de
                                    toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- dan wel
                                beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                                voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Gebruik mobiele apparatuur</titel></kop><al>Tijdens de vergadering geldt voor een ieder dat het zakelijk gebruik
                                van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is toegestaan,
                                voor zover dit gebruik strikt noodzakelijk is voor het deelnemen aan
                                en het bijwonen van de vergadering, waarbij privé gebruik in
                                principe niet wordt toegestaan. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening op de raadscommissie Nuenen 2010 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van
                                    publicatie.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening op de
                                    raadscommissies gemeente Nuenen c.a. 2016. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 18 februari 2016 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> de voorzitter, M.J. Houben MBA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, M.C.P. Laurenssen </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening op de raadscommissies gemeente Nuenen c.a.
                        2016</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al/><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. Op grond van artikel
                    82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk
                    acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het instellen van
                    raadscommissies. De instelling van raadscommissies geschiedt veelal bij
                    verordening, waarin de taken bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de
                    raadscommissies worden vastgelegd. Deze verordening voorziet hierin.</al><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Instelling raadscommissies</tussenkop><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere
                    raadscommissies</al><al>Onderwerpen die volgens deze verordening niet zijn ingedeeld bij een commissie
                    worden besproken in de commissie Algemeen bestuurlijke zaken en Financiën. Dit
                    is aangeduid met: “overige zaken”.</al><al>Het spreekt voor zich dat als er een gecombineerde raadscommissies wordt belegd,
                    ook de commissiegriffier van de raadscommissie die het onderwerp het meest
                    aangaat dan ook de functievan commissiegriffier vervult. </al><tussenkop>Artikel 3. Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. In de gemeente Nuenen c.a.
                    zijn de raadscommissies vooral gericht op de voorbereiding van besluitvorming in
                    de raad door de uitwisseling van inhoudelijke en politieke standpunten. Naast
                    kennis- en informatie-uitwisseling, kan in de commissie een politiek debat
                    plaatsvinden. De uiteindelijke stemming en besluitvorming vinden plaats in een
                    raadsvergadering. </al><al/><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, dat wil zeggen die
                    van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al/><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium
                    (bestaande uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad). </al><tussenkop>Artikel 4. Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Per fractie kunnen
                    maximaal twee leden deelnemen aan de commissievergadering. De leden van een
                    raadscommissie hoeven geen raadslid te zijn: de burgercommissieleden. De
                    burgercommissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie.
                    Per fractie kunnen drie burgercommissieleden worden benoemd. Het verdient de
                    voorkeur dat deze burgercommissieleden op de kandidatenlijst van de betreffende
                    fractie hebben gestaan. Dit in verband met de ‘kenbaarheid’
                    (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers. Deze laatste eis hoeft
                    niet te worden gesteld, de beslissing hierover is aan de raad.</al><al/><al>De burgercommissieleden moeten evenals de raadsleden, voldoen aan hetgeen is
                    bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent
                    onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel
                    moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als
                    bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met
                    artikel 15. Om in navolging van artikel 15 ook een sanctie te kunnen opleggen,
                    zoals bij raadsleden, wordt ook artikel X8 uit de Kieswet van overeenkomstige
                    toepassing verklaart.</al><al>Het is mogelijk dat de raad (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te
                    benoemen tot lid van een commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een
                    burgercommissielid niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet. Andere
                    redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan de
                    orde.</al><al>Voordat de burgercommissieleden hun functie kunnen uitoefenen, worden zij
                    beëdigd in een raadsvergadering.</al><al/><al>Raadsleden kunnen uit hoofde van hun functie altijd deelnemen aan een
                    commissievergadering. De burgercommissieleden worden per raadsbesluit benoemd,
                    niet specifiek voor een bepaalde commissie. Dit houdt in dat het aan de fracties
                    zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie vertegenwoordigen in de
                    verschillende raadscommissies. De fracties zijn vrij wie zijn van hun raads- en
                    burgercommissieleden afvaardigen naar een bepaalde raadscommissie, mits hiervan
                    minimaal één een raadslid is, met een uitzondering voor de eenmansfracties. De
                    eenmansfracties kunnen zich bij een commissievergadering bijvoorbeeld ook laten
                    vertegenwoordigen door een of twee burgercommissieleden. Dit om de
                    eenmansfracties te ontlasten van de verplichting dat het raadslid bij elke
                    raadscommissie aanwezig moet te zijn.</al><tussenkop>Artikel 5. Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun eventuele plaatsvervangers "uit zijn
                    midden" benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen.</al><al/><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter
                    op grond van artikel 1 van de verordening) geen lid van de raadscommissie. Op
                    deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als onafhankelijk
                    voorzitter.</al><al/><al>Lid 5 maakt het mogelijk dat ook een eenmansfractie de mogelijkheid krijgt een
                    voorzitter voor een raadscommissie te leveren.</al><tussenkop>Artikel 6. Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien
                    een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en
                    indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (artikel 6, zevende lid).</al><al/><al>De raad kan een burgercommissielid op voorstel van de fractie die het lid heeft
                    voorgedragen, ontslaan. </al><al>Bij splitsing van een fractie heeft de afgesplitste fractie op grond van artikel
                    4, eerste lid, recht op maximaal drie eigen burgercommissieleden. </al><tussenkop>Artikel 7. Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Aangezien de
                    commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie is, is
                    het college de werkgever en zal in overleg met de secretaris bepaald moeten
                    worden welke ambtenaar deze functie vervult en wie hem bij zijn afwezigheid of
                    verhindering vervangt. Ook vindt er in deze overleg plaats met de betreffende
                    commissievoorzitter. De griffier is verantwoordelijk voor het functioneren van
                    de commissiegriffiers. </al><al>Uit het tweede lid volgt dat de commissiegriffier altijd bij de vergaderingen
                    van de raadscommissie aanwezig is. In principe neemt een commissiegriffier geen
                    deel aan de beraadslagingen, tenzij deze daar door de commissievoorzitter voor
                    wordt uitgenodigd (lid 3).</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1. Voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste drie
                    fracties hierom vragen. Een vergadering van een raadscommissie gaat niet door
                    als het college voor een bepaalde raadscommissie geen raadsvoorstellen aanbiedt. </al><tussenkop>Artikel 9. Uitnodiging en voorlopige agenda</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een uitnodiging inclusief de
                    voorlopige agenda en de stukken ten minste vijf werkdagen voor de vergadering.
                    Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt verstuurd, bedraagt
                    deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de
                    griffier worden ingezien. Van de geheimhouding wordt melding gemaakt op de
                    stukken.</al><tussenkop>Artikel 10. De agenda</tussenkop><al>Ieder lid kan een voorstel tot agendering van een onderwerp doen (artikel 10,
                    lid 1). Voor een goede voorbereiding, loopt dit verzoek in principe langs de
                    commissievoorzitter. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda
                    en kan een lid bij het vaststellen van de agenda altijd het voorstel doen een
                    onderwerp aan de agenda toe te voegen of te verwijderen. </al><tussenkop>Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda worden ook de bijhorende stukken op een vaste plaats
                    voor een ieder ter inzage gelegd. Dit is in de leeskamer van het gemeentehuis.
                    Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Naast de
                    fysieke terinzagelegging, worden de stukken doorgaans ook op de website van de
                    gemeente geplaatst. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd
                    kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 12. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke uitnodiging de
                    vergadering ter openbare kennis brengen. </al><tussenkop>Paragraaf 2. Ter vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 13. Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor de
                    burgercommissieleden te kunnen vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 14. Opening en sluiting vergadering</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 14
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het maximum aantal leden dat deel
                    kan nemen aan de vergadering aanwezig is en de presentielijst heeft getekend,
                    kan worden vergaderd.</al><al/><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke uitnodiging uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke uitnodiging te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering. Daarnaast kan er overleg plaatsvinden
                    met het presidium in diens functie als agendacommissie. </al><al/><al>In het vierde lid is de eindtijd vastgelegd van een commissievergadering en wat
                    te doen als de vergadering nog niet is afgerond. </al><tussenkop>Artikel 15. Meespreekrecht burgers</tussenkop><al>De gemeente Nuenen c.a. heeft voor de raadscommissie het meespreekrecht. Burgers
                    hebben geen adviesrecht.</al><al/><al>In het tweede lid zijn enkele onderwerpen opgenomen, waar het meespreekrecht
                    niet voor geldt. Het gaat hierbij om onderwerpen waar ook de leden van de
                    raadscommissie niet over beraadslagen. </al><al/><al>Het meespreekrecht is beperkt tot de onderwerpen die op de agenda van de
                    raadscommissie staan. Voor overige onderwerpen kunnen burgers raadsleden
                    benaderen (deze hebben immers diverse instrumenten om onderwerpen te agenderen)
                    of kunnen burgers gebruik maken van het burgerinitiatief. </al><al/><al>De burgers die wensen mee te praten melden dit voor aanvang bij de
                    commissiegriffier. De commissievoorzitter zal aan het begin van een vergadering
                    aan de aanwezigen vragen of zij gebruik willen maken van het meespreekrecht.
                    Hierdoor kan er flexibel worden omgegaan met dit punt en kan de
                    servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al><tussenkop>Artikel 16. Lijst met toezeggingen</tussenkop><al>Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij
                    de commissiegriffier ingediend. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of
                    een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                    raadscommissie de lijst met toezeggingen vaststelt. Na vaststelling van de lijst
                    met toezeggingen ondertekenen de voorzitter en de commissiegriffier deze. </al><tussenkop>Artikel 17. Advies</tussenkop><al>Een raadscommissie bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het
                    college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten
                    worden genomen. </al><al>Een raadscommissie kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                    fracties bepalen het advies, waarbij de inventarisatie per fractie
                    plaatsvindt.</al><al>Een raadscommissie neemt geen beslissingen. Alleen de raad kan besluiten nemen
                    en wordt het duidelijk hoe de stemverhouding precies liggen. Daarom is lid 3
                    toegevoegd om duidelijk aan te geven in een commissievergadering geen stemming
                    plaats vindt. </al><tussenkop>Artikel 18. Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een wethouder antwoordt na de inbreng van de
                    leden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een lid na afloop van de
                    tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te
                    honoreren. Indien de raadcommissie van mening is, dat na de tweede termijn
                    verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al><tussenkop>Artikel 19. Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. Over een dergelijke voorstel wordt
                    direct, zonder beraadslagingen geoordeeld door de raadscommissie.</al><tussenkop>Artikel 20. Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    geoordeeld door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). </al><tussenkop>Artikel 21. De wethouders</tussenkop><al>Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 21 Gemeentewet; de wethouder heeft
                    toegang tot de commissievergadering en kan hij, ook als hij dat zelf wil, aan de
                    beraadslaging deelnemen. </al><tussenkop>Artikel 22. De gemeentesecretaris</tussenkop><al>De gemeentesecretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het
                    college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee
                    taken kan het tevens wenselijk zijn dat de gemeentesecretaris deelneemt aan de
                    beraadslagingen van de raadscommissie. De gemeentesecretaris wordt benoemd en
                    ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de gemeentesecretaris niet
                    kan dwingen om in de raadscommissie aanwezig te zijn. De raad zal het college
                    moeten verzoeken of het college de gemeentesecretaris opdraagt in de vergadering
                    aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de
                    raadscommissie onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de
                    gemeentesecretaris bezit of kan de gemeentesecretaris bijvoorbeeld deelnemen aan
                    een discussie over het functioneren van de ambtelijke organisatie.</al><tussenkop>Artikel 23. Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders
                    en de secretaris. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben
                    deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker
                    heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen over de orde van de
                    vergadering of het geven van een advies aan de raad.</al><tussenkop>Artikel 24. Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                    overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. </al><al>Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij de raadsvergadering
                    bevoegd is om de orde te handhaven. Voor de commissievergadering ontbreekt een
                    dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. </al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten.
                    In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit
                    de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag
                    kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden
                    ontzegd. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><al>Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun
                    mening te uiten, bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien
                    dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies.
                    Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te
                    spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering
                    zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als
                    niet-raadsleden (burgercommissieleden).</al><tussenkop>Artikel 25 Vragenhalfuur</tussenkop><al>Zowel de raads- als burgercommissieleden kunnen vragen stellen aan het college.
                    De vragen moeten dan wel ingediend zijn om uiterlijk 17.00 uur op de werkdag
                    voor de commissievergadering. Dit geeft het college de tijd de beantwoording
                    voor te bereiden. Vragen die later worden ingediend worden niet meer in
                    behandeling genomen. </al><tussenkop>Paragraaf 3. Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 26. Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. </al><tussenkop>Artikel 27. Toezeggingen besloten vergadering</tussenkop><al>Omdat in de raad de formele besluitvorming plaatsvindt, is het goed hier ook de
                    besluitvorming plaatsvindt over de lijst met toezeggingen.</al><tussenkop>Artikel 28. Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>De raad kan besluiten de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad
                    oplegt, op te heffen. In deze bepaling is een overlegverplichting opgenomen
                    waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Paragraaf 4. Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29. Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, dit artikel voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 30. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 31. Gebruik mobiele apparatuur</tussenkop><al>Het gebruik van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen kan storend
                    zijn voor de vergadering. Dit geldt voor een ieder die aanwezig is bij de
                    commissievergadering, dus zowel de raadsleden, college als de aanwezige op de
                    publieke tribune. Het is een kwestie van etiquette om elkaar aan te spreken als
                    het gebruik van mobiele apparatuur storend werkt voor het verloop van de
                    vergadering. </al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 32. Uitleg verordening, artikel 33. Inwerkingtreding en artikel
                    34. Citeertitel.</tussenkop><al>Deze artikelen hoeven geen toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>