<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR397000_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidieverlening voor de BI-zone winkelcentrum Dillenburgplein e.o. over de jaren 2016-2020</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 2015, 129678</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening BI-zone Dillenburgplein e.o 2016-2020</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035933&amp;artikel=1">Wet op de bedrijveninvesteringszones, art. 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035933&amp;artikel=7">Wet op de bedrijveninvesteringszones, art. 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=6">Gemeentewet, art. 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening wordt ingetrokken indien er bij de draagvlakmeting geen sprake is van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet.</al><al>Deze verordening vervalt op 31 december 2020.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidieverlening voor de BI-zone winkelcentrum Dillenburgplein e.o. over de jaren 2016-2020
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk; </al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2015, </al>
          <al/>
          <al>gelet op: artikel 1, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de wet op de
                        bedrijveninvesteringszones en artikel 6, eerste lid, van de Gemeentewet; en </al>
          <al/>
          <al>gelet op de tussen de gemeente Ridderkerk en de Stichting BIZ
                        Dillenburgplein e.o. (hierna: de stichting) gesloten Uitvoeringsovereenkomst
                        van 12 november 2015; </al>
          <al/>
          <al>gezien het advies van de commissie Samen Leven van 1 december 2015; </al>
          <al/>
          <al>besluit: </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de navolgende verordening: </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidieverlening voor de BI-zone winkelcentrum Dillenburgplein e.o. over de jaren 2016-2020 (Verordening BI-zone Dillenburgplein e.o 2016-2020)</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr/>
            <titel/>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening verstaat onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de
                                    gemeente Ridderkerk waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. De
                                    BI-zone is het gebied van het winkelcentrum Dillenburgplein te
                                    Ridderkerk, te weten alle bedrijven binnen het winkelcentrum
                                    gevestigd op het Dillenburgplein (de huisnummer 1 tot en met
                                    50), de Louise de Colignylaan (huisnummers 14 tot en met 18) en
                                    de Juliana van Stolberglaan (huisnummer 46). Het aangewezen
                                    gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en
                                    daarvan deeluitmakende kaart (bijlage 1).</al></li>
              <li nr="2."><al>De wet: de wet op de bedrijveninvesteringszones;</al></li>
              <li nr="3."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente;</al></li>
              <li nr="4."><al>Uitvoeringsovereenkomst: een tussen de gemeente Ridderkerk en de
                                    stichting gesloten Uitvoeringsovereenkomst voor de periode
                                    2016-2020.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Aanwijzing stichting</titel>
            </kop>
            <al>De stichting wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van
                            de wet op de bedrijveninvesteringszones </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Belastingbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aard van de belasting</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn
                            gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid, de
                            ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare
                            ruimte van de BI-zone.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks
                                geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die
                                niet in hoofdzaak tot woning dienen. Een concreet overzicht van de
                                objecten ter zake waarvan de BIZ-bijdrage geheven zal worden, is
                                opgenomen in bijlage 1.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het
                                kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet
                                krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht,
                                gebruiken. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het tweede lid wordt: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven; </al></li>
                <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet
                                in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die
                                zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft.
                                Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie
                                kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Belastingobject</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt
                                aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                                waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient
                                en die niet is genoemd in artikel 220d, eerste lid, van de
                                Gemeentewet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de
                                waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in
                                hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak
                                die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende
                            zaak.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Vrijstellingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken; </al></li>
                <li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; </al></li>
                <li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; </al></li>
                <li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
                                        Rangschikkingbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering
                                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; </al></li>
                <li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; </al></li>
                <li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li>
                <li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen; </al></li>
                <li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen; </al></li>
                <li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken; </al></li>
                <li nr="j."><al>werken die zijn bestemd voor de elektriciteitsvoorziening
                                        (trafo’s) en die worden beheerd door organen, instellingen
                                        of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen </al></li>
                <li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                        eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst
                                        ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van
                                        het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten
                                van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in
                                hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De BIZ-bijdrage per onroerende zaak bedraagt per jaar € 600,-- voor
                            zowel eigenaar als gebruiker.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                wordt de aanslag betaald in een termijn die vervalt op de dag die in
                                de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Nadere regels door het college</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de BIZ-bijdrage. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Subsidiebepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Algemeen</titel>
            </kop>
            <al>Indien en voor zover in deze verordening daarvan niet is afgeweken, is
                            de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Ridderkerk van toepassing. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Subsidievaststelling en wijze van betalen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De subsidie wordt verstrekt aan de stichting voor de uitvoering van
                                de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de
                                BIZ-bijdragen die in de artikel 4, eerste lid, bedoelde periode
                                worden geheven, zoals opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst,
                                zijnde 144.000,- euro. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De eventuele minderopbrengsten (bijvoorbeeld als gevolg van
                                waardevermindering door bezwaar en beroep of oninbaarheid van de
                                belastingbedragen) zijn voor rekening en risico van de stichting.
                                Eventuele meeropbrengsten komen ten goede aan de stichting. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de
                                subsidievaststelling en wijze van betalen. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>wijze van betalen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De subsidie wordt betaald in gelijke jaarlijkse termijnen van
                                28.800,- euro voor 31 december van elk jaar waarin de BIZ-bijdrage
                                wordt geheven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de
                                wijze van verrekening van de meer- en minderopbrengsten van de
                                geheven BIZ-bijdragen ten opzichte van de betaalde voorschotten.
                            </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Melding van relevante wijzigingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                                de hoogte van veranderingen in haar financiële situatie. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op
                                de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering
                                of beëindiging van activiteiten. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Delegatie van de bevoegdheid tot intrekken of wijzigen
                                subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <al>Het college is bevoegd tot het intrekken of ten nadele van de ontvanger
                            wijzigen van de subsidievaststelling bedoeld in artikel 4:49 van de
                            Algemene wet bestuursrecht. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt een dag na bekendmaking in werking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De verordening wordt ingetrokken indien er bij de draagvlakmeting
                                geen sprake is van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de
                                wet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Deze verordening vervalt op 31 december 2020. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Citeerartikel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening BI-zone
                            Dillenburgplein 2016-2020’. </al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 december 2015, </ondertekening>
        <ondertekening>De voorzitter, </ondertekening>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage 1: Begrenzing BI-Zone Dillenburgplein</titel>
        </kop>
        <al>De BI-zone Dillenburgplein omvat de volgende straten en huisnummers:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>Dillenburgplein 1 tot en met 50</al></li>
          <li nr="·"><al>Juliana van Stolbergstraat 46</al></li>
          <li nr="·"><al>Louise de Colignylaan 14 tot en met 18.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>