<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR396697_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke Verordening 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 14706</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVB15-0006</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>APV, Openbare Orde &amp; Economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen op Zoom;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van 10 november 2015, nr.
                        RVB15-0006;</al><al/><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet en Algemene wet Bestuursrecht;</al><al/><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde; </al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van de dag waarop de onder 3. genoemde verordening in
                                werking treedt, de Algemene Plaatselijke Verordening 2012,
                                vastgesteld op 31 mei 2012, inclusief de op 27 juni 2013 en de op 18
                                december 2013 vastgestelde 1<sup>ste </sup>en 2<sup>de</sup>
                                wijziging in te trekken;</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de dag waarop de onder 3. genoemde verordening in
                                werking treedt, de Vent- en Standplaatsenverordening 2010,
                                vastgesteld op 21 december 2010, in te trekken;</al></li><li nr="3."><al>Vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening 201</vet></al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een aanvraag van een
                                    omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al
                                    verleende omgevingsvergunning.</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente
                                    Bergen op Zoom daaronder wordt verstaan.</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bergen op Zoom.</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet
                                    daaronder wordt verstaan.</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn.</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan.</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag, tenzij deze verordening anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan deze termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                                minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag
                                een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht betreft. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                                meer dan acht weken vóór het eind van het kalenderjaar voorafgaande
                                aan het jaar waarin de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                                heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                                behandelen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een aanvraag tot afgifte van een vergunning of ontheffing welke
                                gebaseerd is op deze verordening dient te worden aangevraagd middels
                                een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag
                                worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing
                                weigeren als aannemelijk is dat de feitelijke toestand niet in
                                overeenstemming zal zijn met hetgeen in de aanvraag is vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex silencio positivo van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 2:9: Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatartiest;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:6 Caravans, aanhangers en dergelijke;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                    strijd met de publieke functie ervan;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:25 Vergunning evenementen; </al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca; </al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:29a Sluitingsuur broodjes- en shoarmazaken;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:29b Sluitingsuur Sportkantines;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:39: Exploitatievergunning speelgelegenheid;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.; </al></li><li nr="-"><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 3:3 Vergunning seksinrichting; </al></li><li nr="-"><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:15 Ventverbod;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden;</al></li><li nr="-"><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:11</nr><titel>Toonplicht</titel></kop><al>De houder van een vergunning of een ontheffing geeft deze op eerste
                            vordering van een toezichthouder of opsporingsambtenaar ter inzage
                            af.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats op enigerlei wijze de
                                        orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen
                                        lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om op openbare plaats, waar sprake is van
                                        wanordelijkheden of van dreiging voor het ontstaan van
                                        wanordelijkheden, een voorwerp of stof voor handen te hebben
                                        kennelijk meegebracht om de orde te verstoren. </al></li><li nr="3."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor
                                                wanordelijkheden ontstaan of dreigen te
                                                ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al><lijst><li nr="4."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting
                                        van een gedeelte van een openbare plaats door of vanwege het
                                        bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te
                                        verwijderen of omver te halen.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="7."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>en Artikel 2:5 (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of gedrukte
                                    stukken of afbeeldingen of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen c.q. goederen onder publiek te verspreiden dan wel
                                    openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>en Artikel 2:8 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door of namens de burgemeester aangewezen
                                    wegen en tijden op of aan de weg als straatartiest muziek of
                                    geluid ten gehore te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester op andere
                                    dan krachtens het eerste lid aangewezen wegen en tijden als
                                    straatartiest op te treden of muziek of geluid ten gehore te
                                    brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet indien er
                                    tijdens een evenement als bedoeld in artikel 2:25 als
                                    straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar,
                                    filmoperateur of gids wordt opgetreden met toestemming van een
                                    organisator die in het bezit is van een op grond van artikel
                                    2:25 afgegeven evenementenvergunning.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg anders te gebruiken dan
                                        overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:25;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28c;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en</al></li><li nr="d."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                                regeling een vergunning voor het gebruik van de weg
                                                is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de
                                        volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in
                                        de nadere regels uit hoofde van het vierde lid:</al><lijst><li nr="a."><al>uitstallingen;</al></li><li nr="b."><al>bouwobjecten;</al></li><li nr="c."><al>reclameborden;</al></li><li nr="d."><al>plantenbakken en banken;</al></li><li nr="e."><al>nader door het college aan te wijzen categorieën van
                                                voorwerpen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Door of namens het college worden in het belang van de
                                        openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                        gesteld ten aanzien van de categorieën van voorwerpen als
                                        bedoeld in het derde lid.</al></li></lijst><al>5 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken,
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen
                                Noord-Brabant 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door het college in de overige gevallen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Waterwet, de Verordening wegen Noord-Brabant 2010, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en
                                    wethouders:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                    parkeerplaats,</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het openbaar groen en/of de openbare ruimte daardoor op
                                    onaanvaardbare wijze wordt aangetast,</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                                    andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                    uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                    openbaar groen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Waterwet, Verordening wegen Noord-Brabant 2010, de
                                    Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>tot en met Artikel 2:17 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende periodes wanneer code rood is afgekondigd door
                                    de brandweer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Messen en andere
                                    voorwerpen als steekwapen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door of namens burgemeester en wethouders
                                    aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek
                                    toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels,
                                    slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                    gebruikt, openlijk bij zich te dragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                    behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en
                                    munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze
                                    voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of
                                    kan komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer, verlichting en toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer, openbare verlichting en toezicht worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>en Artikel 2:23 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie/circus;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement, zoals opgenomen in artikel 2:25, lid
                                    2;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een snuffelmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt
                                    wordt niet verstaan een markt of jaarmarkt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse
                                    evenementen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteit niet plaatsvindt op een kernlocatie zoals
                                            benoemd in het evenementenbeleid;</al></li><li nr="b."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) en
                                            83 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt
                                            overschreden;</al></li><li nr="d."><al>het evenement tussen 09.00 uur en 24.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="e."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur en op zondag vóór 13.00 uur; </al></li><li nr="f."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="g."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 50 m2 per object en zich hier
                                            minder dan 50 personen gelijktijdig in/op
                                            verblijven;</al></li><li nr="h."><al>de organisator binnen 4 weken voorafgaand aan het
                                            evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan aan
                                            de burgemeester middels een door de burgemeester
                                            vastgesteld meldingsformulier;</al></li><li nr="i."><al>het geen vechtsportwedstrijden of –gala’s betreft,
                                            waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten,
                                            kickboksevenementen, freefightevenementen en daarmee
                                            vergelijkbare activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de
                                    openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het
                                    milieu. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een vergunning als in het eerste lid of
                                    een melding als in het tweede het voorschrift verbinden dat
                                    gedurende het evenement en in het gebouw dan wel op het terrein
                                    waar het evenement plaatsvindt geen gebruik gemaakt mag worden
                                    van glas maar uitsluitend van onbreekbaar duurzaam kunststof
                                    glas- en vaatwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Bijzondere weigeringsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn
                                oordeel:</al><lijst><li nr="a."><al>het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de
                                        gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het
                                        ontstaan van wanordelijkheden.</al></li><li nr="b."><al>een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>het evenement niet voldoet aan de uitgangspunten van het
                                        evenementenbeleid;</al></li><li nr="d."><al>het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de
                                        bestemming van de plaats waar het wordt gehouden;</al></li><li nr="e."><al>het evenement een onevenredig groot beslag legt op de
                                        beschikbare ruimte of tijd dan wel de inzet van
                                        hulpdiensten;</al></li><li nr="f."><al>het evenement een belemmering vormt voor het verkeer of het
                                        scheepvaartverkeer; </al></li><li nr="g."><al>van het evenement een onevenredige belasting voor het woon-
                                        of leefklimaat in de omgeving te verwachten is;</al></li><li nr="h."><al>het evenement verontreiniging tot gevolg heeft, afbreuk doet
                                        aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade
                                        toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van
                                        openbaar nut;</al></li><li nr="i."><al>de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed
                                        verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde
                                        belangen of </al></li><li nr="j."><al>de organisator onvoldoende waarborgen biedt om schade aan
                                        het milieu als gevolg van het evenement te voorkomen of te
                                        beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring en Wanordelijkheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of
                                    wanordelijkheden te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                    andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                    zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid
                                    in gevaar komt of kan komen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst><li nr="i."><al> een hotel, restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al> elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende: </al></li><li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                            rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens
                                            rekening en risico de openbare inrichting wordt
                                            geëxploiteerd;</al></li><li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan
                                            een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt
                                            geëxploiteerd;</al></li><li nr="3."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding geeft
                                            aan de exploitatie van een openbare inrichting.</al></li><li nr="d."><al>bezoeker: een ieder die zich in de inrichting bevindt,
                                            met uitzondering van leidinggevenden, personen die
                                            dienst doen in de inrichting, en personen wier
                                            aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                                            noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester
                                    de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting
                                    in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en
                                    geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken
                                    middels een omgevingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend
                                    te houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig
                                    is die vermeld staat op een vergunning of verleende vrijstelling
                                    met betrekking tot die inrichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunninghouder doet een melding aan de burgemeester
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een leidinggevende op de vergunning dient te worden
                                    bijgeschreven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een leidinggevende van de vergunning dient te worden verwijderd
                                    als deze geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering of de
                                    exploitatie van de openbare inrichting.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                    zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>sprake is van bestaande inrichtingen waarbij zich in de zes
                                    maanden voorafgaand aan de datum van de in werking treding van
                                    deze verordening een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                    als er geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op
                                    straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                    inrichting, dan wel:</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
                                    weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
                                    tweede of derde lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het zevende lid onder a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28a</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al>1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een
                                            exploitatievergunning of verleende vrijstelling
                                            ingetrokken indien:</al></li><li nr="a."><al>de vergunning/vrijstelling is verleend op grond van door
                                            de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige
                                            informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn
                                            genomen indien bij het nemen daarvan de juiste
                                            omstandigheden volledig bekend waren geweest;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen,
                                            zoals die zijn vermeld in artikel 2:28 tweede lid;</al></li><li nr="c."><al>zich in of in de nabijheid van de horeca-inrichting
                                            feiten hebben voorgedaan, die – naar het oordeel van de
                                            burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht
                                            blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de
                                            openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het
                                            woon- en leefklimaat of de zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>indien voor de exploitatie van een openbare inrichting
                                            tevens een vergunning op basis van de Drank- en
                                            Horecawet is vereist en deze vergunning is
                                            ingetrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een exploitatievergunning of vrijstelling kan worden
                                    ingetrokken:</al><lijst><li nr=""><al>a.indien is of wordt gehandeld in strijd met de
                                            verleende vergunning en/of de daaraan verbonden
                                            voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of
                                            krachtens deze verordening zijn bepaald;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking van de vergunning op grond van het eerste
                                            lid, onder b, kan eerst geschieden een maand nadat van
                                            het voornemen daartoe aan de vergunninghouder
                                            schriftelijk mededeling is gedaan tenzij de
                                            vergunninghouder zelf niet langer voldoet aan de eisen
                                            zoals gesteld in artikel 2:28 tweede lid;</al></li><li nr="d."><al>in een openbare inrichting de functie van leidinggevende
                                            wordt uitgeoefend door een persoon, die niet op de
                                            vergunning met betrekking tot dat bedrijf als zodanig is
                                            vermeld;</al></li><li nr="e."><al>op verzoek van de exploitant. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van openbare inrichtingen waarvan de
                                    exploitatievergunningen ingevolge het eerste lid onder c van dit
                                    artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een
                                    exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende
                                    een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden
                                    geweigerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28b</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>De exploitatievergunning of verleende vrijstelling vervalt
                                wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd
                                        of (gedeeltelijk) overgedragen;</al></li><li nr="b."><al>zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van
                                        de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning
                                        gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>gedurende zes maanden anders dan wegens overmacht geen
                                        gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28c</nr><titel>Terrasvergunning</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning van de
                                                  burgemeester een terras in te richten, te
                                                  exploiteren of in gebruik te geven op de openbare
                                                  weg of op een voor publiek toegankelijk
                                                  terrein.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                                  wordt geweigerd indien: </al><al>a.een terras niet is gesitueerd direct
                                                  aangrenzend aan of in de directe nabijheid van de
                                                  horeca-inrichting van de aanvrager;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>uit de aanvraag blijkt dat door de afmeting van het
                                            terras op een trottoir of voetgangersgedeelte niet
                                            tenminste 1,5 meter vrije doorgang voor het verkeer is
                                            gewaarborgd, tenzij de burgemeester van oordeel is dat
                                            vanuit verkeerstechnisch oogpunt een doorgang van minder
                                            dan 1,5 meter verantwoord is;</al></li><li nr="c."><al>uit de aanvraag blijkt dat het terras gevaar oplevert
                                            voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
                                            beheer van de weg en daaraan niet door het verbinden van
                                            voorschriften aan de vergunning tegemoet kan worden
                                            gekomen;</al></li><li nr="d."><al>uit de aanvraag blijkt dat het terras breder is dan de
                                            gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij de
                                            burgemeester van oordeel is dat, gelet op onder meer de
                                            belangen van eigenaren/gebruikers van belendende
                                            percelen een afwijkende breedtemaat vereist of
                                            aanvaardbaar is;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag betrekking heeft op een terras op een
                                            binnenplaats of binnenterrein, dat wil zeggen een plaats
                                            of een terrein dat omsloten is door woningen, tenzij de
                                            burgemeester van oordeel is dat door het verbinden van
                                            voorschriften aan de vergunning overlast voor
                                            eigenaren/gebruikers van belendende percelen kan worden
                                            voorkomen; </al></li><li nr="f."><al>voor het terras ook andere vergunningen zijn vereist
                                            welke krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen
                                            niet kunnen worden verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de uitoefening van hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen, c.q. nadere
                                    voorschriften stellen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>het waarborgen van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van
                                            reclame op terrassen;</al></li><li nr="c."><al>de voorkoming van overlast voor eigenaren/gebruikers van
                                            belendende percelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts worden
                                    geweigerd indien het voorgenomen terras niet voldoet aan de
                                    nadere door de burgemeester vastgestelde regels als bedoeld in
                                    het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester verbindt aan een terrasvergunning in elk geval
                                    voorschriften met betrekking tot de toegestane locatie en de
                                    toegestane omvang van het terras.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet indien en voorzover de
                                    Wet Milieubeheer van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting, verboden de
                                    inrichting, zonder vergunning van de burgemeester, voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te verblijven van 00.00 uur tot 05.30 uur:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de dagen maandag tot en met vrijdag;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op de dagen zaterdag en zondag voor zover het niet betreft de
                                    hierna onder het tweede lid vermelde dagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf, verboden de inrichting
                                    voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te verblijven van 02.00 uur tot 05.30 uur op de dagen
                                    zaterdag en zondag vanaf het Neuzenbal, het officiële begin van
                                    de Vastenavond, tot Aswoensdag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, verbindt de
                                    burgemeester het voorschrift dat voor de onder a. bedoelde dagen
                                    de vergunning uiterlijk geldt tot 02.00 uur en dat voor de in
                                    het eerste lid, onder b, bedoelde dagen de vergunning geldt tot
                                    uiterlijk 05.30 uur, waarbij het de houder verboden is om na
                                    02.30 uur bezoekers tot zijn horecabedrijf toe te laten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan tijdelijk worden ingetrokken indien een
                                    houder van een openbare inrichting een op grond van het tweede
                                    lid geldende sluitingstijd of op grond van het derde lid aan de
                                    vergunning verbonden voorschrift niet naleeft. Bij herhaling
                                    hiervan kan de vergunning voor onbepaalde duur worden
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in het tweede en
                                    derde lid, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in
                                    het eerste lid vervatte verboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, derde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing in die situaties waarin bij
                                    of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29a.</nr><titel>Sluitingsuur broodjes- en shoarmazaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting, waar bedrijfsmatig
                                    uitsluitend of in hoofdzaak spijzen voor directe consumptie
                                    worden bereid en/of verstrekt verboden dit, zonder vergunning
                                    van de burgemeester, voor bezoekers geopend te hebben en aldaar
                                    bezoekers toe te laten of te verblijven van 00.00 uur tot 05.30
                                    uur:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de dagen maandag tot en met vrijdag;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op de dagen zaterdag en zondag voorzover het niet betreft de
                                    hierna onder het tweede lid vermelde dagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting, waar bedrijfsmatig
                                    uitsluitend of in hoofdzaak spijzen voor directe consumptie
                                    worden bereid en/of verstrekt verboden dit voor bezoekers
                                    geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                                    verblijven van 03.00 uur tot 05.30 uur op de dagen zaterdag en
                                    zondag vanaf het Neuzenbal, het officiële begin van de
                                    Vastenavond, tot Aswoensdag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, verbindt de
                                    burgemeester het voorschrift dat voor de onder a. bedoelde dagen
                                    de vergunning uiterlijk geldt tot 03.00 uur en dat voor de in
                                    het eerste lid, onder b, bedoelde dagen de vergunning geldt tot
                                    uiterlijk 05.30 uur, waarbij het de houder verboden is om na
                                    03.30 uur bezoekers tot zijn inrichting toe te laten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                                    broodjes- en shoarmazaak of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan tijdelijk worden ingetrokken indien een
                                    houder van een openbare inrichting een op grond van het tweede
                                    lid geldende sluitingstijd of op grond van het derde lid aan de
                                    vergunning verbonden voorschrift niet naleeft. Bij herhaling
                                    hiervan kan de vergunning voor onbepaalde duur worden
                                    ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in het tweede of
                                    derde lid, in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in
                                    het eerste lid vervatte verboden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing in die situaties waarin bij
                                    of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29b</nr><titel>Sluitingsuur Sportkantines</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een sportkantine, verboden de inrichting,
                                    voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te verblijven van 00.00 uur tot 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke
                                    sportkantine of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan, onverminderd het bepaalde in het eerst lid,
                                    in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste
                                    lid vervatte verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 of 2:29a of 2:29b
                                    geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30a</nr><titel>Gebruik duurzaam kunststof glas- en vaatwerk</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of
                                veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer openbare
                                inrichtingen tijdelijk het gebruik van glas- en vaatwerk anders dan
                                van onbreekbaar duurzaam kunststof materiaal verbieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Handel binnen openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te
                                verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                drank- en horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op
                                    activiteiten van sportieve aard verstrekken uitsluitend
                                    alcoholhoudende drank ten behoeve van activiteiten, op:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>maandag tot en met vrijdag na 17:00 uur en tot 23:00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>zaterdag na 15:00 uur en tot 21:00 uur; en</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>zondag na 12:00 uur en tot 21:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in
                                    het eerste lid verenigings- of wedstrijdactiviteiten
                                    plaatsvinden die eindigen tijdens voor aanvang of na afloop van
                                    de in dat lid genoemde schenktijden, is het deze paracommerciële
                                    rechtspersonen toegestaan, in aanvulling op de schenktijden
                                    genoemd in dat lid, alcoholhoudende drank te verstrekken tot
                                    anderhalf uur na beëindiging van deze activiteiten, maar niet
                                    later dan 01.00 uur. Dit lid is niet van toepassing indien er
                                    sprake is van wedstrijden of verenigingsactiviteiten waaraan
                                    hoofdzakelijk jeugdigen in de leeftijd tot 18 jaar deelnemen en
                                    die activiteiten plaatsvinden voor 15.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                    alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één
                                    uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van
                                    activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving
                                    van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet
                                    later dan 01.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn
                                betrokken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9.</nr><titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van
                                vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10.</nr><titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>Speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                                onder a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>Kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                30, onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>Hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                        toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn 2 speelautomaten
                                        toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                        geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10a</nr><titel>TOEZICHT OP WINKELBEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
                                        bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of
                                        anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
                                        verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
                                        het exploiteren van het geen in het maatschappelijk verkeer
                                        wordt aangeduid als een smartshop, headshop, belshop of
                                        internetcafé.</al></li><li nr="b."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                        rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en
                                        risico de inrichting wordt geëxploiteerd.</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke
                                        personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de
                                        exploitatie van de inrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40b</nr><titel>Exploitatie inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        inrichting als bedoeld in 2:40a sub a te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Voor de exploitatie wordt maximaal het aantal vergunningen
                                        verleend zoals dat is vastgelegd in het
                                        paraplubestemmingsplan Smartshops/Belwinkels behorende
                                        overzicht Smart/Belwinkels (maximumstelsel).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40c</nr><titel>Gedragseisen</titel></kop><al>Voor het verkrijgen en behouden van een vergunning als bedoeld in
                                artikel 2:40b, eerste lid dienen leidinggevenden te voldoen aan de
                                navolgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>zij staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>zij hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40d</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen en behouden van een vergunning moet een
                                        aanvraag bij de burgemeester worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken op een
                                        vergunningaanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40e</nr><titel>Weigering vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien het in artikel
                                        2:40b, lid 2 bedoelde maximum voor smartshops, belshops, of
                                        internetcafés is bereikt<cursief>.</cursief></al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien de vestiging
                                        of exploitatie van de inrichting in strijd is met het
                                        geldende bestemmingsplan of een geldende
                                        Leefmilieuverordening.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden
                                        beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                        leidinggevenden niet voldoen aan de in artikel 2:40c
                                        opgenomen gedragseisen.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de aanvrager
                                        van zichzelf en de op de vergunning te vermelden
                                        leidinggevende geen verklaring omtrent gedrag overlegt die
                                        uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de
                                        vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien
                                        de exploitant van een inrichting na inwerkingtreding van dit
                                        artikel binnen drie jaar voor indiening van de
                                        vergunningaanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of
                                        daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van
                                        de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat
                                        daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13 b
                                        Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning
                                        om die reden is ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40f</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>1.Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt een eenmaal
                                verleende vergunning ingetrokken, indien niet</al><al>langer voldaan wordt aan de in artikel 2:40c gestelde eisen.</al><al>2.De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat de exploitant of andere leidinggevenden
                                        betrokken zijn bij of ernstige nalatigheid kan worden
                                        verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 2 of 3
                                        Opiumwet; </al></li><li nr="b."><al>dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare
                                        orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder
                                        begrepen;</al></li><li nr="c."><al>het bij artikel 2:40g gesteld verbod wordt overtreden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40g</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te hebben
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op de exploitatievergunning. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40h</nr><titel>Wijziging vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer er een verandering van omstandigheden optreedt,
                                        waardoor er een wijziging in de vergunning dient te komen,
                                        dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te
                                        dienen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet is ingediend binnen een maand na de
                                        verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de
                                        verleende vergunning intrekken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                                        een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                                        niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                        niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                        vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                        kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat
                                        lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid
                                        bedoelde handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Bevel tot sluiting van een voor het publiek toegankelijk
                                    perceel</titel></kop><al>De burgemeester kan de gehele of gedeeltelijke sluiting gelasten van
                                een voor het publiek toegankelijk perceel, een voor het publiek
                                toegankelijk vaartuig of enige andere voor het publiek toegankelijke
                                ruimte:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daar door misdrijf verkregen voorwerpen zijn gekocht,
                                        te koop aangeboden, verkocht dan wel bewaard of
                                        verborgen;</al></li><li nr="b."><al>indien zich daar andere feiten dan genoemd onder a hebben
                                        voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>als genoemde handeling of bedoelde feiten naar zijn oordeel
                                        de vrees wettigen dat het geopend blijven van deze plaats
                                        gevaar oplevert of kan opleveren voor de openbare orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te
                                                bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                                constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                                hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                                en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                                aan gebruikers van nabij de weg gelegen onroerende
                                                zaken onnodig overlast of hinder wordt
                                                veroorzaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr><titel>Detectorverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich zonder vergunning van het college op
                                        het grondgebied van de gemeente te bevinden met een
                                        metaaldetector, met het kennelijke doel die detector voor
                                        opgravingwerkzaamheden te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene aan wie ingevolge artikel 45 van de Monumentenwet
                                        1988 een opgravingvergunning is verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door of namens het college aangewezen
                                        gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                                        flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij
                                        zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door of namens het college of de burgemeester aangewezen terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de
                                bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>tot en met Artikel 2:56 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door of namens het
                                                college aangewezen plaats indien de hond niet is
                                                aangelijnd;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband
                                                of een nader identificatiemerk dat de eigenaar of
                                                houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen plaatsen worden aangewezen
                                        waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet
                                        geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a tot en met c
                                        gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond
                                        zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat
                                        begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
                                        aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                                bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door of namens het college aangewezen
                                                plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen plaatsen worden aangewezen
                                        waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet
                                        geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd. </al></li><li nr="4."><al>Degene die zich met een hond op of aan de openbare weg
                                        bevindt is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te
                                        hebben dat geschikt is voor het verwijderen van uitwerpselen
                                        en laat dit hulpmiddel op eerste vordering zien aan een
                                        toezichthouder. </al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid neergelegde verbod is niet van
                                        toepassing op visueel gehandicapten, die geleid worden door
                                        een geleidehond of de houder van een hond welke is opgeleid
                                        door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten
                                        Nederland of door de Stichting Servicehonden voor Auditief
                                        of Motorisch Gehandicapten en aan de houder ter beschikking
                                        is gesteld in verband met een motorisch gebrek. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats
                                        of op het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat de burgemeester aan
                                                de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het
                                                die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een
                                                aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                                muilkorf nadat de burgemeester aan de eigenaar of de
                                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond
                                                gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                                muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                                noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt
                                        voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                        voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
                                        verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                        buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige
                                                kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen,
                                                die door middel van een stevige leren riem rond de
                                                hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig
                                                is ingericht dat de drager geen mens of dier kan
                                                bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een
                                                geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                                                scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                                met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die
                                                niet langer is dan 1,50 meter. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d,
                                        dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door of namens het college kunnen plaatsen worden aangewezen
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer waar
                                        het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan
                                        de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                        dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                        aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in
                                        een groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>en Artikel 2:62 en Artikel 2:63 en Artikel 2:64
                                    (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door of namens het college aangewezen gebieden op
                                of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te
                                bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12.</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt digitaal register en
                                        daarin vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging; </al><al>2° van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde
                                        adressen; </al><al>3° als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; </al><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                        een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                        is gegaan; </al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de handelaar en een voor hem handelend persoon
                                        verboden een door opkoop verworven zaak gedurende de eerste
                                        drie dagen dat die onder hem is, over te dragen of daaraan
                                        een wijziging aan te brengen, behalve als deze wijziging
                                        geen invloed heeft op de herkenbaarheid van de zaak.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan ten aanzien van een door hem aangewezen
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon voor de duur van
                                        uiterlijk één jaar de in het eerste lid bedoelde termijn tot
                                        maximaal veertien dagen verlengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><al><vet>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                    openbare inrichtingen) onder artikel 2:32).</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13.</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        of namens het college in het belang van de voorkoming van
                                        gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14.</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel></kop><al>1 Het is verboden op of aan wegen die door of namens de burgemeester
                                zijn aangewezen, indien de openbare orde dat in verband met het
                                openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als voornoemd in de
                                artikelen 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk
                                maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te
                                nemen.</al><al>2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de
                                verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik
                                en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van
                                de Opiumwet.</al><al>3 Een ieder die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend
                                bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in
                                de door deze aangewezen richting te verwijderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74c</nr><titel>Achterlaten van spuiten e.d.</titel></kop><al>Het is verboden injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden,
                                reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende voorwerpen op
                                de weg dan wel in afvalbakken achter te laten, indien redelijkerwijs
                                kan worden aangenomen dat zulks geschiedt om daarvan afstand te
                                doen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74d</nr><titel>Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met
                                    drugs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:74 tot
                                        en met 2:74d een verbod opleggen om zich gedurende een in
                                        dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 14 dagen te
                                        bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                        nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                        plaatsgehad.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
                                        lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen 1 jaar na het
                                        opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij zich
                                        opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde
                                        artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
                                        verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te
                                        bevinden op de in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in
                                        de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
                                        plaatsgehad.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid
                                        genoemde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste en
                                        tweede lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15.</nr><titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:19, 2:26, 2:47
                                tot en met 2:50, 2:73 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor een ieder
                                        toegankelijke plaatsen voor zover het parkeerterreinen en
                                        parkeergarages betreft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met orde en
                                    veiligheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen 2:1,
                                        2:47 en 2:48 een verbod opleggen om zich gedurende een in
                                        dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste 14 dagen te
                                        bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de
                                        nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad
                                        (verblijfsontzegging).</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                        degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste
                                        lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen een jaar na
                                        het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd, dat hij
                                        zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste lid
                                        genoemde artikelen, een verbod opleggen om zich gedurende
                                        een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                        zesentwintig weken te bevinden op in dat verbod aangewezen
                                        plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                        gedragingen hebben plaatsgehad. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester beperkt het in het eerste en tweede lid
                                        genoemde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste en
                                        tweede lid.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de leden 1 en met 4 van dit artikel is
                                        eveneens van toepassing op overtredingen op grond van de
                                        artikelen 141, 184, 267, 300 t/m 306, 310, 311, 350, 426 en
                                        453 Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>REGULIERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE
                            ONDERWERPEN</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing
                                op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een
                                        seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het
                                        publiek brengt;</al></li><li nr="-"><al>Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is
                                        aangesteld voor de feitelijke leiding van een
                                        seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>Escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm
                                        van bemiddeling tussen klant en prostituee;</al></li><li nr="-"><al>Exploitant: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon
                                        of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die
                                        rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens
                                        rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="-"><al>Klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant
                                        van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden
                                        seksuele diensten;</al></li><li nr="-"><al>Prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al>Prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;</al></li><li nr="-"><al>Raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het
                                        werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar
                                        is vanuit een voor publiek toegankelijk plaats;</al></li><li nr="-"><al>Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                        gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van
                                        seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit
                                        het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van
                                        erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al>Seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten
                                        ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>Werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een
                                        seksinrichting waarin de seksuele handelingen met ene ander
                                        tegen betaling worden verricht. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>VERGUNNING SEKSBEDRIJF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder
                                        vergunning.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag
                                        om een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid gestelde termijn kan door de
                                        burgemeester met ten hoogste twaalf weken worden
                                        verlengd.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden
                                        verleend.</al></li><li nr="5."><al>De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd
                                        verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De
                                        vergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="6."><al>De vergunning kan worden verlengd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
                                    seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het uitoefen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen
                                        vergunning verleend;</al></li><li nr="2."><al>Er wordt voor in totaal ten hoogste 3 seksinrichtingen
                                        vergunning verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door
                                        gebruikmaking van een door burgemeester vastgesteld
                                        formulier.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke
                                        activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder
                                        geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>De persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>Het nummer van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de
                                                exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
                                                geweigerd of een aan de exploitant verleende
                                                vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;</al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het adres van een onder het seksbedrijf vallende
                                                seksinrichting;</al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="g."><al>een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel
                                                1 van de Wet op de identificatieplicht van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                                exploitant;</al></li><li nr="i."><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming
                                                fiscale verplichtingen, verstrekt door de
                                                Belastingdienst;</al></li><li nr="j."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                                is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de
                                                uitoefening van het seksbedrijf;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing de plaatselijke ligging van de
                                                seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een situatieschets met
                                                een noordpijl en schaalaanduiding;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, de plattegrond van de
                                                seksinrichting waarvoor vergunning wordt
                                                aangevraagd, door middel van een tekening met een
                                                schaalaanduiding.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder
                                        a, b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de
                                        beheerder.</al></li><li nr="4."><al>Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van
                                        een aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens
                                        worden overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt geweigerd als:</al></li><li nr="a."><al>De exploitant of de beheerder onder curatele staat;</al></li><li nr="b."><al>De exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk
                                        gezag of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>De exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld
                                        voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in
                                        enige ander opzicht van slecht levensgedrag is;</al></li><li nr="d."><al>De exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog
                                        heeft bereikt;</al></li><li nr="e."><al>Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                        toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
                                        overeenstemming zal zijn;</al></li><li nr="f."><al>Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in
                                        strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden
                                        beperkingen of voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>Er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
                                        personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die als het
                                        prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben
                                        bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de
                                        leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van
                                        mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het
                                        bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="h."><al>De exploitant of beheerder minder dan vijf jaar gelden voor
                                        de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een
                                        misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes
                                        maanden.</al></li><li nr="i."><al>De exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden voor
                                        de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één
                                        rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk
                                        veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van
                                        500,-- euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld
                                        in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van
                                        Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li><li nr="1)"><al>Bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid
                                        vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke
                                        Verordening 2016;</al></li><li nr="2)"><al>De artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis,
                                        420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het
                                        wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3)"><al>Artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;</al></li><li nr="4)"><al>De artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="5)"><al>De artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="6)"><al>De artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="j."><al>Een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt;</al></li><li nr="k."><al>De voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal
                                        leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan
                                        in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een
                                        beheersverordening;</al><lijst><li nr="2."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid,
                                                onder h, wordt gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>Een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                                voorwaardelijke straf;</al></li><li nr="b."><al>Vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375,-- euro bedraagt.</al></li><li nr="3."><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid,
                                                onder h en i, wordt bij de intrekking van een
                                                vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                                                intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar,
                                                bedoeld in het eerste lid, onder h. en i, telt de
                                                periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                is ondergaan, niet mee.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning kan in ieder geval worden
                                                geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>Voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond
                                                van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a. tot
                                                en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en g, of
                                                in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in
                                                artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar
                                                na de intrekking;</al></li><li nr="b."><al>Als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel
                                                3:6 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag,
                                                mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                                                aanvraag binnen een door de burgemeester gestelde
                                                termijn aan te vullen;</al></li><li nr="c."><al>Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking
                                                heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf
                                                in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning
                                                is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder
                                                zonder vergunning een prostitutiebedrijf is
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al>Als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
                                                veiligheid en de gezondheid van de prostituees of
                                                klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                                van de seksinrichting warvoor vergunning is
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>Als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde
                                                bij artikel 3:15, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de
                                                bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal
                                                naleven;</al></li><li nr="g."><al>Als het escortbedrijf wordt gevestigd in een
                                                woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in
                                                artikel 21, aanhef en onder a, van de
                                                Huisvestingswet 2014 is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3:8</nr><titel>Eisen met betrekking tot vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vermeld in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>De exploitant;</al></li><li nr="b."><al>Indien van toepassing, de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>Voor welke activiteit de vergunning is
                                                verleend;</al></li><li nr="d."><al>Het adres waar het seksbedrijf wordt
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>Het vaste nummer dat in advertenties voor het
                                                seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="f."><al>Indien van toepassing, het adres van de onder dat
                                                seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
                                                vergunning reeds is verleend;</al></li><li nr="g."><al>De voorschriften of beperkingen die aan de
                                                vergunning zijn verbonden;</al></li><li nr="h."><al>De geldigheidsduur van de vergunning;</al></li><li nr="i."><al>Het nummer van de vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                        afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                        waarvoor de vergunning mede verleend, en dat tevens aan de
                                        buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over
                                        een vergunning voor een seksinrichting beschikt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:9 Intrekkingsgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig
                                                blijken te zijn dat op de aanvraag een andere
                                                beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling
                                                daarvan de juiste gegevens bekend waren
                                                geweest;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning in strijd met een wettelijk
                                                voorschrift is gegeven;</al></li><li nr="c."><al>is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13,
                                                aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid,
                                                en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en
                                                onder 1°;</al></li><li nr="d."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan
                                                die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven
                                                van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare
                                                orde of veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in
                                                artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i;</al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al></li><li nr="g."><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert
                                                met een geldend bestemmingsplan, een
                                                beheersverordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:</al></li><li nr="a."><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften of beperkingen;</al></li><li nr="b."><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                        gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de
                                        bescherming van de belangen met het oog waarop het
                                        vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het
                                        belang van de vergunninghouder bij behoud van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="c."><al>een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of
                                        beheerder is geworden;</al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                        krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd
                                        het eerste lid, aanhef en onder c;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven
                                        maatregelen;</al></li><li nr="f."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de
                                        vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning
                                        gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de
                                        gezondheid van prostituees of klanten;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving
                                        van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of
                                        bemoeilijkt;</al></li><li nr="h."><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die
                                        onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of
                                        zedendelict of voor mensenhandel;</al></li><li nr="i."><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van
                                        de vergunning.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden</vet></al><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf
                                niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8,
                                eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk
                                aan de burgemeester. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als
                                het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.</al><al><vet>Artikel 3:11 Verlenging vergunning </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de
                                        artikelen 3:3, 3:6, 3:7, 3:8 en 3:15, derde lid, van
                                        overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele
                                        gegevens en bescheiden waarover de burgemeester al
                                        beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te
                                        worden.</al></li><li nr="2."><al>Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn
                                        van de vergunning verlenging van de vergunning is
                                        aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de
                                        aanvraag om verlenging is besloten.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>UITOEFENEN SEKSBEDRIJF</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.1</nr><titel>REGELS VOOR ALLE SEKSBEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                        toegang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden een
                                            seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of
                                            daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                            tussen 03:00 uur en 08:00 uur, tenzij bij vergunning
                                            anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich
                                            daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting
                                            gesloten dient te zijn voor bezoekers.</al></li><li nr="3."><al>Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een
                                            seksrichting tussen 03:30 uur en 07:30 uur, tenzij bij
                                            vergunning anders is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen
                                            die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe
                                            te laten of te laten verblijven in een
                                            seksinrichting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Adverteren</titel></kop><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer,
                                            bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het
                                            nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en
                                            van de bedrijfsnaam;</al></li><li nr="b."><al>vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan
                                            bedoeld onder a, en</al></li><li nr="c."><al>als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks
                                            aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor
                                            of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van
                                            seksueel overdraagbare aandoeningen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.2</nr><titel>REGELS VOOR ALLE PROSTITUTIEBEDRIJVEN EN PROSTITUEES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken
                                        voor onvergund prostitutiebedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee
                                            die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of
                                            bij zich te laten werken die:</al><lijst><li nr="a."><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft
                                                  bereikt;</al></li><li nr="b."><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met
                                                  het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet
                                                  2000.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is een prostituee verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>te handelen in strijd met het eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan
                                                  wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is
                                                  verleend.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3:15 Bedrijfsplan</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan,
                                            waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen
                                            de exploitant treft:</al><al>a.op het gebied van hygiëne;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
                                            zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de gezondheid van de klanten;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van strafbare feiten.</al><lijst><li nr="2."><al>De door de exploitant te treffen maatregelen,
                                                  bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b,
                                                  waarborgen dat:</al><al>a.de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan
                                                  de algemene eisen die hiervoor in de branche
                                                  gelden en dat dit controleerbaar is;</al></li><li nr="b."><al>inzichtelijk en controleerbaar is welke
                                                  maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering
                                                  en inrichting van de werkruimten treft voor
                                                  gezonde en veilige werkomstandigheden voor
                                                  prostituees;</al></li><li nr="c."><al>in de werkruimten te allen tijde voldoende
                                                  condooms met een CE-markering voor gebruik
                                                  beschikbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                                  functionerende alarmvoorziening aanwezig is;</al></li><li nr="e."><al>de prostituee zich regelmatig kan laten
                                                  onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen
                                                  en door de exploitant voldoende geïnformeerd is
                                                  over de mogelijkheden van een dergelijk
                                                  onderzoek;</al></li><li nr="f."><al>de prostituee niet gedwongen wordt zich
                                                  geneeskundig te laten onderzoeken;</al></li><li nr="g."><al>de prostituee vrij is in de keuze van de
                                                  arts(en) die zij wil bezoeken;</al></li><li nr="h."><al>de prostituee klanten en diensten kan weigeren
                                                  zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden
                                                  gevolgen heeft;</al></li><li nr="i."><al>de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te
                                                  gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden
                                                  gevolgen heeft;</al></li><li nr="j."><al>aan de voor de exploitant werkzame beheerder
                                                  voldoende professionele eisen op het gebied van
                                                  agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden
                                                  gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing
                                                  hierin;</al></li><li nr="k."><al>de exploitant zich een oordeel vormt over de
                                                  mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat
                                                  deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te
                                                  stellen of zij voldoet aan de eisen die hij
                                                  hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft
                                                  opgenomen;</al></li><li nr="l."><al>de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                                  prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                                  arbeidsvoorwaarden zij haar diensten
                                                  aanbiedt;</al></li><li nr="m."><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig
                                                  van vergewist dat de prostituee niet door derden
                                                  gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit
                                                  kader informatie van hulpverleningsinstanties ter
                                                  beschikking stelt;</al></li><li nr="n."><al>de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
                                                  prostituees informatie ter beschikking stelt over
                                                  de mogelijkheden om hulp te krijgen als een
                                                  prostituee wil stoppen met haar werk in de
                                                  prostitutie;</al></li><li nr="o."><al>de overlast aan de omgeving van de onder het
                                                  seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt
                                                  wordt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                            vergunning.</al></li><li nr="4."><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                            bedrijfsplan onverwijld aan de burgemeester. De
                                            wijziging wordt na goedkeuring van de burgemeester als
                                            onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze
                                            voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en
                                            tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op
                                            grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en
                                            in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke
                                            prostituee die werkzaam is voor of bij de
                                            exploitant.</al></li><li nr="6."><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en
                                            voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een
                                            prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag
                                            weigeren alcohol of drugs te gebruiken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:16 gereserveerd</vet></al><al><vet>Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en
                                        beheerder prostitutiebedrijf</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant of beheerder is aanwezig gedurende de uren
                                            dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt
                                            uitgeoefend. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg
                                            voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                  prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden
                                                  kunnen bepalen;</al></li><li nr="b."><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt
                                                  gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen
                                                  van in ieder geval;</al></li></lijst></li><li nr="1)"><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                            prostituees;</al></li><li nr="2)"><al>de verhuuradministratie;</al></li><li nr="3)"><al>met betrekking tot alle voor of bij het
                                            prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie
                                            die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel
                                            over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel
                                            3:15, tweede lid, onder k;</al></li><li nr="4)"><al>de werkroosters van de beheerders.</al><lijst><li nr="c."><al>de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                                  wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen
                                                  tijde beschikbaar is voor toezichthouders;</al></li><li nr="d."><al>medewerkers van de gemeentelijke
                                                  gezondheidsdienst en van andere door de
                                                  burgemeester of het college aangewezen
                                                  instellingen worden toegelaten tot
                                                  seksinrichtingen als ze voornemens zijn
                                                  voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te
                                                  voeren of voorlichtingsmateriaal te
                                                  verspreiden;</al></li><li nr="e."><al>onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder
                                                  signaal van mensenhandel of andere vormen van
                                                  dwang en uitbuiting;</al></li><li nr="f."><al>onverwijld aan de burgemeester wordt gemeld als
                                                  gedurende ten minste één maand geen gebruik
                                                  gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding
                                                  vermeldt de reden en de verwachte duur;</al></li><li nr="g."><al>gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang
                                                  van zaken binnen het prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.3</nr><titel>RAAM- EN STRAATPROSTITUTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18</nr><titel>Raamprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een prostituee verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar
                                                  een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg
                                                  bevinden beschikbaar te stellen; en</al></li><li nr="b."><al>passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan
                                                  passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of
                                                  vrijwel ongekleed achter het raam van een
                                                  seksinrichting of in de toegang tot een
                                                  seksinrichting op te houden.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 3:19 Straatprostitutie</vet></al><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een
                                    andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een
                                    seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden
                                    met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor
                                    prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te
                                    verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van
                                    prostitutie.</al><al><vet>Artikel 3:20 (gereserveerd)</vet></al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:21</nr><titel>Verbodsbepalingen klanten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten
                                        met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet
                                        vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan
                                        wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is
                                        verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                        voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de
                                        diensten van een prostituee.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een
                                        seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3:22 (gereserveerd)</vet></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li></lijst><al>g.geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                betreffende inrichting;</al><al>h.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
                                Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek
                                en is het Besluit van toepassing;</al><al>i.langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr.LT) het gemiddelde van
                                de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid,
                                gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld
                                overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;</al><al>j.geluidniveau: (LAmax) maximaal geluidsniveau gemeten in de
                                meterstand &lt;F&gt; of &lt;fast&gt;, als vastgesteld en beoordeeld
                                overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.</al><al><vet>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 dan wel artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van
                                        deze verordening gelden niet voor door of namens het college
                                        per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer delen van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Door of namens het college wordt de aanwijzing ten minste
                                        vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar
                                        bekend.</al></li><li nr="5."><al>Door of namens het college kan wanneer een collectieve
                                        festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een
                                        festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld
                                        in het eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve
                                        festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
                                        inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
                                        opgenomen in onderstaande tabel.</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>68 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>58 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>53 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>48 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>43 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>78 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>73 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>68 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>58 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>53 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 dan wel 6.12
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening-
                                        uiterlijk om 02:00 uur te worden beëindigd. </al></li><li nr="9."><al>De collectieve ontheffing geldt niet voor horecabedrijven,
                                        die geen afdoende geluidwerende voorzieningen hebben
                                        aangebracht ten einde te voorkomen dat de algemeen geldende
                                        geluidnormen, zoals opgenomen in het Besluit, tijdens de
                                        normale bedrijfsvoering worden overschreden en/of gedurende
                                        een periode zes maanden voorafgaande aan de datum de
                                        geldende geluidsnorm hebben overtreden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17 en 2.20 dan
                                        wel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting
                                        ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Door of namens het college stelt een formulier vast voor het
                                        doen van een kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele
                                        festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
                                        inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
                                        opgenomen in onderstaande tabel.</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="26*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>68 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>58 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>53 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>48 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>43 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>83 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>78 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>73 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>68 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>58 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 dan wel 6.12
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.</al></li><li nr="9."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor het
                                        bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></li><li nr="10."><al>De incidentele ontheffing geldt niet voor horecabedrijven,
                                        die geen afdoende geluidwerende voorzieningen hebben
                                        aangebracht ten einde te voorkomen dat de algemeen geldende
                                        geluidnormen, zoals opgenomen in het Besluit, tijdens de
                                        normale bedrijfsvoering worden overschreden en/of gedurende
                                        een periode van zes maanden voorafgaande aan de verzochte
                                        datum de geldende geluidsnorm hebben overtreden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:4 (gereserveerd)</vet></al><al><vet>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde</al><al> lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e.
                                        opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande</al><al> dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de</al><al> gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                        geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren
                                        van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het</al><al> terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
                                        het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                        verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>tabel e</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 12 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door</al><al> muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                        fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en
                                        avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in
                                        het eerste lid. Indien versterkte elementen worden
                                        gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele
                                        samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit
                                        van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of bij Provinciale Verordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:6a Mosquito</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
                                        apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke
                                        hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg
                                        te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                        burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op
                                        een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken
                                        ernstige overlast door jongeren op die plaats. </al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
                                        gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                        overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li><li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten
                                        hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens
                                        met een periode van ten hoogste 6 maanden verlengen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><al><vet>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</vet></al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten</al><al>daarvoor bestemde plaatsen.</al><al><vet>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen</vet></al><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een</al><al>toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de
                                gezondheid of hinder voor de gebruikers van de</al><al>gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>(gereserveerd)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>tot en met Artikel 4:12 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door of namens het college aangewezen
                                        plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in
                                        het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                        voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                        schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of
                                        stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door of namens het college aangewezen
                                        plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof: op te slaan,
                                        te plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Door of namens het college kunnen bij de aanwijzing als
                                        bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        ruimtelijke ordening of de Wegenverordening Noord-Brabant
                                        2010.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:14 (gereserveerd)</vet></al><al><vet>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                                        omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Activiteitenbesluit
                                        milieubeheer</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:16 Handelsreclame op of aan de weg </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:15 is het verboden op
                                        of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                                        voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar
                                        is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></li><li nr="a."><al>reclame op objecten die bij de gemeente in beheer zijn en
                                        waarvoor met de gemeente over het gebruik van die objecten
                                        voor handelsreclame een overeenkomst is aangegaan;</al></li><li nr="b."><al>reclame op Abri’s die als gevolg van de aangegane
                                        overeenkomst zijn geplaatst als openbaar
                                        vervoersvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>reclame welke is aangebracht op de uitstallingen welke
                                        conform artikel 2:10, vierde lid mogen worden
                                        geplaatst;</al></li><li nr="d."><al>aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van
                                        een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op
                                        zichtbaarheid vanaf de weg.</al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                        daartoe aangewezen door het college.</al></li><li nr="f."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 1 m2 en de langste
                                        zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:</al></li><li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                        verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                        onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                        bestemd.</al></li><li nr="g."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben.</al></li><li nr="h."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het aanbrengen van reclame-uitingen op of aan
                                        een onroerende zaak een vergunning krachtens andere
                                        wetgeving verleend is het eerste lid niet toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor vergunning geen</al><al>in de zin van artikel 2:1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepaling omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan
                                wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al><al><vet>Artikel 4:18 Nachtverblijf buiten kampeerterreinen</vet></al><al>1.Het is verboden ten behoeve van nachtverblijf kampeermiddelen te
                                plaatsen of geplaatst te houden</al><al>buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                bestemd of mede bestemd.</al><al>2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op</al><al>een terrein en voor het plaatsen van een paraplu of kampeertentje
                                ten behoeve van het nachtvissen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen
                                        van het verbod als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Door of namens het college kunnen plaatsen aanwijzen waarop
                                        het verbod van artikel 4:18, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen daarbij nadere regels
                                        worden gesteld in het belang van de gronden, genoemd in
                                        artikel 4:18, vierde lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1.</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement verkeersregels en</al><al>verkeerstekens (RW1990) met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                kruiwagens, kinderwagens en</al><al>rolstoelen;</al><al>b.parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder a van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RW1990).</al><al><vet>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan</al></li></lijst><al>een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt
                                wordt voor deze werkzaamheden;</al><lijst><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te</al></li></lijst><al>herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:3 (gereserveerd)</vet></al><al><vet>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</vet></al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al><al><vet>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:6 Caravans, aanhangers en dergelijke</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat hoofdzakelijk voor andere
                                        dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie
                                        achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking
                                        te plaatsen of geplaatst te hebben op of aan de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Verordening wegen
                                        Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</vet></al><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een</al><al>hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door of namens het
                                college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al><al>2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te</al><al>parkeren op een door of namens het college aangewezen weg, waar dit
                                parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                                verdeling van beschikbare parkeerruimte.</al><lijst><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van</al></li><li nr="08."><al>00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</vet></al><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een</al><al>hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor
                                bewoning of ander dagelijks gebruik</al><al>bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van
                                bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw</al><al>op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                overlast wordt aangedaan.</al><al>2.Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van</al><al>werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse
                                noodzakelijk is.</al><al><vet>Artikel 5:10 (gereserveerd)</vet></al><al><vet>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                    voertuigen</vet></al><al>1.Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een park of plantsoen of</al><al>een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al><lijst><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</vet></al><al>Door of namens het college kunnen op de weg gelegen plaatsen worden
                                aangewezen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten
                                of plaatsen te laten staan.</al><al><vet>Artikel 5:12a Routering (nachtelijk rijverbod)</vet></al><al>1.Het is verboden met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 1,
                                onder a, van het Reglement verkeersregels en</al><al>verkeerstekens, waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het
                                laadvermogen meer bedraagt dan 3.500 kg</al><al>of die met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6
                                meter of een hoogte van meer dan 2,40</al><al>meter, tussen 22.00 uur en 06.30 uur op een andere dan door of
                                namens het college bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen
                                weg te rijden.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                bepaalde ontheffing verlenen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2.</nr><titel>COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><al>1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te</al><al>houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al><al>2.Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen,</al><al>waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel
                                bij het aanbieden van diensten</al><al>aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt
                                gegeven of de indruk wordt gewekt</al><al>dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel
                                doel is bestemd.</al><al>3.Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr=""><lijst><li nr="3."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in
                                                de uitoefening van de ambulante handel te koop
                                                aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                                wel diensten op een openbare en in de open lucht
                                                gelegen plaats of aan huis.</al></li><li nr="4."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                        exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet ;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                        als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:15 Ventverbod</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten:</al></li><li nr="a."><al>op door of namens het college in het belang van de
                                                openbare orde aangewezen openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door of namens het college in het belang van de
                                                openbare orde aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        tweede lid.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet .</al></li><li nr="4."><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                        toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                        waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4.</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17 </nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                                        een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                                                h, van de Gemeentewet ;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al><lijst><li nr="a."><al>Door of namens het college worden het maximaal uit
                                                te geven aantal standplaatsen vastgelegd. Dit
                                                gebeurt op basis van een stippenplan met daarbij
                                                behorende branches;</al></li><li nr="b."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met
                                                een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of
                                                vastgestelde stippenplan.</al></li><li nr="c."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                                vergunning worden geweigerd:</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="3."><al>Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </vet></al><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al><al><vet>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer , de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is
                                        niet van toepassing op bouwwerken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:21 (gereserveerd)</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>en Artikel 5:23 (gereserveerd)</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6.</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit doorzijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Van de melding wordt kennis gegeven [op de in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze van bekendmaking].</al></li><li nr="5."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                        Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                        Waterwet, Verordening water Noord- Brabant, de
                                        Telecommunicatiewet of Algemene Verordening Ondergrondse
                                        Infrastructuren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</vet></al><al>1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een</al><al>vaartuig beschikbaar te stellen op door of namens het college
                                aangewezen gedeelten van openbaar water.</al><lijst><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen aan het innemen, hebben of
                                        beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een
                                        vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water:</al></li><li nr="a."><al>nadere regels worden gesteld in het belang van de openbare
                                        orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                        aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen worden gesteld naar soort en aantal
                                        vaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening
                                        water Noord- Brabant</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</vet></al><al>1.Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                bepaalde kan het college aan de rechthebbende</al><al>op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats</al><al>in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de
                                milieuhygiëne en het aanzien van de</al><al>gemeente.</al><al>2.De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met</al><al>betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats
                                op te volgen.</al><al>3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                Waterwet, Verordening water Noord- Brabant.</al><al><vet>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</vet></al><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel</al><al>5:26, tweede lid bepaalde.</al><al><vet>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</vet></al><al>1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de</al><al>gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen,
                                kaden, trekpaden, beschoeiingen,</al><al>oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen,</al><al>bakens of sluizen.</al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water
                                Noord- Brabant.</al><al><vet>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</vet></al><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp</al><al>te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik
                                ongeschikt te maken.</al><al><vet>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet
                                        of de Verordening water Noord- Brabant.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</vet></al><al>1.Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water, daarop te</al><al>klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al><al>2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                vaartuig, liggend in of aan een openbaar water,</al><al>los te maken.</al><al><vet>Artikel 5.31a Gebruik van vaartuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om op alle wateren in de gemeente zich met
                                        een vaartuig te begeven welke niet wordt voortbewogen door
                                        gebruikmaking van peddels of roeispanen dan wel een
                                        elektrisch of door spierkracht aangedreven motor of
                                        motorvaartuigen die een vermogen hebben van niet meer dan 6
                                        pk (4,41 kilowatt).</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing
                                        op vaartuigen welke in gebruik zijn bij instanties welke
                                        belast zijn met toezichthoudende of hulpverleningstaken of
                                        instanties welke onderhoud moeten plegen aan de
                                        waterwerken.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod
                                        ontheffing verlenen en hieraan voorschriften verbinden.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7.</nr><titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen terreinen worden
                                        aangewezen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het
                                        kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze
                                        terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van</al></li></lijst><al>andere milieuwaarden;</al><al>c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten</al><al>of van het publiek.</al><al>3.Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
                                wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet</al><al>1994 daaronder verstaat.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de</al><al>Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al><al><vet>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Door of namens het college kunnen terreinen worden
                                        aangewezen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod
                                        niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten
                                        aanzien van het gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers</al></li></lijst><al>of berijders van paarden:</al><al>a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening
                                en van andere krachtens artikel 29,</al><al>eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                hulpverleningsdiensten;</al><al>b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                exploitatie van de terreinen als in het eerste lid</al><al>bedoelt;</al><lijst><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als</al></li></lijst><al>in het eerste lid bedoelt;</al><lijst><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale Verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten</al></li></lijst><al>aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                aangewezen als 'toestel'.</al><al>5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8.</nr><titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven (maximaal Ø 1
                                        meter) indien geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                        gevaar, overlast of hinder voor de omgeving </al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                                    en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                    beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                    maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste is artikel 1a van de Wet op de
                                    economische delicten van toepassing op overtreding van het
                                    bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11,
                                    tweede lid en artikel 2:12, eerste lid.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6:2 Toezichthouders</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening, behoudens Hoofdstuk 3, zijn belast
                                    naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering
                                    genoemde opsporingsambtenaren, belast de als buitengewoon
                                    opsporingsambtenaar of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals
                                    bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering en de
                                    ambtenaren van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant die
                                    vanuit hun functie belast zijn met toezicht en/of
                                    handhaving.</al></li><li nr="2."><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere
                                    personen belasten met het toezicht, bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></li><li nr="3."><al>Met het toezicht op de naleving van het bij hoofdstuk 3 bepaalde
                                    zijn belast de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141,
                                    onder b, van het Wetboek van Strafvordering.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het
                                    toezicht, bedoeld in het derde lid;</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het eerste tot en met vierde lid zijn de ambtenaren
                                    van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek
                                    van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de
                                    naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                                    voorschriften.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de
                                    opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze
                                    verordening, behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften die
                                    strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                                    bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn
                                    bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming
                                    van de bewoner.</al></li><li nr="2."><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover
                                    zij zijn belast met de opsporing van de strafbare feiten,
                                    bedoeld in de artikelen 3:14, tweede en derde lid, en 3:21,
                                    eerste lid, zijn bevoegd zonder toestemming van de bewoner in
                                    een woning binnen te treden waar een overtreding van een
                                    dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd of naar hun redelijk
                                    vermoeden wordt gepleegd.</al></li><li nr="3."><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren zijn in het
                                    kader van hun toezichtstaak bevoegd zonder toestemming van de
                                    bewoner in een woning binnen te treden, als daar bedrijfsmatig
                                    prostitutie plaatsvindt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6:4 Inwerkingtreding </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Algemene Plaatselijke Verordening 2012 en de eerste en tweede
                                    wijziging hierop wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de 8<sup>ste</sup> dag na
                                    bekendmaking.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</vet></al><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al><al><vet>Artikel 6:6 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene Plaatselijke
                            Verordening 2016”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 januari 2016</al></slotformulering><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>C.J.M. Terstappen</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1:9 Lex silencio positivo van toepassing</al><al>Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing</al><al>Artikel 1:11 Toonplicht </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE</vet></al><al><vet>Afdeling 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al><vet>Afdeling 2. BETOGING</vet></al><al>Artikel 2:2 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (vervallen, opgenomen in artikel 2:3)</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (vervallen, opgenomen in artikel 2:3)</al><al/><al><vet>Afdeling 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                    stukken/afbeeldingen of het uitdelen van goederen om niet </al><al/><al><vet>Afdeling 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:7 en Artikel 2:8 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al><al/><al><vet>Afdeling 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                    publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al/><al><vet>Afdeling 6. VEILIGHEID IN DE OPENBARE RUIMTE</vet></al><al>Artikel 2:13 tot en met Artikel 2:17 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (messen en andere voorwerpen als
                    steekwapen)</al><al>Artikel 2:20 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer, verlichting en toezicht</al><al>Artikel 2:22 en Artikel 2:23 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 7. EVENEMENTEN</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:25a Bijzondere weigeringsgronden</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring en Wanordelijkheden</al><al/><al><vet>Afdeling 8. TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting </al><al>Artikel 2:28a Intrekkingsgronden </al><al>Artikel 2:28b Vervallen vergunning</al><al>Artikel 2:28c Terrasvergunning</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:29a Sluitingsuur broodjes- en shoarmazaken</al><al>Artikel 2:29b Sluitingsuur Sportkantines </al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:30a Gebruik duurzaam kunststof glas- en vaatwerk</al><al>Artikel 2:31 Handel binnen openbare inrichting</al><al>Artikel 2:32 Verboden gedragingen </al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:34 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        drank- en horecawet</vet></al><al>Artikel 2:34a Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34c Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</al><al/><al><vet>Afdeling 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                        NACHTVERBUJF</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al/><al><vet>Afdeling 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al><al/><al><vet>Afdeling 10a. TOEZICHT OP WINKELBEDRIJVEN</vet></al><al>Artikel 2:40a Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:40b Exploitatie inrichting</al><al>Artikel 2:40c Gedragseisen</al><al>Artikel 2:40d Vergunningaanvraag </al><al>Artikel 2:40e Weigering vergunning </al><al>Artikel 2:40f Intrekking vergunning </al><al>Artikel 2:40g Aanwezigheid leidinggevende </al><al>Artikel 2:40h Wijziging vergunning</al><al/><al><vet>Afdeling 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:44a Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen</al><al>Artikel 2:45 (gereserveerd) </al><al>Artikel 2:46 Bevel tot sluiting van een voor het publiek toegankelijk
                    perceel</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:47a Detectorverbod</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</al><al>Artikel 2:53, Artikel 2:54 en Artikel 2:56 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:62 en Artikel 2:63 en Artikel 2:64 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al/><al><vet>Afdeling 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                    Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al><al>Artikel 2:70 Handel in openbare inrichtingen (opgenomen in artikel 2:32)</al><al/><al><vet>Afdeling 13. VUURWERK</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:72 (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al/><al><vet>Afdeling 14. DRUGSOVERLAST</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:74a Verzamelingen van personen in verband met drugs</al><al>Artikel 2:74b (gereserveerd)</al><al>Artikel 2:74c Achterlaten van spuiten e.d.</al><al>Artikel 2.74d Verblijfsontzegging /gebiedsverbod in verband met drugs</al><al/><al><vet>Afdeling 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                        CAMERATOEZICHT OP</vet></al><al><vet><cursief>OPENBARE PLAATSEN</cursief></vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:78 Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met orde en
                    veiligheid</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3. REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE
                        ONDERWERPEN</vet></al><al><vet>Afdeling 1. ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 3:1 Afbakening</al><al>Artikel 3:2 Begripsbepaling</al><al/><al><vet>Afdeling 2. VERGUNNING SEKSBEDRIJF</vet></al><al>Artikel 3:3 Vergunning</al><al>Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal
                    seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:6 Aanvraag</al><al>Artikel 3:7 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning</al><al>Artikel 3:9 Intrekkingsgronden</al><al>Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden</al><al>Artikel 3:11 Verlenging vergunning</al><al/><al><vet>Afdeling 3. UITOEFENEN SEKSBEDRIJF</vet></al><al><vet>Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven</vet></al><al>Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang</al><al>Artikel 3:13 Adverteren</al><al><vet>Paragraaf 3:2 Regels voor alle Prostitutiebedrijven en
                    Prostituees</vet></al><al>Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor
                    onvergund prostitutiebedrijf</al><al>Artikel 3:15 Bedrijfsplan</al><al>Artikel 3:16 (gereserveerd)</al><al>Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                    prostitutiebedrijf </al><al/><al><vet>Paragraaf 3.3 Raam- en Straatprostitutie</vet></al><al>Artikel 3:18 Raamprostitutie</al><al>Artikel 3:19 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:20 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>AFDELING 4. OVERIGE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten</al><al>Artikel 3:22 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR
                        HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet></al><al><vet>Afdeling 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6a Mosquito</al><al/><al><vet>Afdeling 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</vet></al><al>Artikel 4:7 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen</al><al/><al><vet>Afdeling 3. (gereserveerd)</vet></al><al>Artikel 4:10 tot en met Artikel 4:12 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:14 (gereserveerd)</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Handelsreclame op of aan de weg </al><al/><al><vet>Afdeling 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                        GEMEENTE</vet></al><al><vet>Afdeling 1. PARKEEREXCESSEN</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 (gereserveerd)</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Caravans, aanhangers en dergelijke</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 (gereserveerd)</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al>Artikel 5:12a Routering (nachtelijk rijverbod)</al><al/><al><vet>Afdeling 2. COLLECTEREN</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al><vet>Afdeling 3. VENTEN</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 4. STANDPLAATSEN</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgrond</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5:21 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 5. SNUFFELMARKTEN</vet></al><al>Artikel 5:22 en Artikel 5:23 (gereserveerd)</al><al/><al><vet>Afdeling 6. OPENBAAR WATER</vet></al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al>Artikel 5.31a Motorvaartuigen in voor recreatief gebruik bestemd openbaar
                    water</al><al/><al><vet>Afdeling 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                        NATUURGEBIEDEN</vet></al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al/><al><vet>Afdeling 8. VERBOD VUUR TE STOKEN</vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></bijlage></regeling></body></cvdr>