<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR39663_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van lig-, haven- en kadegelden in de gemeente Doesburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 7 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening scheepvaartrechten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 229 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Lokale heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16064</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>“Verordening op de heffing en invordering van lig,-, haven- en kadegelden in
                de gemeente Doesburg”</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        november 2009;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de
                        Gemeentewet:</al><al/><al>besluit vast te stellen de:</al><al><vet>“Verordening op de heffing en invordering van lig,-, haven- en
                            kadegelden in de gemeente Doesburg”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>haven: de havens in eigendom, beheer of gebruik zijnde bij de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>kade: de openbare kaden, oevers, steigers of meerpalen in
                                    eigendom, beheer of gebruik zijnde bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>vaartuig; elk voorwerp, dienende tot vervoer te water, met
                                    inbegrip van lichter-, magazijn- en woonschepen, kantoorboten,
                                    houtvlotten en botenhuizen, hoe ook genaamd;</al></li><li nr="d."><al>schipper: hij, die aan boord van enig vaartuig het gezag voert
                                    of feitelijk met de uitvoering daarvan is belast;</al></li><li nr="e."><al>laden en/of lossen: het in- en/of ontschepen van reizigers, voor
                                    wie vracht wordt betaald en van goederen, met uitzondering van
                                    winkelwaren, bestemd voor gebruik door de schipper en diens
                                    gezin en brandstoffen, respectievelijk dienende voor eigen
                                    gebruik der opvarenden en tot voortbeweging van het
                                    vaartuig;</al></li><li nr="f."><al>waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing van
                                    een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang
                                    en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig;</al></li><li nr="g."><al>havenmeester: de ambtenaar aan wie het toezicht op de haven en
                                    de kade is opgedragen of zijn plaatsvervanger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt de waterverplaatsing
                                van een vaartuig berekend volgens de geldige meetbrief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij gebreke van een geldige meetbrief of bij weigering deze te tonen
                                wordt de waterverplaatsing door de havenmeester geschat en is de
                                belasting naar de uitkomst van die schatting verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De meting geschiedt overeenkomstig de voorschriften, welke van
                                rijkswege voor het meten van vaartuigen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>In de gevallen, waarin de belasting wordt geheven naar de in te nemen
                            plaatsruimte van het vaartuig, wordt deze berekend door de grootste
                            lengtemaat ervan te vermenigvuldigen met de grootste breedtemaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Bij de berekening van de verschuldigde belasting worden onderdelen van
                            de tijdvakken en van de eenheden, waarover de tarieven worden berekend,
                            voor een geheel gerekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Liggeld</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het gebruik maken van de kaden tot het neerleggen van goederen
                                afkomstig uit vaartuigen of bestemd om daarin te worden geladen
                                wordt onder de naam liggeld een belasting geheven, te rekenen van de
                                tweede dag nadat de goederen zijn neergelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De havenmeester regelt dit gebruik maken; de in gebruik genomen
                                oppervlakte wordt door hem gemeten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het liggeld wordt berekend naar de door de goederen ingenomen
                            oppervlakte en bedraagt:</al><lijst><li nr="a)"><al>gedurende de eerste maand per vierkante meter € 0,17;</al></li><li nr="b)"><al>gedurende elke volgende maand per vierkante meter € 0,10.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het liggeld wordt geheven van degene die ten behoeve van het plaatsen
                            van goederen van de haven gebruik maakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Haven- en kadegeld</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Onder de naam haven- en kadegeld wordt een belasting geheven wegens het
                            gebruik maken van gemeentelijk vaarwater of van havens en/of kaden ten
                            behoeve van vaartuigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Onder gebruik wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het langs de kaden ligplaats doen nemen door vaartuigen, los en
                                    op zodanige afstand van de wal, dat daardoor, zulks ter
                                    beoordeling van de havenmeester, het ligplaats nemen aan die
                                    kaden van andere, minder grote of even grote vaartuigen wordt
                                    verhinderd of belemmerd;</al></li><li nr="b."><al>het niet-onmiddellijk doch door middel van een ander drijvend
                                    voorwerp meren van een vaartuig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het haven- en kadegeld wordt geheven van de schipper, of bij gebreke
                                daarvan van de eigenaar of beheerder van het aan deze belasting
                                onderworpen vaartuig, indien zij per keer wordt berekend, zodra het
                                gebruik een aanvang neemt en overigens, voor de aanvang van het
                                tijdvak, waarover de betaling strekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De berekening per keer of per tijdvak geschiedt ter keuze van de
                                belastingplichtige. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het haven- en kadegeld bedraagt, indien het per keer wordt
                                berekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voor pleziervaartuigen, voor iedere m2 in te nemen
                                        plaatsruimte:</al><lijst><li nr="1."><al>gedurende niet meer dan zeven achtereenvolgende
                                                dagen € 0,06</al></li><li nr="2."><al>gedurende dertig achtereenvolgende dagen €
                                                0,11.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>voor sleepboten, baggermachines, elevatoren, drijvende
                                        werktuigen, zogenaamd aannemersmateriaal, drijvende
                                        werkinrichtingen, boot-, badhuizen, woonschepen,
                                        houtvlotten, balken, aanlegsteigers en dergelijke, voor
                                        iedere m2 in te nemen plaatsruimte € 0,06.</al></li><li nr="c."><al>voor vaartuigen, die in deze gemeente laden of lossen of
                                        passagiers innemen of aan de wal zetten voor iedere m3
                                        waterverplaatsing € 0,07;</al></li><li nr="d."><al>het minimum-tarief voor de ander a, b en c bedoelde
                                        vaartuigen bedraagt € 1,78.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel bedraagt het
                                haven- en kadegeld voor vrachtvaartuigen, welke Doesburg als
                                tussenplaats aandoen met de uitsluitende bedoeling goederen te
                                lossen en/of te laden en die binnen 24 uur na aankomst vertrekken,
                                per 100 kg. geloste en/of geladen goederen volgens het manifest van
                                de schipper voor iedere m3 waterverplaatsing f 0,08; </al><al>met dien verstande dat het bepaalde in lid 1 sub d van dit artikel
                                van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen, ten behoeve waarvan
                                langer dan veertien dagen zonder onderbreking van een haven en/of
                                kade gebruik gemaakt wordt, is opnieuw haven- en kadegeld
                                verschuldigd voor elk volgend tijdvak van veertien dagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het haven- en kadegeld bedraagt, indien het per tijdvak wordt berekend
                            voor een kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor vaartuigen, bedoeld in artikel 11, lid 1 sub a en b voor
                                    iedere vierkante meter in te nemen plaatsruimte:</al><lijst><li nr="1."><al>voor gebruik ten hoogste iedere week twee malen €
                                            1,31;</al></li><li nr="2."><al>voor gebruik meer dan twee malen per week € 1,86,</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>voor vaartuigen, bedoeld in artikel 11, lid 1 sub c per kubieke
                                    meter waterverplaatsing:</al><lijst><li nr="1."><al>voor gebruik ten hoogste iedere week twee malen €
                                            1,44;</al></li><li nr="2."><al>voor gebruik meer dan twee malen per week € 1,96.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Indien een vaartuig, waarvoor haven- en kade geld bij abonnement is
                            voldaan, in de loop van het jaar door een ander wordt vervangen, kan het
                            bewijs, waardoor van die betaling blijkt, met toestemming van
                            burgemeester en wethouders worden overgeschreven, onder bijbetaling
                            eventueel van het meerdere bedrag, dat wegens de grotere afmetingen van
                            het vaartuig zal zijn verschuldigd, berekend over het aantal maanden van
                            het jaar, dat nog niet is verstreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De schipper die van gemeentelijk vaarwater of van havens en/of kaden
                            direct of indirect gebruik maakt, is, tenzij het voor dat gebruik
                            verschuldigde recht reeds bij abonnement is voldaan, verplicht ten
                            spoedigste en althans binnen twee uren na aankomst, aangifte te doen ten
                            kantore van de havenmeester, onder overlegging, voor zoveel mogelijk,
                            van de geldige meetbrief of van enig ander document, waaruit de
                            inhoudsgrootte van het vaartuig blijkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Geen haven- en kadegeld wordt geheven voor het gebruikmaken van een
                            haven en/of kade ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare
                                    dienst;</al></li><li nr="b."><al>hospitaalschepen;</al></li><li nr="c."><al>vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de
                                    havenmeester aantonen, dat zij wegens ernstige
                                    familie-omstandigheden of om redenen van overmacht van de haven
                                    en/of kade gebruik moeten maken en mits niet wordt gelaten en/of
                                    gelost;</al></li><li nr="d."><al>vaartuigen, welke aanleggen tot het doen van inkopen van
                                    levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uren en
                                    gedurende die tijd niet wordt geladen en/of gelost;</al></li><li nr="e."><al>vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen en passagierschepen
                                    welke tussen zaterdag 12.00 uur of tussen 12.00 uur van de dag,
                                    onmiddellijk voorafgaande aan een algemeen erkende Christelijke
                                    feestdag en 6.00 uur van de dag, onmiddellijk volgende op de
                                    zondag of een algemeen erkende Christelijke feestdag in de haven
                                    (aan de kade) verblijft, zonder te hebben geladen en/of
                                    gelost;</al></li><li nr="f."><al>vaartuigen, die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen,
                                    mits niet wordt geladen en/of gelost. De ijsgang wordt gerekend
                                    aan te vangen met de dag, waarop van rijkswege de boeien worden
                                    weggenomen en op te houden met de dag, waarop deze boeien worden
                                    herplaatst;</al></li><li nr="g."><al>bij vaartuigen behorende roeiboten;</al></li><li nr="h."><al>pleziervaartuigen, voor het opnieuw van de haven en/of kade
                                    gebruik maken binnen het tijdvak, waarvoor haven- en kadegeld is
                                    voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor vaartuigen, welke in een haven ligplaats nemen voor het doen
                                verrichten van belangrijke herstellingen of veranderingen bij een
                                alhier gevestigde scheepswerf of reparatie-inrichting en geen
                                goederen laden en/of lossen, is geen haven- en kadegeld verschuldigd
                                over een aaneengesloten tijdvak van ten hoogste 90 dagen, te rekenen
                                van de dag af, waarop de vaartuigen ligplaats hebben ingenomen, mits
                                aan de havenmeester, zowel van het tijdstip van aanvang als van dat
                                van het einde der herstellingen of veranderingen, schriftelijk is
                                kennis gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Herstellingen of veranderingen worden als belangrijk aangemerkt
                                indien vitale delen van het vaartuig tijdelijk hun normale functie
                                niet kunnen verrichten en het vaartuig als gevolg daarvan zolang
                                niet als bedrijfs- of vaarklaar, dan wel niet als los- of laadgereed
                                kan worden beschouwd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Alle krachtens deze verordening verschuldigde belastingen worden geïnd
                            door de havenmeester namens de gemeente-ontvanger. Het geïnde geld dient
                            op de tweede werkdag van elke maand bij de kassier ten kantore van de
                            gemeente-ontvanger te worden gestort, nadat ter gemeentesecretarie een
                            specificatie van de ontvangen gelden is verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het betalen wordt aan hem, die betaalt, een bewijs afgegeven,
                                dat het verschuldigde is voldaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 50 en 51 van de
                                Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en in de
                                artikelen 58 en 61 van de Invorderingsweg 1990 (Stb. 221) gelden
                                mede jegens de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren
                                der gemeentelijke belastingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Alle krachtens deze verordening verschuldigde belastingen dienen bij
                            vooruitbetaling te worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>De havenmeester is, voorzover zulks naar zijn oordeel nodig is, met het
                            oog op de invordering der rechten, bevoegd tot het betreden van de
                            vaartuigen, welke binnen de gemeente liggen, met uitzondering van de tot
                            woning bestemde gedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20a</nr><titel>Rente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake
                                invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van de lig-,
                                haven- en kadegelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de
                                Invorderingswet 1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de in het tweede lid genoemde regeling wordt geen
                                invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een
                                bedrag van f 50,- niet te boven gaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20a</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake
                                invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van de lig-,
                                haven- en kadegelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de
                                Invorderingswet 1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van de in het tweede lid genoemde regeling wordt geen
                                invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een
                                bedrag van f 50,- niet te boven gaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>Deze verordening, welke kan worden aangehaald onder de naam “Verordening
                            scheepvaartrechten”, treedt in werking met ingang van 1 januari
                            2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening
                            vervalt de verordening op de heffing en invordering van lig-, haven- en
                            kadegelden in de gemeente Doesburg, vastgesteld bij besluit van de raad
                            van 28 december 1968, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 20 februari
                            1969, nr. 75 tot 1 januari 1974, zoals deze verordening nader is
                            gewijzigd met dien verstande dat zij van kracht blijft ten aanzien van
                            vóór 1 januari 1974 verschuldigde rechten.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 5 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>W. Stoppels</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. C.J.G. Luesink,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Doesburg/i78394.pdf">Raadsbesluit</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>