<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR39593_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Tholen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tholen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr 5/2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente TholenOnbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.tholen.nl/index.php?simaction=content&amp;mediumid=1&amp;pagid=1433&amp;fontsize=12&amp;rubriek_id=2909&amp;stukid=16267">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-12-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Tholen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>evenementen beleid, standplaatsenbeleid, horecabeleid</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Tholen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al><onderstreept>openbare plaats:</onderstreept> een voor het
                                    publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als
                                    bedoeld onder b;</al></li><li nr="B."><al><onderstreept>weg:</onderstreept> weg, als bedoeld in artikel 1,
                                    eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="C."><al><onderstreept>openbaar water:</onderstreept> wateren die voor
                                    het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                                    zijn;</al></li><li nr="D."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 31 mei
                                    1999;</al></li><li nr="E."><al><onderstreept>rechthebbende:</onderstreept> degene die over een
                                    zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                    recht;</al></li><li nr="F."><al><onderstreept>bouwwerk:</onderstreept> bouwwerk als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Tholen;</al></li><li nr="G."><al><onderstreept>gebouw:</onderstreept> gebouw als bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;</al></li><li nr="H."><al><onderstreept>handelsreclame:</onderstreept> iedere openbare
                                    aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd
                                    wordt een commercieel belang te dienen.</al></li><li nr="I."><al><onderstreept>vee:</onderstreept> rundvee, paarden, varkens,
                                    kalkoenen, ganzen, schapen, geiten en hanen;</al></li><li nr="J."><al><onderstreept>vaartuigen:</onderstreept> alle vaartuigen,
                                    daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede
                                    woonschepen, glijboten en ponten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>- Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>- Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan bij openbare
                                kennisgeving aan te wijzen vergunningen of ontheffingen kan de in
                                het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht
                                weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>- Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>- Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            hiertegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>- Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>- Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>- Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van de: </al><lijst><li nr="-"><al>openbare orde;</al></li><li nr="-"><al>openbare veiligheid;</al></li><li nr="-"><al>volksgezondheid;</al></li><li nr="-"><al>bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>- BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>- Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                    geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een
                                    tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel
                                    zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                    richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                    wegen of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het bevoegd
                                    gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                    van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>- BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>- Optochten</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>- Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>- Afwijking termijn</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>- Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>- VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>- Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>- VERTONINGEN EN DERGELIJKE OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>- Feest, muziek en wedstrijd e.d</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>- Dienstverlening</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>- Straatartiest</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>- BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>- Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                                    de publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:25;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard;</al></li><li nr="c."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;</al></li><li nr="d."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, vijfde
                                            lid;</al></li><li nr="e."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>- Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatie-verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>- Maken en veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering
                                    te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien:</al><al>a. degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of
                                    verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg
                                    daarvan niet minstens zes weken van tevoren melding heeft gedaan
                                    aan het college, onder indiening van een situatieschets van de
                                    gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;</al><al>b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft
                                    verboden.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                    indien:</al><al>a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht, </al><al>b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                    parkeerplaats, c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                    wijze wordt aangetast, </al><al>d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                                    andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                    uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                    openbaar groen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen
                                    zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    gewenste uitweg wordt verboden. Het college kan deze termijn
                                    eenmaal met hoogstens vier weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>- VEILIGHEID OP WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>- Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>- Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>- Openen straatkolken en dergelijke</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting, die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>- Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>- Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide- of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende de door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>- Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>- Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>- Verwijdering en dergelijke voorzieningen voor verkeer en
                                    verlichting</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>- Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><al>a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al><al>b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23b</nr><titel>- Godslastering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in het openbaar de naam van God vloekende te
                                    gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien in artikel 7 van
                                    de Grondwet of het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>- EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><al>a. bioscoopvoorstellingen;</al><al>b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                    de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening​</al><al>c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen</al><al>d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen​</al><al>e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                    Wet openbare manifestaties​</al><al>f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><al>a. een herdenkingsplechtigheid;</al><al>b. een braderie;</al><al>c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                    2:3 van deze verordening, op de weg;</al><al>d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al><al>e. een klein evenement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt in ieder geval verstaan een
                                    straatfeest of buurtbarbecue op een dag, of andere door de
                                    burgemeester aan te wijzen kleine evenementen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>- Evenement</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                            een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                            indien:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan het door de
                                    burgemeester vastgestelde aantal personen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het evenement tussen de aangewezen tijdstippen plaatsvindt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor of na de door de
                                    burgemeester aangewezen tijdstippen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                    parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m<sup>2</sup> per object;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>er een organisator is;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>de organisator binnen een door de burgemeester vast te stellen
                                    aantal werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding
                                    heeft gedaan aan de burgemeester.</al><lijst><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen de door hem bepaalde termijn
                                            na ontvangst van de melding besluiten het organiseren
                                            van een evenement als bedoeld in het tweede lid te
                                            verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare
                                            veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                            komt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een
                                            wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregeld
                                            onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van
                                            de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>- Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>- Circus- of kermisinrichtingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr><titel>- TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                    geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                    worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                    ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                    cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                    horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend
                                    terras en andere aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend
                                    deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan
                                    worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                    bereid of verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een inrichting exploiteert of exploiteren
                                    en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                    rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Leidinggevende: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een
                                    inrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>- Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                            vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                            vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de
                                            vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                            zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                            leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of
                                            openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                            weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                            karakter van de straat en de wijk, waarin het
                                            horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard
                                            van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het
                                            woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal
                                            komen te staan door de exploitatie.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat
                                            een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                            bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                            andere wijze overdraagt.</al></li><li nr="6."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een horecabedrijf in zorginstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een horecabedrijf in musea;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28a</nr><titel>- Eisen exploitant en leidinggevende(n)</titel></kop><al>De exploitant en de leidinggevende(n):</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="d."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28b</nr><titel>- Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    leidinggevende(n)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                    zonder dat de ingevolge artikel 2.28c op de vergunning vermelde
                                    exploitant of leidinggevende in de inrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de leidinggevende zijn verplicht er voortdurend
                                    op toe te zien dat in de inrichting geen strafbare feiten
                                    plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28c</nr><titel>- Vergunningverlening op naam</titel></kop><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant en op
                                naam gezet van de exploitant en de leidinggevende(n) van de
                                inrichting; de vergunning is niet overdraagbaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28d</nr><titel>- Beslistermijn</titel></kop><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij
                                de aanvraag met de bijbehorende gegevens en bescheiden heeft
                                ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken
                                worden verdaagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>- Weigerings- en intrekkingsgronden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>- Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                    geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf toe te
                                    laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 05.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde is het de
                                    exploitant verboden het terras voor bezoekers geopend te hebben
                                    of bezoekers op het terras toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 23.00 uur en 05.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningvoorschrift voor een afzonderlijk
                                    horecabedrijf of voor een daartoe behorend terras een ander
                                    sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste en
                                    / of tweede lid bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>- Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.29
                                geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijke sluiting
                                bevelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31</nr><titel>- Terrassen</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is zonder vergunning van de burgemeester verboden op
                                            de openbare weg een terras in te richten, op te richten,
                                            het terras voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers
                                            op het terras toe te laten of te laten verblijven. </al></li><li nr="2."><al>Bij vergunningaanvragen voor een of meer bij de
                                            inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester
                                            -gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse-
                                            tevens over de ingebruikneming van de openbare weg.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 en 2.28.,
                                            tweede lid kan de burgemeester de in het eerste lid
                                            bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren
                                            als:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
                                    oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig
                                    en veilig gebruik daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer
                                    en onderhoud van de weg;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de
                                    openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk
                                    aanzien daarvan.</al><lijst><li nr="4."><al>Als voor het uitvoeren van openbare werken of om
                                            enigerlei andere reden verwijdering van het terras
                                            noodzakelijk is, is de houder van de inrichting
                                            verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde
                                            bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt
                                            niet voor zover het Rijkswegenreglement of de
                                            Provinciale wegenverordening Zeeland van toepassing
                                            is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.10</nr><titel>- Geldigheidsduur vergunning</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.10a</nr><titel>- Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31b</nr><titel>- Wijziging leidinggevende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een leidinggevende als bedoeld in artikel 2.27 onder 5
                                    het beheer in de inrichting feitelijk heeft beëindigd, geeft de
                                    exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging
                                    van het beheer schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    leidinggevende, indien de burgemeester op aanvraag van de
                                    exploitant heeft besloten een nieuwe vergunning te verlenen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                    inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere
                                    wijze overdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare
                                    verkopingen en veilingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>horecabedrijf: het horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.27,
                                    eerste en tweede lid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.27, vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.11</nr><titel>- Overgangsrecht</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr><titel>- TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>- TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDENArtikel 2.39 -
                                Speelgelegenheden</titel></kop><structuurtekst><al>1.Deze paragraaf verstaat onder speelgelegenheid:</al><al>een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waarin de
                                mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of
                                in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                verloren.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;
                                    </al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen te
                                        verrichten, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a, van de Wet op de Kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al></li><li nr="a."><al>naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                        leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan</al><al>Artikel 2.40 - Speelautomaten</al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al><onderstreept>Wet:</onderstreept> de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>speelautomaat:</onderstreept> automaat
                                                als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>kansspelautomaat:</onderstreept>
                                                automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                                                Wet;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>hoogdrempelige
                                                  inrichting:</onderstreept> inrichting als bedoeld
                                                in artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>laagdrempelige
                                                  inrichting:</onderstreept> inrichting als bedoeld
                                                in artikel 30, onder e, van de Wet;</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee
                                                speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee
                                                kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee
                                                speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat
                                                kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                                toegestaan.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr><titel>- MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1(oud)</nr><titel>- Kraken van gebouwen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.41</nr><titel>- Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste lid bedoelde
                                    verbod ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.42</nr><titel>- Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                            bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                            rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar
                                            is:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al><al>3.Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.43</nr><titel>- Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2.42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44</nr><titel>- Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>- Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden op het terrein van een gemeentelijk sportpark of op of
                                    in een op dat sportpark aanwezig bouwwerk, ander kunstwerk of
                                    afsluiting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden dieren in of op de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde plaatsen te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en
                                    tweede lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>- Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.47</nr><titel>- Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeers-meubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt;</al></li><li nr="c."><al>zich op het terrein van een gemeentelijke
                                            speelvoorziening, een skatevoorziening of dergelijke
                                            voorziening te bevinden gedurende de tijden waarop deze
                                            blijkens de aanduiding gesteld bij de toegang tot de
                                            voorziening gesloten is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.48</nr><titel>- Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel
                                            uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                            alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                                            flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank
                                            bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.49</nr><titel>- Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al><al>2.Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                    flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                    meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk
                                    zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een zodanig
                                    gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.50</nr><titel>- Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.51</nr><titel>- Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: </al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.52</nr><titel>- Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.53</nr><titel>- Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.54</nr><titel>- Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.55</nr><titel>- Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.56</nr><titel>- Alarminstallaties</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.57</nr><titel>- Loslopende honden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                        aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op een weg of dijk, zonder dat hij
                                        deze voldoende in zijn macht heeft;</al></li><li nr="c."><al>op door het college aangewezen plaatsen en tijden, zonder
                                        dat die hond aangelijnd is, gedurende de periode van 1 mei
                                        tot 1 oktober; </al></li><li nr="d."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.58</nr><titel>- Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                    zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op openbare plaatsen binnen de gehele bebouwde kom;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een gedeelte van de weg buiten de bebouwde kom dat is bestemd
                                    of mede is bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al><lijst><li nr="2."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het
                                            eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de
                                            eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat
                                            de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd;</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is
                                            eenieder die een hond bij zich heeft verplicht, opnader
                                            door burgemeester en wethouders aan te wijzen wegen
                                            en/of terreinen, een deugdelijk en speciaaldaartoe
                                            vervaardigd hulpmiddel ter onmiddellijke verwijdering
                                            van hondenuitwerpselen op die wegen en/of terreinen bij
                                            zich te hebben en dit hulpmiddel op eerste aanvraag van
                                            een daartoe bevoegdopsporingsambtenaar te tonen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            door burgemeester en wethouders aangewezen
                                            terreinen</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.59</nr><titel>- Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of het
                                    terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt, dat zij die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk achten en zij een aanlijngebod in verband met het
                                    gedrag van die hond noodzakelijk vinden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt,
                                    dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk achten en zij een
                                    aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de
                                    Regeling agressieve dieren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1.50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voor zover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60</nr><titel>- Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren aanwezig te
                                    hebben,of:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.61</nr><titel>- Wilde dieren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.62</nr><titel>- Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een aan een
                                weg liggend weiland of terrein </al><al>dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering,
                                is verplicht ervoor te zorgen dat </al><al>zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee of pluimvee die
                                weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.63</nr><titel>- Duiven</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.64</nr><titel>- Bijen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen
                                    waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien
                                            op een afstand van ten hoogste 6 meter vanaf de korven
                                            of kasten een afscheiding is aangebracht van 2 meter
                                            hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag
                                            uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod
                                            geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op
                                            de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde
                                            verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening
                                            Zeeland.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde
                                            verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.65</nr><titel>- Hinder door dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving gevaar, schade
                                    of hinder veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr><titel>- BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.66</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>A.<onderstreept>Handelaar:</onderstreept></al><al>de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de Algemene Maatregel van
                                Bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al><al>B.<onderstreept>Verkoopregister:</onderstreept></al><al>het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze
                                overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de
                                handelaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.67</nr><titel>- Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeld hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -voor zover
                                    dat mogelijk is- soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.68</nr><titel>- Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid,
                                    van het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.69</nr><titel>- Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.70.</nr><titel>- Handel te water</titel></kop><al>Het bepaalde in de artikelen 2.67 en 2.68 geldt niet voor zover de
                                handelaar de handel te water uitoefent in de zin van het Besluit
                                toezicht handel te water.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.6</nr><titel>- Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>Verplaatst naar afdeling 3.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>13</nr><titel>- VUURWERKArtikel 2.71 - Begripsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.72</nr><titel>- Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73</nr><titel>- Bezigen van vuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>14</nr><titel>- DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.74</nr><titel>- Drugshandel op straat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of
                                    aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen
                                    en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of
                                    daarmee heen en weer of rond te rijden met het kennelijke doel
                                    om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet,
                                    of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                                    leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                    zijn of daarin te bemiddelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor het publiek
                                    toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijk
                                    gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
                                    Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen
                                    daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen
                                    en/of stoffen openlijk voor handen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                    naalden, reservoirs, zuigertjes en dergelijke of daarop
                                    gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg, dan wel in
                                    afvalbakken achter te laten, indien redelijkerwijs kan worden
                                    aangenomen, dat zulks is geschied om afstand van dat voorwerp te
                                    doen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>15</nr><titel>- BESTUURLIJKE OPHOUDING VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERA-TOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.75</nr><titel>- Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>Niet opgenomen </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>16</nr><titel>- PREVENTIEF FOUILLEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.76.</nr><titel>- Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>17</nr><titel>- KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77a</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                            kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden
                                            buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                                            bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van
                                            kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende
                                            op een terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                            bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de
                                            ontheffing worden geweigerd in het belang van:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77b</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod in artikel
                                    2.77a eerste lid, niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 1.8 en 2.77a, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>- BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a.<onderstreept>Prostitutie:</onderstreept></al><al>het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                                handelingen met een ander tegen vergoeding.</al><al>b.<onderstreept>Prostituee:</onderstreept></al><al>degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                                handelingen met een ander tegen vergoeding.</al><al>c.<onderstreept>Seksinrichting</onderstreept>:</al><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                                handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar.</al><al>d.<onderstreept>Escortbedrijf:</onderstreept></al><al>de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die
                                bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was,
                                prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.</al><al>e.<onderstreept>Sekswinkel:</onderstreept></al><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                                hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd.</al><al>f.<onderstreept>Exploitant:</onderstreept></al><al>de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert
                                of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                                rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen.</al><al>g.<onderstreept>Beheerder:</onderstreept></al><al>de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke
                                leiding uitoefent of uitoefenen in een seksinrichting of
                                escortbedrijf.</al><al>h.<onderstreept>Bezoeker:</onderstreept></al><al>degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                                van:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="6."><al>toezichthouders als bedoeld in artikel 6.1a;</al></li><li nr="7."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>- Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>- Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.13 genoemde belangen, kan het bevoegd
                                bestuursorgaan over de uitoefening van de bevoegdheden in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>- SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>- Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>- Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                    door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar
                                    Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                    artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                    toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>1e.</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>2e.</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                    429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>3e.</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 jo. artikel
                                    8 of jo. artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>4e.</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>5e.</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>6e.</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbureau die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld
                                    in artikel 3.4 is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter
                                    zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>- Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 02:00 uur en 07:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                    gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van
                                    toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>- Tijdelijke afwijking sluitingtijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of ingeval van strijdigheid met bepalingen van dit hoofdstuk of
                                    met de aan de vergunning verbonden voorschriften, kan het
                                    bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>- Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                    Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in
                                    de Wet wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>- Straatprostitutie en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden -al dan niet vanuit een seksinrichting- door
                                    handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, te
                                    trachten als prostituee passanten tot prostitutie te bewegen,
                                    uit te nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van de in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                    gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met oog op de in artikel 3.13, tweede lid,
                                    genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel
                                    is gegeven als bedoeld in het tweede lid bij besluit verbieden
                                    zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar
                                    middel van vervoer, te bevinden op of aan door de burgemeester
                                    vast te stellen wegen en op door de burgemeester te bepalen
                                    tijden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkenen noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>- Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>- Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>- BESLISSINGSTERMIJN EN WEIGERINGSGRONDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>- Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>- Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbureau in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbureau personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met
                                    artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of
                                    krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, kan worden
                                    geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van
                                    de woon- en leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                    prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>- BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>- Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>- Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.16, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>- BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>-GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>A.<onderstreept>Besluit:</onderstreept></al><al>Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.</al><al>B.<onderstreept>Inrichting:</onderstreept></al><al>een inrichting type A of type B zoals bedoeld in het Besluit.</al><al>C.<onderstreept>Houder van een inrichting:</onderstreept></al><al>degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                inrichting drijft.</al><al>D.<onderstreept>Collectieve festiviteit:</onderstreept></al><al>festiviteit of activiteit die niet specifiek gebonden is aan één of
                                een klein aantal inrichtingen. </al><al>E.<onderstreept>Incidentele festiviteit:</onderstreept></al><al>festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein
                                aantal inrichtingen;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>- Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het besluit gelden, voor zover de naleving van deze
                                    voorschriften redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet voor
                                    door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen:</al><lijst><li nr="-"><al>Tholen;</al></li><li nr="-"><al>Poortvliet;</al></li><li nr="-"><al>Scherpenisse;</al></li><li nr="-"><al>Sint-Maartensdijk;</al></li><li nr="-"><al>Stavenisse;</al></li><li nr="-"><al>Sint-Annaland;</al></li><li nr="-"><al>Oud-Vossemeer;</al></li><li nr="-"><al>Sint Philipsland;</al></li><li nr="-"><al>Anna Jacobapolder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanwijzing van de collectieve festiviteiten geldt alleen voor
                                    horeca-, sport- en recreatie inrichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>- Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan een door het college nader te
                                    bepalen aantal incidentele festiviteiten per kalenderjaar te
                                    houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen
                                    2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit, voor zover de naleving van
                                    deze voorschriften redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet
                                    van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan een door het college nader te
                                    bepalen aantal incidentele festiviteiten per kalenderjaar te
                                    houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 ,
                                    eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het aantal incidentele festiviteiten wordt zodanig vastgesteld
                                    dat het aantal collectieve en incidentele festiviteiten samen
                                    per inrichting niet meer dan 12 per kalenderjaar bedraagt. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens het voor het onmiddellijk doorlaten
                                    van personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>- Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>- Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben
                                    of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    geluidhinder, artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Zondagswet, het vuurwerkbesluit en de provinciale
                                    milieuverordening Zeeland</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1A</nr><titel>- AFVALSTOFFEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7a</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al><onderstreept>Wet:</onderstreept></al></li></lijst><al>Wet milieubeheer.</al><al>b.<onderstreept>Straatafval</onderstreept>:</al><al>huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht,
                                zoals proppen papier, plastic bekertjes en blikjes, niet zijnde
                                klein chemisch afval (kca), ontstaan buiten een perceel.</al><al>c.<onderstreept>Inzamelen:</onderstreept></al><al>de activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen
                                die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden.</al><al>d.<onderstreept>Ter inzameling aanbieden:</onderstreept></al><al>de wijzen van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende
                                persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in
                                daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie
                                geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe ter
                                beschikking gestelde plaats.</al><al>e.<onderstreept>Inzamelmiddel:</onderstreept></al><al>Een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- en/of
                                bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer,
                                afvalemmer, kca-box.</al><al>f.<onderstreept>Inzamelvoorziening:</onderstreept></al><al>een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of
                                -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer,
                                brengdepot.</al><al>g.<onderstreept>Gebruiker van een perceel:</onderstreept></al><al>degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel
                                ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.11 van de Wet milieubeheer
                                een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al><al>h.<onderstreept>Wegen:</onderstreept></al><al>alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met
                                inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die
                                wegen behorende paden en bermen of zijkanten.</al><al>i.<onderstreept>Motorrijtuigen:</onderstreept></al><al>alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden
                                voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of
                                aan het voertuig zelf aanwezig, dan wel door elektrische tractie met
                                stroomtoevoer van elders.</al><al>2.Het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 4.7c.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7b</nr><titel>- Aanwijzing inzamelende instanties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als inzameldienst belast met het ter uitvoering van de wet, de
                                    provinciale milieuverordening en deze afdeling inzamelen van
                                    afvalstoffen wordt aangewezen: de Zeeuwse Reinigingsdienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de in het eerste lid genoemde inzameldienst kan het
                                    college personen of instanties aanwijzen die zijn belast met het
                                    ter uitvoering van de wet, de provinciale milieuverordening en
                                    deze afdeling afzonderlijk inzamelen van categorieën
                                    huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7c</nr><titel>- Afzonderlijke inzameling</titel></kop><al>Door de inzameldienst of de krachtens artikel 4.7b, tweede lid,
                                aangewezen personen of instanties worden de volgende categorieën
                                huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="c."><al>verpakkingsglas;</al></li><li nr="d."><al>textiel;</al></li><li nr="e."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="f."><al>koel- en vriesapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>asbest;</al></li><li nr="h."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="i."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="j."><al>grof huishoudelijk restafval.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7d</nr><titel>- Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.De inzameling kan plaatsvinden via:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal
                                    percelen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau.</al><al>2.Het college kan aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of
                                    -voorziening de inzameling van een bepaalde categorie
                                    huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een
                                    perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7e</nr><titel>- Frequentie van inzamelen bij elk perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huishoudelijk restafval wordt ten minste eenmaal per twee weken
                                    bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde wordt
                                    huishoudelijk restafval bij meergezinswoningen niet bij elk
                                    perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt ten minste eenmaal per twee
                                    weken afzonderlijk bij elk perceel ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het in het derde lid bepaalde wordt groente-,
                                    fruit- en tuinafval bij meergezinswoningen niet bij elk perceel
                                    ingezameld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de
                                    overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk
                                    in aangewezen delen van de gemeente bij elk perceel worden
                                    ingezameld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7f</nr><titel>- Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                    vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college huishoudelijke
                                    afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van een
                                    doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                    inzameldienst of de krachtens artikel 4.7b, tweede lid,
                                    aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen en instanties die bij of
                                    krachtens de wet voor de desbetreffende categorieën van
                                    huishoudelijke afvalstoffen een inzamelplicht hebben
                                    gekregen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7g</nr><titel>- Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te
                                bieden aan een ander dan de inzameldienst, de krachtens artikel
                                4.7b, tweede lid, aangewezen personen of instanties en degenen aan
                                wie krachtens artikel 4.7f een vergunning is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7h</nr><titel>- Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de
                                    inzameldienst of de krachtens artikel 4.7b, tweede lid
                                    aangewezen personen of instanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat het aan anderen dan gebruikers van
                                    percelen verboden is om huishoudelijke afvalstoffen ter
                                    inzameling aan te bieden aan de houder van een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 4.7f.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7i</nr><titel>- Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is verboden om de volgende categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te
                                    bieden:</al><al>a.klein chemisch afval;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>glas;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>oud papier en karton;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>textiel;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>wit- en bruingoed.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan aanwijzen aan welke personen of
                                            instanties de in het eerste lid aangewezen categorieën
                                            huishoudelijke afvalstoffen moeten worden
                                            aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                            afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens
                                            het tweede lid aangewezen personen of instanties.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7j</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie huishoudelijke afvalstoffen krachtens artikel 4.7d een
                                    inzamelmiddel is aangewezen, is het voor die gebruiker verboden
                                    de betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het
                                    daartoe aangewezen inzamelmiddel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens
                                    artikel 4.7d is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijzen
                                    waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                    inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere plaatsen
                                    en wijzen ter inzameling aan te bieden dan volgens dit artikel
                                    is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale
                                    gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale
                                    aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker van
                                    een perceel is verstrekt kan het college eisen stellen aan het
                                    gebruik en het reinigen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt kan
                                    het college eisen stellen aan het te gebruiken
                                    inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is aan anderen dan de gebruiker van een perceel aan wie
                                    krachtens artikel 4.7d een inzamelmiddel is toegewezen, verboden
                                    hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit
                                    inzamelmiddel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7k</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamel-voorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor de gebruiker van een perceel voor een bepaalde
                                    categorie afvalstoffen krachtens artikel 4.7d mede ten behoeve
                                    van zijn perceel een inzamelvoorziening is aangewezen, is het
                                    voor de gebruiker verboden de betreffende afvalstoffen anders
                                    aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening voor een aantal percelen aan te
                                    bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening
                                    krachtens artikel 4.7d is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten
                                    behoeve van een groep percelen moet worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen aan
                                    te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                    percelen dan krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is voor anderen dan de gebruikers van percelen voor wie
                                    krachtens artikel 4.7d een inzamelvoorziening is aangewezen,
                                    verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze
                                    inzamelvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7l</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.7j, vierde lid en artikel 4.7k, vierde
                                    lid, geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau conform
                                    krachtens dit artikel is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden dan de
                                    categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 4.7d
                                    is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via
                                    een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan te
                                    bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7m</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.7j vierde lid en artikel 4.7k, vierde
                                    lid geldt niet voor het aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
                                    conform krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau aan te bieden
                                    dan de categorie waarvoor het brengdepot krachtens artikel 4.7d
                                    is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                    huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                    niveau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen via
                                    een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter inzameling aan
                                    te bieden dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7n</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                    zonder inzamelmiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                    aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel 4.7d
                                    van deze verordening ter inzameling moeten worden
                                    aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop de
                                    krachtens het eerste lid aangewezen categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke
                                    afvalstoffen op andere wijzen ter inzameling aan te bieden dan
                                    krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7o</nr><titel>- Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop huishoudelijke
                                    afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering
                                    Midden- en Noord-Zeeland stelt de openingstijden van de
                                    regionale milieustraat vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en
                                    tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste en
                                    tweede lid zijn bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7p</nr><titel>- Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het
                                college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter
                                inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst of krachtens artikel 4.7b, tweede lid, aangewezen
                                personen of instanties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7q</nr><titel>- Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen behoudens
                                    vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan andere categorieën van afvalstoffen dan
                                    huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen waarvoor geldt dat het
                                    verboden is ze in te zamelen zonder vergunning van het
                                    college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde vergunning
                                    voorschriften verbinden met het oog op de doelmatige
                                    verwijdering van afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van de
                                    doelmatige verwijdering van afvalstoffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7r</nr><titel>- Inzameling andere categorieën afvalstoffen door de
                                    inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan andere categorieën afvalstoffen aanwijzen die door
                                de inzameldienst worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7s</nr><titel>- Ter inzameling aanbieden van andere categorieën
                                    afvalstoffen aan de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën van afvalstoffen dan
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden aan de
                                    inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
                                    categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens artikel
                                    4.7r, voor zover degene die gebruik maakt van de inzameling door
                                    de inzameldienst voldoet aan de daarmee ontstane belastingplicht
                                    op grond van de Verordening Reinigingsheffingen 1995.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden, wijzen
                                    en plaatsen waarop de in artikel 4.2.4.2 bedoelde afvalstoffen
                                    aan de inzameldienst ter inzameling kunnen worden
                                    aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                    artikel 4.7r ter inzameling aan te bieden in strijd met hetgeen
                                    krachtens dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Destructiewet of de Provinciale Milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>- BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7t</nr><titel>- Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of
                                            voorwerp, die/dat aanleiding kan geven tot
                                            verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering
                                            van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot hinder of
                                            nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem,
                                            buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te
                                            plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten
                                            vallen of lopen of te houden;</al></li><li nr="b."><al>andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in
                                            artikel 4.7a, eerste lid onder b, achter te laten in
                                            daartoe van gemeentewege geplaatste of voorgeschreven
                                            bakken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod is niet
                                    van toepassing op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, de krachtens
                                    artikel 4.7b, tweede lid, aangewezen personen of instanties of
                                    houders van een vergunning als bedoeld in artikel 4.7f. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid,
                                    onder a, gestelde verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing
                                    kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het
                                    milieu.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het thuis-composteren van groente-,
                                    fruit- en tuinafval.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of
                                    tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                    van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen
                                    dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg of het betreft het op de bodem brengen of houden van: </al><lijst><li nr="-"><al>baggerslib afkomstig van sloten en waterlopen, indien
                                            aannemelijk is dat dit slib valt in de
                                            verontreinigingsklasse I of II;</al></li><li nr="-"><al>maaisel, riet of andere plantenresten afkomstig van het
                                            onderhouden van slootkanten en watergangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de Wet chemische afvalstoffen, de Bestrijdingsmiddelenwet, de
                                    Kernenergiewet, op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften,
                                    de Meststoffenwet, de Destructiewet of de Wet bodembescherming
                                    voorziet in de beoogde bescherming van het milieu;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>artikel 5 of 9 van het Rijkswegenreglement;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de Wegenverordening Zeeland, de provinciale
                                    bodembeschermingverordening of de provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7u</nr><titel>- Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de
                                            verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;</al></li><li nr="b."><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de
                                            werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren,
                                            elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op
                                            die dag te reinigen of te doen reinigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 9,
                                    tweede lid van het Rijkswegenreglement of de Wegenverordening
                                    Zeeland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7v</nr><titel>- Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7w</nr><titel>- Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze,
                                    indien zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg
                                    of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                    publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of
                                    te doen verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien van
                                    het verspreiden van reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften vanuit een luchtvaartuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>- Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>- Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8b</nr><titel>- Verbod doorzoeken van ter inzameling gereedstaande
                                    afvalstoffen</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen die ter inzameling gereed staan te
                                doorzoeken en te verspreiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>- Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                    riolen en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>- HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al><onderstreept>boom:</onderstreept></al></li></lijst><al>een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van
                                minimaal 10 cm c.q. een omtrek van de stam van minimaal 31,5 cm
                                gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld gerekend langs de stam.
                                In geval van meerstammigheid geldt de diameter c.q. omtrek van de
                                dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht
                                kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor
                                bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,30 meter boven het
                                maaiveld;</al><al>b.<onderstreept>houtopstand:</onderstreept></al><al>één of meer bomen, boomvormer, hakhout;</al><al>c.<onderstreept>hakhout:</onderstreept></al><al>één of meer bomen of boomvormers, die na geveld te zijn, opnieuw op
                                de stronk uitlopen;</al><al>d.<onderstreept>dunning:</onderstreept></al><al>velling die uitsluitend als onderhoudsmaatregel ter bevordering van
                                de groei en de instandhouding van de overblijvende houtopstand moet
                                worden beschouwd;</al><al>e.<onderstreept>knotten:</onderstreept></al><al>het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout
                                (1,50 tot 2,00 m) bij knot- of leibomen </al><al>f.<onderstreept>kandelaberen:</onderstreept></al><al>het terug- of innemen van takken, zodat uitsluitend de gesteltakken
                                overblijven;</al><al>g.<onderstreept>bebouwde kom:</onderstreept></al><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1,
                                lid 5 van de Boswet;</al><al>h.<onderstreept>herplanten:</onderstreept></al><al>het planten van een houtopstand teneinde het verlies van een al of
                                niet met vergunning gevelde houtopstand te compenseren;</al><al>i.<onderstreept>boomwaarde:</onderstreept></al><al>het bedrag dat, overeenkomstig de Methode Raad, wordt gevonden door
                                het product van de volgende factoren:</al><al>* de oppervlakte in cm² van de diameter op 1,30 m boven het
                                maaiveld</al><al>* de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²</al><al>* de standplaatswaarde</al><al>* de conditiewaarde</al><al>* de waarde van de plantwijze</al><al>j.iepziekte:</al><al>de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.)
                                Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau.</al><al>k.iepenspintkever:</al><al>het insect, in elk ontwikkelingsstadium behorende tot de soorten
                                Scolytus scolytus (F) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus
                                pygmeaus.</al><al>2.Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder vellen mede
                                verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten
                                van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
                                ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge
                                kunnen hebben, </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>-Kapvergunning</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college
                                            houtopstanden te vellen of te doen vellen indien deze
                                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>particulier terrein staan en op een hoogte van
                                                  1.30 meter een diameter hebben van 40 cm. of
                                                  groter, dan wel een omtrek hebben van meer dan
                                                  1,25 meter; of</al></li><li nr="b."><al>particulier terrein staan en op een hoogte van
                                                  1.30 meter een kleinere diameter hebben dan 40
                                                  cm., dan wel een omtrek hebben van minder dan 1,25
                                                  meter welke zijn aangeplant in het kader van een
                                                  herplant- of instandhoudingverplichting; of</al></li><li nr="c."><al>openbaar terrein staan en deze op een hoogte van
                                                  1.30 meter een diameter hebben van 20 cm. of
                                                  groter dan wel een omtrek hebben van meer dan 60
                                                  cm.;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing, indien het betreft:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen, beide voor zover
                                    bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
                                    geknot;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen zijn binnen
                                    een bebouwde kom, tenzij de houtopstanden een zelfstandige
                                    eenheid vormen en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaan dan 10
                                    are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale
                                    aantal rijen, niet groter in aantal zijn dan 20.</al><al>3.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet
                                    voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het vellen van dode houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet
                                    of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                    onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.11h en 4.11k van
                                    deze afdeling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier
                                    onderhoud;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij
                                    daarvoor geschikte boomsoorten." </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11a</nr><titel>- Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 4.11 lid 1 dient
                                    aangevraagd te worden door of namens dan wel met toestemming van
                                    degene die krachtens zakelijk recht, of door degene die
                                    krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de
                                    houtopstand te beschikken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning dient te worden ingediend op een
                                    daartoe door het college vastgesteld formulier. De aanvraag gaat
                                    vergezeld van een situatieschets.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de teammanager van de Landelijke Service Regelingen
                                    (LASER) van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                                    Visserij aan het college een afschrift heeft toegezonden van de
                                    ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                    beschouwen het college dit afschrift mede als een
                                    vergunningsaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11b</nr><titel>- Weigering ex lege</titel></kop><al>De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, indien binnen acht
                                weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in artikel 4.11a van
                                deze afdeling geen beslissing op de aanvraag is genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11c</nr><titel>- Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                    voorschriften verlenen in het belang van:</al><lijst><li nr="§"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="§"><al>landschappelijke en stedenbouwkundige waarden;</al></li><li nr="§"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="§"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="§"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</al></li><li nr="§"><al>monumentale waarde;</al></li><li nr="§"><al>beeldbepalende waarde;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen
                                    van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren.
                                    Zij verwijzen zoveel mogelijk naar het groenbeleidsplan of
                                    gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of
                                    landschapsplannen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen van een
                                    houtopstand, indien sprake is van grote gevaarzetting of
                                    vergelijkbaar spoedeisend belang. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11d</nr><titel>- Openbaarmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van iedere aanvraag wordt de ontvangst zo spoedig mogelijk
                                    bekend gemaakt in een lokaal dag-, nieuws- of
                                    huis-aan-huisblad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een vergunning wordt verleend of geweigerd, wordt deze
                                    beslissing zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt in een lokaal
                                    dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11e</nr><titel>- Standaardvoorwaarde van niet-gebruik</titel></kop><al>Een vergunning wordt verleend onder het standaardvoorschrift van
                                feitelijk niet-gebruik tot het moment van onherroepelijk worden van
                                de vergunning, oftewel tot het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de is op bezwaar- of beroepstermijn voor derden is
                                        verstreken, zonder dat er bezwaar of beroep is
                                        ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige
                                        voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist het bezwaar of beroep van derden en geen verzoek tot
                                        voorlopige voorziening is gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11f</nr><titel>- Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De vergunning die onherroepelijk is geworden als bedoeld artikel
                                4.11e van deze afdeling vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal
                                één jaar na afgifte volledig gebruik is gemaakt. Het college kan op
                                verzoek deze termijn verlengen met maximaal één jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11g</nr><titel>- Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of toestemming zoals bedoeld in artikel 4.11
                                    lid 1 en artikel 4.11c lid 3 van deze afdeling, kan door het
                                    college, dan wel de burgemeester in het belang van de
                                    bescherming en het behoud van houtopstanden voorschriften worden
                                    verbonden</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het college te geven voorschriften moet
                                    worden herplant. Indien het groenbeleidsplan of een
                                    bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen
                                    houtopstand direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt,
                                    zo veel mogelijk, een herplantplicht opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wordt een vergunning tot verplanting gegeven, dan kan daarbij
                                    tevens worden bepaald binnen welke termijn na de verplanting en
                                    op welke wijze niet geslaagde verplanting moet worden
                                    vervangen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de uitvoering van de plicht tot herbeplanting niet
                                    mogelijk is dan wel naar maatstaven van redelijkheid en
                                    billijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de
                                    houtopstand, kan aan de vergunning of toestemming het
                                    voorschrift worden verbonden dat de houtopstand pas mag worden
                                    geveld nadat een bedrag gelijk aan de boomwaarde aan de gemeente
                                    is betaald.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeente is verplicht met de ontvangen gelden als bedoeld in
                                    het voorgaande lid houtopstanden aan te planten in de nabijheid
                                    van de locatie waar is gekapt, dan wel op een nader aan te
                                    duiden plaats het verlies aan groen te compenseren. Zij legt
                                    daarover verantwoording af aan degene, aan wie de financiële
                                    compensatie is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het
                                    verbod om gedurende het broedseizoen, zijnde 15 maart t/m 15
                                    juli, gebruik te maken van de vergunning, tenzij het college om
                                    zwaarwegende redenen van dit voorschrift afwijkt. Tevens kunnen
                                    voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna aan de vergunning worden
                                    verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11h</nr><titel>- Herplant/instandhoudingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                    in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    college is geveld, anders dan bij wijze van dunning, dan wel op
                                    andere wijze teniet is gedaan, kan het college aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                    herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
                                    binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van
                                    toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan
                                    het college aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop
                                    zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen
                                    hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                    aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                    voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in de leden 1, 2 en 3
                                    is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                                    te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11i</nr><titel>- Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van
                                artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11j</nr><titel>- Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,50 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11k</nr><titel>- Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever,
                                    is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen een termijn van veertien
                                    dagen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Dit
                                            verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 cm. Het college kan ontheffing verlenen van dit
                                            verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde
                                            aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van
                                            bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden,
                                            voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11l</nr><titel>- Verhouding tussen kapvergunning en bouw-, aanleg- en/of
                                    monumentenvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de procedures betreffende kapvergunning en
                                    bouw- of aanlegvergunning in het ontwerpstadium op elkaar
                                    af.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kap-, bouw- en aanleg- en/of monumentenvergunningen worden
                                    zoveel mogelijk per project tegelijkertijd afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat de
                                    bouw- of aanlegplannen nog niet definitief zijn. Indien er een
                                    bouw-, aanleg-, en/of monumentenvergunning wordt aangevraagd of
                                    indien er sprake is van een vrijstelling van het
                                    bestemmingsplan, waarvoor tevens een kapvergunning noodzakelijk
                                    is, mag van de kapvergunning pas gebruik worden gemaakt als de
                                    bouw-, aanleg- en/of monumentenvergunning c.q. de vrijstelling
                                    is verleend en er daadwerkelijk met de werkzaamheden kan worden
                                    begonnen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een kapvergunning kan worden geweigerd, nadat een bouw- of
                                    aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager
                                    van een kapvergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de
                                    aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins
                                    waardevolle houtopstand aan het college.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3A</nr><titel>- BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11m</nr><titel>- Bescherming groenvoorziening</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11n</nr><titel>- Beschermde planten; hout sprokkelen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>- MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>- Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen;</al></li><li nr="e."><al>afvalstoffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof:op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>- Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>- Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15b</nr><titel>- Aanschrijving</titel></kop><al>Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in
                                het tweede lid van artikel 4.15, dan wel aangebracht voor een ander
                                doel dan handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar
                                wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving wordt
                                veroorzaakt, is het college bevoegd de rechthebbende
                                onderscheidenlijk de hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te
                                schrijven tot het treffen van maatregelen ter voorkoming, ter
                                beperking of ter opheffing van dit gevaar of deze hinder. Degene tot
                                wie de aanschrijving is gericht, of diens rechtsopvolger, is
                                verplicht deze aanschrijving op te volgen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>- ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>- PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>- Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt één dezer voertuigen; dan wel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al><al>2.Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al><al>3. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                    eerste lid genoemde persoon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>- Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bedoelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>- Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>- Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch
                                    in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>- Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeers-doeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>- Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>- Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit parkeren naar hun oordeel schadelijk is voor het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9</nr><titel>- Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.10</nr><titel>- Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                parkeren daar, waar bewoners of</al><al>gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of
                                overlast kunnen </al><al>ondervinden.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt</al><al>voorzien door de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.11</nr><titel>- Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden
                                    door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of
                                    plantsoen of op een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen zoals bedoeld in artikel 5.1 onder a;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>- COLLECTEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.13</nr><titel>- Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                    daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook geschreven of
                                    gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen onder door hen te stellen
                                    voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door
                                    daarbij aangewezen instellingen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>- VENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op door burgemeester en wethouder
                                    aangewezen tijdstippen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden te venten op door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen openbare plaatsen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het </al><al>college standplaats wordt of is ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>- SNUFFELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.22</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                            markt in een- al dan niet met enige beperking-voor het
                                            publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk
                                            tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of
                                            diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.23</nr><titel>– Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>- OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>- Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaart-politiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.25</nr><titel>- Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Landschapsverordening Zeeland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.26</nr><titel>- Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Landschapsverordening Zeeland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.27</nr><titel>- Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het </al><al>krachtens de artikelen 5.25, tweede lid en 5.26 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.28</nr><titel>- Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 350,
                                    Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.29</nr><titel>- Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30</nr><titel>- Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Bijzonder reglement snelle
                                    motorboten Zuidwest Nederland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30b</nr><titel>- Verbod varen met snelle vaartuigen</titel></kop><al>Het is verboden tussen 8.00 uur des voormiddags en zonsondergang met
                                een vaartuig met een grotere snelheid dan 16 km/h te varen binnen
                                een afstand van 50 meter vanaf de waterlijn ter hoogte van de voor
                                recreatie opengestelde gedeelten van zeedijken en andere voor
                                recreatie opengestelde terreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30c</nr><titel>- Bedrijfsmatige recreatie te water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar van een vaartuig verboden zonder vergunning
                                    van het college dit vaartuig te verhuren ten behoeve van de
                                    pleziervaart of de sportvisserij, dan wel in de uitoefening van
                                    een bedrijf of nevenbedrijf of tegen betaling de gelegenheid
                                    open te stellen om met dat vaartuig mee te varen, op daartoe
                                    door het college aangewezen vaarwateren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde geldt onverminderd het bepaalde
                                    bij of krachtens de Binnenschepenwet en behoudens het bepaalde
                                    bij de Wet openbare vervoermiddelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de houder
                                    van een vergunning, afgegeven door het college van enige andere
                                    gemeente in de provincie Zeeland op grond van een bepaling van
                                    gelijke strekking als het in dit artikel bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot het in het eerste lid
                                    bedoelde vaartuig eisen stellen ten aanzien van de
                                    deugdelijkheid, inrichting en uitrusting, alsmede betreffende de
                                    bemanning en het maximum aantal passagiers voor het
                                    vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan aan de in het eerste lid bedoelde vergunning
                                    voorwaarden verbinden betreffende hetgeen in het belang van de
                                    veiligheid van het vaartuig en de opvarenden dient te worden
                                    verricht of nagelaten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college geeft voor een vaartuig waarop tegen betaling de
                                    gelegenheid is opengesteld om mee te varen slechts een
                                    vergunning af, indien daartoe een gunstig advies is uitgebracht
                                    door een door hen aangewezen, of vergelijkbare onafhankelijke
                                    instantie of deskundige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31</nr><titel>- Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>- CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.32</nr><titel>- Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Zij kunnen daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidsproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>- Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                            natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                            gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
                                            bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1,
                                            onder z Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                            een bromfiets als bedoeld in artikel 1 onder i,
                                            Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met
                                            een fiets of een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                            eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het
                                            kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik
                                            van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor
                                            fietsers of berijders van paarden:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                    minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van
                                    percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                    plaatsen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al><al>4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al><al>5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr><titel>- VERBOD VUUR TE STOKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34</nr><titel>- Verbod afvalstoffen te vernranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Artikel Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te
                                    verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer
                                    of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht, de Provinciale milieuverordening, of de
                                    Landschapsverordening Zeeland 2001</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr><titel>- VERSTROOIING VAN AS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.35</nr><titel>- Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.36</nr><titel>- Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>sportvelden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>speel- en recreatieterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.37</nr><titel>- Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>- OPENBARE RUIMTE EN HET NUMMEREN VAN BOUWWERKEN, GEBOUWEN,
                                COMPLEXEN, AFGEBAKENDE TERREINEN, LIG- EN STANDPLAATSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34a</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>A.<onderstreept>Openbare ruimte:</onderstreept></al><al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of
                                paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen en alle wateren die, al dan
                                niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw- en kunstwerken
                                die daar onderdeel van uitmaken.</al><al>B.<onderstreept>Complex:</onderstreept></al><al>een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken
                                (industriecomplex, complex van vakantiehuisjes, enzovoort).</al><al>C.Afgebakend terrein:</al><al>een terrein, waarop zich geen bouwwerken bevinden en dat
                                afzonderlijk wordt gebruikt.</al><al>D.<onderstreept>Ligplaats:</onderstreept></al><al>een deel van het openbare water dat door het college is aangewezen
                                voor het permanent afmeren van een woonschip of woonark.</al><al>E.<onderstreept>Standplaats:</onderstreept></al><al>een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop
                                voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare
                                nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen
                                worden aangesloten.</al><al>F.<onderstreept>Nummer:</onderstreept></al><al>een nummer bestaande uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet
                                met toevoeging van een letter of een cijfercombinatie.</al><al>G.<onderstreept>Object:</onderstreept></al><al>een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
                                standplaats.</al><al>H.<onderstreept>Uitvoeringsvoorschriften:</onderstreept></al><al>nadere bepalingen van technische en administratieve aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34b</nr><titel>- Het indelen van de gemeente in wijken en buurten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verdeelt de gemeente, al dan niet op basis van
                                    bouwblokken, in wijken en buurten en duiden deze aan met
                                    nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de openbare ruimte en gemeentelijke bouwwerken
                                    benoemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34c</nr><titel>- Het nummeren van een object of een onderdeel
                                    daarvan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een object of aan een te onderscheiden deel
                                    daarvan een nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen moet het nummer op
                                    een doeltreffende wijze zijn aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34c</nr><titel>- Aanbrengen van straatnamen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte en
                                    gemeentelijke bouwwerken toegekende namen worden zichtbaar en in
                                    voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan
                                    delen van de openbare ruimte, aan de daaraan liggende
                                    gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of standplaatsen
                                    namen of nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan
                                    te brengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan zijn
                                    onroerende zaak nummers toe te kennen door deze op zichtbare
                                    wijze aan te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34d</nr><titel>- Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met straatnamen,
                                    huisnummerverzamelwoorden en verwijsaanduidingen aan een
                                    bouwwerk, een gebouw, een muur, paal, schutting of andere soort
                                    terreinafscheiding worden aangebracht is de rechthebbende
                                    verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op
                                    verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat naamborden
                                    vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34e</nr><titel>- Verplichting aanbrengen van nummer aan het object</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende
                                    van een object verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel
                                    5.34c, eerste lid, aan te brengen op een wijze zoals in artikel
                                    5.34f, eerste lid, is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid bedoelde
                                    nummer binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het
                                    college aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                    vier weken na de voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                    verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34f</nr><titel>- Technische uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt nadere technische uitvoeringsvoorschriften
                                    vast voor de wijze van nummeren en voor het aanbrengen van
                                    nummerborden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt, met het oog op het interbestuurlijk en
                                    maatschappelijk belang van een systematische registratie van
                                    door hen uitgegeven namen en nummers, nadere registratieve
                                    voorschriften.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr><titel>- DIEFSTALPREVENTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34g</nr><titel>- Diefstalpreventie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een fiets, een bromfiets of een motorvoertuig
                                    onbeheerd laat staan op of aan de weg of op een voor het publiek
                                    toegankelijke plaats is verplicht ervoor te zorgen dat dit
                                    voertuig door middel van een slot of op een andere wijze voor
                                    onmiddellijk gebruik ongeschikt is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een motorvoertuig onbeheerd laat staan op of aan de
                                    weg, of op een voor het publiek toegankelijke plaats is
                                    verplicht, indien zich in dat voertuig goederen bevinden, die
                                    niet tot de uitrusting ervan behoren, ervoor te zorgen dat door
                                    deugdelijke afsluiting van dat voertuig, die goederen tegen
                                    diefstal zijn beveiligd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 2 geldt niet met betrekking tot laadruimten
                                    van motorvoertuigen die kennelijk bestemd zijn voor het
                                    vervoeren van goederen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr><titel>- DESTRUCTIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34h</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.<onderstreept>Wet:</onderstreept></al><al>de Destructiewet.</al><al>b.<onderstreept>Aangifteplichtige:</onderstreept></al><al>degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge
                                de wet verplicht is daarvan aangifte te doen.</al><al>c.<onderstreept>Destructiemateriaal:</onderstreept></al><al>dode honden, dode katten en het krachtens artikel 2, tweede lid, van
                                de wet aangewezen dierlijke afval.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34i</nr><titel>- Aanwijzing verzamelplaats</titel></kop><al>Het college wijst één of meer verzamelplaatsen aan waar het
                                destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34j</nr><titel>- Vervoer destructiemateriaal</titel></kop><al>De aangifteplichtge is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag die
                                volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het
                                materiaal te vervoeren naar de naastbijgelegen verzamelplaats en het
                                daar aan te geven en af te staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34k</nr><titel>- Bewaren destructiemateriaal</titel></kop><al>Tot het tijdstip van aangifte is de aangifteplichtge gehouden het
                                destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander
                                materiaal wordt voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34l</nr><titel>- Het zich op andere wijze ontdoen van
                                    destructiemateriaal</titel></kop><al>De artikelen 5.36 en 5.37 vinden geen toepassing voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 6 van het
                                Destructiebesluit.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>- STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>- Strafbepaling</titel></kop><al>Voor zover bij wet niet anders bepaald, wordt overtreding van de
                            artikelen van deze verordening en de krachtens deze artikelen gegeven
                            voorschriften en beperkingen gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>- Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de ambtenaren van politie en de daartoe door het
                            college of de burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>- Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften, welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3a</nr><titel>- Binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van
                            een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet
                            vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het
                            binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>- Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van
                                uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij is geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Tholen d.d. 29
                                juni 2006 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>- Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend krachtens
                                verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en
                                voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing
                                betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover
                                zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de
                                termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij
                                worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en voor zover de
                                bepalingen in gevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening- van kracht tot de termijn waarvoor
                                zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                voorschriften, beperkingen, nadere regels en aanwijzingsbesluiten
                                bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen,
                                voorschriften, beperkingen, nadere regels en aanwijzingsbesluiten in
                                de zin van deze verordening te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een
                                verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                van de onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid dan wel een
                                voorschrift of beperking, bedoeld in het tweede lid, dat voor of na
                                het tijdstip, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen
                                binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met
                                toepassing van de verordening, bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende twaalf weken na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                        vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze
                                        aanvraag is beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede
                                lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening
                                en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al> Namen en nummers, die op grond van eerdere regels en voorschriften
                                voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren
                                van de daaraan liggende objecten zijn toegekend blijven na het in
                                werking treden van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het zevende lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens hoofdstuk 5, afdeling 6 van deze verordening gestelde
                                voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het zevende en
                                achtste lid van dit artikel, zullen zowel de oude als de nieuwe naam
                                als het oude en het nieuwe nummer gedurende een jaar mogen worden
                                gebruikt op de wijze, bepaald in de uitvoeringsvoorschriften,
                                bedoeld in artikel 5.34f, eerste lid van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel 'Algemene
                            plaatselijke verordening van de gemeente Tholen'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Tholen in zijn openbare
                        vergadering van 18 december 2008.</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN </al><al>Artikel 1.1 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 1.2 - Beslistermijn </al><al>Artikel 1.3 - Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1.4 - Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel 1.5 - Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                            </al><al>Artikel 1.6 - Intrekking of wijziging van vergunning of
                                ontheffing </al><al>Artikel 1.7 - Termijnen </al><al>Artikel 1:8 - Weigeringsgronden </al><al>HOOFDSTUK 2 - OPENBARE ORDE </al><al>AFDELING 1 - BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN </al><al>Artikel 2.1 - Samenscholing en ongeregeldheden </al><al>AFDELING 2 - BETOGING </al><al>Artikel 2.2 - Optochten </al><al>Artikel 2.3 - Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
                                </al><al>Artikel 2.4 - Afwijking termijn </al><al>Artikel 2.5 - Te verstrekken gegevens </al><al>AFDELING 3 - VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN </al><al>Artikel 2.6 - Beperking aanbieden en dergelijke van
                                    geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen </al><al>AFDELING 4 - VERTONINGEN EN DERGELIJKE OP DE WEG </al><al>Artikel 2.7 - Feest, muziek en wedstrijd e.d </al><al>Artikel 2.8 - Dienstverlening </al><al>Artikel 2.9 - Straatartiest </al><al>AFDELING 5 - BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG </al><al>Artikel 2.10 - Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg
                                    in strijd met de publieke functie ervan </al><al>Artikel 2.11 - Aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                    weg </al><al>Artikel 2.12 - Maken en veranderen van een uitweg </al><al>AFDELING 6 - VEILIGHEID OP WEG </al><al>Artikel 2.13 - Veroorzaken van gladheid </al><al>Artikel 2.15 - Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp
                                </al><al>Artikel 2.16 - Openen straatkolken en dergelijke </al><al>Artikel 2.17 - Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2.18 - Rookverbod in bossen en natuurterreinen
                                </al><al>Artikel 2.19 - Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2.21 - Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                </al><al>Artikel 2.1.6.9 - Verwijdering en dergelijke voorzieningen
                                    voor verkeer en verlichting </al><al>Artikel 2.23 - Veiligheid op het ijs </al><al>Artikel 2.23b - Godslastering </al><al>AFDELING 7 - EVENEMENTEN </al><al>Artikel 2.24 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.25 - Evenement </al><al>Artikel 2.26 - Ordeverstoring </al><al>Artikel 2.2.4 - Circus- of kermisinrichtingen </al><al>AFDELING 8 - TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN </al><al>Artikel 2.27 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2.28 - Exploitatievergunning horecabedrijf </al><al>Artikel 2.28a - Eisen exploitant en leidinggevende(n)
                                </al><al>Artikel 2.28b - Aanwezigheid van en toezicht door exploitant
                                    en leidinggevende(n) </al><al>Artikel 2.28c - Vergunningverlening op naam </al><al>Artikel 2.28d - Beslistermijn </al><al>Artikel 2.3.1.6 - Weigerings- en intrekkingsgronden </al><al>Artikel 2.29 - Sluitingstijd </al><al>Artikel 2.30 - Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting
                                </al><al>Artikel 2.31 - Terrassen </al><al>Artikel 2.3.1.10 - Geldigheidsduur vergunning </al><al>Artikel 2.3.1.10a - Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 2.31b - Wijziging leidinggevende </al><al>Artikel 2.32 Handel in horecabedrijven </al><al>Artikel 2.3.1.11 - Overgangsrecht </al><al>AFDELING 9 - TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF </al><al>AFDELING 10 - TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDENArtikel 2.39 -
                                Speelgelegenheden </al><al>AFDELING 11 - MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID </al><al>Artikel 2.4.1(oud) - Kraken van gebouwen </al><al>Artikel 2.41 - Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2.42 - Plakken en kladden </al><al>Artikel 2.43 - Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2.44 - Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2.45 - Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2.46 - Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2.47 - Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
                                </al><al>Artikel 2.48 - Verboden drankgebruik </al><al>Artikel 2.49 - Verboden gedrag bij of in gebouwen </al><al>Artikel 2.50 - Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2.51 - Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2.52 - Overlast van fiets of bromfiets op markt- en
                                    kermisterrein e.d. </al><al>Artikel 2.53 - Bespieden van personen </al><al>Artikel 2.54 - Bewakingsapparatuur </al><al>Artikel 2.55 - Nodeloos alarmeren </al><al>Artikel 2.56 - Alarminstallaties </al><al>Artikel 2.57 - Loslopende honden </al><al>Artikel 2.58 - Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2.59 - Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2.60 - Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                </al><al>Artikel 2.61 - Wilde dieren </al><al>Artikel 2.62 - Loslopend vee en pluimvee </al><al>Artikel 2.63 - Duiven </al><al>Artikel 2.64 - Bijen </al><al>Artikel 2.65 - Hinder door dieren </al><al>AFDELING 12 - BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
                            </al><al>Artikel 2.66 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.67 - Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister </al><al>Artikel 2.68 - Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter,
                                    eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht </al><al>Artikel 2.69 - Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen </al><al>Artikel 2.70. - Handel te water </al><al>Artikel 2.5.6 - Handel in horecabedrijven </al><al>AFDELING 13 - VUURWERKArtikel 2.71 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.72 - Ter beschikking stellen van
                                    consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen </al><al>Artikel 2.73 - Bezigen van vuurwerk tijdens de jaarwisseling
                                </al><al>AFDELING 14 - DRUGSOVERLAST </al><al>Artikel 2.74 - Drugshandel op straat </al><al>AFDELING 15 - BESTUURLIJKE OPHOUDING VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERA-TOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN </al><al>Artikel 2.75 - Bestuurlijke ophouding </al><al>AFDELING 16 - PREVENTIEF FOUILLEREN </al><al>Artikel 2.76. - Veiligheidsrisicogebieden </al><al>AFDELING 17 - KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN </al><al>Artikel 2.77 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.77a Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen </al><al>Artikel 2.77b Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al>HOOFDSTUK 3 - SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
                        </al><al>AFDELING 1 - BEGRIPSBEPALINGEN </al><al>Artikel 3.1 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3.2 - Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3.3 - Nadere regels </al><al>AFDELING 2 - SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE </al><al>Artikel 3.4 - Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3.5 - Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.6 - Sluitingstijden </al><al>Artikel 3.7 - Tijdelijke afwijking sluitingtijden;
                                    (tijdelijke) sluiting </al><al>Artikel 3.8 - Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder </al><al>Artikel 3.9 - Straatprostitutie en raamprostitutie </al><al>Artikel 3.10 - Sekswinkels </al><al>Artikel 3.11 - Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
                                </al><al>AFDELING 3 - BESLISSINGSTERMIJN EN WEIGERINGSGRONDEN </al><al>Artikel 3.12 - Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.13 - Weigeringsgronden </al><al>AFDELING 4 - BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER </al><al>Artikel 3.14 - Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3.15 - Wijziging beheer </al><al>HOOFDSTUK 4 - BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG
                            VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE </al><al>AFDELING 1 -GELUIDHINDER EN VERLICHTING </al><al>Artikel 4.1 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.2 - Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4.3 - Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.4 - Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.6 - Overige geluidhinder </al><al>AFDELING 1A - AFVALSTOFFEN </al><al>Artikel 4.7a - Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 4.7b - Aanwijzing inzamelende instanties </al><al>Artikel 4.7c - Afzonderlijke inzameling </al><al>Artikel 4.7d - Inzamelmiddelen en -voorzieningen </al><al>Artikel 4.7e - Frequentie van inzamelen bij elk perceel
                                </al><al>Artikel 4.7f - Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen
                                    behoudens vergunning </al><al>Artikel 4.7g - Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan anderen </al><al>Artikel 4.7h - Verbod op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                    percelen </al><al>Artikel 4.7i - Afzonderlijk ter inzameling aanbieden </al><al>Artikel 4.7j - Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                    perceel </al><al>Artikel 4.7k - Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een inzamel-voorziening ten behoeve van een
                                    groep percelen </al><al>Artikel 4.7l - Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau </al><al>Artikel 4.7m - Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau
                                </al><al>Artikel 4.7n - Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen zonder inzamelmiddel </al><al>Artikel 4.7o - Dagen en tijden voor het ter inzameling
                                    aanbieden </al><al>Artikel 4.7p - Het in bijzondere gevallen ter inzameling
                                    aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen </al><al>Artikel 4.7q - Inzamelverbod andere categorieën afvalstoffen
                                    behoudens vergunning </al><al>Artikel 4.7r - Inzameling andere categorieën afvalstoffen
                                    door de inzameldienst </al><al>Artikel 4.7s - Ter inzameling aanbieden van andere
                                    categorieën afvalstoffen aan de inzameldienst </al><al>AFDELING 2 - BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING </al><al>Artikel 4.7t - Verontreiniging van de weg en van terreinen
                                </al><al>Artikel 4.7u - Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg
                                </al><al>Artikel 4.7v - Afvalbakken in inrichtingen voor het
                                    verbruiken van eet- en drinkwaren </al><al>Artikel 4.7w - Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten
                                </al><al>Artikel 4.7 - Straatvegen </al><al>Artikel 4.8 - Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4.8b - Verbod doorzoeken van ter inzameling
                                    gereedstaande afvalstoffen </al><al>Artikel 4.9 - Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen </al><al>AFDELING 3 - HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN </al><al>Artikel 4.10 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.11 -Kapvergunning </al><al>Artikel 4.11a - Aanvraag vergunning </al><al>Artikel 4.11b - Weigering ex lege </al><al>Artikel 4.11c - Weigeringgronden </al><al>Artikel 4.11d - Openbaarmaking </al><al>Artikel 4.11e - Standaardvoorwaarde van niet-gebruik </al><al>Artikel 4.11f - Vervaltermijn vergunning </al><al>Artikel 4.11g - Bijzondere vergunningsvoorschriften </al><al>Artikel 4.11h - Herplant/instandhoudingplicht </al><al>Artikel 4.11i - Schadevergoeding </al><al>Artikel 4.11j - Afstand van de erfgrenslijn </al><al>Artikel 4.11k - Bestrijding van iepziekte </al><al>Artikel 4.11l - Verhouding tussen kapvergunning en bouw-,
                                    aanleg- en/of monumentenvergunning </al><al>AFDELING 3A - BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA </al><al>Artikel 4.11m - Bescherming groenvoorziening </al><al>Artikel 4.11n - Beschermde planten; hout sprokkelen </al><al>AFDELING 4 - MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST
                            </al><al>Artikel 4.13 - Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4.14 - Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                </al><al>Artikel 4.15 - Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
                                </al><al>Artikel 4.15b - Aanschrijving </al><al>HOOFDSTUK 5 - ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                            GEMEENTE </al><al>AFDELING 1 - PARKEEREXCESSEN </al><al>Artikel 5.1 - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.2 - Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
                                </al><al>Artikel 5.3 - Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Artikel 5.4 - Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5.5 - Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5.6 - Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel 5.7 - Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5.8 - Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5.9 - Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
                                </al><al>Artikel 5.10 - Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen </al><al>Artikel 5.11 - Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
                                </al><al>AFDELING 2 - COLLECTEREN </al><al>Artikel 5.13 - Inzameling van geld of goederen </al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al><al>AFDELING 3 - VENTEN </al><al>Artikel 5:15 Ventverbod </al><al>Artikel 16 Vrijheid van meningsuiting </al><al>AFDELING 4 STANDPLAATSEN </al><al>Artikel 5.17 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
                                </al><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen </al><al>AFDELING 5 - SNUFFELMARKTEN </al><al>Artikel 5.22 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.23 – Organiseren van een snuffelmarkt </al><al>AFDELING 6 - OPENBAAR WATER </al><al>Artikel 5.3.1 - Voorwerpen op, in of boven openbaar water
                                </al><al>Artikel 5.25 - Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                </al><al>Artikel 5.26 - Aanwijzingen ligplaats </al><al>Artikel 5.27 - Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel 5.28 - Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5.29 - Reddingsmiddelen </al><al>Artikel 5.30 - Veiligheid op het water </al><al>Artikel 5.30b - Verbod varen met snelle vaartuigen </al><al>Artikel 5.30c - Bedrijfsmatige recreatie te water </al><al>Artikel 5.31 - Overlast aan vaartuigen </al><al>AFDELING 7 - CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN </al><al>Artikel 5.32 - Crossterreinen </al><al>Artikel 5.33 - Beperking verkeer in natuurgebieden </al><al>AFDELING 8 - VERBOD VUUR TE STOKEN </al><al>Artikel 5.34 - Verbod afvalstoffen te vernranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken </al><al>AFDELING 9 - VERSTROOIING VAN AS </al><al>Artikel 5.35 - Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.36 - Verboden plaatsen </al><al>Artikel 5.37 - Hinder of overlast </al><al>AFDELING 10 - OPENBARE RUIMTE EN HET NUMMEREN VAN BOUWWERKEN,
                                GEBOUWEN, COMPLEXEN, AFGEBAKENDE TERREINEN, LIG- EN STANDPLAATSEN
                            </al><al>Artikel 5.34a - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.34b - Het indelen van de gemeente in wijken en
                                    buurten </al><al>Artikel 5.34c - Het nummeren van een object of een onderdeel
                                    daarvan </al><al>Artikel 5.34c - Aanbrengen van straatnamen </al><al>Artikel 5.34d - Gedoogplicht aanduidingen </al><al>Artikel 5.34e - Verplichting aanbrengen van nummer aan het
                                    object </al><al>Artikel 5.34f - Technische uitvoeringsvoorschriften </al><al>AFDELING 11 - DIEFSTALPREVENTIE </al><al>Artikel 5.34g - Diefstalpreventie </al><al>AFDELING 12 - DESTRUCTIE </al><al>Artikel 5.34h - Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.34i - Aanwijzing verzamelplaats </al><al>Artikel 5.34j - Vervoer destructiemateriaal </al><al>Artikel 5.34k - Bewaren destructiemateriaal </al><al>Artikel 5.34l - Het zich op andere wijze ontdoen van
                                    destructiemateriaal </al><al>HOOFDSTUK 6 - STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN </al><al>Artikel 6.1 - Strafbepaling </al><al>Artikel 6.2 - Toezichthouders </al><al>Artikel 6.3 - Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6.3a - Binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen
                            </al><al>Artikel 6.4 - Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening </al><al>Artikel 6.5 - Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6.6 - Citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>