<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395801_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode Integriteit dagelijks bestuur Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2016-2582.html">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode integriteit</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=33">Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005108/2016-02-01#TiteldeelII_HoofdstukIV_Paragraaf5_Artikel33"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>456320</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gedragscode</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode Integriteit dagelijks bestuur Waterschap Zuiderzeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het bestuursvoorstel met nummer 456320 d.d. 5 januari 2016, behorend
                        bij zaaknummer 455541;</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Waterschapswet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Gedragscode integriteit leden van het dagelijks bestuur
                        Waterschap Zuiderzeeland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.</al><al>Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een
                            verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een
                            gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al
                            zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de
                            individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons
                            democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder
                            integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van
                            politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke
                            ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de
                            democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen
                            die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te
                            leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de
                            volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische
                            rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op
                            democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke
                            ambtsdragers die (mede)verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van
                            die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische
                            rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de
                            wetten en regels verdwijnen. Vertrekpunt voor de politieke ambtsdrager
                            is dan ook de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de
                            ambtsaanvaarding aflegt.</al><al/><al>Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de
                            onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en
                            organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen
                            politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke
                            inhoud en stijl, is van groot belang.</al><al/><al>De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de
                            dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks
                            bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de
                            Waterschapswet. De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van
                            individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen
                            bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van
                            het openbaar bestuur. Voor de twee groepen van politieke ambtsdragers
                            (volksvertegenwoordigers en dagelijkse bestuurders) is er een
                            afzonderlijke gedragscode.</al><al>Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders:
                            de dijkgraaf en de heemraden van het waterschap. Veel bepalingen zijn
                            voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er
                            zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke
                            posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.
                            Het algemeen bestuur van het waterschap is een politiek orgaan. In de
                            volksvertegenwoordigingen worden specifieke of (partij-)politieke
                            belangen ingebracht voor het algemeen belang van het waterschap. Deze
                            politieke ambtsdragers krijgen het mandaat van hun kiezers en de
                            gedragscode dient de vervulling van het kiezersmandaat te
                            ondersteunen.</al><al/><al>Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten
                            dienste van het waterschap. De ambtsdragers aan wie en de organen
                            waaraan het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun bestuurlijke
                            handelen en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de
                            volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de
                            bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om
                            optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken.</al><al/><al>Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling,
                            als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De
                            gedragscode bevat, in aanvulling op wettelijke regels, gedragsnormen en
                            regels over procedures die de transparantie van het handelen van
                            politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving
                            van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij
                            twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft
                            geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in
                            gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In
                            dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de
                            gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen
                            daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te
                            verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel
                            worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben.</al><al/><al>Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een
                            integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode
                            letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig
                            onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de
                            gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn
                            instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In
                            de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right
                            thing, even when no one is watching’.</al><al/><al>Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de
                            andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. De Nederlandse Code
                            voor Goed Openbaar Bestuur benoemt een aantal kernwaarden van goed
                            openbaar bestuur. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met
                            openheid. ‘Openheid en integriteit’: ‘het bestuur is open en integer en
                            maakt duidelijk wat het daaronder verstaat.’ De wetgeving (en de
                            gedragscode in aanvulling hierop) bevat diverse voorschriften inzake
                            openheid met het oog op de integriteit.</al><al/><al>Die voorschriften hebben betrekking op openbaarmaking van nevenfuncties
                            en/of neveninkomsten, van geschenken, buitenlandse reizen, excursies en
                            evenementen.</al><al/><al>De registraties in de codes zijn bedoeld om de transparantie te
                            bevorderen die belangenverstrengeling en onverantwoord en/of onjuist
                            gebruik van publieke middelen door politieke ambtsdragers moeten
                            tegengaan. De politieke ambtsdrager is primair zelf verantwoordelijk
                            voor zijn integriteit en hij zal zich daar in alle openheid over moeten
                            verantwoorden.</al><al/><al>De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur verbindt openheid en
                            integriteit met de kernwaarden participatie, behoorlijke contacten met
                            burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en
                            zelfreinigend vermogen en verantwoording. Al deze kernwaarden klinken in
                            verschillende mate door in de hierna volgende gedragscode.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Titel</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>Deze gedragscode geldt voor de waterschapvoorzitter (dijkgraaf) en
                                voor de overige leden van het dagelijks bestuur (heemraden), maar
                                richt zich ook tot de bestuursorganen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Voorkomen van belangenverstrengeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De waterschapvoorzitter levert de secretaris-directeur de
                                    informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten
                                    worden, bij aanvang van het ambt. Als gaande het lidmaatschap
                                    een nieuwe nevenfunctie wordt aanvaard of de omstandigheden met
                                    betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de
                                    informatie die hierop betrekking heeft binnen één week
                                    aangeleverd bij de secretaris-directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De informatie betreft in ieder geval:</al><al>a. de omschrijving van de (neven)functie;</al><al>b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt
                                    verricht;</al><al>c. of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van
                                    het ambt; en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is;
                                    en </al><al>d. indien bezoldigd wat de inkomsten daaruit zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en
                                    beheert dit register. Het register is openbaar en via internet
                                    beschikbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van het dagelijks bestuur levert de secretaris-directeur
                                    de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt
                                    moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de
                                    uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie wordt aanvaard
                                    of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties
                                    wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen
                                    één week aangeleverd bij de secretaris-directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al>De informatie betreft in ieder geval:</al><al>a. de omschrijving van de nevenfunctie;</al><al>b. de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt
                                            verricht;</al><al>c. of het al dan niet een nevenfunctie betreft uithoofde
                                            van het ambt;</al><al>d. of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is;
                                            en</al><al>e. indien bezoldigd - voor zover deze openbaar gemaakt
                                            moeten worden - wat de inkomsten daaruit zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en
                                    beheert dit register. Het register is openbaar en via internet
                                    beschikbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter en het lid van het dagelijks bestuur
                                    handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij
                                    vooruitlopen op een functie na aftreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van het dagelijks bestuur bespreekt het voornemen tot
                                    tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden, met de
                                    waterschapvoorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur sluit de waterschapvoorzitter en een lid
                                    van het dagelijks bestuur gedurende een jaar na aftreden uit van
                                    het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van
                                    het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een
                                    dienstbetrekking bij het waterschap waar hij
                                    waterschapvoorzitter, onderscheidenlijk lid van het dagelijks
                                    bestuur was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij het
                                    waterschap zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels
                                    ter zake van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt de waterschapsvoorzitter en een lid
                                    van het dagelijks bestuur niet eerder dan een jaar na aftreden
                                    voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel
                                    bestuurslid van een verbonden partij.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt
                                    verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten en in artikel 4.1 van het
                                    Waterschapsbesluit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Informatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid van het dagelijks
                                bestuur, zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie
                                waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid van het dagelijks
                                bestuur, maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik
                                van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare
                                informatie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Omgang met geschenken en uitnodigingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter respectievelijk het lid van het
                                    dagelijks bestuur, accepteert geen geschenken, faciliteiten en
                                    diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden
                                    beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid kan de waterschapvoorzitter,
                                    respectievelijk het lid van het dagelijks bestuur, incidentele
                                    geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50
                                    vertegenwoordigen behouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geschenken die de waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid
                                    van het dagelijks bestuur, uit hoofde van zijn ambt ontvangt en
                                    die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen
                                    worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van
                                    waterschap.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris-directeur legt een register aan van de geschenken
                                    met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is
                                    aangegeven welke bestemming het waterschap hieraan heeft
                                    gegeven. Het register is openbaar en via internet
                                    beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid van het
                                    dagelijks bestuur, accepteert geen lunches, diners, recepties en
                                    andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd
                                    worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en
                                    de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij twijfel legt de waterschapvoorzitter, respectievelijk het
                                    lid van het dagelijks bestuur, de uitnodiging ter bespreking
                                    voor aan het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen
                                    voor rekening van anderen dan het waterschap legt de
                                    waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid van het dagelijks
                                    bestuur, vooraf ter bespreking voor aan het dagelijks
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter, onderscheidenlijk het lid van het
                                    dagelijks bestuur, maakt de excursies en evenementen die hij
                                    heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie,
                                    onderscheidenlijk het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij
                                    wordt ook openbaar gemaakt wie deze kosten voor zijn rekening
                                    heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De informatie is via internet beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden
                                    wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het
                                    register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Gebruik van voorzieningen van het waterschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve
                                    organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van
                                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert
                                    heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven
                                    rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden
                                    gedeclareerd bij het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter en het lid van het dagelijks bestuur
                                    verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens
                                    de in het kader van het eerste lid vastgestelde regels en
                                    procedures.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk het lid van het
                                    dagelijks bestuur, meldt het voornemen tot een buitenlandse
                                    dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het dagelijks bestuur.
                                    Hij verschaft daarbij informatie over het doel en de duur van de
                                    reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van
                                    het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze
                                    waarop van de reis verslag wordt gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter, onderscheidenlijk het lid van het
                                    dagelijks bestuur, meldt daarbij tevens als hij voornemens is om
                                    de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra
                                    kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen
                                    rekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur betrekt alle aspecten in de besluitvorming
                                    en informeert het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk over het
                                    genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk een lid van het
                                    dagelijks bestuur, legt verantwoording af over afgelegde
                                    buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat
                                    het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse
                                    dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor het
                                    waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en
                                    beheert dit register. Het register is openbaar en via internet
                                    beschikbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr></kop><al>Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder
                                buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een
                                Europese instelling of een dienstreis naar een buurwaterschap in het
                                buitenland.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr></kop><al>De waterschapvoorzitter, respectievelijk een lid van het dagelijks
                                bestuur, declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden
                                vergoed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr></kop><al>Gebruik van voorzieningen en eigendommen van het waterschap ten
                                eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier
                                andere afspraken over gemaakt zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering gedragscode</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Het algemeen bestuur bevordert de eenduidige interpretatie van deze
                                gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de
                                gedragscode voorziet zij daarin.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorstel van de waterschapvoorzitter maakt het algemeen
                                    bestuur in ieder geval afspraken over:</al><al>a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het
                                    algemeen en van de gedragscode in het bijzonder;</al><al>b. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten
                                    integriteit;</al><al>c. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden
                                    van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van
                                    het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze
                                    gedragscode.</al><al/><al/></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Paragraaf 1</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige
                    leden van het dagelijks bestuur (artikel 33, derde lid en artikel 45
                    Waterschapswet).</al><al/><al><vet>Artikel 1.1</vet></al><al>De waterschapvoorzitter maakt onderdeel uit van het dagelijks bestuur en is dus
                    lid van het dagelijks bestuur. In de gedragscode wordt de waterschapvoorzitter
                    steeds apart benoemd. Met lid van het dagelijks bestuur worden in de gedragscode
                    daarom de overige leden van het dagelijks bestuur bedoeld.</al><al/><al><vet>Paragraaf 2 </vet></al><al><cursief>Afleggen eed of belofte (artikelen 45 en 50
                    Waterschapswet)</cursief></al><al>Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de bestuurder de volgende eed
                    (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd
                    te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel
                    ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof)
                    dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk
                    enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof)
                    dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik
                    mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.”</al><al/><al><cursief>Persoonlijke belangen</cursief></al><al>• Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over:</al><al>− een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of
                    waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;</al><al>− de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij
                    rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 38a
                    Waterschapswet).</al><al>• Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of
                    daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de
                    besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4,tweede lid, Algemene wet
                    bestuursrecht).</al><al/><al><cursief>Incompatibiliteiten en nevenfuncties</cursief></al><al>• Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar het
                    waterschap(sbestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde
                    werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waarbij het waterschap
                    betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden
                    overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.</al><al>• Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben
                    van een aantal andere functies uit (artikel 45 of artikel 31, tweede lid, en
                    artikel 47, eerste lid, Waterschapswet).</al><al>• Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de
                    sanctie van ontslag (artikel 45 of artikelen 31, derde lid, en 33, vierde lid,
                    Waterschapswet).</al><al>• Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen
                    nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van
                    hun ambt. Voor waterschapvoorzitters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin
                    nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun
                    onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders
                    melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de
                    volksvertegenwoordiging.</al><al>Voor de waterschapvoorzitter geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve
                    nevenfuncties (artikelen 44a en 48 Waterschapswet).</al><al>• Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties
                    zij vervullen. Voor waterschapvoorzitters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan
                    uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het waterschaphuis
                    (artikelen 44a en 48 Waterschapswet).</al><al>• Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun
                    inkomsten uit nevenfuncties openbaar. De opgave van neveninkomsten wordt ter
                    inzage gelegd op het Waterschaphuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de
                    inkomsten zijn genoten (artikelen 44a en 48 Waterschapswet).</al><al>• Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen
                    ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de waterschapskas
                    gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere
                    nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde
                    verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 48
                    Waterschapswet).</al><al/><al><vet>Artikelen 2.1.1 en 2.1.2</vet></al><al>Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt, zijn er enkele verschillen in de
                    wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties
                    tussen de waterschapvoorzitter enerzijds en overige leden van het dagelijks
                    bestuur anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn
                    hiermee dan ook niet exact gelijk.</al><al/><al><vet>Artikelen 2.3 en 2.4</vet></al><al>In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3
                    gedurende 1 jaar na aftreden de uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten
                    behoeve van het waterschap en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als
                    commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat,
                    van een organisatie waarin het waterschap een bestuurlijk en financieel belang
                    heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op
                    verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.</al><al/><al>Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij
                    een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie
                    of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.</al><al>Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie
                    ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie
                    failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat,
                    indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.</al><al>En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van
                    vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.</al><al/><al>Aanvaarding van een dienstbetrekking bij het waterschap is niet uitgesloten. Dat
                    kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige
                    bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor het waterschap. Uiteraard
                    dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er
                    zijn voor iedereen die bij het waterschap gaat solliciteren. De
                    draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het lidmaatschap
                    van het algemeen bestuur.</al><al/><al>Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na
                    aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij het waterschap.</al><al/><al><vet>Paragraaf 3 </vet></al><al>Informatieplicht</al><al/><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht
                    alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de
                    uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve
                    informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen
                    zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De
                    informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar
                    belang (artikel 89 en 97 Waterschapswet).</al><al/><al>Het Reglement van Orde voor het algemeen bestuur van het waterschap kan
                    bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang
                    met informatie.</al><al/><al>Geheimhouding</al><al/><al>• Eenieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan
                    en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke
                    karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit
                    hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een
                    geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens,
                    behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of
                    uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet
                    bestuursrecht).</al><al>• Het dagelijks bestuur van het waterschap kan op grond van een belang, genoemd
                    in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook
                    de waterschapvoorzitter heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet
                    worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook het algemeen bestuur van
                    het waterschap, onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kunnen
                    geheimhouding opleggen (artikelen 37 en 43 Waterschapswet).</al><al>• Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek
                    van Strafrecht).</al><al/><al><vet>Artikel 3.1</vet></al><al>Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat
                    onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of
                    beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de
                    beveiliging van de computer, smartphones, e.d. met wachtwoorden en het niet
                    onbeheerd achterlaten van usb-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.</al><al/><al><vet>Paragraaf 4</vet></al><al>Afleggen eed of belofte</al><al/><al>De eed of belofte die op grond van artikel 34 van de Waterschapswet moet worden
                    afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van
                    giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte
                    bij paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van
                    belangenverstrengeling.</al><al/><al><vet>Artikel 4.1</vet></al><al>In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet
                    worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan
                    worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.
                    Is daarvan geen sprake, dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine
                    geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder
                    worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet
                    aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van het waterschap dat zorgt voor
                    een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen
                    welke geschenken van meer dan € 50 het waterschap heeft aanvaard en welke
                    bestemming daaraan is gegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 4.2</vet></al><al>Dit geldt ook als het gaat om werkbezoeken.</al><al/><al><vet>Artikel 4.3</vet></al><al>Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als
                    waterschapsvoorzitter, onderscheidenlijk lid van het dagelijks bestuur,
                    aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke
                    partij vallen hier dus niet onder.</al><al/><al>Bij de artikelen 4.2 en 4.3 dienen als afwegingskader eveneens de motieven van
                    de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het kan en mag er niet om gaan de
                    onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.</al><al/><al><vet>Paragraaf 5 </vet></al><al>Geen andere inkomsten</al><al/><al>Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van het waterschap dan
                    die bij of krachtens wet toegestaan zijn (artikelen 44 en 48 Waterschapswet). </al><al/><al><vet>Artikel 5.1</vet></al><al>Aan bestuurders worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere
                    verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk
                    maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen
                    worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor
                    ministers en staatssecretarissen:</al><al>a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter
                    beschikking gesteld;</al><al>b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan
                    worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het
                    bestuursorgaan betaald;</al><al>c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen
                    van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;</al><al>d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar
                    gemaakt op internet.</al><al/><al>Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf
                    worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van
                    het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een
                    zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. De bestuurder zal zich uiteraard
                    nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop
                    voor hem/haar gelden.</al><al/><al><vet>Artikelen 5.2 en 5.3</vet></al><al>Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid
                    om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de
                    buitenlandse dienstreis ligt uiteindelijk bij het dagelijks bestuur.</al><al>Ingevolge artikel 5.4 gelden de bepalingen van de artikelen 5.2 en 5.3 niet voor
                    de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of
                    een dienstreis naar een buurwaterschap in het buitenland. Voor dergelijke
                    (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijk richtsnoer.</al><al/><al>Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn
                    geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder de artikelen 5.2 en 5.3 en komen
                    niet ten laste het waterschap.</al><al/><al><vet>Artikel 5.6</vet></al><al>Stelregel is dat privégebruik van voorzieningen van het waterschap niet is
                    toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die
                    privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een mobiele
                    telefoon.</al><al/><al><vet>Paragraaf 6 </vet></al><al><vet>Artikel 6.1</vet></al><al>Het algemeen bestuur is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig
                    verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige
                    interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden
                    of leemtes.</al><al/><al><vet>Artikel 6.2</vet></al><al>De Waterschapswet verplicht het algemeen bestuur om voor zichzelf en voor de
                    bestuurders een gedragscode vast te stellen.</al><al/><al>Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat
                    de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers
                    zich committeren. De waterschapsvoorzitter krijgt de wettelijke taak om de
                    bestuurlijke integriteit van zijn of haar waterschap te bevorderen. Hiermee is
                    de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De
                    wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op
                    te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij
                    incidenten.</al><al/><al>Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en
                    integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij
                    afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit,
                    zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.</al><al>De waterschapvoorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe
                    aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de
                    secretaris-directeur) kan hier in relatie tot het algemeen bestuur eveneens een
                    belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat het algemeen bestuur met de
                    waterschapvoorzitter nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd
                    ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending
                    voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te
                    worden.</al><al>Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de
                    gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet
                    uitputtend.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering d.d. 29 maart 2016.</al><al>Lelystad, 29 maart 2016,</al><al>de secretaris, ir. J.B. van der Veen.</al><al>de voorzitter, ir. H.C. Klavers.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>