<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395795_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een liggeld voor woonschepen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Liggeld woonschepen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de regeling <extref doc="1.1:CVDR426702_1">Liggeld woonschepen 2017</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een liggeld voor woonschepen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer 8c </al><al>De raad van de gemeente Delfzijl;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 november
                        2015;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de
                        Gemeentewet, alsmede op artikel 5:26 van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening van de gemeente Delfzijl;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van een liggeld voor
                            woonschepen 2016.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt
                                gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting
                                uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf
                                van een of meer personen;</al></li><li nr="b."><al>ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt
                                om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden
                                ingenomen;</al></li><li nr="c."><al>bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het
                                schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger
                                en een loopplank.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “liggeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een
                        ligplaats met een woonschip op plaatsen zoals genoemd in artikel 5:26 van de
                        Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Delfzijl.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de hoofdgebruiker of gebruiker van het woonschip.</al><al>Wie hoofdgebruiker of gebruiker is wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De grondslag waarnaar het liggeld wordt geheven is de lengte van het
                        woonschip.</al><al>Het liggeld bedraagt per woonschip voor het verblijf op de in artikel 2
                        omschreven plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de lengte over alles van het woonschip niet meer dan 15 meter
                                bedraagt,per jaar € 185,00;</al></li><li nr="b."><al>voor elke meter of gedeelte daarvan, dat het woonschip de lengte van
                                15 meter overschrijdt bovendien per jaar € 11,75;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het liggeld wordt bij wijze van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd bij
                            de aanvang van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
                            de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is
                            de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso verlenen
                            indien het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet
                            gemeentelijke belastingen minder dan € 4.000,-- bedraagt. Het minimum
                            termijnbedrag bedraagt € 10,--. Ingeval een machtiging tot automatische
                            incasso is verleend, wordt het aantal termijnen bepaald door het totale
                            bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te
                            delen door het minimum termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal
                            termijnen niet meer dan tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening op de heffing en de invordering van een liggeld voor
                                woonschepen” van 18 december 2014, wordt ingetrokken, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de rechten die zich
                                voordien hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Liggeld woonschepen
                                2016”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Delfzijl, 17 december 2015</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter.</ondertekening><ondertekening>(G. Beukema)</ondertekening><ondertekening>griffier.</ondertekening><ondertekening>(O. Rijkens)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>