<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395791_1</dcterms:identifier><dcterms:title>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING</vet></al><al><vet>Veiligheidsregio Gelderland-Zuid</vet></al><al>De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen,
                        Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Lingewaal,
                        Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Maas en Waal,
                        Wijchen en Zaltbommel, ieder voor zover zij bevoegd zijn;</al><al>Overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio Gelderland-Zuid op 28
                                juni 2012 heeft ingestemd met een nieuwe topstructuur van de
                                veiligheidsregio, waarbij een algemeen directeur ambtelijk
                                eindverantwoordelijk is voor de gehele ambtelijke organisatie van de
                                veiligheidsregio;</al></li><li nr="-"><al>Per 1 januari 2013 de nationale politie in werking is getreden;
                            </al></li><li nr="-"><al>Per 1 oktober 2013 een Directeur Publieke Gezondheid is benoemd voor
                                de GHOR</al></li><li nr="-"><al>De voorzitter VRGZ bij koninklijk besluit is benoemd</al></li><li nr="-"><al>De Wet Gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 is
                                gewijzigd</al></li><li nr="-"><al>Alle deelnemende gemeenten hebben besloten tot regionalisering van
                                de brandweer als gevolg van de Wet veiligheidsregio’s</al></li><li nr="-"><al>De bestuurssecretaris onderdeel uitmaakt van de veiligheidsregio en
                                onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur functioneert
                            </al></li><li nr="-"><al>De gemeenten Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Ubbergen per 1
                                januari 2015 zijn heringedeeld en deze nieuwe gemeente per 1 januari
                                2016 Berg en Dal wordt genoemd </al></li><li nr="-"><al>Deze besluiten geven aanleiding de vigerende gemeenschappelijke
                                regeling op onderdelen aan te passen</al></li></lijst><al>Gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>de Wet veiligheidsregio’s</al></li><li nr="-"><al>de Gemeentewet</al></li><li nr="-"><al>de Wet gemeenschappelijke regelingen</al></li><li nr="-"><al>Tijdelijke wet ambulancezorg</al></li><li nr="-"><al>Politiewet 2012</al></li><li nr="-"><al>Wet Publieke gezondheid</al></li></lijst><al>Besluiten:</al><al>het Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio
                        Gelderland-Zuid, d.d. 7 oktober 2015, vast te stellen waardoor de
                        Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid per 1 januari
                        2016 als volgt komt te luiden:</al><al/><al><vet>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in
                                        artikel 2 van deze regeling;</al></li><li nr="b."><al>deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende
                                        gemeenten; </al></li><li nr="c."><al>Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van
                                        Gelderland; </al></li><li nr="d."><al>regeling: de onderhavige gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="e."><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in
                                die artikelen in de plaats van de gemeente, het gemeentebestuur, de
                                raad, het college, de burgemeester en de secretaris
                                onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het bestuur van de
                                veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                                voorzitter en de algemeen directeur . </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio
                                Gelderland-Zuid. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en
                                is ingesteld op grond van artikel 9 van de wet Veiligheidsregio's.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid is een regionaal
                                samenwerkingsverband van de gemeenten Beuningen, Buren, Culemborg,
                                Druten, Geldermalsen, Berg en Dal, Heumen, Lingewaal, Maasdriel,
                                Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Maas en Waal, Wijchen
                                en Zaltbommel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De veiligheidsregio is gevestigd in Nijmegen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter;</al></li><li nr="d."><al>de bestuurscommissies als bedoeld in artikel 17 van deze
                                    regeling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belangen</titel></kop><al>De veiligheidsregio behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten
                            op de volgende terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>Brandweerzorg;</al></li><li nr="b."><al>Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR);
                                </al></li><li nr="c."><al>Rampenbestrijding en crisisbeheersing;</al></li><li nr="d."><al>Ambulancezorg;</al></li><li nr="e."><al>Het voorzien in de meldkamerfunctie;</al></li><li nr="f."><al>Sociale Veiligheid, voor zover het gaat over onderwerpen
                                    waarover regionale afstemming gewenst is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde belangen is de
                            veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en
                            beschikt zij - onverminderd het bepaalde in artikel 30 van de wet - over
                            de daarbij behorende bevoegdheden: </al><lijst><li nr="a."><al>het in stand houden van een (regionale) brandweer;</al></li><li nr="b."><al>het in stand houden van een bureau GHOR;</al></li><li nr="c."><al>het in stand houden van een Regionale Ambulance Voorziening
                                    (RAV); </al></li><li nr="d."><al>het in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer;</al></li><li nr="e."><al>het waarschuwen van de bevolking, het verkennen van gevaarlijke
                                    stoffen en het verrichten van ontsmetting, het adviseren van
                                    andere overheden en organisaties op het gebied van de
                                    brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en
                                    bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals bedoeld
                                    in artikel 25 van de Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="f."><al>het opstellen, vaststellen en uitvoeren van een beleidsplan,
                                    gebaseerd op een risicoprofiel, en een crisisplan;</al></li><li nr="g."><al>het daadwerkelijk verlenen of doen verlenen van ambulancezorg-
                                    en vervoer; </al></li><li nr="h."><al>het inventariseren van risico's van branden, rampen en
                                    crises;</al></li><li nr="i."><al>het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden,
                                    rampen en crises in de bij of krachtens de Wet
                                    veiligheidsregio's aangewezen gevallen alsmede in de gevallen
                                    die in het beleidsplan zijn bepaald;</al></li><li nr="j."><al>het adviseren van het bevoegde college van Burgemeester en
                                    Wethouders over de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de
                                    Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="k."><al>het voorbereiden op de bestrijding van branden en het
                                    organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing,
                                    inclusief de advisering over de gemeentelijke voorbereidingen
                                    daarop; </al></li><li nr="l."><al>het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;</al></li><li nr="m."><al>het aanwijzen van een inrichting als bedrijfsbrandweerplichtig,
                                    als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="n."><al>het maken van schriftelijke afspraken en het - zo nodig - in
                                    overleg treden met instellingen, zorgaanbieders en
                                    ambulancevervoerders, zoals bedoeld in artikel 33 en 34 van de
                                    Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="o."><al>het sluiten van convenanten met de regiopolitie, andere
                                    overheden en derden over de afstemming, voorbereiding of
                                    uitvoering van taken die betrekking hebben op de hulpverlening
                                    en veiligheid;</al></li><li nr="p."><al>het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening
                                    binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze
                                    diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken
                                    zijn bij de in dit artikel genoemde taken; </al></li><li nr="q."><al>het verschaffen van informatie en het zorg dragen voor de
                                    communicatie over rampen en crises, als bedoeld in de artikelen
                                    46 en 49 van de Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="r."><al>het geven van een bevel als bedoeld in artikel 48, tweede lid,
                                    van de Wet veiligheidsregio's.</al></li><li nr="s."><al>het zorg dragen voor een periodieke kostenevaluatie en
                                    visitatie, als bedoeld in artikel 56 van de Wet
                                    veiligheidsregio's;</al></li><li nr="t."><al>het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met toezicht, als
                                    bedoeld in artikel 61 van de Wet veiligheidsregio's en het
                                    daarvan mededeling doen door plaatsing in de Staatscourant;</al></li><li nr="u."><al>het aanwijzen van een functionaris die is belast met de
                                    coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten
                                    treffen met het oog op een ramp of crisis;</al></li><li nr="v."><al>het opleggen van een last onder bestuursdwang, als bedoeld in
                                    artikel 63 van de Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="w."><al>het bespreken van onderwerpen op het terrein van sociale
                                    veiligheid waarvoor afstemming raadzaam is; </al></li><li nr="y."><al>het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, alsmede het
                                    beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij
                                    ongevallen, anders dan door brand, in de gemeenten;</al></li><li nr="z."><al>het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen,
                                    en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden
                                    daarvan of het beëindigen van de deelneming overeenkomstig
                                    artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen</al></li><li nr="aa."><al>alle overige taken en bevoegdheden, die - nu of in de toekomst -
                                    op grond van de wet- en regelgeving worden opgedragen aan het
                                    bestuur van de veiligheidsregio.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De veiligheidsregio is bevoegd tot het verrichten van (extra)
                                diensten voor een of meer deelnemende gemeenten of voor andere
                                gemeenten of openbare lichamen, indien deze daar om verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de
                                veiligheidsregio en de gemeente of het openbaar lichaam dat het
                                aangaat. In deze dienstverleningsovereenkomst (dvo) wordt neergelegd
                                welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die
                                daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot
                                dienstverlening wordt overgegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijziging van ondergeschikt belang</titel></kop><al>Het algemeen bestuur kan zelfstandig besluiten tot wijziging van deze
                            gemeenschappelijke regeling, indien de voorgestelde wijziging van
                            ondergeschikt belang is, geen uitbreiding betreft van de overgedragen
                            bevoegdheden en als daartoe door het algemeen bestuur wordt besloten met
                            een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal
                                stemmen<vet>.</vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in
                                deze regeling en bij wet aan dit bestuur zijn opgedragen, alsmede
                                alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter
                                of een bestuurscommissie zijn opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of aan een
                                bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, met uitzondering van de
                                bevoegdheid tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen en wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen van de jaarrekening;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van verordeningen, tenzij de verordening een
                                        rechtspositionele regeling betreft die slechts van
                                        toepassing is op het personeel van de veiligheidsregio;</al></li><li nr="d."><al>het vaststellen van het beleidsplan als bedoeld in artikel
                                        14 van de Wet veiligheidsregio's; </al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van een crisisplan als bedoeld in artikel 16
                                        van de Wet veiligheidsregio's;</al></li><li nr="f."><al>het instellen van bestuurscommissies;</al></li><li nr="g."><al>het oprichten van of deelnemen in stichtingen,
                                        vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen, dan
                                        wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de
                                        deelneming.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenstelling en zittingsduur</titel></kop><al>De burgemeesters van de deelnemende gemeenten zijn lid van het algemeen
                            bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderorde en besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts
                                zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig
                                oordeelt of ten minste een vijfde van het aantal leden van het
                                algemeen bestuur daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij
                                elk lid in de vergadering één stem heeft, behoudens het bepaalde in
                                lid 10. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de
                                doorslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot het sluiten van de deuren en het vergaderen in beslotenheid kan
                                worden overgegaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 22
                                van de wet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket
                                Oost-Nederland, een vertegenwoordiger van de politie Oost Nederland,
                                de Regionaal Militair Commandant West en de voorzitter van het
                                waterschap Rivierenland ontvangen een uitnodiging om deel te nemen
                                aan vergaderingen van het algemeen bestuur. Zij hebben geen
                                stemrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Andere functionarissen worden uitgenodigd om - zonder stemrecht -
                                aan de vergadering deel te nemen, indien hun aanwezigheid van belang
                                is in verband met de te behandelen onderwerpen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de
                                vergaderingen van het bestuur aanwezig te zijn. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden
                                beraadslaagd of besloten over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het beleidsplan en het beleidsprogramma;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het liquidatieplan.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een voorstel tot het wijzigen van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in lid 10 van dit artikel heeft elke gemeente
                                in de vergadering van het Algemeen Bestuur gelijk stemrecht.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Besluiten betreffende de begroting, de wijzigingen daarvan en de
                                rekening en besluiten tot het doen van een uitgaaf voordat de
                                begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd
                                is goedgekeurd, alsmede besluiten betreffende het regionaal
                                beleidsplan worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij
                                elke gemeente voor iedere 20.000 inwoners of gedeelte daarvan één
                                stem heeft.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het stemgewicht voor elke gemeente wordt jaarlijks bepaald op basis
                                van het inwonertal op 1 januari van het voorafgaande jaar zoals dit
                                is opgenomen in de bevolkingsstatistiek van het Centraal Bureau voor
                                de Statistiek.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Aan het dagelijks bestuur is in elk geval opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio, voor zover niet
                                    bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur
                                    hiermee is belast;</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter
                                    beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; </al></li><li nr="d."><al>regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het
                                    openbaar lichaam;</al></li><li nr="e."><al>ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; </al></li><li nr="f."><al>tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de veiligheidsregio
                                    te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke
                                    rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31A van de wet;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als
                                    buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming
                                    van verjaring en verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="h."><al>te besluiten namens de veiligheidsregio rechtsgedingen,
                                    bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren
                                    of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij
                                    het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat,
                                    in voorkomende gevallen anders beslist </al></li><li nr="i."><al>het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere
                                    overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie
                                    contact met de Veiligheidsregio van belang is;</al></li><li nr="j."><al>het beheer van activa en passiva van de veiligheidsregio;</al></li><li nr="k."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                    controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;</al></li><li nr="l."><al>he houden van een voortdurend toezicht op al hetgeen de
                                    veiligheidsregio aangaat en voorts de taken en bevoegdheden die
                                    in deze regeling aan dit bestuur zijn opgedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenstelling en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en minimaal twee
                                andere leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur die geen
                                voorzitter zijn, is maximaal vier jaar. Het algemeen bestuur kan
                                over de volgorde van aftreden regels vastleggen in een schema. Na
                                een zittingsperiode kan een bestuurslid opnieuw worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt
                                tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig
                                mogelijk een nieuw lid benoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Werkwijze en vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit
                                nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur
                                zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen
                                verzoeken, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, waarbij
                                elk lid in de vergadering één stem heeft. Indien de stemmen staken,
                                geeft de stem van de voorzitter de doorslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks
                                bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks
                                bestuur deelt zijn besluiten ter zake mee aan het algemeen
                                bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Taken voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur wordt, in
                                afwijking van artikel 13, negende lid, van de wet, bij koninklijk
                                besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters
                                van de gemeenten in de regio. De voorzitter kan bij koninklijk
                                besluit worden geschorst en ontslagen. .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen
                                bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door de
                                burgemeester die is aangewezen als plaatsvervanger. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het
                                dagelijks bestuur uitgaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen besluiten dat
                                een ander lid van het bestuur, de algemeen directeur of een andere
                                ambtenaar van de veiligheidsregio de stukken die uitgaan
                                ondertekenen of medeondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten
                                rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan
                                te wijzen persoon.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aan de voorzitter komen de taken en bevoegdheden toe, als bedoeld in
                                artikel 24, 34, 39, 40, 60 en 62 van de Wet veiligheidsregio's,
                                alsmede de taken die in enige andere wet- of regelgeving worden
                                opgedragen aan de voorzitter van de veiligheidsregio.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>DE COMMISSIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissies van advies</titel></kop><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen
                            commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24 van de
                            wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de
                                behartiging van bepaalde belangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een
                                commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de
                                deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en
                                in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis
                                te brengen van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de
                                wet, hun bevoegdheden en samenstelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>DE SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17a.</nr><titel>De secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur is de secretaris van het algemeen en dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de
                                voorzitter bij in de uitoefening van hun taak terzijde en is in de
                                vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur wordt door een ambtelijk secretaris
                                bijgestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Stukken die van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur uitgaan
                                worden door de secretaris medeondertekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het
                                algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door hen gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te
                                voeren en gevoerde bestuur nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur,
                                wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt,
                                alle gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitgezonderd de voorzitter kan een lid van het dagelijks bestuur
                                door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het
                                vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval
                                zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van
                                overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem
                                gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van raden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de
                                deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste
                                beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid
                                nodig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van
                                de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer
                                leden van die raden worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>De leden en de voorzitter van het algemeen bestuur ten opzichte
                                van raden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan zijn raad, met
                                inachtneming van artikel 19 van de wet alle inlichtingen, die door
                                die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en
                                wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die
                                raad aangegeven wijze. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan zijn raad , met inachtneming
                                van artikel 19 van de wet, verantwoording verschuldigd voor het door
                                hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van
                                orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur verstrekt na afloop van een
                                ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van
                                de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de
                                gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met
                                inachtneming van artikel 40 van de Wet veiligheidsregio's geschiedt
                                de informatieverstrekking door middel van een verslag, het
                                schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de
                                raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>REGLEMENT VAN ORDE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reglement van orde algemeen bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en
                                23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een
                                reglement van orde vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven
                                omtrent</al><lijst><li nr="a."><al>het horen van belanghebbenden ten aanzien van door het
                                        algemeen bestuur te nemen besluiten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het
                                        afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 19
                                        en 20 van deze regeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reglement van orde dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen
                            en andere werkzaamheden vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt
                            overgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van de veiligheidsregio kan personeel worden
                                aangesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het personeel van de veiligheidsregio is een vooraf aan te wijzen
                                rechtspositieregeling van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Algemeen directeur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de
                                voorbereiding, organisatie en uitvoering van de taken van de
                                veiligheidsregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur is namens het dagelijks bestuur belast met de
                                integrale dagelijks leiding over de organisatie en de procesvoering
                                ten aanzien van de geïntegreerde voorbereiding en uitvoering van de
                                taken zoals bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de algemeen directeur wordt deze vervangen door
                                een daartoe door de algemeen directeur aan te wijzen functionaris.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Directie en overig personeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur besluit omtrent de benoeming, schorsing en
                                ontslag van het personeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de benoeming, schorsing en ontslag van de Directeur Publieke
                                Gezondheid besluit het algemeen bestuur in overeenstemming met het
                                bestuur van de GGD Gelderland-Zuid, voor zover deze functionaris is
                                belast met de operationele leiding van de GHOR als bedoeld in
                                artikel 32 van de Wet veiligheidsregio’s.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>KLACHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel
                                9.1 van de Algemene wet bestuursrecht en - voor zover van toepassing
                                - de Wet klachtrecht cliënten zorgsector, een klachtenregeling vast.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Nationale ombudsman is bevoegd om klachten, als bedoeld in
                                hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, af te
                                handelen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21 en 25
                                van de wet voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 17
                                van deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder
                                of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een regeling
                                inzake de vergoeding van hun werkzaamheden, respectievelijk voor het
                                bijwonen van vergaderingen een tegemoetkoming in de kosten
                                vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan met inachtneming van artikel 24 van de wet
                                bepalen dat de leden van een commissie als bedoeld in artikel 16 van
                                deze regeling, die niet de functie van burgemeester, wethouder,
                                raadslid of secretaris vervullen in een deelnemende gemeente, een
                                vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing op ambtenaren
                                die als zodanig tot lid van een commissie zijn benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde regelingen worden aan
                                Gedeputeerde Staten gezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13</nr><titel>HET BELEIDSPLAN , HET CRISISPLAN EN HET BELEIDSPROGRAMMA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan, mede gebaseerd op
                                risico-profiel, vast waarin het beleid dat het bestuur van de
                                veiligheidsregio voornemens is uit te voeren, in grote lijnen wordt
                                aangegeven. Het algemeen bestuur kan een of meer onderdelen van het
                                beleidsplan afzonderlijk vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een crisisplan vast, waarin in ieder
                                geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en
                                bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de
                                crisisbeheersing worden beschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beleidsplan en het crisisplan beslaan een periode van maximaal
                                vier jaar. Jaarlijks kan het algemeen bestuur besluiten over
                                bijstelling van deze plannen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beleidsprogramma</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt voor ieder jaar een beleidsprogramma vast,
                            waarin de activiteiten van de veiligheidsregio worden aangegeven. Het
                            beleidsprogramma bevat voorts in ieder geval een overzicht van de voor
                            de verwezenlijking van de activiteiten benodigde financiële
                            middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Totstandkoming</titel></kop><al>De totstandkoming van het beleidsplan, het crisisplan en het
                            beleidsprogramma geschiedt op overeenkomstige wijze als in artikel 32,
                            eerste tot en met vijfde lid van deze regeling, voor de begroting is
                            aangegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>14</nr><titel>FINANCIËLE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Administratie en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor
                                het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de
                                inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening
                                waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en
                                controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de
                                controle op het financiële beheer en op de inrichting van de
                                financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de
                                rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de
                                financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de
                                Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Begrotingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april een ontwerpbegroting van de
                                veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een
                                behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de
                                ontwerpbegroting rekening met begrotingsrichtlijnen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de
                                deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen
                                betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190,
                                tweede lid en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks
                                bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
                                Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
                                vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur
                                wordt aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het
                                jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting
                                aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij
                                Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                                vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan Gedeputeerde
                                Staten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is, met uitzondering van de genoemde
                                termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging
                                van de begroting. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op besluiten van het algemeen bestuur tot begrotingswijzigingen die
                                niet leiden tot een extra financiële bijdrage van gemeenten en niet
                                leiden tot verschuivingen tussen reeds door het bestuur goedgekeurde
                                programma’s is dit artikel niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Bijdragen van de gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke
                                gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting
                                betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de bijdragen van de gemeenten wordt rekening
                                gehouden met bijdragen van het Rijk, de Nederlandse Zorgautoriteit
                                en van anderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks
                                vóór 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde
                                bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de veiligheidsregio
                                te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn
                                verplichtingen te kunnen voldoen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente
                                weigert de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bijdragen in
                                zijn begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur aan
                                Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de
                                artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar
                                en het jaarverslag, met daarbij gevoegd de accountantsverklaring,
                                bedoeld in artikel 213, derde lid van de Gemeentewet, jaarlijks vóór
                                1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder
                                gelijktijdige toezending aan de besturen van de gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending
                                bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de jaarrekening naar
                                voren brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli,
                                volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft..</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zij wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met
                                alle bijbehorende stukken en het jaarverslag aan Gedeputeerde Staten
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot
                                decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte
                                of andere onregelmatigheden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten
                                over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de
                                deelnemende gemeenten verdeeld conform de bij de begroting
                                vastgestelde systematiek. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 33 van
                                deze regeling bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats
                                terstond na de mededeling van de vaststelling van de
                                jaarrekening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>15</nr><titel>HET ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Zorgplicht archiefbescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor de archiefbescheiden van
                                de organen van de veiligheidsregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast betreffende de wijze waarop
                                de in het eerste lid bedoelde zorg dient te worden verricht. Deze
                                regels worden aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid
                                bedoelde zorg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>16</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding van gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling of
                                uittreding van gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling is
                                slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in
                                veiligheidsregio’s, als bedoeld in de wet- en regelgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de
                                uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of
                                uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden gewijzigd of - indien de wet dat toelaat -
                                opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de besturen van
                                twee derden van het aantal deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke deelnemende gemeente en het algemeen bestuur is bevoegd een
                                wijziging in de regeling aan de besturen van de deelnemende
                                gemeenten in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel.
                                Het dagelijks bestuur zendt het voorstel van het algemeen bestuur
                                toe aan de besturen van de deelnemende gemeenten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de wet voorgeschreven toezending van de wijziging aan
                                Gedeputeerde Staten geschiedt door de zorg van het college van
                                burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen
                                maakt de besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling bekend
                                in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud
                                daarvan in de Staatscourant. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Liquidatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de regelingbesluit het algemeen
                                bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij
                                kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de
                                gemeenten gehoord, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging
                                heeft voor het personeel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende
                                gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de
                                nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de
                                liquidatie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zonodig blijven de organen van de veiligheidsregio ook na het
                                tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                                voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Geschillencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de
                                beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het
                                algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in
                                te stellen geschillencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen
                                door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door
                                deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken
                                besturen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit
                                over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>17</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze gewijzigde regeling treedt, na een daartoe strekkend besluit van de
                            besturen van twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, in
                            werking op 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling
                            Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raden, de colleges en de burgemeester van de
                        deelnemende gemeenten.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><al>De aanhef wordt gewijzigd.</al><al>Conform artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s treffen de colleges van
                        burgemeester en wethouders de gemeenschappelijke regeling voor de
                        veiligheidsregio. </al><al>De bestaande regeling is in het verleden goedgekeurd door raden, colleges
                        van burgemeester en wethouders en burgemeesters van de deelnemende
                        gemeenten. Gezien deze besluitvorming wordt aan de drie genoemde
                        bestuursorganen gevraagd in te stemmen met voorliggende wijziging. Door in
                        te stemmen met de voorgestelde wijzigingen, wordt ook ingestemd met het
                        alsnog in overeenstemming brengen van de gemeenschappelijke regeling met
                        artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s. </al><al>De raden en burgemeesters zijn daardoor vanaf 1-1-2016 geen deelnemer meer
                        in de gemeenschappelijke regeling. Bij eventuele nieuwe wijzigingen in de
                        toekomst zijn de colleges bevoegd om wijzigingen aan te brengen. De raden
                        dienen op grond van artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen overigens wel goedkeuring te verlenen voor het wijzigen van de
                        gemeenschappelijke regeling, alvorens het college daartoe kan overgaan. De
                        toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het
                        algemeen belang.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn enkele termen die in de gemeenschappelijke regeling
                        regelmatig terugkomen, uiteen gezet. De begripsomschrijvingen a t/m f
                        spreken voor zich. </al><al>Artikellid1, lid 1, sub c vervalt, omdat door de invoering van de nationale
                        politie per 1 januari 2013 er geen regionaal college van de regiopolitie
                        Gelderland-Zuid meer bestaat.</al><al>Met de komst van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen zijn bepalingen </al><al>herschreven en verduidelijkt en zijn verwijzingen in de gemeenschappelijke
                        regeling naar de Gemeentewet van vóór 2002 niet meer nodig. Het geheel is nu
                        leesbaarder geworden.</al><al>Artikellid 1, lid 1, sub g vervalt daardoor.</al><al>De verwijzing in artikel 1, lid 2 naar de bestuurssecretaris vervalt, omdat
                        de algemeen directeur van de veiligheidsregio eindverantwoordelijk is voor
                        de ambtelijke organisatie en de bestuurssecretaris onder zijn
                        verantwoordelijkheid valt.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openbaar lichaam</titel></kop><al>In dit artikel wordt het openbaar lichaam geïntroduceerd. Ingevolge artikel
                        8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: wet) is het openbaar
                        lichaam rechtspersoon.</al><al>In dit artikel komt tot uiting de samenvoeging van de (oude) gemeenten
                        Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Groesbeek tot de nieuwe gemeente Berg en
                        Dal per 1 januari 2016. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>In artikel 12 van de wet is bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam
                        uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter bestaat.
                        Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Zowel het
                        algemeen bestuur als het dagelijks bestuur wordt voorgezeten door de
                        voorzitter.</al><al>Indien er een bestuurscommissie wordt ingesteld, ontstaat er een vierde
                        bestuursorgaan. In artikel 16 van de regeling wordt daartoe de mogelijkheid
                        geboden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belangen</titel></kop><al>In artikel 10 lid 1 van de wet is bepaald dat de regeling het belang of de
                        belangen waarvoor zij is getroffen vermeldt.</al><al>Overeenkomstig de Wet veiligheidsregio's, behartigt de Veiligheidsregio
                        allereerst de belangen op het gebied van de brandweerzorg, de geneeskundige
                        hulpverlening bij ongevallen en rampen en het voorzien in de
                        meldkamerfunctie. Daarnaast is er in Gelderland-Zuid voor gekozen dat de
                        veiligheidsregio - als publieke ambulancedienst - ook de belangen op het
                        gebied van de ambulancezorg behartigt. </al><al>Omdat landelijk een ontwikkeling gaande is waarbij de Veiligheidsregio ook
                        op andere veiligheidstaken een steeds belangrijkere taak krijgt, is in de
                        regeling opgenomen dat de Veiligheidsregio ook de belangen inzake sociale
                        veiligheid behartigt. </al><al>Het gaat hier met name over onderwerpen, waarvan de deelnemende gemeenten
                        vinden dat regionale afstemming nodig is. Dan gaat het bijvoorbeeld over
                        afspraken over de ontwikkeling van het veiligheidshuis, evenementen,
                        antidiscriminatievoorziening, aanpak hennepteelt en de aanpak van
                        overlastgevende en kwetsbare personen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>De in artikel 4 genoemde belangen worden behartigd door uitvoering te geven
                        aan de in dit artikel genoemde taken. Daarbij beschikt de veiligheidsregio
                        over de bevoegdheden die hier zijn opgesomd.</al><al>Op grond van artikel 10 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de
                        jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AB
                        2002, 209 en AB 2002, 210) is ervoor gekozen om de bevoegdheden zo precies
                        mogelijk te beschrijven.</al><al>In de beschrijving zijn zowel de bevoegdheden opgenomen, die rechtstreeks
                        bij wet aan het bestuur van de veiligheidsregio worden geattribueerd, als de
                        bevoegdheden die door de deelnemende gemeenten aan het bestuur zijn
                        overgedragen. De opgesomde bevoegdheden worden uitgeoefend door het algemeen
                        bestuur, die er uiteraard voor kan kiezen om bepaalde bevoegdheden te
                        delegeren aan het dagelijks bestuur.</al><al>Bevoegdheden die een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid van
                        rechtswege bezit om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer,
                        zoals privaatrechtelijke bevoegdheden (o.a. sluiten overeenkomsten) en de
                        bevoegdheid tot het oprichten van een stichting, zijn in dit artikel niet
                        opgenomen.</al><al>In onderstaand schema is opgenomen welke taken en bevoegdheden - op grond
                        van de Wet Veiligheidsregio's - rechtstreeks aan het bestuur van de
                        veiligheidsregio zijn geattribueerd. Voor wat betreft de precieze inhoud van
                        deze taken en bevoegdheden wordt verwezen naar de wet en de daarbij horende
                        Memorie van Toelichting.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="49*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub a GR (brandweer)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub e Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub b GR (bureau GHOR)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub f Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub d GR (GMK)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub g Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub e GR (verplichte taken van brandweer in
                                            veiligheidsregio)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 25 lid 1 Wv </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub f GR (beleidsplan en crisisplan)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 14 - 16 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub h GR (inventariseren risico's)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub a Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub i (advisering over risico's)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub b Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub j (advisering B&amp;W inzake
                                            brandweerzorg)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub c Wv </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub k (voorbereiden op de brandbestrijding en het
                                            organiseren van de rampenbestrijding en de
                                            crisisbeheersing)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub d Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub l (gemeenschappelijk materieel)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub h Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub m (bedrijfsbrandweer)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 31 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub n (afspraken en overleg met zorgaanbieders en
                                            ambulancevervoerders) </al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 33 en 34 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub o (sluiten convenant)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 19 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub p (informatievoorziening intern)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 10 sub i Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub q (informatieverstrekking en communicatie
                                            over rampen en crises)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 46 en 49 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub r (bevel informatieverstrekking)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 48 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub s (kostenevaluatie- en visitatie)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 56 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub t (aanwijzen ambtenaren belast met
                                            toezicht)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 61 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub u (aanwijzen coördinerend functionaris)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 36 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5 sub v (opleggen last onder bestuursdwang)</al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 63 Wv</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 5, z (oprichten van stichting, etc.) </al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 31a Wgr</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De taken en bevoegdheden die samenhangen met de Regionale
                        Ambulancevoorziening zijn genoemd in artikel 5 sub c en g van de regeling. </al><al>In artikel 5 sub w is tot uitdrukking gebracht dat de veiligheidsregio zaken
                        aan de orde kan stellen waarvan de deelnemende gemeenten vinden dat
                        afstemming nodig is. Deze belangen zijn genoemd in artikel 4 sub f. Met name
                        voor het subterrein 'sociale veiligheid' kan dit een belangrijk instrument
                        zijn.</al><al>Artikel 5 sub aa is een kapstokartikel, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat
                        ook andere taken en bevoegdheden - bijvoorbeeld als die in toekomstige wet-
                        en regelgeving aan de veiligheidsregio worden opgedragen - kunnen worden
                        uitgeoefend, zonder dat daarvoor de gemeenschappelijke regeling gewijzigd
                        hoeft te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>sub y: overdracht brandweertaken</titel></kop><al>Per 1 januari 2013 is door de regionalisering van de brandweer de
                        veiligheidsregio verantwoordelijk voor het voorkomen, beperken, en
                        bestrijden van brand, alsmede voor het beperken en het bestrijden van gevaar
                        voor mensen en dieren, anders dan door brand. De bijzin kan vervallen, omdat
                        alle gemeenten de brandweertaken hebben overgedragen. </al><al>Artikel 5 sub z is de mogelijkheid beschreven om in overeenstemming met
                        artikel 31a van de wet tot de oprichting van en de deelneming in
                        stichtingen, maatschappijen, etc. te besluiten indien dat in het bijzonder
                        aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen
                        openbaar belang. Zo’n besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de
                        deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid
                        zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur
                        te brengen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>oud</titel></kop><al>Artikel kan in zijn geheel vervallen, omdat de brandweertaken zijn
                        geregionaliseerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Dienstverleningsovereenkomst</titel></kop><al>De Veiligheidsregio levert een aantal diensten (basispakket) voor alle
                        gemeenten op hetzelfde kwaliteitsniveau. Het is mogelijk dat gemeenten het
                        wenselijk achten dat daarnaast ook andere diensten worden verricht
                        (pluspakket), dan wel dat de dienstverlening op bepaalde onderdelen op een
                        hoger kwaliteitsniveau wordt verricht. Artikel 7 biedt de mogelijkheid om
                        met een gemeente een dienstverleningsovereenkomst af te sluiten, waarin
                        concrete afspraken worden gemaakt over de activiteiten die de
                        Veiligheidsregio ten behoeve van een gemeente verricht.</al><al> Ook met andere openbare lichamen, zoals de politieregio of het waterschap,
                        kan een dienstverleningsovereenkomst worden afgesloten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijziging van ondergeschikt belang</titel></kop><al>Door de komst van de nieuwe (gewijzigde) wet is in artikel 10 van deze wet
                        bepaald dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio niet kan besluiten
                        tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden. Het oude artikel 7
                        bepaalde dat het algemeen bestuur kon besluiten tot wijzigingen in de
                        bevoegdheden indien zij van van ondergeschikt belang zijn. Dit kan niet
                        meer.</al><al>In het nieuwe artikel is daarom bepaald dat het algemeen bestuur met
                        tweederde meerderheid kan besluiten tot wijziging van de gemeenschappelijke
                        regeling indien de voorgestelde wijziging van ondergeschikt belang is en
                        geen uitbreiding betreft van de overgedragen bevoegdheden.</al><al>Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de vernummering van een artikel vanwege
                        nieuwe wet- en regelgeving of verandering van naam van een deelnemende
                        gemeente.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HET ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Ingevolge artikel 12 lid 2 van de wet staat het algemeen bestuur aan het
                        hoofd van het openbaar lichaam. Bevoegdheden die niet aan het dagelijks
                        bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn overgedragen behoren
                        het algemeen bestuur toe, alsmede bevoegdheden die in de regeling expliciet
                        aan het algemeen bestuur zijn opgedragen.</al><al>In het tweede lid is opgenomen dat het algemeen bestuur - naast de
                        gebruikelijke voorbehouden - ook de bevoegdheid om het beleidsplan en het
                        crisisplan vast te stellen, niet kan delegeren aan het dagelijks bestuur.
                        Hiervoor is gekozen omdat deze plannen dermate essentieel zijn voor de
                        veiligheidsregio, dat het van belang is dat alle deelnemers zich hierover
                        kunnen uitspreken.</al><al>Lid 2, sub h “het heffen van rechten” vervalt, omdat op dit moment de
                        veiligheidsregio geen rechten heft. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenstelling en zittingsduur</titel></kop><al>Op grond van artikel 11 van de Wet veiligheidsregio's bestaat het algemeen
                        bestuur van de veiligheidsregio uit de burgemeesters van de deelnemende
                        gemeenten. Het is dus niet mogelijk om een wethouder als vertegenwoordiger
                        aan te wijzen. De reden daarvoor is dat de portefeuille openbare orde altijd
                        tot de verantwoordelijkheid van de burgemeester behoort, die ook het gezag
                        heeft bij calamiteiten. Tevens wordt zo geborgd dat vergaderingen van het
                        algemeen bestuur van de veiligheidsregio en het regionaal college van
                        politie, gelijktijdig kunnen plaatsvinden. Indien de burgemeester verhinderd
                        is, wordt zijn plaats overigens ingenomen door de loco-burgemeester. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderorde en besloten vergaderingen</titel></kop><al>In dit artikel wordt de werkwijze van het algemeen bestuur globaal
                        beschreven. De meeste bepalingen spreken voor zich.</al><al>Uit artikel 11, lid 3 van de regeling blijkt dat het algemeen bestuur
                        beslist bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem
                        heeft.</al><al>Alleen bij besluiten betreffende de begroting, de wijzigingen daarvan en de
                        rekening en besluiten tot het doen van een uitgaaf voordat de begroting of
                        de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd is goedgekeurd,
                        alsmede besluiten betreffende het regionaal beleidsplan is voorzien in de
                        mogelijkheid om op basis van stemgewicht te stemmen, waarbij elke gemeente
                        voor iedere 20.000 inwoners één stem heeft. Zie artikel 11, lid 10.</al><al>Het oud lid 4 kan vervallen in verband met de regionalisering van de
                        brandweer.</al><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar (artikel 22 lid 3
                        van de wet. Het vierde en vijfde lid van artikel 22 van de wet regelen de
                        procedure die moet worden gevolgd om een vergadering in beslotenheid te
                        laten plaatsvinden. Artikel 11, lid 8 bevat een lijst van onderwerpen
                        waarover in ieder geval niet in beslotenheid vergaderd of besloten mag
                        worden. Deze lijst is gebaseerd op artikel 24 van de Gemeentewet.</al><al>Op grond van artikel 12 van de Wet veiligheidsregio's dienen de
                        hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap een
                        uitnodiging te ontvangen voor alle vergaderingen. In de regio
                        Gelderland-Zuid is het daarnaast gewoonte dat ook de districtschef
                        Gelderland-Zuid en regionaal militair commandant West worden uitgenodigd
                        voor vergaderingen. Dit is tot uitdrukking gebracht in artikel 11, lid 5.
                        Deze functionarissen kunnen actief deelnemen aan de vergaderingen, maar
                        hebben geen stemrecht.</al><al>Artikel 13 van de Wet veiligheidsregio's maakt duidelijk dat ook de
                        Commissaris van de Koning dient te worden uitgenodigd om bij vergaderingen
                        aanwezig te zijn. De commissaris kan zich laten vertegenwoordigen. Formeel
                        gezien heeft deze functionaris geen recht om deel te nemen aan de
                        vergadering. Indien de leden van het algemeen bestuur daartegen geen
                        bezwaren uiten, is actieve deelname aan de vergadering uiteraard wel
                        mogelijk. Ook deze functionaris heeft overigens geen stemrecht.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>HET DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>De inhoud van dit artikel spreekt voor zich. De inhoud van dit artikel is
                        redactioneel aangepast conform artikel 33b van de wet. Daarnaast zijn in de
                        subleden i, j, k en l aanvullende bevoegdheden beschreven die al in de
                        huidige regeling zijn genoemd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenstelling en zittingsduur</titel></kop><al>In dit artikel is geregeld hoe het dagelijks bestuur wordt samengesteld.
                        Vastgesteld is dat de zittingsduur van de leden - met uitzondering van de
                        voorzitter - maximaal vier jaar is. Daarbij is het aan te raden om een
                        aftreedschema te hanteren, zodat vooraf inzichtelijk is wanneer een vacature
                        ontstaat. Overigens is in de regeling voorzien in de mogelijkheid dat een
                        lid van het dagelijks bestuur zich na het verstrijken van die periode
                        opnieuw verkiesbaar stelt. Een zittingsperiode van langer dan 8 jaar zal in
                        het algemeen echter niet wenselijk worden geacht, omdat dit de doorstroming
                        kan blokkeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Werkwijze en vergaderorde</titel></kop><al>In dit artikel wordt de werkwijze van het dagelijks bestuur globaal
                        beschreven. De bepalingen spreken voor zich.</al><al>Het oude lid 3 kan vervallen, omdat alle gemeenten de brandweertaken, zoals
                        beschreven in artikel 5, sub y, hebben geregionaliseerd.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>DE VOORZITTER</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Taken voorzitter</titel></kop><al>De reden van dit nieuwe artikellid 1 is artikel 11, lid 2 van de Wet
                        veiligheidsregio’s.</al><al>Als plaatsvervangend voorzitter is de burgemeester van Tiel aangewezen door
                        het algemeen bestuur.</al><al>Aan de voorzitter komen de gebruikelijke bevoegdheden toe, zoals het leiden
                        van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, het
                        ondertekenen van stukken en het in rechte vertegenwoordigen van de
                        veiligheidsregio.</al><al>Daarnaast is in artikel 15, lid 7 van de regeling opgenomen in welke
                        artikelen van de Wet veiligheidsregio's, rechtstreeks taken en bevoegdheden
                        aan de voorzitter worden geattribueerd. Het gaat hierbij om de volgende
                        bevoegdheden:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Art. 24 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>Het geven van informatie aan de minister over de wijze
                                            waarop de veiligheidsregio haar taken uitvoert</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 34 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>Het geven van een schriftelijke aanwijzing aan
                                            instellingen en zorgaanbieders, indien de GHOR
                                            tekortschiet en het - zo nodig - indienen van een
                                            verzoek om maatregelen bij de Minister van VWS.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 39 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van een ramp of crisis van meer dan
                                            plaatselijke betekenis bij uitsluiting toepassing geven
                                            aan bevoegdheden op grond van de Wet veiligheidsregio's,
                                            de Politiewet 2012 en de Gemeentewet. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 40 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>Het na een ramp van of crisis van meer dan plaatselijke
                                            betekenis uitbrengen van een verslag aan de raden van de
                                            getroffen gemeenten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 60 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verstrekken van inlichtingen aan de commissaris van
                                            de Koning in geval van toezicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Art. 62 Wv</al></entry><entry colname="col2"><al>Het betreden van plaatsen en meenemen van
                                            uitrustingsstukken van hulpmiddelen, voor zover dat
                                            redelijkerwijs noodzakelijk is ter vervulling van de
                                            taak van voorzitter.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Artikel 15, lid 8 kan vervallen, in verband met de invoering van de nieuwe
                        Politiewet 2012.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6:</nr><titel>DE COMMISSIES</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissies</titel></kop><al>In artikel 24 van de Wgr is bepaald dat het algemeen bestuur van het
                        openbaar lichaam commissies van advies kan instellen. Het algemeen bestuur
                        regelt de bevoegdheden en de samenstelling. In het tweede lid van bedoeld
                        artikel is bepaald dat de instelling van vaste commissies van advies aan het
                        dagelijks bestuur of aan de voorzitter eveneens geschiedt door het algemeen
                        bestuur. Het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter dienen hiertoe
                        voorstellen in. </al><al>Andere commissies van advies (ad hoc commissies) aan het dagelijks bestuur
                        of aan de voorzitter worden, volgens artikel 24 lid 3 van de Wgr door het
                        dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><al>In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden om bestuurscommissies in te
                        stellen. Aan dergelijke commissies kunnen bevoegdheden van het algemeen
                        bestuur en het dagelijks bestuur worden overgedragen, met uitzondering van
                        de bevoegdheden die op grond van artikel 9 lid 2 ook niet aan het dagelijks
                        bestuur overgedragen mogen worden.</al><al>Op dit moment wordt nog geen gebruik gemaakt van bestuurscommissies. Omdat
                        niet uit te sluiten is dat dit in de toekomst wel gewenst kan zijn, is in de
                        regeling de mogelijkheid geopend om bestuurscommissies in te stellen.</al><al>De bevoegdheden van het dagelijks bestuur kunnen niet dan op voorstel van
                        het dagelijks bestuur worden overgedragen. Voordat het algemeen bestuur
                        overgaat tot het instellen van een bestuurscommissie dienen de raden van de
                        deelnemende gemeenten - op grond van artikel 25, lid 2 van de wet – van dit
                        voornemen op de hoogte te zijn gesteld en in de gelegenheid te zijn hun
                        wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen conform
                        artikel artikel 25, lid 2 van de nieuwe (gewijzigde) wet. In de oude Wet
                        gemeenschappelijke regelingen moest aan de raden om een verklaring van geen
                        bezwaar worden gevraagd. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>DE SECRETARIS</titel></kop><al>Artikel 17a De secretaris</al><al>Overeenkomstig de ambtelijk eindverantwoordelijkheid van de algemeen
                        directeur staat deze functionaris het algemeen en dagelijks bestuur en de
                        voorzitter terzijde in de uitoefening van hun taak.</al><al>Stukken die van het bestuur uitgaan worden door de algemeen directeur
                        medeondertekend.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG</titel></kop><al>Intergemeentelijke samenwerking is verlengd lokaal bestuur. De doelstelling
                        van de Wgr is daarom het aanhalen van de bestuurlijke en financiële banden
                        tussen het samenwerkingsverband en de deelnemende gemeenten. Onderdeel
                        hiervan vormt de politieke controle. De artikelen 16 en 17 van de wet
                        bepalen dat de regeling bepalingen inhoudt met betrekking tot het
                        verstrekken van inlichtingen, het afleggen van verantwoordelijkheid en over
                        de terugroepingsmogelijkheid. In hoofdstuk 8 van de regeling zijn deze
                        artikelen opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>DB en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur</titel></kop><al>Dat de leden van het dagelijks bestuur, zowel tezamen als ieder
                        afzonderlijk, desgevraagd verantwoording dienen af te leggen over het door
                        hen gevoerde bestuur, vloeit voort uit artikel 16 lid 1 van de Wgr. </al><al>Hoewel de wet hiertoe niet verplicht, bepaalt de regeling dat de leden van
                        het dagelijks bestuur ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur
                        geven die nodig is voor een juiste beoordeling van het te voeren en gevoerde
                        bestuur.</al><al>In de regeling is tevens bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur, met
                        uitzondering van de voorzitter, kunnen worden ontslagen, indien een lid niet
                        langer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur. Aansluiting is gezocht
                        bij de vertrouwensregel en de procedure tot opzeggen van het vertrouwen van
                        wethouders zoals vastgelegd in de artikelen 49 en 50 van de
                        Gemeentewet.</al><al>Omdat de voorzitter via een koninklijk besluit wordt benoemd, kan het
                        algemeen bestuur hem niet ontslaan. Mocht de voorzitter het vertrouwen van
                        het algemeen bestuur verliezen, dan resteert de mogelijkheid om bij de
                        Minister van Veiligheid en Justitie aan te dringen op ontslag, waarbij het
                        ontslag slechts gebaseerd kan zijn op artikel 11, lid 2 Wet
                        veiligheidsregio's.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>AB en DB ten opzichte van de raden</titel></kop><al>Ook in artikel 19 is ervoor gekozen - ondanks dat de Wgr daartoe niet
                        verplicht - dat het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de raden
                        ongevraagd alle informatie verstrekken die nodig is voor een juiste
                        beoordeling van het te voeren en gevoerde bestuur.</al><al>In geval van een verzoek om informatie, wordt er naar gestreefd om binnen
                        één maand na een verzoek om inlichtingen, de informatie te verstrekken.
                        Afwijking van deze termijn is mogelijk door daarvan schriftelijk mededeling
                        te doen onder opgaaf van de redenen die tot de vertraging hebben
                        geleid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Leden ten opzichte van raden</titel></kop><al>De burgemeester is op grond van artikel 11, lid van de Wet
                        veiligheidsregio’s lid van het algemeen bestuur. In artikel 19 van de Wet
                        gemeenschappelijke regelingen wordt vermeld dat als de regeling wordt
                        getroffen door colleges van burgemeester en wethouders artikel 16 eerste,
                        tweede, derde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. Ter uitwerking
                        van het bepaalde in artikel 16, lid 1 van de wet geeft een lid van het
                        algemeen bestuur zijn raad alle inlichtingen, die door de raad of één of
                        meer leden van die raad worden verlangd. </al><al>Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 16, lid 3 van de wet legt een lid
                        van het algemeen bestuur aan de raad, verantwoording af over het door hem in
                        het algemeen bestuur gevoerde beleid. </al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 11, lid 1 van de Wet veiligheidsregio's -
                        waarin imperatief is bepaald dat het algemeen bestuur bestaat uit de
                        burgemeesters van de deelnemende gemeenten - is niet voorzien in de
                        mogelijkheid dat de raad bevoegd is om de burgemeester te ontslaan als lid
                        van het algemeen bestuur. Artikel 11, lid 1 van de Wet veiligheidsregio's
                        (lex specialis) heeft immers voorrang op artikel 16, lid 4 van de wet (lex
                        generalis).</al><al>Uiteraard staat het de gemeenteraad wel vrij om het vertrouwen in de
                        burgemeester op te zeggen, indien sprake is van een zodanig ernstige
                        vertrouwensbreuk dat verder functioneren niet wenselijk wordt geacht. </al><al>In dit artikel is ten slotte opgenomen dat de voorzitter verplicht is om, na
                        afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de
                        raden van getroffen gemeenten informatie te verschaffen. Artikel 40 van de
                        Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat de voorzitter na afloop van zo'n
                        ramp of crisis een schriftelijk verslag uitbrengt aan de raden van de
                        getroffen gemeenten, in overeenstemming met de burgemeesters die deel
                        uitmaakten van het regionaal beleidsteam. Voorts dienen de schriftelijke
                        vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen te worden
                        beantwoord. Ten slotte bestaat de mogelijkheid dat de voorzitter - indien
                        een raad daaraan behoefte heeft - in een vergadering mondeling inlichtingen
                        verstrekt over de besluiten die hij heeft genomen.</al><al>De voorzitter legt niet rechtstreeks verantwoording af aan de raad. Wel
                        heeft de raad de mogelijkheid om zijn standpunt over het door de voorzitter
                        genomen besluit schriftelijk kenbaar te maken aan de Minister van Veiligheid
                        en Justitie , door tussenkomst van de commissaris der Koning.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>REGLEMENT VAN ORDE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reglement van orde algemeen bestuur</titel></kop><al>In artikel 22, lid 1 van de wet is geregeld dat het algemeen bestuur voor
                        zijn vergaderingen een reglement van orde vaststelt. In het reglement van
                        orde kan worden bepaald dat de vergaderingen gelijktijdig met de
                        vergaderingen van het regionaal college plaatsvinden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Reglement van orde dagelijks bestuur</titel></kop><al>Ook het dagelijks bestuur kan een reglement van orde vaststellen. Daartoe
                        bestaat echter geen verplichting.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Personeel</titel></kop><al>Dit artikel biedt de veiligheidsregio de mogelijkheid om personeel aan te
                        stellen. Het algemeen bestuur beslist welke rechtspositieregeling van
                        toepassing is op het personeel. Deze bevoegdheid kan gedelegeerd worden aan
                        het dagelijks bestuur, zie artikel 8, lid 2, sub c. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bestuurssecretaris</titel></kop><al>Het oude artikel 24 vervalt, omdat de ambtelijke eindverantwoordelijkheid
                        voor de ondersteuning van het bestuur bij de algemeen directeur berust.</al><al>Daarvoor komt in de plaats het nieuwe artikel 24. In dit artikel wordt de
                        ambtelijke verantwoordelijkheid van de algemeen directeur beschreven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Directie en overig personeel</titel></kop><al>Conform artikel 33b van de (gewijzigde) wet is het dagelijks bestuur bevoegd
                        te besluiten over de benoeming, schorsing en ontslag van het personeel.</al><al>In het algemeen bestuur is eerder uitgesproken dat ten aanzien van de
                        belangrijkste rechtspositionele maatregelen met betrekking tot de algemeen
                        directeur, de directeur RAV en de commandant regionale brandweer zij
                        hierover een besluit wil nemen.</al><al>Om aan deze wens tegemoet te komen zal het dagelijks bestuur haar voornemen
                        met betrekking tot benoeming, ontslag en schorsing van de voornoemde drie
                        functionarissen aan het algemeen bestuur kenbaar maken. Met inachtneming van
                        de opvatting van het algemeen bestuur neemt het dagelijks bestuur vervolgens
                        een besluit.</al><al>De gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur
                        publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de
                        gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het bestuur van de
                        veiligheidsregio.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>Klachten</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Klachtenregeling</titel></kop><al>Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (klachtbehandeling) is ook van
                        toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent dat in een
                        klachtenregeling moet worden geregeld hoe omgegaan wordt met klachten over
                        de veiligheidsregio en haar personeel.</al><al>Op grond van Stb. 1999, 241 zijn de Awb-bepalingen over het intern
                        klachtrecht (titel 1 van hoofdstuk 9) niet in werking getreden, ten aanzien
                        van klachten die zien op een beleidsterrein dat wordt bestreken door de Wet
                        klachtrecht cliënten zorgsector. Dit zal met name het geval zijn als wordt
                        geklaagd over (de medische hulpverlening van) ambulancemedewerkers. De
                        afhandeling van dit soort klachten moet plaatsvinden met inachtneming van de
                        bepalingen in de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.</al><al>Titel 9.2 van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht gaat over
                        klachtbehandeling door een ombudsman (extern klachtrecht). Deze titel is van
                        toepassing op alle ingediende klachten, dus ook op klachten die zijn
                        afgehandeld met toepassing van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector.</al><al> In artikel 26 wordt ervoor gekozen dat de Nationale ombudsman bevoegd is om
                        klachten als bedoeld in hoofdstuk 9, titel 2, af te handelen. De
                        veiligheidsregio kiest er niet voor om aan te sluiten bij een ombudsman- of
                        commissie van één van de deelnemende gemeenten, omdat die niet over
                        expertise beschikken inzake alle beleidsterreinen waarin de veiligheidsregio
                        opereert. Van de Nationale ombudsman mag deze expertise wel verwacht worden.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>VERGOEDINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden</titel></kop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid een regeling vast te stellen op grond
                        waarvan aan de leden van commissies van advies en bestuurscommissies voor
                        hun werkzaamheden, respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen, een
                        vergoeding kan worden verleend en een tegemoetkoming in de kosten kan worden
                        verleend. De hoogte van de vergoeding dient in redelijke verhouding te staan
                        tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden,</al><al>In overeenstemming met de vaste praktijk in deze regio, is bepaald dat
                        slechts commissieleden die niet de functie van burgemeester, wethouder of
                        (gemeente)secretaris vervullen, voor een vergoeding in aanmerking
                        komen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13</nr><titel>HET BELEIDSPLAN, HET CRISISPLAN EN HET BELEIDS- PROGRAMMA</titel></kop><al><vet>Artikelen 28, 29 en 30</vet></al><al>Het is belangrijk dat de veiligheidsregio tijdig duidelijk maakt welk beleid
                        zij voornemens is te voeren, zodat de deelnemende gemeenten daar
                        rechtstreeks invloed op kunnen uitoefenen. In hoofdstuk 13 is voorzien in
                        een procedure voor een beleidsplan (het beleid op hoofdlijnen) met daaraan
                        gekoppeld een crisisplan en een beleidsprogramma (de in enig jaar
                        voorgenomen concrete activiteiten en benodigde middelen). In de artikelen 14
                        t/m 16 van de Wet veiligheidsregio's zijn de eisen opgenomen waaraan het
                        beleidsplan en crisisplan in elk geval moet voldoen. </al><al>De procedure is identiek aan de begrotingsprocedure. Aldus kunnen desgewenst
                        beleid en begroting tegelijk in een en dezelfde procedure worden behandeld.
                        In deze opzet is het echter ook mogelijk om het beleidsprogramma geheel los
                        te koppelen van de begrotingsprocedure. Evenzeer denkbaar is een regeling,
                        waarin het beleidsprogramma onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de
                        begroting.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>14</nr><titel>FINANCIELE BEPALINGEN</titel></kop><al><vet>Artikelen 31, 32, 33 en 34</vet></al><al>De artikelen 34 en 35 van de wet bevatten een regeling met betrekking tot de
                        vaststelling van de begroting. In artikel 31 is een procedure opgenomen die
                        voldoet aan de door deze wet gestelde eisen. Hierdoor is het voor de
                        gemeenten mogelijk om in hun eigen begroting rekening te houden met de
                        bijdrage aan de veiligheidsregio. </al><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het
                        dagelijks bestuur van hun zienswijze doen blijken. In verband hiermee
                        bepaalt de wet dat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting (minimaal) 8
                        weken voor de aanbieding aan het algemeen bestuur, toezendt aan de raden van
                        de deelnemende gemeenten. In artikel 32 is bepaald dat deze toezending
                        jaarlijks dient plaats te vinden vóór 1 april. De raden van de deelnemende
                        gemeenten krijgen vervolgens twee maanden de gelegenheid om op de
                        ontwerpbegroting te reageren. Er blijft nog circa 1 maand over om de
                        commentaren door het dagelijks bestuur bij de ontwerpbegroting te laten
                        voegen en aan het algemeen bestuur toe te zenden en om de begroting vast te
                        stellen.</al><al>Binnen twee weken na vaststelling, moet de begroting aan Gedeputeerde Staten
                        worden toegezonden. Aan deze wettelijke termijn (artikel 34, tweede lid, van
                        de wet) valt niet te ontkomen. Met het oog daarop bepaalt artikel 32, vijfde
                        lid, dat de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur
                        jaarlijks uiterlijk 1 juli van het voorafgaande jaar dient plaats te
                        vinden.</al><al>In artikel 32, lid 2 staat opgenomen dat rekening moet worden gehouden met
                        begrotingsrichtlijnen. </al><al>In de begroting van de Veiligheidsregio moet duidelijk zijn hoe de verdeling
                        van de kosten over de gemeenten plaatsvindt. Tot op heden wordt het
                        inwonertal van de deelnemende gemeenten als verdeelsleutel gehanteerd. Het
                        algemeen bestuur heeft echter de mogelijkheid om in de toekomst een andere
                        verdeelsleutel te hanteren, bijvoorbeeld indien het wenselijk is een
                        differentiatie aan te brengen indien taken niet voor alle gemeenten, of niet
                        voor alle gemeenten op een gelijkwaardig dienstenniveau, worden verricht.
                        Hier wordt in elk geval gedoeld op de taken die voortvloeien uit de
                        regionalisering van de gemeentelijke brandweer..</al><al>In artikel 32, lid 9 is beschreven dat besluiten van het bestuur met
                        betrekking tot begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van
                        de gemeentelijke bijdrage en niet leiden tot verschuivingen tussen reeds
                        door het bestuur goedgekeurde programma’s niet naar de raden hoeven voor een
                        zienswijze.</al><al>Bij circulaire van 8 juli 1999 heeft de Minister van Binnenlandse
                        Zaken en Koninkrijksrelaties er voor gepleit om de gegoedheid van openbare
                        lichamen ten behoeve van hun kredietwaardigheid te accentueren, door vast te
                        leggen dat de gemeenten te allen tijde zullen voorzien in de middelen die
                        het openbaar lichaam nodig heeft om zijn schulden te voldoen. Formeel
                        gesproken is dit overbodig, zoals de minister in zijn circulaire aangeeft.
                        Niettemin is besloten om dit expliciet op te nemen in artikel 33, lid 6 van
                        de regeling, omdat in de praktijk is gebleken dat banken soms terughoudend
                        zijn in het verstrekken van leningen aan gemeenschappelijke regelingen,
                        omdat zij niet bekend zijn met het vereiste dat gemeenten te allen tijde
                        dienen te voorzien in de middelen die nodig zijn om de schulden te
                        voldoen.</al><al>De wet bevat een summiere regeling met betrekking tot de vaststelling van de
                        jaarrekening. De wet bepaalt alleen, dat de vaststelling van de jaarrekening
                        door het algemeen bestuur geschiedt in het jaar volgend op dat waarop deze
                        betrekking heeft, en dat het dagelijks bestuur de rekening binnen twee weken
                        na vaststelling, doch uiterlijk op 15 juli, naar Gedeputeerde Staten stuurt
                        (Conform artikel 34, lid 2 van de wet).</al><al>In artikel 34, lid 2 van de regeling is aanvullend opgenomen dat de raden
                        van de deelnemende gemeenten twee maanden de gelegenheid hebben om hun
                        zienswijze over de jaarrekening naar voren te brengen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>15</nr><titel>HET ARCHIEF</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Zorgplicht archiefbescheiden</titel></kop><al>In die gevallen waarin gemeenten en/of waterschappen en provincies op grond
                        van de Wgr een samenwerking aangaan, dient op grond van artikel 40, eerste
                        lid, van de Archiefwet 1995 in de samenwerkingsregeling een voorziening te
                        worden opgenomen omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van bij die
                        regeling ingestelde openbare lichamen of gemeenschappelijke organen. Deze
                        voorziening dient ingevolge het tweede lid van artikel 40 zoveel mogelijk in
                        overeenstemming met de Archiefwet 1995 te worden getroffen. Artikel 35 lid 2
                        schrijft voor dat het algemeen bestuur daartoe de regels moet
                        vaststellen.</al><al>Er is niet voor gekozen om in de regeling op te nemen dat de
                        archiefverordening van de gemeente Nijmegen wordt gevolgd. Het algemeen
                        bestuur kan daartoe alsnog besluiten in de op grond van artikel 35, lid 2
                        vast te stellen regeling. Daarnaast bestaat echter ook de mogelijkheid om -
                        indien gewenst - de archiefverordening van een andere deelnemende gemeente
                        te volgen of zelfstandig een archiefverordening vast te stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>16</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><al>In artikel 9, lid 1 van de wet is bepaald dat de voor een onbepaalde tijd
                        getroffen regeling bepalingen inhoudt omtrent wijziging, opheffing,
                        toetreding en uittreding. Omdat de indeling in veiligheidsregio's bij wet is
                        bepaald, is in artikel 36 opgenomen dat toetreding en uittreding slechts is
                        toegestaan als in de wet- en regelgeving de landelijke verdeling in
                        veiligheidsregio's wordt gewijzigd. Het is dan aan het algemeen bestuur om
                        daarvan de gevolgen te regelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Wijziging en opheffing</titel></kop><al>In artikel 37 is opgenomen dat de regeling kan worden gewijzigd of opgeheven
                        bij daartoe strekkend besluit van de besturen van twee derden van het aantal
                        deelnemende gemeentenHet algemeen bestuur kan een wijziging in de regeling
                        aan de besturen van de deelnemende gemeenten in overweging geven via een
                        daartoe strekkend voorstel. Het dagelijks bestuur zendt dit voorstel toe aan
                        de besturen van de deelnemende gemeenten. Een deelnemende gemeente kan ook
                        zelf een voorstel tot wijziging doen. In dat geval kan een overeenkomstige
                        procedure gevolgd worden als beschreven in artikel 37, tweede lid.</al><al>Opgemerkt moet worden dat het opheffen van de regeling slechts mogelijk is,
                        als de wet dat toelaat. Dat is op dit moment niet het geval.</al><al>Conform artikel 26 van de wet zorgt het college van burgemeester en
                        wethouders van de gemeente Nijmegen voor de bekendmaking van wijzigingen,
                        verlenging of opheffing van de regeling. Tevens zorgt zij voor verzending
                        naar Gedeputeerde Staten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Liquidatie</titel></kop><al>Artikel 38 regelt de liquidatie. De tweede volzin van het eerste lid van dit
                        artikel richt zich met name op afwijkingen van procedurebepalingen van de
                        regeling. Het bij opheffing van de regeling vast te stellen liquidatieplan
                        dient onder meer te voorzien in de gevolgen die de beëindiging voor het
                        eventuele personeel heeft, alsmede in de vereffening van het vermogen en de
                        daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen voor de deelnemende
                        gemeenten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Geschillencommissie</titel></kop><al>Op grond van artikel 28 van de wet, worden geschillen over de toepassing van
                        een regeling door Gedeputeerde Staten beslist, voor zover die geschillen
                        niet onder de competentie van de bestuursrechter of civiele rechter vallen.
                        Het is daarnaast mogelijk en in voorkomende situaties aan te bevelen om een
                        kwestie, voordat deze de formele fase van een geschil bereikt, via
                        bijvoorbeeld arbitrage of mediation op te lossen. Artikel 39 voorziet in een
                        algemene procedurebeschrijving die daarvoor wenselijk wordt geacht.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>17</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Duur van de regeling</titel></kop><al>De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De gewijzigde regeling is aangenomen indien tweederden van het aantal
                        gemeenten daarmee heeft ingestemd. Een gemeente heeft ingestemd met de
                        wijzigingen, indien daartoe door het college is besloten. </al><al>Op grond van artikel 1, lid 2 van de wet besluit het college echter niet tot
                        wijziging, dan nadat zij toestemming heeft verkregen van de gemeenteraad. De
                        toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het
                        algemeen belang.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>