<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395436_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regionale detailhandelsvisieMetropoolregio Eindhoven</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Metropoolregio Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eersel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gemert-Bakel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heeze-Leende</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Helmond</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laarbeek</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Reusel-De Mierden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Someren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Son en Breugel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Valkenswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalre</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Blad Gemeenschappelijke Regeling</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Detailhandel</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De 21 colleges van de deelnemende gemeenten hebben met instemming van de gemeenteraden gezamenlijk de Regionale detailhandelsvisie opgesteld. Het Dagelijks Bestuur Metropoolregio heeft de visie vrijgegeven. De gemeenteraden hebben ingestemd met de visie en zijn akkoord gegaan met vaststelling van de visie door het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO).</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regionale detailhandelsvisieMetropoolregio Eindhoven</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>Juni 2015</cursief></al><al/><al><cursief>Vastgesteld in Regionaal Ruimtelijk Overleg d.d. 16 december 2015</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en
                        ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Zo ook die in
                        Zuidoost-Brabant. Door onder meer de economische crisis en de toenemende
                        invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Er is
                        een structureel probleem ontstaan in de centra en op andere
                        detailhandelslocaties. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector
                        ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten.
                        Duidelijk is dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. </al><al>In deze detailhandelsvisie zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en
                        de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op
                        basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. Tot slot is er een
                        doorkijk naar de vervolgstappen gemaakt. </al><al/><al><vet>Werkwijze</vet></al><al>De Metropoolregio Eindhoven kent diverse werkplaatsen waarin gewerkt wordt
                        aan de belangrijke regionale thema’s. Een van deze werkplaatsen is de
                        werkplaats werklocaties, die verantwoordelijk is voor de thema’s
                        bedrijventerreinen en detailhandel. </al><al/><al>De werkplaats werklocaties kent een team detailhandel, dat triple helix
                        (overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven) is samengesteld. Opdracht
                        van de werkplaats werklocaties- team detailhandel was te komen tot een
                        regionale detailhandelsvisie en het delen van kennis en informatie. Het
                        opstellen van een regionale visie op detailhandel is belangrijk om
                        gezamenlijk de problematiek aan te kunnen pakken en waar mogelijk kansen te
                        creëren. Daarnaast vraagt de provincie in de Verordening Ruimte om regionale
                        afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor
                        duurzame verstedelijking. </al><al>De werkplaats werklocaties-team detailhandel heeft een analyse gemaakt van
                        de problematiek in de detailhandelswereld, achterliggende oorzaken en de
                        gevolgen. Op basis daarvan heeft het team een aantal onderwerpen benoemd die
                        in ieder geval aan de orde moeten komen in een detailhandelsvisie. Deze
                        thema’s zijn meegegeven aan de vier subregio’s (Stedelijk Gebied, Peel,
                        Kempen, A2) en gepresenteerd in het Regionaal Platform. In de subregio’s is
                        vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Ondernemers en
                        raadsleden zijn nauw betrokken bij het opstellen van de subregionale visies,
                        onder andere door subregionale ondernemers- en raadsledenbijeenkomsten.
                        Tegelijkertijd heeft de werkplaats werklocaties- team detailhandel een
                        aantal regionale thema’s nader uitgewerkt. Al deze input is samengebracht en
                        besproken tijdens een portefeuillehoudersoverleg en vervolgens in een
                        regionale raadsledenbijeenkomst. Op basis van de stukken en de input uit die
                        twee bijeenkomsten is deze regionale detailhandelsvisie opgesteld. Deze
                        visie wordt aan alle 21 gemeenteraden ter vaststelling aangeboden. De
                        regionale detailhandelsvisie ligt vervolgens ter vaststelling voor aan het
                        Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO), waarmee de visie door de Provincie als
                        kader vastgesteld wordt. </al><al/><al>Deze regionale detailhandelsvisie biedt een kader, maar vraagt nog wel om
                        lokale verankering. De subregionale visies zijn een verdere uitwerking en
                        verdieping van het kader naar het subregionale niveau en hebben een
                        uitvoeringsprogramma waarin vervolgstappen beschreven staan. De subregionale
                        afspraken moeten uiteindelijk vertaald worden in lokaal ruimtelijk beleid,
                        want dat is en blijft een lokale verantwoordelijkheid. </al><al/><al><vet>Trends en ontwikkelingen</vet></al><al>De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een
                        aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag
                        liggen. </al><lijst><li nr="·"><al><onderstreept>Economische crisis</onderstreept>: sinds 2008 is er
                                sprake van een economische crisis. Bijbehorende effecten als
                                financiële onzekerheid, een hogere werkloosheid, restschulden bij
                                verkoop van een huis, etc. hebben ervoor gezorgd dat de uitgaven in
                                de detailhandel zijn gedaald. Aankopen werden uitgesteld of er werd
                                gekozen voor een goedkoper alternatief. Waar de totale
                                detailhandelsuitgaven gestabiliseerd zijn, is er een duidelijk
                                verschil tussen de supermarkten (omzetgroei van 10-15% sinds 2008)
                                en de non-food sector (omzetdaling van 15% sinds 2008). </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Toename
                                    internetdetailhandel</onderstreept>:
                                in de laatste jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden van
                                offline naar online verkopen. Werd in 2010 nog maar zo’n 5% van de
                                consumentenbestedingen online gedaan, in 2014 was dat al ruim 20%.
                                De verwachting is dat dit in de komende jaren nog verder zal
                                toenemen tot 35% of nog meer (voorspellingen lopen uiteen van 35%
                                tot 50%). Bepaalde segmenten zoals boeken, entertainment (muziek,
                                films, games) en reizen zullen in de toekomst vrijwel alleen nog
                                maar online te vinden zijn. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Vergrijzing</onderstreept>: vergrijzing heeft een
                                belangrijke invloed op de (behoefte aan) winkelvoorzieningen.
                                Ouderen besteden niet minder, maar wel anders. Zo geven ouderen
                                minder geld uit aan eten (schatting zo’n 20% minder) en tot wel 40%
                                minder aan kleding en schoenen. Er wordt bijvoorbeeld meer besteed
                                aan reizen en zorg. Het aantal 65+ers in de regio loopt op van 18%
                                in 2014 tot ruim 25% in 2050. Wanneer gekeken wordt naar het aandeel
                                65+ huishoudens dan was dat in 2011 al bijna 25%.</al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Huishoudenssamenstelling</onderstreept>: er is sprake
                                van een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Lag dat
                                aandeel in 2000 nog onder de 30%, inmiddels is 35% van de
                                huishoudens een eenpersoonshuishouden. De verwachting is dat dit
                                aandeel over tien jaar toegenomen is tot 40%. Eenpersoonshuishoudens
                                hebben over het algemeen minder tijd en een lager besteedbaar
                                inkomen. Minder bestedingen en een grotere spreiding van uitgaven
                                over diverse kanalen zijn het gevolg. De groei van het aantal
                                huishoudens biedt ook kansen, omdat sommige producten niet deelbaar
                                zijn (bijvoorbeeld een bankstel, keuken of huishoudelijke
                                apparaten). </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Consumentengedrag</onderstreept>: het
                                consumentengedrag is de laatste jaren sterk veranderd. De consument
                                is er inmiddels aan gewend om 24 uur per dag aankopen te kunnen
                                doen, zowel in een fysieke winkel als thuis vanaf de bank of zelfs
                                onderweg via een smartphone in een online-winkel. Voor het fysieke
                                winkelbezoek kiest de consument hoofdzakelijk voor twee soorten
                                winkelbezoek: functioneel winkelen (dagelijkse boodschappen, in
                                buurtwinkelcentrum / kernwinkelgebied) en funshoppen (grote stad /
                                perifere detailhandelslocatie, waarbij beleving van groot belang
                                is). Vooral middelgrote centra hebben sterk te lijden onder deze
                                ontwikkelingen. Een andere trend in het consumentengedrag is het
                                toegenomen aandeel van digitale bereikbaarheid / services
                                (abonnementen voor mobiele telefonie, internet, etc.) als onderdeel
                                van het totaal besteedbaar inkomen. Dit betekent automatisch dat er
                                minder geld overblijft om uit te geven in de detailhandel. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Veranderingen centra</onderstreept>: detailhandel is
                                een belangrijk element in een centrum, maar ook andere voorzieningen
                                zoals banken, bibliotheken en andere sociaal-maatschappelijke
                                voorzieningen dragen bij aan de totale centrum-beleving. Juist die
                                andere voorzieningen verdwijnen steeds meer: bibliotheken worden
                                kleiner of sluiten, baliefuncties bij banken verdwijnen,
                                gemeentehuizen zijn minder vaak open, etc. Dit leidt tot verminderd
                                bezoek aan het centrum en daarmee een verminderd draagvlak voor
                                voorzieningen, detailhandel en horeca. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Supermarkten</onderstreept>: supermarkten zijn erg
                                belangrijk als trekker voor een centrum. Een trend in supermarktland
                                is de wens om te vestigen op een grotere solitaire locatie in het
                                buitengebied, aan de rand van kernen of tussen twee kernen, met
                                optimale bereikbaarheid en parkeergelegenheid. Daarnaast openen
                                supermarkten steeds meer pick-up points. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Branchevervaging</onderstreept>: op veel perifere
                                detailhandelslocaties is sprake van branchevervaging. Tuincentra die
                                ook meubels, kaarsen en broodjes verkopen en bouwmarkten die fietsen
                                en toiletpapier aanbieden. Als deze ontwikkeling zich doorzet kunnen
                                deze perifere detailhandelslocaties met een specifieke functie
                                uiteindelijk reguliere detailhandelslocaties worden, met alle
                                gevolgen van dien voor de bestaande detailhandelsstructuur. </al></li></lijst><al/><al><vet>Gevolgen voor het detailhandelslandschap</vet></al><al>De genoemde trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het fysieke
                        winkellandschap. In de afgelopen jaren zijn diverse winkelketens failliet
                        gegaan. Bekende voorbeelden zijn Free Record Shop, Harense Smid, Halfords,
                        House of Shoes, Mexx, Schoenenreus en Miss Etam. Maar ook grote namen als
                        V&amp;D, Blokker en Hema hebben op de rand van de afgrond gebalanceerd. Deze
                        ontwikkelingen hebben grote gaten geslagen in bestaande winkelgebieden. </al><al>In Zuidoost-Brabant is op dit moment 1.366.000 m² winkelvloeroppervlak
                        beschikbaar, waarvan zo’n 184.000 m² (zo’n 25 voetbalvelden) leeg staat. Dat
                        is een leegstand van meer dan 13%. Daarnaast heeft de regio nog voor meer
                        dan 100.000 m² plannen beschikbaar (waarvan 71.000 al vastgelegd in
                        bestemmingsplannen). Daarmee beschikt de Metropoolregio Eindhoven over een
                        bovengemiddeld winkelaanbod in vergelijking met de rest van Nederland. </al><al>In de Metropoolregio is 360 m² per 1.000 inwoners aan dagelijkse
                        detailhandel beschikbaar, tegenover 347 m² per 1.000 inwoners landelijk. Ook
                        voor niet-dagelijkse detailhandel heeft Zuidoost-Brabant gemiddeld veel
                        meters: 1.469 m² per 1.000 inwoners tegenover een landelijk gemiddelde van
                        1.312 m² per 1.000 inwoners. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i9f3f69d5-5219-4d78-8cc5-054b777bf55d" naam="i267953i9f3f69d5-5219-4d78-8cc5-054b777bf55d.png" type="foto" breedte="13cm" hoogte="8.46cm"/></plaatje>Bron: BRO, peildatum 2014</al><al/><al>Met de verwachte toename van internetdetailhandel, de vergrijzing en de
                        stijging van het aantal eenpersoonshuishouden zal de vraag naar fysieke
                        winkels alleen nog maar kleiner worden. Economische groei kan deze situatie
                        wellicht iets nuanceren, maar kan de trend niet keren. Leegstand is een feit
                        en het halveren van de huren gaat dat niet oplossen. Er moeten keuzes
                        gemaakt worden. Zowel door de overheid als door de marktpartijen. Niets doen
                        leidt tot verpaupering en het op termijn omvallen van de
                        voorzieningenstructuur. Dat is funest voor de leefbaarheid. Juist door te
                        kiezen om in te zetten op bepaalde gebieden (en dus ook bepaalde gebieden
                        niet) is het mogelijk om de voorzieningenstructuur voor de toekomst veilig
                        te stellen en de noodzakelijke vernieuwing ruimte te bieden. Belangrijk
                        daarbij zijn een gezamenlijke visie en afspraken, met de ruimte om in te
                        kunnen spelen op unieke kansen. Alleen door gezamenlijk dezelfde
                        uitgangspunten te hanteren kan een complementair aanbod in de regio
                        gecreëerd worden, kan er goed ingezet worden op de leefbaarheid en kunnen
                        sterke centra nog sterker worden. </al><al/><al><vet>Visie op detailhandel in de Metropoolregio Eindhoven</vet></al><al>Een goed toekomstbestendig voorzieningenniveau voor de inwoners van de
                        regio, dat is het doel van de regionale detailhandelsvisie. Dit past bij de
                        Brainport-profilering van de regio, waarbij de voorzieningenstructuur van
                        groot belang is als vestigingsfactor, maar ook van cruciaal belang is voor
                        de leefbaarheid in de kernen. Dit vraagt om een benadering die verder kijkt
                        dan alleen detailhandel. Een centrum is een totaalproduct, waarin alle
                        betrokken partijen een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben. </al><al/><al><vet>Bestaande structuur</vet></al><al>De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen.
                        Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide.
                        Beiden hebben een bovenregionale functie, het centrum van Eindhoven voor
                        funshoppen en Meubelboulevard Ekkersrijt als perifere detailhandelslocatie
                        (PDV-locatie: Perifere Detailhandels Vestiging). Dit zijn allebei
                        toplocaties in de regio met een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede
                        laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende
                        centra. Hieronder vallen de centra van Helmond, Veldhoven, Valkenswaard,
                        Deurne, Bladel en Budel. De Engelseweg in Helmond heeft een bovenlokale
                        functie als PDV-locatie. Deze centra hebben een belangrijke functie in de
                        subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine
                        kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een
                        lokaalverzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en
                        buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio
                        diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties
                        veelal een lokaal verzorgingsgebied. </al><al/><al><vet>Visie op de toekomst</vet></al><al>Om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren is het van 
                        belang om de regionale en bovenregionale aantrekkingskracht van de regio te versterken 
                        en te zorgen voor een excellent basisvoorzieningenniveau. Dit betekent: zorgen voor een 
                        goede mix van winkels en andere voorzieningen, slim inspelen op de internetdetailhandelstrends, 
                        een aantrekkelijk verblijfsmilieu en een goede bereikbaarheid. Maar ook in kunnen spelen 
                        op nieuwe trends en ontwikkelingen. Investeren om de top te versterken is nodig om de 
                        concurrentie aan te kunnen blijven gaan met grote steden / meubelboulevards buiten de regio.
                    </al><al>
                        Daarnaast is het essentieel om te zorgen voor een goed basisvoorzieningenniveau. 
                        Dat betekent versterken wat sterk is en zorgen dat winkelgebieden toekomstbestendig 
                        zijn én het betekent niet meer investeren in kansarme gebieden.Alles behouden wat er 
                        nu is, is niet reëel. Dit vraagt omduidelijke keuzes. Ook de markt dringt daarop aan. 
                        Groei is niet meer aan de orde en de winkelleegstand wordt steeds groter. Het toevoegen 
                        van winkelmeters is niet meer vanzelfsprekend. Een belangrijk uitgangspunt voor het 
                        versterken van een winkelgebied is concentratie of clustering van detailhandel. Door 
                        te clusteren kunnen winkels profiteren van elkaars nabijheid en van een grotere potentiële 
                        klantenkring. Voor de consument betekent dit meer keus en een betere verblijfsruimte 
                        doordat winkels dichter bij elkaar zitten. Clusteren of concentreren van detailhandel 
                        betekent ook dat de detailhandelsfunctie uit een deel van de straten zal verdwijnen. 
                        Tegelijkertijd biedt dit ook kansen, bijvoorbeeld voor andere functies in centrumgebieden 
                        zoals wonen of sociaal-maatschappelijke voorzieningen, maar ook voor vernieuwing en 
                        kwalitatieve impulsen in het centrum.
                    </al><al>
                        Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe plaats in het concentratiegebied.
                        Ontwikkelingen daarbuiten worden alleen toegestaan als het gaat om een unieke kwalitatieve 
                        toevoeging die niet in een concentratiegebied past of een ontwikkeling die cruciaal is 
                        voor de leefbaarheid. Van panden buiten het concentratiegebied die leegkomen zal op termijn 
                        de detailhandelsbestemming verdwijnen. Bij het maken van keuzes is het belangrijk om te denken 
                        vanuit een centrumvisie. Een centrum bestaat uit meer dan alleen detailhandel en het toevoegen 
                        van andere functies kan het concentratiegebied in het centrum ook ondersteunen of versterken. 
                        Ook het investeren in de verblijfsruimte is hierbij essentieel. Tot slot moeten centra kijken 
                        naar complementariteit en onderscheidend karakter, op basis van functie en uniciteit. Op dit 
                        moment lijken veel centra op elkaar, terwijl juist een onderscheidend karakter consumenten 
                        naar een centrum kan trekken. Mede daarom moet er ook ruimte blijven voor lokale, innovatieve 
                        ontwikkelingen, die het onderscheidend karakter van een centrum kunnen bepalen of versterken.
                    </al><al>
                        Bij alle nieuwe ontwikkelingen geldt: bepalen wat het verzorgingsgebied is, welke locatie het 
                        beste past en of/welke kwaliteit er wordt toegevoegd. De afwegingen op basis van de Ladder 
                        voor Duurzame Verstedelijking zijn hierin richtinggevend.
                    </al><al>
                        Locaties geschikt voor PDV (Perifere Detailhandels Vestiging) zijn in de regio voldoende 
                        aanwezig om te voorzien in de lokale en bovenlokale behoeften. Uitbreiding van het aantal 
                        PDV-locaties met bovenlokale impact is dan ook niet aan de orde. Ekkersrijt vormt hierop 
                        een uitzondering, aangezien die locatie een bovenregionale functie heeft. Voor alle PDV-locaties 
                        geldt dat branchevervaging een concreet risico vormt. Handhaving en vasthouden aan de gekozen 
                        segmentering zijn hierbij van groot belang.
                    </al><al> 
                        De komst van zeer grootschalige ontwikkelingen als een Retail Park, weidewinkels of een mega 
                        mall zijn niet wenselijk, aangezien dergelijke ontwikkelingen de bestaande structuur verstoren 
                        en de ontwikkelingskansen van andere clusters ondermijnen.
                    </al><al>
                        Kringloopwinkels en tuincentra zijn twee specifieke categoriën detailhandel. 
                        Kringloopwinkels hebben vaak (deels) een maatschappelijke functie en vragen naast de winkelfunctie 
                        om veel opslagruimte. Bovendien is er sprake van veel verschillende verschijningsvormen en 
                        gedaanteveranderingen.Dit maakt de keuze voor een locatie vaak lastig. In het algemeen kan 
                        gezegd worden dat kringloopwinkelszich bij voorkeur zo veel mogelijk moeten aansluiten bij 
                        bestaande structuren. Tuincentra zijn vaak solitair gevestigd, maar gaan door branchevervagingsteeds 
                        meer op home &amp; living-winkels lijken. Wellicht zouden tuincentra in de toekomst beter uitsluitend 
                        gecategoriseerd kunnen worden als PDV. Beide categorieën vragen specifieke aandacht en afwegingen. 
                        Bovenstaande denkrichting zal verder uitgewerkt worden in het vervolgtraject, met als mogelijk 
                        resultaat regionale afspraken op deze thema’s. </al><al/><al><vet>Visie op specifieke thema’s</vet></al><al>Op drie regionale thema’s is door de werkplaats werklocaties specifiek
                        ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internetdetailhandel en marketing.</al><al/><al><onderstreept>Supermarkten:</onderstreept>
                        Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand
                        van een centrum of net buiten het centrum, om zoveel mogelijk ruimte te
                        hebben voor de winkel en parkeren. Een gevarieerd aanbod in een centrum is
                        van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het
                        essentieel om de fysieke relatie tussen supermarkten en overige winkels te
                        stimuleren en te behouden. Uit onderzoek blijkt dat gemiddeld 35% van de
                        mensen die een supermarkt bezoekt dit combineert met een bezoek aan andere
                        winkels. Wanneer de supermarkt en de overige winkels 100 meter uit elkaar
                        liggen is dat gedaald tot gemiddeld minder dan 10% (dit kan variëren en is
                        mede afhankelijk van de grootte van het winkelgebied). Een centrale locatie
                        van een supermarkt in een centrum is dus van groot belang voor het
                        functioneren van een centrum. </al><al>Kortom, supermarkten zouden zo veel mogelijk in een centrum gevestigd moeten
                        worden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo
                        goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid
                        of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag).</al><al>Daarnaast moet een supermarkt voldoende draagvlak hebben om rendabel te
                        functioneren. In kleine kernen lukt dat vaak niet meer en verdwijnen
                        supermarkten. De markt moet hierin gewoon zijn werk doen. Ervaring leert dat
                        het kunstmatig in stand houden van supermarkten geen oplossing biedt.</al><al/><al><onderstreept>Internetdetailhandel</onderstreept>: Internetdetailhandel kent
                        allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties.
                        De eerste vorm is de internetwinkel waar de consument niet fysiek naar toe
                        gaat; transacties gaan online en de goederen worden per post bezorgd. Dit
                        type internetdetailhandel past prima binnen bestaande bestemmingen. De
                        tweede en derde vorm van internetdetailhandel zijn vormen waarbij de
                        consument de winkel daadwerkelijk fysiek bezoekt. De ene gaat om zuivere
                        afhaalpunten (pick-up points). De consument kan daar goederen afhalen en
                        eventueel retourneren, maar er worden geen producten tentoongesteld. Deze
                        afhaalpunten kunnen een winkelgebied versterken, wanneer ze in of bij
                        bestaande centra gevestigd worden. Afhaalpunten op een bedrijventerrein zijn
                        niet wenselijk, aangezien die locaties meestalniet berekend zijn op en / of
                        niet ingericht zijn voor de bijbehorende verkeersstromen. Afhaalpunten op
                        kruispunten van passanten, bij reeds bestaande voorzieningen (bus- en
                        treinstations, campussen, tankstations, transferia, etc) voldoen aan de
                        wensen van de consument en kunnen wel een goede aanvulling op het bestaande
                        winkelaanbod zijn. Belangrijk hierbij is om goed na te denken over de
                        bestemming van de locatie. Immers, als een pick-up point een reguliere
                        detailhandelsbestemming heeft / krijgt, kan er bij vetrek van het pick-up
                        point een nieuwe reguliere detailhandelslocatie ontstaan. </al><al>De derde vorm van internetdetailhandel is een afhaalpunt met een showroom.
                        Dit is feitelijk een reguliere winkel, die ook producten via internet
                        verkoopt. Ook de ruimtelijke effecten zijn in veel gevallen ongeveer
                        hetzelfde als bij een gewone winkel. Door de showroomfunctie vallen deze
                        winkels dus onder dezelfde regels als reguliere winkels en horen dus thuis
                        in een bestaand winkelgebied (centrum of PDV-locatie). </al><al/><al/><al><onderstreept>Marketing</onderstreept>: Een belangrijk element dat een rol
                        kan spelen in het creëren van voldoende draagvlak voor je voorzieningen is
                        (city)marketing. Gemeenten en subregio’s moeten kijken op welke manier het
                        eigen gebied / centrum te vermarkten is. Kernvragen daarbij zijn, wat maakt
                        een gemeente of een centrum bijzonder, wat is de identiteit van de gemeente
                        en waar is men trots op. Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen
                        zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen. Vervolgens is
                        het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het
                        profiel en het ook kunnen versterken. Door in te zetten op marketing kunnen
                        consumenten van buiten de eigen gemeente aangetrokken worden, wat een
                        directe stimulans voor de detailhandel oplevert. Een voorbeeld zou kunnen
                        zijn inzetten op een recreatief / toeristisch profiel, waarbij onderscheid
                        gemaakt kan worden tussen dag- en verblijfsrecreatie. Ondernemers kunnen dan
                        ook inzetten op innovatieve winkelconcepten, passend binnen het profiel. </al><al/><al><vet>Regionale afspraken</vet></al><al>Op basis van bovenstaande visie zijn de volgende regionale afspraken
                        geformuleerd. </al><al/><lijst><li nr="·"><al>Detailhandel wordt geconcentreerd / geclusterd in bestaande
                                winkelgebieden (ruimtelijke concentratie) om zo de hoofdstructuur te
                                behouden en te versterken;</al></li><li nr="·"><al>Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het
                                verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur
                                versterken (bij bovenlokale en regionale ontwikkelingen eventueel te
                                toetsen door een onafhankelijke commissie – zie
                                uitvoeringsprogramma);</al></li><li nr="·"><al>Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats
                                in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de
                                leefbaarheid noodzakelijk is (eventuele uitzonderingen hierop worden
                                getoetst door een onafhankelijke commissie – zie
                                uitvoeringsprogramma);</al></li><li nr="·"><al>Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande
                                winkelgebieden; </al></li><li nr="·"><al>Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen / perifere
                                detailhandelslocaties zijn niet toegestaan;</al></li><li nr="·"><al>Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt
                                geclusterd op bestaande locaties (eventuele uitzonderingen worden
                                getoetst door een onafhankelijke commissie). Er worden in principe
                                geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie
                                toegevoegd;</al></li><li nr="·"><al>Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio;</al></li><li nr="·"><al>Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument
                                zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere
                                bestemming);</al></li><li nr="·"><al>Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op
                                bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van
                                passanten;</al></li><li nr="·"><al>Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom
                                worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een
                                bestaande detailhandelslocatie;</al></li><li nr="·"><al>Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal
                                afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies),
                                ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.
                            </al></li></lijst><al/><al>Deze regionale afspraken vormen de regionale kaders. In de subregionale
                        detailhandelsvisies zijn deze afspraken op onderdelen nader uitgewerkt. De
                        uitgangspunten zullen ook verankerd moeten worden in lokaal beleid.
                        Daarnaast is ook de Ladder voor Duurzame Verstedelijking van toepassing op
                        detailhandel. </al><al/><al><vet>Uitvoeringsprogramma</vet></al><al>De regionale detailhandelsvisie en – afspraken vormen een belangrijke basis,
                        maar daarmee is niet alles opgelost. Er is monitoring nodig van (de
                        uitvoering van) de vastgestelde visie en afspraken. En er is op onderdelen
                        een nadere uitwerking of verdiepingsslag nodig. Dit is vertaald in een
                        uitvoeringsprogramma:</al><lijst><li nr="."><al><onderstreept>Afstemming initiatieven</onderstreept>: In de
                                subregionale visies zijn manieren benoemd om te komen tot afstemming
                                van bovenlokale en subregionale initiatieven. In het stedelijk
                                gebied wordt een Regionale Adviescommissie Detailhandel ingesteld om
                                dergelijke initiatieven te toetsen. Er wordt onderzocht of, hoe en
                                op basis van welke criteria deze commissie ook kan adviseren over
                                initiatieven met een regionale of bovenregionale impact. Daarbij is
                                ook aandacht voor de rol en betrokkenheid van het landelijk gebied.
                                Daarnaast zullen ook organisatorische aspecten (instelling,
                                financiering etc.) meegenomen worden in de uitwerking. </al><al>Een tweede lijn is afstemming organiseren met omliggende regio’s
                                over bovenregionale ontwikkelingen (zoals een meubelboulevard,
                                Retail park of mega mall).</al></li></lijst><lijst><li nr="·"><al><onderstreept>Monitoring</onderstreept>: monitoren van uitvoeren en
                                toepassen van de regionale en subregionale detailhandelsvisies en de
                                daarin gemaakte afspraken. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Instrumentarium:</onderstreept> inventariseren en
                                delen van instrumentarium dat kan helpen bij het uitvoeren van de
                                afspraken uit de regionale detailhandelsvisie. Hierbij valt te
                                denken aan instrumenten die kunnen helpen om planschade te
                                voorkomen, maar ook aan handhavingsmogelijkheden en manieren om te
                                komen tot kwalitatieve verbeteringen. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Kennisdeling</onderstreept>: monitoren van
                                ontwikkelingen in de retail en het delen van kennis en informatie
                                daarover. Voorbeelden van thema’s die kennisdeling en -verdieping
                                vragen zijn branchevervaging, centrummanagement en ondergeschikte /
                                nevengeschikte detailhandel (inclusief productiegebonden
                                detailhandel, recreatieondersteunende detailhandel etc.). </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Kennisontwikkeling</onderstreept>: het ontwikkelen van
                                kennis en inzichten op regionaal relevante thema’s. </al><lijst><li nr="o"><al>In samenwerking met de Provincie Noord-Brabant een
                                        Conferentie Retail 2025 organiseren om meer inzicht te
                                        krijgen in de toekomst van de detailhandelssector.</al></li><li nr="o"><al>Inzicht krijgen in de totale detailhandelscapaciteit: de
                                        bestaande detailhandel en de plannen, maar ook alle andere
                                        locaties waar een (verborgen) detailhandelsbestemming op
                                        zit. Vervolgens bekijken hoe dit aangepakt kan worden. </al></li></lijst></li><li nr="·"><al><onderstreept>Marketing:</onderstreept> onderzoeken welk profiel het
                                beste bij een gemeente past en welke kansen dat brengt. Hierbij
                                horen bijvoorbeeld ook manieren om ondernemers te stimuleren om het
                                profiel te adopteren en ermee aan de slag te gaan. </al></li><li nr="·"><al><onderstreept>Kringloopwinkels en tuincentra:</onderstreept>
                                onderzoeken of er regionale afspraken gemaakt kunnen worden op beide
                                thema’s. Onderwerpen als branchevervaging en productiegebonden
                                detailhandel zullen daarbij aan de orde komen. </al></li></lijst><al/><al>Dit uitvoeringsprogramma is een dynamisch programma. Dat houdt in dat op
                        basis van de actuele behoefte gekeken wordt welke informatie en acties op
                        dat moment nodig zijn. Dit is dus geen uitputtende / restrictieve
                        lijst.</al><al/><al>Het team detailhandel van de werkplaats werklocaties heeft een initiatiefrol
                        in de realisatie van het uitvoeringsprogramma. Het team detailhandel
                        agendeert onderwerpen, zoekt de juiste partners om mee samen te werken of de
                        juiste partijen om de opgave te beleggen. Daarnaast monitort het team
                        detailhandel de voortgang van het uitvoeringsprogramma. Het Regionaal
                        Platform is de plek om de voortgang met de regio te delen. </al><al/></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Begrippenlijst</titel></kop><lijst><li nr="-"><al><vet><cursief>Concentratiegebied: </cursief></vet>Ruimtelijke
                                concentratie c.q. clustering van detailhandel in een afgebakend
                                gebied.</al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Dagelijkse artikelen</cursief></vet>: Voedings- en
                                genotmiddelen en artikelen op het gebied van persoonlijke
                                verzorging. In de praktijk gaat het hierbij om supermarktaanbod,
                                aanbod in speciaalzaken, drogisterij- en parfumeriezaken</al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Detailhandelsstructuur: </cursief></vet>De opbouw van
                                en samenhang tussen detailhandelsvoorzieningen in een bepaald
                                gebied.</al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Niet-dagelijkse artikelen</cursief></vet>: Alle
                                artikelen die niet behoren tot de dagelijkse artikelensector.</al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>PDV-Perifere Detailhandels
                                Vestigingen</cursief></vet>: Detailhandel die vanwege de aard van de
                                verkochte goederen niet of moeilijk inpasbaar is binnen de bestaande
                                winkelstructuur en om die reden op locaties buiten reguliere
                                winkelcentra, bijvoorbeeld bedrijventerreinen, langs grote wegen,
                                etc. wordt toegestaan. Toegelaten branches: auto’s, boten, caravans,
                                brand- en milieugevaarlijke stoffen, tuincentra, bouwmarkten, de
                                gehele woninginrichtingsbranche, keukens en sanitair. </al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>RRO – Regionaal Ruimtelijk Overleg</cursief></vet>:
                                Een overleg op initiatief van de Provincie, waarin Provincie,
                                gemeenten en waterschappen afspraken maken over de ruimtelijke
                                ontwikkeling van de regio.</al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Regionaal Platform</cursief></vet>: Het regionaal
                                bestuurlijk platform is de lichte, flexibele overlegstructuur van de
                                21 colleges in de Metropoolregio Eindhoven. </al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Verzorgingsgebied</cursief></vet>: Het gebied waar de
                                gebruikers van een voorziening wonen. </al></li><li nr="-"><al><vet><cursief>Winkelvloeroppervlak (wvo)</cursief>:</vet>
                                Winkelruimte die voor de consument toegankelijk is (dus exclusief
                                magazijn, kantoor, etc.).</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Bronnenlijst</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>Shopping Tomorrow, www.shoppingtomorrow.nl</al></li><li nr="·"><al>Retailonderzoek Rabobank Nederland </al></li><li nr="·"><al>Retailonderzoek ING </al></li><li nr="·"><al>Locatus </al></li><li nr="·"><al>Fontys Hogescholen, lectoraat vastgoed</al></li><li nr="·"><al>Provincie Noord-Brabant, “Van meer, naar anders”</al></li><li nr="·"><al>Basisgegevens detailhandel BRO</al></li><li nr="·"><al>Subregionale detailhandelsvisie Stedelijk Gebied</al></li><li nr="·"><al>Subregionale detailhandelsvisie De Kempen</al></li><li nr="·"><al>Subregionale detailhandelsvisie De Peel</al></li><li nr="·"><al>Subregionale detailhandelsvisie A2</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>