<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395283_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016 Gemeente Etten-Leur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-118824.html">Gemeenteblad 2015, Nr. 118824</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016 gemeente Etten-Leur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=33">Gemeentewet, artikel 33, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GRIF</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de “verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2012” die per 31 december 2015 vervalt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016 (artikel 33
                Gemeentewet) Gemeente Etten-Leur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van de voorzitter en de griffier van 18 november
                        2015;</al><al>Gezien het advies van de opiniebijeenkomst van 30 november 2015;</al><al>Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2016
                            Gemeente Etten-Leur</vet>;</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><al>a. feitelijke informatie van geringe omvang;</al><al>b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer
                                ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de griffier verleent de secretaris of een door de
                                secretaris aan te wijzen ambtenaar ambtelijke bijstand tenzij:</al><al>ambtenaar ambtelijke bijstand tenzij:</al><al>a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al><al>b. dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><al>c. het bijstand, bedoeld in artikel 1, derde lid, betreft en het
                                raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van het hem op grond
                                van artikel 5, eerste lid, beschikbaar gestelde aantal uren
                                ambtelijke bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4..</lidnr><al>Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om
                                ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij
                                zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering verzoek om ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geschil over ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoeveelheid ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk raadslid heeft per jaar recht op 20 uur ambtelijke bijstand als
                                bedoeld in artikel 1, lid 3 voor zover deze bijstand wordt geleverd
                                door de reguliere ambtelijke organisatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. Het recht in uren op ambtelijke bijstand van een raadslid is
                                overdraagbaar naar andere leden van de fractie</al><al>b. Indien één fractie zijn volledige recht op uren ambtelijke
                                bijstand heeft opgebruikt, kan deze fractie een verzoek indienen bij
                                de griffier om uren overgeheveld te krijgen van andere fracties</al><al>c. Op basis van het overzicht van reeds gebruikte uren van de
                                verschillende fracties zoals weergegeven in artikel 5 lid 3 beslist
                                de griffier, gehoord de fractievoorzitters over dit verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris houdt in een register bij hoeveel uren per jaar een
                                raadslid gebruik maakt van ambtelijke bijstand als bedoeld in
                                artikel 1, lid 4 voor zover deze bijstand wordt geleverd door de
                                reguliere ambtelijke organisatie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Recht op fractieondersteuning</titel></kop><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement van orde,
                            ontvangen geen financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor
                            het functioneren van de fractie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekken oude verordening en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en
                            treedt in de plaats van de “verordening ambtelijke bijstand en
                            fractieondersteuning 2012” die per 31 december 2015 vervalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning 2016 gemeente Etten-Leur”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Mw. H. van Rijnbach-de Groot</ondertekening><ondertekening>raadsvoorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Dhr. W.C.M. Voeten</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is in 2002door de inwerkingtreding van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en
                    individuele raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke
                    groeperingen bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking
                    van deze rechten moet bij verordening worden geregeld. </al><al>In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij is het eerste
                    aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de
                    rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. </al><al>Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de
                    ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden
                    voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een
                    raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder
                    druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal
                    een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
                    bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de
                    behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                    het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en
                    daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                    college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college
                    terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken
                    van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan
                    ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de
                    reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend
                    en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd.
                    Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De nieuweformulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten
                    twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in
                    de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door
                    alle raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>Ook in de organisatieregeling en de instructie voor de griffier zijn bepalingen
                    opgenomen over het verlenen van ambtelijke bijstand aan onder andere de leden
                    van de gemeenteraad. Uiteraard heeft afstemming tussen de verschillende
                    regelingen plaatsgevonden. </al><al>De modelverordening heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen. In
                    jurisprudentie wordt er regelmatig naar verwezen en de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat de modelverordening prima voldoet. Toch
                    is in de geactualiseerde versie een aantal bepalingen gewijzigd en heeft een
                    zekere “fine-tuning” plaatsgevonden. Waar het kon zijn artikelen samengevoegd en
                    zinsconstructies aangepast. Dat leidt tot een overzichtelijker geheel. Ook
                    hebben de diverse artikelen, conform de Aanwijzingen voor de decentrale
                    regelgeving, nu opschriften gekregen.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijs toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Ook kan het raadslid direct in contact treden met een ambtenaar.
                    Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de
                    Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin
                    van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet openbare documenten is het bepaalde
                    in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van toepassing. Deze rechten
                    zijn uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad, het reglement van orde
                    voor het college en de verordening op de info- en de opiniebijeenkomst. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het
                    bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad
                    en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe
                    dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleend moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                    gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                    bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                    griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                    griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft. </al><al>In het eerste lid wordt de mogelijkheid geboden aan raadsleden om zich
                    rechtstreeks tot een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie te
                    wenden. </al><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>Het vierde lid voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad
                    en college terecht komt. Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt,
                    moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die
                    werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een
                    ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het vierde lid bepaald dat
                    wethouders of de burgemeester zich voor informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Artikel 3 regelt dat de uiteindelijke
                    beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de
                    burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg voert met de
                    secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid).
                    Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester
                    verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Bij afwezigheid
                    van de burgemeester dient het raadslid het verzoek voor te leggen aan de
                    waarnemend voorzitter van de raad en de loco-burgemeester.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                    met de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om aan ieder raadslid een vaste hoeveelheid
                    uren recht op ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie toe
                    te kennen. Hiermee wordt een extra garantie geboden dat dit recht ook
                    geëffectueerd kan worden. Het biedt de ambtelijke organisatie bovendien de
                    mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de werkzaamheden. Deze
                    begrenzing geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in
                    artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b. Deze bijstand kan onbeperkt verleend
                    worden. </al><al>Het door de secretaris bij te houden register maakt het bovendien mogelijk na te
                    gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan een
                    belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen.</al><al>Indien blijkt dat de beschikbare uren voor ambtelijke bijstand voor een fractie
                    onvoldoende zijn, dient de griffier op grond van lid 3 te bezien of andere
                    fracties nog uren beschikbaar hebben. Indien blijkt dat andere fracties een
                    duidelijke onderbesteding van deze uren hebben, zal de griffier gehoord de
                    fractievoorzitters, uren van deze fracties overhevelen naar de fractie die geen
                    uren ambtelijke bijstand meer beschikbaar heeft.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om expliciet aan te geven dat met ingang van het
                    begrotingsjaar 2016 geen financiële middelen voor fractieondersteuning in de
                    programmabegroting zijn opgenomen. De fractieondersteuning kent met ingang van
                    2016 de volgende vormen:</al><al>• Vergaderfaciliteit: voor niet-openbaar
                    <onderstreept>fractie</onderstreept>beraad wordt vergaderruimte beschikbaar
                    gesteld in het Oude Raadhuis. Tevens kan kosteloos gebruik gemaakt worden van de
                    koffieautomaten die in het Oude Raadhuis aanwezig zijn</al><al>• Kopieerfaciliteit: indien fracties voor de uitoefening van hun gemeentelijke
                    taak, <onderstreept>niet voor partijdoeleinden</onderstreept>, een beperkt
                    aantal fotokopieën nodig hebben, kunnen deze worden gemaakt op de
                    kopieermachines in het Stadskantoor of het Oude Raadhuis. Er wordt bewust
                    gesproken over een beperkt aantal fotokopieën omdat alle vergaderstukken
                    digitaal (zowel via Internet als via een vergaderapp) beschikbaar zijn</al><al>• Telefoonfaciliteit: Indien (leden van) fracties tijdens hun verblijf in het
                    stadskantoor of het Oude Raadhuis voor de uitoefening van hun functie gebruik
                    willen maken van de telefoon, kunnen zij dit doen. Deze faciliteit geldt alleen
                    voor het bellen van nummers in Nederland</al><al/><al>Artikelen 7 en 8</al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>