<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395109_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Participatieverordening 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Ferm Werk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-03-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bodegraven-Reeuwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oudewater</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2017-184.html">Blad gemeenschappelijke regeling 2017-184</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Participatieverordening 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">artikel 7 en 8a Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-03-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-07-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>besluit dagelijks bestuur</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Re-integratie en participatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>deze regeling is vervangen door Beleidsregels Participatie Ferm Werk 2017</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Participatieverordening 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het dagelijks bestuur van Ferm Werk,</al><al>gelet op </al><lijst><li nr="·"><al>artikel 7, 8, 8a en 10 van de Participatiewet, </al></li><li nr="·"><al>artikel 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW),</al></li><li nr="·"><al>artikel 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ),</al></li><li nr="·"><al>artikel 10.1, 4.81 en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht
                                (Awb),</al></li><li nr="·"><al>artikel 2, 3, 4, 5, 6, en 7 van de Participatieverordening 2015 Ferm
                                Werk zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in de vergadering
                                van 18 december 2014, en</al></li><li nr="·"><al>artikel 2 en 3 van de Verordening individuele studietoeslag 2015 GR
                                Ferm Werk.</al></li></lijst><al>besluit vast te stellen de navolgende</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>beleidsregels Participatie- en re-integratievoorzieningen 2015
                        </titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsomschrijvingen zoals bedoeld in artikel 1 van de
                            Re-integratieverordening Participatiewet 2015 zijn in deze beleidsregels
                            van overeenkomstige toepassing. Voor het overige wordt verstaand
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorziening: de re-integratie instrumenten die het dagelijks
                                    bestuur kan inzetten en waarvan de inzet noodzakelijk wordt
                                    geacht om de arbeidsinschakeling of maatschappelijke
                                    participatie te bevorderen;</al></li><li nr="b."><al>traject: de aaneenschakeling van re-integratie instrumenten,
                                    welke met de cliënt is overeengekomen, dan wel door het
                                    dagelijks bestuur aan de cliënt is opgelegd ter bevordering van
                                    de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                    recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijk gesteld, een
                                    aanstelling op grond van het ambtenarenrecht en een overeenkomst
                                    waarbij de cliënt gedetacheerd wordt bij een organisatie in de
                                    collectieve of marktsector;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vormen van de ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur organiseert de ondersteuning en voorzieningen
                                zodanig dat een samenhangend aanbod van arbeidstoeleiding met
                                verschillende productgroepen met daarin voorzieningen ontstaat, die
                                recht doet aan de diversiteit van de doelgroep en de vraag van de
                                markt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder ondersteuning wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderzoek naar en verslag over de mogelijkheden van de
                                        cliënt met als doel een effectief re-integratie traject uit
                                        te zetten (de diagnose);</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren, organiseren, aan-, bijsturen en begeleiden
                                        van het op basis van de diagnose gekozen traject. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Concurrentieverhoudingen/verdringing op de arbeidsmarkt</titel></kop><al>Voorzieningen in het kader van re-integratie van cliënt worden niet
                            ingezet als deze leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Hiervan is
                            sprake als binnen het afgelopen jaar voor de werkzaamheden nog werd
                            betaald bij betreffende organisatie, of als de organisatie waarbij de
                            werkzaamheden worden uitgevoerd, een vacature heeft openstaan voor
                            dezelfde of bijna dezelfde werkzaamheden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Werkervaringplaats/-stage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van een werkervaringsplaats is, naast het aanleren en
                                ontwikkelen van elementaire werknemersvaardigheden, het opdoen van
                                werkervaring en en/of het opdoen of behouden van werkritme,
                                uitstroom uit de uitkering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De totale omvang van de werkervaringsplek en/of –stage is maximaal
                                800 uur met een maximum van drie (verschillende)
                                werkervaringsplekken/-stages per persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval
                                vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>het (leer) doel van de werkervaringsplaats;</al></li><li nr="b."><al>de werkzaamheden die de cliënt gaat verrichten;</al></li><li nr="c."><al>de begin- en einddatum van de werkervaringsplaats alsmede
                                        het aantal uren per week</al></li><li nr="d."><al>indien aan de orde: afspraken over onkostenvergoedingen,
                                        verzekeringen en dergelijke;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop en door wie de begeleiding, terugkoppeling
                                        en rapportage plaatsvinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een werkervaringsplaats is geen sprake van een dienstverband; de
                                werkzaamheden worden met behoud van uitkering uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Proefplaatsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De proefplaatsing is gericht op het verkrijgen van een reguliere
                                detacherings- of arbeidsovereenkomst bij een werkgever. De werkgever
                                spreekt bij aanvang van de proefplaatsing de intentie uit om bij
                                gebleken geschiktheid en voldoende werkzaamheden de
                                bijstandsgerechtigde een detacherings- of arbeidsovereenkomst aan te
                                bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een proefplaatsing bij een werkgever
                                aanbieden indien dit naar de mening van het dagelijks bestuur
                                noodzakelijk is voor de inschakeling in de arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De proefplaatsing wordt aangeboden gedurende maximaal 40 uur per
                                week voor een aaneengesloten periode van maximaal 2 maanden. De
                                cliënt ontvangt geen beloning en er wordt gedurende deze periode
                                geen arbeidsovereenkomst aangegaan met de cliënt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tijdens de proefplaatsing kan een loonwaarde meting uitgevoerd
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met de werkgever en de cliënt wordt een schriftelijke
                                proefplaatsingsovereenkomst gesloten waarin het doel, de duur en
                                omvang, de taken en verplichtingen, de (eventuele) bijdrage van de
                                werkgever in de kosten en de overige gemaakte afspraken worden
                                vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een proefplaatsing kan niet worden ingezet wanneer voor dezelfde
                                cliënt bij dezelfde werkgever een werkervaringsplaats/-stage is
                                ingezet en daardoor de maximale periode van 6 maanden werken met
                                behoud van uitkering door cliënt is ingevuld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Detachering en uitzenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de werkgever wordt een detacheringsvergoeding in rekening
                                gebracht rekening houdend met de vastgestelde loonwaarde van de
                                werknemer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omvang van de detacheringsovereenkomst wordt in beginsel zodanig
                                vastgesteld dat de cliënt uitkeringsonafhankelijk wordt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is mogelijk om hiervan af te wijken indien dit naar het oordeel
                                van het dagelijks bestuur wegens in de persoon gelegen factoren
                                noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Loonkostensubsidie Participatiebudget (doelgroep afstand tot de
                                arbeidsmarkt)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan een aanvullende loonkostensubsidie
                                verstrekken aan werkgevers die een persoon een arbeidsovereenkomst
                                van minimaal 6 maanden verstrekken, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij een overeenkomst van tenminste 6 maanden maximaal
                                        €3.750,00 (bij een fulltime dienstverband);</al></li><li nr="b."><al>Bij een overeenkomst van tenminste 12 maanden maximaal
                                        €7.500,00 (bij een fulltime dienstverband);</al></li><li nr="c."><al>Bij een verlening van de overeenkomst met tenminste 12
                                        maanden maximaal €2.500,00 (bij een fulltime
                                        dienstverband);</al></li><li nr="d."><al>Wanneer er sprake is van een overeenkomst met een part time
                                        dienstverband wordt de loonkostensubsidie naar rato
                                        toegekend</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond
                                van een ander artikel uit de Participatieverordening 2015 of op
                                grond van deze beleidsregels aanspraak maakt op een financiële
                                tegemoetkoming in verband met de indiensttreding van de
                                werknemer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Participatie voorziening Beschut Werk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan de voorziening beschut werk aanbieden aan
                                een persoon. De voorziening beschut werk is bedoeld voor de
                                doelgroep die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische
                                beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van
                                de werkplek nodig heeft dat van een reguliere werkgever
                                redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in
                                dienst neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorwaarden voor de inzet van de voorziening beschut werk zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Met een diagnose-instrument wordt vastgesteld of:</al><lijst><li nr="·"><al>mogelijk sprake is van loonwaarde van 20 tot 40%
                                                en;</al></li><li nr="·"><al>sprake is duurzaam arbeidsvermogen en;</al></li><li nr="·"><al>de mogelijkheid tot (beperkte) groei van
                                                loonwaarde.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt
                                        advies ingewonnen voor de beoordeling of iemand uitsluitend
                                        in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden
                                        mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li><li nr="c."><al>Samen met de cliënt wordt bepaald welke voorziening het
                                        meest passend is. Hierbij wordt ook een vorm van
                                        (arbeidsmatige) dagbesteding betrokken.</al></li><li nr="d."><al>Met de cliënt en de werkgever worden eventueel fysieke
                                        aanpassingen, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de
                                        wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur bepaald.
                                        Op grond van artikel 10, Participatiewet, kunnen
                                        vergoedingen hiervoor worden verstrekt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorziening beschut werken wordt gekoppeld aan de
                                loonkostensubsidie. Deze is in principe niet gebonden aan een
                                termijn en kan indien nodig voor een langere periode worden ingezet.
                                De loonwaarde en de loonkostensubsidie worden jaarlijks opnieuw
                                beoordeeld. De loonwaarde en loonkostensubsidie worden in beginsel
                                eenmaal per drie jaar vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>No-risk regeling garantiebanen 2015</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een werkgever komt in 2015 bij ziekte van een werknemer in
                                aanmerking voor een no-risk polis als:</al><lijst><li nr="a."><al>de werkgever voor ten minste de duur van <vet>zes
                                            maanden</vet> een arbeidsovereenkomst aangaat met een
                                        werknemer;</al></li><li nr="b."><al>de werknemer voorafgaande aan de aanvang van de arbeid
                                        behoort tot de doelgroep; </al></li><li nr="c."><al>de werknemer een structurele functionele of andere beperking
                                        heeft of de werkgever ten behoeve van de werknemer een
                                        loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de wet
                                        ontvangt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Werkgevers als bedoeld in het eerste lid kunnen gebruik maken van de
                                no-riskpolis die het UWV aanbiedt voor de gemeentelijke doelgroep
                                van de banenafspraak in het kader van de Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>UWV beoordeelt de ziekmelding op basis van artikel 29b
                                Ziektewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>UWV stelt het recht, de hoogte en de duur van de Ziektewetuitkering
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De no-riskpolis wordt verstrekt tot en met <vet>12 maanden</vet> na
                                indiensttreding van de werknemer bij de werkgever. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Overige (lokale) geregelde voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Uitstroompremie</titel></kop><al>De hoogte van de premie als bedoeld in artikel 14 van de
                            Participatieverordening 2015 bedraagt € 750,00 en is bedoeld om tegemoet
                            te komen in de kosten die verband houden met de verworven arbeid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Scholing of opleiding wordt ingezet om de toegang tot de
                                    arbeidsmarkt te bevorderen.</al></li><li nr="2."><al>Scholing of opleiding is een onderdeel van een
                                    re-integratietraject.</al></li><li nr="3."><al>Scholing of opleiding wordt niet ingezet als onderdeel van een
                                    re-integratietraject als naar het oordeel van het dagelijks
                                    bestuur een dergelijke scholing of opleiding de krachten of
                                    bekwaamheden van de cliënt te boven gaat. Om dezelfde reden kan
                                    scholing of opleiding ook beëindigd worden.</al></li><li nr="4."><al>Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing houdt het
                                    dagelijks bestuur rekening met de voor cliënt geldende kortste
                                    weg naar duurzame arbeid, zijn arbeids- en opleidingsverleden en
                                    of de gevolgde en afgeronde opleidingen hebben geleid tot een
                                    startkwalificatie.</al></li><li nr="5."><al>Kosten van scholing of opleiding</al><lijst><li nr="a."><al>worden ten laste gebracht van het
                                            Participatiebudget.</al></li><li nr="b."><al>gaan niet ten laste van het Participatiebudget indien
                                            cliënt voor de kosten van de opleiding of scholing een
                                            beroep kan doen op een voorliggende voorziening.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Bij toekenning van scholing en opleiding komen de volgende
                                    kosten voor vergoeding ten laste van het Participatiebudget in
                                    aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>opleidingskosten en cursusbijdragen</al></li><li nr="b."><al>kosten voor boeken en leermiddelen die door het
                                            opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld</al></li><li nr="c."><al>examengeld</al></li><li nr="d."><al>reiskosten</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Ferm Werk is bereid om mee te werken aan trajecten voor cliënten
                                    die specifiek zijn aangedragen door het UAF. Wanneer het UAF
                                    bereid is om de opleiding te bekostigen van statushouders, kan
                                    Ferm Werk een uitkering verstrekken (zolang cliënt aan de
                                    voorwaarden voldoet) gedurende het schakeljaar van de opleiding.
                                    Ferm Werk behoudt zich het recht dit per individu te beoordelen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur kan een vergoeding voor onkosten toekennen
                                    aan:</al><al>a. De cliënt die onkosten heeft als gevolg van deelname aan een
                                    traject gericht </al><al>op arbeidsinschakeling of een traject gericht op
                                    arbeidsactivering. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de
                                    aantoonbare kosten.</al><al>b.De cliënt, niet zijnde een cliënt, die onkosten heeft als
                                    gevolg van deelname aan een traject gericht op
                                    arbeidsinschakeling en die een inkomen heeft boven het
                                    bijstandsniveau. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding
                                    wordt rekening gehouden met de draagkrachtrichtlijnen van Ferm
                                    Werk, zoals die gelden bij bijzondere bijstand.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur kan een vergoeding voor verwervingskosten
                                    toekennen aan de cliënt, die naar aanleiding van een traject
                                    gericht op arbeidsinschakeling algemeen geaccepteerde arbeid
                                    heeft aanvaard en aantoonbare verwervingskosten heeft.</al></li><li nr="3."><al>De vergoeding van verwervingskosten van lid 2 is mogelijk
                                    gedurende 6 maanden, gerekend vanaf de datum
                                    werkaanvaarding.</al></li><li nr="4."><al>Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt rekening
                                    gehouden met de draagkracht richtlijnen van Ferm Werk, zoals die
                                    gelden bij bijzondere bijstand.</al></li><li nr="5."><al>Vergoeding van onkosten en verwervingskosten van artikel 11 lid
                                    1 en 2 is niet mogelijk indien er voorliggende voorzieningen
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Aanbodversterking</titel></kop><al>Onder aanbodversterking worden re-integratieactiviteiten of
                            re-integratieproducten verstaan die</al><al>ingezet moeten worden voordat een cliënt de stap op de arbeidsmarkt kan
                            zetten. Het kunnen diverse producten zijn. Ferm Werk heeft een interne
                            producten overzicht welke voor de hanteert een uitgebreid producten</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Persoonlijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Persoonlijke ondersteuning kan aangeboden worden als persoonlijke
                                coaching of als jobcoaching.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij persoonlijke coaching gaat het om begeleiding bij persoonlijke
                                problemen of die in de thuissituatie om zodoende tot een stabiele
                                situatie te komen en/of de cliënt te motiveren om een vorm van
                                medische of psychische hulpverlening te accepteren, dan wel
                                schuldhulpverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij jobcoaching gaat het om begeleiding op de werkplek op vaste
                                tijden en gedurende een langere periode waardoor de werknemer beter
                                in staat is om de taken die hem zijn opgedragen uit te voeren. Het
                                doel is om zelfstandig optimaal te functioneren waardoor er sprake
                                zal zijn van een hogere loonwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Bijzondere situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In bijzondere situaties kan het dagelijks bestuur afwijken van het
                                bepaalde in deze beleidsregels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien beslist het
                                dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van
                            bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Intrekken oude beleidsregels en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beleidsregels zoals bedoeld in hoofdstuk Werk- Doelstellingen,
                                Voorzieningen en Samenwerking, zoals opgenomen in het handboek Grip
                                op Participatiewet worden ingetrokken voor zover zij
                                inhoudelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening die
                                niet in overeenstemming is met deze beleidsregels behoudt deze
                                voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden die golden
                                bij toekenning van de ingezette voorziening, doch niet langer 12
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan na afloop van de in het tweede lid
                                bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt
                                voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Beleidsregels blijven van toepassing ten aanzien van een
                                voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels
                            Participatieverordening 2015”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het dagelijks bestuur van
                        Ferm Werk op 19 februari 2015.</ondertekening><ondertekening>Y.Koster-Dreese</ondertekening><ondertekening>voorzitter dagelijks bestuur Ferm Werk</ondertekening><ondertekening>I.Korte</ondertekening><ondertekening>secretaris dagelijks bestuur Ferm Werk</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>