<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR395063_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels jeugdhulp Noordwijk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Noordwijker, 10-02-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels jeugdhulp Noordwijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2015, art. 14.4 lid 2 en 21 lid 4</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-57035</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels jeugdhulp Noordwijk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk;</al><al>gelet op artikel 14, 4 lid 2, en 21 lid 4 van de Verordening Jeugdhulp
                        Noordwijk 2015; </al><al/><al>besluit </al><al/><al>vast te stellen de Nadere regels jeugdhulp Noordwijk 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begrippen</vet></al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>In deze nadere regels wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>begeleiding: activiteiten aan de jeugdige met een somatische,
                                psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke,
                                lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige of zware
                                beperkingen hebben op het terrein van: de sociale redzaamheid, het
                                bewegen en verplaatsen, het psychisch functioneren, het geheugen en
                                de oriëntatie, of die matig of zwaar probleemgedrag vertonen. De
                                activiteiten zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van
                                de zelfredzaamheid en strekken tot voorkoming van opname in een
                                instelling of verwaarlozing van de jeugdige. De activiteiten bestaan
                                uit het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen,
                                het ondersteunen bij of oefenen met het aanbrengen van structuur of
                                het voeren van regie, of het overnemen van toezicht op de
                                jeugdige;</al></li><li nr="b."><al>belangenbehartigers: personen of organisaties die de belangen van
                                kwetsbare inwoners vertegenwoordigen, niet zijnde personen uit het
                                sociale netwerk;</al></li><li nr="c."><al>dagactiviteit: daghulp en dagopvang met als functie passende zorg
                                die wel noodzakelijk is maar niet in de thuissituatie kan worden
                                geboden in de directe omgeving van de jeugdige en/of ouders te
                                leveren; </al></li><li nr="d."><al>dagdeel: een dagdeel is vier uren;</al></li><li nr="e."><al>gezinsplan: een gezinsplan zoals genoemd in artikel 10 van de
                                verordening;</al></li><li nr="f."><al>kortdurend verblijf: logeren in een instelling gedurende maximaal
                                drie etmalen per week, gepaard gaande met persoonlijke verzorging,
                                verpleging of begeleiding voor een jeugdige met een somatische of
                                psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke,
                                lichamelijke of zintuiglijke handicap, indien de jeugdige aangewezen
                                is op permanent toezicht en de persoon die gebruikelijke zorg of
                                mantelzorg aan de jeugdige levert ontlast moet worden; </al></li><li nr="g."><al>persoonlijke verzorging: het ondersteunen bij of het overnemen van
                                activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging in verband
                                met een somatische of psychiatrische aandoening, of beperking, of
                                een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, gericht
                                op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid;</al></li><li nr="h."><al>persoonsgebonden budget: persoonsgebonden budget (pgb) als bedoeld
                                in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college
                                verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat
                                stelt de jeugdhulp die in de vorm van een individuele voorziening is
                                toegekend van derden te betrekken;</al></li><li nr="i."><al>professional: een MBO/HBO opgeleid persoon met algemene
                                deskundigheid en brede kennis van jeugdhulp;</al></li><li nr="j."><al>specialist: een HBO/WO opgeleid persoon met specifieke deskundigheid
                                en diepgaande kennis op een beperkt terrein op het gebied van
                                jeugdhulp; </al></li><li nr="k."><al>verordening jeugdhulp Noordwijk 2015.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Voorwaarden pgb</vet></al><al/><al>Artikel 2 Voorwaarden pgb</al><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt een pgb aan jeugdigen en/of hun ouders
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige en/of de ouders samen met het jeugd- en
                                        gezinsteam een gezinsplan hebben opgesteld, waarin onder
                                        andere benoemd is:</al></li><li nr="-"><al>dat een individuele jeugdhulpvoorziening benodigd is,</al></li><li nr="-"><al>hoe het pgb besteed gaat worden, en </al></li><li nr="-"><al>welke resultaten worden behaald met het pgb;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige en/of de ouders kunnen motiveren dat de door het
                                        college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen
                                        niet passend zijn in de specifieke situatie;</al></li><li nr="c."><al>de jeugdige en/of de ouders volgens het advies van het
                                        jeugd- en gezinsteam voldoende in staat worden geacht om –
                                        al dan niet met ondersteuning van het sociale netwerk, een
                                        curator, bewindsvoerder, mentor of gemachtigde - de taken,
                                        die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze uit te
                                        voeren.</al></li><li nr="d."><al>de jeugdhulp die met het pgb wordt ingekocht volgens het
                                        advies van het jeugd- en gezinsteam van voldoende kwaliteit
                                        is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Jeugdige en/of ouders die met een pgb jeugdhulp inkopen, mogen dit
                                pgb niet besteden bij tussenpersonen of professionele
                                belangenbehartigers.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 3 Voorwaarden pgb sociaal netwerk</al><lijst><li nr="1."><al>De jeugdige en/of ouders aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen
                                alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk
                                behoren, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al></li><li nr="a."><al>de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter;</al></li><li nr="b."><al>de geboden jeugdhulp is passend, adequaat en veilig;</al></li><li nr="c."><al>de personen uit het sociaal netwerk die de hulp gaan verlenen,
                                hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de
                                verantwoordelijkheden die aan het bieden van jeugdhulp verbonden
                                zijn, en </al></li><li nr="d."><al>er is bij de personen uit het sociaal netwerk die de hulp gaan
                                verlenen geen sprake van overbelasting.</al></li><li nr="3."><al>De jeugdige en/of ouders aan wie een pgb wordt toegekend kunnen
                                alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk
                                behoren voor begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging
                                en kortdurend verblijf.</al></li><li nr="4."><al>In aanvulling op het eerste lid onder a, wordt inzet van het sociaal
                                netwerk met een pgb in ieder geval aantoonbaar beter geacht, indien
                                één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de hulp is vooraf niet goed in te plannen;</al></li><li nr="b."><al>de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;</al></li><li nr="c."><al>de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden
                                        worden;</al></li><li nr="d."><al>de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd;</al></li><li nr="e."><al>de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="f."><al>de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden
                                        door een persoon met wie hij vertrouwd is en goed contact
                                        heeft.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De jeugdige en/of ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het
                                bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van
                                personen die tot het sociale netwerk behoren.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4 Kwaliteitseisen professionele aanbieders</al><al>Professionele en specialistische jeugdhulpaanbieders die uit een pgb worden
                        betaald, moeten voldoen aan de eisen die bij Jeugdwet aan de aanbieders van
                        jeugdhulp in natura worden gesteld.</al><al/><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Hoogte pgb</vet></al><al/><al>Artikel 5 Bepalen hoogte pgb</al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van het pgb:</al></li><li nr="a."><al>wordt bepaald aan de hand van het gezinsplan; </al></li><li nr="b."><al>is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
                                jeugdhulp in te kopen;.</al></li><li nr="c."><al>wordt berekend volgens de tarieven genoemd in artikel 6, en </al></li><li nr="d."><al>bedraagt niet meer dan de maximale kosten van de door het college
                                gecontracteerde </al><al>individuele jeugdhulpvoorzieningen in natura.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor de aangevraagde individuele jeugdhulpvoorziening geen
                                tarief is bepaald </al><al>in artikel 6, dan bedraagt de hoogte van het pgb maximaal de kosten
                                van de door het college gecontracteerde individuele
                                jeugdhulpvoorzieningen in natura. </al></li><li nr="3."><al>Indien het in het gezinsplan is opgenomen, kan het pgb gedurende het
                                jaar naar </al><al>behoefte flexibel worden ingezet.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 6 Tarief pgb</al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor begeleiding is:</al></li><li nr="a."><al>€ 20 per uur, wanneer het geboden wordt door het sociaal netwerk;
                            </al></li><li nr="b."><al>€ 34 per uur, wanneer het geboden wordt door een professional; </al></li><li nr="c."><al>€ 51 per uur, wanneer het geboden wordt door een specialist.</al></li><li nr="2."><al>Het tarief voor dagactiviteiten is:</al></li><li nr="a."><al>€ 28 per dagdeel, wanneer het geboden wordt door het sociaal
                                netwerk; </al></li><li nr="b."><al>€ 42 per dagdeel, wanneer het geboden wordt door een professional en
                                de groepsgrootte groter dan vijf personen is of kan zijn;</al></li><li nr="c."><al>€ 52 per dagdeel, wanneer het geboden wordt door een professional
                                dan wel specialist en/of de groepsgrootte kleiner dan vijf personen
                                moet zijn vanwege de aanwezige problematiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor vervoer van en naar dagactiviteiten kan een bedrag van maximaal
                                € 5 per dag aan het budget worden toegevoegd.</al></li><li nr="4."><al>Het tarief voor kortdurend verblijf is:</al></li><li nr="a."><al>€ 67 per etmaal, wanneer het geboden wordt door het sociaal netwerk;
                            </al></li><li nr="b."><al>€ 101 per etmaal, wanneer het geboden wordt door een
                                professional.</al></li><li nr="5."><al>Het tarief voor persoonlijke verzorging is:</al></li><li nr="a."><al>€ 20 per uur, wanneer het geboden wordt door het sociaal netwerk;
                            </al></li><li nr="b."><al>€ 26 per uur, wanneer het geboden wordt door een professional; </al></li><li nr="c."><al>€ 37 per uur, wanneer het geboden wordt door een specialist.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Nader benoemen vrij toegankelijke voorziening</vet></al><al/><al>Artikel 7 Ernstige Enkelvoudige Dyslexie</al><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie is een vrij
                                toegankelijke jeugdhulpvoorziening, mits deze wordt geboden door een
                                door het college gecontracteerde aanbieder. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt met aanbieders afspraken over de voorwaarden
                                waaronder zij behandeling voor Ernstige Enkelvoudige Dyslexie mogen
                                verlenen in opdracht van het college. </al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Medezeggenschap</vet></al><al/><al>Artikel 8 Medezeggenschap</al><lijst><li nr="1."><al>De [Wmo-adviesraad] kan het college voorstellen doen voor het beleid
                                betreffende jeugdhulp, en het college adviseren bij de
                                besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende
                                jeugdhulp. Het college voorziet hierbij de [Wmo-raad] van
                                ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen.</al></li><li nr="2."><al>Het college nodigt minimaal eenmaal per jaar ingezetenen, cliënten
                                en vertegenwoordigers van cliënten uit voor overleg over beleid
                                betreffende jeugdhulp en de uitvoering daarvan. Het college maakt
                                dit overleg minimaal 6 weken van te voren openbaar bekend. Daarbij
                                worden genodigden op geroepen punten voor de agenda aan te dragen.
                            </al></li><li nr="3."><al>Het college kan het in lid 2 genoemde overleg organiseren in
                                samenwerking met de colleges van andere gemeenten van de regio
                                Holland Rijnland.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</vet></al><al/><al>Artikel 9 Citeertitel </al><al>Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp
                        Noordwijk 2015.</al><al/><al>Artikel 10 Inwerkingtreding </al><al>Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2015.</al></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders
                        op </ondertekening><ondertekening>25 november 2014.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting nadere regels jeugdhulp 2015</al><al/><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die cruciaal zijn voor het begrip
                    van deze nadere regels. </al><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen een professional en een specialist, om
                    onderscheid te kunnen maken in de pgb tarieven daarvoor. Een specialist wordt
                    ingezet indien de aard van de zorgvraag hierom vraagt.</al><al>Bij de tarieven pgb (artikel 6) worden soorten van jeugdhulp genoemd die niet in
                    de verordening staan, daarom worden deze hier gedefinieerd. Voor de definities
                    is geput uit de percelen van inkoop. Dat betekent dat de definities voor
                    begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf overgenomen zijn uit
                    de “CIZ Indicatiewijzer versie 7.0; Toelichting op de Beleidsregels
                    indicatiestelling AWBZ 2014” zoals vastgesteld door het ministerie van
                    VWS).</al><al>Bij dagactiviteiten wordt nog opgemerkt dat de verscheidenheid aan zorgvormen
                    groot is en wordt bepaald door de vraag. Daghulp en dagopvang kunnen gerelateerd
                    zijn aan (speciaal) onderwijs.</al><al/><al>Artikel 2 Voorwaarden pgb</al><al>Lid 1 geeft aan dat er een gezinsplan moet zijn. In de regionale visie Jeugdhulp
                    “Iedereen doet mee” en het beleidsplan “hart voor de jeugd”, wordt het toepassen
                    van één gezin, één plan, voor jeugdhulp, als één van de belangrijke instrumenten
                    genoemd. Een plan, door aanvrager samen met het Jeugd- en gezinsteam opgesteld,
                    moet ook de basis zijn voor het verstrekken individuele jeugdhulpvoorziening.
                    Dit geldt ook voor het pgb.</al><al>In dit artikel wordt als voorwaarde gesteld dat een plan ten grondslag ligt aan
                    het</al><al>toekennen van een pgb. In het plan moet worden benoemd welke resultaten
                    worden</al><al>nagestreefd (stabilisatie problematiek, ontwikkelen vaardigheden etc.). Door
                    periodiek het plan te gebruiken om vast te stellen wat de
                    ondersteuning/jeugdhulp heeft opgeleverd, wordt ook de kwaliteit en
                    doelmatigheid van de verleende jeugdhulp inzichtelijk gemaakt. Het pgb kan
                    overigens onderdeel uitmaken van een totaalarrangement, waarbij onderdelen van
                    ondersteuning/jeugdhulp in natura (vrij toegankelijke voorziening of individuele
                    voorziening) wordt ingezet en waarbij voor onderdelen een pgb wordt
                    ingezet.</al><al/><al>Lid 2 gaat over de motivatie verplichting. De jeugdwet stelt dat, om in
                    aanmerking te komen voor een pgb, de aanvrager zich gemotiveerd op het standpunt
                    moet stellen dat het door de gemeente gecontracteerde aanbod niet passend is in
                    zijn situatie. Het kan hierbij gaan om de aard van de hulpvraag (de benodigde
                    ondersteuning is bijvoorbeeld vooraf niet goed in te</al><al>plannen of de ondersteuning moet op verschillende locaties worden geleverd), of
                    om levensbeschouwelijke, culturele of godsdienstige overwegingen. De aanvrager
                    heeft dus een motiveringsplicht. Wanneer de aanvrager dit heeft beargumenteerd,
                    kan deze voorwaarde geen grond zijn voor het college om een pgb te weigeren</al><al/><al>Lid 3 stelt dat de ouders en/of de jeugdige voldoende in staat moet zijn
                    zijn/haar belangen te behartigen. Wettelijk is bepaald dat een pgb alleen wordt
                    verstrekt, als de cliënt (bij jeugdigen tot 16 jaar gaat het om de ouders van de
                    cliënt) naar het oordeel van het college op eigen kracht “voldoende in staat is
                    te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met
                    hulp uit zijn sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of
                    gemachtigde, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden
                    taken op verantwoorde wijze uit te voeren”. Het gaat hierbij om twee delen:</al><lijst><li nr="•"><al>Kan hij/zij een juiste beoordeling maken van zijn belangen ten aanzien
                            van de zorgvraag?</al></li><li nr="•"><al>Kan hij/zij de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze
                            uitvoeren? Het gaat hierbij o.a. om kiezen van zorgverlener, het aangaan
                            van een contract en het aansturen van de zorgverlener. De cliënt mag
                            hierbij ondersteund worden door mensen uit zijn sociale netwerk, dan wel
                            door een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde.</al></li></lijst><al/><al>Het gaat niet om beheren van het budget, dat doet de SVB. Wat wel van belang is,
                    dat</al><al>een pgb-houder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning of jeugdhulp
                    inkoopt,</al><al>een werkgever is, met de werkgeversplichten die daarbij horen. Denk hierbij
                    onder meer</al><al>aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij
                    ziekte en</al><al>het hanteren van een redelijk opzegtermijn. De bekwaamheid voor het hebben van
                    een pgb wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van het
                    college is leidend. Als de gemeente van mening is dat de aanvrager niet bekwaam
                    is, dan kan het college het pgb weigeren. Tegen dit besluit staat bezwaar en
                    beroep open.</al><al/><al>Lid 4. In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet zijn kwaliteitseisen opgenomen, die worden
                    gesteld aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Het gaat
                    hierbij om o.a. verantwoorde hulp, het toepassen van de meldcode huiselijk
                    geweld en kindermishandeling, het in het bezit hebben van een verklaring omtrent
                    gedrag (VOG) en het gebruik van een hulpverleningsplan. Deze kwaliteitseisen
                    worden aan alle professionele jeugdhulpaanbieders gesteld.</al><al/><al>Artikel 3 Voorwaarden pgb sociaal netwerk</al><al>In de Jeugdwet is opgenomen dat de gemeente kan bepalen in welke gevallen en
                    onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt
                    verstrekt, de mogelijkheid heeft om ondersteuning/hulp van een persoon die deze
                    anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep levert. Het gaat hier
                    bijvoorbeeld om situaties waarin iemand zijn baan opzegt of minder gaat werken
                    om kinderen intensief te ondersteunen of waarin het veiliger/praktischer is dat
                    een naaste uit het gezin de zorg levert.</al><al>Als iemand vanuit het sociaal netwerk de ondersteuning gaat bieden, moet dat
                    gepaard gaan</al><al>met een wijziging in de bestaande situatie, omdat uit het gesprek/plan blijkt
                    dat</al><al>vanuit de bestaande situatie de inzet van het sociale netwerk ontoereikend is.
                    Er is</al><al>dus extra inzet nodig.</al><al/><al>De inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter, belang zorgvrager
                    centraal</al><al>Het uitgangspunt is dat het pgb voor niet-professionele zorgverleners beperkt
                    moet</al><al>blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere</al><al>ondersteuning leidt. Het belang van de cliënt staat hierbij centraal. Het gaat
                    om</al><al>argumenten zoals:</al><lijst><li nr="•"><al>zorgcontinuïteit: partner of ouder kan zorgen voor permanent toezicht.
                            Een professional kan dit niet;</al></li><li nr="•"><al>emotionele binding: ouder of andere familie/kennis heeft een emotionele
                            band, die bijdraagt aan de effectiviteit van de ondersteuning/hulp. Er
                            mag geen sprake zijn van hechtings- of contactproblemen;</al></li><li nr="•"><al>een praktische reden: partner of ouder kan taken flexibel combineren die
                            anders door meerdere professionals op verschillende tijdstippen/locaties
                            worden uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al>Ondersteuning/jeugdhulp moet passend, adequaat en veilig zijn</al><al>Als iemand vanuit het sociale netwerk de ondersteuning/jeugdhulp gaat bieden,
                    moet</al><al>diegene wel de juiste competenties en expertise hebben:</al><al>• bereidheid tot het volgen van trainingen/cursussen waar nodig;</al><al>• bereidheid tot samenwerken met professionals waar nodig, en</al><al>• de inzet mag niet leiden tot overbelasting. Tijdig aan de bel trekken indien
                    nodig.</al><al>Een periodiek gesprek tussen het jeugd- en gezinsteam en de budgethouder (1 keer
                    per jaar of met meer regelmaat) moet inzicht geven in de kwaliteit van de
                    geboden ondersteuning. </al><al/><al>Netwerk moet zich bewust zijn van de consequenties</al><al>De persoon die vanuit het netwerk ondersteuning/jeugdhulp biedt moet zich
                    bewust</al><al>zijn van de verantwoordelijkheid die hij, mogelijk langdurig, op zich neemt.
                    Vraag die</al><al>daarbij gesteld moet worden is, kan de degene die de hulp levert een keer
                    overslaan</al><al>als hij ziek is of op vakantie gaat, en hoe wordt de hulp dan geleverd?</al><al/><al>Geen pgb bij onvoldoende opvoedvaardigheden of dreigende overbelasting</al><al>Wanneer jeugdhulp/ondersteuning wordt ingezet in situaties waarin sprake is
                    van</al><al>onvoldoende opvoedvaardigheden of bij (dreigende) overbelasting, kan geen
                    pgb</al><al>worden ingezet voor het netwerk. Het is aan de professional om dit te
                    beoordelen.</al><al/><al>Bewaken van kwaliteit van jeugdhulp uit sociaal netwerk.</al><al>De pgb-houders is zelf verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit van de
                    jeugdhulp die hij in het eigen sociaal netwerk betrekt. Voor de jeugdhulp uit
                    het sociale netwerk worden niet in de wet en ook niet door de gemeente
                    specifieke kwaliteitseisen gesteld. Het jeugd- en gezinsteam doet een globale
                    toets bij de aanvraag van een pgb. Er is ook geen controle op kwaliteit zoals
                    dat geregeld is voor professionele jeugdhulpaanbieders. Dit maakt dat vooral de
                    pgb-houder zelf verantwoordelijk is voor het bewaken van de kwaliteit. </al><al/><al>Artikel 4 Kwaliteitseisen</al><al>In principe heeft de budgethouder zelf de regie over de ondersteuning of
                    jeugdhulp die hij met het pgb inkoopt. Daarmee heeft hij ook de
                    verantwoordelijkheid voor de kwaliteit. Tegelijkertijd is voor professionele
                    jeugdhulpaanbieders ook de Jeugdwet van toepassing.</al><al>In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet zijn kwaliteitseisen opgenomen, die worden
                    gesteld aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Het gaat
                    hierbij om o.a. verantwoorde hulp, het toepassen van de meldcode huiselijk
                    geweld en kindermishandeling, het in het bezit hebben van een verklaring omtrent
                    gedrag (VOG) en het gebruik van een hulpverleningsplan. Deze kwaliteitseisen
                    worden aan alle professionele jeugdhulpaanbieders gesteld, dus ook zij die op
                    basis van een pgb jeugdhulp verlenen.</al><al>Ook de jeugdhulpaanbieders die alleen met pgb’s worden gefinancierd,
                    bijvoorbeeld bepaalde zorgboerderijen, moeten aan deze kwaliteitseisen voldoen.
                    Naar verwachting kan dit voor alle eisen die zijn genoemd in de Jeugdwet. Ook
                    voor de norm van verantwoorde hulp. Dat kan omdat de norm van verantwoorde hulp
                    niet dwingend oplegt dat altijd een geregistreerde professional ingezet moet
                    worden. De memorie van toelichting op de Jeugdwet (paragraaf 6.5) stelt dat
                    professionals en het management van organisaties (jeugdhulpaanbieders) kunnen
                    bepalen wanneer wel en wanneer niet een geregistreerde professional moet worden
                    ingezet. De inspectie zal beoordelen of de norm van verantwoorde hulp juist
                    wordt geïnterpreteerd.</al><al/><al>Artikel 5 Bepalen hoogte pgb</al><al>In de Jeugdwet is opgenomen dat in de verordening moet worden bepaald op welke
                    wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld. Gemeenten
                    hebben zo de vrijheid om zelf de hoogte van het tarief voor het pgb te bepalen.
                    In de Verordening Jeugdhulp is aangegeven dat dit wordt uitgewerkt in de Nadere
                    regels. In dit artikel is deze uitwerking opgenomen. </al><al>In het eerste lid is aangegeven wat de regels zijn voor het vaststellen van het
                    pgb. Het tweede lid geeft aan hoe de hoogte van het pgb bepaald moet worden, als
                    geen tarief is opgenomen in de Nadere regels. Het derde lid geeft aan dat het
                    mogelijk is om tussen de toegekende budgeten te schuiven indien dit in het
                    gezinsplan is opgenomen. In sommige situaties moet het mogelijk zijn om het pgb
                    op verschillende momenten naar behoefte van de betrokkene in te zetten. </al><al/><al>Het pgb is alleen bedoeld voor de financiering van de jeugdhulp. Van het pgb
                    kunnen dan ook geen kosten worden betaald zoals administratiekosten,
                    bemiddelingskosten of een feestdagenuitkering. Ook wordt geen vrij besteedbaar
                    gedeelte opgenomen binnen het budget. </al><al/><al>Artikel 6 Tarief pgb</al><al>Dit artikel beschrijft de hoogte van het uurtarief per vorm van jeugdhulp. Dit
                    zijn onderstaande tarieven. Deze tarieven zijn gebaseerd op de huidige
                    pgb-tarieven binnen de AWBZ.</al><al>Ondersteuning/jeugdhulp Informeel </al><al>Individuele begeleiding € 20 per uur</al><al>Dagactiviteiten (begeleiding groep) € 28 per dagdeel</al><al>Dagactiviteiten met vervoer € 33 per dagdeel</al><al>Kortdurend verblijf € 67 per etmaal</al><al>Persoonlijke verzorging € 20 per uur</al><al/><al>Ondersteuning/jeugdhulp Professioneel (basis)</al><al>Individuele begeleiding € 34 per uur</al><al>Dagactiviteiten (begeleiding groep) € 42 per dagdeel</al><al>Dagactiviteiten met vervoer € 47 per dagdeel</al><al>Kortdurend verblijf € 101 per etmaal</al><al>Persoonlijke verzorging € 26 per uur</al><al>CvZ is college van zorgverzekeraars voor zorgverzekeringen, sinds april 2014
                    Zorginstituut Nederland</al><al/><al>Ondersteuning/jeugdhulp Professioneel (specialistisch)</al><al>Individuele begeleiding € 51 per uur</al><al>Dagactiviteiten (begeleiding groep) € 52 per dagdeel</al><al>Dagactiviteiten met vervoer € 57 per dagdeel</al><al>Persoonlijke verzorging € 37 per uur</al><al/><al>Artikel 7 Ernstige Enkelvoudige Dyslexie</al><al>De samenwerkende partners bij dyslexiezorg zijn gemeente, scholen en
                    zorgaanbieders. Scholen zijn verantwoordelijk voor de signalering en begeleiding
                    van kinderen met dyslexie. Gemeente is verantwoordelijk voor dyslexiezorg bij
                    Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED); dyslexie zonder bijkomende stoornissen die
                    belemmerend zijn voor de behandeling.</al><al>De nadere regels wordt Ernstige Enkelvoudige Dyslexie aangewezen als vrij
                    toegankelijke voorziening. Dit kan op grond van artikel 4 lid 2 van de
                    verordening, waarin staat dat het college individuele jeugdhulpvoorzieningen in
                    de nadere regels kan aanwijzen als vrij toegankelijk. </al><al>Door EED-zorg aan te wijzen als vrij toegankelijk kan deze zorg worden ingezet
                    op voordracht van de school, na afstemming in het ondersteuningsteam van de
                    school. Hiervoor is gekozen omdat bij EED in principe sprake is van enkelvoudige
                    problematiek, waarbij het inschakelen van het Jeugd- en Gezinsteam als een
                    onnodige extra schakel wordt gezien. Het is aan de gecontracteerde
                    EED-zorgaanbieder om aan de hand van het “Protocol Dyslexie Diagnostiek &amp;
                    Behandeling” te bepalen of aan de criteria voor EED-zorg die de gemeente heeft
                    gesteld wordt voldaan.</al><al>Indien sprake is van meervoudige problematiek en/of bijkomende
                    gezinsproblematiek, schakelt de zorgaanbieder – in overleg met de cliënt - het
                    betreffende Jeugd- en Gezinsteam in. Na beëindiging van de EED-zorg informeert
                    de zorgaanbieder – in overleg met de cliënt - het ondersteuningsteam van de
                    school.</al><al/><al>Artikel 8 Medezeggenschap</al><al>Artikel 21 lid 4 van de verordening noemt dat het college nadere regels stelt
                    over het betrekken van burgers bij het beleid. In dit artikel wordt daar
                    invulling aangegegven. </al><al>Elke gemeente heeft een inspraakverordening. Deze is ook van toepassing op de
                    jeugdhulp. Dit is al in de verordening Jeugdhulp geregeld. </al><al>De verordening Jeugdhulp stelt dat het college aanvullend daarop nadere regels
                    stelt over:</al><lijst><li nr="-"><al>participatie van cliënten en cliëntvertegenwoordigers bij beleidsvorming
                            en advies over beleidsvoorstellen. </al></li><li nr="-"><al>periodiek overleg met ingezetenen.</al></li></lijst><al>Artikel 1 regelt dat de Wmo-adviesraad ook over jeugdhulp zaken kan adviseren.
                    Voorheen was informatie en advies over opgroeien en opvoeden opgenomen in de
                    Wmo. Dat is nu niet meer het geval. Daarom wordt dit nu expliciet opgenomen in
                    de nadere regels. Er hoeven in deze nadere regels jeugdhulp geen afspraken
                    worden gemaakt over de werkwijze van de Wmo-adviesraad. Daarover bestaan al
                    afspraken. </al><al>Artikel 2 beschrijft dat het college minimaal eenmaal per jaar
                    klankbordbijeenkomsten organiseert. Deze bijeenkomsten worden in de krant en/of
                    website bekend gemaakt. Zodat alle belanghebbenden hieraan kunnen deelnemen. Dit
                    sluit overigens niet uit dat, het college ingezetenen die bekend zijn bij de
                    gemeente ook persoonlijk uitnodigt.</al><al>Aangezien op dit moment dergelijk overleg in regionaal verband plaats vindt,
                    kunnen deze bijeenkomsten samen met andere gemeenten worden georganiseerd.
                    Hiermee wordt het mogelijk voldoende gesprekspartners te vinden. Het artikel
                    legt dit echter niet dwingend op.</al><al/><al>Artikel 9 Citeertitel</al><al>Deze nadere regels wordt aangehaald als: Nadere regels jeugdhulp Noordwijk</al><al>2015.</al><al/><al>Artikel 10 Inwerkingtreding</al><al>Deze nadere regels treden in werking op 12 februari 2016.</al></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Noordwijk/i267842.pdf">collegevoorstel nadere regels jeugdhulp 2015 en beleid PGB[1].pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>