<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>394729_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke
                Delta</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-02-02</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-48089.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dStaatscourant%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160202%26epd%3d20160202%26jgp%3d2015%26nrp%3d48089%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Staatscourant 2015, 48089</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap
                Zuidwestelijke Delta</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art.
                51</dcterms:source><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2015-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van artikelen 7, 8, 16, 21, 22, 28, 33, 35, 36. </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>natuur en recreatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Rectificatie van deze regeling is gepubliceerd in de Staatscourant 2015, nr.
                    8022</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta
            (Staatscourant 2015, 48089) en gerectificeerd bij publicatie in Staatscourant 2015, nr.
            8022.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale staten en gedeputeerde staten van de provincies Zuid-Holland en
                        Zeeland, de raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en
                        wethouders van de gemeenten Nissewaard, Cromstrijen, Goeree-Overflakkee,
                        Hellevoetsluis en Schouwen-Duiveland. </al><al></al><al>Overwegende dat het wenselijk is te komen tot een heroriëntatie op de
                        maatschappelijke betekenis van de natuur- en recreatiegebieden en de rol en
                        taken van de overheden; </al><al></al><al>de deelnemende provincies en gemeenten afspraken hebben gemaakt omtrent het
                        beheer en de afstemming van de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en
                        recreatiegebieden</al><al>binnen het grondgebied van de deelnemende gemeenten; </al><al></al><al>de deelnemende gemeenten en de provincies de intentie hebben uitgesproken
                        deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling inhoudende de oprichting
                        van een openbaar lichaam voor het als Zuidwestelijke Delta aangeduide
                        grondgebied van de deelnemende</al><al>gemeenten onder gelijktijdige opheffing van de bestaande natuur- en
                        recreatieschappen De Grevelingen en Haringvliet; </al><al></al><al>het bestuur van het in te stellen natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke
                        Delta de bevoegdheid krijgt tot het nemen van strategische besluiten
                        betreffende het beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en
                        recreatiegebieden van bovengemeentelijke betekenis binnen het werkterrein
                        van de deelnemende gemeenten, alsmede de bevoegdheid</al><al>krijgt tot het per werkterrein van daartoe in te stellen commissies van
                        advies uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingstaken,
                        waaronder onderhoudstaken, vergunningverlenende, toezichthoudende en
                        handhavingstaken in de gebieden die door het deltaschap worden beheerd; </al><al></al><al>de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                        gemeenten,</al><al>alsmede provinciale staten en gedeputeerde staten van de deelnemende
                        provincies, zijn overeengekomen een gemeenschappelijke regeling te treffen
                        voor het vormen van het natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta.</al><al></al><al><vet>Gelet op </vet></al><al></al><al>de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Provinciewet en de
                        Algemene wet bestuursrecht </al><al></al><al><vet>BESLUITEN: </vet></al><al></al><al>de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke
                        regeling Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen en werkgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><al>regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al><al>deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente;</al><al>deelnemende provincie: een aan de regeling deelnemende provincie;</al><al>deltaschap: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2;</al><al>werkgebied: het grondgebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling
                            behorende en daartoe gewaarmerkte kaart;</al><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling</titel></kop><al>1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: natuur- en recreatieschap
                            Zuidwestelijke Delta.</al><al>2. Het deltaschap is rechtspersoon en is gevestigd in de gemeente
                            Goeree-Overflakkee.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>Het bestuur bestaat uit het algemeen bestuur het dagelijks bestuur en de
                            voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Doel en taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doel en taken</titel></kop><al>De regeling wordt getroffen ter behartiging van de bovengemeentelijke
                            belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde
                            natuur- en recreatiegebieden binnen het werkgebied van het deltaschap,
                            daaronder begrepen het behoud en de versterking van de recreatieve
                            watergebieden en vaarverbindingen, de landschappelijke kwaliteiten van
                            en de biodiversiteit binnen de gebieden, alsmede de bevordering van de
                            economische, recreatieve en toeristische aantrekkingskracht
                            daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1. Aan het bestuur van het deltaschap worden ter vervulling van het in
                            artikel 4 omschreven doel alle bevoegdheden van regeling en bestuur
                            toegekend binnen de grenzen van de wet.</al><al>2. Tot de taken van het bestuur van het deltaschap behoren onder
                            meer:</al><al>a. het vaststellen van algemene kwaliteitseisen voor het beheer van
                            watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, daaronder begrepen
                            algemene eisen aan de exploitatie, de instandhouding, het onderhoud en
                            de inrichting van de gebieden;</al><al>b. het vaststellen van een meerjaren investeringsprogramma ter zake van
                            de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden,
                            waaronder begrepen de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten
                            en provincies aan het programma;</al><al>c. het uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en
                            ontwikkelingsplannen;</al><al>d. beslissingen omtrent het verwerven of vervreemden door het deltaschap
                            van eigendom of van andere zakelijke dan wel persoonlijke rechten op
                            daarvoor in aanmerking komende binnen het werkgebied liggende of buiten
                            het werkgebied maar voor het werkgebied van belang zijnde gronden,
                            wateren en opstallen, voor zover dit voor de verwezenlijking van het in
                            artikel 4 omschreven doel noodzakelijk moet worden geacht;</al><al>e. beslissingen omtrent het door of vanwege het deltaschap onderhouden
                            of exploiteren van de totstandgebrachte of overgenomen werken en
                            inrichtingen, verworven eigendommen en goederen;</al><al>f. het verlenen van medewerking, onder meer door subsidiëring, bij de
                            uitvoering van werken of de verwerving van eigendommen in opdracht van
                            of door deelnemers of derden.</al><al>g. het vaststellen van verordeningen tot het heffen van belastingen
                            binnen de grenzen van artikel 54 van de wet, alsmede het vaststellen van
                            door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen ter
                            verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel.</al><al>3. Het in het tweede lid onder b. bedoelde investeringsprogramma behoeft
                            de instemming van elk van de raden van de deelnemende gemeenten en van
                            provinciale staten van de deelnemende provincies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente,
                            die door de raad van de gemeente uit zijn midden, de voorzitter
                            inbegrepen, en uit de wethouders worden aangewezen, alsmede uit één lid
                            per deelnemende provincie, die door provinciale staten van de provincie
                            uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de gedeputeerden
                            worden aangewezen.</al><al>2. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies wijzen voor ieder lid een plaatsvervanger aan die
                            het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt.</al><al>3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de
                            zittingperiode van de raad of provinciale staten afloopt of zodra men
                            ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad of provinciale staten uit
                            wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de
                            betreffende deelnemende gemeente of gedeputeerde van de betreffende
                            deelnemende provincie te zijn.</al><al>4. De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies wijzen in de eerste vergadering van de nieuwe
                            zittingsperiode het lid en plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur
                            aan, dan wel bij tussentijdse vervanging van een lid of plaatsvervangend
                            lid in de eerste vergadering nadat het lidmaatschap van het lid uit
                            eigen beweging, of van rechtswege, is beëindigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1. Aan het algemeen bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die aan
                            het bestuur van het deltaschap bij of krachtens deze regeling zijn
                            opgedragen, tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald. </al><al>2. Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoort het
                            jaarlijks vaststellen van een beheerplan watergerelateerde natuur- en
                            recreatiegebieden inhoudende de in het volgend begrotingsjaar te plannen
                            werkzaamheden.</al><al>3. Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden aan andere organen van het
                            bestuur van het deltaschap overdragen voor zover de wet of de aard van
                            de bevoegdheid zich daar niet tegen verzet. Niet gedelegeerd wordt de
                            bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen,van de begroting en
                            van de jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere
                            werkzaamheden een reglement van orde vast.</al><al>2. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en
                            voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of
                            het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde
                            van het aantal leden dit, zonder opgaaf van redenen, schriftelijk
                            verzoekt.</al><al>3. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op onder
                            gelijktijdige openbare kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de
                            vergadering. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met
                            uitzondering van de in artikel 10 bedoelde stukken worden gelijktijdig
                            met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
                            wijze ter inzage gelegd.</al><al>4. De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst
                            meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig
                            is.</al><al>5. Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter
                            onder verwijzing naar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een
                            tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                            oproeping is gelegen.</al><al>6. Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet
                            van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere
                            aangelegenheden dan die waarvoor de in het vierde lid niet geopende
                            vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens
                            de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                            leden tegenwoordig is.</al><al>7. Voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken zijn de
                            artikelen 22, 26, 28, 31 en 32 van de Provinciewet van overeenkomstige
                            toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het
                            algemeen bestuur.</al><al>8. Een lid van de deelnemende gemeente of provincie die in de
                            vergadering van het algemeen bestuur aan de stemming deelneemt, kan over
                            de stem beschikken van een lid van dezelfde deelnemende gemeente of
                            provincie die niet aan de stemming deelneemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Openbaarheid</titel></kop><al>1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al><al>2. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de
                            aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig
                            oordeelt.</al><al>3. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt
                            vergaderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Geheimhouding stukken</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de
                            belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
                            omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent
                            de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd,
                            geheimhouding opleggen.</al><al>2. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                            openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd
                            door het dagelijks bestuur en de voorzitter en door een commissie als
                            bedoeld in de artikelen 21 en 22, ieder ten aanzien van stukken die zij
                            aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur
                            overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.</al><al>3. De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur
                            opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging
                            niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die
                            blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting
                            hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het
                            aantal stemmen, is bezocht, is bekrachtigd.</al><al>4. De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur
                            opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen
                            totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien
                            het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen
                            bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het
                            algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die
                            blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting
                            nemende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het
                            aantal stemmen, is bezocht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Immuniteit</titel></kop><al>De leden van het bestuur van het deltaschap en andere personen die
                            deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of
                            aangesproken voor dan wel getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel
                            165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over
                            hetgeen zij in de vergadering van het bestuur hebben gezegd of aan deze
                            schriftelijk hebben overgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Stemming</titel></kop><al>1. Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan een stemming
                            over:</al><al>a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk
                            aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;</al><al>b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan
                            hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.</al><al>2. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
                            aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de
                            stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.</al><al>3. Het tweede lid is niet van toepassing:</al><al>a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een
                            benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten
                            aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat
                            lid niet geldig was.</al><al>b. in een vergadering als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, voor zover
                            het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge
                            artikel 8, vierde lid, niet geopende vergadering aan de orde was
                            gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Besluitvorming</titel></kop><al>1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem.</al><al>2. Voor zover in deze regeling niet anders is geregeld is voor het tot
                            stand komen van een besluit bij stemming de volstrekte meerderheid
                            vereist van het aantal uitgebrachte stemmen.</al><al>3. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een
                            stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld
                            stembriefje.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>1. De leden van het bestuur van het deltaschap en de leden van
                            commissies als bedoeld in de artikelen 21 en 22 kunnen een door het
                            algemeen bestuur vast te stellen tegemoetkoming voor hun werkzaamheden
                            ontvangen, alsmede een tegemoetkoming of vergoeding van bijzondere
                            kosten en andere financiële voorzieningen die verband houden met de
                            vervulling van het lidmaatschap van het bestuur of van de commissies van
                            het deltaschap.</al><al>2. Artikel 21 van de wet en artikel 96 van de Provinciewet zijn van
                            overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde
                            tegemoetkoming of vergoeding aan bestuursleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><al>1 Het bestuur van het deltaschap verstrekt aan de raden van de
                            deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende
                            provincies de door een of meer van hun leden gevraagde
                            inlichtingen.</al><al>2. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies stellen ieder regels vast omtrent: </al><al>a. de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de
                            door één of meer leden van provinciale staten van de deelnemende
                            provincies of raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken;</al><al>b. de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan
                            worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.</al><al>3. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het
                            algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van
                            de staten of de raad niet meer bezit.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de
                            voorzitter, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te
                            weten:</al><al>a. een lid van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd
                            door de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Nissewaard, Cromstrijen
                            en Hellevoetsluis;</al><al>b. het lid van het algemeen bestuur benoemd door de gemeente
                            Goeree-Overflakkee;</al><al>c. een lid van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd
                            door de provincie Zeeland en de gemeente Schouwen-Duiveland.</al><al>2. Het algemeen bestuur kan een plaatsvervanger per lid van het
                            dagelijks bestuur aanwijzen.</al><al>3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop
                            het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1. De dagelijkse leiding berust bij het dagelijks bestuur voor zover
                            niet bij of krachtens deze regeling de voorzitter hiermee is
                            belast.</al><al>2. Tot de taken van het dagelijks bestuur behoren onder meer:</al><al>a. het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het algemeen
                            bestuur ter beraadslaging en beslissing moet worden gebracht;</al><al>b. het uitvoeren of doen uitvoeren van besluiten van het algemeen
                            bestuur, tenzij de voorzitter hiermee is belast of de uitvoering is
                            gemandateerd aan andere personen;</al><al>c. het zorg dragen voor de bekendmaking van besluiten van het algemeen
                            bestuur;</al><al>d.het toezicht op het beheer en onderhoud van alle werken, inrichtingen
                            en eigendommen;</al><al>e. de dagelijkse zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de
                            boekhouding;</al><al>f. het nemen van alle conservatoire maatregelen, alvorens is besloten
                            tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte en het
                            doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en ander verlies van
                            recht en bezit;</al><al>g. het gedurig toezicht op al wat het deltaschap aangaat;</al><al>h. de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden.</al><al>3. Tot de in het tweede lid onder b. genoemde taken behoort de
                            bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang, indien de
                            last dient tot handhaving van regels welke het bestuur van het
                            deltaschap uitvoert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><al>1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                            afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor
                            het door hen gevoerde bestuur. Zij geven het algemeen bestuur mondeling
                            of schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen.</al><al>2. Het dagelijks bestuur verschaft de raden van de deelnemende gemeenten
                            en provinciale staten van de deelnemende provincies alle inlichtingen
                            die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Aanwijzing en vervanging</titel></kop><al>1. De voorzitter van het deltaschap wordt door en uit het algemeen
                            bestuur aangewezen.</al><al>2. Het algemeen bestuur wijst uit de andere leden een plaatsvervangend
                            voorzitter aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1. De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het
                            dagelijks bestuur.</al><al>2. De voorzitter vertegenwoordigt het deltaschap in en buiten
                            rechte.</al><al>3. Door de voorzitter worden alle stukken welke van het algemeen en het
                            dagelijks bestuur uitgaan, ondertekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Commissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Commissies van advies</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen en regelt
                            hun bevoegdheden en samenstelling.</al><al>2. Het algemeen bestuur stelt ten minste een tweetal commissies van
                            advies in ter advisering omtrent aangelegenheden binnen de op de bij
                            deze regeling behorende gewaarmerkte kaart als A en B aangegeven
                            gebieden van onderscheidenlijk:</al><al>a. de gemeenten Nissewaard, Cromstrijen, Hellevoetsluis en
                            Goeree-Overflakkee;</al><al>b. de gemeenten Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland.</al><al>3. De in het tweede lid onder a. en b. genoemde commissies van advies
                            geven in elk geval advies omtrent het vaststellen van beheer- en
                            ontwikkelingsplannen en de uitvoering daarvan in het onderscheidenlijke
                            werkgebied van de commissie.</al><al>4. Vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                            voorzitter en de regeling van hun bevoegdheden en samenstelling
                            geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks
                            bestuur onderscheidenlijk de voorzitter.</al><al>5. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de
                            voorzitter, worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de
                            voorzitter ingesteld.</al><al>6. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de
                            commissies van advies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bestuurscommissies</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de
                            behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de
                            bevoegdheden en de samenstelling. De artikelen 136 tot en met 140 van de
                            Provinciewet en artikel 11 van deze regeling zijn van overeenkomstige
                            toepassing.</al><al>2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een
                            commissie als bedoeld in het eerst lid dan nadat de raden van elk van de
                            deelnemende gemeenten en provinciale staten van dit voornemen op de
                            hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.</al><al>3. Het algemeen bestuur kan aan een commissie als bedoeld in het eerste
                            lid bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                            overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het
                            algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid
                            tot:</al><al>a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening;</al><al>b. het heffen van rechten;</al><al>c. het vaststellen van verordeningen.</al><al>4. Bevoegdheden van het dagelijks bestuur kunnen niet dan op voorstel
                            van het dagelijks bestuur worden overgedragen.</al><al>5. Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid regelt
                            het algemeen bestuur tevens voor zover zulks in verband met aard en
                            omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is:</al><al>a. de werkwijze van de commissie;</al><al>b. de openbaarheid van vergaderingen;</al><al>c. de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten
                            van de commissie;</al><al>d. het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur
                            op de uitoefening van de bevoegdheden van de commissie;</al><al>e. de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het
                            algemeen bestuur en het dagelijks bestuur;</al><al>f. de verantwoording aan het algemeen bestuur.</al><al>6. Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden
                            van het algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 9 van
                            overeenkomstige toepassing met inachtneming van door het algemeen
                            bestuur vastgestelde nadere regels.</al><al>7. Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een
                            verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft
                            gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen
                            bestuur haar opheft.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Secretaris en ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag
                            van de secretaris en kan instructies voor hem vaststellen.</al><al>2. De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op de
                            door het algemeen bestuur te bepalen wijze.</al><al>3. Door de secretaris worden alle stukken welke van het algemeen en het
                            dagelijks bestuur uitgaan, meeondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                            voorzitter en de commissies behulpzaam in alles wat de hen opgedragen
                            taken aangaat. Hij woont de vergaderingen van het algemeen en dagelijks
                            bestuur bij, alsmede de vergaderingen van de commissies.</al><al>2. De secretaris geeft namens het algemeen bestuur en gehoord de in
                            artikel 21, tweede lid onder a. of b. genoemde commissie van advies,
                            opdracht ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden binnen het werkgebied
                            van de commissie van advies. </al><al>3. De secretaris is bevoegd de in het tweede lid genoemde taken onder te
                            mandateren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt
                            verleend aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter
                            en de commissies als bedoeld in de artikelen 21 en 22, alsmede aan de
                            leden van de onderscheidenlijke organen en commissies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Verordeningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vaststelling en bekendmaking van verordeningen</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur is bevoegd ten behoeve van de uitoefening van de
                            taak van het bestuur van het deltaschap verordeningen vast te
                            stellen.</al><al>2. Het besluit tot vaststelling van een verordening door strafbepaling
                            of bestuursdwang te handhaven behoeft ten minste een twee derde
                            meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.</al><al>3. Voordat een verordening wordt vastgesteld, zendt het dagelijks
                            bestuur het ontwerp daarvan aan gedeputeerde staten van de deelnemende
                            provincies en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de
                            deelnemende gemeenten. Het besluit tot vaststelling van de verordening
                            wordt niet genomen binnen zes weken na de datum van verzending van het
                            ontwerp.</al><al>4. De verordeningen van het deltaschap worden bekendgemaakt in het
                            provinciaal blad van elk van de deelnemende provincies, alsmede in elk
                            van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijk wijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Onderlinge verhouding van verordeningen</titel></kop><al>1. Voor zover een verordening van het deltaschap voorziet in hetzelfde
                            onderwerp als een verordening van een deelnemende provincie of een
                            deelnemende gemeente, regelt eerstgenoemde verordening de onderlinge
                            verhouding. De verordening van het deltaschap kan bepalen, dat de
                            verordening van de provincie of gemeente voor het hele werkgebied dan
                            wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te
                            gelden.</al><al>2. Voor zover een verordening van een deelnemende provincie of van een
                            deelnemende gemeente in hetzelfde onderwerp voorziet als een eerder in
                            werking getreden verordening van het deltaschap, geldt eerstbedoelde
                            verordening niet voor het binnen het werkgebied gelegen deel van de
                            provincie of gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Begroting</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande
                            aan dat waarvoor zij dient.</al><al>2. In de begroting wordt de bijdrage van elke deelnemende gemeente en
                            elk van de deelnemende provincies vastgelegd.</al><al>3. Voor de vaststelling van de begroting is een drie vierde meerderheid
                            vereist van het aantal uitgebrachte stemmen, waaronder in ieder geval de
                            stemmen van de provincies.</al><al>4. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de
                            vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar
                            voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Ontwerp van de begroting</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat
                            zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de
                            deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende
                            provincies.</al><al>2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten
                            en provincies voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de
                            kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt
                            openbaar kennis gegeven.</al><al>3. De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder
                            dan twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid
                            bedoeld. </al><al>4. De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de
                            deelnemende provincies kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze
                            over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt
                            de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting,
                            zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. </al><al>5. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de
                            begroting aan de raden der deelnemende gemeenten en provinciale staten
                            van de deelnemende provincies, die ter zake bij de Minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren
                            kunnen brengen.</al><al>6. Het bepaalde in het eerste, vierde en vijfde lid is mede van
                            toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende
                            op het jaar waarop deze betrekking heeft. </al><al>2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de
                            vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op
                            het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de
                            deelnemende gemeenten en provinciale staten van de deelnemende
                            provincies, alsmede aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                            financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de
                            inrichting van de financiële organisatie vast.</al><al>2. Bij de verordening als bedoeld in eerste lid worden tevens regels
                            gesteld voor de controle op het financiële beheer en de financiële
                            organisatie.</al><al>3. De artikelen 216 tot en met 219 van de Provinciewet zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Financële bijdragen</titel></kop><al>De deelnemende gemeenten en de deelnemende provincies betalen uiterlijk
                            15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november, een voorschot van 25
                            procent volgens de in de begroting voor het lopende kalenderjaar
                            opgenomen voor hen geldende financiële bijdragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Garantstelling</titel></kop><al>1. De deelnemende gemeenten en de deelnemende provincies zullen er
                            steeds zorg voor dragen dat het deltaschap te allen tijde over voldoende
                            middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te
                            voldoen.</al><al>2. Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo van een
                            vastgestelde jaarrekening komt deze ten laste van de provincies en de
                            deelnemende gemeenten volgens de volgende verdeelsleutel:</al><al>a. In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling
                            behorende gewaarmerkte kaart als A (Haringvliet) is aangeduid, wordt de
                            bijdrage van de provincie Zuid-Holland bepaald op 20,0 % van het nadelig
                            exploitatiesaldo. De gezamenlijke bijdrage van de gemeenten Nissewaard
                            en Hellevoetsluis bedraagt 45,0 % en van de gemeenten Cromstrijen en
                            Goeree-Overflakkee 35,0 % van het nadelig exploitatiesaldo. De bijdragen
                            van de gemeenten zijn onderling te verdelen naar rato van het inwonertal
                            op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar, met dien
                            verstande dat ten aanzien van de gemeente Nissewaard wordt uitgegaan van
                            het inwonertal op het grondgebied van de voormalige gemeente Bernisse. </al><al>b. In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling
                            behorende gewaarmerkte kaart als B (De Grevelingen) is aangeduid, worden
                            de bijdragen van de provincies Zuid-Holland en Zeeland bepaald op 62,5 %
                            respectievelijk 25 % van het nadelig exploitatiesaldo. De gezamenlijke
                            bijdrage van de gemeenten Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland
                            bedraagt 12,5 % van het exploitatiesaldo, te verdelen naar rato van hun
                            inwonertal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar.</al><al>c. Indien het algemeen bestuur bij begroting besluit dat een deel van
                            het nadelig exploitatiesaldo niet ten laste van één van de te
                            onderscheiden deelgebieden wordt gebracht, bepaalt zij tevens de daarbij
                            behorende verdeelsleutel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel>Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Wijziging van de regeling</titel></kop><al>1. De betrokken bestuursorganen van de deelnemers, alsmede het algemeen
                            bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging
                            van de regeling. </al><al>2. De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de betrokken
                            bestuursorganen van de deelnemers.</al><al>3. De wijziging van de regeling wordt op de gebruikelijke wijze
                            bekendgemaakt.</al><al>4. De wijziging van de regeling bepaalt wanneer deze in werking
                            treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Toetreding</titel></kop><al>1. Een openbaar lichaam dat of een rechtspersoon die wil toetreden dient
                            hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur van het
                            deltaschap.</al><al>2. Het dagelijks bestuur brengt het verzoek ter kennis van het algemeen
                            bestuur en geeft daarbij een advies over de toetreding. </al><al>3. Toetreding kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de
                            betrokken bestuursorganen van alle deelnemers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Uittreding</titel></kop><al>1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur
                            van de daartoe strekkende besluiten van de raad van de deelnemende
                            gemeente, van provinciale staten van de deelnemende provincies, of van
                            een rechtspersoon. </al><al>2. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het
                            jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding in
                            kennis is gesteld.</al><al>3. Aan de uittreding kunnen voorwaarden, waaronder financiële, worden
                            verbonden.</al><al>4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van uittreding en besluit
                            omtrent de voorwaarden genoemd in het derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Opheffing</titel></kop><al>1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van
                            de betrokken bestuursorganen van alle deelnemers.</al><al>2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing, waaronder
                            de vereffening van het vermogen.</al><al>3. Bij ontbinding van het deltaschap in verband met opheffing van de
                            regeling blijft het deltaschap voortbestaan voor zover dat voor de
                            vereffening van het vermogen noodzakelijk is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Treffen gemeenschappelijke regeling</titel></kop><al>1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen, ieder voor
                            zover zij voor het deltaschap bevoegd zijn en met inachtneming van het
                            bepaalde in de hoofdstukken VIII en IX van de wet, een
                            gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer
                            bepaalde belangen van het deltaschap.</al><al>2. Het dagelijks bestuur gaat niet over tot het treffen van een
                            gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van het
                            algemeen bestuur.</al><al>3. Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt mede
                            verstaan het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een
                            gemeenschappelijke regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Archief</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur van het deltaschap draagt zorg voor het in
                            goede, geordende en toegankelijke staat onderbrengen en bewaren van de
                            archiefbescheiden, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van
                            daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.</al><al>2. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de
                            archiefbescheiden.</al><al>3. Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te
                            brengen archiefbescheiden wordt door het dagelijks bestuur gebruik
                            gemaakt van de archiefbewaarplaats van de gemeente
                            Goeree-Overflakkee.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
                            maand volgend op die, waarop door alle in de aanhef genoemde
                            bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en de provincie is besloten
                            tot het treffen daarvan, maar niet eerder dan op 1 mei 2014.</al><al>2. Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland zenden de regeling
                            aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling natuur- en
                            recreatieschap Zuidwestelijke Delta.</al><al>Deze regeling zal met toelichting in het provinciaal blad van de
                            deelnemende provincies en in het publicatieblad van de deelnemende
                            gemeenten worden geplaatst.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel>Haringvliet en bijlage B De Grevelingen</titel></kop><al><extref doc="http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/12525/kaartaenbbehorendebijdegemeenschappelijkeregelingzuidwestelijkedelta.pdf">http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/12525/kaartaenbbehorendebijdegemeenschappelijkeregelingzuidwestelijkedelta.pdf</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr></nr><titel></titel></kop><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De meeste recreatiegebieden in Zuid-Holland zijn vanaf de vijftiger jaren door
                    de overheden ingericht om te voorzien in de behoefte aan recreatiemogelijkheden,
                    die ontstond als gevolg van de toename van vrije tijd. De provincies
                    Zuid-Holland en Zeeland en 39 gemeenten participeren in wisselende samenstelling
                    in elf natuur- en recreatieschappen en het Koepelschap Buitenstedelijk Groen
                    voor het beheer van de recreatiegebieden. De schappen Haringvliet en De
                    Grevelingen liggen beide in het noordelijk gedeelte van de Zuidwestelijke Delta
                    binnen de provincie Zuid-Holland en deels binnen de provincie Zeeland. Het
                    recreatieve karakter in de Haringvliet en Grevelingen is verschillend in omvang
                    en kwaliteit. In de Grevelingen is er met name rond de Brouwersdam een
                    concentratie aan recreatieve voorzieningen, terwijl rond het Haringvliet sprake
                    is van minder intensieve en soms gedateerde voorzieningen. De maatschappelijke
                    waarde van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden is echter van groot
                    belang. De watergerelateerde recreatiegebieden dicht bij de steden dragen bij
                    aan de leefkwaliteit voor de inwoners, gezondheid en biodiversiteit, maar hebben
                    ook een belangrijke economische betekenis zoals voor het toerisme en als
                    gunstige vestigingsvoorwaarde voor bedrijven. Gebleken is dat de
                    sturingsmogelijkheden voor de schapsbestuurders beperkt zijn en dat de
                    besluitvormingsprocessen veel tijd in beslag nemen. Daardoor is ook het vermogen
                    beperkt om het beheer van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden aan
                    de nieuwe maatschappelijke omstandigheden aan te passen. Tijdens de bestuurlijke
                    dialogen tussen de provincies en de gemeenten die betrokken zijn bij de natuur-
                    en recreatieschappen, bleek dat er draagvlak is voor een bestuurlijke opschaling
                    door middel van samenvoeging van de schappen. Deze opschaling past in de
                    ontwikkeling van de regio in relatie tot de omliggende regio's en het versterken
                    van de aantrekkingskracht van de regio voor de recreant en toerist. De
                    voorliggende gemeenschappelijke regeling strekt tot de oprichting van een nieuw
                    openbaar lichaam: het natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta. Met de
                    oprichting van het deltaschap dat het gehele werkgebied van de gelijktijdig op
                    te heffen natuur- en recreatieschappen Haringvliet en De Grevelingen omvat,
                    wordt het vermogen vergroot om het beheer en de recreatief-toeristische
                    ontwikkeling van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden aan de nieuwe
                    maatschappelijke omstandigheden aan te passen. Daarbij kan gedacht worden aan
                    meer variatie, flexibiliteit, eigen identiteit, bescherming van natuurwaarden en
                    landschap en een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen die aansluiten bij de
                    maatschappelijke vraag. Het algemeen bestuur van het natuur- en recreatieschap
                    Zuidwestelijke Delta kan middels strategische beslissingen zorg dragen voor deze
                    aanpassingen aan de nieuwe maatschappelijke omstandigheden, terwijl lokale
                    zeggenschap en samenwerking wordt gegarandeerd door per subgebied een
                    adviescommissie in te stellen waarin de waterschappen en andere
                    terreinbeheerders ook een plaats kunnen krijgen.</al><al></al><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De gemeenschappelijke regeling is gegrond op artikel 51 van de Wet
                    gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Artikel 51 maakt het mogelijk dat de
                    bestuursorganen van gemeenten, afzonderlijk of tezamen, met de bestuursorganen
                    van een provincie, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente onderscheidenlijk
                    provincie bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging
                    van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten of de provincies. In
                    Hoofdstuk IV van de Wgr zijn de bepalingen terug te vinden die regelingen tussen
                    de gemeenten en de provincies regelen. Hoofdstuk IV van de wet verwijst
                    meermaals naar overeenkomstige toepassing van artikelen van de Provinciewet.
                    Ingevolge artikel 136 Wgr gaat het daarbij om de Provinciewet zoals die luidde
                    op 11 maart 2003, zijnde de Provinciewet zoals die gold direct voorafgaand aan
                    de inwerkingtreding van de Wet dualisering provinciebestuur. Omwille van de
                    duidelijkheid en de kenbaarheid van de regels is getracht zoveel als mogelijk de
                    regels waarnaar de Wgr verwijst in deze regeling op te nemen. Waar de regeling
                    desalniettemin nog verwijst naar overeenkomstige toepassing van artikelen van de
                    Provinciewet wordt gedoeld op de Provinciewet zoals die thans luidt.</al><al></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Dit artikel bevat de omschrijving van enkele begrippen, zoals die in de
                    gemeenschappelijke regeling worden gehanteerd. Van belang is dat onder
                    deelnemers worden verstaan de aan de regeling deelnemende gemeenten en
                    provincies. Indien de bij de regeling betrokken bestuursorganen van de
                    deelnemers worden bedoeld dan wordt in de regeling gesproken van betrokken
                    bestuursorganen van de deelnemers. Bij de inwerkingtreding van de regeling is
                    voorzien in deelname van de gemeenten Bernisse, Cromstrijen, Goeree-Overflakkee,
                    Hellevoetsluis en Schouwen-Duiveland, alsmede van de</al><al>de provincies Zeeland en Zuid-Holland. Per 1 januari 2015 zijn de deelnemende
                    gemeente Bernisse en de gemeente Spijkenisse gefuseerd tot één gemeente
                    Nissewaard.</al><al></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel regelt de daadwerkelijke instelling van het openbaar lichaam,
                    genaamd natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta. Het openbaar lichaam is
                    rechtspersoon ingevolge het bepaalde bij artikel 52 juncto artikel 8, eerste
                    lid, Wgr. Dat betekent dat het openbaar lichaam privaatrechtelijke handelingen
                    kan verrichten op eigen titel. In de gemeenschappelijke regeling zijn geen
                    beperkingen opgenomen ten aanzien van het aangaan van privaatrechtelijke
                    handelingen.</al><al></al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Het deltaschap kent drie bestuursorganen, te weten het algemeen bestuur, het
                    dagelijks bestuur en de voorzitter. Het algemeen bestuur is het hoogste
                    orgaan.</al><al></al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Een gemeenschappelijke regeling wordt getroffen ter behartiging van bepaalde
                    belangen van </al><al>de deelnemende bestuursorganen van de gemeenten en de provincies. Deze regeling
                    is getroffen ter behartigen van de bovengemeentelijke belangen als in dit
                    artikel omschreven inzake het beheer en de ontwikkeling van watergerelateerde
                    natuur- en recreatiegebieden. Wat betreft de bovengemeentelijke belangen kan
                    naast de belangen als in het artikel omschreven ook worden gedacht aan het
                    nastreven van een goede economische structuur en een goed vestigingsklimaat dat
                    met het beheer en ontwikkeling van de watergerelateerde natuur- en
                    recreatiegebieden is gediend.</al><al>Het gaat om beheer en ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en
                    recreatiegebieden van meer dan bovengemeentelijke betekenis binnen de algemene
                    ruimtelijke kaders zoals door de gemeenten en de provincies zijn vastgesteld.
                    Met beheer wordt gedoeld op zaken als bestuur en toezicht over de
                    watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden, alsmede de exploitatie en het
                    onderhoud van die gebieden. De watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden
                    betreffen meestal buiten de bebouwde kom gelegen natuur- en recreatiegebieden
                    rond of tussen wateren. Het kan oevers, slikken en gorzen van wateren betreffen
                    alsmede de verbindingen tussen wateren, havens en andere watergerelateerde</al><al>bestemmingen van gebieden. De regeling ziet niet toe op zaken als waterkwaliteit
                    en waterveiligheid of lokale belangen met betrekking tot het beheer en de
                    ontwikkeling van kleinere lokale natuur- of recreatieterreinen rond wateren
                    binnen de gemeenten.</al><al></al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De aan het bestuur van het deltaschap bij deze regeling toegekende bevoegdheden
                    betreffen nadrukkelijk slechts de bevoegdheden van regeling en bestuur aangaande
                    de bovengemeentelijke belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van
                    watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden van bovengemeentelijke betekenis.
                    De bevoegdheden vinden voorts hun beperking in artikel 54 Wgr voor wat betreft
                    de bevoegdheid tot het heffen van andere belastingen dan aldaar genoemd.</al><al>De in het tweede lid omschreven taken ter vervulling van het doel van de
                    regeling zijn te onderscheiden in taken op het gebied van het beheer van de
                    gebieden, op het gebied van de ontwikkeling van watergerelateerde natuur- en
                    recreatiegebieden, alsmede in taken betreffende de privaatrechtelijke
                    handelingen van het deltaschap. Wat betreft het beheer dient het bestuur van het
                    deltaschap in ieder geval algemene kwaliteitseisen vast te stellen waaraan dat
                    beheer moet voldoen. Wat betreft het ontwikkelen van watergerelateerde natuur-
                    en recreatiegebieden dient het bestuur een</al><al>investeringsprogramma vast te stellen, dat geldt voor meerdere jaren en waarin
                    de financiële verplichtingen voor elke deelnemende gemeente en de provincies
                    zijn omschreven. Daarbij is het uiteraard goed mogelijk dat ook derden aan de
                    financiering van het investeringsprogramma een bijdrage leveren. Aangezien dit
                    meerjaren investeringsprogramma en met name de daarin opgenomen financiële
                    bijdragen van groot belang zijn voor de begrotingen van de deelnemende gemeenten
                    en provincies, wordt dit programma ingevolge het derde lid eerst van kracht na
                    instemming daarvan van elk van de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede de
                    instemming van elk van de provinciale staten van de provincies. De in het tweede
                    lid genoemde taken zijn geen limitatieve opsomming van de taken van het bestuur
                    van het deltaschap. Uiteraard kunnen daarvan ook andere taken deel uitmaken,
                    zoals het adviseren van de deelnemers omtrent bestemmingsplannen die het belang
                    van de door het deltaschap beheerde watergerelateerde natuur- en
                    recreatiegebieden raken, alsmede het zo nodig en gewenst meewerken aan de
                    uitvoering van die</al><al>bestemmingsplannen.</al><al></al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente en één lid te
                    benoemen per deelnemende provincie. Derhalve bestaat het algemeen bestuur van
                    het deltaschap bij de inwerkingtreding van deze regeling uit 7 leden. Artikel 52
                    juncto artikel 20 Wgr, bepaalt dat een lid van het algemeen bestuur niet
                    werkzaam mag zijn in bepaalde beroepen of ambten, zoals advocaat, gemachtigde of
                    adviseur ten behoeve van het bestuur in geschillen of ten behoeve van de
                    wederpartij van het deltaschap. Ook kent het enkele verboden handelingen voor de
                    leden van het bestuur, zoals het rechtstreeks of middellijk aangaan van bepaalde
                    overeenkomsten betreffende het deltaschap.</al><al></al><al></al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Het algemeen bestuur van het deltaschap bezit als hoogste orgaan alle
                    bevoegdheden voor zover deze niet bij wet of bij of krachtens de regeling aan
                    andere organen zijn opgedragen.</al><al>Dat wil zeggen dat alle taken ter vervulling van het doel van de regeling,
                    waaronder de taken als genoemd in artikel 5, tweede lid, in beginsel behoren tot
                    de taken van het algemeen bestuur, tenzij in de regeling of bij wet anders is
                    bepaald. Ingevolge artikel 57 Wgr berusten alle overgedragen bevoegdheden bij
                    het algemeen bestuur, tenzij in de regeling of in de Wgr anders is bepaald, dan
                    wel de bevoegdheid aan een ander bestuursorgaan van het deltaschap is
                    overgedragen. Artikel 57b Wgr bevat voorts een aantal bevoegdheden die in ieder
                    geval berusten bij het dagelijks bestuur en niet toebehoren aan het algemeen
                    bestuur. Daarenboven noemt het tweede lid nog uitdrukkelijk de bevoegdheid tot
                    het jaarlijks vaststellen van een beheerplan met daarin de in het volgend
                    begrotingsjaar te plannen werkzaamheden inzake het beheer van de
                    watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden. Op deze wijze kan bij het
                    vaststellen van de begroting rekening worden gehouden met de kosten van het
                    beheer van de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden in dat jaar. </al><al>Het algemeen bestuur kan ingevolge het derde lid zijn taken in beginsel
                    overdragen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter. Aangezien de Algemene wet
                    bestuursrecht voor de delegatie van bevoegdheden een wettelijke basis vereist,
                    is hierin in het derde lid voorzien. Voorts bevat sinds 1 januari 2015 de Wgr
                    (staatsblad 2014, 306) ingevolge artikel 57a, eerste lid, een wettelijke basis
                    voor het overdragen van bevoegdheden van het algemeen bestuur. </al><al></al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Artikel 8 regelt zoveel mogelijk de werkwijze rond de vergaderingen van het
                    algemeen bestuur. De regels vloeien voort uit de relevante bepalingen van de
                    Wgr. De regels uit de Wgr en de regels uit de Provinciewet, die de Wgr van
                    overeenkomstige toepassing verklaard, zijn voor de kenbaarheid zoveel mogelijk
                    overgenomen. Voor zover regels op het houden en de orde van de vergaderingen van
                    het algemeen bestuur niet in dit artikel zijn overgenomen, verwijst het zevende
                    lid naar de overeenkomstige bepalingen uit de Provinciewet.</al><al></al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De regels omtrent openbaarheid van de vergaderingen zijn gelijk aan de regels
                    als neergelegd in artikel 52 juncto artikel 22, derde tot en met vijfde lid,
                    Wgr. Voor de kenbaarheid zijn de regels in dit artikel overgenomen.</al><al></al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De regels omtrent de geheimhouding van stukken vloeien voort uit de bepalingen
                    van artikel 52 juncto artikel 23 Wgr. Voor de kenbaarheid zijn de regels op deze
                    plaats in de regeling overgenomen.</al><al></al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De regels omtrent immuniteit van de leden van het bestuur van het deltaschap
                    zijn geregeld in artikel 52 juncto artikel 22, eerste lid, Wgr, juncto artikel
                    22 van de Provinciewet. Artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering bepaalt dat een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen,
                    verplicht is getuigenis af te leggen.</al><al></al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>De regels omtrent het verloop van een stemming vloeien voort uit de regels zoals
                    die in de artikelen 28 en 29 van de Provinciewet zijn neergelegd en die
                    ingevolge artikel 52 juncto artikel 22, eerste lid, Wgr van overeenkomstige
                    toepassing zijn verklaard. Een benoeming gaat iemand volgens artikel 28, derde
                    lid, van de Provinciewet persoonlijk aan, wanneer diegene behoort tot de
                    personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.
                    Voorts kan nog worden opgemerkt dat ingevolge het van overeenkomstige toepassing
                    verklaarde artikel 28, tweede lid, van de Provinciewet is bepaald dat bij een
                    schriftelijke stemming onder het deelnemen aan een stemming wordt verstaan het
                    inleveren van een stembriefje.</al><al></al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Derhalve kunnen in een
                    vergadering van het algemeen bestuur maximaal zeven stemmen worden uitgebracht
                    bij een stemming. Daarbij geldt voor het tot stand komen van een besluit een
                    volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Dat wil zeggen dat in het
                    geval zeven geldige stemmen zijn uitgebracht, een besluit tot stand is gekomen
                    indien vier stemmen voor de totstandkoming van dat besluit zijn
                    uitgebracht.</al><al></al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Het algemeen bestuur kan regels stellen over de vergoedingen aan de leden van
                    het bestuur en aan de door het algemeen bestuur benoemde leden van advies- en
                    bestuurscommissies. Voor wat betreft de vergoeding en tegemoetkoming aan een
                    bestuurslid bepaalt artikel 52 juncto artikel 21 Wgr dat deze in redelijke
                    verhouding dient te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden,
                    mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het
                    bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het aan de regeling
                    deelnemende bestuursorgaan. Artikel 96 van de Provinciewet bepaalt voorts dat
                    naast hetgeen de bestuursleden krachtens het eerste lid is toegekend, zij geen
                    andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van het deltaschap mogen
                    ontvangen. Voordelen ten laste van het deltaschap, anders dan in de vorm van
                    vergoedingen en </al><al>tegemoetkomingen, genieten de bestuursleden slechts voor zover het algemeen
                    bestuur dit bij een door de Minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties goedgekeurde verordening bepalen.</al><al></al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Artikel 52 juncto de artikelen 16 en 17 Wgr bepaalt dat de regeling bepalingen
                    inhoudt omtrent de wijze waarop het bestuur van een openbaar lichaam of een lid
                    van het algemeen bestuur van dat lichaam inlichtingen dient te verstrekken aan
                    de raden of provinciale staten. Evenzo dient de regeling bepalingen te bevatten
                    omtrent de wijze waarop de leden verantwoording dienen af te leggen aan de raden
                    of staten waardoor zij zijn benoemd. Hiertoe dienen het eerste en tweede lid van
                    artikel 15 van de regeling. Het derde lid geeft de raden of de staten de
                    bevoegdheid door hen benoemde leden van het algemeen bestuur te ontslaan indien
                    deze het vertrouwen van de raad of staten niet meer bezitten.</al><al></al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Dit artikel regelt de samenstelling van het dagelijks bestuur. Tot de door het
                    algemeen bestuur aan te wijzen leden behoort tevens de door het algemeen bestuur
                    uit haar midden aangewezen voorzitter van het deltaschap. Naast de voorzitter
                    bestaat het dagelijks bestuur dus nog uit twee leden, aangewezen op de wijze als
                    in het artikel geregeld.</al><al></al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Het dagelijks bestuur geeft dagelijkse leiding aan het deltaschap en bereidt
                    alle zaken voor die in het algemeen bestuur worden besproken en waarover het
                    algemeen bestuur dient te beslissen. Tot het geven van dagelijkse leiding
                    behoren in ieder geval de in het tweede lid genoemde taken. Daaronder behoort
                    het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter
                    hiermee is belast dan wel het algemeen bestuur bepaalde uitvoeringstaken heeft
                    gemandateerd aan andere personen.</al><al>Te denken valt hierbij aan het door het algemeen bestuur mandateren van
                    uitvoerende taken aan de secretaris, zoals het geven van opdrachten namens het
                    algemeen bestuur inzake werkzaamheden rond het beheer van watergerelateerde
                    natuur- en recreatiegebieden, zoals geregeld in artikel 24, tweede lid, van deze
                    regeling. Voor zover het de handhaving van regels, bijvoorbeeld verordeningen,
                    van het algemeen bestuur betreft is het dagelijks bestuur bevoegd tot het
                    opleggen van een last onder bestuursdwang. Onder een last onder bestuursdwang
                    wordt verstaan de herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk
                    herstel van een overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last
                    door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet
                    tijdig wordt uitgevoerd. Artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht vereist
                    een wettelijke grondslag voor de bevoegdheid tot het opleggen van een
                    bestuurlijke sanctie. Daarin voorziet het derde lid van artikel 17.</al><al></al><al><vet> Artikel 18</vet></al><al>Dit artikel regelt de inlichtingen- en verantwoordingsplicht voor het dagelijks
                    bestuur en leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en aan de
                    raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten. Dit artikel vindt zijn
                    grondslag in artikel 52 juncto artikel 16, tweede lid, Wgr.</al><al></al><al><vet>Artikelen 19 en 20</vet></al><al>Deze artikelen regelen de aanwijzing van de voorzitter van het deltaschap en de
                    taken van de voorzitter. De voorzitter van het deltaschap is tevens voorzitter
                    en lid van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. De functies van
                    bestuurlijk secretaris en penningmeester zijn wettelijk niet verplicht en voegen
                    niets meer toe. Dergelijke taken worden in opdracht van het bestuur verricht
                    door</al><al>ambtelijk secretaris (zie artikel 23 en 24).</al><al></al><al><vet>Artikel 21</vet></al><al>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 52 juncto artikel 24 Wgr bepaalt artikel
                    21 dat het algemeen bestuur commissies van advies kan instellen. Het tweede lid
                    van artikel 21 verplicht het algemeen bestuur ten minste twee commissies van
                    advies in te stellen. Deze twee commissies adviseren het bestuur omtrent
                    aangelegenheden als bedoeld in het derde lid betreffende de werkgebieden van de
                    voormalige natuur- en recreatieschappen Haringvliet en De Grevelingen. Op de bij
                    de regeling behorende kaart worden deze werkgebieden onderscheidenlijk als A en
                    B aangegeven.</al><al>Het algemeen bestuur regelt de samenstelling van de commissies. Daarbij is het
                    mogelijk dat het algemeen bestuur naast door de onderscheidenlijke gemeenten
                    voorgestelde leden tevens leden benoemt voorgedragen door andere organisaties
                    zoals waterschappen, terreinbeherende organisaties of organisaties van eigenaren
                    van watergerelateerde natuuren recreatiegebieden. Voorts bestaat de mogelijkheid
                    dat ook het dagelijks bestuur en de voorzitter al dan niet vaste commissies van
                    advies instellen die het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter
                    kunnen adviseren.</al><al></al><al><vet>Artikel 22</vet></al><al>Artikel 52 juncto artikel 25 Wgr regelt dat het algemeen bestuur tevens
                    bestuurscommissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde
                    belangen indien de regeling dit mogelijk maakt. Daartoe is artikel 22 in de
                    regeling opgenomen. Aan deze commissies, indien ingesteld, kan het algemeen
                    bestuur tevens bepaalde bevoegdheden delegeren. Om de kenbaarheid rond de
                    bevoegdheden en de werkwijze van deze commissies te verduidelijken is de tekst
                    van artikel 25 Wgr hier grotendeels overgenomen.</al><al></al><al><vet>Artikelen 23 en 24</vet></al><al>Het algemeen bestuur benoemt een secretaris van het deltaschap die het bestuur
                    en de commissies bijstaat in de werkzaamheden en kan instructies voor hem
                    vaststellen. De secretaris heeft tevens tot taak namens het algemeen bestuur en
                    gehoord de betreffende commissie van advies, opdrachten te geven ten aanzien van
                    uitvoerende werkzaamheden in de watergerelateerde natuur- en recreatiegebieden.
                    Het derde lid van artikel 24 maakt het mogelijk dat de secretaris zijn taken
                    ondermandateert. Op deze wijze kunnen ook andere personen, bijvoorbeeld
                    verschillende personen per werkgebied van een commissie van advies, opdrachten
                    geven ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden. Ten aanzien van
                    (onder)gemandateerde bevoegdheden blijft het algemeen bestuur het
                    verantwoordelijke bestuursorgaan.</al><al></al><al><vet>Artikel 25</vet></al><al>Bij gebreke aan een ambtelijk apparaat van het deltaschap dient het algemeen
                    bestuur te regelen op welke wijze in ambtelijke bijstand wordt voorzien voor de
                    werkzaamheden van het deltaschap.</al><al></al><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>Tot de taken van het bestuur van het deltaschap behoort ingevolge artikel 5,
                    tweede lid onder g. van de regeling, het vaststellen van verordeningen binnen de
                    grenzen van de wet en ter verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel.
                    In artikel 26 wordt het vaststellen van verordeningen door het algemeen bestuur
                    nader uitgewerkt. Zo moet een verordening met handhavingsbepalingen door het
                    algemeen bestuur met een twee derde meerderheid van het aantal uitgebrachte
                    stemmen worden vastgesteld. Dat betekent dat bij een totaal van 7 uitgebrachte
                    stemmen ten minste 5 stemmen dienen te zijn uitgebracht voor het vaststellen van
                    de verordening. Hoewel het algemeen bestuur ingevolge artikel 12 doorgaans
                    besluit met een volstrekte meerderheid van stemmen is het handhaven van de
                    bepalingen van een verordening middels een strafbepaling of bestuursdwang
                    dermate vergaand dat daarvoor een extra ruime meerderheid wordt vereist. Het
                    derde lid voorziet in het toezenden van het ontwerp van een verordening aan
                    gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en
                    wethouders alvorens tot vaststelling kan worden overgegaan, zodat op deze wijze
                    de zienswijze van de deelnemende gemeenten en de provincies in de besluitvorming
                    kan worden meegenomen.</al><al></al><al><vet>Artikel 27</vet></al><al>Ingevolge artikel 54, tweede lid Wgr, dient bij de overdracht van bevoegdheden
                    van regeling en bestuur als bij deze regeling voorzien, tevens de verhouding van
                    de overgedragen bevoegdheden tot die van de besturen van de deelnemende
                    gemeenten en de provincies te worden geregeld. Daartoe dient artikel 27. Het
                    eerste lid is reeds geregeld in artikel 54, derde lid Wgr, en is hier integraal
                    overgenomen in verband met de kenbaarheid van de bepaling. Het tweede lid is met
                    name van belang voor zover een verordening van de provincie van kracht is
                    terwijl voordien voor een gedeelte van het grondgebied van de provincie, zijnde
                    het werkgebied van het deltaschap, een verordening van het deltaschap is
                    vastgesteld welke voorziet in regeling van hetzelfde onderwerp. In dat geval
                    geldt de verordening van de provincie niet voor het binnen het werkgebied van
                    het deltaschap gelegen deel van de provincie.</al><al></al><al><vet>Artikelen 28, 29 en 30</vet></al><al>De procedure rond het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is
                    geregeld in de artikelen 58 en 59 Wgr en is omwille van de kenbaarheid in de
                    artikelen 28, 29 en 30 zoveel mogelijk integraal overgenomen. In de begroting
                    wordt ingevolge artikel 28, tweede lid, de bijdrage van elke deelnemende
                    gemeente en de provincie vastgelegd. Beide provincies beschikken op grond van
                    artikel 28, derde lid, over een doorslaggevende stem bij het vaststellen van de
                    begroting. De bijdragen van de gemeenten en de provincie zullen voor wat betreft
                    de investerings- en ontwikkelingskosten reeds voortvloeien uit het met
                    instemming van de raden en provinciale staten van de provincies vastgestelde
                    meerjaren investeringsprogramma groen zoals geregeld in artikel 5, tweede lid
                    onder b. en derde lid, van de regeling. Ook de bijdragen van de gemeenten en de
                    provincies voor de beheerkosten zullen grotendeels voortvloeien uit het
                    ingevolge artikel 7, tweede lid, van de regeling vastgestelde beheerplan
                    groengebieden.</al><al></al><al><vet>Artikel 31</vet></al><al>Artikel 31 is de neerslag van de financiële administratie en de controle zoals
                    dat in hoofdstuk XIV van de Provinciewet is geregeld. Het betreft het
                    vaststellen van een verordening voor het beleid, beheer en organisatie van de
                    financiën van het deltaschap. Ingevolge de van toepassing verklaarde artikelen
                    van de Provinciewet worden daarbij een of meerdere accountants aangewezen belast
                    met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een verslag
                    van bevindingen. Tevens verricht het dagelijks bestuur periodiek onderzoek naar
                    de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het deltaschap gevoerde
                    bestuur. De verordening dient voorts binnen twee weken na vaststelling aan de
                    Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te worden gezonden. De
                    Minister kan te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de
                    inrichting van de financiële</al><al>organisatie.</al><al></al><al><vet>Artikel 32</vet></al><al>Om te zorgen dat het deltaschap op elk moment beschikt over voldoende financiële
                    middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen zijn de deelnemende
                    gemeenten en de provincies verplicht om op vier momenten in het jaar een
                    voorschot van 25 % te betalen van de in de begroting van het betreffende jaar
                    opgenomen voor hen geldende bijdragen.</al><al></al><al><vet>Artikel 33</vet></al><al>Artikel 33 regelt het algemene beginsel dat de provincies en de deelnemende
                    gemeenten garant staan voor het door het deltaschap te allen tijde beschikken
                    over voldoende middelen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Voor zover
                    blijkens de jaarrekening sprake is van een nadelig exploitatiesaldo, wordt dit
                    ten laste gebracht van de deelnemers. Voor elk van de twee delen
                    (compartimenten) van het werkgebied De Grevelingen respectievelijk Haringvliet
                    wordt het nadelig saldo bepaald en vervolgens verdeeld volgens de
                    oorspronkelijke afspraken omtrent de twee compartimenten. Het bestuur kan ook
                    bij begroting besluiten dat een deel van het nadelig saldo niet ten laste van
                    één van de compartimenten maar ten laste van het geheel wordt gebracht, volgens
                    een daarbij te bepalen verdeelsleutel.</al><al></al><al><vet>Artikelen 34, 35, 36 en 37</vet></al><al>Artikel 52 juncto artikel 9 Wgr bepaalt dat een voor onbepaalde tijd
                    getroffen</al><al>gemeenschappelijke regeling, zoals het geval bij deze regeling, bepalingen dient
                    in te</al><al>houden omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Daarin is in de
                    artikelen 34 tot</al><al>en met 37 voorzien. Van belang daarbij is dat voor wijziging of opheffing van de
                    regeling een unaniem besluit van de bij de regeling betrokken bestuursorganen is
                    vereist. Tot de toetreding van een gemeente, provincie, waterschap of een ander
                    openbaar lichaam dan wel een rechtspersoon kan worden besloten bij unaniem
                    besluit van het algemeen bestuur van het deltaschap. In het geval van opheffing
                    van de regeling regelt het algemeen bestuur de gevolgen van de opheffing,
                    waaronder de vereffening van het vermogen. </al><al></al><al><vet>Artikel 38</vet></al><al>De bestuursorganen van het deltaschap kunnen ingevolge de hoofdstukken VIII en
                    IX Wgr, alleen een gemeenschappelijke regeling treffen met bestuursorganen van
                    andere gemeenten, provincies, waterschappen of andere openbare lichamen dan wel
                    het bestuur van een rechtspersoon indien deze daartoe bevoegd zijn. In artikel
                    38 wordt voorzien in deze bevoegdheid voor het algemeen bestuur en het dagelijks
                    bestuur.</al><al></al><al><vet>Artikel 39</vet></al><al>Ingevolge de Archiefwet 1995 zijn overheidsorganen verplicht de onder hen
                    berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te
                    brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de
                    daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Een regeling waarbij een of
                    meer taken van een overheidsorgaan worden overgedragen aan een ander
                    overheidsorgaan, hetgeen in deze gemeenschappelijke regeling aan de orde is,
                    houdt een voorziening in omtrent de archiefbescheiden. Hierin wordt voorzien in
                    artikel 39. Reeds ingevolge artikel 17, tweede lid onder h., is bepaald dat het
                    dagelijks bestuur belast is met de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden.
                    De daadwerkelijke bewaring en het beheer van archiefbescheiden in de tijdelijke
                    archiefruimte geschiedt ingevolge het tweede lid door de door het algemeen
                    bestuur benoemde secretaris van het deltaschap. Als archiefbewaarplaats voor de
                    blijvende bewaring van de</al><al>archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente
                    Goeree-Overflakkee.</al><al></al><al><vet>Artikel 40 en 41</vet></al><al>Deze artikelen regelen de inwerkingtreding en bepalen de citeertitel van de
                    regeling.</al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>