<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR394405_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-49003.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dStaatscourant%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160129%26epd%3d20160129%26jgp%3d2015%26nrp%3d49003%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Staatscourant 2015, 49003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 51</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-12-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Er is een geheel nieuwe tekst, een integrale wijziging vastgesteld.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Grondbank</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ondertekening betreft de datum van het laatste besluit benodigd voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015 (Staatscourant 2015,
                49003)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland alsmede de colleges van
                        burgemeester en wethouders van de gemeenten Gouda, Rotterdam, Waddinxveen en
                        Zuidplas,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het Algemeen Bestuur van de grondbank van 29 juni
                        2015 tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling;</al><al/><al>gelet op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, </al><al/><al><vet>Overwegende dat:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>door de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam, Zuidplas,
                                Gouda en Waddinxveen in 2004 de gemeenschappelijke regeling
                                Grondbank RZG Zuidplas, hierna grondbank genoemd, zijn aangegaan
                                voor de duur van 6 jaar;</al></li><li nr="b."><al>de grondbank is opgericht voor een effectieve uitvoering van de
                                ruimtelijke, sectorale en grondbeleidsdoelstellingen voor de
                                Zuidplaspolder ten behoeve van een effectieve realisatie van de in
                                dat kader vastgestelde Intergemeentelijk Structuurplan</al></li><li nr="c."><al>in 2009 de grondbank met één jaar is verlengd, waarna is besloten de
                                grondbank met de hierna genoemde gewijzigde opdracht tot 1 januari
                                2020 voort te zetten;</al></li><li nr="d."><al>sinds 2004 de grondbank strategische grondposities in de
                                Zuidplaspolder heeft ingenomen.</al></li><li nr="e."><al>vanaf 2012 functioneert de grondbank als stallingbedrijf met een
                                gewijzigde opdracht en is de Gemeenschappelijke Regeling
                                aangepast;</al></li><li nr="f."><al>de evaluatie van de grondbank in 2013 heeft plaatsgevonden en de
                                belangrijkste opdracht voor de grondbank is het voeren van een
                                strategisch uitnamebeleid en het verwerven van meer inkomsten uit
                                het beheer van de gronden;</al></li><li nr="g."><al>in 2013 en 2014 de Herijkingsstudie Zuidplaspolder respectievelijk
                                de Visie Ruimte en Mobiliteit door provinciale staten van
                                Zuid-Holland zijn vastgesteld.</al></li><li nr="h."><al>in 2014 de Regionale Ontwikkelingsorganisatie Zuidplas is
                                opgeheven.</al></li><li nr="i."><al>deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling grondbank RZG
                                Zuidplas bepalingen bevat naar aanleiding van de op 1 januari 2015
                                in werking getreden gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen,
                                dat de looptijd wijzigt, dat de Gemeenschappelijke regeling van een
                                gemengde regeling is gewijzigd in een collegeregeling, dat deze is
                                vereenvoudigd en voorts enige verbeteringen van juridische en
                                redactionele aard zijn aangebracht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluiten:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG
                        Zuidplas 2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1.Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:</al><al>a.grondbank: Grondbank RZG Zuidplas</al><al>b.bestuur: bestuur van de Grondbank RZG Zuidplas;</al><al>c.college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende
                            gemeente;</al><al>d.Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie
                            Zuid-Holland;</al><al>e.deelnemers: aan deze regeling deelnemende bestuursorganen van
                            gemeenten en provincie;</al><al>f.provincie: de aan deze regeling deelnemende provincie
                            Zuid-Holland;</al><al>g.deelnemende gemeente: aan deze regeling deelnemende gemeente;</al><al>h.vertegenwoordigende organen: Provinciale Staten van Zuid-Holland en de
                            raden van de deelnemende gemeenten;</al><al>i.rondexploitatie: geheel van activiteiten en werkzaamheden met
                            betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken, en de
                            uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in het kader van
                            de realisatie van planologische maatregelen;</al><al>j.Herijkingsstudie: door Provinciale Staten op 8 oktober 2013
                            vastgestelde Herijkingsstudie Zuidplaspolder;</al><al>k.Visie Ruimte en Mobiliteit: door Provinciale Staten op 9 juli 2014
                            vastgestelde Visie Ruimte en Mobiliteit;</al><al>l.rechtsgebied: grondgebied binnen de gemeenten Gouda, Rotterdam,
                            Waddinxveen en Zuidplas, met uitzondering van de grijs gearceerde
                            gebieden, een en ander zoals aangegeven op de bij deze regeling
                            behorende tekening;</al><al>m.regeling of gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling
                            Grondbank RZG Zuidplas.</al><al>n.USK: meerjarig Uitname Strategie Kader, zoals bedoeld in artikel 18
                            van deze regeling;</al><al>o.wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><al>1.Er is een openbaar lichaam genaamd: grondbank RZG Zuidplas. Het
                            openbaar lichaam is rechts­persoon en is gevestigd te Den Haag.</al><al>2.Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het rechtsgebied; een
                            en ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling onderdeel
                            uitmakende en gewaarmerkte kaart.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>DOELSTELLINGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel</titel></kop><al>De grondbank heeft tot doel het ontwikkelen, vaststellen, initiëren en
                            uitvoeren van een strategisch beheer- en uitnamebeleid voor de verworven
                            gronden ten behoeve van een effectieve realisatie van de in de
                            Herijkingsstudie en de Visie Ruimte en Mobiliteit voor het rechtsgebied
                            geformuleerde ruimtelijke en sectorale doelstellingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1.De grondbank heeft tot taak het beheren en verkopen van de verworven
                            gronden op zodanige wijze dat wordt voldaan aan de in artikel 3
                            omschreven doelstelling. Hiertoe worden onder meer de volgende,
                            afgeleide, deeltaken gerekend:</al><al>a.het opstellen van het USK;</al><al>b.het voeren van (tijdelijk) beheer, in de ruimste zin van het woord,
                            met betrekking tot de verworven gronden;</al><al>c.het financieren van de verworven gronden, het beheer en de verdere
                            kosten ter uitvoering van de doelstelling van deze regeling;</al><al>d. het nemen van maatregelen om het waardebehoud van de gronden te
                            borgen;</al><al>e. het verkopen van verworven gronden ter uitvoering van de doelstelling
                            van deze regeling.</al><al>2.De grondbank heeft tot taak het in opdracht en voor rekening van één
                            of meerdere deelnemers verwerven en beheren van gronden voor zover die
                            gronden zijn gelegen binnen het rechtsgebied.</al><al>3.Onder de taken van de grondbank is uitdrukkelijk niet inbegrepen de
                            bij de deelnemers berustende taakstelling, gericht op het (doen) voeren
                            van in ieder geval de grondexploitatie ter uitvoering van de
                            planologische maatregelen die ter uitvoering van de Herijkingsstudie en
                            de Visie Ruimte en Mobiliteit voor het rechtsgebied worden
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>1.Aan het bestuur van de grondbank worden ter vervulling van de in
                            artikel 4 omschreven taken alle bevoegdheden van regeling en bestuur
                            toegekend binnen de grens van artikel 54 van de wet, tenzij in deze
                            regeling anders is bepaald.</al><al>2.Het bestuur van de grondbank heeft niet de bevoegdheid tot de
                            oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                            vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge
                            waarborgmaatschappijen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>Het bestuur van de grondbank bestaat uit het Algemeen Bestuur, het
                                Dagelijks Bestuur en de voorzitter.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1.Het Algemeen Bestuur bestaat uit twee leden per deelnemer.</al><al>2.De colleges en Gedeputeerde Staten wijst uit hun midden twee leden
                                van het Algemeen Bestuur aan.</al><al>3.De colleges en Gedeputeerde Staten wijzen voor de door hen
                                benoemde leden van het Algemeen Bestuur plaatsvervangende leden aan,
                                die de door hen benoemde leden bij afwezigheid vervangen. Het
                                bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Algemeen
                                Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige
                                toepassing.</al><al>4.De aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur, als bedoeld
                                in het tweede en derde lid, geschiedt voor dezelfde periode als
                                waarvoor de colleges worden benoemd en vindt plaats in de eerste
                                vergadering van de colleges in nieuwe samenstelling.</al><al>Wanneer een lid van het algemeen Bestuur ophoudt lid te zijn van het
                                college of Gedeputeerde Staten, dat hem heeft aangewezen, dan houdt
                                hij tevens op lid te zijn van het Algemeen bestuur. Het
                                desbetreffende college of Gedeputeerde Staten voorziet zo spoedig
                                mogelijk in de opvulling van de vacature.</al><al>5. De colleges en Gedeputeerde Staten kunnen zijn lid in het
                                Algemeen Bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen. </al><al>6.De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag
                                nemen.</al><al>7.Behoudens het geval dat een lid van het Algemeen Bestuur
                                onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de
                                dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft
                                genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft
                                aangenomen.</al><al>8.Indien niet alle leden van een deelnemer aan de stemming kunnen
                                deelnemen, kan het wel aanwezige lid van de betreffende deelnemer
                                naar rato over de stemmen van het afwezige lid beschikken.</al><al>9.Het Dagelijks Bestuur van het Hoogheemraadschap van Schieland en
                                de Krimpenerwaard wordt uitgenodigd als adviseur van het Algemeen
                                Bestuur van de grondbank.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vereisten lidmaatschap</titel></kop><al>Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege een deelnemer of de
                                grondbank aangesteld of daaraan ondergeschikte. Onder ambtenaar
                                wordt ook verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht werkzaam is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Stemverhouding</titel></kop><al>De leden van het Algemeen Bestuur hebben een meervoudig stemrecht.
                                Het totaal in een vergadering uit te brengen stemmen binnen het
                                Algemeen Bestuur bedraagt 40 stemmen, welk aantal als volgt is
                                verdeeld:</al><al>a.elk lid dat namens het college van de gemeente Rotterdam is
                                aangewezen, heeft 8 stemmen;</al><al>b.elk lid dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen, heeft 8
                                stemmen;</al><al>c.elk lid dat door het college van de gemeente Zuidplas is
                                aangewezen, heeft 2 stemmen;</al><al>d.elk lid dat door het college van de gemeente Gouda is aangewezen,
                                heeft 1 stem;</al><al>e.elk lid dat door het college van de gemeente Waddinxveen is
                                aangewezen, heeft 1 stem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>1.Het Algemeen Bestuur staat aan het hoofd van de grondbank.</al><al>2.Het bepaalde in de artikel 57 van de wet, tenzij bij wet of in
                                deze regeling anders is bepaald.</al><al>3. Het Algemeen Bestuur heeft tevens de bevoegdheid tot het
                                vaststellen van het USK.</al><al>4.Het Algemeen Bestuur kan de bevoegdheid tot het vaststellen van
                                het USK niet overdragen aan het Dagelijks Bestuur</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><al>1.Op het houden en op de orde van vergaderingen van het Algemeen
                                Bestuur is artikel 52, eerste lid, onder f van de wet van
                                toepassing, tenzij in deze regeling anders is bepaald.</al><al>2.Het Algemeen Bestuur voor zijn vergaderingen en andere
                                werkzaamheden een reglement van orde vaststelt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Dagelijks Bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter, een eerste en
                                    tweede plaatsvervangende voorzitter en twee andere leden, door
                                    en uit het Algemeen Bestuur aan te wijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit
                                    hen die daartoe aangewezen zijn door Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eerste plaatsvervangende voorzitter wordt door en uit het
                                    Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn
                                    door het college van de gemeente Zuidplas.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De tweede plaatsvervangende voorzitter wordt door en uit het
                                    Algemeen Bestuur gekozen uit hen die daartoe aangewezen zijn
                                    door het college van de gemeente Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De andere twee leden worden door en uit het Algemeen Bestuur
                                    aangewezen op bindende voordracht van de colleges van de
                                    gemeente Gouda en Waddinxveen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Algemeen
                                    Bestuur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Behoudens het geval dat een lid van het Dagelijks Bestuur
                                    onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van
                                    de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag
                                    heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming
                                    heeft aangenomen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het Algemeen Bestuur kan een of meer leden van het Dagelijks
                                    Bestuur, de voorzitter inbegrepen, ontslag verlenen, indien
                                    dezen het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer
                                    bezitten. Artikel 19a van de wet is van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Wanneer een lid van het Dagelijks Bestuur ophoudt lid te zijn
                                    van het college of Gedeputeerde Staten, dat hem heeft
                                    aangewezen, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het
                                    Dagelijks bestuur. Het Algemeen Bestuur voorziet zo spoedig
                                    mogelijk in de opvulling van de vacature.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur van het Hoogheemraadraadschap van
                                    Schieland en de Krimpenerwaard wordt uitgenodigd als adviseur
                                    van het Dagelijks Bestuur van de grondbank.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Stemverhouding</titel></kop><al>De leden van het Dagelijks Bestuur hebben een meervoudig stemrecht.
                                Het totaal in een vergadering uit te brengen stemmen binnen het
                                Dagelijks Bestuur bedraagt 20 stemmen, welk aantal als volgt is
                                verdeeld:</al><al> de voorzitter heeft 8 stemmen; </al><al> de eerste plaatsvervangend voorzitter heeft 2 stemmen;</al><al> de tweede plaatsvervangend voorzitter heeft 8 stemmen; </al><al> het lid dat, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12,
                                vijfde lid, is gekozen uit hen die daartoe namens het college van de
                                gemeente Gouda zijn aangewezen, heeft 1 stem; </al><al> het lid dat, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12,
                                vijfde lid , is gekozen uit hen die daartoe door het college van de
                                gemeente Waddinxveen zijn aangewezen, heeft 1 stem. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot:</al><al>a.het bepaalde in de artikelen 57b en 57c van de wet.</al><al>b.het voorstaan van de belangen van de grondbank bij andere
                                overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie
                                contact met de grondbank van belang is;</al><al>c.het beheren van activa en passiva van de grondbank;</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Voorzitter en plaatsvervangende voorzitters</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Benoeming</titel></kop><al>1.De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit
                                hen die daartoe aangewezen zijn door Gedeputeerde Staten. Bij
                                verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen
                                door de eerste plaats­vervangend voorzitter. Bij verhindering of
                                ontstentenis van zowel de voorzitter als de eerste plaatsvervangend
                                voorzitter worden deze vervangen door de tweede plaatsvervangend
                                voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>1.De voorzitter is tevens voorzitter van het Algemeen en van het
                                Dagelijks Bestuur.</al><al>2.De voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het
                                Algemeen en van het Dagelijks Bestuur. De voorzitter tekent de
                                stukken die van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan. </al><al>De voorzitter vertegenwoordigt de grondbank in en buiten rechte.
                            </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>Verantwoording en informatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verantwoordings- en informatieplicht</titel></kop><al>1.Ten aanzien van de verantwoordings- en informatieplicht van het
                            Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur respectievelijk van de voorzitter
                            geldt het bepaalde in artikel 52, eerste lid, van de wet.</al><al>2.Het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur respectievelijk van
                            het Dagelijks Bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven
                            aan het bepaalde in het eerste lid. </al><al>3.Gedeputeerde Staten en de colleges en de vertegenwoordigende organen
                            bepalen op welke wijze de leden van het Algemeen Bestuur, tezamen en
                            ieder afzonderlijk, respectievelijk het Dagelijks Bestuur en de
                            voorzitter aan hun plichten als bedoeld in het eerste lid moeten
                            voldoen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>HET USK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inhoud en procedure USK</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar , met
                            inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 2, een ontwerp-USK op, dat
                            als kader geldt voor het door de grondbank uit te voeren beheer- en
                            uitnamebeleid. In het ontwerp-USK worden in ieder geval voorstellen
                            gedaan voor:</al><al>a.de wijze, het tempo en de te verwachten resultaten van realisatie van
                            de in artikel 3 genoemde doelstellingen;</al><al>b.de afstemming met het door de deelnemers te voeren ruimtelijk en
                            grondbeleid in relatie tot de uitvoering van de Herijkingsstudie en de
                            Visie Ruimte en Mobiliteit binnen het rechtsgebied;</al><al>c.de begrenzing in omvang van de voorraad verworven gronden;</al><al>d.de inhoudelijke en procedurele voorwaarden waarbinnen
                            privaatrechtelijke rechtshandelingen gericht op de verkoop van gronden,
                            zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c , dienen plaats te
                            vinden;</al><al>e.de inhoudelijke en procedurele voorwaarden waarbinnen
                            privaatrechtelijke rechtshandelingen gericht op de verwerving van
                            gronden zoals bedoeld in artikel 4 tweede lid, dienen plaats te
                            vinden.</al><al>2.Het USK beslaat steeds een periode van vier jaar, te rekenen vanaf de
                            datum van haar vaststelling.</al><al>3.Het ontwerp-USK wordt na vaststelling door het Dagelijks Bestuur
                            toegezonden aan de vertegenwoordigende organen. De vertegenwoordigende
                            organen kunnen binnen drie maanden hun reacties op het ontwerp-USK
                            kenbaar maken aan het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur voegt de
                            commentaren waarin deze reactie is vervat, bij het ontwerp-USK zoals dit
                            aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.</al><al>4.Het Algemeen Bestuur stelt het USK vast. Na vaststelling wordt het USK
                            toegezonden aan de vertegenwoordigende organen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>INFORMATIE, VERANTWOORDING EN ONTSLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Interne werking</titel></kop><al>1.De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder
                            afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor
                            het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur.</al><al>2.Zij geven het Algemeen Bestuur mondeling of schriftelijk de door een
                            of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is geregeld
                            in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur.</al><al>3.Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing
                            op de voorzitter voor het door hem/haar gevoerde bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Externe werking, bestuursorganen</titel></kop><al>1.Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de voorzitter geven
                            aan de vertegenwoordigende organen, gevraagd of ongevraagd, alle
                            inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur
                            gevoerde en te voeren beleid nodig is, indien het verstrekken daarvan
                            niet in strijd is met het openbaar belang.</al><al>2.Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de
                            vertegenwoordigende organen dient schriftelijk te worden ingediend bij
                            het Dagelijks Bestuur.</al><al>3.Het Dagelijks Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen aan
                            vertegenwoordigende organen schriftelijk binnen één maand na ontvangst
                            van het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Externe werking, leden Algemeen Bestuur</titel></kop><al>1.Een lid van het Algemeen Bestuur geeft het bestuursorgaan dat hem als
                            lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door een of meerdere
                            leden van dat bestuursorgaan overeenkomstig het Reglement van Orde van
                            dat bestuursorgaan verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet
                            in strijd is met artikel 16, tweede lid van de wet.</al><al>2.Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te
                            verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het
                            Dagelijks Bestuur.</al><al>3.Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het bestuursorgaan dat hem als
                            lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in het
                            Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording vindt
                            plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde van het
                            desbetreffende bestuursorgaan, met dien verstande dat daarbij een
                            termijn in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich
                            desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren.</al><al>4.Gedeputeerde Staten respectievelijk het college van een deelnemende
                            gemeente is bevoegd een door hen respectievelijk hem aangewezen lid van
                            het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit lid het vertrouwen
                            van Gedeputeerde Staten respectievelijk het college niet meer bezit,
                            overeenkomstig het bepaalde in het Reglement van Orde van Gedeputeerde
                            Staten respectievelijk het desbetreffende college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>PERSONEEL EN ORGANISATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>De secretaris en de directeur</titel></kop><al>1.Tot het personeel van de grondbank behoren de secretaris en de
                            directeur. Het Dagelijks Bestuur beslist over de benoeming, de schorsing
                            en het ontslag van de secretaris en de directeur. Deze functies zijn
                            onverenigbaar. De secretaris en de directeur worden bij verhindering of
                            ontstentenis vervangen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen
                            wijze.</al><al>2.De secretaris is het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, en de
                            voorzitter behulpzaam in alles wat de hun opgedragen taak aangaat. Door
                            de secretaris worden alle stukken die van het algemeen en van het
                            Dagelijks Bestuur uitgaan, meeondertekend. </al><al>3.De directeur is onder toezicht van het Dagelijks Bestuur
                            verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van de
                            vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het Dagelijks
                            Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Rechtspositie personeel</titel></kop><al>1.Het Dagelijks Bestuur kan, naast de in artikel 22 genoemde secretaris
                            en directeur, met inachtneming van de door het Algemeen Bestuur te
                            stellen regels personeelsleden aanstellen.</al><al>2.Het Dagelijks Bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris, de
                            directeur en het eventuele overige personeel van de grondbank, al dan
                            niet werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en met
                            inachtneming van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen
                            publieke en semipublieke sector.</al><al>3.Op de ambtenaren van de grondbank, en op het overige personeel
                            werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zijn van
                            overeenkomstige toepassing de door de provincie vastgestelde of nog vast
                            te stellen regelingen van de rechtstoestand en van de arbeidsvoorwaarden
                            met de daaruit voortvloeiende uitvoerings­voorschriften.</al><al>4.Bij de uitvoering van de in het derde lid bedoelde regelingen en
                            voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen en
                            de provincie, de overeenkomstige organen en functionarissen van de
                            grondbank.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Detachering en dienstverlening</titel></kop><al>1.Voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid genoemde deeltaken
                            is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen
                            Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten
                            met één of meerdere deelnemers, waarbij personeel in dienst van de
                            deelnemers wordt gedetacheerd bij de grondbank. In deze overeenkomst
                            worden bepalingen opgenomen over het functionele werkgeverschap, de
                            rechtspositie en de kosten.</al><al>2.Voor de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid genoemde deeltaken
                            is het Dagelijks Bestuur, met inachtneming van de door het Algemeen
                            Bestuur te stellen regels, bevoegd tot het aangaan van
                            dienstverleningsovereenkomsten met één of meerdere deelnemers. In deze
                            overeenkomst worden bepalingen opgenomen over de met de uitvoering
                            gepaard gaande kosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>VERGOEDINGEN EN AANSPRAKELIJKHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergoedingen en verzekering</titel></kop><al>1.De leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de
                            voorzitter ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.</al><al>2.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het sluiten van een verzekering
                            met een naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur toereikende dekking,
                            tegen de risico's van burgerrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en
                            contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen en
                            wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>FINANCIELE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiën</titel></kop><al>1.Op het voorbereiden en vaststellen van de begroting, de algemene
                            financiële en beleidsmatige kaders en de jaarrekening is het bepaalde in
                            de artikelen 58, 58b, 59 van de wet van toepassing.</al><al>2.Het Algemeen Bestuur stelt een verordening vast voor de organisatie
                            van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden. </al><al>3.De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de
                            rekening worden ingericht overeen­komstig de in en krachtens het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde
                            regels.</al><al>4.In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of
                            nadelig saldo. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.</al><al>5.In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo
                            opgenomen. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.</al><al>6.Begrotingswijzigingen hoeven niet aan Provinciale Staten en aan de
                            raden van de deelnemende gemeenten voor zienswijze te worden aangeboden
                            indien:</al><al>a.die niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten
                            en/of baten van de begroting;</al><al>b.die niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel
                            stijging van het geraamde nadelig saldo;</al><al>c.het totaal aan (budget)mutaties minder dan 5% van de totale
                            begrotingsomvang, behoudens de vermogensmutaties, (baten) bedraagt</al><al>d.indien de gerealiseerde grondverkopen de begroting overschrijdt;</al><al>e.die te maken hebben met extra opdracht(en) van een deelnemer met
                            bijbehorende financiële dekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Risicoverdeling deelnemers</titel></kop><al>1.De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de grondbank te
                            allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn
                            verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.</al><al>2.Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente
                            weigert de uit het eerste lid voortvloeiende uitgaven op de
                            gemeentebegroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan
                            Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de
                            artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Indien aan het Algemeen Bestuur
                            blijkt dat de provincie weigert de uit het eerste lid voortvloeiende
                            uitgaven op de provinciebegroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur
                            onverwijld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Konink­rijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de
                            artikelen 198 en 199 van de Provinciewet.</al><al>3.Het Algemeen Bestuur beslist of een batig saldo van de begroting of
                            rekening van baten en lasten:</al><al>a.geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan reserves; en/of</al><al>b.geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers zal worden uitgekeerd.</al><al>4.Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting of
                            rekening van baten en lasten:</al><al>a.geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar zal
                            worden gebracht; en/of</al><al>b.geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden
                            gebracht; en/of</al><al>c.geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden
                            gebracht.</al><al>5. Indien er sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten gunste
                            van de deelnemers dan wel van enig nadelig saldo ten laste van de
                            deelnemers, geschiedt de verdeling als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>40 % van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                                    van de provincie;</al></li><li nr="-"><al>40 % van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                                    van de gemeente Rotterdam;</al></li><li nr="-"><al>9 % van het batige /nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                                    van de gemeente Zuidplas.</al></li><li nr="-"><al>6 % van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                                    van de gemeente Gouda;</al></li><li nr="-"><al>5 % van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten laste
                                    van de gemeente Waddinxveen;</al></li></lijst><al>6.Indien het Dagelijks Bestuur, op de voet van artikel 14, voornemens is
                            een geldlening aan te trekken onder rechtstreekse garantiestelling van
                            de deelnemers, dan gaat het Dagelijks Bestuur niet over tot het aangaan
                            van zodanige geldlening totdat door alle deelnemers schriftelijk is
                            meegedeeld dat met de verlening van die garantiestelling wordt
                            ingestemd. Het Dagelijks Bestuur richt ten aanzien van dit voornemen een
                            schriftelijk verzoek tot garantiestelling aan de deelnemers, waarbij
                            geldt dat voor de verdeling van de garantiestelling over de deelnemers
                            de percentages zoals genoemd in artikel 27, lid 5 van toepassing
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Rekening-courantverhouding</titel></kop><al>1.Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld en voor het aangaan van
                            leningen wordt door de provincie ten behoeve van de grondbank een
                            rekening-courant opengesteld, zulks onder nader overeen te komen
                            voorwaarden.</al><al>2.De in het eerste lid gecreëerde rekening-courantverhouding laat
                            onverlet dat de grondbank met bancaire instellingen of met andere
                            deelnemers een rekening-courantverhouding voor het in eerste lid
                            genoemde doel kan aangaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Archiefzorg</titel></kop><al>1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                            bestuursorganen ingesteld bij deze regeling overeenkomstig een door het
                            Algemeen Bestuur vast te stellen regeling, die aan Gedeputeerde Staten
                            moet worden meegedeeld.</al><al>2.Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de in lid 1 aan het
                            Dagelijks Bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden
                            overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995.</al><al>3. De secretaris is belast met het beheer van de
                            archiefbescheiden.</al><al>4.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995
                            over te brengen archief­bescheiden van de in deze regeling genoemde
                            organen wijst het Algemeen Bestuur een archief­bewaarplaats aan.</al><al>5.Na opheffing van de regeling worden de in lid 3 bedoelde
                            archiefbescheiden overgebracht naar de alsdan door het Algemeen Bestuur
                            aangewezen archiefbewaarplaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XI</nr><titel>EVALUATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inhoud en procedure evaluatie</titel></kop><al>1.Uiterlijk vóór 1 juli 2019 verplichten de deelnemers zich de
                            toepassing en werking van deze regeling te evalueren. Voorts verplichten
                            de deelnemers zich de toepassing en werking van deze regeling vóór 1
                            juli 2024 te evalueren.</al><al>2.Bij een verlenging, zoals bedoeld in artikel 36 lid 2, zal voor 1 juli
                            2029 een evaluatie zoals bedoeld in dit artikel plaatsvinden.</al><al>3.De in het eerste lid bedoelde evaluatie heeft tot doel na te
                            gaan:</al><al>a.of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde
                            doelstellingen zijn behaald;</al><al>b.of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde overdracht
                            van taken en bevoegd­heden, in het licht van de doelstelling van deze
                            regeling, aanpassing behoeft;</al><al>c.of, en zo ja onder welke voorwaarden de regeling na het afloop van de
                            in artikel 36 genoemde termijn alsnog dient te worden voortgezet.</al><al>4.Door het Algemeen Bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens
                            welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal
                            plaatsvinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XII</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><al>1.Toetreding tot de regeling door andere gemeenten en/of provincies is
                            alleen mogelijk door wijziging van deze regeling.</al><al>2.Een deelnemer kan uittreden uit de regeling per 1 januari 2020 en per
                            1 januari 2025 middels een daartoe strekkend besluit van (voor het de
                            provincie betreft), Gedeputeerde Staten dan wel een van de colleges. De
                            in de vorige volzin bedoelde besluiten van de genoemde bestuursorganen
                            van een deelnemer kunnen eerst worden genomen nadat de in artikel 30,
                            eerste volzin bedoelde evaluatie is voltooid, met dien verstande dat de
                            bedoelde besluiten uiterlijk dienen te zijn vastgesteld op 1 november
                            2019 respectievelijk 1 november 2024. Een afschrift van de besluiten tot
                            uittreding van een deelnemer wordt zo spoedig mogelijk toegezonden aan
                            het Algemeen Bestuur, alsmede aan de vertegenwoordigende organen.</al><al>3.Bij een verlenging, zoals bedoeld in artikel 36 lid 2, kan een
                            deelnemer per 1 januari 2030 uittreden zoals bedoeld in dit
                            artikel.</al><al>4.Het Algemeen Bestuur beslist binnen acht weken na ontvangst van de
                            besluiten tot uittreding van een deelnemer of de regeling wordt
                            opgeheven. Het in de vorige volzin bedoelde besluit van het Algemeen
                            Bestuur heeft de kracht van voorstel, gericht aan Provinciale Staten en
                            de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in artikel 33,
                            eerste lid is van overeenkomstige toepassing.</al><al>5.Indien tot opheffing wordt besloten, is het bepaalde in artikel 33,
                            tweede lid en verder van overeen­komstige toepassing. Het besluit tot
                            opheffing treedt in de plaats van de in het tweede lid bedoelde
                            besluiten tot uittreding.</al><al>6.Indien binnen de in het vierde lid genoemde periode niet tot opheffing
                            wordt beslist, regelt het Algemeen Bestuur de financiële en overige
                            gevolgen van de uittreding, zulks met inachtneming van het bepaalde in
                            het zevende lid.</al><al>7.In de situatie zoals bedoeld in het zes lid, gaan alle rechten en
                            plichten van de grondbank, zoals deze bestaan op 31 december 2019
                            respectievelijk 31 december 2024, bij uittreding over naar een
                            uittredende deelnemer naar evenredigheid van het in artikel 27, vijfde
                            lid voor die uittredende deelnemer geldende
                            percentage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Wijziging van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten en de colleges, alsmede het Algemeen Bestuur en
                                het Dagelijks Bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling wordt gewijzigd indien ten minstens twee derde van het
                                aantal deelnemers daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de in lid 2 bedoelde
                                bestuursorganen van wee derde van het aantal deelnemers met het
                                voorstel van het Algemeen Bestuur hebben ingestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Opheffing</titel></kop><al>1.De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in artikel
                            36 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de in artikel 32 bedoelde
                            bestuursorganen van de meerderheid van het aantal deelnemers, al dan
                            niet op basis van een voorstel van het Algemeen Bestuur, daartoe
                            besluiten.</al><al>2.In geval van opheffing van de regeling, besluit het Algemeen Bestuur
                            tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de
                            bepalingen van de regeling – met uitzondering van het bepaalde in
                            artikel 27, derde tot en met vijfde lid en van het bepaalde in artikel
                            33 – worden afgeweken.</al><al>3.Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur en
                            vertegenwoordigende organen gehoord, vastgesteld. Het behoeft de
                            goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties.</al><al>4.Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle
                            rechten en verplichtingen van de grondbank over de deelnemers te
                            verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze. Voorts voorziet
                            het liquidatieplan in:</al><al>a.de gevolgen die de opheffing voor het personeel van de grondbank
                            heeft;</al><al>b.een voorkeursrecht voor de deelnemende gemeenten tot aankoop tegen
                            marktconforme condi­ties van de alsdan bij de grondbank in eigendom
                            zijnde c.q. door de grondbank aangekochte gronden.</al><al>5.Zo nodig blijven de bestuursorganen van de grondbank ook na het
                            tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is
                            beëindigd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XIII</nr><titel>GESCHILLEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Geschillen</titel></kop><al>1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beslist
                            omtrent geschillen over de toepassing, in de ruimste zin des woords, van
                            deze regeling tussen besturen van deelnemers of tussen besturen van een
                            of meer deelnemers en het bestuur van het openbaar lichaam, voor zover
                            die geschillen niet behoren tot die zoals vermeld in artikel 112, eerste
                            lid van de Grondwet of tot die waarvan de beslissing krachtens artikel
                            112, tweede lid van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke
                            macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.
                            Het bepaalde in artikel 28, tweede en derde lid van de wet is van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al>2.Alvorens een beslissing zoals bedoeld in het eerste lid te nemen, legt
                            het Algemeen Bestuur een dergelijk geschil om advies voor aan een door
                            het Algemeen Bestuur in te stellen geschillen­commissie, zulks met
                            inachtneming van het bepaalde in lid 3 en 4. Het Algemeen Bestuur kan
                            regels stellen voor het functioneren van de geschillencommissie.</al><al>3.De geschillencommissie hoort de bij dat geschil betrokken besturen en
                            brengt advies uit aan de bij dat geschil betrokken besturen over de
                            mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. Een afschrift van
                            dit advies wordt toegezonden aan het Algemeen Bestuur.</al><al>4.Indien, nadat het advies van de geschillencommissie is uitgebracht, de
                            bij het geschil betrokken besturen alsnog niet blijken tot
                            overeenstemming te komen, wordt het advies van de geschillencommissie
                            toegezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
                            Koninkrijksrelaties. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XIV</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Intrekking regeling</titel></kop><al>De Gemeenschappelijke regeling grondbank RZG Zuidplas wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding en duur regeling</titel></kop><al>1.Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van
                            de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.</al><al>2.De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2025.</al><al>3.Het Algemeen Bestuur kan op grond van de evaluatie zoals aangeven in
                            artikel 30, de looptijd met de maximale duur van 5 jaar verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Niet voorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt, voor wet- en
                            regelgeving zich daartegen niet verzet, door het Algemeen Bestuur een
                            voorziening getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Grondbank
                            RZG Zuidplas 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting bij het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke
                        regeling Grondbank RZG Zuidplas</titel></kop><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>De directe aanleiding voor het voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke
                    Regeling van de Grondbank RZG Zuidplas, hierna GR Grondbank genoemd, is de
                    wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, hierna Wgr genoemd. Deze wet
                    is 2014 in werking getreden en de gemeenschappelijke regelingen dienen op grond
                    van deze wet voor 1 januari 2016 aangepast te zijn, dus dit geldt ook voor de GR
                    Grondbank. </al><al>Naast deze directe aanleiding voor de wijziging geldt de wens van het bestuur
                    van de Grondbank om de GR Grondbank op een aantal onderdelen te wijzigen, zoals
                    de looptijd om de leningenportefeuille flexibeler te maken, het opnemen van de
                    vervangingsregeling van AB leden, geen tussentijdse begrotingswijzigingen in
                    procedure te hoeven brengen bij bescheiden begrotingswijzigingen en bij
                    overschrijding van de begrote grondverkopen.</al><al>Ook dient de GR Grondbank aangepast te worden aan de huidige inzichten zoals
                    vastgelegd in de planologische en bestuurlijke besluiten, vastgelegd in de
                    Herijkingsstudie Zuidplaspolder, de Visie Ruimte en Mobiliteit, het USK2013/14,
                    jaarrekeningen en begrotingen en de programmatische uitgangspunten. Ook is van
                    belang dat de ROZ in 2014 is opgeheven. </al><al>Om reden dat het aantal wijzigingen alsmede amoveringen en samenvoegingen in de
                    artikel zodanig groot was is om tekstuele redenen besloten om een geheel nieuwe
                    tekst voor de GR Grondbank op te stellen. </al><al/><al><vet>2. Wijzigingen in de GR Grondbank.</vet></al><al>Hieronder wordt allereerst aangeven op welke onderdelen GR Grondbank in het
                    algemeen is gewijzigd. Hierna worden per artikel de wijzigingen aangeven. </al><al/><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al><al>1.De Wgr onderscheidt verschillende gemeenschappelijke regelingen. Tot op heden
                    is de GR Grondbank een gemengde regeling. Voorgesteld wordt om de GR Grondbank
                    te wijzigen in een collegeregeling. Dit is mogelijk omdat geen bevoegdheden van
                    andere organen, zoals van de commissaris van de koning respectievelijk
                    burgemeester of van Provinciale Staten, hierna PS genoemd, respectievelijk van
                    de raad, aan de Grondbank worden overgedragen. Door deze wijzigingen worden
                    bestuurders door Gedeputeerde Staten en de colleges benoemd en niet meer door PS
                    of de raden. De bevoegdheden van de Provinciale Staten en de raden met
                    betrekking tot het vaststellen van het UitgifteStrategieKader (USK) en de
                    begroting blijven in stand. </al><al>2.De GR is op een groot aantal onderdelen aangepast en geharmoniseerd met de
                    bepalingen in de Wgr. </al><al>3.Het Intergemeentelijke Structuurplan is als ruimtelijk en sectoraal kader
                    vervangen door de Herijkingsstudie Zuidplaspolder en Visie Ruimte en Mobiliteit,
                    zoals vastgesteld door PS.</al><al/><al><onderstreept>Artikelsgewijze toelichting</onderstreept></al><al>Hieronder wordt de nummering van de huidige (oude) GR Grondbank aangehouden
                    (Tussen haakjes staat de nummering van de nieuwe GR Grondbank).</al><al/><al><vet>Titelblad en volgende</vet></al><al>De GR Grondbank wordt een collegeregeling. Hierdoor worden de organen PS, raden
                    van de deelnemende gemeenten, burgemeester en Commissaris van de Koning als
                    deelnemer aan deze GR geschrapt.</al><al/><al><vet>Considerans</vet></al><al>De considerans is aangepast op de ontwikkelingen van de Grondbank de afgelopen
                    jaren, de diverse besluiten en de invoering van de Wgr. De inhoud spreekt voor
                    zich.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel is een aantal begrippen verwijderd en toegevoegd. Dit heeft te
                    maken met de wijziging van gemengde regeling naar een collegeregeling. Verder is
                    het planologisch kader gewijzigd. De door PS vastgestelde Herijkingsstudie
                    Zuidplaspolder en Visie Ruimte en Mobiliteit vormen het planologisch en
                    sectorale kader voor de GR Grondbank.</al><al/><al><vet>Artikel 2 het openbaar lichaam</vet></al><al>Dit artikel is geschrapt omdat de inhoud overbodig is. De inhoud is opgenomen in
                    artikel 1. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Bestuursorganen (Artikel 6)</vet></al><al>Dit artikel is verplaatst.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Doel (Artikel 3)</vet></al><al>Dit artikel is geharmoniseerd met het doel zoals omschreven in het USK2013/14.
                    Verder is het planologisch en sectorale kader aangepast. De door PS vastgestelde
                    Herijkingsstudie Zuidplaspolder en Visie Ruimte en Mobiliteit vormen het kader
                    voor de GR Grondbank.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Taken (Artikel 4)</vet></al><al>Overeenkomstig de opdracht van het AB aan het DB in de jaarrekening 2014, is in
                    dit artikel als deeltaak toegevoegd het nemen van maatregelen om het
                    waardebehoud van de gronden te borgen. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Bevoegdheden</vet><vet> (Artikel 5)</vet></al><al>In dit artikel is alleen de verwijzing naar het artikel binnen de Wgr
                    gewijzigd.</al><al/><al><vet>Paragraaf 1. Algemeen Bestuur</vet></al><al/><al><vet>Artikel 7 Samenstelling/ Artikel 9 Einde Lidmaatschap (Artikel 7)</vet></al><al>De artikelen 7 en 9 van de huidige regeling zijn samengevoegd in een nieuw
                    artikel in de nieuwe regeling en zijn qua tekst en inhoud geharmoniseerd met de
                    inhoud van de Wgr. In het artikel is toegevoegd dat het lidmaatschap van het AB
                    ophoudt indien het lidmaatschap van GS respectievelijk college ophoudt.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Vereisten lidmaatschap (Artikel 8)</vet></al><al>In dit artikel zijn de verwijzingen naar de Provinciewet en de Gemeentewet
                    verwijderd. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Stemverhouding (Artikel 9)</vet></al><al>In dit artikel is gewijzigd dat de leden van het AB door de GS respectievelijk
                    door de colleges van de deelnemende gemeenten worden aangewezen in plaats van
                    door PS respectievelijk de raden.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Bevoegdheden (Artikel 10)</vet></al><al>In dit artikel zijn lid 1 en 2 op grond van bepalingen in de Wgr toegevoegd. Lid
                    1 regelt dat het AB het hoogste orgaan is. In lid 2 wordt voor de bevoegdheden
                    AB verwezen naar artikel 57 Wgr. </al><al>De bevoegdheden met betrekking tot overdracht van publiekrechtelijke taken van
                    de deelnemers aan de GR Grondbank zijn geschrapt (lid 3 onder lid d en g). Een
                    aantal leden onder lid 1 is bij elkaar gevoegd. Verder is in dit artikel lid 3
                    geschrapt. Deze bevoegdheid komt het bestuur al toe. </al><al>De privaatrechtelijke rechtshandelingen die voorheen het AB toekwamen zijn in de
                    Wgr van rechtswege aan het DB toegekend. Deze bevoegdheden waren destijds door
                    het AB aan het DB gedelegeerd. </al><al/><al><vet>Artikel 12 Werkwijze/Artikel 13 Reglement van Orde (Artikel 11
                        vergaderingen)</vet></al><al>De oude artikelen 12 Werkwijze en artikel 13 Reglement van Orde worden geschrapt
                    en vervangen door het (nieuwe) artikel 10. Hierdoor worden de werkwijze en
                    vergaderingen van het AB geharmoniseerd met de Wgr, behoudens indien in de
                    regeling anders is bepaald. </al><al/><al><vet>Paragraaf 2. Dagelijks Bestuur</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14 Samenstelling (Artikel 12)</vet></al><al>Dit artikel is qua tekst gewijzigd en deze wijzigingen spreken voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Stemverhouding (Artikel 13)</vet></al><al>In dit artikel is gewijzigd dat de leden van het AB door de GS respectievelijk
                    door de colleges van de deelnemende gemeenten worden aangewezen in plaats van
                    door PS respectievelijk de raden.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Bevoegdheden (Artikel 14)</vet></al><al>De wijzigingen in dit artikel zijn geharmoniseerd met de Wgr, behoudens de
                    bepalingen die specifiek van toepassing zijn op de GR Grondbank. Deze zijn
                    gehandhaafd.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Werkwijze</vet></al><al>Dit artikel is geschrapt. Lid 1 is overbodig in het kader van de Wgr, de
                    verwijzingen in lid 2 zijn overbodig en lid 3 is bij het nieuwe artikel 11
                    gevoegd. </al><al/><al><vet>Paragraaf 3. Voorzitter en plaatsvervangende voorzitters</vet></al><al/><al><vet>Artikel 18 Benoeming (Artikel 15)</vet></al><al>Dit artikel is geharmoniseerd met de Wgr en de verwijzigingen naar de Provincie-
                    en Gemeentewet zijn verwijderd. </al><al/><al><vet>Artikel 19 Taken en bevoegdheden (Artikel 16)</vet></al><al>Dit artikel is geharmoniseerd met de Wgr.</al><al/><al><vet>Artikel 20 Inhoud en procedure USK (Artikel 18)</vet></al><al>In dit artikel is de plicht tot het jaarlijks opstellen van een USK gewijzigd in
                    ten minste eenmaal in de vier jaar. Gezien het consistente beleid van de
                    Grondbank is geen noodzaak meer tot het jaarlijks opstellen van een USK.
                    Aangezien de Grondbank niet meer bevoegd is tot het aankopen van gronden voor
                    eigen risico en rekening, zijn de bepalingen in lid 1 onder d en e geschrapt.
                    Verder is lid h geschrapt. Ook is de procedure en de inwerkingtreding van het
                    USK vereenvoudigd.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Interne werking (Artikel 19)</vet></al><al>Verwijzingen naar Provincie- en Gemeentewet zijn geschrapt.</al><al/><al><vet>Artikel 22 externe werking bestuursorganen (Artikel 20)</vet></al><al>In dit artikel zijn de bepalingen aangepast naar een collegeregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 23 interne werking leden Algemeen Bestuur (Artikel 21)</vet></al><al>In dit artikel zijn de bepalingen aangepast naar een collegeregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 24 De secretaris en de directeur (Artikel 22)</vet></al><al>In dit artikel is gewijzigd dat het Dagelijks Bestuur in plaats van het Algemeen
                    Bestuur de secretaris en directeur benoemt, schorst en ontslaat. Hier is uit
                    praktisch oogpunt voor gekozen.</al><al/><al><vet>Artikel 25 Rechtspositie personeel (Artikel 23)</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat de werking van de Wet normering bezoldiging
                    topfunctionarissen publieke en semipublieke sector van toepassing is. </al><al/><al><vet>Artikel 26 Detachering en dienstverlening (Artikel 24)</vet></al><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 27 vergoedingen en verzekeringen (Artikel 25)</vet></al><al>In dit artikel zijn de bepalingen inzake de verzekering aangescherpt. </al><al/><al><vet>Artikel 28 Administratie en beheer/ Artikel 29
                        Comptabiliteitsvoorschriften/ Artikel 30 Rekening (Artikel 26
                        Financiën)</vet></al><al>De artikelen 28, 29 en 30 zijn vervangen door het nieuwe artikel 25. De
                    inrichting en de procedures van het financiële huishouden van de GR Grondbank,
                    waaronder de inspraakprocedure van de begroting, zijn geharmoniseerd met de
                    Wgr.</al><al>In lid 6 onder c en d zijn nieuwe bepalingen opgenomen. Deze hebben te maken met
                    begrotingswijzigingen tijdens een lopend boekjaar. In deze bepalingen is
                    opgenomen dat beperkte begrotingsmutaties en overschrijdingen van de
                    grondverkoop niet via een begrotingwijziging behoeven te verlopen. </al><al/><al><vet>Artikel 32 Risicoverdeling deelnemers (Artikel 27)</vet></al><al>Dit artikel is, behoudens het schrappen van enige (overbodige) verwijzigen niet
                    gewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 33 Rekening-courantverhouding (Artikel 28)</vet></al><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 34 Archiefzorg (Artikel 29)</vet></al><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 35 Risicoverdeling deelnemers (Artikel 30)</vet></al><al>Dit artikel is, behoudens aanpassingen van de data, niet gewijzigd, behoudens
                    indien het AB op grond van het nieuwe artikel 34 besluit tot verlenging van de
                    duur van de GR Grondbank. Dan dient een extra evaluatie plaats te vinden.</al><al/><al><vet>Artikel 36 Toetreding en uittreding (Artikel 31)</vet></al><al>In dit artikel zijn de bepalingen aangepast naar een collegeregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 37 Wijziging van de regeling (Artikel 32)</vet></al><al>Dit artikel is geharmoniseerd met de Wgr en aangepast naar een
                    collegeregeling.</al><al/><al><vet>Artikel 38 Opheffing (artikel 33)</vet></al><al>In dit artikel is lid 2 geschrapt, omdat het verwezen artikel is geschrapt en
                    hierop is ook de Wgr van toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 39 Geschillen (artikel 34)</vet></al><al>Dit artikel is, behoudens enige tekstuele aanpassingen, ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Nieuw artikel 35 (artikel 35)</vet></al><al>Hierin is bepaald dat de huidige (oude tekst van de) gemeenschappelijke regeling
                    wordt ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 40 Duur regeling (Inwerkingtreding en duur regeling artikel
                        35)</vet></al><al>De duur van de GR Grondbank is gewijzigd naar 2025. De reden hiervoor is dat
                    hierdoor de leningenportefeuille aangepast kan worden en hierdoor risico's voor
                    de Grondbank verminderd worden. Verder is het artikel aangevuld met de
                    mogelijkheid van het AB om eenmalig de duur van de GR Grondbank met vijf jaar te
                    verlengen. Dit kan alleen maar na de evaluatie zoals bedoeld in het nieuwe
                    artikel 30. De regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van
                    de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.</al><al/><al><vet>Artikel 41</vet></al><al>Dit artikel was al vervallen en is nu uit de tekst gehaald.</al><al/><al><vet>Artikel 42 Niet voorziene gevallen (Artikel 367)</vet></al><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 43</vet></al><al>Dit artikel was al vervallen en is nu uit de tekst gehaald.</al><al/><al><vet>Artikel 44 Citeertitel (Artikel 38)</vet></al><al>Dit artikel is ongewijzigd.</al><al/><al><vet>Artikel 45</vet></al><al>Dit artikel was al vervallen en is nu uit de tekst gehaald.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Kaart rechtsgebied van de grondbank behorende bij de Gemeenschappelijke
                        regeling Grondbank RZG Zuidplas 2015</titel></kop><al><extref doc="http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/12503/kaartbijlagebijgemeenschappelijkeregelinggrondbankrzgzuidplas.pdf">http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/12503/kaartbijlagebijgemeenschappelijkeregelinggrondbankrzgzuidplas.pdf</extref>.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>