<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR394307_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe (APV)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-75695.html">Gemeenteblad 2016, 75695</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikel 5.12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2016/31</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor de aankondiging van evenementen en andere activiteiten</al><al>Nuloptiebeleid coffeeshops</al><al>Geluidbeleid bij horeca en evenementen</al><al>Nadere regels standplaatsen</al><al>Beleidsregels voor het ontsteken van een vreugdevuur</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging artkel 5:12</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening Olst-Wijhe
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 januari 2016, nr.
            2016/02;</al>
          <al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al>de Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe vast te stellen.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="b."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze
                  toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van
                  artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk
                  of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Olst-Wijhe
                  daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder
                  wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                  kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al></li>
              <li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                  algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li>
              <li nr="j."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing
                als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel
                2:10, vijfde lid, artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan
                drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen
                kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht
                weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van
                het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan
                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening
              anders is bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                verstrekt;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden
                na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging
                noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                vergunning of ontheffing is vereist;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen
                niet zijn of worden nagekomen;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen
                een redelijke termijn;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>indien de houder dit verzoekt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of
              ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
              verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr/>
              <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>de openbare orde;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>de openbare veiligheid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>de volksgezondheid;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>de bescherming van het milieu. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>[gereserveerd]</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:10</nr>
              <titel>Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing</titel>
            </kop>
            <al>[gereserveerd]</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing,
                  onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                  ongeregeldheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die op een openbare plaats</al>
                <al>a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                  ontstaan;</al>
                <al>b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek
                  waardoor ongergeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;</al>
                <al>c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al>
                <al> is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                  zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die
                  door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare
                  veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde
                  verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen,
                  vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in
                  de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,
                  waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet
                  openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste
                  96 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                  burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en
                      van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van
                      beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig
                      verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip
                  van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na
                  12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de
                  kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                  voorafgaat vóór 12.00 uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in
                  behandeling nemen buiten deze termijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
                  publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college
                  aangewezen openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en
                  uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                  huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                  de publieke functie daarvan, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid
                      van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
                      vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake
                  wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 3,50 m op de rijbaan voor fietsers
                  of gemotoriseerd verkeer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                  nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en
                  reclameborden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                  lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning
                  verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                  activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de
                  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning
                      voor het gebruik van de weg is verleend.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                  Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                  wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet
                  van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                  weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen,
                  de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                  breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in
                  de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn
                      verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                      voorbereidingsbesluit; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een
                  bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is verder niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal
                  wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewetof de daarop gebaseerde
                  Algemene verordening ondergrondse infrastructuur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                  wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                  bestaande uitweg naar de weg indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                      brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding
                      heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de
                      gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van
                  bekendmaking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg
                      wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een
                      openbare parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na
                  ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                  Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige
                wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere
                wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput,
                brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te
                openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen
                  van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers
                  opleveren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of
                  binnen een afstand van dertig meter daarvan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>te roken gedurende 1 maart tot 1 november;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                  vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt
                  voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden zijn verder niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in
                  gebouwen en aangrenzende erven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat
                  bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de
                  openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                  verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                  Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor
                  stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen,
                  opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken,
                  hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische
                  spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de
                  hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te
                  versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar
                  te brengen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder
                  a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                  andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                  Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke
                  verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>bioscoopvoorstellingen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en
                  artikel 5:22 van deze verordening;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot
                  dansen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                  manifestaties;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een herdenkingsplechtigheid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een braderie;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
                  verordening, op de weg;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester
                  een evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>het evenement plaatsvindt op maandag t/m zaterdag tussen 08.00 uur en 24.00 uur
                  of op zondag tussen 13.00 uur en 24.00 uur;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag t/m zaterdag voor 08.00 uur of
                  na 23.00 uur of op zondag voor 13.00 uur of na 23.00 uur;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of
                  anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 32
                  m² per object;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>er een organisator is;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan
                  de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                  juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>openbare inrichting:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>i.</lidnr>
                <al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis
                  of clubhuis;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>ii.</lidnr>
                <al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                  of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                  worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt
                  of bereid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                  daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                  dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                  bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van
                  de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                  geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                  directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatie openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de
                  burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de
                  openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                  beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                  geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen
                  dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
                  openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de
                  burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de
                  openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare
                  inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of
                  bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de
                  activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                  winkelactiviteit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>een zorginstelling;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>een museum; of</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar of een
                  voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op
                  enig andere wijze overdraagt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Voorts geldt het eerste lid niet voor openbare inrichtingen anders dan
                  coffeeshops.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                  beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning
                  bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00
                  uur en 07.00 uur (sluitingstijd).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of
                  bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester verleent de ontheffing slechts indien naar zijn oordeel moet
                  worden aangenomen dat de ontheffing de openbare orde of het woon- en leefklimaat
                  in de naaste omgeving van de openbare inrichting niet op ontoelaatbare wijze
                  nadelig beïnvloedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij
                  of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid
                  of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                  inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                  bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de
                  Opiumwet voorziet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting
                    gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste
                    lid;</al></li>
                <li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik
                    maken van het terras.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in
                  artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                  lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een
                  voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op
                  enig andere wijze overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of
                  bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het
                  college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                  bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>Vervallen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A.</nr>
              <titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
                Horecawet</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li>
                <li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li>
                <li nr="-"><al>inrichting,</al></li>
                <li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li>
                <li nr="-"><al>sterke drank,</al></li>
                <li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li>
                <li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li>
              </lijst>
              <al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr=""><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan onverminderd het bepaalde in artikel
                      2:29 alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de
                      aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt
                      uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens
                  bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen
                  welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                  rechtspersoon betrokken zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwijking van het tweede lid, is het voor Stichting Dorpshuis Welsum
                  toegestaan om bruiloften en partijen te houden ten behoeve van ingezetenen van
                  Welsum en wanneer deze qua omvang niet gehouden kunnen worden bij de plaatselijke
                  horeca-ondernemer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34c</nr>
                <titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te
                    verstrekken in inrichtingen van de volgende aard:</al></li>
                <li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe
                    eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites, kroketten en snacks worden
                    verkocht;</al></li>
                <li nr="b."><al>waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven;</al></li>
                <li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    jeugdorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="d."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    sportorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="e."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
                    kerkelijke instellingen of organisaties gedurende de tijd dat deze uitsluitend
                    of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>die kan worden aangemerkt als dorps- of buurthuis gedurende de tijd dat deze
                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of
                    –instellingen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de
                    veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld
                    in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning
                    beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten
                    ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                    mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of
                    feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:37 Nachtregister</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht
                    de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar
                    waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, dag van
                    aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek
                  toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                  bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij
                  geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr=""><lijst>
                      <li nr=""><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                          speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet
                          van toepassing op: </al><al>a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                          onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;</al><al>b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of
                          de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en</al><al>c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                          kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                          beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                          Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a,
                          van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr=""><lijst>
                      <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                          leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                          ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de
                          speelgelegenheid;</al></li>
                      <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een
                          geldend bestemmingsplan.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li>
                    <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                        Wet;</al></li>
                    <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                        van de Wet;</al></li>
                    <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
                        van de Wet.</al></li>
                    <li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                        toegestaan.</al></li>
                    <li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                        toegestaan.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten
                        woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                        dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning,
                        een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                        lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat
                        lokaal behorend erf te betreden.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of
                        het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:42 Plakken en kladden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende
                        zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op
                        een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
                        plaats zichtbaar is:</al><al>a.een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te
                        plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                        aanbrengen;</al></li>
                    <li nr=""><al>b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter,
                        cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt
                        krachtens wettelijk voorschrift.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                        meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor bet aanbrengen van
                        handelsreclame.</al></li>
                    <li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                        meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de
                        inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li>
                    <li nr="7."><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                        opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te
                        geven.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                        aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren
                        of bij zich te hebben.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                        gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als
                        verboden in artikel 2:42.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of
                        vermommingsmiddelen te vervoeren of bij zich te hebben of te dragen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben
                        een voorwerp dat er kennelijk toe is gerust om het plegen van
                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de
                        bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                        sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                        vergemakkelijken of het achterlaten van sporen, en/of herkenning bij het
                        plegen van voornoemde strafbare feiten te voorkomen.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het verbod als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing als
                        redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de bedoelde voorwerpen niet bestemd
                        zijn voor de bedoelde handelingen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li>
                    <li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                        monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                        hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en of daarvoor niet
                        bestemd straatmeubilair;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners
                        van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                        berokkent.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                        artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van
                        de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:47a Verplichte route</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt,
                        verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college
                        aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                        flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                        hebben.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al></li>
                    <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van
                        de Drank- en Horecawet;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor
                        een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li>
                    <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                        gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouw,
                        appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw
                        dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te
                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat
                        gebouw.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                    wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel
                    deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de
                    desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval
                    begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer,
                    parkeergarages en rijwielstallingen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen
                    of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een
                    gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van
                        dat gebouw of dat portiek; of</al></li>
                    <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester
                    zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het
                    college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis,
                    uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits
                    dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:53 Bespieden van personen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw,
                        woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon
                        of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip
                        bevindt, te bespieden.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch
                        instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip
                        bevindt te bespieden.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:56 Alarminstallaties</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:57 Loslopende honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                        verblijven of te laten lopen:</al></li>
                    <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college
                        aangewezen plaats;</al></li>
                    <li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                        identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste
                        lid onder a, niet geldt.</al></li>
                    <li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover
                        de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een
                        geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze
                        aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een algemeen aanlijngebod instellen ter
                        beperking of voorkoming van het gevaar van verspreiding van besmettelijke
                        ziekten.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die
                        hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al></li>
                    <li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg binnen de bebouwde kom dat bestemd is of mede
                        bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></li>
                    <li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste
                        lid, onder a niet geldt.</al></li>
                    <li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde
                        gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor
                        draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.</al></li>
                    <li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien de hond zich op
                        een weg binnen de bebouwde kom of een voor het publiek toegankelijke plaats
                        bevindt, een doelmatig opruimmiddel bij zich te dragen dat is bestemd voor
                        het verwijderen van uitwerpselen. De eigenaar of houder is verplicht dit
                        opruimmiddel op de eerste vordering te tonen aan de met het toezicht belaste
                        ambtenaar.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het vierde lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een
                        hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond
                        laat begeleiden.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                        hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod
                        of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                        aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot
                        halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond
                        voorzien te houden van een muilkorf die:</al></li>
                    <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide
                        stoffen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht
                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte
                        binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe
                        delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                        het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van
                        een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                        identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader
                        afleesbaar is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                        overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten
                        een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit
                        aangeduide dieren:</al></li>
                    <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                    <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in
                        het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li>
                    <li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                        aangegeven; of</al></li>
                    <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een
                        plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van
                        een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:61 Wilde dieren</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:62 Loslopend vee</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich
                    bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                    door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                    maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:63 Duiven</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:64 Bijen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:65 Bedelarij</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:66 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                    artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
                    lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of
                        ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een
                        doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en
                        daarin vermeldt hij onverwijld:</al></li>
                    <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                    <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat
                        mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:</al></li>
                    <li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn
                        woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li>
                    <li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf
                        afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar
                        op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;</al></li>
                    <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn
                        naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;</al></li>
                    <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring
                        te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>(Dit artikel is verplaatst naar Afdeling 8 onder artikel 2:32).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 13. Vuurwerk</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk
                    waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking
                    tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing
                    is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen gebruiken op een door het
                        college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast
                        aangewezen plaats.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen
                        gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li>
                    <li nr="3."><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing
                        op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van
                        het Wetboek van Strafrecht.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73a Carbid schieten </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li>
                    <li nr="a."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of,
                        voor zover het openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de
                        Gemeentewet betreft, de burgemeester;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bus: een (originele)(melk) bus van staal/ijzer, container, opslagvat of
                        ander daarmee gelijk te stellen voorwerp;</al></li>
                    <li nr="c."><al>carbid schieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van
                        acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                        water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Carbid schieten in de open lucht is verboden, tenzij wordt voldaan aan de
                        volgende voorwaarden:</al></li>
                    <li nr="a."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur. Daarbij wordt gebruik
                        gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij
                        geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid
                        schieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor
                        gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                        omgeving;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het carbid schieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00
                        uur en op 1 januari tussen 00.00 uur en 02.00 uur buiten de bebouwde kom
                        waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met
                        een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas
                        afkomstig van een reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water of
                        gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen
                        worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid schieten verricht
                        weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of
                        hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de
                        intramurale zorg en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde
                        voorzieningen voor het houden van dieren en</al></li>
                    <li nr="·"><al>op een afstand van ten minste 500 meter van een
                        vogelbeschermingsgebied;</al></li>
                    <li nr="3."><al>er wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting
                        waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het vrijschootsveld is minimaal 75 meter is en hierin geen verharde
                        openbare wegen of paden liggen;</al></li>
                    <li nr="5."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het
                        carbid schieten plaatsvindt, worden in totaal niet meer dan tien bussen
                        gebruikt dan wel worden gebruiksklaar aanwezig gehouden voor carbid
                        schieten;</al></li>
                    <li nr="6."><al>de (melk)bussen/containers/opslagvaten stevig zijn verankerd in de bodem
                        of in een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan worden
                        voorkomen;</al></li>
                    <li nr="7."><al>er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, onder toezicht
                        van een of meerdere personen van 18 jaar of ouder. Deze dienen de eigen
                        veiligheid en die van het publiek te waarborgen;</al></li>
                    <li nr="8."><al>Indien het carbid schieten plaatsvindt na zonsondergang, dient het
                        schietterrein goed te worden verlicht;</al></li>
                    <li nr="9."><al>Het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen dient zodanig te zijn
                        dat deze geen schade aan mens, dier of goed kunnen veroorzaken.</al></li>
                    <li nr="10."><al>Het gebruik van busdeksels om carbid af te schieten is niet
                        toegestaan;</al></li>
                    <li nr="11."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                        overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente
                        aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is;</al></li>
                    <li nr="12."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het tweede
                        lid gestelde verbod;</al></li>
                    <li nr="13."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                        wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer
                        gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:73b Het bij zich hebben van Carbid </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen
                        dan op 31 december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen
                        00.00 uur en 02.00 uur.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie
                        carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch
                        op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de
                        uitoefening van beroep of bedrijf.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is voorts niet van toepassing op de houder
                        van een melding als bedoeld in het tweede lid, gedurende de tijd waarvoor de
                        ontheffing is verleend alsmede gedurende een uur daarvoor en een uur
                        daarna.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet
                        wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer
                        gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 14. Drugsoverlast</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare
                    plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2
                    en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af
                    te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin
                    te bemiddelen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te
                    besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van
                    personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in
                    artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 5:34 van de
                    Algemene plaatselijke verordening gemeente Olst-Wijhe groepsgewijs niet
                    naleven.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                    verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                    ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin
                    gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te
                    wijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te
                    besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve
                    van het toezicht op een openbare plaats.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of
                        beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het
                        woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid
                        of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde
                        verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                        hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een
                        openbare plaats op te houden.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester
                        aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid
                        is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende
                        handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken
                        niet meer in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare
                        plaats op te houden. </al></li>
                    <li nr="3."><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het
                        strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden
                        na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede
                        lid, plaatsvindt.</al></li>
                    <li nr="4."><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen,
                        als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                        noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing
                        verlenen van een bevel.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Begripsbepalingen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
                      handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                    <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                      seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li>
                    <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                      bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele
                      handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard
                      plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                      seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                      prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al
                      dan niet in combinatie met elkaar;</al></li>
                    <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon
                      die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie
                      aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                      uitgeoefend;</al></li>
                    <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
                      hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren
                      plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li>
                    <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                      rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel
                      exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of
                      rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                    <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                      feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                      escortbedrijf;</al></li>
                    <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                      van:</al></li>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze
                      verordening;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende
                      redenen noodzakelijk is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of,
                  voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                  erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:3 Nadere regels</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede
                  lid kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de
                  bevoegdheden zoals bedoeld in dit hoofdstuk.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te
                      wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                    <li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval
                      vermeld:</al></li>
                    <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                      (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                      toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li>
                    <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                      voogdij;</al></li>
                    <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de
                      beheerder niet:</al></li>
                    <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een
                      psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het
                      Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                      onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in
                      Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en
                      Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                      rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                      voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                      Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                    <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                      onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                      meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder
                      a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                      van:</al></li>
                    <li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
                      Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a
                      (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                      het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of
                      juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                      kansspelen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li>
                    <li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                      gesteld:</al></li>
                    <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid
                      onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                      Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                      bedraagt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li>
                    <li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></li>
                    <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                      beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de
                      intrekking van deze vergunning.</al></li>
                    <li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant
                      of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten
                      minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                      vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij
                      aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:6 Sluitingstijden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en
                      daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met
                      zondag tussen 02:00 en 07:00 uur.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                      sluitingstijden vaststellen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden
                      gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede
                      lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin
                      wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13,
                      tweede lid, of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                      kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></li>
                    <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                      geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke
                      of algehele sluiting bevelen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht,
                      maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend
                      op de voet van artikel 3:42, tweede lid.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder
                      dat de exploitant of beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b
                      in de seksinrichting aanwezig is.</al></li>
                    <li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                      seksinrichting:</al></li>
                    <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten
                      genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                      de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling)
                      van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                      Wet wapens en munitie; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of
                      krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:9 Straatprostitutie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze,
                  passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te
                  nodigen dan wel aan te lokken. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:10 Sekswinkels</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
                  exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                  leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop
                      goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
                      afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                      aan te bieden of aan te brengen:</al></li>
                    <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt
                      dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare
                      orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang
                      van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                      tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                      aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die
                      dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7,
                      eerste lid, van de Grondwet.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning
                      bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                      aanvraag ontvangen is.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                      verdagen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd
                      indien:</al></li>
                    <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde
                      eisen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in
                      strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
                      exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                      leefmilieuverordening; of</al></li>
                    <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen
                      werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                      Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                      Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al>2.Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan,
                      onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel
                      3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling
                      bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang
                      van:</al></li>
                    <li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li>
                    <li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op
                      de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het
                      escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de
                      exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:15 Wijziging beheer</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf
                      feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk
                      kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het
                      bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de
                      verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.
                      Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van
                      overeenkomstige toepassing.</al></li>
                    <li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer
                      worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de
                      exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat
                      over de aanvraag is besloten.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Overgangsbepaling</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Vervallen</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li>
                    <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;</al></li>
                    <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                      beheerder of anderszins een inrichting drijft;</al></li>
                    <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein
                      aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                    <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één
                      of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                    <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1
                      van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met
                      uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                    <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet
                      geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering
                      van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                    <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                      Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college
                      per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                      aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                      sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid,
                      van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                      wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                      dagdelen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college
                      bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de kernen en/of
                      buurtschappen van de gemeente.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een
                      nieuw kalenderjaar bekend.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te
                      voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld
                      in het eerste lid aanwijzen.</al></li>
                    <li nr="6."><al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                      voorkoming of beperking van geluidhinder.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per
                      kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen
                      2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet
                      van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken
                      voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                      gesteld.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 incidentele
                      festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve
                      van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet
                      van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen
                      voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                      gesteld.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                      kennisgeving.</al></li>
                    <li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig
                      en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier
                      vermeld.</al></li>
                    <li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op
                      verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die
                      redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.</al></li>
                    <li nr="6."><al>Het college kan voorwaarden stellen aan de festiviteiten en activiteiten ter
                      voorkoming of beperking van geluidhinder.</al></li>
                    <li nr="7."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde gedeelte blijven
                      ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                      personen of goederen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>[gereserveerd]</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel
                      2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is
                      de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                      gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                      toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                      geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige
                      terreinen op de grens van het terrein;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen
                      betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen
                      bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>tabel</al></li>
                  </lijst><table>
                    <tgroup cols="4">
                      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/>
                      <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/>
                      <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/>
                      <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/>
                      <tbody>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al/>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>
                              <vet>7.00-19.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>
                              <vet>19.00-23.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>
                              <vet>23.00-7.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>40 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>35 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>30 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>25 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>70 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>65 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>60 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>55 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                      </tbody>
                    </tgroup>
                  </table><lijst>
                    <li nr="2."><al>Voor de duur van 2 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het
                      oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                      fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode
                      uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                      wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                      toepassing.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele
                      festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of
                      van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in
                      werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor
                      de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                      Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                      Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                      (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                      toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in
                      de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine
                      in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens
                      voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in
                      het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde
                      in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
                      (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door
                      het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van
                      (geluid)hinder.</al></li>
                    <li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:</al></li>
                  </lijst><al>het maximale geluidsniveau;</al><al>de situering van geluidsbronnen;</al><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft
                  voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de
                  omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met
                  een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een
                  omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
                      vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels
                      en verkeerstekens op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor
                      een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                      veroorzaakt.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:6A Mosquito</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een
                      slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als
                      doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast
                      veroorzaken.</al></li>
                    <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het
                      belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan
                      te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.</al></li>
                    <li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de
                      plaats waar deze is aangebracht.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast
                      redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 3 maanden.
                      De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 3
                      maanden verlengen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:7 Straatvegen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de
                  gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of
                  enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                  tijdsperiode.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke
                  behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen
                  zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel
                  voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor
                  anderen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><al>a.houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li>
                    <li nr=""><al>b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                      uitlopen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van
                      verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige
                      beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te
                      vellen of te doen vellen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al></li>
                    <li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden,
                      beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en
                      geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
                    <li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li>
                    <li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;</al></li>
                    <li nr="f."><al>houtopstanden die gelegen zijn buiten een bebouwde kom, een zelfstandige
                      eenheid vormen en: ofwel een grotere oppervlakte beslaan dan 10 are;</al><al> ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het
                      totale aantal rijen; </al></li>
                    <li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                      krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het
                      bepaalde in artikel 4.3.6;</al></li>
                    <li nr="h."><al>struiken;</al></li>
                    <li nr="i."><al>bomen binnen de bebouwde kom met een stamomtrek van minder dan 65
                      centimeter, gemeten op 1 meter hoogte, of een diameter van minder dan 20
                      centimeter, gemeten op 1 meter hoogte;</al></li>
                    <li nr="j."><al>(wintergroene) coniferen;</al></li>
                    <li nr="k."><al>berken en fijnsparren binnen de bebouwde kom.</al></li>
                    <li nr="3."><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:</al></li>
                    <li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming
                      verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend
                      belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of
                      goederen.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen
                      voorschriften.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.11a Aanvraag vergunning</label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.11b Weigeringsgronden </label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.12a</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12b Herplant-/instandhoudingsplicht</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
                  toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze
                  tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich
                  de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                  van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
                  overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                  termijn. </al></li>
              </lijst>
              <al>2.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij
              worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
              geslaagde beplanting moet worden vervangen. </al>
              <al>3.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van
              toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de
              zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan
              degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
              verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een
              door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
              weggenomen. </al>
              <al>4.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is
              opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12c Schadevergoeding </label>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte</label>
              </kop>
              <al>1.Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het
              college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
              iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
              aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: </al>
              <al>a.indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al>
              <al>b.de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; </al>
              <al>c.of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te
              behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. </al>
              <al>2.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel
              ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
              voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit
              verbod. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van
                  de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                  schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de
                  zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende
                  voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben</al></li>
                <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen
                  of onderdelen daarvan;</al></li>
                <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li>
                <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het
                  plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                  anderszins voor een commercieel doel; of</al></li>
                <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling
                  ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en
                  oude metalen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale
                  Verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                  voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het
                  verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                  omgeving.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                  het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>6.Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig
              waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste
              lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
              opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
              nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                  plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                  bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een
                  voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik
                  door de rechthebbende op een terrein.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste
                  lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in
                  het belang van:</al></li>
                <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li>
                <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                <li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                  toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door het
                  college aangewezen plaatsen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen
                  genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</label>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 1. Parkeerexcessen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement
                    verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                    zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                    verkeersregels en verkeerstekens ( RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                    betaling.</al></li>
                <li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:</al></li>
                <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                    totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                    gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                    persoon.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                    voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen,
                    verboden:</al></li>
                <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te
                    parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een
                    van deze voertuigen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
                <li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te
                    parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                    verhandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te
                verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van
                    onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg
                    te parkeren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                    Wet milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan
                    verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></li>
                <li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een
                    door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met
                    het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                    uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn
                    oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder
                    a, gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin
                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                    Provinciale landschapsverordening.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                    handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee
                    handelsreclame te maken.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een
                    door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                    voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar
                    dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                    beschikbare parkeerruimte.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot
                    en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers,
                    kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer
                    dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                    ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft
                    van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren
                    bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige
                    wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt
                    aangedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt
                    voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig
                    ter plaatse noodzakelijk is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een
                    van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of
                    te laten staan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li>
                <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de
                    overheid; en</al></li>
                <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor
                    dit doel zijn bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</label>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van
                  de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van
                  schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen
                  onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen fietsen of
                  bromfietsen langer dan 28 dagen onafgebroken te laten staan (weesfietsen).</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 2. Collecteren</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van
                    geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het
                    aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte
                    stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                    indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de
                    opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                    wordt.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 3. Venten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:14 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de
                    ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                    diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een
                    winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het
                    aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                    eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:15 Ventverbod</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare
                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 21:00 en
                    08:00 uur.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties wordt
                    voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met
                    gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                    als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten van gedrukte en
                    geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld
                    in artikel 7, eerste lid van de Grondwet verboden: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></li>
                    <li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede
                    lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 4. Standplaatsen</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:17 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats
                    op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of
                    afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen,
                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste
                    lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li>
                <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen
                    of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                    geweigerd:</al></li>
                <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving
                    niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel
                    van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de
                    vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                    verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                    toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</label>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder
                vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties
                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, tweede lid, onder a, is niet van
                    toepassing op bouwwerken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</label>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 5. Snuffelmarkten</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:22 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het
                    publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                    goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                    standplaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li>
                <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                    h, van de Gemeentewet;</al></li>
                <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te
                    organiseren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en
                    voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. </al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                    voorbereidingsbesluit.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                    (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 6. Openbaar water</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een
                    voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                    aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                    constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                    het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een
                    belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar
                    water.</al></li>
                <li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met
                    een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan
                    uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.</al></li>
                <li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder,
                    en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.</al></li>
                <li nr="4."><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze
                    van bekendmaken.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                    Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                    Algemene verordening ondergrondse infrastructuur.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan
                    wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college
                    aangewezen gedeelten van openbaar water. </al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een
                    ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid
                    aangewezen gedeelten van openbaar water: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                        veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;</al></li>
                    <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                    Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde kan het
                    college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking
                    tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                    openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                    de gemeente.</al></li>
                <li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college
                    gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van
                    een ligplaats op te volgen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin
                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in
                strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in
                    de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                    waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de
                    gemeente in beheer zijn.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                    Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</label>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het
                water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk
                gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water
                    ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
                    hinder of gevaar kan ondervinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in
                    openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te
                    bevinden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend
                    in of aan een openbaar water, los te maken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:31A Begripsbepalingen</label>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het
                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li>
                <li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e,
                    van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:32 Crossterreinen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of
                        een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd,
                        een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel
                        te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                        daartoe aanwezig te hebben.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                        aangewezen terreinen. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van
                        deze terreinen:</al></li>
                    <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
                        en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                        wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                        sportmotoren.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken,
                        plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of
                        zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets , een fiets of een
                        paard.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college
                        aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het
                        gebruik van deze terreinen:</al></li>
                    <li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen,
                        bromfietsen, fietsers en paarden:</al></li>
                    <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van
                        andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens 1990 door bevoegde de minister aangewezen
                        hulpverleningsdiensten;</al></li>
                    <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de
                        terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                        voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                    <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die
                        gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></li>
                    <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder
                        d bedoelde personen.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:</al></li>
                    <li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of
                        terreinen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden'
                        aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                        krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                        verbod.</al></li>
                    <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                        inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te
                        leggen, te stoken of te hebben.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is
                        het verbod niet van toepassing op:</al></li>
                    <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></li>
                    <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                        worden verbrand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                        geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li>
                    <li nr="5."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                        artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                        Provinciale milieuverordening.</al></li>
                    <li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling 9. Verstrooiing van as</label>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:35 Begripsbepaling</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                    verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de
                    overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd
                    terrein.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><lijst>
                    <li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li>
                    <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen
                        dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li>
                    <li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus
                        op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod
                        uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                        crematoriumterreinen.</al></li>
                    <li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                        toepassing.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 5:37 Hinder of overlast</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr=""><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                    wordt veroorzaakt voor derden.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:1 Strafbepaling</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><lijst>
                  <li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                      grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                      gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                      categorie.</al></li>
                  <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische
                      delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de
                      artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste
                      lid.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:2 Toezichthouders</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                  verordening zijn belast de opsporingsambtenaren genoemd in artikel 141 van het
                  Wetboek van Strafvordering en de door het college dan wel de burgemeester
                  aangewezen personen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                  overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die
                  strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
                  leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een
                  woning zonder toestemming van de bewoner.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><al>De Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe, vastgesteld in de vergadering
                  van 11 mei 2015 wordt ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid,
                  die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor
                  deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen
                  krachtens deze verordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:6 Inwerkingtreding</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op <sup/>de eerste dag na bekendmaking.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6:7 Citeertitel</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
              Olst-Wijhe.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 18 januari 2016.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de griffier</ondertekening>
        <ondertekening>B.A. (Bart) Duursema</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>A.G.J. (Ton) Strien</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>HOOFDSTUK 1. algemene bepalingen </al>
        <al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 1:2 Beslistermijn </al>
        <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al>
        <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen </al>
        <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al>
        <al>Artikel 1:7 Termijnen </al>
        <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 1:9 Paragraaf 4.1.3.3 Awb wel van toepassing </al>
        <al>Artikel 1:10 Paragraaf 4.1.3.3 Awb niet van toepassing </al>
        <al>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE </al>
        <al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden </al>
        <al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden </al>
        <al>Afdeling 2. Betoging </al>
        <al>Artikel 2:2 Optochten </al>
        <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn </al>
        <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens </al>
        <al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken </al>
        <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                  afbeeldingen </al>
        <al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg </al>
        <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al>
        <al>Artikel 2:8 Dienstverlening </al>
        <al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al>
        <al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg </al>
        <al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg </al>
        <al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                  veranderen van een weg </al>
        <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg </al>
        <al>Afdeling 6. veiligheid op de weg </al>
        <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid </al>
        <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes </al>
        <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al>
        <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al>
        <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al>
        <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen </al>
        <al>Artikel 2:20a Gevaarlijke voorwerpen </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al>
        <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn </al>
        <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs </al>
        <al>Afdeling 7. Evenementen </al>
        <al>Artikel 2:24 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:25 Evenement </al>
        <al>Artikel 2:26 Ordeverstoring </al>
        <al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen </al>
        <al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting </al>
        <al>Artikel 2:29 Sluitingstijd </al>
        <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting </al>
        <al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen </al>
        <al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen </al>
        <al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                Drank- en Horecawet </al>
        <al>Artikel 2:34a Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen </al>
        <al>Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven </al>
        <al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
              </al>
        <al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie </al>
        <al>Artikel 2:37 Nachtregister </al>
        <al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister </al>
        <al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al>
        <al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten </al>
        <al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al>
        <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal </al>
        <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden </al>
        <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al>
        <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al>
        <al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:47a Verplichte route </al>
        <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik </al>
        <al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen </al>
        <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                </al>
        <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
                </al>
        <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen </al>
        <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur </al>
        <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren </al>
        <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties </al>
        <al>Artikel 2:57 Loslopende honden </al>
        <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden </al>
        <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden </al>
        <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al>
        <al>Artikel 2:61 Wilde dieren </al>
        <al>Artikel 2:62 Loslopend vee </al>
        <al>Artikel 2:63 Duiven </al>
        <al>Artikel 2:64 Bijen </al>
        <al>Artikel 2:65 Bedelarij </al>
        <al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen </al>
        <al>Artikel 2:66 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al>
        <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                  Strafrecht </al>
        <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al>
        <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven </al>
        <al>Afdeling 13. Vuurwerk </al>
        <al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                  verkoopdagen </al>
        <al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                </al>
        <al>Artikel 2:73a Carbid schieten </al>
        <al>Artikel 2:73b Het bij zich hebben van Carbid </al>
        <al>Afdeling 14. Drugsoverlast </al>
        <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat </al>
        <al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding </al>
        <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden </al>
        <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al>
        <al>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen </al>
        <al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. </al>
        <al>Afdeling 1. Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan </al>
        <al>Artikel 3:3 Nadere regels </al>
        <al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
              </al>
        <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen </al>
        <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al>
        <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden </al>
        <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
              </al>
        <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder </al>
        <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie </al>
        <al>Artikel 3:10 Sekswinkels </al>
        <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al>
        <al>Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn </al>
        <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden </al>
        <al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </al>
        <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie </al>
        <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer </al>
        <al>Afdeling 5. Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling </al>
        <al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
              uiterlijk aanzien van de gemeente </al>
        <al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting </al>
        <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten </al>
        <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek </al>
        <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder </al>
        <al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht </al>
        <al>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren </al>
        <al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. </al>
        <al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s </al>
        <al>Artikel 4:6A Mosquito </al>
        <al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al>
        <al>Artikel 4:7 Straatvegen </al>
        <al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen </al>
        <al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                putten buiten gebouwen </al>
        <al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden </al>
        <al>Artikel 4.11a Aanvraag vergunning </al>
        <al>Artikel 4.11b Weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege </al>
        <al>Artikel 4.12a Bijzondere vergunningsvoorschriften </al>
        <al>Artikel 4.12b Herplant-/instandhoudingsplicht </al>
        <al>4.Artikel 4.12c Schadevergoeding </al>
        <al>4.Artikel 4.12d Bestrijding iepziekte </al>
        <al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al>
        <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al>
        <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen </al>
        <al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame </al>
        <al>6.Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame </al>
        <al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al>
        <al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al>
        <al>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente </al>
        <al>Afdeling 1. Parkeerexcessen </al>
        <al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al>
        <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken </al>
        <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </al>
        <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen </al>
        <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al>
        <al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al>
        <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets </al>
        <al>Afdeling 2. Collecteren </al>
        <al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen </al>
        <al>Afdeling 3. Venten </al>
        <al>Artikel 5:14 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:15 Ventverbod </al>
        <al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting </al>
        <al>Afdeling 4. Standplaatsen </al>
        <al>Artikel 5:17 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al>
        <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende </al>
        <al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht </al>
        <al>Afdeling 5. Snuffelmarkten </al>
        <al>Artikel 5:22 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt </al>
        <al>Afdeling 6. Openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al>
        <al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al>
        <al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al>
        <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken </al>
        <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen </al>
        <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water </al>
        <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen </al>
        <al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
              </al>
        <al>Artikel 5:31A Begripsbepalingen </al>
        <al>Artikel 5:32 Crossterreinen </al>
        <al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al>
        <al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken </al>
        <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                  anderszins vuur te stoken </al>
        <al>Afdeling 9. Verstrooiing van as </al>
        <al>Artikel 5:35 Begripsbepaling </al>
        <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen </al>
        <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast </al>
        <al>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al>
        <al>Artikel 6:1 Strafbepaling </al>
        <al>Artikel 6:2 Toezichthouders </al>
        <al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen </al>
        <al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening </al>
        <al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling </al>
        <al>Artikel 6:6 Inwerkingtreding </al>
        <al>Artikel 6:7 Citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>