<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR394199_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-121086.html">Gemeenteblad, 2015, 121086</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=216">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=156">Gemeentewet, art. 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7888</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Toeristenbelasting 2015.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Eemnes;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 20 oktober 2015;</al><al/><al>gelet op de artikelen 224, 216 en 156 van de Gemeentewet; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>de navolgende</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting
                            2016</vet></al><al/><al>vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Voorwerp der belasting; belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente
                        Eemnes, in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele
                        kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste
                        standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet
                        als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van
                        de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een
                        directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde
                                mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor
                                en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's,
                                toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
                                voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als
                                verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="c."><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
                                of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeerders of
                                stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
                                vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde
                                perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te
                                huur aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde
                                mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd
                            wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan
                            te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde
                            in artikel 1 verblijf houdt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastinggrondslag</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten
                                    bepaald op:</al><al> 3 personen indien het aantal slaapplaatsen 4 of minder
                                    bedraagt;</al><al> 4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 4
                                    bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen
                                    bepaald op:</al><al> 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder
                                    bedraagt;</al><al> 3,5 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie
                                    bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald
                                    op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor
                                    verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en
                                    het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan
                                    drie personen, vermenigvuldigd met 3.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen in
                            overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet
                                    beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen,
                                    welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen
                                    worden gedurende een periode van:</al><al> ten hoogste drie maanden bepaald op 40;</al><al> meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 50;</al><al> meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 65;</al><al> meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
                                    80;</al></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op
                                    niet vaste standplaatsen bepaald op 365.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid,
                            letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen
                            gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een
                            afzonderlijke periode van twee maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek de heffingsgrondslag
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op de voet van artikel 5 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting <vet>€ </vet><vet>1,72</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degene, die:</al><lijst><li nr="a."><al>als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging
                                        of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></li><li nr="b."><al>als gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in
                                        de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98) onderscheidenlijk in de Wet
                                        op woonwagens en woonschepen (Stb. 1918, 492), daarin
                                        overnacht;</al></li><li nr="c."><al>verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter
                                        zake van het verblijf in of het beschikbaar houden van die
                                        woning woonforensenbelasting is verschuldigd;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
                                heffing en invordering van een watertoeristenbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vaststelling formulier aangiftebiljet</titel></kop><al>Het formulier van het aangiftebiljet wordt bij afzonderlijk besluit door het
                        College vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                            laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen aanslag wordt vastgesteld indien het aantal overnachtingen, waartoe
                        gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien
                        zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere regels door het College</titel></kop><al>Het College kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                        invordering van de landtoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten als bedoeld
                            in deze verordening verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door
                            het College aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231,
                            tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met een geldboete van de
                            eerste categorie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening Toeristenbelasting 2015” van 15 december 2014 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Toeristenbelasting 2016”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 30 november
                        2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.A. de Bruijn </ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R. van Benthem RA</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>