<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR394027_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Giessenlanden voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Giessenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, dd 3 februari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2015 gemeente Giessenlanden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, afdeling 10.1.1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-02-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 7, lid 1 en 2, betref electronische ondertekening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Zaak nr 15-18424</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer; Volkshuisvesting en woningbouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geconsolideerde versie incl. 'Wijzigingsbesluit Mandaatbesluit OZHZ 2015 en Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ inzake Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder 2012'.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2015 gemeente Giessenlanden
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Giessenlanden van 20 oktober 2015 inzake de verlening van mandaat en
                        machtiging aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
                        (Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van
                        Giessenlanden voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2015) </al>
          <al/>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Giessenlanden</al>
          <al>
            <vet>Gelet op </vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland
                                Zuid;</al></li>
            <li nr="-"><al>afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Besluit</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen:</al>
          <al>
            <vet>het Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2015 gemeente
                            Giessenlanden</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1:</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
                            </al></li>
            <li nr="b."><al>directeur: de directeur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel
                                30 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid Holland
                                Zuid;</al></li>
            <li nr="c."><al>gemeente: de gemeente Giessenlanden; </al></li>
            <li nr="d."><al>Omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Zuid-Holland
                                Zuid, bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke regeling
                                Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid</al></li>
            <li nr="e."><al>Portefeuillehouder: lid van het college dat zich bezig houdt met het
                                betreffende beleidsterrein.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2:</nr>
            <titel>Mandaat</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Aan de directeur wordt, voor zover het bevoegdheden van het college
                            betreft, mandaat verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende
                            mandaatlijst.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Aan de directeur wordt, voor zover het de in het eerste lid genoemde
                            bevoegdheden betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het
                            machtigen van ambtenaren van de Omgevingsdienst om het college te
                            vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Aan de directeur wordt, voor zover het bevoegdheden van het college
                            betreft, in mandaat opgedragen de bevoegdheid tot het aanvragen van
                            subsidies, bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht,
                            ten behoeve van de uitvoering van de programmataken, bedoeld in artikel
                            4, eerste lid, van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst
                            Zuid-Holland Zuid, mits en voor zover het lid, afkomstig uit het
                            college, in algemeen bestuur van de Omgevingsdienst heeft aangeven
                            akkoord te gaan met het aanvragen van de betreffende subsidie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De directeur neemt bij de aan hem in mandaat opgedragen bevoegdheden de
                            algemene instructies en de instructies per geval van het college in
                            acht, als bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, van de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien ten gevolge van wijziging van wetten alsmede
                            uitvoeringsbesluiten, circulaires, beleidsregels en regelingen
                            uitvoerende werkzaamheden als bedoeld in de bij dit besluit behorende
                            mandaatlijst gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan
                            ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het in werking treden van dit
                            besluit strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van
                            een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover
                            hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen,
                            behoren tot de taken zoals genoemd in de bij dit besluit behorende
                            mandaatlijst, die aan de Omgevingsdienst zijn opgedragen. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3:</nr>
            <titel>Kaders uitoefening bevoegdheden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen
                            bevoegdheden het beleid van het college ter zake, alsmede de door de
                            gemeenteraad van de gemeente vastgestelde kaders.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in
                            overleg met de directeur van de Omgevingsdienst inzake
                            uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden
                            die de Omgevingsdienst uitvoert.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college zendt de directeur alle benodigde informatie noodzakelijk
                            voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de directeur het wenselijk acht dat in afwijking van het bepaalde
                            in het eerste lid wordt besloten, treedt hij hierover in overleg met het
                            college. Een besluit wordt in dat geval niet in mandaat genomen</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4:</nr>
            <titel>Informatieplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat
                            is verleend informeert het college bij zwaarwegende omstandigheden en
                            gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Onverminderd het eerste lid, heeft de directeur een aan de uitoefening
                            van de bevoegdheid voorafgaande informatieplicht en een
                            signaleringsplicht jegens het college indien de uitoefening van de
                            gemandateerde bevoegdheid voor het college naar verwachting politieke en
                            maatschappelijke gevolgen kan hebben of indien een besluit tot
                            consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld
                            of anderszins aangesproken zal worden. In de gevallen bedoeld in de
                            vorige volzin verschaft de directeur alle benodigde informatie en voert
                            hij overleg met het college alvorens de bevoegdheden bedoeld in artikel
                            2 uit te oefenen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De directeur en de portefeuillehouder overleggen regelmatig over de
                            planning, de aantallen en de kwaliteit van de te nemen en reeds genomen
                            besluiten door de directeur namens het college.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5:</nr>
            <titel>Ondermandaat</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 2, in ondermandaat
                            opdragen aan onder zijn bevoegdheid ressorterende ambtenaren.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Artikel 2, vierde lid, artikel 3 en artikel 4 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6:</nr>
            <titel>Machtiging</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt,
                        voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat
                        wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld de machtiging om handelingen te
                        verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling
                        zijn.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7:</nr>
            <titel>Ondertekening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in
                            artikel 2 luidt de ondertekening:</al>
            <al>Burgemeester en wethouders van Giessenlanden,</al>
            <al>namens dezen,</al>
            <al>directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</al>
            <al>Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris of gevolgd door
                            een ondertekening door middel van naam-functieaanduiding en een
                            automatisch gegenereerde disclaimer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in
                            artikel 5, luidt de ondertekening:</al>
            <al>Burgemeester en wethouders van Giessenlanden,</al>
            <al>namens dezen,</al>
            <al>Hoofd (naam afdeling of bureau) van de Omgevingsdienst Zuid-Holland
                            Zuid</al>
            <al>Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris of gevolgd door
                            een ondertekening door middel van naam-functieaanduiding en een
                            automatisch gegenereerde disclaimer.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8:</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het Mandaatbesluit Omgevingsdienst ZHZ 2014 van 4 maart 2014 wordt
                            ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit
                            besluit.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het
                            overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet
                            bestuursrecht is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 oktober
                            2015.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit van het college van
                            burgemeester en wethouders van Giessenlanden voor de Omgevingsdienst
                            Zuid-Holland Zuid 2015.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Giessenlanden op 20 oktober 2015. </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de secretaris,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. M. Does MCM</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de burgemeester,</ondertekening>
        <ondertekening> ir. W.E. ten Kate</ondertekening>
        <ondertekening/>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <titel>
            <vet>MANDAATLIJST</vet>
          </titel>
          <subtitel>
            <vet>BEHORENDE BIJ</vet>
          </subtitel>
          <subtitel>
            <vet>HET MANDAATBESLUIT VAN HET COLLEGE</vet>
            <vet>VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN</vet>
            <vet>GIESSENLANDEN VOOR DE OMGEVINGSDIENST</vet>
            <vet>ZUID-HOLLAND ZUID 2015</vet>
          </subtitel>
          <subtitel/>
        </kop>
        <table>
          <tgroup cols="1">
            <colspec colname="colA"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <al>
                    <vet>MANDAATLIJST EX ARTIKEL 2, EERSTE LID, VAN HET </vet>
                    <vet>HET MANDAATBESLUIT VAN HET COLLEGE</vet>
                    <vet> VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN</vet>
                    <vet> GIESSENLANDEN VOOR DE OMGEVINGSDIENST</vet>
                    <vet> ZUID-HOLLAND ZUID 2015</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <table>
          <tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colname="colA"/>
            <colspec colname="colB"/>
            <colspec colname="colC"/>
            <thead valign="bottom">
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>VOORWAARDEN EN INSTRUCTIES</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Algemene wet bestuursrecht</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>1.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>a. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 4:5 en
                                        4:6 van de <cursief>Algemene wet bestuursrecht
                                        </cursief>inzake het niet behandelen van een aanvraag en het
                                        afdoen van een nieuwe aanvraag na een geheel of gedeeltelijk
                                        afwijzende beschikking.</al>
                  <al/>
                  <al>b. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 4:7 en
                                        4:8 van de <cursief>Algemene wet bestuursrecht
                                        </cursief>inzake het horen van de aanvrager en de
                                        belanghebbende.</al>
                  <al/>
                  <al>c. Het nemen van besluiten op grond van afdeling 4.1.3 van
                                        de <cursief>Algemene wet bestuursrecht </cursief>inzake het
                                        verlengen en opschorten van de beslistermijn en inzake de
                                        dwangsom bij niet tijdig beslissen.</al>
                  <al/>
                  <al>d. Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 8:51a,
                                        8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b van de <cursief>Algemene wet
                                            bestuursrecht </cursief>inzake de bestuurlijke lus en
                                        tussenuitspraak.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>2.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het voeren van correspondentie in het kader van toezicht en
                                        handhaving, waaronder in ieder geval begrepen:</al>
                  <al/>
                  <al>a. een bezoekbevestigingsbrief;</al>
                  <al/>
                  <al>b. een voorwaarschuwingsbrief;</al>
                  <al/>
                  <al>c. een vooraankondiging last onder bestuursdwang en last
                                        onder dwangsom of hoorbrief;</al>
                  <al/>
                  <al>d. vorderingen om informatie in het kader van de controle op
                                        de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in
                                        dit kader toegezonden informatie (art. 5.16,
                                            <cursief>Algemene wet bestuursrecht</cursief>);</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>- In afstemming met de portefeuillehouder v.w.b. de
                                        vooraankondiging of hoorbrief (ad c))</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>3.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op verzoeken van derden om
                                        handhavend op te treden op grond van de <cursief>Algemene
                                            wet bestuursrecht</cursief> jo. artikel 125 van de
                                            <cursief>Gemeentewet</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>- Indien en voorzover het verzoek betrekking heeft op de
                                        bevoegdheden als genoemd in het mandaatbesluit.</al>
                  <al>- In afstemming met de portefeuillehouder.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>4.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de afdelingen 5.3.1 en
                                        5.3.2 van Titel 5.3 (Herstelsancties) van de
                                            <cursief>Algemene wet bestuursrecht</cursief> jo.
                                        artikel 125 van de <cursief>Gemeentewet</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>- Indien en voorzover de last onder bestuursdwang en de last
                                        onder dwangsom betrekking heeft op de bevoegdheden als
                                        genoemd in het mandaatbesluit of de mandaatlijst.</al>
                  <al>- In afstemming met de portefeuillehouder.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>5.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten inzake bestuursrechtelijke
                                        procedures</al>
                  <al/>
                  <al/>
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Omvat:</al>
                  <al>- Uitbrengen van verweerschriften in procedures die tegen
                                        het college worden gevoerd.</al>
                  <al>- Vragen van uitstel van behandeling van bezwaar- en
                                        beroepszaak en het verrichten van andere
                                        proceshandelingen.</al>
                  <al>- In afstemming met de portefeuillehouder.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>6.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 2 van de
                                            <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</cursief> en procedurehandelingen in het
                                        kader van voorbereidingsprocedures op grond van Hoofdstuk 3
                                        van de <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Aanvragen betreffende monumenten: in afstemming met de
                                        portefeuillehouder.</al>
                  <al>Aanvragen betreffende het kappen van bomen: in afstemming
                                        met de betreffende ambtelijke afdeling van de gemeente
                                        (thans de afdeling civiel). Indien noodzakelijk stemt deze
                                        afdeling verder af met de bij dit onderwerp betrokken
                                        portefeuillehouder.</al>
                  <al>Aanvragen voor afwijkingen van het bestemmingsplan, inritten
                                        en het vergunningonderdeel verkeer worden voor advies
                                        voorgelegd aan de betreffende ambtelijke afdeling van de
                                        gemeente.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>7.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten over op grond van
                                        vergunningvoorschriften te overleggen meldingen en
                                        rapportages.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>8.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde
                                        bij of krachtens de <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht,</cursief> alsmede het bepaalde bij of
                                        krachtens dein artikel 5.1 van de
                                            <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</cursief> genoemde wetten, juncto 5.2 van
                                        die wet</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>9.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het aanwijzen van ambtenaren belast met het houden van
                                        toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de
                                            <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht,</cursief> alsmede het bepaalde bij of
                                        krachtens dein artikel 5.1 van de
                                            <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht</cursief> genoemde wetten, op grond van
                                        artikel 5.10, derde lid, van de <cursief>Wet algemene
                                            bepalingen omgevingsrecht</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>10.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 5.14 tot
                                        en met 5.18 van de <cursief>Wet algemene bepalingen
                                            omgevingsrecht </cursief>inzake het opleggen van de last
                                        onder bestuursdwang en de last onder dwangsom</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>In afstemming met de portefeuillehouder.</al>
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet milieubeheer</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>11.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het in behandeling nemen en beoordelen van meldingen en het
                                        nemen van besluiten ingevolge het gestelde bij of krachtens
                                        de artikelen in paragraaf 8.1 van de <cursief>Wet
                                            milieubeheer</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>12.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten inzake het beoordelen van
                                        milieuverslagen, overeenkomstig de bij of krachtens titel
                                        12.3 van de <cursief>Wet milieubeheer</cursief> gestelde
                                        regels</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>13.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de hoofdstukken 17 en
                                        19 van de <cursief>Wet milieubeheer</cursief> inzake
                                        maatregelen bij ongewoon voorval en de openbaarheid van
                                        milieu-informatie</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Een ongewoon voorval als bedoeld in hoofdstuk 17 wordt zo
                                        spoedig mogelijk doorgemeld aan de burgemeester van de
                                        gemeente. </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>14.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het gestelde
                                        bij of krachtens de artikelen in paragraaf 8.1 van de
                                            <cursief>Wet milieubeheer </cursief>en het verrichten
                                        van (rechts)handelingen ter voorbereiding van de
                                        bestuursrechtelijke handhaving ingevolge de bepalingen van
                                        hoofdstuk 18 van de <cursief>Wet milieubeheer</cursief></al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>15.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 7 van de
                                            <cursief>Wet milieubeheer</cursief> inzake
                                        milieueffectrapportage: de procedurestappen, het advies
                                        reikwijdte en detailniveau m.e.r. en het besluit
                                        m.e.r.-beoordeling.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geldt alleen voor een milieueffectrapportage in het kader
                                        van vergunningverlening Wabo als bedoeld bij nr. 6 in deze
                                        mandaatlijst.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Besluit bodemkwaliteit</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>16.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het toetsen van meldingen inzake het toepassen van grond,
                                        baggerspecie en bouwstoffen op grond van de artikelen 2 en 3
                                        jo. de artikelen 5, 6, 7 en 8 van het Besluit
                                        bodemkwaliteit.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Waterwet</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>17.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten ingevolge artikel 3.8 van de
                                            <cursief>Waterwet</cursief> inzake het zorgdragen voor
                                        de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer
                                        benodigde afstemming van taken en bevoegdheden, voorzover
                                        het betreft de indirecte lozingen van inrichtingen</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Betreft de samenwerking met de waterbeheerder bij het
                                        stellen van voorschriften voor indirecte lozingen bij
                                        inrichtingen.</al>
                  <al>In afstemming met de betreffende ambtelijke afdeling van de
                                        gemeente.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet vervoer gevaarlijke stoffen</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>18.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 22 en 28
                                        van de <cursief>Wet vervoer gevaarlijke stoffen</cursief>
                                        inzake het verlenen van ontheffing van de vastgestelde route
                                        voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ten behoeve van het
                                        laden en lossen over wegen en vaarwegen.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                            openbaar bestuur</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>19.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het vragen van advies op basis van de <cursief>Wet
                                            bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                            bestuur,</cursief> alsmede het nemen van besluiten op
                                        grond van artikel 3 van die wet inzake het weigeren een
                                        aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven
                                        beschikking in te trekken.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Indien en voor zover het vragen van het advies en het nemen
                                        van een besluit betrekking heeft op taken en bevoegdheden
                                        als genoemd in het mandaatbesluit.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Woningwet, Bouwbesluit en bouwverordening</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>20.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 1.17,
                                        1.18, 1.19, 1.20, 1.21, 1.22, 1.24, 1.25, 1.26, 1.28, 1.29,
                                        1.30, 1.31, 1.33, 6.18, 6.20, 6.23, 6.36, 6.37, 6.38, 6,40,
                                        7.6, 7.20, 8.3, 8.4, 8.5 van het Bouwbesluit 2012 indien en
                                        voorzover in die artikelen de bevoegdheid is opgenomen van
                                        het college tot het nemen van een besluit inzake een
                                        vergunning of een ontheffing dan wel het in ontvangst nemen
                                        van een melding, alsmede de daarmee samenhangende overige
                                        rechtshandelingen en overige publiekrechtelijke
                                        toestemmingen.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>21.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de Bouwverordening,
                                        voorzover het betreft:</al>
                  <al> a. Het beslissen op aanvragen om ontheffing op grond van
                                        artikel 2.1.5 inzake bodemonderzoek;</al>
                  <al> b. Het beslissen op aanvragen om ontheffing op grond van
                                        artikel 2.4.2 inzake het verbinden van voorwaarden aan de
                                        omgevingsvergunning voor bouwen;</al>
                  <al> c. Het beslissen op aanvragen om vergunning en ontheffing
                                        als bedoeld in de bepalingen van paragraaf 5 van hoofdstuk 2
                                        inzake voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                                        bereikbaarheidseisen, alsmede de daarmee samenhangende
                                        overige rechtshandelingen en overige publiekrechtelijke
                                        toestemmingen.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 30 van paragraaf 5, hoofdstuk 2 (ontheffing
                                        parkeernorm) alleen na advies van de betreffende ambtelijke
                                        afdeling van de gemeente.</al>
                  <al/>
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>22.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 13 en 13A
                                        van de Woningwet inzake het verplichten tot het treffen van
                                        voorzieningen aan een gebouw of een bouwwerk, niet zijnde
                                        een gebouw, alsmede het nemen van besluiten op grond van
                                        artikel 15 van de Woningwet strekkende tot het opleggen van
                                        een last onder dwangsom.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>23.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde
                                        bij of krachtens de Woningwet op grond van artikel 92 van de
                                        Woningwet juncto de artikelen 5.2, tweede lid, en 5.3 tot en
                                        met 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet veiligheidsregio’s,
                                            Brandbeveiligingsverordening</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>24.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van de artikelen 2 en 3 van
                                        de Brandbeveiligingsverordening inzake het in gebruik hebben
                                        van een inrichting (zijnde een voor mensen toegankelijke
                                        ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk
                                        is). </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>25.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de
                                        naleving van het bepaalde bij of krachtens de
                                        Brandbeveiligingsverordening op grond van artikel 61, derde
                                        lid, van de Wet veiligheidsregio’s.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>26.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde
                                        bij of krachtens de Brandbeveiligingsverordening.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Uitoefening van het toezicht geschiedt in overleg met de
                                        betrokken organisatie-eenheden van de gemeente.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Vuurwerkbesluit</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>27.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het nemen van besluiten op grond van het Vuurwerkbesluit
                                        inzake het stellen, wijzigen, aanvullen en intrekken van
                                        nadere eisen.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Besluit lozen buiten inrichtingen</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>28.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het in ontvangst nemen en behandelen van een melding als
                                        bedoeld in artikel 1.10a van het Besluit lozen buiten
                                        inrichtingen, alsmede het nemen van besluiten op grond van
                                        hoofdstuk 3a “Algemene regels ten aanzien van
                                        bodemenergiesystemen” van dat besluit.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <vet>Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>29.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het opmaken van een processen-verbaal van constatering, als
                                        bedoeld in art. 10, eerste lid, onder b van de <cursief>Wet
                                            Basisregistraties Adressen en Gebouwen</cursief>.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>30.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het opmaken van schriftelijke verklaringen, strekkende tot
                                        het signaleren van een wijziging in de feitelijke situatie
                                        die van invloed is op een of meer in de gebouwenregistratie
                                        opgenomen gegevens en die niet voortvloeit uit een krachtens
                                        de <cursief>Wet Basisregistraties Adressen en
                                            Gebouwen</cursief> aangewezen brondocument.</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al/>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al/>
        <al/>
        <al/>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>
            <vet>Toelichting bij het </vet>
            <vet>Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van
                            Giessenlanden voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2015</vet>
          </titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <nr>1</nr>
            <titel>
              <vet>Inleiding</vet>
            </titel>
          </kop>
        </divisie>
        <al>Het Mandaatbesluit van het college van burgemeester en wethouders van
                    Giessenlanden voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2015 vervangt het
                    mandaat voor milieutaken dat het college van burgemeester en wethouders van
                    Giessenlanden (hierna: het college) op 4 maart 2014 heeft verleend aan de
                    directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (hierna: OZHZ). Het
                    mandaatbesluit is gebaseerd op het uniforme modelbesluit dat is ontwikkeld op
                    basis van het mandaat dat de colleges van burgemeester en wethouders van de
                    gemeenten Dordrecht, Alblasserdam en Leerdam al eerder aan de directeur van OZHZ
                    hebben gegeven voor de uitvoering van brede omgevingstaken. </al>
        <al/>
        <al>Voor OZHZ is het praktisch en efficiënt dat de gemeentelijke mandaatbesluiten zo
                    uniform mogelijk zijn. In het voorliggende mandaatbesluit en bijbehorende
                    mandaatlijst is dit uitgangspunt verwerkt doordat de tekst van de milieumandaten
                    gelijkluidend is, en daarnaast doordat voor de colleges van de gemeenten
                    Dordrecht (sinds 1 januari 2011), Alblasserdam (per 1 juni 2013), Leerdam (per 1
                    januari 2014) en thans Giessenlanden (per 1 oktober 2015) toevoegingen zijn
                    opgenomen vanwege de uitvoering van het takenpakket voor het brede
                    omgevingsdomein.</al>
        <al/>
        <al>In juridische zin is in het voorliggende mandaatbesluit sprake van een
                    beslismandaat. Dat betekent dat de directeur van OZHZ bevoegd is om namens het
                    college besluiten te nemen, met inachtneming van de voorwaarden en instructies
                    die zijn opgenomen in het mandaatbesluit en de mandaatlijst. Het college is en
                    blijft eindverantwoordelijk, en daarmee politiek aanspreekbaar, op de in mandaat
                    genomen besluiten.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <nr>2</nr>
            <titel>
              <vet>Artikelsgewijze toelichting op het mandaatbesluit</vet>
            </titel>
          </kop>
        </divisie>
        <al>Artikel 1 van het besluit bevat een omschrijving van de belangrijkste begrippen
                    die in het mandaatbesluit worden gebruikt. </al>
        <al>In het eerste lid van artikel 2 van het mandaatbesluit is de koppeling gelegd
                    naar de mandaatlijst waarin de taken en bevoegdheden zijn opgenomen die de
                    directeur van OZHZ uitvoert namens het college. Hierop wordt hierna in de
                    toelichting op de mandaatlijst ingegaan.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2, tweede lid, regelt de bevoegdheid van de directeur tot het machtigen
                    van ambtenaren van OZHZ om het college te vertegenwoordigen in
                    bestuursrechtelijke procedures. Dit omvat bezwaar- en beroepzaken, alsmede
                    procedures inzake voorlopige voorziening. Met deze bepaling wordt voorkomen dat
                    per zaak door het college een aparte machtiging moet worden opgesteld. In de
                    mandaatlijst is de instructie opgenomen dat de (wijze van)
                    procesvertegenwoordiging wordt afgestemd met de portefeuillehouder.</al>
        <al/>
        <al>Het derde lid van artikel 2 bevat de bevoegdheid voor de directeur om subsidies
                    aan te vragen ten behoeve van de uitvoering van de programmataken. De directeur
                    kan alleen van dit mandaat gebruikmaken indien het lid van het college in het
                    algemeen bestuur van OZHZ heeft aangeven akkoord te gaan met het aanvragen van
                    de betreffende subsidie. Door deze constructie kan de relatie met de eigen
                    gemeentelijke begroting worden geborgd.</al>
        <al/>
        <al>In het vijfde lid van artikel 2 is een voorziening opgenomen waarmee wordt
                    geborgd dat het mandaat ook kan worden toegepast bij tussentijdse veranderingen
                    in de genoemde wet- en regelgeving, voor zover hun strekking en omvang door die
                    verandering niet wezenlijk veranderen.</al>
        <al/>
        <al>De artikelen 3 en 4 dienen in onderling verband te worden bezien. Artikel 3
                    bevat een informatieplicht van het college, in artikel 4 is de informatieplicht
                    van de directeur van OZHZ opgenomen. Bij een geval als bedoeld in het vierde lid
                    van artikel 3 (de wens om in een concreet geval af te wijken van het door het
                    college vastgestelde beleid of de door de gemeenteraad gestelde kaders) treedt
                    de directeur in overleg met het college. Een besluit wordt in dat geval door het
                    college genomen, derhalve niet in mandaat door de directeur.</al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid van artikel 4 is vastgelegd dat – bij te verwachten politieke
                    en maatschappelijke gevolgen of mogelijke aansprakelijkheid van de gemeente – de
                    directeur alle benodigde informatie verschaft en overleg heeft met het college
                    alvorens gebruik te maken van een gemandateerde bevoegdheid. Vooraf is niet
                    uitputtend te omschrijven wat dergelijke politieke en maatschappelijke gevolgen
                    zouden kunnen omvatten. Als voorportaal wordt daarom het zogenaamde
                    ‘driehoeksoverleg’ benut, zijnde het overleg tussen de portefeuillehouder, de
                    bestuurlijk accounthouder (manager) van OZHZ en het betrokken ambtelijke
                    dienstonderdeel van de gemeente. In een concreet geval kan ervoor worden gekozen
                    om een besluit niet in mandaat te nemen. </al>
        <al/>
        <al>In het derde lid van artikel 4 is vastgelegd dat de directeur van OZHZ en de
                    portefeuillehouder regelmatig overleggen over de planning, de aantallen en de
                    kwaliteit van de te nemen en reeds genomen besluiten door de directeur. De
                    portefeuillehouder kan besluiten hierbij het college te betrekken.</al>
        <al/>
        <al>Veelal worden in mandaatbesluiten ook algemene uitzonderingen opgenomen,
                    bijvoorbeeld in die gevallen waarin correspondentie plaatsvindt welke is gericht
                    aan de Koningin, de Tweede Kamer of een bestuursorgaan van provincie of
                    waterschap. In het voorliggende mandaatbesluit is ervan uitgegaan dat deze
                    gevallen vallen onder de algemene noemer van artikel 4, en ter sprake zal komen
                    in het driehoeksoverleg. Alsdan kan voor het specifieke geval worden bepaald op
                    welk niveau de correspondentie uitgaat.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 5 maakt duidelijk dat de directeur van OZHZ de aan hem gemandateerde
                    bevoegdheden in ondermandaat kan opdragen aan een onder hem ressorterende
                    ambtenaren. Dit is vanuit oogpunt van transparantie gewenst. De in de artikelen
                    2, 3 en 4 genoemde algemene instructies, de kaders en de informatieplicht zijn
                    ook van toepassing op het ondermandaat.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 6 regelt dat met mandaat wordt gelijkgesteld de machtiging om
                    handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke
                    rechtshandeling zijn. Er wordt in het besluit geen volmacht gegeven tot het
                    verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.</al>
        <al/>
        <al>In artikel 7 is de ondertekening van de in mandaat genomen besluiten
                    geregeld.</al>
        <al/>
        <al>In artikel 8 is onder andere geregeld dat het mandaatbesluit in werking treedt
                    na bekendmaking en terugwerkt tot en met 1 oktober 2015. Dit laatste sluit aan
                    bij de datum waarop OZHZ de brede omgevingstaken voor de gemeente Giessenlanden
                    is gaan uitvoeren. De in de periode van 1 oktober 2015 tot aan de
                    inwerkingtreding van het mandaatbesluit in mandaat genomen besluiten zijn
                    daarmee gedekt. </al>
        <divisie>
          <kop>
            <nr>3</nr>
            <titel>
              <vet>T</vet>
              <vet>oelichting op de mandaatlijst</vet>
            </titel>
          </kop>
        </divisie>
        <al>De mandaatlijst geeft per wet een opsomming van de besluiten die de directeur
                    van OZHZ namens het college mag nemen.</al>
        <tussenkop>Algemene wet bestuursrecht (nrs. 1 t/m 5). </tussenkop>
        <al>De nrs. 1 t/m 5 beschrijven een aantal gevallen waarin de directeur van OZHZ
                    mandaat wordt gegeven voor het nemen van besluiten in het kader van de Algemene
                    wet bestuursrecht. De hier genoemde bevoegdheden dienen altijd in samenhang met
                    de door het college bij OZHZ belegde taken, de overige mandaten in het
                    mandaatbesluit en de mandaatlijst te worden bezien.</al>
        <al>Zowel in het kader van vergunningverlening als in het kader van handhaving is de
                    directeur van OZHZ bevoegd een aantal besluiten en beslissingen te nemen die aan
                    de feitelijke vergunningverlening of een handhavingsbesluit vooraf gaan. Soms
                    worden deze expliciet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven
                    (zoals de bevoegdheid om een aanvraag niet in behandeling te nemen bij
                    vergunningverlening, nr. 1), in andere gevallen volgen zij uit het systeem van
                    de wet. Dit laatste is het geval bij de handhaving, waarbij het systeem van de
                    wet voorschrijft dat de overtreder in voorkomende gevallen eerst de gelegenheid
                    moet krijgen de overtreding ongedaan te maken. Met de voorwaarschuwingsbrief
                    (nr. 2) wordt hieraan uitvoering gegeven. De daadwerkelijke vooraankondiging van
                    handhavend optreden, ook wel hoorbrief genoemd, wordt vooraf afgestemd met de
                    portefeuillehouder. Het is aan de portefeuillehouder om in voorkomende gevallen
                    te besluiten het college hierin te betrekken. De directeur van OZHZ is eveneens
                    bevoegd tot het nemen van besluiten op verzoeken van derden om handhavend op te
                    treden (nr. 3). Vanwege de mogelijke integraliteit van het handhavingsverzoek
                    vindt ook hier voorgaande afstemming plaats met de portefeuillehouder, en door
                    zijn tussenkomst eventueel ook met het college.</al>
        <al>In nr. 4 is de bevoegdheid opgenomen tot het opleggen van een last onder
                    bestuursdwang en een last onder dwangsom, alsmede de daaruit volgende
                    vervolgbesluiten zoals bijvoorbeeld de invordering van de dwangsom. Ook hier
                    geldt dat voorafgaande afstemming plaatsvindt met de portefeuillehouder. Op zijn
                    aangeven wordt ook het college betrokken. Zoals vermeld blijft het college
                    immers verantwoordelijk, en daarmee aanspreekbaar, op de in mandaat genomen
                    handhavingsbesluiten</al>
        <al>Nr. 5 regelt dat OZHZ namens het college kan handelen in bestuursrechtelijke
                    procedures. Het betreft het uitbrengen van verweerschriften en het verrichten
                    van andere processuele handelingen. De voorafgaande afstemming hierover met de
                    portefeuillehouder kan tevens inhouden dat afspraken worden gemaakt over de
                    proceshouding tijdens het voeren van verweer ter zitting.</al>
        <tussenkop>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (nrs. 6 t/m 10)</tussenkop>
        <al>In nr. 6 is het mandaat opgenomen voor de integrale vergunningverlening op grond
                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarbij geldt dat aanvragen
                    waarbij afwijkingen van een bestemmingsplan, monumenten, inritten, verkeer en
                    het kappen van bomen spelen voor advies worden voorgelegd aan de betreffende
                    afdeling van de gemeente. </al>
        <al>Nr. 7 geeft de directeur van OZHZ het mandaat om meldingen te accepteren en
                    rapportages te beoordelen die worden aangeleverd in het kader van
                    vergunningvoorschriften. Daarnaast wordt mandaat gegeven voor het uitoefenen van
                    toezicht op de Wabo en op de wetten die in artikel 5.1 van de Wabo worden
                    genoemd (nr. 8), met inbegrip van de algemene maatregelen van bestuur en
                    regelingen op basis van die wetten. Het betreft derhalve de Wabo zelf, alsmede
                    de Flora- en faunawet, de Kernenergiewet, de Monumentenwet 1988, de
                    Natuurbeschermingswet 1998, de Ontgrondingenwet, de Wet bescherming Antarctica,
                    de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de
                    luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de
                    Waterwet en de Woningwet. Artikel 6, waarin wordt bepaald dat machtiging wordt
                    gelijkgesteld met mandaat, borgt vervolgens dat ook feitelijke handelingen,
                    zoals het uitvoeren van het toezicht en het verrichten van onderzoek, onder het
                    mandaatbesluit vallen. Ook wordt de directeur gemandateerd om ambtenaren van
                    OZHZ aan te wijzen als toezichthouder (nr. 9).</al>
        <al>In nr. 10 zijn enige bevoegdheden opgenomen die samenhangen met de bevoegdheid
                    tot het opleggen van de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom (zie
                    nr. 4). Het betreft (ten eerste) het opleggen van een last onder bestuursdwang
                    ter handhaving van de verplichting tot het verlenen van medewerking aan
                    toezichthouders, (ten tweede) het opleggen van een last onder bestuursdwang of
                    last onder dwangsom gericht op de naleving van de wet of regelgeving hetgeen kan
                    inhouden dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt of
                    dat voorzieningen worden getroffen, met inbegrip van het slopen van een
                    bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid
                    of de veiligheid, en (ten derde) het bepalen dat het besluit mede geldt jegens
                    de rechtsopvolger van degene aan wie het besluit is opgelegd alsmede jegens
                    iedere verdere rechtsopvolger. In dat geval kan het besluit, tenzij bijzondere
                    omstandigheden zich daartegen naar het oordeel van het bestuur verzetten, jegens
                    die rechtsopvolger of iedere verdere rechtsopvolger worden ten uitvoer gelegd en
                    kunnen de kosten van die tenuitvoerlegging en een te innen dwangsom bij die
                    rechtsopvolger of verdere rechtsopvolger worden ingevorderd. Ook hier is de
                    instructie opgenomen van voorafgaande afstemming met de portefeuillehouder.</al>
        <tussenkop>Wet milieubeheer (nrs. 11 t/m 15)</tussenkop>
        <al>Nr. 11 heeft betrekking op het in behandeling nemen, beoordelen, accepteren van
                    meldingen en nemen van besluiten ingevolge het gestelde in paragraaf 8.1 van de
                    Wet milieubeheer. Deze paragraaf bevat regels voor de uitvoering van algemene
                    regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen alsmede van algemene regels
                    voor vergunningplichtige inrichtingen. Het betreft onder andere de bevoegdheid
                    om maatwerkvoorschriften te stellen en om voorschriften te verbinden aan een
                    omgevingsvergunning voor een inrichting. Het toezicht op de regels die bij of
                    krachtens paragraaf 8.1 zijn gesteld is geregeld in hoofdstuk 18 van de Wet
                    milieubeheer (nr. 14).</al>
        <al>Het nemen van besluiten ingevolge titel 12.3 van de Wet milieubeheer (nr. 12)
                    heeft betrekking op de afhandeling van een PRTR-verslag door het bevoegde gezag.
                    Het nemen van besluiten op grond van de hoofdstukken 17 en 19 van de Wet
                    milieubeheer (nr. 13) ziet op de afhandeling van ongewone voorvallen en de
                    openbaarheid van milieu-informatie.</al>
        <al>Mandaat nr. 15 heeft betrekking op besluiten op grond van hoofdstuk 7 van de
                        <cursief>Wet milieubeheer</cursief> inzake milieueffectrapportage: de
                    procedurestappen, het advies reikwijdte en detailniveau m.e.r. en het besluit
                    m.e.r.-beoordeling. Het mandaat geldt alleen voor een milieueffectrapportage in
                    het kader van vergunningverlening Wabo.</al>
        <tussenkop>Besluit bodemkwaliteit (nr. 16)</tussenkop>
        <al>Dit mandaat bevat het toetsen van meldingen krachtens het Besluit bodemkwaliteit
                    voor de toepassing van grond, baggerspecie en bouwstoffen. </al>
        <tussenkop>Waterwet (nr. 17)</tussenkop>
        <al>Dit mandaat betreft het zorgdragen voor de met het oog op een doelmatig en
                    samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden,
                    voorzover het betreft de indirecte lozingen van inrichtingen. Gezien de
                    verantwoordelijkheid voor het riool dient afstemming plaats te vinden met de
                    betrokken afdeling van de gemeente.</al>
        <tussenkop>Wet vervoer gevaarlijke stoffen (nr. 18)</tussenkop>
        <al>Dit betreft de ontheffingverlening van de vastgestelde route voor het vervoer
                    van gevaarlijke stoffen ten behoeve van laden en lossen over wegen en
                    vaarwegen.</al>
        <tussenkop>Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (nr.
                    19)</tussenkop>
        <al>Het mandaat ziet op het vragen van advies aan het 'Bureau bevordering
                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur' naar aanleiding van een
                    ingekomen vergunningaanvraag voor milieubeheer. Het bevoegde gezag kan de
                    vergunning weigeren of intrekken op grond van artikel 3 van de Wet Bibob. Het
                    advies wordt gevraagd in de gevallen waarin het beleid van het college dat
                    voorschrijft.</al>
        <tussenkop>Woningwet, Bouwbesluit en bouwverordening (nrs. 20 t/m 23)</tussenkop>
        <al>Het Bouwbesluit 2012 kent een groot aantal artikelen waarin de bevoegdheid is
                    opgenomen van het college om vergunningen of andere publiekrechtelijke
                    toestemmingen te verlenen. Deze worden gemandateerd aan de directeur van OZHZ.
                    Voorheen was een groot deel van deze toestemmingen geregeld in de gemeentelijke
                    bouwverordening. Het gaat onder andere om de toestemmingsbesluiten bij
                    gebruiksmeldingen, de afhandeling van sloopmeldingen en maatregelen ter
                    voorkoming van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het
                    uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. </al>
        <al>De nog in de bouwverordening resterende bevoegdheden van het college worden
                    eveneens gemandateerd aan de directeur van OZHZ, evenals de bevoegdheid op grond
                    van de Woningwet inzake het opleggen van een verplichting tot het treffen van
                    voorzieningen aan een gebouw of bouwwerk, al dan niet onder gelijktijdige
                    oplegging van een last onder dwangsom. Ook voert OZHZ het toezicht uit. Het
                    opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 15 van de
                    Woningwet is vooralsnog niet gemandateerd aande directeur van OZHZ.</al>
        <tussenkop>Wet veiligheidsregio’s en Brandbeveiligingsverordening (nrs. 24 t/m
                    26)</tussenkop>
        <al>Gemandateerd wordt de bevoegdheid om een gebruiksvergunning te verlenen of te
                    weigeren voor het in gebruik hebben van een inrichting, niet zijnde een
                    bouwwerk. Ook voert OZHZ het toezicht uit. Dit geschiedt in overleg met de
                    betrokken organisatie-eenheden van de gemeente.</al>
        <tussenkop>Vuurwerkbesluit (nr. 27)</tussenkop>
        <al>Op grond van het Vuurwerkbesluit kan het college nadere eisen stellen inzake de
                    bereikbaarheid en de toegankelijkheid van ruimten waar consumentenvuurwerk
                    aanwezig mag zijn, de wijze waarop verpakt of onverpakt vuurwerk wordt
                    opgeslagen, bouwkundige voorzieningen en de interne afstanden binnen de
                    inrichting teneinde domino-effecten te voorkomen. De bevoegdheid hiertoe wordt
                    gemandateerd aan de directeur van OZHZ.</al>
        <tussenkop>Besluit lozen buiten inrichtingen (nr. 28)</tussenkop>
        <al>Dit mandaat bevat het in ontvangst nemen en behandelen van meldingen, alsmede
                    van het nemen van besluiten krachtens het Besluit lozen buiten inrichtingen ten
                    aanzien van bodemenergiesystemen.</al>
        <tussenkop>Wet basisregistraties Adressen en Gebouwen (nrs. 29 en 30)</tussenkop>
        <al>Dit mandaat betreft het opmaken van processen-verbaal van constatering en
                    schriftelijke verklaringen inhoudende het signaleren van wijzigingen in de
                    feitelijke situatie die van belang zijn voor de gebouwenregistratie. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>