<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393850_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-48869.html">Staatscourant, december 2015, 48869</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=1">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2015.127t / 15it.03274</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-28682</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Kempisch
            Bedrijvenpark</vet></al><al/><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouder, en de burgemeesters van
                        de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, ieder voor zover
                        het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen het voorstel R2015.127 van burgemeester en wethouders van 27 oktober
                        2015;</al><al>overwegende dat in 2006 is besloten tot het aangaan van de
                        gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark;</al><al>dat artikel 38 van de regeling bepaalt dat de regeling een looptijd heeft
                        tot 1 januari 2016 of tot zoveel eerder nadat 90% van de binnen het
                        bedrijvenpark door of namens het algemeen bestuur vervaardigde uitgeefbare
                        grond is verkocht aan derden én door het algemeen bestuur is ingestemd met
                        de uitgangspunten, de organisatorische vormgeving en de financiering
                        betreffende het parkmanagement;</al><al>dat nog niet 90% van alle uitgeefbare grond is verkocht en dat zij de
                        huidige samenwerking ook na 1 januari 2016 wensen voort te zetten;</al><al>dat bovendien de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 is
                        gewijzigd en dat als gevolg daarvan de gemeenschappelijke regeling
                        aanpassing behoeft;</al><al>gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>de Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark als volgt te
                        wijzigen:</al><al/><al>Algemeen: aanpassingen schrijfwijze en hernummering verwijzingen </al><lijst><li nr="1."><al>“College” met kleine letter “c”;</al></li><li nr="2."><al>“Wet” met kleine letter “w”; </al></li><li nr="3."><al>“het Meerjarenbeleidsplan” zonder het, met kleine letter “m”</al></li><li nr="4."><al>“het Archief” zonder “het” met kleine letter “a”</al></li><li nr="5."><al>“Onteigeningswet” met kleine letter “o“;</al></li><li nr="6."><al>Diverse verwijzingen naar artikelen in de regeling wordt aangepast
                                aan de nieuwe inhoud;</al></li></lijst><al/><al>Overwegingen</al><al/><al>Overweging d. wordt vervangen door:</al><lijst><li nr="1."><al>door de raden van Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden
                                hebben toestemming verleend zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid
                                van de Wet gemeenschappelijke regelingen, </al></li><li nr="2."><al>de looptijd van de regeling waartoe in 2006 is besloten afloopt per
                                1 januari 2016;</al></li><li nr="3."><al>de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 is
                                herzien;</al></li></lijst><al/><al>Artikel 1, toevoegen: “n. wet = wet gemeenschappelijke regelingen”</al><al/><al>Artikel 6, lid 2 wordt vervangend door: “</al><al>2. Het algemeen bestuur besluit slechts tot de oprichting of deelneming in
                        stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en
                        onderling waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid
                        voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de
                        behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.</al><al>3. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende
                        gemeente een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld
                        hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te
                        brengen.”;</al><al/><al>Artikel 7, eerste lid, vervalt de tekst “uit zijn midden, de voorzitter en
                        de wethouders daartoe inbegrepen”.</al><al/><al>Artikel 8, lid 2 vervalt;</al><al/><al>Artikel 9 wordt vervangen door een nieuw artikel 9, dat luidt als
                        volgt:</al><al>Artikel 9 Einde lidmaatschap</al><lijst><li nr="1."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip
                                waarop de zittingsperiode van het college afloopt. </al></li><li nr="2."><al>Het lidmaatschap eindigt tevens bij de beëindiging van het
                                lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur
                                vacant komt, wijst de raad van de betreffende gemeente zo spoedig
                                mogelijk een nieuw collegelid aan.</al></li><li nr="4."><al>De leden van het algemeen bestuur kunnen op ieder moment ontslag
                                nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen
                                bestuur en de voorzitter van de raad die hen heeft aangewezen,
                                schriftelijk op de hoogte. Zij blijven niettemin in functie tot in
                                hun opvolging is voorzien. </al></li><li nr="5."><al>Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende
                                bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 10, lid 2, onder c, verwijzing naar “artikel 87” wordt vervangen
                        door “de”;</al><al/><al>Artikel 10, lid 2, onder e, “het verrichten van privaatrechtelijke
                        rechtshandelingen ter uitvoering van de in artikel 4 omschreven
                        doelstelling” vervalt;</al><al/><al>Artikel 10, lid 2, onder g, “het verrichten van privaatrechtelijke
                        rechtshandelingen voor de financiering van de verwerving van gronden, het
                        (tijdelijk) beheer van verworven gronden, de aanleg van voorzieningen van
                        openbaar nut, en de verdere met de in het kader van de uitvoering van de in
                        artikel 4 omschreven doelstelling te maken kosten” vervalt;</al><al/><al>Artikel 13, lid 2, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 14, lid 1, 1<sup>e</sup> zin komt te luiden: Het dagelijks bestuur
                        is bevoegd:”</al><al/><al>Artikel 14, lid 1, onder a t/m d vervalt en daarvoor in de plaats komt een
                        nieuw onderdeel a: “tot uitoefening van de bevoegdheden , genoemd in artikel
                        33b van de Wet;”;</al><al/><al>Artikel 15, lid 2 vervalt;</al><al/><al>Artikel 16, over de benoeming van de voorzitter en plaatsvervangende
                        voorzitter, vervalt en komt te luiden als volgt:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van het
                                dagelijks bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een
                                ander lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen
                                bestuur, uitgezonderd uit de leden van het algemeen bestuur die
                                daartoe zijn aangewezen door de raad van die deelnemende gemeente
                                waaruit de voorzitter is gekozen. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter treden af op de dag
                                waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur
                                afloopt. Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat hun
                                opvolgers deze functie hebben aanvaard.</al></li><li nr="5."><al>Indien tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt, wijst
                                het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter aan;
                                zulks met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van dit
                                artikel. Gaat het beschikbaar komen van de functie van voorzitter
                                gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur,
                                dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuwe voorzitter
                                uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur
                                weer is bezet. Degene die als voorzitter ontslag neemt, blijft
                                zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft
                                aanvaard. Het bepaalde in de eerste tot en met derde volzin is van
                                overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar komen van
                                de functie van plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat
                                ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het derde lid van dit artikel
                                van overeenkomstige toepassing is.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 17, lid 2, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 17, lid 3, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 18, lid 3, 2<sup>e</sup> volzin, “zes weken” komt te luiden “acht
                        weken”;</al><al/><al>Artikel 19, lid 2, onder a., 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 20, lid 2, komt te luiden: ”Zij geven ongevraagd en met toepassing
                        van artikel 19a van de Wet het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de
                        door een of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is
                        geregeld in het reglement van orde van het algemeen bestuur”;</al><al/><al>Artikel 20, lid 3, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 22, lid 1, “ “zesde lid” vervalt;</al><al/><al>Artikel 23, lid 1, “algemeen bestuur” vervangen door “dagelijks
                        bestuur”</al><al/><al>Artikel 23, lid 2, 2<sup>e</sup> volzin, de tekst “(zoals deze artikelen
                        luidden voor 7 maart 2002)” vervalt;</al><al/><al>Artikel 23, lid 3, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 23, lid 4, 2<sup>e</sup> volzin: “algemeen bestuur” vervangen door
                        “dagelijks bestuur”;</al><al/><al>Artikel 24, lid 1 en 2, “algemeen bestuur” vervangen door “dagelijks
                        bestuur”;</al><al/><al>Artikel 25, lid 1 en 2 “algemeen bestuur” vervangen door “dagelijks
                        bestuur”;</al><al/><al>Artikel 27, lid 1, 3<sup>e</sup> volzin, ’artikel 212” vervangen door
                        “artikel 212 tot en met 214” en de tekst “(zoals deze artikelen luidden voor
                        7 maart 2002)” vervalt;</al><al/><al>Artikel 27, lid 2, de tekst “(zoals deze artikelen luidden voor 7 maart
                        2002)” vervalt;</al><al/><al>Artikel 29, lid 2, 2<sup>e</sup> volzin vervalt;</al><al/><al>Artikel 29, lid 3, “zes weken” komt te luiden “acht weken”;</al><al/><al>Artikel 29, lid 5, ”gevoelens” wordt vervangen door “zienswijze”;</al><al/><al>Artikel 29, lid 4, “vóór 15 juli” wordt gewijzigd in “vóór 1 augustus”;</al><al/><al>Artikel 30, lid 1, vervalt en wordt vervangen door: “Het dagelijks bestuur
                        biedt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging
                        van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de
                        jaarrekening, ingesteld door de krachtens artikel 27, lid 2 van deze
                        regeling aangewezen deskundigen, en van hetgeen de dagelijks bestuur te
                        zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden
                        jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan onder
                        gelijktijdige toezending aan de besturen van de deelnemende
                        gemeenten.”;</al><al/><al>Artikel 31, lid 2, de tekst “(zoals deze artikelen luidden voor 7 maart
                        2002)” vervalt;;</al><al/><al>Artikel 34, lid 2, 1<sup>e</sup> volzin, wordt aangevuld met: “,een en ander
                        met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de Wet”;</al><al/><al>Artikel 36, lid 1, wordt aangevuld met: “,een en ander met inachtneming van
                        het bepaalde in artikel 1 van de Wet”;</al><al/><al>Artikel 38, “1 januari 2016” komt te luiden “1 januari 2024”;</al><al/><al>Artikel 39, 41, 42, 43, 44 en 45 worden vervangen door een nieuw artikel 40,
                        dat luidt als volgt”:</al><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling is een voortzetting van de regeling, vastgesteld in
                                2006.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling
                                Kempisch Bedrijvenpark”.</al></li></lijst><al/><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Bladel in zijn openbare
                        vergadering van 17 december 2015.</al><al>De griffier, L.A.J. Dirks</al><al>De voorzitter, mr. A.H.J.M. Swachten</al><al/><al>Aldus besloten door burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel op 22
                        december 2015.</al><al>De secretaris, drs. E.L.C.M. Mol</al><al>De burgemeester, mr. A.H.J.M. Swachten</al><al/><al>Aldus besloten door de burgemeester van de gemeente Bladel op 22 december
                        2015.</al><al>De burgemeester, mr. A.H.J.M. Swachten.</al><al/><al/><al><vet>GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING KEMPISCH BEDRIJVENPARK</vet></al><al/><al>De raden, de colleges van burgemeester en wethouders, en de burgemeesters
                        van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, ieder voor
                        zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, ter
                                bevordering van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid en de
                                daarmee verband houdende bedrijvigheid binnen de genoemde gemeenten,
                                het voornemen hebben te komen tot een gezamenlijke ontwikkeling en
                                realisatie van een kwalitatief hoogwaardig en uit
                                financieel-economisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark;</al></li><li nr="2."><al>het ter uitvoering van het onder a genoemde beleid gewenst is te
                                komen tot een gestructureerde vorm van bestuurlijke samenwerking,
                                waarbij wordt gekomen tot de oprichting van een
                                rechtspersoonlijkheidbezittend openbaar lichaam, waardoor op
                                adequate wijze in het rechtsverkeer kan worden geparticipeerd;</al></li><li nr="3."><al>de realisatie van de onder a genoemde doelstelling door de betrokken
                                gemeenten niet op adequate wijze kan plaatsvinden op basis van
                                integratie van enige in het Wgr-samenwerkings­gebied waarbinnen de
                                gemeenten zijn gelegen, bestaande gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="4."><al>door de raden van Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden
                                toestemming, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, is verleend</al></li><li nr="5."><al>de looptijd van de regeling waartoe in 2006 is besloten afloopt per
                                1 januari 2016;</al></li><li nr="6."><al>de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 is
                                herzien;</al></li></lijst><al/><al>Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluiten:</al><al/><al>de Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark te wijzigen, zodat
                        deze komt te luiden als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>bedrijvenpark: het door het openbaar lichaam te realiseren
                                    bedrijventerrein; </al></li><li nr="b."><al>burgemeester: de burgemeester van een deelnemende gemeente;
                                    college van burgemeester en wethouders: </al></li><li nr="c."><al>het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende
                                    gemeente; </al></li><li nr="d."><al>deelnemer/deelnemende gemeente: een aan deze regeling
                                    deelnemende gemeente; </al></li><li nr="e."><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie
                                    Noord-Brabant; </al></li><li nr="f."><al>grondgebiedgemeente: de deelnemende gemeente, binnen wier
                                    grondgebied het rechts­gebied van de gemeenschappelijke regeling
                                    is gelegen; </al></li><li nr="g."><al>grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden
                                    met betrekking tot de verwerving, het bouw- en woonrijp maken,
                                    en de uitgifte van voor bebouwing geschikt gemaakte gronden, in
                                    het kader van de realisatie van het Bedrijvenpark; </al></li><li nr="h."><al>Kempisch Bedrijvenpark: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel
                                    2 van deze regeling; </al></li><li nr="i."><al>meerjarenbeleidsplan: het meerjarig beleidsplan zoals bedoeld in
                                    artikel 18 van deze regeling; </al></li><li nr="j."><al>raad: de gemeenteraad van een deelnemende gemeente;</al></li><li nr="k."><al> rechtsgebied: het gebied binnen de gemeenten Bergeijk, Bladel,
                                    Eersel en Reusel‑De Mierden, zoals aangegeven op de bij de
                                    regeling behorende en gewaarmerkte tekening;</al></li><li nr="l."><al> regeling of gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke
                                    regeling Kempisch Bedrijvenpark; </al></li><li nr="m."><al>schade bij uittreding: financieel nadeel of verlies dat voor het
                                    Kempisch Bedrijvenpark en/of voor een of meerdere deelnemende,
                                    niet-uittredende, gemeenten uit een uittreding voortvloeit,
                                    bestaande uit vermogensschade als bedoeld in artikel 6:96 BW.
                                    Ideële (of immateriële) schade en verplaatste schade bij
                                    lichamelijk of geestelijk letsel worden hieronder niet
                                    begrepen;</al></li><li nr="n."><al>wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                    andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                    worden verklaard, wordt indien in die artikelen wordt gesproken
                                    van gemeente, raad, college van burgemeester en wethouders, en
                                    burgemeester, daarvoor gelezen het Kempisch Bedrijvenpark, het
                                    algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het openbaar lichaam</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam genaamd: Kempisch Bedrijvenpark. Het
                                    openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Bladel.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het rechtsgebied;
                                    een en ander zoals dat is vastgelegd op de van deze regeling
                                    onderdeel uitmakende en gewaarmerkte kaart. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><al>Het bestuur van het Kempisch Bedrijvenpark bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel><vet>DOELSTELLINGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doel</titel></kop><al>De gemeenschappelijke regeling heeft tot doel het ontwikkelen en
                            realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieel-economisch
                            oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied,
                            binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere
                            publiekrechtelijke randvoorwaarden, en met inachtneming van de nader te
                            formuleren sectorale doelstellingen en uitgangspunten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1. Het Kempisch Bedrijvenpark heeft tot taak het zodanig ontwikkelen en
                            realiseren van een bedrijvenpark binnen het rechtsgebied, dat wordt
                            voldaan aan de in artikel 4 omschreven doelstelling. Hiertoe worden
                            onder meer de volgende, afgeleide, deeltaken gerekend: </al><al>a. het opstellen van een meerjarenbeleidsplan; </al><al>b. het verwerven, al dan niet in samenwerking met één of meerdere
                            deelnemers, van alle voor de realisatie van het bedrijvenpark benodigde
                            en daarvoor in aanmerking komende gronden; </al><al>c. het, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, coördineren,
                            faciliteren, (mede) voorbereiden en (mede) uitvoeren van de toepassing
                            door de grondgebiedgemeente van de Wet voorkeursrecht gemeenten; </al><al>d. het, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, toepassen van de
                            onteigeningswet, zowel door middel van het rechtstreeks indienen van
                            onteigeningsverzoeken bij de Kroon als door middel van het coördineren
                            en faciliteren van door de grondgebiedgemeente te starten
                            onteigeningsprocedures; </al><al>e. het voeren van (tijdelijk) beheer, in de ruimste zin van het woord,
                            met betrekking tot verworven gronden; </al><al>f. het financieren van de kosten van verwerving, (tijdelijk) beheer, de
                            aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en verdere kosten ter
                            uitvoering van de doelstelling van deze regeling; </al><al>g. het (doen) aanleggen van alle voor het bedrijvenpark benodigde
                            voorzieningen van openbaar nut en semi-openbare voorzieningen, inclusief
                            de met deze aanleg verband houdende nazorg, waartoe in ieder geval wordt
                            gerekend het verrichten van alle werkzaamheden gericht op het bouwrijp
                            en gebruiksgereed maken van het bedrijvenpark; </al><al>h. het ontwikkelen en het toepassen van een
                            kostenverhaalsinstrumentarium, gericht op het (doen) verkrijgen van een
                            evenredige bijdrage in de door het Kempisch Bedrijvenpark te maken
                            kosten in verband met de ontwikkeling en realisatie van het
                            bedrijvenpark. Tot deze taak behoort, voor zover van belang, tevens de
                            afstemming met het door de grondgebiedgemeente terzake het bedrijvenpark
                            te voeren (aanvullende) kostenverhaalsbeleid; </al><al>i. het ontwikkelen van een slagvaardig promotie-, acquisitie- en
                            uitgiftebeleid voor de uitgifte van bouwkavels en de daarmee verband
                            houdende vestiging van bedrijven; </al><al>j. het uitgeven van bouwkavels voor de vestiging van bedrijven; </al><al>k. het zorg dragen voor het ontwikkelen en borgen van een duurzaam
                            beheer van het bedrijvenpark, onder meer door het oprichten en
                            instandhouden van een parkmanagementorganisatie ten behoeve van het
                            toekomstig beheer en het overdragen aan de grondgebiedgemeente van de in
                            opdracht van het Kempisch Bedrijvenpark alsdan gerealiseerde openbare
                            ruimte binnen het rechtsgebied; </al><al>l. het bevorderen van de meerwaarde van het door de deelnemende
                            gemeenten, ieder waar het hun grondgebied betreft, te voeren beleid met
                            betrekking tot de herontwikkeling van binnen het grondgebied van de
                            deelnemende gemeenten vrijkomende locaties, een en ander voorzover van
                            belang in relatie tot de in artikel 4 opgenomen doelstelling, als gevolg
                            van vestiging van de op die locaties thans aanwezige bedrijvigheid in
                            het bedrijvenpark; zulks door middel van het opstellen van een
                            gezamenlijk plan van aanpak. </al><al>2. Tot de taken zoals omschreven in het eerste lid, kan, indien dit
                            bijdraagt tot de realisatie van de in artikel 4 omschreven doelstelling,
                            tevens worden gerekend het betrekken van één of meerdere deelnemers bij
                            de uitvoering van één of meerdere van de in het eerste lid genoemde
                            (deel)taken. </al><al>3. Onder de taken van de Kempisch Bedrijvenpark is uitdrukkelijk niet
                            begrepen de bij de grondgebiedgemeente berustende taakstelling
                            betreffende de inzameling van huis- en bedrijfsafval, het inzamelen van
                            huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, het na de afronding van de
                            realisatie van het bedrijvenpark te voeren duurzaam beheer en onderhoud
                            van de openbare ruimte, de handhaving van de openbare orde en uitvoering
                            van brandweer- en rampbestrijdingstaken. </al><al>4. De deelnemende gemeenten onthouden zich van het voeren van
                            onderhandelingen gericht op het (doen) verwerven van gronden voorzover
                            die gronden zijn gelegen binnen het rechtsgebied, tenzij hiervoor de
                            voorafgaande instemming van het Kempisch Bedrijvenpark is verkregen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het bestuur van het Kempisch Bedrijvenpark worden ter
                                    vervulling van de in artikel 5 omschreven taken alle
                                    bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens
                                    van artikel 30 van de wet, en met inachtneming van hetgeen in
                                    deze regeling verder is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur besluit slechts tot de oprichting of
                                    deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen,
                                    verenigingen, coöperaties en onderling waarborgmaatschappijen,
                                    indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het
                                    bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van
                                    het daarmee te dienen openbaar belang. </al></li><li nr="3."><al> Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de
                                    deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en zij
                                    in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter
                                    kennis van het algemeen bestuur te brengen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel><vet>ALGEMEEN BESTUUR</vet></titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel><vet><cursief>Samenstelling en
                                lidmaatschap</cursief></vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het algemeen bestuur bestaat uit acht leden, als volgt aan
                                        te wijzen. De raad van elke deelnemende gemeente wijst twee
                                        leden en twee plaatsvervangende leden aan. De door een raad
                                        aan te wijzen leden en plaatsvervangende leden van het
                                        algemeen bestuur dienen allen deel uit te maken van het
                                        college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende
                                        deelnemende gemeente. </al></li><li nr="2."><al>Bepalingen in deze regeling, geldende voor de leden van het
                                        algemeen bestuur, zijn mede van toepassing op de
                                        plaatsvervangende leden. </al></li><li nr="3."><al>Een lid van het algemeen bestuur kan bij afwezigheid worden
                                        vervangen door een daartoe aangewezen plaatsvervangend lid.
                                        Een plaatsvervanging wordt meegedeeld aan de voorzitter op
                                        de wijze zoals bepaald in het in artikel 12 genoemde
                                        reglement van orde. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vereisten lidmaatschap</titel></kop><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege het Kempisch Bedrijvenpark
                                aangesteld of daaraan ondergeschikt. Onder ambtenaar wordt ook
                                verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                werkzaam is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Einde lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het
                                        tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt.
                                    </al></li><li nr="2."><al> Het lidmaatschap eindigt tevens bij de beëindiging van het
                                        lidmaatschap van het college waaruit het lid is
                                        aangewezen.</al></li><li nr="3."><al> Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen
                                        bestuur vacant komt, wijst de raad van de betreffende
                                        gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw collegelid aan.</al></li><li nr="4."><al> De leden van het algemeen bestuur kunnen op ieder moment
                                        ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van
                                        het algemeen bestuur en de voorzitter van de raad die hen
                                        heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Zij blijven
                                        niettemin in functie tot in hun opvolging is voorzien. </al></li><li nr="5."><al> Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de
                                        resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel><cursief><vet>Bevoegdheden en werkwijze</vet></cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 behoren aan
                                        het algemeen bestuur alle bevoegdheden toe die niet
                                        ingevolge de regeling aan het dagelijks bestuur of de
                                        voorzitter zijn overgedragen. Het algemeen bestuur kan, naar
                                        door deze te stellen regelen, het uitoefenen van deze
                                        bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, met dien
                                        verstande dat niet kunnen worden overgedragen de
                                        bevoegdheden bedoeld in het tweede lid, onder a en tweede
                                        lid, onder e. </al></li><li nr="2."><al> Tot de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde
                                        bevoegdheden behoren in ieder geval de volgende
                                        bevoegdheden: </al><al>a. het vaststellen van het meerjarenbeleidsplan; </al><al>b. het verzoeken aan de grondgebiedgemeente tot het tijdig
                                        vaststellen van aanwijzings­besluiten zoals bedoeld in de
                                        Wet voorkeursrecht gemeenten c.q. tot het tijdig starten van
                                        een onteigeningsprocedure; </al><al>c. het verzoeken aan de Kroon, in de zin van de
                                        Onteigeningswet, tot het starten van onteigeningsprocedures; </al><al>d. het in opdracht van de grondgebiedgemeente, in het kader
                                        van de toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten,
                                        behandelen van door die gemeente ontvangen aanbiedingen tot
                                        verkoop van gronden;</al><al> e. het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften
                                        ter uitvoering van de in artikel 4 omschreven doelstelling; </al><al>f. het benoemen, het schorsen en het ontslaan van personeel
                                        in dienst van het Kempisch Bedrijvenpark, al dan niet op
                                        arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; het aangaan van
                                        detacheringsovereenkomsten met betrekking tot personeel in
                                        dienst van één of meerdere deelnemers, alsmede het aangaan
                                        van dienstverleningsovereenkomsten met één of meerdere
                                        deelnemers; een en ander voor zover in deze regeling niet
                                        anders is bepaald; </al><al>g. het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten met andere
                                        overheden, ter uitvoering van de in artikel 4 omschreven
                                        doelstelling. </al></li><li nr="3."><al>Voor zover een door het algemeen bestuur vastgestelde
                                        verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als een
                                        verordening van een deelnemer, regelt eerstbedoelde
                                        verordening de onderlinge verhouding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar
                                        en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks
                                        bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde
                                        van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen,
                                        schriftelijk verzoekt. </al></li><li nr="2."><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De
                                        deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van
                                        het aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter
                                        het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens
                                        of met gesloten deuren zal worden vergaderd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en
                                        andere werkzaamheden een reglement van orde vast. </al></li><li nr="2."><al>In het reglement van orde worden in ieder geval regels
                                        gegeven over de wijze van het verstrekken van inlichtingen
                                        en het afleggen van verantwoording, zoals bedoeld in artikel
                                        20 tot en met artikel 22 van deze
                                        regeling.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel><vet>DAGELIJKS BESTUUR</vet></titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel><vet><cursief>Samenstelling</cursief></vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur kent een samenstelling van vier
                                        leden, bestaande uit:</al></li><li nr=""><al>a. de voorzitter; </al><al>b. de plaatsvervangend voorzitter; </al><al>c. één lid door het algemeen bestuur te kiezen uit hen die
                                        daartoe aangewezen zijn door de raad van de gemeente
                                        Bergeijk, tenzij de voorzitter of plaatsvervangend
                                        voorzitter wethouder of burgemeester is van de gemeente
                                        Bergeijk; </al><al>d. één lid door het algemeen bestuur te kiezen uit hen die
                                        daartoe aangewezen zijn door de raad van de gemeente Bladel,
                                        tenzij de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter
                                        wethouder of burgemeester is van de gemeente Bladel; </al><al>e. één lid door het algemeen bestuur te kiezen uit hen die
                                        daartoe aangewezen zijn door de raad van de gemeente Eersel,
                                        tenzij de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter
                                        wethouder of burgemeester is van de gemeente Eersel; </al><al>f. één lid door het algemeen bestuur te kiezen uit hen die
                                        daartoe aangewezen zijn door de raad van de gemeente
                                        Reusel-De Mierden, tenzij de voorzitter of plaatsvervangend
                                        voorzitter wethouder of burgemeester is van de gemeente
                                        Reusel-De Mierden. </al></li><li nr="2."><al> Het algemeen bestuur kiest in zijn eerste vergadering van
                                        elke zittingsperiode de door hem aan te wijzen leden van het
                                        dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al> De door het algemeen bestuur aangewezen leden van het
                                        dagelijks bestuur treden af als lid van het dagelijks
                                        bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van
                                        het algemeen bestuur afloopt. </al></li><li nr="4."><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur
                                        openvalt, wijst het algemeen bestuur een nieuw lid aan. Gaat
                                        het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur
                                        gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen
                                        bestuur, dan zal het algemeen bestuur het kiezen van een
                                        nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de
                                        opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet.
                                    </al></li><li nr="5."><al>Degene die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt
                                        of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet
                                        aftreden, blijft zijn/haar functie waarnemen totdat een
                                        opvolger de functie heeft aanvaard. Het nemen van ontslag
                                        geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter.
                                    </al></li><li nr="6."><al>Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur
                                        te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
                                    </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel><vet><cursief>Bevoegdheden en werkwijze</cursief></vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al> Tot uitoefening van de bevoegdheden genoemd in artikel 33b
                                        van de wet; </al></li><li nr="b."><al>het voorstaan van de belangen van het Kempisch Bedrijvenpark
                                        bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of
                                        personen met wie contact met het Kempisch Bedrijvenpark van
                                        belang is; </al></li><li nr="c."><al>het beheren van activa en passiva van het Kempisch
                                        Bedrijvenpark; </al></li><li nr="d."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de
                                        controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; </al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van de plannen en voorwaarden van
                                        aanbesteding of uitvoering van de werken en leveranties ten
                                        behoeve van het Kempisch Bedrijvenpark, waarvan de
                                        vaststelling het algemeen bestuur niet aan zich heeft
                                        voorbehouden; </al></li><li nr="f."><al>het houden van voortdurend toezicht op al hetgeen het
                                        Kempisch Bedrijvenpark aangaat. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig
                                oordeelt of ten minste twee leden van het dagelijks bestuur dit
                                schriftelijk, onder opgaaf van redenen, aan de voorzitter verzoeken.
                            </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel><vet>DE VOORZITTER EN PLAATSVERVANGENDE VOORZITTER </vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Benoeming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen.
                                </al></li><li nr="2."><al> De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van
                                    het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door een
                                    ander lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het
                                    algemeen bestuur, uitgezonderd uit de leden van het algemeen
                                    bestuur die daartoe zijn aangewezen door de raad van die
                                    deelnemende gemeente waaruit de voorzitter is gekozen. </al></li><li nr="4."><al> De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter treden af op de
                                    dag waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen
                                    bestuur afloopt. Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat
                                    hun opvolgers deze functie hebben aanvaard.</al></li><li nr="5."><al> Indien tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt,
                                    wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe
                                    voorzitter aan; zulks met inachtneming van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel. Gaat het beschikbaar komen van de
                                    functie van voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats
                                    in het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het
                                    aanwijzen van een nieuwe voorzitter uitstellen totdat de
                                    opengevallen plaats in het algemeen bestuur weer is bezet.
                                    Degene die als voorzitter ontslag neemt, blijft zijn/haar
                                    functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard.
                                    Het bepaalde in de eerste tot en met derde volzin is van
                                    overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar komen
                                    van de functie van plaatsvervangend voorzitter, met dien
                                    verstande dat ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het derde lid
                                    van dit artikel van overeenkomstige toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen en van het
                                    dagelijks bestuur. </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is belast met de leiding van vergaderingen van het
                                    algemeen en van het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al> De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en het
                                    dagelijks bestuur uitgaan. </al></li><li nr="4."><al> De voorzitter vertegenwoordigt het Kempisch Bedrijvenpark in en
                                    buiten rechte. Indien het Kempisch Bedrijvenpark en een
                                    deelnemende gemeente betrokken zijn in een geding en de
                                    voorzitter tevens burgemeester en of wethouder van die gemeente
                                    is, oefent een ander door en uit het dagelijks bestuur aan te
                                    wijzen lid de in de eerste volzin bevoegdheid uit. Indien de
                                    voorzitter wordt vervangen door een plaatsvervangend voorzitter
                                    en het Kempisch Bedrijvenpark en een deelnemende gemeente
                                    betrokken zijn in een geding en de plaatsvervangend voorzitter
                                    tevens burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente is,
                                    oefent een ander door en uit het dagelijks bestuur aan te wijzen
                                    lid de in de eerste volzin bevoegdheid uit. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel><vet>HET MEERJARENBELEIDSPLAN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inhoud en procedure meerjarenbeleidsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 15 maart, een
                                    ontwerp-meerjarenbeleidsplan op, dat als kader geldt voor het
                                    door het Kempisch Bedrijvenpark uit te voeren beleid met
                                    betrekking tot de ontwikkeling en realisatie van het
                                    bedrijvenpark. In het ontwerp-Meerjarenbeleidsplan worden in
                                    ieder geval voorstellen gedaan voor:</al><al> a. de wijze, het tempo en de te verwachten resultaten van
                                    realisatie van de in artikel 4 genoemde doelstellingen; </al><al>b. de begrenzing in omvang van de voorraad verworven gronden; </al><al>c. de begrenzing van de maximale boekwaarde van de voorraad
                                    verworven gronden; </al><al>d. de begrenzing van de maximale omvang van het aangetrokken
                                    vreemd vermogen door het Kempisch Bedrijvenpark; </al><al>e. de fasering van de uitgifte van bouwkavels; </al><al>f. de ontwikkeling en borging van een duurzaam beheer van het
                                    bedrijvenpark. </al></li><li nr="2."><al>Het meerjarenbeleidsplan beslaat steeds een periode van vier
                                    jaar, te rekenen vanaf het eerste jaar volgende op het jaar van
                                    vaststelling. Het meerjarenbeleidsplan wordt jaarlijks
                                    bijgesteld. Het bepaalde in het eerste lid is op de bijstelling
                                    van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3."><al>Het ontwerp-meerjarenbeleidsplan wordt vóór 1 april toegezonden
                                    aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de
                                    deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten
                                    kunnen binnen acht weken hun reacties op het
                                    ontwerp-meerjarenbeleidsplan kenbaar maken aan het dagelijks
                                    bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze
                                    reactie is vervat, bij het ontwerp-meerjarenbeleidsplan zoals
                                    dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt het meerjarenbeleidsplan vast vóór 1
                                    juli van het jaar voorafgaande aan het eerste jaar waarvoor het
                                    Meerjarenbeleidsplan dan wel het bijgestelde
                                    meerjarenbeleidsplan moet dienen. Na vaststelling wordt het
                                    Meerjarenbeleidsplan toegezonden aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel><vet>SAMENWERKING MET PRIVATE PARTIJEN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Wijze van samenwerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien dit ter uitvoering van de in artikel 5 omschreven
                                taakstelling bijzonder aangewezen is, is het algemeen bestuur
                                bevoegd de ontwikkeling en realisatie van het bedrijvenpark voor te
                                bereiden en uit te voeren in samenwerking met private partijen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De samenwerking met private partijen zoals bedoeld in het eerste lid
                                , geschiedt in ieder geval onder de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>De samenwerking met private partijen kan worden vormgegeven
                                        door gebruikmaking van de in artikel 6 opgenomen bevoegdheid
                                        tot het oprichten van of deelnemen in een stichting,
                                        maatschap, vennootschap, coöperatie, vereniging of
                                        onderlinge waarborgmaatschappij. </al></li><li nr="b."><al> Ingeval toepassing wordt gegeven aan het bepaalde onder a,
                                        worden in de statuten dan wel akte van oprichting van of
                                        deelneming in een onder a bedoelde samenwerkingsvorm nadere
                                        regels opgenomen over:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de over te dragen taken en bevoegdheden van het Kempisch
                                        Bedrijvenpark; </al></li><li nr="2."><al>de door het Kempisch Bedrijvenpark en/of een of meerdere van
                                        de deelnemende gemeenten met betrekking tot de ontwikkeling
                                        en realisatie van het bedrijvenpark getroffen of te treffen
                                        maatregelen, waartoe zij krachtens publiekrecht in
                                        redelijkheid genoodzaakt is/zijn of wordt/worden; </al></li><li nr="3."><al>de inbreng van (financiële) middelen van het Kempisch
                                        Bedrijvenpark en private partijen, en de daarmee verband
                                        houdende risicoverdeling; </al></li><li nr="4."><al>de vertegenwoordiging en het stemrecht van het Kempisch
                                        Bedrijvenpark en private partijen. Met betrekking tot de
                                        door het Kempisch Bedrijvenpark te benoemen leden van het op
                                        te richten bestuur, en indien daartoe aanleiding bestaat van
                                        de raad van commissarissen, wordt in de statuten dan wel
                                        akte van oprichting/deelneming bepaald dat deze worden
                                        aangewezen door en uit het dagelijks bestuur alsmede dat
                                        deze door het algemeen bestuur kunnen worden ontslagen;
                                    </al></li><li nr="5."><al>de inzet van personeel, in dienst van het Kempisch
                                        Bedrijvenpark, in de met private partijen te ontwikkelen
                                        samenwerkingsvorm; </al></li><li nr="6."><al>het toezicht en de controle op de te ontwikkelen
                                        samenwerkingsvorm; </al></li><li nr="7."><al>de randvoorwaarden voor de oprichting en instandhouding van
                                        een parkmanagementorganisatie; </al></li><li nr="8."><al>de randvoorwaarden voor het door de grondgebiedgemeente te
                                        voeren beheer met betrekking tot de openbare ruimte binnen
                                        het bedrijvenpark. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het algemeen bestuur besluit tot de in het eerste lid
                                bedoelde samenwerkingsvorm met private partijen, worden de raden van
                                de deelnemende gemeenten gehoord. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel><vet>INFORMATIE, VERANTWOORDING EN ONTSLAG</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Interne werking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde
                                    bestuur. </al></li><li nr="2."><al>Zij geven ongevraagd en met toepassing van artikel 19a van de
                                    wet het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een
                                    of meer leden gevraagde inlichtingen, op de wijze zoals die is
                                    geregeld in het reglement van orde van het algemeen bestuur.
                                </al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur is bevoegd aan een lid van het dagelijks
                                    bestuur tussentijds ontslag te verlenen ingeval deze heeft
                                    opgehouden het vertrouwen van het algemeen bestuur te bezitten.
                                </al></li><li nr="4."><al> Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige
                                    toepassing op de voorzitter voor het door hem/haar gevoerde
                                    bestuur. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Externe werking, bestuursorganen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, en de voorzitter
                                    geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of
                                    ongevraagd, alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling
                                    van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is,
                                    indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het
                                    openbaar belang. </al></li><li nr="2."><al>Een verzoek om inlichtingen door een of meer leden van de raad
                                    van een deelnemende gemeente dient schriftelijk te worden
                                    ingediend bij het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen aan de
                                    raad van een deelnemende gemeente schriftelijk binnen één maand
                                    na ontvangst van het verzoek. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Externe werking, leden algemeen bestuur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Een lid van het algemeen bestuur geeft het bestuursorgaan dat
                                    hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door
                                    een of meerdere leden van dat bestuursorgaan overeen­komstig het
                                    reglement van orde van dat bestuursorgaan verlangde
                                    inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met
                                    artikel 16, vijfde lid van de wet. </al></li><li nr="2."><al>Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste
                                    lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren
                                    door het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Een lid van het algemeen bestuur is aan het bestuursorgaan dat
                                    hem als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het
                                    door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het afleggen
                                    van verantwoording vindt plaats op de wijze zoals geregeld in
                                    het reglement van orde van het desbetreffende bestuursorgaan,
                                    met dien verstande dat daarbij een termijn in acht wordt genomen
                                    die het lid de gelegenheid biedt om zich desgewenst door het
                                    dagelijks bestuur te laten informeren. </al></li><li nr="4."><al>De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem
                                    aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen
                                    indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit,
                                    overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de
                                    desbetreffende raad. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel><vet>PERSONEEL EN ORGANISATIE</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>De secretaris en de directeur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Tot het personeel van het Kempisch Bedrijvenpark behoren de
                                    secretaris en de directeur. Het dagelijks bestuur beslist over
                                    de benoeming, de schorsing en het ontslag van de secretaris en
                                    de directeur. Deze functies zijn onverenigbaar. </al></li><li nr="2."><al>De secretaris en de directeur worden bij verhindering of
                                    ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te
                                    bepalen wijze. De secretaris is het algemeen bestuur, het
                                    dagelijks bestuur, en de voorzitter behulpzaam in alles wat de
                                    hen opgedragen taak aangaat. Artikel 33 en 103 van de
                                    Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3."><al>Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen en
                                    van het dagelijks bestuur uitgaan, meeondertekend. </al></li><li nr="4."><al> De directeur is onder toezicht van het dagelijks bestuur
                                    verantwoordelijk voor de administratie, het beheer van
                                    vermogenswaarden en het jaarlijks opmaken van de rekening. Het
                                    dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Rechtspositie personeel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur kan, naast de in artikel 23 genoemde
                                    secretaris en directeur, verdere personeelsleden aanstellen.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris,
                                    de directeur en het eventuele overige personeel van het Kempisch
                                    Bedrijvenpark, al dan niet werkzaam op arbeids­overeenkomst naar
                                    burgerlijk recht. </al></li><li nr="3."><al>Op de secretaris, de directeur en de eventuele overige
                                    ambtenaren van het Kempisch Bedrijvenpark, en op het eventuele
                                    overige personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar
                                    burgerlijk recht zijn van overeenkomstige toepassing de door de
                                    gemeente Bladel vastgestelde of nog vast te stellen regelingen
                                    van de rechtstoestand en van de arbeidsvoorwaarden met de
                                    daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften. </al></li><li nr="4."><al>Bij de uitvoering van de in het derde lid bedoelde regelingen en
                                    voorschriften treden in de plaats van de organen en
                                    functionarissen en de gemeente, de overeenkomstige organen en
                                    functionarissen van het Kempisch Bedrijvenpark. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Detachering en dienstverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Voor de uitvoering van de in artikel 5.1 genoemde deeltaken is
                                    het algemeen bestuur bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten
                                    met één of meerdere deelnemers, waarbij personeel in dienst van
                                    de deelnemers wordt gedetacheerd bij het Kempisch Bedrijvenpark.
                                    In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over het
                                    functionele werkgeverschap, de rechts­positie en de kosten.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voor de uitvoering van de in artikel 5.1 genoemde deeltaken is
                                    het algemeen bestuur bevoegd tot het aangaan van
                                    dienstverleningsovereenkomsten met één of meerdere deelnemers.
                                    In deze overeenkomst worden bepalingen opgenomen over de met de
                                    uitvoering gepaard gaande kosten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel><vet>VERGOEDINGEN EN AANSPRAKELIJKHEID</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vergoedingen en verzekering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de
                                    voorzitter ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het sluiten van een
                                    verzekering met een naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                                    toereikende dekking, tegen de risico’s van aansprakelijkheid.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel><vet>FINANCIELE BEPALINGEN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Administratie en beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het algemeen bestuur stelt een verordening vast voor de
                                    organisatie van de administratie en van het beheer van
                                    vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de
                                    eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid en controle wordt
                                    voldaan. De verordening wordt door het dagelijks bestuur binnen
                                    twee weken na vaststelling toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
                                    Het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet is van
                                    overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de
                                    administratie en het beheer verricht worden door of namens de
                                    directeur zoals bedoeld in artikel 23 van deze regeling. </al></li><li nr="2."><al> Op de controle op de administratie en op het beheer van
                                    vermogenswaarden zijn de artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet
                                    van overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Comptabiliteitsvoorschriften</titel></kop><al>De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, en de
                            rekening worden ingericht overeenkomstig de in en krachtens het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde
                            regels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een
                                    ontwerpbegroting van het Kempisch Bedrijvenpark voor het komende
                                    kalenderjaar, vergezeld van een deugdelijke toelichting, aan de
                                    raden van de deelnemende gemeenten. </al></li><li nr="2."><al> De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de
                                    deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen
                                    betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. </al></li><li nr="3."><al> De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken
                                    na toezending van de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur van
                                    hun reacties doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de
                                    commentaren waarin deze reactie is vervat, bij de
                                    ontwerp-begroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
                                    aangeboden. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het
                                    jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na
                                    vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten. De vastgestelde begroting wordt binnen
                                    veertien dagen na vaststelling doch uiterlijk vóór 1 augustus
                                    van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient,
                                    gezonden aan Gedeputeerde Staten. </al></li><li nr="5."><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen Gedeputeerde Staten
                                    binnen zes weken hun zienswijze over de vastgestelde begroting
                                    doen blijken. De in de vorige volzin bedoelde termijn vangt aan
                                    met ingang van de dag na die van de verzending zoals bedoeld in
                                    het vierde lid, tweede volzin.</al></li><li nr="6."><al>Van de beslissing van Gedeputeerde Staten doet het dagelijks
                                    bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
                                </al></li><li nr="7."><al>In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig
                                    of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 31 is van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="8."><al>Het bepaalde in het eerste lid tot en met het zevende lid van
                                    dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot
                                    wijziging van de begroting; zulks met inachtneming van het
                                    bepaalde in het negende lid. </al></li><li nr="9."><al> Het bepaalde in het derde tot en met het vijfde lid is niet van
                                    toepassing op begrotingswijzigingen die: </al><al>a. niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de
                                    lasten en/of baten van de begroting; </al></li><li nr=""><al>én:</al></li><li nr=""><al>b. niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan
                                    wel stijging van het geraamde nadelig saldo. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Rekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige jaarrekening over het
                                    afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het
                                    onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld
                                    door de krachtens artikel 27, tweede lid, van deze regeling
                                    aangewezen deskundigen, en van hetgeen het dagelijks bestuur te
                                    zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende
                                    bescheiden jaarlijks vóór 1 april ter vaststelling aan het
                                    algemeen bestuur aan onder gelijktijdige toezending aan de
                                    besturen van de deelnemende gemeenten. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en
                                    stelt haar vast vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar
                                    waarop de rekening betrekking heeft. Van de vaststelling doet
                                    het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten. </al></li><li nr="3."><al>Zij wordt terstond doch in ieder geval vóór 15 juli met alle
                                    bijbehorende stukken toegezonden aan Gedeputeerde Staten. </al></li><li nr="4."><al>De vaststelling van de rekening ontlast de leden van het
                                    dagelijks bestuur van het daarin verantwoorde financieel beheer,
                                    behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. </al></li><li nr="5."><al>In de rekening wordt het werkelijke batige of nadelige saldo
                                    opgenomen. Het bepaalde in artikel 31 is van overeenkomstige
                                    toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Risicoverdeling deelnemers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het
                                Kempisch Bedrijvenpark te allen tijde over voldoende middelen
                                beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen
                                voldoen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemende gemeente
                                weigert de uit het eerste lid voortvloeiende uitgaven op de
                                gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld
                                aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van
                                de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo van de begroting of
                                rekening van baten en lasten: </al><al>a. geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan reserves; en/of </al><al>b. geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers zal worden uitgekeerd.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting
                                of rekening van baten en lasten: </al><al>a. geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar zal
                                worden gebracht; en/of </al><al>b. geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal
                                worden gebracht; en/of </al><al>c. geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden
                                gebracht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien er sprake is van een verdeling van enig batig saldo ten
                                gunste van de deelnemers dan wel van enig nadelig saldo ten laste
                                van de deelnemers, geschiedt de verdeling als volgt: </al><lijst><li nr="*"><al>25% van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten
                                        laste van de gemeente Bergeijk;</al></li><li nr="*"><al>25% van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten
                                        laste van de gemeente Bladel;</al></li><li nr="*"><al>25% van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten
                                        laste van de gemeente Eersel;</al></li><li nr="*"><al>25% van het batige/nadelige saldo komt ten gunste van/ten
                                        laste van de gemeente Reusel-De Mierden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het dagelijks bestuur, op de voet van artikel 14, voornemens
                                is een geldlening aan te trekken onder rechtstreekse
                                garantiestelling van de deelnemers, dan gaat het algemeen bestuur
                                niet over tot het aangaan van zodanige geldlening totdat door alle
                                deelnemers schriftelijk is meegedeeld dat met de verlening van die
                                garantiestelling wordt ingestemd. Het algemeen bestuur richt ten
                                aanzien van dit voornemen een schriftelijk verzoek tot
                                garantiestelling aan de deelnemers, waarbij geldt dat voor de
                                verdeling van de garantiestelling over de deelnemers de percentages
                                zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Rekening-courantverhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Ter voorziening in de behoefte aan kasgeld en voor het aangaan
                                    van leningen wordt door de gemeente Bladel voor het Kempisch
                                    Bedrijvenpark een rekening-courant opengesteld, zulks onder
                                    nader overeen te komen voorwaarden. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid gecreëerde rekening-courantverhouding laat
                                    onverlet dat het Kempisch Bedrijvenpark met bancaire
                                    instellingen of met andere deelnemers een
                                    rekening-courant-verhouding voor het in het eerste lid genoemde
                                    doel kan aangaan. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel><vet>ARCHIEF</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Archiefzorg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van
                                    de bestuursorganen ingesteld bij deze regeling overeenkomstig
                                    een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, die aan
                                    Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld. </al></li><li nr="2."><al> De secretaris is belast met het beheer van de
                                    archiefbescheiden.</al></li><li nr="3."><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de
                                    Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze
                                    regeling genoemde organen wijst het algemeen bestuur een
                                    archiefbewaarplaats aan. </al></li><li nr="4."><al>Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het
                                    tweede lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de
                                    alsdan door het algemeen bestuur aangewezen archiefbewaarplaats.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel><vet>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Toetreding en uittreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Toetreding tot de regeling door andere gemeenten is alleen
                                    mogelijk door wijziging van deze regeling. </al></li><li nr="2."><al>Een deelnemer kan uittreden uit de regeling middels een daartoe
                                    strekkend besluit van de raad, het college van burgemeester en
                                    wethouders en de burgemeester, een en ander met inachtneming van
                                    het bepaalde in artikel 1 van de wet. Een afschrift van de
                                    besluiten tot uittreding van een deelnemer wordt zo spoedig
                                    mogelijk toegezonden aan het algemeen bestuur, alsmede aan de
                                    raden van de deelnemende gemeenten. </al></li><li nr="3."><al>Tenzij door het algemeen bestuur anders wordt bepaald, vindt de
                                    uittreding niet eerder plaats dan op 31 december van het tweede
                                    kalenderjaar volgend op het jaar waarin het in het tweede lid
                                    bedoelde uittredingsbesluiten door het algemeen bestuur is
                                    ontvangen. </al></li><li nr="4."><al>De financiële schade als bedoeld in artikel 1.1.m, die door de
                                    uittreding is toegebracht, wordt aan de uittredende gemeente in
                                    rekening gebracht. </al></li><li nr="5."><al>Het Kempisch Bedrijvenpark, de (achterblijvende) deelnemende
                                    gemeenten en de uittredende gemeente vragen gezamenlijk advies
                                    aan een onafhankelijke externe deskundige voor de vaststelling
                                    van de schade als bedoeld in het vierde lid. Het advies van deze
                                    deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het
                                    inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de
                                    uittredende gemeente. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Het dagelijks bestuur en/of de raad van een deelnemende
                                    gemeente kan aan het algemeen bestuur voorstellen doen voor
                                    wijziging van de regeling. </al></li><li nr="2."><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk
                                    acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur
                                    vastgestelde voorstel toekomen aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten. </al></li><li nr="3."><al>Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer de in het tweede lid
                                    bedoelde bestuursorganen met een meerderheid van het aantal
                                    deelnemers met het voorstel van het algemeen bestuur hebben
                                    ingestemd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in
                                    artikel 38 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de raden van
                                    alle deelnemende gemeenten, al dan niet op basis van een
                                    voorstel van het algemeen bestuur, daartoe besluiten“, een en
                                    ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet.
                                </al></li><li nr="2."><al>In geval van opheffing van de regeling, besluit het algemeen
                                    bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels.
                                    Hierbij kan van de bepalingen van de regeling – met uitzondering
                                    van het bepaalde in artikel 31.3 en van het bepaalde in artikel
                                    36 – worden afgeweken. </al></li><li nr="3."><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van
                                    de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. Het behoeft de
                                    goedkeuring van Gedeputeerde Staten. </al></li><li nr="4."><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers
                                    alle rechten en verplichtingen van het Kempisch Bedrijvenpark
                                    over de deelnemers te verdelen op een in het liquidatieplan te
                                    bepalen wijze. Voorts voorziet het liquidatieplan in de gevolgen
                                    die de opheffing voor het personeel van het Kempisch
                                    Bedrijvenpark heeft. </al></li><li nr="5."><al>Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Kempisch
                                    Bedrijvenpark ook na het tijdstip van de opheffing in functie,
                                    totdat de liquidatie is beëindigd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIV</nr><titel><vet>GESCHILLEN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Geschillen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten beslissen omtrent geschillen over de
                                    toepassing, in de ruimste zin des woords, van deze regeling
                                    tussen besturen van deelnemers of tussen besturen van een of
                                    meer deelnemers en het bestuur van het Kempisch Bedrijvenpark,
                                    voor zover die geschillen niet behoren tot die zoals vermeld in
                                    artikel 112, eerste lid van de Grondwet of tot die waarvan de
                                    beslissing krachtens artikel 112, tweede lid van de Grondwet is
                                    opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan
                                    gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Het
                                    bepaalde in artikel 28, tweede en derde lid van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.
                                </al></li><li nr="2."><al>Alvorens een beslissing zoals bedoeld in het eerste lid te
                                    nemen, legt het algemeen bestuur een dergelijk geschil om advies
                                    voor aan een door het algemeen bestuur in te stellen
                                    geschillencommissie, zulks met inachtneming van het bepaalde in
                                    het derde lid en het vierde lid. Het algemeen bestuur kan regels
                                    stellen voor het functioneren van de geschillencommissie. </al></li><li nr="3."><al>De geschillencommissie hoort de bij dat geschil betrokken
                                    besturen en brengt advies uit aan de bij dat geschil betrokken
                                    besturen over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te
                                    brengen. Een afschrift van dit advies wordt toegezonden aan het
                                    algemeen bestuur. </al></li><li nr="4."><al>Indien, nadat het advies van de geschillencommissie is
                                    uitgebracht, de bij het geschil betrokken besturen alsnog niet
                                    tot overeenstemming komen, wordt het advies van de
                                    geschillencommissie toegezonden aan Gedeputeerde Staten. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XV</nr><titel><vet>DUUR VAN DE REGELING</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Duur regeling</titel></kop><al>De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2024 of tot zoveel eerder
                            nadat 90% van de binnen het bedrijvenpark door of namens het algemeen
                            bestuur vervaardigde uitgeefbare grond is verkocht aan derden én door
                            het algemeen bestuur is ingestemd met de uitgangspunten, de
                            organisatorische vormgeving en de financiering betreffende het
                            parkmanagement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XVI</nr><titel><vet>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Niet-voorziene gevallen </titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, wordt, voor zover
                            wet en regelgeving zich daartegen niet verzetten, door het algemeen
                            bestuur een voorziening getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze regeling is een voortzetting van de regeling, vastgesteld
                                    in 2006. </al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016. </al></li><li nr="3."><al>De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke
                                    regeling Kempisch Bedrijvenpark”. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente
                        Bergeijk in zijn openbare vergadering van 15
                        december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De plv. griffier,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw H. van de Ven</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.G.M. van de Vondervoort</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door burgemeester en wethouders
                        van de gemeente Bergeijk op 22 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De locosecretaris,</ondertekening><ondertekening>H.A.J. Loos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>H.G.M. van de Vondervoort</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de burgemeester van de
                        gemeente Bergeijk op 22 december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>H.G.M. van de Vondervoort</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente
                        Bladel in zijn openbare vergadering van 17
                        december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>L.A.J. Dirks</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. A.H.J.M. Swachten</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door burgemeester en wethouders
                                                  van de gemeente Bladel op 22 december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>drs. E.L.C.M. Mol</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>mr. A.H.J.M. Swachten</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de burgemeester van de
                                                  gemeente Bladel op 22 december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>mr. A.H.J.M. Swachten</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente
                                                  Eersel in zijn openbare vergadering van 15
                                                  december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>H.J. Broekman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> Mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door burgemeester en wethouders
                                                  van de gemeente Eersel op 22 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>mr. H.J.M. Timmermans</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de burgemeester van de
                                                  gemeente Eersel op 22 december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente
                                                  Reusel-De Mierden in zijn openbare vergadering van
                                                  15 december 2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.C.M. van Berkel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De plv. voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.A.M.C. van Laarhoven</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door burgemeester en wethouders
                                                  van de gemeente Reusel-De Mierden op 22 december
                                                  2015. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris (wnd)</ondertekening><ondertekening>J.H.J. Sanders</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De loco-burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.J.J. Antonis</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de burgemeester van de
                                                  gemeente Reusel-De Mierden op 22 december 2015.
                                                  </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De loco-burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.J.J. Antonis</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Gewaarmerkte tekening als bedoeld in artikel 1, aanhef,
                                            onder k</al></li></lijst><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Bladel/i267000.pdf">Plankaart</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>