<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393776_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Montferland 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 17 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Montferland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Montferland 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montferland</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 15int02198;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Maatschappij en Organisatie;</al><al>besluit vast te stellen de Algemene Subsidieverordening gemeente Montferland
                        2016.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><lijst><li nr="-"><al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt
                                verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                                daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van
                                de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007
                                betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag
                                op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en
                                verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese
                                Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de
                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004
                                (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende
                                Europese regelgeving;</al></li><li nr="-"><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun
                                die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op
                                de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft
                                vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van
                                financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="-"><al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                        burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij
                        afzonderlijke verordening een regeling is getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen:
                        subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie.
                        Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald op welke doelgroepen
                        de subsidie is gericht, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de
                        subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader
                            noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling
                            afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                            gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar
                            het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                            verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van
                            het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in
                            aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                            steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen
                            ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                            voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat
                            geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de
                            betrokken subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking
                                    heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het
                                    betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                            overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van
                            verlaging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                            op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de
                            verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag.</titel></kop><al>1<vet>. </vet>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij
                        burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van
                                        deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij
                                        anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve
                                        van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van
                                        zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al></li></lijst></li></lijst><al>1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm
                        ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen
                        voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al><al>2° een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening
                        (de-minimisverklaring);]</al><lijst><li nr="e."><al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon
                                wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van
                                de aanvraag.</al><lijst><li nr="3."><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie
                                        aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                        statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de
                                        balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden
                                        afgeweken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt
                            ingediend uiterlijk op 30 april voorafgaand aan het jaar of de jaren
                            waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 52 en 8 weken
                            voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten
                            waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beschikking tot subsidieweigering dan wel subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7 eerste lid maken
                            burgemeester en wethouders hun beschikking tot subsidieweigering dan wel
                            subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:29 van de Algemene wet
                            bestuursrecht bekend uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de
                            aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, maken
                            burgemeester en wethouders hun beschikking tot subsidieweigering dan wel
                            subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:29 van de Algemene wet
                            bestuursrecht bekend binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is
                            ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                            van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de
                            termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft
                            genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar
                                    is met de interne markt.</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                    terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de
                                    Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar
                                    met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                            subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze
                                    onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                                    verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                    de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                                    subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met enig
                                    wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                    Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid,
                                    van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is
                                    met de interne markt;</al></li><li nr="g."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken
                            in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit
                            nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese
                            Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de
                        verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                            subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
                            niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal
                            worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan
                            burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld
                            schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                    van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot
                                    ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                    kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                    gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of
                                    bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot € 5.000</titel></kop><al>1.In afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 1 en lid 2 worden subsidies
                        die per kalenderjaar worden verstrekt en maximaal € 5.000 bedragen direct
                        vastgesteld op basis van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 6. </al><al>2. Voor andere subsidies die maximaal € 5.000 bedragen dient de
                        subsidieontvanger uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde
                        activiteiten zijn verricht een aanvraag tot subsidievaststelling in. </al><al>3. Bij subsidieregeling kan hiervan afgeweken worden of kunnen specifieke
                        categorieën subsidieaanvragers worden aangewezen waarvoor deze regeling
                        analoog wordt toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 die per kalenderjaar worden
                            verstrekt dient de aanvrager uiterlijk op 30 april volgend op het jaar
                            waarvoor de subsidie is vertrekt een aanvraag tot subsidievaststelling
                            in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere subsidies tussen € 5000 en € 50.000 dient de
                            subsidieontvanger uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde
                            activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot subsidievaststelling
                            in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt
                            aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een
                            aanvraag tot subsidievaststelling in:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                    uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde
                                    activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                    gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan
                                    verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                    jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                    daarop; en</al></li><li nr="d."><al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                                    accountant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag
                            nemen kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen
                            van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en
                            de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet
                            vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                            andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in artikel 12 lid 1worden door burgemeester en
                            wethouders vastgesteld uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand
                            aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in artikel 12 lid 2, 13 en 14 worden door
                            burgemeester en wethouders vastgesteld binnen 12 weken na de ontvangst
                            van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling
                            anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn als bedoeld in het vorige lid kan eenmaal voor ten hoogste 12
                            weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere categorieën subsidieontvangers worden
                            aangewezen waarvoor de subsidie wordt vastgesteld zonder dat een
                            aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van
                            uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met
                            gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de
                            subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven
                            wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening
                            voorgeschreven definities.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                            eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17 Verrekening</nr></kop><al/><al>Aan de gemeente verschuldigde bedragen terzake van huur of andere
                        verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is
                        verleend kunnen worden verrekend met te betalen subsidiebedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van
                            de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten
                            of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
                            subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn
                            in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                            hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening
                                Montferland 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016, en wordt
                                toegepast op alle aanvragen om subsidie die betrekking hebben op
                                activiteiten die vanaf 1 januari 2017 worden uitgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>De kaderverordening subsidies Montferland wordt ingetrokken met dien
                                verstande dat deze verordening nog wordt toegepast op aanvragen om
                                subsidie die betrekking hebben op activiteiten die beginnen voor 1
                                januari 2017 en eindigen voor 1 januari 2017 dan wel doorlopen na 1
                                januari 2017.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Heerenberg, 29 oktober 2015</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Montferland,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, D.Berends </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, C.C. Leppink-Schuitema</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte</tussenkop><al>Op basis van dit artikel krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                    subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is. </al><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor
                    bij afzonderlijke verordening een regeling is getroffen, en subsidies waar
                    overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen
                    wettelijke grondslag nodig is.</al><tussenkop>Artikel 3. Subsidieregelingen</tussenkop><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en
                    verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Het
                    college legt hierin desgewenst vast welke de doelgroepen die voor subsidie in
                    aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen. </al><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                    betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze
                    van verdelen van het subsidieplafond. </al><tussenkop>Artikel 4. Europees steunkader</tussenkop><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt
                    het college daartoe bevoegd.</al><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                    Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het
                    Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard
                    alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het
                    betreffende steunkader (lid 4). Bij subsidies aan ondernemingen waarvoor een
                    beroep wordt gedaan op een de-minimisverordening zijn de voorwaarden van deze
                    verordening van toepassing. Deze bepaling is uitsluitend relevant in geval de
                    gemeenteraad besluit een dergelijke verordening vast te stellen.(lid 5). </al><tussenkop>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>Het college stelt de subsidieplafonds vast (lid 1); bij de bekendmaking daarvan
                    wordt tevens de door hen bepaalde wijze van verdelen vermeld (eerste lid in
                    combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de AWB) en wordt er, indien van
                    toepassing, gewezen om de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen (tweede
                    en derde lid). De raad stelt uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in
                    de begroting). Het is binnen die kaders dat het college vervolgens de
                    subsidieplafonds kan vaststellen. </al><tussenkop>Artikel 6. Aanvraag </tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem
                    vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In het
                    tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag
                    overlegd dienen te worden.</al><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt
                    verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het
                    Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn
                    een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden.
                    Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd
                    van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                    staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder
                    1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de
                    grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te
                    kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverordening gevraagd worden
                    (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                    de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de
                    subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde
                    lid).</al><tussenkop>Artikel 7. Aanvraagtermijn</tussenkop><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt, en
                    andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te
                    wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met
                    derde lid (derde lid).</al><tussenkop>Artikel 8. Beslistermijn</tussenkop><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op
                    een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies
                    per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college
                    besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste
                    en tweede lid (derde lid).</al><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie
                    aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een
                    eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie
                    wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van
                    het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens
                    teruggevorderd dient te worden. </al><tussenkop>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden</tussenkop><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen
                    4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden
                    aangevuld.</al><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In
                    aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een
                    terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het
                    college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de
                    subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen
                    beschikt.</al><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de
                    Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
                    Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel
                    zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in
                    dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken
                    (derde lid).</al><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan
                    weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze
                    overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is
                    goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking
                    die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke
                    cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun.
                    In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de
                    subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te
                    verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op
                    een andere grond worden geweigerd.</al><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling
                    nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die
                    specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en
                    teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de
                    bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al><tussenkop>Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</tussenkop><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.</al><tussenkop>Artikel 12. Eindverantwoording subsidies tot € 5000.</tussenkop><al>Subsidies die jaarlijks worden verstrekt, en een bedrag van € 5000,00 niet te
                    boven gaan worden vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling
                    behoeft te worden ingediend. Er vindt over dergelijke subsidies in feite geen
                    verantwoording achteraf plaats.</al><al>Voor andere subsidies tot € 5000 geldt wel een verantwoordingsplicht. </al><al>Bij subsidieregeling kunnen hiervan afwijkende regelingen worden getroffen.</al><tussenkop>Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en €
                    50.000</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers die een subsidie
                    ontvangen tussen € 5.000 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er
                    dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat
                    een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde
                    activiteiten zijn verricht (tweede lid). De wijze van verantwoording wordt al
                    bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidieontvanger bekend
                    gemaakt.</al><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening
                    al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen
                    daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en
                    activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of
                    andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook
                    bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat
                    duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de
                    subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid,
                    in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een
                    inhoudelijk verslag.</al><tussenkop>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies van meer dan €
                    50.000</tussenkop><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                    er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><tussenkop>Artikel 15. Subsidievaststelling</tussenkop><al>Dit artikel bevat de termijnen de termijn waarbinnen de beschikking tot
                    subsidievaststelling gegeven dient te worden. Het merendeel van de aanvragen zal
                    binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen
                    vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn – voor de duur van ten
                    hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn van 12 weken – biedt dan
                    uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel.</al><al>Bij subsidieregeling zal worden bepaald hoe de feitelijke uitbetaling van de
                    subsidie gaat plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 16. Berekening van uurtarieven, uniforme
                    kostenbegrippen</tussenkop><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                    subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan
                    en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de
                    subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop een Europees
                    steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en
                    kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al><tussenkop>Artikel 17. Verrekening</tussenkop><al>Met dit artikel wordt de mogelijkheid gecreëerd om gemeentelijke lasten te
                    verrekenen met subsidies. </al><al/><tussenkop>Artikel 18. Hardheidsclausule</tussenkop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen.</al><tussenkop>Artikel 19. Slotbepalingen</tussenkop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2016, en wordt voor het eerst
                    toegepast op subsidieaanvragen voor 2017. Aanvragen die uitsluitend betrekking
                    hebben op 2016 worden nog afgewikkeld op basis van de kaderverordening subsidies
                    Montferland.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>