<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393546_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Legesverordening 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Scheldestromen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2015-9975.html">Waterschapsblad 28 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening waterschap Scheldestromen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=110">Waterschapswet, art. 110</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=113">Waterschapswet, art. 113</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=115">Waterschapswet, art. 115</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015035483</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-21947</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Legesverordening 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De algemene vergadereing van waterschap Scheldestromen;</al><al/><al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 18 november 2015, kenmerk
                        2015035484;</al><al/><al>gelet op de artikelen 110, 113 en 115 van de Waterschapswet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al>Legesverordening 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Tekst van de regeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>het waterschap : waterschap Scheldestromen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>het dagelijks bestuur : het dagelijks bestuur van
                                                het waterschap;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>de algemene vergadering : de algemene vergadering
                                                van het waterschap;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>de ambtenaar belast met de heffing: de door het
                                                dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar belast met de
                                                heffing van leges.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het in
                            behandeling nemen van een aanvraag tot het door het waterschap verlenen
                            van diensten, nader omschreven in de bij deze verordening behorende
                            tabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten
                            behoeve van wie de dienst wordt aangevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><al>De leges worden geheven naar de maatstaf en het tarief die zijn
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel.</al><al>Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tabel
                            genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De heffing van leges geschiedt bij wege van aanslag dan wel door middel
                            van een mondelinge of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving,
                            waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, nota of andere
                            schriftuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 9 van de
                            Invorderingswet 1990, zijn bij de heffing van leges de volgende
                            betaaltermijnen van toepassing.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges worden geheven bij wege van aanslag,
                                                dient de belasting te worden betaald binnen 1 maand
                                                na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges worden geheven bij wege van een
                                                mondelinge kennisgeving, dient de belasting te
                                                worden betaald op het moment waarop de kennisgeving
                                                wordt gedaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges worden geheven bij wege van een
                                                schriftelijke kennisgeving, dient de belasting te
                                                worden betaald op het moment van het uitreiken van
                                                de kennisgeving, dan wel indien de kennisgeving
                                                wordt toegezonden, binnen twee weken na de
                                                dagtekening van de kennisgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                                geldt met betrekking tot de diensten als bedoeld in
                                                hoofdstuk V van de bij deze verordening behorende
                                                tabel, waarvoor de te heffen leges meer bedragen dan
                                                200 euro, dat de leges kunnen worden betaald in twee
                                                gelijke maandelijkse termijnen, waarvan de eerste
                                                vervalt op de laatste dag van de maand volgende op
                                                die van de dagtekening van de kennisgeving en de
                                                tweede een maand later.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van de leges ter zake van een in de
                            tabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in
                            artikel 132 van de Waterschapswet en overeenkomstig een met betrekking
                            tot die dienst in de bij deze verordening behorende tabel opgenomen
                            bepaling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vermindering</titel></kop><al>Een onjuiste kennisgeving kan door de ambtenaar belast met de heffing
                            worden verminderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de
                            heffing en invordering van de leges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de opgelegde leges wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding, ingang van de heffing, citeertitel en
                                overgangsbepalingen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Legesverordening van het waterschap, vastgesteld
                                                bij besluit van 4 december 2014wordt ingetrokken met
                                                ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                                van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                                zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening met bijbehorende tabel treedt in
                                                werking met ingang van de dag na die van de
                                                bekendmaking.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                                2016.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening wordt aangehaald als
                                                ‘Legesverordening waterschap
                                                Scheldestromen2016’.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2015 van de algemene
                        vergadering van waterschap Scheldestromen.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. drs. J.A. de Visser</ondertekening><ondertekening>secretaris–algemeen directeur </ondertekening><ondertekening>mr. drs. A.J.G. Poppelaars</ondertekening><ondertekening>dijkgraaf</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Tabel Legesverordening 2016</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Waterschap Scheldestromen/i266814.pdf">Tabel legesverordening 2016</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Legesverordening Scheldestromen</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Inhoud legesverordening</al><al>De vereisten waaraan een belastingverordening moet voldoen zijn neergelegd in
                    artikel 111 van de Waterschapswet. De verordening vermeldt de
                    belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de
                    heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing en hetgeen
                    overigens voor de heffing en invordering van belang is, alsmede het tijdstip van
                    inwerkingtreding.</al><al>Opzet legesverordening</al><al>Formele en materiële belastingbepalingen zijn in de verordening opgenomen
                    terwijl de omschrijving van de belastbare feiten en de tarieven in een
                    afzonderlijke tabel worden vermeld. Deze opzet ligt voor de hand in geval een
                    groot aantal belastbare feiten moet worden omschreven en heeft bovendien als
                    voordeel dat wijziging van de tarieven betrekkelijk eenvoudig kan
                    plaatsvinden.</al><al>Artikelen </al><al>Artikel 2 </al><al>Leges zijn vergoedingen van kosten die een overheidslichaam maakt in verband met
                    dienstverlening aan burgers, bedrijven, instellingen, verenigingen etc. Op grond
                    van de Waterschapswet (artikel 115) worden de leges aangemerkt als
                    belastingen.Naast hiervoor vermelde bevoegdheid bevat artikel 115 de
                    mogelijkheid rechten te heffen voor het behandelen van verzoeken tot het
                    verlenen van vergunningen of ontheffingen.</al><al>Verder dient te worden opgemerkt dat de heffing van leges op een tweetal punten
                    begrensd wordt. De te verhalen kosten moeten in relatie staan tot de verleende
                    dienst en er moet sprake zijn van dienstverlening.</al><al>Ad a. </al><al>In de parlementaire geschiedenis van de verschillende wijzigingswetten
                    (Provinciewet en Gemeentewet) is uitvoerig ingegaan op de kosten die in de leges
                    kunnen worden doorberekend. Een uitputtende opsomming is echter nooit gegeven.
                    In elk geval wordt een onderscheid gemaakt in directe en indirecte kosten.De
                    directe kosten zijn altijd door te berekenen, terwijl van de indirecte kosten
                    slechts dat gedeelte kan worden doorberekend dat in enig verband staat met de
                    dienstverlening. Als voorbeelden van directe kosten zijn genoemd de kosten van
                    vooroverleg, de externe advieskosten, de kosten van het opstellen van
                    beschikkingen en eventuele publicatiekosten, de kosten van eerste controle en de
                    periodieke lasten van onderhoud.De verhaalbare indirecte kosten worden aangeduid
                    als overheadkosten. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten van ondersteuning of
                    management ten behoeve van de voor de dienstverlening te verrichten
                    werkzaamheden. Deze kosten kunnen door middel van een redelijk opslagpercentage
                    van de directe kosten in de leges worden doorberekend.Bij de indirecte kosten
                    die niet kunnen worden doorberekend moet gedacht worden aan kosten van
                    beleidsvoorbereiding, de kosten van handhaving, toezicht en controle (met
                    uitzondering van de eerste controle), de kosten van inspraak-, bezwaar- en
                    beroepsprocedures.</al><al>Ad b. </al><al>Aangenomen wordt dat de mogelijkheid tot legesheffing een begrenzing vindt in
                    het begrip dienst. Aan dit begrip kan nader inhoud worden gegeven door te
                    spreken van activiteiten die gericht zijn op de bevordering van het individuele
                    belang van de aanvrager (HR 9 december 1987, BNB 1988/117).Artikel 115
                    Waterschapswet noemt expliciet het behandelen van verzoeken tot het verlenen van
                    vergunningen of ontheffingen. Dat wil zeggen dat legesheffing niet mogelijk is
                    ter zake van het verlenen of wijzigen van een vergunning zonder dat daaraan een
                    verzoek van de aanvrager ten grondslag ligt.</al><al>Legesheffing onafhankelijk van het resultaat van de behandeling, dus
                    bijvoorbeeld in het geval de vergunning wordt geweigerd, is echter wel
                    toegestaan. Het heffen van leges in die gevallen waarin ambtshalve vergunningen
                    worden verleend of gewijzigd valt derhalve niet binnen de reikwijdte van de
                    verordening.Parlementaire stukken geven verder aan dat ook voor het stellen van
                    nadere eisen of spontane wijzigingen van de vergunningvoorschriften het niet
                    mogelijk is leges te heffen. In het laatste geval is er immers geen sprake van
                    een verleende dienst.Verder is het evenmin mogelijk bij wijze van sanctie een
                    extra opslag op leges in rekening te brengen. Een verschil in tarief kan
                    uitsluitend gerechtvaardigd worden door een andere vorm van dienstverlening en
                    een daarmee samenhangend afwijkend kostenverloop.</al><al>De concretisering van de aanduiding van het belastbare feit in artikel 2 “het
                    verlenen van diensten” heeft plaatsgevonden in de bij de verordening horende
                    tabel.Wat betreft de vergunning-/ontheffingverlening is in de tabel gekozen voor
                    het verschuldigd zijn van de leges bij het in behandeling nemen van de aanvraag
                    en niet bij de afgifte van de vergunning of de ontheffing. Het in behandeling
                    nemen van een aanvraag veroorzaakt immers de kosten en niet de afgifte van een
                    vergunning of een ontheffing.</al><al>Artikel 3 </al><al>Uitgangspunt is dat de aanvrager van de dienst belastingplichtig is. De
                    aanvrager zal in de meeste gevallen immers ook de belanghebbende bij de dienst
                    zijn. Er zijn echter situaties denkbaar waarin de aanvrager niet tevens als
                    belanghebbende kan worden aangemerkt. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een
                    derde in opdracht en ten behoeve van een ander een dienst aanvraagt
                    (adviesbureau/ingenieursbureau e.d.). In deze gevallen is niet de aanvrager,
                    maar degene ten behoeve van wie de dienst wordt aangevraagd, belastingplichtig.
                    Door het opnemen van “dan wel” in de bepaling wordt voorkomen dat met betrekking
                    tot dezelfde dienst zowel de aanvrager als de belanghebbende bij de aanvraag
                    belastingplichtig zijn.</al><al>Artikel 4 </al><al>De heffingsmaatstaf per belastbaar feit is opgenomen in de bij de verordening
                    behorende tabel met tarieven.Uitgangspunt voor het berekenen van het tarief zijn
                    de kosten die het waterschap voor de dienstverlening maakt. Wat betreft de
                    kostendekking zal het duidelijk zijn dat naarmate de legesheffing op een hoger
                    kostendekkend niveau worden gesteld de aanvrager (de burger) zijn netto-profijt
                    sterker zal afwegen tegen de kosten. Een kostendekkend tarief kan derhalve een
                    drempel zijn om tot het indienen van een aanvraag over te gaan. Met als mogelijk
                    gevolg het illegaal gaan uitvoeren van werken. Deze situatie is ongewenst en
                    moet niet in de hand worden gewerkt.Dientengevolge zal er een aanvaardbaar
                    verband moeten zijn tussen de hoogte van de leges en de met de contra-prestatie
                    gemoeide kosten.De opbrengst van de legesheffing wordt overigens gebiedend
                    begrensd in het derde lid van artikel 115 van de Waterschapswet.</al><al>Artikel 5 </al><al>Artikel 5 geeft toepassing aan artikel 125 Waterschapswet waarin is bepaald dat
                    waterschapsbelastingen ook kunnen worden geheven “op andere wijze”. Wat betreft
                    de heffing bij wege van aanslag is onder meer het volgende van belang. Het
                    belastbare feit voor de leges is het in behandeling nemen van een aanvraag. Op
                    het moment van het in behandeling nemen van bijvoorbeeld een aanvraag tot
                    verlenen van ontheffing ter zake van bouwwerken zal de hoogte van de bouwkosten
                    in veel gevallen nog niet definitief vaststaan. Als de ambtenaar belast met de
                    heffing van leges op dat moment de aanslag reeds vaststelt, is het niet
                    ondenkbaar dat dit tot een te laag bedrag gebeurt.Artikel 125a van de
                    Waterschapswet geeft vervolgens aan dat de op andere wijze geheven belastingen
                    voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de
                    Invorderingswet 1990 worden aangemerkt als bij wege van aanslag geheven
                    belastingen.Met het oog op de aanvang van de bezwaartermijn moet de
                    schriftelijke kennisgeving zijn gedagtekend.Voor de mondelinge kennisgeving
                    geldt dit vereiste uiteraard niet. In theorie zou dit problemen kunnen
                    opleveren, maar worden niet verwacht aangezien deze situatie zich in hoofdzaak
                    voordoet in die gevallen dat er tegenover de aanvraag een (vrijwel) direct
                    geleverde dienst staat.</al><al>Artikel 6 </al><al>Gelet op de grote vormvrijheid bij het “heffen op andere wijze” en de ruime
                    formulering van het tweede lid van artikel 139 van de Waterschapswet ligt het
                    voor de hand te veronderstellen dat men vrij is in het bepalen van het
                    invorderingstijdstip en de termijnen voor de invordering van op andere wijze
                    geheven belastingen.Uitgangspunt is dat de leges moeten worden betaald op het
                    tijdstip waarop de schriftelijke dan wel mondelinge kennisgeving wordt gedaan.
                    In de gevallen waarin een kennisgeving wordt toegezonden is dit niet mogelijk en
                    moet betaling binnen een bepaalde termijn (twee weken) plaatsvinden.Wat betreft
                    het achterwege blijven van betaling het volgende. De Algemene wet bestuursrecht
                    bevat een bepaling (artikel 4:15) die aangeeft dat de termijn voor het geven van
                    een beschikking wordt opgeschort, met ingang van de dag waarop het
                    bestuursorgaan de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag
                    waarop de aanvulling heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt verwezen naar artikel
                    4:5 waarin wordt voorgeschreven dat de aanvrager in de gelegenheid moet worden
                    gesteld om te voldoen aan wettelijke voorschriften voor het in behandeling nemen
                    van zijn aanvraag, indien hij daarin is tekort geschoten, en tevens dat tot dat
                    tijdstip de aanvraag ook niet behandeld hoeft te worden.In de vakliteratuur
                    wordt bevestigd dat tot die voorschriften kan behoren het voorschrift om leges
                    te betalen.Hieruit volgt dat als sanctie op het niet betalen van leges staat:
                    het niet afgeven van het gevraagde stuk dan wel het niet behandelen van de
                    ingediende aanvraag.</al><al>Artikel 7 </al><al>De teruggaaf die hier bedoeld wordt heeft betrekking op gevallen waarin, op
                    grond van bepaalde in de belastingverordening (en in de tabel) genoemde feiten
                    en omstandigheden, welke zijn opgekomen nadat de belastingschuld is ontstaan,
                    recht op teruggaaf ontstaat.Legesheffing is onafhankelijk van het resultaat van
                    de behandeling van de aanvraag toegestaan.Het is communis opinio dat het
                    resultaat van de dienstverlening een omstandigheid kan zijn op grond waarvan
                    gehele of gedeeltelijke teruggaaf geïndiceerd is. De aanvrager verkrijgt immers
                    niet het resultaat dat hem bij het indienen van de aanvraag voor ogen stond. Het
                    al of niet kunnen toerekenen aan de aanvrager van het niet verkrijgen van het
                    beoogde resultaat is in dit verband niet van belang.Een ander aspect speelt
                    namelijk ook een rol, te weten het algemeen belang dat bij het niet verlenen van
                    de gevraagde vergunning of ontheffing wordt gediend.Verder dient omtrent de
                    teruggaaf rekening te worden gehouden met het gestelde in artikel 132 van de
                    Waterschapswet.</al><al>Artikel 8 </al><al>Op grond van de tekst van artikel 132 van de Waterschapswet moet een
                    omstandigheid die leidt tot gehele of gedeeltelijke vermindering uitdrukkelijk
                    in de belastingverordening worden genoemd.</al><al>Artikel 9 </al><al>Het gestelde in artikel 9 heeft betrekking op de bevoegdheden van het dagelijks
                    bestuur, die zijn overgegaan van het algemeen naar het dagelijks bestuur en die
                    om die reden niet meer in de verordening zijn opgenomen.Het betreft de
                    bevoegdheid tot het stellen van regels voor de vaststelling van voorlopige
                    aanslagen en het stellen van regels bij de berekening van invorderingsrente
                    (afrondingsregels, niet in rekening te brengen bedragen).</al><al>Artikel 10 </al><al>Ten aanzien van het algemene karakter van de legesheffing wordt gesteld dat het
                    dienstverlenende element sterk overheerst. Degene die een bepaalde dienst van
                    het waterschap verlangt, moet de door middel van leges in rekening te brengen
                    kosten dan ook volledig voldoen.Op grond hiervan wordt voor leges geen
                    kwijtschelding verleend.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>