<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393456_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-6741.html">Gemeenteblad, 2016, 6741</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende zaakbelastingen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=216">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=217">Gemeentewet, art. 217</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015_268</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening onroerende zaakbelasting 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 216, 217 en 220 tot en met 220h van de
                                Gemeentewet;</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van onroerende
                        zaakbelastingen 2016”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "onroerende zaakbelastingen" worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak, die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                                    degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken,
                            wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met
                            overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de
                            artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende
                            zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waardepeildatum is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting voor onroerende zaken die niet in
                                    hoofdzaak tot woning dienen: 0,1686%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot
                                    woning dienen: 0,1050%</al></li><li nr="c."><al>de eigenarenbelasting voor onroerende zaken die niet in
                                    hoofdzaak tot woning dienen: 0,1990%</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op hele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende zaakbelasting
                            of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                            maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan de in artikel 1, derde lid onderdeel b, van die wet bedoelde
                                    voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                    eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, worden beheerd;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, één en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>onroerende zaken, die worden gebruikt als pastorie of
                                    kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht daarvan toekomt aan een kerkgenootschap of ander
                                    genootschap als in onderdeel c bedoeld;</al></li><li nr="m."><al>onroerende zaken met agrarische bestemming, voor zover deze
                                    ongebouwd zijn en al niet vrijgesteld zijn op grond van letter a
                                    voornoemd;</al></li><li nr="n."><al>onroerende zaken die worden gebruikt als sportterrein, één en
                                    ander met uitzondering van gebouwde eigendommen;</al></li><li nr="o."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht daarvan toekomt, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf
                            voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van
                            gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan
                            wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan
                            de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand
                            volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later
                            (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende
                            aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en
                            gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de onroerende zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening onroerende zaakbelastingen 2015" van 12 november
                                2014 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening onroerende
                                zaakbelastingen 2016".</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2015</ondertekening><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening onroerende
                        zaakbelastingen 2016”</titel></kop><al><vet>WOZ-waarde</vet></al><al>In verband met de jaarlijkse herwaardering zijn de onroerende zaken voor het
                    belastingjaar 2016 opnieuw getaxeerd en hiervoor is de waardepeildatum 1 januari
                    2015 gehanteerd. Op basis van de huidige prognoses komt de stijging van de
                    WOZ-waarden voor de woningen uit op gemiddeld 1,79% en voor de niet-woningen is
                    het gemiddelde dalingspercentage -/- 3,79%. De totale WOZ-waarde stijgt
                    daarnaast als gevolg van een toename van het aantal woningen en niet-woningen in
                    2016 (areaalontwikkeling). </al><al>Voor de ontwikkeling van de WOZ-waarde geeft dit het volgende totaalbeeld:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="71*"/><colspec colname="col2" colwidth="29*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde 2015 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 23.166.093.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2015 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 17.191.817.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2015 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.974.276.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde 2016 is:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 23.431.379.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van woningen 2016 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 17.618.612.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2016 is: </al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.812.767.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor het belastingjaar 2016 wordt een opbrengst geraamd van € 38.302.000,--.
                    Hierbij is rekening gehouden met een correctie voor vrijstellingen, leegstand
                    (voor gebruikers), afrondingen, bezwaarschriften en oninbare posten.</al><al><vet>Tarieven 2016</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>OZB woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>0,1050%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OZB niet-woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>eigenaar</al></entry><entry colname="col3"><al>0,1990%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>OZB niet-woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>gebruiker</al></entry><entry colname="col3"><al>0,1686%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De OZB tarieven zijn berekend op basis van de nieuwe WOZ-waarden voor 2016 met
                    inbegrip van de verwachte areaal- en waardeontwikkeling. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>