<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Koninkrijksdeel">Sint Maarten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">AB, 2015, 20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onderlinge regeling van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0002154&amp;artikel=38">Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, art. 38, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanKoninkrijksdeel">Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Om technische redenen is de ‘Citeertitel’ ingekort. Zie voor de volledige ‘Citeertitel’ de ‘Intitulé’.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het
      Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de
      Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,</al><al/><al><vet>Gelet op: </vet></al><al/><al>artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden,</al><al/><al><vet>Overwegende dat:</vet></al><al/><lijst><li nr="-"><al>de landen verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden als één partij lid zijn van
                de Wereldgezondheidsorganisatie (Engels: WHO);</al><al/></li><li nr="-"><al>de landen van het Koninkrijk ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben om het
                welzijn en de gezondheid van hun burgers te beschermen via onder andere ter zake
                dienende wetgeving op het gebied van volksgezondheid;</al><al/></li><li nr="-"><al>het voorhanden zijn van nationale capaciteit voor surveillance, rapportage,
                detectie en samenwerking ingeval van uitbraken van infectieziekten en gerelateerde
                incidenten van belang voor de publieke gezondheid, kernonderdelen zijn van de
                Internationale Gezondheidsregeling (IGR)<noot id="d3193e78"><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>De op 23 mei
                    2005 door de Wereldgezondheidsvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie
                    (WHO) aangenomen Internationale Gezondheidsregeling (International Health
                    Regulations), (Trb. 2007, 34), bedoeld voor samenwerking op het gebied van het
                    beheersen van infectieziekten en overige incidenten van bacteriologische,
                    chemische en radiologische aard die de volksgzondheid alsmede internationaal
                    verkeer en handel kunnen beïnvloeden.</noot.al></noot>;</al><al/></li><li nr="-"><al>de Caribische landen van het Koninkrijk afzonderlijk onvoldoende capaciteit hebben
                om snel en adequaat te kunnen handelen bij het uitbreken van infectieziekten en
                incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard die een risico
                vormen voor de publieke gezondheid;</al><al/></li><li nr="-"><al>de economische gevoeligheid voor uitbraken van infectieziekten en overige
                incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard groot is in elk van
                de Caribische landen, alsmede de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
                Saba;</al><al/></li><li nr="-"><al>in maart 2013 tussen de vier landen van het Koninkrijk, inclusief de drie openbare
                lichamen, een overleg heeft plaatsgevonden over een samenwerkingsconstructie ten
                behoeve van de implementatie en onderhoud van de IGR, gevolgd door een in september
                2014 aangeboden rapport met aanbevelingen voor concretisering hiervan;</al><al/></li><li nr="-"><al>het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
                en Milieu (RIVM-CIb) bij ministerieel besluit van 14 februari 2007 is aangewezen als
                nationaal IGR-coördinatiepunt voor Nederland, zoals bedoeld in artikel 4, eerste
                lid, van de IGR;</al><al/></li><li nr="-"><al>de landen het belang inzien van en de wens hebben om met elkaar samen te werken en
                elkaar te ondersteunen ten behoeve van implementatie en onderhoud van de IGR in het
                Caribisch deel van het Koninkrijk;</al><al/></li><li nr="-"><al>de landen de wens hebben om de kennis en expertise van het RIVM-CIb voor de
                gewenste samenwerking te gebruiken; </al></li></lijst><al/><al>komen het volgende overeen: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Strekking van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, hierna aan te duiden als <cursief>de
                landen</cursief> en elk afzonderlijk als <cursief>land</cursief>, komen overeen
              samen te werken ten behoeve van implementatie en onderhoud van de IGR in de Caribische
              delen van het Koninkrijk, op de wijze bij deze onderlinge regeling bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling voorziet voorts in de inrichting van een netwerk van deskundigen
                (<cursief>Netwerk-IGR)</cursief>, met gekwalificeerde kennis op de gebieden van
              infectieziektebestrijding, epidemiologie, alsmede over de bestrijding van incidenten
              van bacteriologische, chemische en radiologische aard die de volksgezondheid kunnen
              beïnvloeden, dat als overleg, referentie- en actieplatform dient voor het Caribisch
              deel van het Koninkrijk en daarmee voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 5, 13,
              19, 20 en Annex 1 van de IGR. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling, inclusief Bijlage <cursief>Protocol Ernstige
                Gezondheidsincidenten</cursief>, voorziet tevens in afspraken tussen de landen over
              de uitoefening van taken en bevoegdheden in geval van incidenten die kunnen resulteren
              in een noodsituatie van internationaal belang voor de volksgezondheid in de betekenis
              van de IGR<noot id="d3193e147"><noot.nr> 2 </noot.nr><noot.al>[An event that
                  may constitute a public health emergency of international concern] is in de
                  definitie van artikel 1 IGR en Annex 2 IGR: “ [….] an extraordinary event which is
                  determined, as provided in these Regulations: (i) to constitute a public health
                  risk to other States through the international spread of disease, and (ii) to
                  potentially require a coordinated international response.”</noot.al></noot>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Samenwerking ten behoeve van implementatie van de IGR</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de beheersing en bestrijding van ernstige gezondheidsincidenten en het
              ontwikkelen en onderhouden van voldoende capaciteit voor de uitvoering daarvan in
              overeenstemming met, maar niet beperkt tot, de artikelen 5, eerste lid, 13, eerste
              lid, 19, 20, eerste en tweede lid, en Annex 1 van de IGR, is elk land binnen zijn
              territoir zelfstandig verantwoordelijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De landen komen overeen om elkaar, ieder naar vermogen, collegiaal bij te staan bij
              de inhoudelijke ontwikkeling van capaciteiten bedoeld in het eerste lid. De
              doelstellingen van deze samenwerking zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>het bereiken en in stand houden van een niveau van IGR-implementatie dat passend
                  is bij de sociaal-economische en medisch-epidemiologische omstandigheden van elk
                  der landen afzonderlijk en zodanig dat het Koninkrijk als geheel optimaal voldoet
                  aan de vereisten van de IGR;</al></li><li nr="b."><al>het realiseren en onderling afstemmen van gedegen surveillance-, detectie-,
                  meldings- verificatie- en responsesystemen voor (uitbraken van) infectieziekten,
                  alsook incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard die de
                  volksgezondheid kunnen beïnvloeden in het Caribisch deel van het Koninkrijk, in
                  overeenstemming met Annex 1 van de IGR;</al></li><li nr="c."><al>het delen van kennis en ervaring, de uitwisseling van relevante documenten, het
                  gezamenlijk organiseren van opleiding, trainingen en oefeningen en al het overige
                  dat bijdraagt aan het behoud van een optimaal niveau van IGR-functionaliteit zoals
                  bedoeld in onderdeel a van dit lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De landen komen overeen om jaarlijks, op verzoek van de WHO, een nationaal
              IGR-assessment te doen, gevolgd door een gezamenlijke IGR-review van alle
              Koninkrijksdelen eens in de vier jaar. Het Netwerk-IGR voert de jaarlijkse
              IGR-assessments uit en bereidt de vierjaarlijkse IGR-review voor. Het netwerk kan
              naast experts uit de landen zelf onafhankelijke experts op het terrein van de IGR
              uitnodigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Netwerk-IGR stelt een tweejaarlijks frameworkplan op ten behoeve van het
              optimaal invoeren en onderhouden van de IGR in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
              Dit frameworkplan is gebaseerd op landspecifieke werkplannen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Operationele organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
              Milieu (RIVM-CIb) functioneert als nationaal IGR-coördinatiepunt van het Koninkrijk,
              zoals bedoeld in artikel 1 van de IGR. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Netwerk-IGR bedoeld in artikel 1, tweede lid, fungeert als liaison- ,
              referentie- en samenwerkingsplatform voor het nationaal IGR-coördinatiepunt ten
              behoeve van het Caribisch deel van het Koninkrijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het RIVM-CIb is als coördinerend lid deel van het Netwerk-IGR en verzorgt de
              noodzakelijke administratieve ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directeur van het RIVM-CIb kan voorzien in de aanstelling van een arts
              Maatschappij en Gezondheid die onder zijn gezag en verantwoordelijkheid bepaalde taken
              van het nationaal IGR-coördinatiepunt in de regio kan uitvoeren in nauwe samenwerking
              met de IGR-contactpunten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het Netwerk-IGR</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Netwerk-IGR bestaat uit een groep van deskundigen, die de Caribische (ei)landen
              van het Koninkrijk en het RIVM-CIb vertegenwoordigen, met gekwalificeerde kennis als
              genoemd in artikel 1, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De diensten van de respectievelijke Ministeries van volksgezondheid van de vier
              landen en het Netwerk-IGR zijn: </al><al> voor Aruba : de Directie Volksgezondheid;</al><al>voor Curaçao : de Afdeling Epidemiologie en Onderzoek van het Ministerie van
              Gezondheid, Milieu &amp; Natuur;</al><al> voor Sint Maarten : de Diensten Collectieve Preventie en de Afdeling
              Volksgezondheid;</al><al> voor Nederland : het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM;</al><al> Bonaire : de Diensten Publieke Gezondheid en Infectieziektebestrijding;</al><al> Saba : de Dienst Publieke Gezondheid;</al><al> Sint Eustatius : de Directie Maatschappij en Welzijn, afdeling Publieke
              Gezondheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid genoemde diensten zijn, als contactpunten van de (ei)landen,
              verantwoordelijk voor de doorgifte van internationaal gecommuniceerde kennis en
              informatie over infectieziekten en incidenten van bacteriologische, chemische en
              radiologische aard die de publieke gezondheidszorg raken, aan de verantwoordelijke
              bestuurders en relevante beroepsbeoefenaren van hun land.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke dienst als genoemd in het tweede lid, stelt één deskundige aan als primus en
              één deskundige als secundus. De als primus aangewezen deskundige fungeert als
              representant in het Netwerk-IGR en heeft bij voorkeur een kwalificatie als arts
              maatschappij en gezondheid, epidemioloog of sociaal-verpleegkundige. De secundus
              treedt op als vervanger bij ontstentenis van de primus.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Inzake de methoden volgens welke epidemiologisch of ander wetenschappelijk onderzoek
              wordt uitgevoerd, inclusief de rapportage van de uitkomsten daarvan, handelen de
              diensten in het Netwerk-IGR als zelfstandige deskundigen en ontvangen derhalve geen
              instructie van derden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het Netwerk-IGR bevordert actief de wetenschappelijk verantwoorde uitvoering van
              epidemiologisch onderzoek naar het vóórkomen en de verspreiding van infectieziekten en
              andere IGR gerelateerde incidenten in de landen. De leden staan elkaar bij inzake de
              opzet van methodisch verantwoorde bron- en contactopsporing, alsmede epidemiologische
              studies in geval van acute gezondheidsincidenten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het Netwerk-IGR kan contacten onderhouden met de Pan American Health Organisation
              (PAHO), de World Health Organisation (WHO) en andere internationale organisaties die
              in de regio actief zijn. Dit met het oog op het optimaliseren van kennis over
              IGR-ontwikkelingen, voor deelname aan trainingen op IGR-gebied en het werven van
              fondsen voor IGR-bevorderende activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Periodiek vindt overleg plaats tussen de IGR-netwerkleden via videoconferentie,
              teleconferenties of fysieke bijeenkomsten, ter bespreking van de voortgang bij het
              implementeren en de functionaliteit van de IGR, voor het bevorderen van de kwaliteit
              van surveillance, bestrijdingsmethoden, voorzieningen voor laboratoriumdiagnostiek,
              opvangmogelijkheden van ziektegevallen en voor het plannen van gezamenlijke of
              bilaterale activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Opleidingen en trainingen voor functionarissen met een specifieke taak inzake de
              uitvoering van de IGR worden, in zoverre dit efficiënt en zinvol is, gezamenlijk
              binnen het Netwerk-IGR georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding van de reis- en verblijfkosten van de leden komen ten laste van het
              land dat het lid heeft aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Reactie op ernstige gezondheidsincidenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de uitvoering van het bepaalde in het tweede tot en met zevende lid van dit
              artikel is mede het <cursief>Protocol Ernstige Gezondheidsincidenten </cursief>van
              toepassing, zie bijlage .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het contactpunt van het land als bedoeld in artikel 4, derde lid, is permanent
              toegankelijk voor de meldingen van ziektegevallen die bij wet of verordening door het
              land meldingsplichtig zijn gesteld en van incidenten van bacteriologische, chemische
              en radiologische aard die de volksgezondheid kunnen beïnvloeden. De meldingen worden
              binnen 24 uur doorgegeven aan het nationaal IGR-coördinatiepunt voor verdere
              beoordeling en onderling overleg over te ondernemen actie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingevolge de vereisten van artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, van de IGR,
              verloopt alle formele communicatie tussen de landen van het Koninkrijk en de WHO,
              alsmede de PAHO, via het kanaal van het nationaal IGR-coördinatiepunt .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met toepassing van de criteria van Annex 2 van de IGR voert het nationaal
              IGR-coördinatiepunt de beoordeling uit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de IGR,
              van alle in het Koninkrijk gemelde ernstige gezondheidsincidenten. Het nationaal
              IGR-coördinatiepunt beslist op grond van die beoordeling, gehoord hebbende het
              landelijke contactpunt, tot melding aan de WHO van incidenten die kunnen resulteren in
              een noodsituatie van internationaal belang voor de volksgezondheid<noot id="d3193e330"><noot.nr> 3 </noot.nr><noot.al>Een situatie
                  van internationaal belang voor de volksgezondheid, in de Engelse versie van de IGR
                  een “public health event of international concern” (PHEIC)</noot.al></noot>. Voordat de melding wordt gedaan informeert het nationaal IGR-coördinatiepunt
              de Minister belast met de volksgezondheid van het betreffende land, die naargelang de
              aard van de melding relevante sectorministers en de Minister-President
              informeert.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na een melding, als bedoeld in het vierde lid, beslist de Minister belast met de
              volksgezondheid van het betreffende land, al naar gelang de aard van de situatie in
              coördinatie met relevante sectorministers en de Minister-President, over de
              maatregelen die binnen zijn territoir genomen dan wel opgelegd worden en over de
              landelijke, regionale en de internationale berichtgeving. Alvorens de Minister belast
              met de volksgezondheid een maatregel neemt, wint hij advies in bij de dienst van zijn
              land genoemd in artikel 4, tweede lid. Het nationaal IGR-coördinatiepunt treedt niet
              in de pers- en publiekscommunicatie van het betreffende land, noch treedt het in
              contact met regionale en internationale media.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Minister belast met de volksgezondheid, al naar gelang de aard van de melding in
              coördinatie met relevante sectorministers en de Minister President van het betreffende
              land, kan de directeur van het RIVM-CIb verzoeken een Outbreak Management Team (OMT)
              bijeen te roepen om hem van het best mogelijke medisch-epidemiologische advies te
              dienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Minister belast met de volksgezondheid, die voornemens is een maatregel
              betreffende een melding te nemen of na te laten en daarmee niet in overeenstemming
              handelt met een aanbeveling van de WHO, informeert zijn ambtsgenoten van de overige 3
              landen alvorens hij tot uitvoering van zijn besluit overgaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Commissie voor advies en bijstand voor de IGR-samenwerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie van advies en bijstand die toezicht houdt op de kwaliteit en
              doelmatigheid van de operationele samenwerking, bestaande uit drie personen: </al><lijst><li nr="a."><al>één persoon met kennis van de Koninkrijkslanden en hun onderlinge relaties;</al></li><li nr="b."><al>één persoon met kwalificatie op het gebied van publiekegezondheid,
                  milieu-incidenten en crisisbeheer;</al></li><li nr="c."><al>één persoon met kennis en ervaring op het gebied van de IGR.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Nederland, mede namens en in
              overleg met zijn drie ambtsgenoten, benoemt de leden van de commissie voor een periode
              van vier jaar. De commissie komt tenminste één keer per jaar bij elkaar en bepaalt
              voor het overige haar eigen werkwijze. Jaarlijks doet de commissie verslag aan de vier
              ministers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onderliggende wetgeving</titel></kop><al>De landen komen overeen, rekening houdend met ieders bestaande systeem van wet- en
            regelgeving, om de taken, procedures en bevoegdheden die voortvloeien uit de vereisten
            van de IGR in hun wetgeving te implementeren, en wel in ieder geval voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de regie op en coördinatie van de bestuursorganen, de dienstonderdelen en de
                maatschappelijke organisaties die een taak hebben bij de beheersing of bestrijding
                van een ernstig gezondheidsincident in het land;</al></li><li nr="b."><al>de surveillance, detectie en rapportage van ziektegevallen met een infectieuze
                oorzaak, alsook incidenten van chemische en radiologische aard die een potentieel
                gevaar vormen voor de volksgezondheid;</al></li><li nr="c."><al>het opleggen van maatregelen aan de bevolking welke noodzakelijk kunnen zijn om
                een ernstig gezondheidsincident te beheersen of te bestrijden en om opvolging te
                kunnen geven aan de aanbevelingen van de World Health Organisation;</al></li><li nr="d."><al>de informatieplicht en het opleggen van instructies aan haven- en
                luchtvaartautoriteiten en het afstemmen van maatregelen met gezagvoerders van
                inkomende en uitgaande vaar- en vliegtuigen die met een potentieel ernstig
                gezondheidsincident geconfronteerd worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk van de landen is zelf verantwoordelijk en aanspreekbaar voor zijn handelingen of
              voor handelingen van zijn ondergeschikten ingeval van incidenten. De landen verklaren
              over en weer vrijwaring te verlenen voor iedere aanspraak van derden, ter zake van
              door ondergeschikten of andere aan de landen gerelateerd personen veroorzaakte schade.
              Elk land draagt zorg voor voldoende verzekering van hun ondergeschikten bij het
              uitoefenen van gemeenschappelijke taken van het Netwerk-IGR.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De landen komen overeen om eens in de vier jaar, of indien nodig vaker, een
              evaluatie te doen plaatsvinden van de samenwerking zoals genoemd in deze onderlinge
              regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze onderlinge regeling loopt voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat partijen
              afzonderlijk ten alle tijden kunnen opzeggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van geschillen voortvloeiende uit deze onderlinge regeling zullen partijen
              met elkaar in overleg treden en de geschillen minnelijk of via mediatie oplossen.
              Indien dit niet tot een bevredigend resultaat leidt zal een ad-hoc commissie worden
              samengesteld met het doel om een oplossing te bereiken, bestaande uit drie leden: één
              lid benoemd door de commissie van advies en bijstand, één lid benoemd door de vier
              ministers gezamenlijk en een derde lid benoemd door de twee voornoemde leden
              tezamen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
            dagtekening van het publicatiemedium waarin zij wordt geplaatst.</al><al/><al> Deze onderlinge regeling zal met toelichting in de Staatscourant, de Landscourant van
            Aruba, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingblad van Sint Maarten worden
            geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus in viervoud opgemaakt en getekend,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voor Nederland, inclusief de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius: </ondertekening><ondertekening>de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport</ondertekening><ondertekening>mw. drs. E.I. Schippers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voor Aruba:</ondertekening><ondertekening>de Minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport</ondertekening><ondertekening>dhr. drs. C. A. Schwengle</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voor Curaçao:</ondertekening><ondertekening>de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur</ondertekening><ondertekening>dhr. dr. B. Whiteman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voor Sint Maarten:</ondertekening><ondertekening>de ad interim Minister van Volksgezondheid, Sociale Zaken en Arbeid</ondertekening><ondertekening>mw. R. Bourne-Gumbs</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>bij de onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut
            van het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de
            implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao
            en Sint Maarten</titel></kop><al/><al><vet>Protocol Ernstige Gezondheidsincidenten</vet></al><al/><al>Dit Protocol beschrijft de operationele uitvoering van meldingen, communicatie,
          beslissingen en interventies zoals bedoeld in artikel 6 van de onderlinge regeling.</al><al/><al><vet>1<sup>ste</sup> Paragraaf: Het nationaal IGR-coördinatiepunt en (ei)landelijke
            IGR-contactpunten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1: </vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
              Milieu (RIVM-CIb) functioneert als nationaal IGR-coördinatiepunt (National IHR Focal
              Point) van het Koninkrijk, in de betekenis van artikel 1 van de Internationale
              Gezondheidsregeling. </al><al> De diensten bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de onderlinge regeling treden op
              als (ei)landelijke IGR-contactpunten. <cursief>(art. 3, lid 1 en 2 onderlinge
                regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="2."><al>Indien de directeur van het RIVM-CIb uitvoering geeft aan artikel 3, vierde lid, van
              de onderlinge regeling en derhalve wil voorzien in een gekwalificeerde
              arts-infectieziektebestrijding die als liaisonfunctionaris domicilie kan houden op een
              van de Caribische (ei)landen van het Koninkrijk, dan doet hij dit in consultatie met
              de hoofden van de gezondheidsdiensten genoemd in artikel 4, tweede lid, van de
              onderlinge regeling.</al><al/></li><li nr="3."><al>Bij ontstentenis van de functionaris bedoeld in het vorige lid wordt deze vervangen
              door de dienstdoende arts van de 24-uurs bereikbaarheidsdienst voor de
              infectieziektebestrijding van het RIVM-CIb. </al></li></lijst><al/><al><vet>2<sup>e</sup> Paragraaf:De voorbereiding op ernstige
            gezondheidsincidenten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor de voorbereiding op de beheersing en bestrijding van ernstige
              gezondheidsincidenten en het ontwikkelen en onderhouden van voldoende capaciteit voor
              de uitvoering daarvan conform artikel 5, eerste lid, artikel 13, eerste lid, artikel
              19, artikel 20, eerste en tweede lid, en de van toepassing zijnde Annexen van de
              Internationale Gezondheidsregeling, is elk land binnen zijn territoir zelfstandig
                verantwoordelijk.<cursief> (art. 2, lid 1 onderlinge regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="2."><al>De landen staan, ieder naar vermogen, elkaar collegiaal bij, bij de voorbereidende
              activiteiten bedoeld in het vorige lid. De bijstand betreft het delen van kennis en
              ervaring, de uitwisseling van relevante documenten, het organiseren van opleiding,
              trainingen en oefeningen en al het overige dat bijdraagt aan een preparatieniveau
              passend bij de sociaal-economische en epidemiologische omstandigheden van elk der
              (ei)landen. <cursief>(art. 2, lid 2 onderlinge regeling)</cursief></al></li></lijst><al/><al><vet>3e Paragraaf: Milieugerelateerde gezondheidsincidenten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Onder milieu gerelateerde gezondheidsincidenten wordt verstaan: incidenten van
              bacteriologische, chemische, radiologische-nucleaire, biologische (waaronder
              maritiem-biologische) aard, die kunnen resulteren in een noodsituatie van
              internationaal belang op het gebied van de volksgezondheid.</al></li><li nr="2."><al>Een milieu gerelateerd gezondheidsincident dat potentieel een risico kan vormen voor
              de onbelemmerde voortgang van het internationaal, dan wel inter-eilandelijke verkeer
              van personen of goederen, wordt door het IGR-contactpunt van het betrokken (ei)land
              terstond gemeld aan het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven. </al></li><li nr="3."><al>Voor de risicobeoordeling zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van dit Protocol,
              van milieu gerelateerde gezondheidsincidenten, zien het IGR-contactpunt van het
              betrokken (ei)land en het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven er op toe, dat de
              ter plaatse betrokken eilandelijke bestrijdingsdienst in contact wordt gebracht met de
              deskundigen van de permanente bereikbaarheidsdienst van het Centrum Veiligheid van het
              RIVM (RIVM-VLH). </al></li></lijst><al/><al/><al><vet>4<sup>e</sup> Paragraaf: Infectieziektebestrijding</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Indien de directeur van het RIVM-CIb uitvoering geeft aan artikel 3, vierde lid, van
              de onderlinge regeling, dient telkens wanneer in deze en de volgende paragrafen
              gesproken wordt over het nationaal IGR-coördinatiepunt daarvoor gelezen te worden: de
                <cursief>arts-infectieziektebestrijding/-liaisonfunctionaris</cursief> welke door
              het RIVM-CIb is aangesteld en domicilie houdt op een van de Caribische (ei)landen van
              het Koninkrijk, tenzij gesproken wordt van ‘het nationaal IGR-coördinatiepunt te
              Bilthoven’.</al><al/></li><li nr="2."><al>Met de ‘gezondheidsdienst’ of ‘gezondheidsdiensten’ wordt in dit hoofdstuk en de
              volgende hoofdstukken bedoeld, de (ei)landelijke diensten genoemd in artikel 4, tweede
              lid, van de onderlinge regeling </al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 5 Eilandelijke surveillance en vroegwaarschuwing ten behoeve van de
            IGR</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Elk land stelt een lijst van meldingsplichtige ziekten vast, waarop in ieder geval
              de ziekten worden opgenomen welke door het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven
              worden voorgesteld, om te kunnen voldoen aan de verplichtingen in de IGR. De lijst
              wordt bij wet of verordening vastgesteld en ondervindt aanpassing wanneer nieuwe of
              opnieuw opkomende ziekten een bedreiging kunnen vormen voor de volksgezondheid in het
              land.</al><al/></li><li nr="2."><al>Elk (ei)land onderhoudt een permanent toegankelijk meldpunt voor de wettelijk
              verplichte meldingen van ziektegevallen door artsen, laboratoria of andere bij wet
              daartoe verplichte functionarissen.<cursief> (art. 6, lid 2 onderlinge
                regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="3."><al>Het RIVM-CIb voorziet zo nodig, en in overleg met de gezondheidsdiensten genoemd in
              artikel 4, tweede lid, van de onderlinge regeling, in een elektronisch
              communicatiesysteem voor de meldingen bedoeld in het vierde en vijfde lid van dit
              artikel.</al><al/></li><li nr="4."><al>het nationaal IGR-coördinatiepunt ontvangt van de eilandelijke gezondheidsdienst
              binnen 24 uur de gegevens van de meldingen, bedoeld in het tweede lid. Ten aanzien van
              identificerende persoonsgegevens van patiënten heeft het nationaal IGR-coördinatiepunt
              eenzelfde geheimhoudingsplicht als de ambtenaar van de gezondheidsdienst van het
              betrokken land.</al><al/></li><li nr="5."><al>Bij eerste melding door een arts of laboratorium aan de gezondheidsdienst van (een
              vermoeden van) een geval van pokken, poliomyelitis, severe acute respiratory syndrome
              (SARS), virale hemorragische koorts (ebola, lassa, marburg), of het Middle East
              Respiratory Syndrome-coronavirus (MERS-CoV)<noot id="d3193e614"><noot.nr> 4 </noot.nr><noot.al>Het betreft de
                  ziekten genoemd in de linker box van het beoordelingsdiagram van Annex 2 van de
                  Internationale Gezondheidsregeling, aangevuld op basis van recente
                  bestrijdingservaringen met de importziekten virale hemorragische koortsen en
                  Mers-CoV.</noot.al></noot>, wordt het nationaal IGR-coördinatiepunt hiervan onverwijld in kennis
              gesteld.</al></li></lijst><al/><al/><al><vet>5<sup>e</sup> ParagraafInternationale melding en
            communicatie</vet></al><al/><al><vet>Artikel 6 Risicobeoordeling en melding</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het nationaal IGR-coördinatiepunt beoordeelt de meldingen die het ingevolge artikel
              3, tweede lid, en artikel 5, vierde en vijfde lid, van dit protocol heeft ontvangen op
              het internationale risico voor de volksgezondheid, aan de hand van de criteria van
              Annex 2 van de Internationale Gezondheidsregeling. <cursief>(art. 6, lid 3 onderlinge
                regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="2."><al> De gezondheidsdienst van het land dat het aangaat verschaft het nationaal
              IGR-coördinatiepunt de aanvullende medische, epidemiologische, sociale en
              milieutechnische informatie die nodig is om de risico-inschatting, bedoeld in het
              vorige lid, uit te voeren en houdt zich beschikbaar voor alle nodige
              communicatie.</al><al/></li><li nr="3."><al>Zowel in geval van een positieve beoordeling, als in geval van twijfel over de
              internationale meldingswaardigheid van een incident, overlegt de dienstdoende
              functionaris van het nationaal IGR-coördinatiepunt met het hoofd van de
              gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat en met de dienstdoende achterwacht
              van het nationaal IGR-coördinatiepunt te Bilthoven. </al><al/></li><li nr="4."><al>Indien de dienstdoende functionaris van het nationaal IGR-coördinatiepunt oordeelt
              dat een incident aan de WHO gemeld dient te worden, dan rapporteert hij dit terstond
              aan de directeur van het RIVM-CIb. Hij overlegt daarbij de zienswijze van het hoofd
              van de gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat. </al><al/></li><li nr="5."><al>Een besluit om als nationaal IGR-coördinatiepunt een incident conform artikel 6 of
              artikel 7 IGR aan de WHO te melden als ‘an event that may constitute a public health
              emergency of international concern’, wordt genomen door de directeur van het
                RIVM-CIb.<cursief> (art. 6, lid 3 onderlinge regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="6."><al>Onder voorbehoud van het zevende lid van dit artikel, wordt de internationale
              melding binnen 24 uur na de beoordeling<noot id="d3193e661"><noot.nr> 5 </noot.nr><noot.al>Aldus het
                  voorschrift in artikel 6, tweede lid IGR.</noot.al></noot> gedaan door het nationaal IGR-coördinatiepunt aan het regiokantoor van de WHO
              voor de Amerika’s (PAHO) in Washington DC in de Verenigde Staten. Een afschrift wordt
              gelijktijdig verzonden aan het kabinet van de betrokken minister, het hoofd van zijn
              gezondheidsdienst en het regiokantoor van de WHO voor Europa in Kopenhagen,
              Denemarken. </al><al/></li><li nr="7."><al>De internationale melding bedoeld in het vorige lid wordt niet eerder gedaan dan
              nadat de Minister belast met volksgezondheid van het land dat het aangaat door het
              nationaal IGR-coördinatiepunt is geïnformeerd over de voorgenomen melding en over de
              omstandigheden van het incident. Bij ontstentenis van de Minister belast met de
              volksgezondheid ontvangt de Minister-President van het land de bedoelde informatie.
                <cursief>(art. 6, lid 3 onderlinge regeling)</cursief></al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 7 De internationale communicatie inzake ernstige
            gezondheidsincidenten</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Het nationaal IGR-coördinatiepunt draagt zorg voor de onverwijlde doorgifte, via de
              (ei)landelijke IGR-contactpunten, aan de Minister belast met de volksgezondheid van
              het land dat het aangaat, van iedere alertering door de WHO van een ernstige
              gezondheidsdreiging die het land kan raken, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid,
              van de IGR.</al><al/></li><li nr="2."><al>Na een internationale melding zoals bedoeld in artikel 6 van dit Protocol draagt de
              Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat de
              verantwoordelijkheid voor de inhoud van alle nadere berichtgeving aan, en communicatie
              met, de WHO, zoals bedoeld in artikel 6 tweede lid, de artikelen 7 tot en met 10, en
              artikel 11, tweede, derde en vierde lid, van de IGR. (art. 6, lid 5 onderlinge
              regeling)</al><al/></li><li nr="3."><al>Ingevolge het voorschrift van artikel 4, tweede lid, onderdelen a en b, van de IGR,
              verloopt de internationale communicatie bedoeld in het vorige lid, via het kanaal van
              het nationaal IGR-coördinatiepunt. <cursief>(art. 6, lid 3 onderlinge
                regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="4."><al>Het nationaal IGR-coördinatiepunt treedt niet in de pers- of publiekscommunicatie
              van het land dat het aangaat. <cursief>(art. 6, lid 5 onderlinge
              regeling)</cursief></al></li></lijst><al/><al><vet>6<sup>e</sup> Paragraaf Maatregelen ter beheersing en bestrijding van ernstige
            gezondheidsincidenten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat beslist over
              de maatregelen die binnen zijn territoir genomen dan wel opgelegd worden ter
              beheersing en bestrijding van ernstige gezondheidsincidenten zoals bedoeld onder de
              IGR. Daaronder worden tevens begrepen de maatregelen naar aanleiding van de
              aanbevelingen die de WHO op grond van de artikelen 15 tot en met 18 van de IGR aan een
              land kan doen. <cursief>(art. 6, lid 5 onderlinge regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="2."><al>Alvorens de Minister belast met de volksgezondheid een maatregel zoals bedoeld in
              het vorige artikel neemt, wint hij advies in bij zijn gezondheidsdienst. De
              gezondheidsdienst wordt bij het opstellen van het advies bijgestaan door het nationaal
              IGR-coördinatiepunt. (art. 6, lid 5 onderlinge regeling) </al><al/></li><li nr="3."><al>De Minister belast met de volksgezondheid van het land dat het aangaat kan de
              directeur van het RIVM-CIb verzoeken een Outbreak Management Team (OMT) bijeen te
              roepen om hem van het best mogelijke medisch-epidemiologische advies te dienen. De
              directeur beslist over de uit te nodigen experts in het OMT, met inachtneming van
              deelname door de gezondheidsdienst van het (ei)land dat het aangaat. De beraadslaging
              in het OMT is vertrouwelijk. Nadat de Minister, gehoord het advies van het OMT,
              besloten heeft over de te nemen maatregelen, is het advies voor eenieder ter
                inzage.<cursief> (art. 6, lid 6 onderlinge regeling)</cursief></al></li></lijst><al/><al>7<vet><sup>e</sup> ParagraafSlotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de gevolgen voor de internationale positie van het Koninkrijk als
              geheel, informeert een Minister belast met de volksgezondheid die voornemens is een
              maatregel te nemen of na te laten en daarmee handelt contrair aan een aanbeveling van
              de WHO, eerst zijn ambtsgenoten van de overige 3 landen alvorens hij tot uitvoering
              van zijn besluit over gaat.<cursief> (art. 6, lid 7 onderlinge
              regeling)</cursief></al><al/></li><li nr="2."><al>Voor de communicatie met het hoofdkantoor van de WHO in Genève draagt de Minister
              van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Nederland coördinerende
              verantwoordelijkheid. </al></li></lijst><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>