<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Grave</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Grave</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Maas Driehoek, 23 december 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Grave</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>VB</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Grave</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening gemeente Grave;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingenomgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen zes weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste zes weken
                                verlengen, mits hiertoe een gerede grond bestaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijnen vermeld in het eerste en tweede lid van deze bepaling
                                zijn niet van toepassing indien het een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2:11 betreft. In die gevallen gelden de
                                termijnen van artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht.”</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3.</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                            minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning
                            of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag
                            niet te behandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5.</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6.</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7.</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden
                            geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9.</nr><titel>Lex silencio positivo</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1.</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats zich samen met anderen te
                                    begeven naar of al dan niet samen met anderen deel te nemen aan
                                    een samenscholing, te vechten onnodig op te dringen of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor personeel van
                                    hulpverleningsdiensten en gemeente. </al></li></lijst><al>Afdeling 2. BETOGING</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2.</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3.</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6.</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                                afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7.</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8.</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9.</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10.</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
                                weggedeelte te gebruiken, anders dan overeenkomstig de bestemming
                                daarvan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                uitstallingen en reclame op basis waarvan het bevoegd gezag
                                vergunningsvrije objecten kan aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op, in, over of boven de weg een voorwerp of stof
                                waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben, indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                bevestiging schade toebrengt aan de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                weg. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k.
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd artikel 1:8 kan de vergunning, zoals bedoeld in het
                                eerste of vijfde lid, worden geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en
                                veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg; van een belemmering voor
                                de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet
                                tenminste een vrije doorgang van 1,80 meter wordt gelaten op
                                voetpaden en van 4,50 meter op de rijbaan voor fietsers of
                                gemotoriseerd verkeeruitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband
                                met de omgeving, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
                            </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het
                                Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11.</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                        activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de
                                waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening gemeente Grave.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12.</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Provincie Noord-Brabant.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 6. VEILIGHEID OP DE WEG</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13.</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14.</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15.</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16.</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                            rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een
                            openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                            dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17.</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18.</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>[gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19.</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20.</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21.</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van
                                het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of
                                de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22.</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23.</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 7. EVENEMENTEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan op één dag gehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>straatfeesten;</al></li><li nr="b."><al>buurtbarbecues;</al></li><li nr="c."><al>exposities en tentoonstellingen in overheidsgebouwen;</al></li><li nr="d."><al>kinderactiviteiten gericht op kinderen van de basisschool of
                                        jonger;</al></li><li nr="e."><al>activiteiten gericht op ouderen (65+);</al></li><li nr="f."><al>tochten voor wandelaars, fietsers, skaters en skeelers;</al></li><li nr="g."><al>verjaardagen, bruiloften, personeelsfeesten en overige
                                        feesten van persoonlijke aard;</al></li><li nr="h."><al>speurtochten zonder gemotoriseerde voertuigen;</al></li><li nr="i."><al>musicals en toneelvoorstellingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25.</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 07:00 en 01:00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na
                                        23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien
                                door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26.</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al>Afdeling 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN EN
                            ALCOHOLVERSTREKKING</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder openbare inrichting wordt in afdeling 8 verstaan: de voor
                                    het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                                    of in een omvang alsof zijbedrijfsmatig was logies wordt
                                    verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                    voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een
                                    openbare inrichting worden in ieder geval verstaan: een hotel,
                                    restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                    buurthuis of clubhuis</al></li><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid wordt
                                    mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden.</al></li><li nr="3."><al>Een terras in de zin van deze afdeling is een buiten de besloten
                                    ruimte van de inrichting liggend deel van de openbare inrichting
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. </al></li><li nr="4."><al>In afdeling 8 wordt verstaan onder: de wet: de Drank- en
                                    Horecawet; de begrippen: - alcoholhoudende drank, -
                                    horecabedrijf, - horecalocaliteit, - inrichting, -
                                    paracommerciële rechtspersoon, - sterke drank, - slijtersbedrijf
                                    en - zwak-alcoholhoudende drank dat wat daaronder wordt verstaan
                                    in de wet.</al></li><li nr="5."><al>Onder houder wordt in deze afdeling verstaan: degene die een
                                    openbare inrichting exploiteert.</al></li><li nr="6."><al>Afdeling 8 verstaat niet onder bezoekers:</al><lijst><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders
                                            wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn
                                            onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
                                            artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede
                                            personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het
                                            Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="c."><al>de leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel
                                            bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid van
                                            de wet, met betrekking tot die inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a,
                                            eerste lid van de wet, is gevraagd, mits de ontvangst
                                            van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die
                                            aanvraag is beslist;</al></li><li nr="e."><al>personen die werkzaam zijn ten dienste van de inrichting
                                            of de exploitatie ervan;</al></li><li nr="f."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                            dringende redenen</al></li></lijst></li></lijst><al>noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28.</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester kan de vergunning
                                geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                bevindt in: </al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit; </al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling; </al></li><li nr="c."><al>een museum, of </al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of –restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van
                                het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen
                                indien: </al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding
                                        van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
                                        overlast op straat of drugsgebruik en –handel hebben
                                        voorgedaan in of bij de inrichting dan wel </al></li><li nr="b."><al>indien de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                        zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel
                                        1:8 of 2:28, tweede of derde lid van deze verordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft
                                voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting, waarvoor een
                                vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is
                                vereist, verboden dit voor bezoekers open te hebben, aldaar
                                bezoekers toe te laten en te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                        woensdag en woensdag op donderdag, van donderdag op vrijdag
                                        tussen 01:30 uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="b."><al>van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag tussen 03:00
                                        uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="c."><al>tijdens carnaval van zondag op maandag, maandag op dinsdag
                                        tussen 03:00 uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="d."><al>op de nacht aan het begin van: tweede paasdag, Koningsdag,
                                        Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en
                                        tweede kerstdag, en de nacht na: Hemelvaartsdag, tussen
                                        03:00 uur en 07:00 uur</al></li><li nr="e."><al>tijdens de kermis in het betreffende deel van de gemeente
                                        waar de jaarlijkse kermis wordt gehouden tussen 03:00 uur en
                                        07:00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het de houder van
                                een openbare inrichting waarvoor géén vergunning als bedoeld in
                                artikel 3 van de Drank- en Horecawet is vereist, verboden dit voor
                                bezoekers open te hebben, aldaar bezoekers toe te laten en te laten
                                verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>van zondag op maandag, maandag op dinsdag, dinsdag op
                                        woensdag en woensdag op donderdag, van donderdag op vrijdag
                                        tussen 02:00 uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="b."><al>van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag tussen 03:30
                                        uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="c."><al>tijdens carnaval van zondag op maandag, maandag op dinsdag
                                        tussen 03:30 uur en 07:00 uur,</al></li><li nr="d."><al>op de nacht aan het begin van: tweede paasdag, Koningsdag,
                                        Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en
                                        tweede kerstdag, en de nacht na: Hemelvaartsdag, tussen
                                        03:30 uur en 07:00 uur</al></li><li nr="e."><al>tijdens de kermis in het betreffende deel van de gemeente
                                        waar de jaarlijkse kermis wordt gehouden tussen 03:30 uur en
                                        07:00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 en 2 gelden de sluitingstijden niet in de
                                nacht van Oud op Nieuw.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste, tweede en derde lid is het de houder
                                van een openbare inrichting, waarbij de exploitatie berust bij een
                                paracommerciële rechtspersoon, verboden de horecalocaliteit voor het
                                publiek geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te
                                laten verblijven tussen 00:30 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere
                                sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk openbare
                                inrichting of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan, met uiterste terughoudendheid, ontheffing
                                verlenen van de in lid 1, 2 en 4 van dit artikel genoemde
                                sluitingstijden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op de aanvraag om ontheffing als bedoeld in dit
                                artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30.</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden
                                voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de
                                krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31.</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</titel></kop><al>Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd
                            dat dit bedrijf</al><al>krachtens artikel 2.29 of ingevolge een op grond van artikel 2.30
                            genomen besluit gesloten</al><al>dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32.</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33.</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33a.</nr><titel>Zwarte lijst</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34.</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van artikel
                            174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan
                            voor de toepassing van </al><al>artikel 2:28 tot en met 2:31.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel></kop><al>De burgemeester kan voorschriften verbinden aan een
                            exploitatievergunning en aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van
                            de Drank- en Horecawet in het belang van de handhaving van de openbare
                            orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en betreffende
                            de sluitingstijden die zijn genoemd in de artikelen 2.29 en 2.30.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Schenktijden bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Schenktijden bij paracommerciële rechtspersonen</vet>
                                    Paracommerciële rechtspersonen mogen uitsluitend alcoholhoudende
                                    drank verstrekken gedurende de periode beginnende met <vet>één
                                        uur</vet> voor aanvang en eindigende met <vet>één uur</vet>
                                    na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire
                                    doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële
                                    rechtspersoon, <vet>maar niet voor 12.00 uur en niet later dan
                                        24.00 uur</vet>.</al></li><li nr="2."><al><vet>Schenktijden bij paracommerciële rechtspersonen gericht op
                                        sport. </vet></al></li></lijst><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van
                            sportieve aard mogen daarnaast uitsluitend alcoholhoudende drank
                            verstrekken tot één uur na collectieve trainingen en clubbijeenkomsten
                            en tot twee uren na (oefen)wedstrijden maar:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voor <vet>17:00 uur en niet later dan 24:00 uur</vet> op
                                    maandag tot en met vrijdag;</al></li><li nr="b."><al>niet voor <vet>15:00 uur en niet later dan 24:00 uur</vet> op
                                    zaterdag;</al></li><li nr="c."><al>niet voor <vet>11:00 uur en niet later dan 24:00 uur</vet> op
                                    zondag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Verboden bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om bijeenkomsten
                                waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, te houden van
                                persoonlijke aard of bijeenkomsten te houden die gericht zijn op
                                personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de
                                desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten
                                van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen, waaronder inbegrepen
                                de verhuur van het pand en inventaris. Dit geldt niet indien sprake
                                is van activiteiten die rechtstreeks vallen onder de statutaire
                                doelstellingen van de rechtspersoon, de toegestane bijeenkomsten uit
                                artikel 2:34d of waarbij in dezelfde vermelding en dezelfde
                                (website)pagina duidelijk en uitdrukkelijk wordt vermeld dat het
                                verstrekken van alcohol bij bijeenkomsten van persoonlijke aard niet
                                is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit geldt niet indien sprake is van activiteiten die rechtstreeks
                                vallen onder de statutaire doelstellingen van de rechtspersoon en
                                voor de toegestane bijeenkomsten uit artikel 2:34d.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Toegestane bijeenkomsten bij paracommerciële
                                rechtspersonen</titel></kop><al>Voor paracommerciële rechtspersonen zijn onderstaande bijeenkomsten
                            waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt toegestaan, met
                            inachtneming van de schenktijden in artikel 2:34b:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sportieve of recreatieve aard voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>afscheidsfeesten van leden van het bestuur;</al></li><li nr="b."><al>jaarfeesten ter afsluiting van het seizoen;</al></li><li nr="c."><al>clubkampioenschappen en -jubilea;</al></li><li nr="d."><al>nieuwjaarsbijeenkomsten voor de leden;</al></li><li nr="e."><al>ledenvergaderingen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sociaal-culturele aard voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>jaarfeesten van en voor de leden van verenigingen en
                                            stichtingen die structureel gebruik maken van het
                                            pand;</al></li><li nr="b."><al>afscheidsfeesten van leden van het bestuur van
                                            verenigingen en stichtingen, die structureel gebruik
                                            maken van het pand;</al></li><li nr="c."><al>sociaal-culturele evenementen, waarbij het evenement
                                            centraal staat;</al></li><li nr="d."><al>kerstvieringen;</al></li><li nr="e."><al>vergaderingen van en voor de leden van verenigingen en
                                            stichtingen die structureel gebruik maken van het
                                            pand;</al></li><li nr="f."><al>afscheidsfeesten van leden van het bestuur;</al></li><li nr="g."><al>nieuwjaarsbijeenkomsten;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard voor zover het
                                    betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>activiteiten en vieringen, die direct verband houden met
                                            de levensbeschouwelijke of godsdienstige aard van de
                                            instelling;</al></li><li nr="b."><al>afscheidsfeesten van leden van het bestuur;</al></li><li nr="c."><al>ledenvergaderingen;</al></li><li nr="d."><al>overige strikt verenigingsgerelateerde activiteiten voor
                                            leden;</al></li><li nr="e."><al>nieuwjaarsbijeenkomsten voor de leden;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van educatieve aard voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>lessen en cursussen;</al></li><li nr="b."><al>bestuursvergaderingen;</al></li><li nr="c."><al>afstudeerbijeenkomsten en diploma-uitreikingen;</al></li><li nr="d."><al>schoolfeesten voor leerlingen (max. 3 x per jaar);</al></li><li nr="e."><al>sportdagen (max. 1 x per jaar).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Beleidsregel vergunningen en ontheffingen</titel></kop><al>De burgemeester kan een tijdelijke ontheffing verlenen van de in artikel
                            2:34b en c genoemde schenktijden en bijeenkomsten. De burgemeester stelt
                            beleidsregels vast betreffende de uitvoering van deze ontheffingen. </al><al>Op de aanvraag om een ontheffing op grond van deze regels en op grond
                            van art. 4 lid 4 van de Drank- en Horecawet is paragraaf 4.1.3.3 van de
                            Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                            tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Verbod verstrekken van sterke drank door paracommerciële
                                rechtspersonen</titel></kop><al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te
                            verstrekken in een inrichting die:</al><lijst><li nr="1."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of in hoofdzaak
                                    wordt gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruikt wordt door personen
                                    jonger dan 18 jaar;</al></li><li nr="3."><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel in
                                    hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of
                                    –instellingen. </al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                            besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                            personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen
                            wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36.</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                            exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                            verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven
                            aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37.</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38.</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                            verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting
                            volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum,
                            geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te
                            verstrekken.</al><al>Afdeling 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39.</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen , of de
                                        handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41.</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><al>Het is degenen aan wie dit door of namens de burgmeester in het belang
                            van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich
                            anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan door
                            of namens de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende uren
                            daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in de bekendmaking
                            genoemde periode van ten hoogste twaalf weken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41a.</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk
                                lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste of tweede lid
                                bedoelde verbod ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42.</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43.</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich
                                te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of
                                verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44.</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                                voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                de in het eerste lid bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45.</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46.</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47.</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                        beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                        toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                        afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                        straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                        weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                        onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48.</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door
                            het college aangewezen gebied en/of wegen of weggedeelten,
                            alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                            dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Het is verboden
                            op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college
                            aangewezen gebied en/of wegen of weggedeelten, in of op een voertuig
                            alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en
                            dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.1. Het bepaalde
                            in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49.</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50.</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                            hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                            toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                            vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                            soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                            verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                            desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51.</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                            plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                            gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker
                            van dat gebouw of dat portiek;</al><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52.</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                            uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door
                            het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                            kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die
                            publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                            terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53.</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54.</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55.</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56.</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57.</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                        aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                        ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk
                                        doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het
                                eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor
                                zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder
                                van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58.</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                        speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het
                                eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene, als bedoeld in het eerste lid, is verplicht binnen de
                                bebouwde kom een deugdelijke voorziening bij zich te hebben waarin
                                of waarmee hij/zij de uitwerpselen kan meenemen zoals een
                                hondenpoepzakje of een hondenpoepschepje. Deze voorziening moet op
                                eerste vordering getoond worden aan de met het toezicht belaste
                                ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59.</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het
                                terrein van een ander: </al><lijst><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar
                                        of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk
                                        of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het
                                        gedrag van die hond noodzakelijk vindt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                        nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                        bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht
                                        en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag
                                        van die hond noodzakelijk vindt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het
                                bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn
                                van een elektronisch identificatiemiddel (chip).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of
                                        van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van
                                        een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht
                                        dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is
                                        en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier
                                        kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een
                                        geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                        binnen de korf aanwezig zijn. </al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                        lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is
                                        dan 1,50 meter. </al></li><li nr="c."><al>elektronisch identificatiemiddel: de geïmplanteerde chip en
                                        registratie in een databank. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60.</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in door het college aangewezen plaatsen buiten
                                een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer ter voorkoming of
                                opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid daarbij
                                aangeduide dieren aanwezig te hebben;</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        hen gestelde regels, of;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het eerste lid is aangewezen gedeelte van de
                                gemeente ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde
                                verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61.</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62.</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63.</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64.</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65.</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN
                                GOEDEREN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67.</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68.</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van
                                Strafrecht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69.</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70.</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op horecabedrijven)
                            onder artikel 2:32).</al><al/><al><vet>Afdeling 13. VUURWERK</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                            Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                            nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                            (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72.</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73.</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a.</nr><titel>Carbid schieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder carbid schieten wordt verstaan: het in een
                                    bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                                    acethyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                    (carbid) en water of gas(mengsels) met vergelijkbare
                                    eigenschappen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in de open lucht met carbid te schieten.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het tweede lid geldt niet indien het carbid
                                    schieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur – 24.00 uur
                                    en 1 januari 00.00 - 02.00 uur, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>bij het carbid schieten wordt gebruik gemaakt van bussen
                                            met een maximale inhoud van 40 liter;</al></li><li nr="b."><al>het carbid schieten plaats vindt buiten de gebouwde kom
                                            op een afstand van ten minste 100 m¹ van woningen en 300
                                            m¹ van gebouwen, bouwwerken of andere werken waarbinnen
                                            dieren verblijven;</al></li><li nr="c."><al>het vrijschootsveld tenminste 100 m¹ bedraagt en zich
                                            binnen dit schootsveld geen personen en/of openbare
                                            wegen of paden bevinden;</al></li><li nr="d."><al>degene die met carbid schiet redelijkerwijs alle
                                            maatregelen heeft genomen ter voorkoming van gevaar voor
                                            mens en dier.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het tweede lid opgenomen verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 14. DRUGSOVERLAST</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74.</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>[gereserveerd]. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a.</nr><titel>Hinderlijk gebruik van softdrugs</titel></kop><al>[gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b.</nr><titel>Samenscholing in verband met drugs</titel></kop><al>[gereserveerd].</al><al/><al><vet>Afdeling 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSE</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                            besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                            groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                            personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:26a, 2:47,
                            2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:74, 2:74a, 2:74b, 5:34 van de Algemene
                            plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76.</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                            verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel
                            bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip
                            van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                            behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77.</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                            besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een bepaalde duur voor
                            het toezicht op een openbare plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                    seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                    vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                    een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                    seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                    een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                    erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                    elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                    rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats
                                    dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                    waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard
                                    aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon
                                    of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf
                                    exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging
                                    van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                    persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen
                                    in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                    uitzondering van:1. de exploitant;2. de beheerder;3. de
                                    prostituee;4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                    is;5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                    6.2 van deze verordening;6. andere personen wier aanwezigheid in
                                    de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2.</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                            college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen
                            en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                            Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                            over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk
                            nadere regels vaststellen.</al><al/><al><vet>Afdeling 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4.</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf binnen de
                                bebouwde kom van de gemeente te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een
                                seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen in
                                andere delen van de gemeente dan de in het eerste lid bedoelde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5.</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                        Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:I bepalingen gesteld bij of krachtens
                                        de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en
                                        de Wet arbeid vreemdelingen;II de artikelen 137c tot en met
                                        137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a,
                                        300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453
                                        van het Wetboek van Strafrecht;III de artikelen 8 en 162,
                                        derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                        artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;IV de artikelen 1,
                                        onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                        kansspelen;V de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                        weerkorpsen;VI de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                        munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3:4, tweede lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6.</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01:30 en 07:00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 01:30 en 07:00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als
                                bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7.</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8.</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9.</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                        tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan
                                door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en
                                gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden
                                gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich
                                gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van
                                vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10.</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11.</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></li></lijst><al>Afdeling 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12.</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                vergunning bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, binnen twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf
                                weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, tweede lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of – veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14.</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15.</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer
                                in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd,
                                geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke
                                beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef
                                en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                    Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                    bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                    drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één
                                    of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden
                                    is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                    artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                    geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                    behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                    van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                    terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                    betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                    versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2.</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor
                                door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het
                                college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van
                                de volgende delen: Grave-binnenstad, Grave-mars, Grave-bikkelkamp,
                                Grave-estersveld, Grave-zittert, Grave-stoof, Escharen, Velp en
                                Gassel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin
                                van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3.</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen
                                als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en
                                artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van
                                de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden
                                ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid,
                                van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de
                                inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de
                                festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier,
                                volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de
                                plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren
                                gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4.</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5.</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in
                            artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen
                            inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien
                            verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                    gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                    gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                    redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                    geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                    gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
                                    het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                    verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel
                                    geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>07.00 - 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 - 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 - 07.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,TL in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid
                                    benoemd zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor de duur van 4 uur in de week onversterkte muziek,
                                            vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals
                                            orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een
                                            inrichting gedurende de dag- en avondperiode. Indien
                                            versterkte elementen worden gecombineerd met
                                            onversterkte elementen, wordt het hele samenspel
                                            beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van
                                            toepassing;</al></li><li nr="b."><al>Het al dan niet mechanisch bespelen van carillons en
                                            klokkenspelen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3 van
                                    deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6.</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                milieuverordening Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a.</nr><titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op een
                                zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod,
                                vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking
                                hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van
                                geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor
                                zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                                voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximale geluidsniveau;</al></li><li nr="b."><al>de situering van geluidsbronnen;</al></li><li nr="c."><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b.</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de
                            zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of
                            overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c.</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                            zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat
                            daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                            ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d.</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van
                                het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op zodanige wijze te
                                laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor
                                de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6e.</nr><titel>Routering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 4:6d,
                                    waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer
                                    bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2
                                    meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door het
                                    college bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te
                                    rijden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7.</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8.</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                            natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9.</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                                putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                            gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert
                            voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de
                            gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al><al/><al><vet>Afdeling 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11.</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a.</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c.</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12.</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a.</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b.</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><al>(vervallen)</al><al/><al><vet>Afdeling 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN
                            STANKOVERLAST</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13.</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast
                                dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
                                in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens
                                de Provinciale Verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14.</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15.</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op
                                of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met
                                behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm
                                dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                onverlichte:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, met uitzondering van die
                                        opschriften, aankondigingen en afbeeldingen die naar aard en
                                        constructie het kennelijke doel hebben tot het maken van
                                        handelsreclame als bedoeld in het eerste lid;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of
                                        andere constructies, aangewezen door de overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:
                                        openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of
                                        verpachting van een onroerende zaak voor zolang zij
                                        feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst, of het
                                        bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                        waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden; mits
                                        deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere
                                        oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere
                                        afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze
                                        opschriften en aankondigingen niet verlicht zijn aangebracht
                                        op of aan de onroerende zaak;</al></li><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen
                                        die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk
                                        betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op
                                        borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en
                                        niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke
                                        betekenis hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen
                                        van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
                                        dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard,
                                        voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het
                                        aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of
                                        de hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk
                                        melding is gedaan aan burgemeester en wethouders en dit niet
                                        binnen 2 weken na ontvangst van die melding van enig bezwaar
                                        heeft doen blijken. Zodanige opschriften en aankondigingen
                                        worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren,
                                        wanneer deze gedurende meer dan 4 weken op de onroerende
                                        zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Woningwet, op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet,
                                Landschapsverordening Noord-Brabant 1999 en de gemeentelijke
                                monumentenverordening of artikel 2.10 van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak;</al></li><li nr="d."><al>indien de reclame geen verband heeft met de onroerende zaak
                                        waarop zij wordt aangebracht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15a.</nr><titel>Aanschrijving</titel></kop><al>Indien door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het
                            tweede lid van artikel 4.15, dan wel aangebracht voor een ander doel dan
                            handelsreclame, de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht
                            of ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt, zijn burgemeester
                            en wethouders bevoegd de rechthebbende onderscheidenlijk de
                            hoofdgebruiker van de onroerende zaak aan te schrijven tot het treffen
                            van maatregelen ter voorkoming, ter beperking of ter opheffing van dit
                            gevaar of deze hinder. Degene tot wie de aanschrijving is gericht, of
                            diens rechtsopvolger is verplicht aan deze aanschrijving te
                            voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16.</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd].</al><al/><al><vet>Afdeling 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of
                            voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de
                            Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt
                            of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18.</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of
                                mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden
                                geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.\</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19.</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de
                                gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Afdeling 1. PARKEEREXCESSEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens
                                    en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2.</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 10 meter met als middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3.</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig
                                te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4.</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig
                            te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie
                            achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5.</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6.</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig
                                dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al><lijst><li nr="a."><al>in de bebouwde kom langer dan op zeven achtereenvolgende
                                        dagen op de weg te plaatsen of geplaatst te hebben;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar
                                        dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                        aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement of de Parkeerverordening Grave 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7.</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8.</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar
                                dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van
                                maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9.</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het
                                uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke
                                wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt
                                aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10.</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11.</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of
                                te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12.</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                            aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of
                            ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
                            fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                            plaatsen te laten staan.</al><al/><al><vet>Afdeling 2. COLLECTEREN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13.</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>instellingen die zijn vermeld op het landelijke
                                            collecterooster van het Centraal Bureau
                                            Fondsenwerving;</al></li><li nr="b."><al>in de gemeente Grave gevestigde verenigingen en
                                            stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een
                                            doel nastreven dat van algemeen (gemeenschaps) belang is
                                            en die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die
                                            door het Centraal Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen
                                            aan gecertificeerde instellingen en zich tenminste drie
                                            weken voorafgaand aan de datum van inzameling hebben
                                            gemeld bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>een inzameling die in besloten kring gehouden
                                            wordt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 3. VENTEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening
                                van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de
                                open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                        die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                        als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                        5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15.</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen
                                22:00 en 06:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16.</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 4. STANDPLAATSEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten
                                aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18.</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in
                                te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19.</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop
                            zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                            ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20.</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 5. SNUFFELMARKTEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een
                                voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands
                                en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden
                                aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23.</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:</al><lijst><li nr="a."><al>vanwege strijd met het bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>indien de burgemeester het organiseren van de
                                            snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                            volksgezondheid of het milieu;</al></li><li nr="c."><al>indien degene die voornemens is een snuffelmarkt te
                                            organiseren daarvan niet tevoren melding heeft
                                            gedaan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid,
                                    onder c tot uiterlijk vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt
                                    met vermelding van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de organisator;</al></li><li nr="b."><al>adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden
                                            wordt;</al></li><li nr="c."><al>de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt
                                            gehouden;</al></li><li nr="d."><al>de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;</al></li><li nr="e."><al>het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden
                                            en verhandeld;</al></li><li nr="f."><al>het aantal standplaatsen; en</al></li><li nr="g."><al>het te verwachten aantal bezoekers.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet
                                    binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat
                                    het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang
                                    van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                    of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen twee weken
                                    na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van
                                    redenen bericht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 6. OPENBAAR WATER</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24.</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar
                                water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn
                                omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar
                                oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de
                                daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25.</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van
                                een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het
                                eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                        volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien
                                        van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26.</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27.</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                            stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                            bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28.</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare
                                wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29.</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30.</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32.</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
                                wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33.</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht ( positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al/><al><vet>Afdeling 8. VERBOD VUUR TE STOKEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34.</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                        afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen
                                        gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden
                                geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al><al/><al><vet>Afdeling 9. VERSTROOIING VAN AS</vet></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:35. Begripsbepaling</titel></kop><al/><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                            verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door
                            de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent
                            daartoe bestemd terrein.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:36. Verboden plaatsen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:37. Hinder of overlast</titel></kop><al/><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                            overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6:1. Strafbepaling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                                    ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:
                                    artikel.2:1, 2:28, 2:29, 2:31, 2:40, 2:41, 2:41a, 2:75, 3:4,
                                    3:6, 3:8, 3:9, 3:11, 3:15, 4:3, 5:13, 5:15, 5:18, 5:23, 5:25,
                                    5:27, 5:28, 2:72.</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                    bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                    voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete
                                    van de eerste categorie: artikel.2:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:16,
                                    2:23, 2:25, 2:32, 2:38, 2:42, 2:43, 2:44, 2:47, 2:48, 2:49,
                                    2:50, 2:51, 2:52, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 4:2, 4:3, 4:5, 4:6,
                                    4:8, 4:9, 4:13, 4:15, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9,
                                    5:11, 5:12, 5:24, 5:30, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2. Toezichthouders</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in
                                            artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, die zijn
                                            aangesteld bij afdeling VTH van de gemeenschappelijke
                                            regeling werkorganisatie Cuijk, Grave, Mil en Sint
                                            Hubert. </al></li><li nr="b."><al>de algemene opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel
                                            141 van het Wetboek van Strafvordering, die zijn
                                            aangesteld bij de Regionale Politie Brabant-Noord.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3. Binnentreden woningen</titel></kop><al/><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4. Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014. </al></li><li nr="2."><al>Algemene plaatselijke verordening 2010 wordt ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5. Overgangsbepaling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel
                                    6:4, eerste lid, die golden op het moment van de
                                    inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
                                    verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
                                    genomen krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10,
                                    vierde lid en 2:11 die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld
                                    volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:6. Citeertitel</titel></kop><al/><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Grave.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Sluiting </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 17 december 2013,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.M. Roelofs A.M.H. Roolvink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>