<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR39329_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota randvoorwaarden bij plaatsing van antenne-installaties in Leiderdorp</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-08-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>randvoorwaarden bij plaatsing van antenne-installaties 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>de datum inwerkingtreding van de regeling kan niet worden achterhaald er is bij benadering een datum ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSNOTA RANDVOORWAARDEN BIJ PLAATSING VAN ANTENNE-INSTALLATIES
                IN LEIDERDORP </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Gemeente Leiderdorp 3 juli 2006 Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli
                        2006 blz 2 van 13 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Inhoud</label></kop><al/><al><vet>1. Inleiding
                        </vet>....................................................... 3 </al><al><vet>2. Typen draadloze netwerken </vet>........................ 3 </al><al><vet>3. Nationaal antennebeleid </vet>............................. 4 </al><al><vet>4. De techniek </vet>..................................................
                        5 </al><al><vet>5. Antenne-installatie en Bouwvergunning</vet>...... 6 </al><al><vet>6. Bestaande antenne-installaties </vet>................... 7 </al><al><vet>7. Toetsingskader </vet>............................................. 7 </al><al><vet>7.1 Algemeen </vet>....................................................
                        7 </al><al><vet>7.2 Milieu en gezondheid </vet>.................................. 7 </al><al><vet>7.3 Stedenbouwkundige uitgangspunten </vet>......... 8 </al><al><vet>7.4 Welstand
                        </vet>..................................................... 9 </al><al><vet>7.5. Gemeentelijke beleidskaders </vet>................... 9 </al><al><vet>Literatuur:
                        </vet>........................................................ 11 </al><al/><al/><al><vet>Bijlagen: </vet></al><al/><al>-Overzicht antenne-installaties in Leiderdorp (begin 2006) </al><al>-Milieudienst West-Holland; Mobile telefonie en gezondheid, stand van zaken
                        zomer 2005; Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 3 van 13</al><al/><al/><al><vet>1. Inleiding </vet></al><al/><al>In 1999 heeft de raad ingestemd met een beleidsnotitie voor de plaatsing van
                        zend- en antenne installaties voor telecommunicatie. De grote groei van deze
                        installaties in de afgelopen jaren, de aangepaste techniek, de
                        maatschappelijke discussie en de aangepaste wetgeving, maken het
                        noodzakelijk deze beleidsnotitie te herzien. Het plaatsen van op zich zelf
                        staande masten voor antenne-installaties voor telecommunicatie is een
                        actueel politiek- en maatschappelijk vraagstuk. Teneinde een handvat voor de
                        politieke besluitvorming te creëren wordt het bestaande beleid op dit
                        gebied, met deze beleidsnotitie herzien. Vanaf 1997 heeft de mobile
                        telefonie zich in een hoog tempo ontwikkeld. Er zijn ruim 16 miljoen
                        abonnementen in Nederland en de behoefte aan netwerken voor draadloze
                        communicatie blijft nog steeds verder toenemen. Met de komst van de nieuwe
                        mobiele communicatie standaard UMTS (Universal Mobile Telecommunications
                        System) wordt het bestaande netwerk van GSM (GSM-900 en DCS-1800) sterk
                        uitgebreid. In Nederland zijn vijf aanbieders (operators) van mobile
                        telefoonnetwerken actief. Dit zijn KPN Mobile, Vodafone, T-Mobile, Orange en
                        Telfort. Deze operators hebben van de rijksoverheid frequenties toegewezen
                        gekregen. Bij het verlenen van de vergunningen aan de operators zijn eisen
                        gesteld aan de kwaliteit en de capaciteit. De operators zijn verplicht om 24
                        uur per dag, 7 dagen per week, landelijke dekking te verzorgen. Uit deze
                        verplichting voor de operators om te zorgen voor een landelijke dekking
                        vloeit voor de gemeenten de verplichting voort om - binnen door de gemeente
                        nader te omlijnen kaders - medewerking te verlenen aan het plaatsen van
                        zend- en/of antenne-installaties. In het stedelijk gebied kan het plaatsen
                        van antennes op een hoog gebouw vaak een goed alternatief zijn om het
                        plaatsen van antenne-installaties (masten) te voorkomen. In het buitengebied
                        is het plaatsen van masten meestal de enige mogelijkheid. </al><al/><al/><al><vet>2. Typen draadloze netwerken </vet></al><al/><al>Draadloze netwerken vormen in toenemende mate een onmisbaar onderdeel van de
                        telecommunicatie-infrastructuur. Kenmerkend voor een draadloos netwerk is,
                        dat het is opgebouwd uit zend- / ontvangstin-stallaties met de bijbehorende
                        antennes. Er bestaan veel verschillende typen draadloze netwerken. Naar
                        gelang de functie en de toegepaste technologie (bijvoorbeeld digitale
                        mobiele telefonie of analoge radio-omroep) zijn er voor een netwerk meer of
                        minder antenne-installaties nodig en verschillen de technische specificaties
                        daarvan, zoals de hoogte en het zendvermogen. Voor het infrastructuurbeleid
                        zijn de navolgende typen netwerken relevant. <cursief>Netwerken voor mobiele
                            communicatie </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Digitale mobiele telefonie</cursief>. Momenteel zijn er
                                vijf netwerken voor digitale mobiele telefonie opera-tioneel,
                                gebaseerd op de standaarden GSM-900 en DCS-1800 (tezamen veelal als
                                "GSM" aangeduid). De antennes worden laag tot middelhoog opgesteld
                                (van 10 tot ca. 30 meter) en hebben een gering zendvermogen van
                                minder dan 100 Watt tot ca. 250 Watt. Ten behoeve van deze netwerken
                                zijn reeds zeer veel antennes geplaatst.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Digitale mobiele communicatie</cursief>. De mogelijkheden
                                van GSM-900 en DCS-1800 worden momenteel sterk uitgebreid door de
                                komst van de nieuwe standaard UMTS (Universal Mobile
                                Telecommunications System). Deze standaard maakt
                                communicatiesnelheden mogelijk, vergelijkbaar met de snelheid van
                                het vaste net. Daardoor wordt bijvoorbeeld mobiel Internet een
                                serieuze toepassing. De benodigde frequenties zijn medio 2000
                                uitgegeven. De antennes worden laag tot middelhoog opgesteld en
                                zenden voor het merendeel met een zeer gering vermogen van minder
                                dan 100 Watt.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Digitale mobiele communicatie voor besloten
                                    gebruikersgroepen</cursief>. Voor speciale toepassingen ten
                                behoeve van besloten gebruikersgroepen bestaat de TETRA-standaard
                                (Terrestrial Trunked Radio). De antennes worden middelhoog opgesteld
                                (tot ca. 50 meter) en hebben een laag Antennebeleid Gemeente
                                Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 4 van 13 vermogen. Op basis van deze
                                standaard is het overheidsnetwerk C2000 gerealiseerd, bedoeld voor
                                exclusief gebruik door de hulpdiensten politie, brandweer en
                                ambulance. Ook is er frequentieruimte voor een commercieel
                                TETRA-netwerk uitgegeven. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Omroepnetwerken </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Analoge </cursief><cursief>AM-omroep</cursief>. Ten behoeve
                                van radio-uitzendingen zijn sinds jaar en dag enige tientallen
                                middengolfzenders en kortegolfzenders (voor Radio Nederland
                                Wereldomroep) in gebruik. De an-tennes zijn hoog (van ca. 50 - 100
                                meter) en zenden veelal uit met een hoog vermogen, tot 150
                                kWatt.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Analoge </cursief><cursief>FM-omroep</cursief>. Voor
                                uitzendingen van radio en televisie zijn enkele tientallen
                                FM-zenders in gebruik. De antennes zijn hoog (van ca. 50 - 150
                                meter) en zenden uit met een hoog vermogen, tot 100 kWatt.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Digitale radio en televisie</cursief>. Inmiddels vinden
                                radio- en televisie-uitzendingen (aangeduid als respectievelijk TDAB
                                en DVBT) deels ook digitaal plaats. De frequenties daarvoor zijn in
                                2001 uitgegeven. Digitale omroepnetwerken bieden diverse voordelen
                                ten opzichte van analoge omroepnetwerken. De kwaliteit van de
                                uitzendingen is hoger, terwijl er tegelijkertijd aanzienlijk meer
                                kanalen binnen de beschikbare frequentiebanden gebruikt kunnen
                                worden. De antennes voor digitale omroepnetwerken zijn hoog (tot ca.
                                150 meter), maar zenden uit met een vrij laag vermogen, tot maximaal
                                10 kWatt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Overige netwerken </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wireless</cursief><cursief>Local</cursief><cursief>
                                    Loop (WLL)</cursief>. Binnenkort wordt het mogelijk de
                                aansluiting van abonnees op het vaste telefonienetwerk (dus de draad
                                tussen de abonnee en de eindcentrale van het netwerk) te vervangen
                                door een draadloze verbinding. Deze technologie staat bekend als
                                WLL. De benodigde frequenties worden op korte termijn uitgegeven.
                                Antennes voor WLL zijn laag tot middelhoog en zenden uit met een
                                laag tot zeer laag vermogen, vergelijkbaar met de antennes voor
                                mobiele telefonie.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Diverse toepassingen</cursief>. Tenslotte bestaan er nog
                                enkele draadloze netwerken in de categorie "diversen", zoals ten
                                behoeve van de luchtverkeersleiding. Het gaat hier om besloten
                                netwerken met een relatief gering aantal gebruikers. Vanwege de
                                geringe omvang en de beperkte mate waarin deze netwerken aan
                                wijzigingen onderhevig zijn, zijn ze voor het infrastructuurbeleid
                                nauwelijks relevant.</al></li></lijst><al/><al>Zoals uit bovenstaande blijkt zijn antenne-installaties, nu en in de
                        toekomst, niet alleen nodig voor mobiele telefonie, maar ook voor andere
                        vormen van telecommunicatie en zal de behoefte aan antenne-installaties
                        toenemen. Deze beleidsnota heeft dus betrekking op zend- en
                        antenne-installatie in zijn algemeenheid en is niet specifiek gericht op
                        mobiele telefonie. Voor zover er in deze nota gesproken wordt over mobiele
                        telefonie dient gelezen te worden (tele)communicatie in zijn algemeenheid.
                        Particuliere zendinstallaties vallen <vet><cursief>niet
                        </cursief></vet>binnen de kaders van deze beleidsnota. </al><al/><al/><al><vet>3. Nationaal antennebeleid </vet></al><al/><al>Het doel van het Nationaal antennebeleid is het binnen duidelijke kaders van
                        volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid stimuleren en faciliteren van
                        voldoende ruimte voor antenneopstelpunten. (niet van toepassing op
                        zendantennes voor particulier of kleinschalig besloten gebruik zoals
                        bijvoorbeeld radiozendamateurs) In het kader van het Nationaal antennebeleid
                        heeft de overheid tezamen met de VNG afspraken met de 5 operators gemaakt
                        omtrent de plaatsing van vergunningsvrije antenne-installaties. </al><al>Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant, dat op 27 juni 2002 door
                        alle betrokken partijen is ondertekend en hebben betrekking op: • de
                        optimale samenwerking tussen de operators; </al><al>• het opstellen van een plaatsingsplan(via Monet); Antennebeleid Gemeente
                        Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 5 van 13 </al><al>• de visuele inpasbaarheid van vergunningvrije antenne-installaties; </al><al>• het instemmingsrecht van bewoners bij plaatsing op een woongebouw en </al><al>• de blootstellingslimieten. Plaatsingsplan De operators stellen samen een
                        plaatsingsplan op waarin alle geplande en bestaande antenne-installaties In
                        de gemeente vermeldt staan. Hiermee informeren zij de gemeente over locaties
                        voor antennes. Op deze manier krijgt de gemeente beter inzicht in het totale
                        aantal antenne-installaties en hun locaties. Als een operator een
                        antenne-installatie op een woongebouw wil plaatsen, moet hij eerst
                        aannemelijk maken dat dit echt noodzakelijk is. Dit is het geval wanneer er
                        geen andere geschikte locatie is, of wanneer de plaatsing van zo‟n
                        antenne-installatie op een woongebouw voorkomt dat de operator op andere
                        gebouwen (of elders in die buurt) meer antenne-installaties moet plaatsen.
                        In het convenant zijn afspraken gemaakt over wat in een plaatsingsplan moet
                        staan en welke procedure de partijen moeten volgen voor de bespreking van
                        het plan. Visuele inpasbaarheid De wijze waarop een antenne-installatie
                        vergunningsvrij gebouwd mag worden, is in de Woningwet geregeld (zie ook
                        hoofdstuk 5 van deze nota). Voor bijzondere gevallen is in het convenant
                        vastgesteld dat gemeenten – in aansluiting op het lokale welstandsbeleid –
                        eisen kunnen stellen aan de kleuren van de techniekkast, de bekabeling en de
                        gevelantennes. Op deze manier kunnen gemeenten ervoor zorgen dat operators
                        bij het plaatsen van antenne-installaties voldoende rekening houden met het
                        lokale straat– en landschapsbeeld. In het convenant is afgesproken dat de
                        gemeenten deze eisen kenbaar maken aan de operators en dat de operators zich
                        aan deze eisen houden. Instemmingprocedure voor bewoners Plaatsing van een
                        antenne-installatie op of aan een woongebouw met huurwoningen, is niet
                        mogelijk wanneer meer dan de helft van de huurders tegen die plaatsing
                        stemt. In het convenant is daarvoor een procedure afgesproken. Een
                        onafhankelijk administratiebureau coördineert deze instemmingprocedure en
                        zorgt voor de verspreiding van de zogenaamde instemmingsformulieren.
                        Bewoners kunnen op deze formulieren aangeven of ze al dan niet instemmen met
                        de plaatsing van één of meer antenne-installaties op hun woongebouw. Het
                        onafhankelijke administratiebureau telt de stemmen. De operator krijgt
                        vervolgens de kans eventuele bezwaren weg te nemen en mag dan een tweede
                        ronde houden om alsnog instemming te krijgen. Per jaar kunnen er per
                        woongebouw maximaal twee instemmingsprocedures – met elk twee rondes –
                        plaatsvinden. Blootstellingslimieten Mobiele telecommunicatie maakt gebruik
                        van radiofrequente elektromagnetische velden. Uit onderzoek blijkt dat dit
                        geen nadelig gevolg heeft voor de volksgezondheid wanneer de
                        veiligheidslimieten voor blootstelling aan elektromagnetische velden niet
                        worden overschreden. Deze veiligheidslimieten zijn gebaseerd op alle
                        beschikbare informatie uit internationaal wetenschappelijk onderzoek en
                        komen overeen met de Europese richtlijnen en het advies van de Nederlandse
                        Gezondheidsraad. Om geen enkel risico te nemen, is in de limieten een ruime
                        veiligheidsmarge doorgevoerd. In het convenant staat dat bij plaatsing van
                        antenne-installaties alle operators in Nederland ervoor zorgen dat de
                        blootstellingslimieten op vrij toegankelijke plaatsen niet worden
                        overschreden. </al><al/><al/><al><vet>4. De techniek </vet></al><al/><al>Om de noodzaak van plaatsing van de vele antennes te kunnen doorgronden is
                        het wenselijk om enig inzicht te geven in de techniek, die aan de mobile
                        telefonie ten grondslag ligt. Een aantal factoren is van invloed op het
                        areaal antenne-installaties dat geplaatst moet worden om een goede
                        communicatie te kunnen garanderen: -het aantal beschikbare frequenties per
                        antenne / inrichting; -de hoogte van de bebouwing in de omgeving; -het
                        aantal abonnees; -de sterkte van de zender in de mobile toestellen en -de
                        plaats waar de gebruikers zich bevinden. In principe is het technisch
                        mogelijk om het hele land vanuit één grote, sterke zendmast te bestrijken.
                        Het beperkte aantal radiofrequenties dat beschikbaar is, maakt Antennebeleid
                        Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 6 van 13 </al><al>dat echter onmogelijk. Ter illustratie: KPN Telecom heeft van het Ministerie
                        van Verkeer en Waterstaat 38 frequenties ter beschikking gekregen voor
                        mobiel communicatie. Op ieder van die frequenties kunnen maximaal 8
                        gesprekken tegelijk gevoerd worden. Om de miljoenen abonnees – alleen KPN
                        heeft er al meer dan vijf miljoen – de beschikking te geven over een
                        telefoonlijn op het moment dat zij dat willen, moet dezelfde frequentie
                        daarom meermalen worden gebruikt. In Groningen maakt lokaal mobiel
                        telefoonverkeer bijvoorbeeld van een frequentie gebruik die ook in Limburg
                        wordt gebruikt. Om te voorkomen dat de gesprekken, die in de verschillende
                        regio‟s op dezelfde frequentie gevoerd worden, elkaar storen, wordt het
                        zendvermogen van de apparatuur beperkt. Signalen die in de ene regio
                        verzonden worden, bereiken de andere niet. Gevolg hiervan is, dat iedere
                        antenne slechts een relatief klein gebied bestrijkt. Om ervoor te zorgen dat
                        toch het hele land goed bereikbaar is, moeten daarom relatief veel zend- /
                        antenne-installaties (zowel masten als daklocaties) worden geplaatst.
                        Logisch gevolg van bovenstaande is dat met de groei van het klantenbestand
                        per operator het netwerk van antenne-installatie verdicht moet worden, om
                        alle klanten te kunnen bedienen. </al><al/><al/><al><vet>5. Antenne-installatie en Bouwvergunning </vet></al><al/><al>Het woord “antenne” in de Woningwet dient blijkens de memorie van antwoord
                        zeer strikt ingevuld te worden. Onder “antenne” wordt verstaan de staaf of
                        spriet (met dwarssprieten) voor het ontvangen en zenden van signalen. Een
                        “antenne-installatie” bestaat in het algemeen uit drie onderdelen, te weten
                        een apparatuurkast, een mast en één of meer antennes. Met de aanpassing van
                        de Woningwet (per januari 2003) heeft de wetgever een aantal bouwwerken
                        vergunningsvrij gemaakt. Antenne-installaties ten behoeve van de
                        C2000-infrastructuur voor de mobile communicatie door hulpverleningsdiensten
                        zijn bouwvergunningsvrij geworden. Antenne-installaties voor mobiel
                        telecommunicatie vallen hier, onder bepaalde voorwaarden, ook onder. De
                        antenne-installatie dient in die gevallen o.a. te voldoen aan de volgende
                        voorwaarden: Bij bouwen op of aan een bouwwerk: </al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet,
                                of indien bevestigd aan een gevel van een gebouw, gemeten vanaf het
                                punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruit, minder
                                is dan 5 m, en:</al><lijst><li nr="a."><al>De antenne, met antennedrager, geplaatst is op een hoogte
                                        van meer dan 9 m, gemeten vanaf het aansluitende
                                        terrein,</al></li><li nr="b."><al>De techieniekkast:</al></li></lijst></li></lijst><al>o Inpandig of ondergronds is geplaatst, of </al><al>o Op een plat dak is geplaatst, kleiner is dan 2 m3 en meer dan 1 m achter
                        de dakrand is geplaatst. </al><al/><al>c. De bedrading in of direct langs de antennedrager of inpandig is
                        aangeracht, dan wel in een kabelgoot.</al><al><cursief>Voor een volledig overzicht van de voorwaarden wordt verwezen naar
                            het ‘Besluit </cursief><cursief>bouwvergunningsvrije</cursief><cursief>
                            en </cursief><cursief>licht-bouwvergunningsplichtige</cursief><cursief>
                            bouwwerken’ </cursief>Bovenstaande betekent dat de meeste
                        antenne-installaties die op bestaande gebouwen worden opgericht, onder het
                        vergunningsvrije regime vallen. Indien de gemeente geen eigenaar van de
                        betreffende gebouwen is, kan zij dus geen invloed uitoefenen op de plaatsing
                        van antenne-installaties op die gebouwen. Antenne-installaties die niet
                        voldoen aan boven genoemde richtlijnen zijn wel bouwvergunningplichtig. Het
                        betref hier meestal antenne-installaties die worden opgericht met een
                        vrijstaande antennemast als antennedrager. Hierbij heeft de wetgever er voor
                        gezorgd dat antennemasten tot 40 m onder de categorie van de lichte
                        bouwvergunning vallen. Een aanvraag om bouwvergunning wordt getoetst aan het
                        bestemmingsplan, de gemeentelijke Bouwverordening, het Bouwbesluit en, voor
                        zover van toepassing, aan welstandscriteria. Daarnaast kan in bijzondere
                        situaties een vergunning ingevolge de Monumentenwet vereist zijn. Als een
                        aanvraag in overeenstemming is met de gestelde eisen, dan moet de
                        bouwvergunning worden verleend. Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli
                        2006 blz 7 van 13 </al><al>In het algemeen passen antenne-installaties die gebruik maken van een
                        vrijstaande mast, niet binnen de bestemmingen en de bebouwingsvoorschriften
                        van vigerende bestemmingsplannen. In dit geval is vrijstelling van het
                        bestemmingsplan nodig om een bouwvergunning te kunnen verlenen. Per 1
                        januari 2003 is artikel 20 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro)
                        uitgebreid, zodat voor antenne-installaties van 5 tot 40 meter hoogte, die
                        binnen de bebouwde kom worden geplaatst en waarvoor vrijstelling van het
                        bestemmingsplan nodig is, de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde
                        lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) kan worden toegepast. De
                        vrijstellingsprocedure als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel
                        19 WRO zullen onder het regiem van de nieuwe Woningwet van belang blijven
                        voor antenne-installaties tot 40 meter buiten de bebouwde kom en alle
                        overige antenne-installaties hoger dan 40 meter. </al><al/><al/><al><vet>6. Bestaande antenne-installaties </vet></al><al/><al>Op het moment dat deze nota geschreven wordt zijn in de gemeente Leiderdorp
                        30 antenne-installaties (aan masten en op- of aan gebouwen) ten behoeve van
                        het mobile telefoonverkeer aanwezig. Het betreft hier 25 GSM antennes en 5
                        UMTS antennes. Een recent overzicht van de aanwezige antenne-installaties,
                        compleet met specificaties, is te vinden op de website
                        www.antenneregister.nl. Naast de masten ten behoeve van mobile telefonie is
                        in het kader van het C2000-systeem een mast geplaatst aan de zuidkant van de
                        begraafplaats aan de Hoogmadeseweg. Deze mast kan geen rol vervullen voor
                        het mobile telefoonverkeer. De C2000-systeem dient gevrijwaard te blijven
                        van mogelijke storingen, die veroorzaakt kunnen worden door
                        antenne-installaties voor mobiel telefoonverkeer. <cursief>Zie voor een
                            overzicht van de bestaande antenne-installaties in de gemeente
                            Leiderdorp (begin 2006) bijlage 1. </cursief></al><al/><al/><al><vet>7. Toetsingskader </vet></al><al/><al><vet>7.1 Algemeen </vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt aangegeven welk toetsingskader gehanteerd wordt bij
                        het verzoek om plaatsing van een antenne-installatie. Het gemeentelijk
                        toetsingskader dient nadrukkelijk rekening te houden met het rijks- en
                        provinciaal beleid. Het toetsingskader is zowel van toepassing op
                        vrijstaande masten met antenne-installaties als op antennes, die op gebouwen
                        geplaatst worden maar niet binnen de vergunningsvrije norm blijven. Nogmaals
                        wordt opgemerkt dat de nota niet uitsluitend bedoeld is voor
                        antenne-installaties ten behoeve van de mobiele telefonie, maar dat deze ook
                        betrekking heeft op antenne-installaties voor andere vormen van
                        (tele)communicatie nu en in de toekomst. In alle gevallen, dus zowel bij
                        antenne-installaties aan masten als bij antenne-installaties op gebouwen en
                        bouwwerken geen gebouw zijnde, zal de installatie aan de gestelde
                        milieunormen moeten voldoen. Als kanttekening wordt opgemerkt dat het
                        aanbeveling verdient beleid te ontwikkelen op gebied van schotelantennes,
                        zoals die gebruikt worden voor de ontvangst van tv-signalen. Deze kunnen een
                        zeer storend effect op de ruimtelijke kwaliteiten van woonwijken hebben.
                        Inmiddels zijn er met de woningbouwvereniging AWL afspraken gemaakt die erin
                        voorzien dat flatgebouwen beschikking krijgen over centrale schotels, die op
                        het dak geplaatst zijn. Op deze manier wordt voorkomen dat velen schotel
                        antennes de gevels van gebouwen ontsieren. </al><al/><al><vet>7.2 Milieu en gezondheid </vet></al><al>Mobiel telecommunicatie maakt gebruik van radiofrequente elektromagnetische
                        velden. Uit wetenschappelijk onderzoek in binnen- en buitenland is niet
                        gebleken dat een antenne-installatie nadelige gevolgen heeft voor de
                        volksgezondheid. Om echter geen enkel risico te nemen, heeft de Nederlandse
                        Gezondheidsraad advieswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan
                        elektromagnetische velden. Daarbij is een ruime veiligheidsmarge in acht
                        genomen. Er is dus geen reden om aan te nemen dat, bij een grotere verticale
                        afstand tot de zender dan 2,5 meter, er gezondheidsrisico‟s zijn. In het
                        horizontale Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 8 van 13 </al><al>vlak zouden slechts binnen een afstand van 5 tot 10 meter de advieswaarden
                        overschreden kunnen worden. In algemene zin mag geconcludeerd worden dat op
                        de voor de bevolking toegankelijke plaatsen de vastgestelde
                        blootstellingslimieten niet worden overschreden. In de VNG-publicatie
                        “Bedrijven en milieuzonering” (uitgave januari 1999) worden handreikingen
                        geboden voor een verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de fysieke
                        leefomgeving. De in deze publicatie genoemde afstandsmaten worden in
                        algemene zin als maatgevend beschouwd ten opzichte van milieugevoelige
                        functies, zoals onder andere woningbouw. Op basis van deze richtlijn geldt
                        voor GSM/UMTS-steunzenders een afstand van 10 meter. Dit impliceert dat
                        binnen deze straal er geen hindergevoelige bestemmingen voor mogen komen. De
                        milieucontour is gebaseerd op het aspect “gevaar” - dat gelijk staat aan het
                        begrip externe veiligheid - en heeft betrekking op de mogelijke gevolgen van
                        brand, explosies en de verspreiding van schadelijke stoffen voor mensen in
                        de omgeving van antenne-installaties. </al><al>Een ander aspect betreft de straling. Volgens de Wet Milieubeheer is voor
                        zendmasten met een vermogen van meer dan 4 kilowatt een milieuvergunning
                        nodig. Installaties voor mobile telecommunicatie, zoals de GSM- en UMTS
                        antennes, hebben over het algemeen een vermogen van minder dan 4 kilowatt.
                        Hiervoor is dan ook geen milieuvergunning nodig. De antennes van
                        omroepzenders of C2000-systemen hebben vaak wel een vermogen van meer dan
                        die 4 kilowatt. Voor de plaatsing van deze zenders moet dus een vergunning
                        worden aangevraagd in het kader van de Wet Milieubeheer. Deze wet kent
                        overigens ook een algemene zorgplicht. Dat houdt in dat iedereen verplicht
                        is alle denkbare nadelige gevolgen van zijn acties voor het milieu zo veel
                        mogelijk te voorkomen. Door de toepassing van aangepaste apparatuur wordt
                        het mogelijk de grens van de 4 kilowatt niet te overschrijden, hetgeen
                        betekent dat daarmee de vergunningplicht komt te vervallen. De commissie
                        Elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad heeft onder meer tot taak
                        regelmatig te rapporteren over actuele wetenschappelijke ontwikkelingen met
                        betrekking tot mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling aan
                        elektromagnetische velden. De commissie heeft hiervoor de vorm van een
                        Jaarbericht gekozen. Het jaarbericht bespreekt diverse onderwerpen met
                        betrekking tot de mogelijke gevolgen van blootstelling aan radiofrequente
                        elektromagnetische velden. Vooralsnog zijn geen wetenschappelijk
                        geaccepteerde bewijzen gevonden waaruit een schadelijk effect van
                        Elektromagnetische velden op de volksgezondheid blijkt. Bij ieder verzoek
                        voor het oprichten van een nieuwe zend- of antenne-installatie dient de
                        exploitant een berekening te overleggen van de verwachte elektrische en
                        magnetische veldsterkte ter plaatse van de dichtstbijzijnde woonbebouwing of
                        plaatsen, die toegankelijk zijn voor het algemene publiek of werknemers. De
                        berekende veldsterkte kan vervolgens getoetst worden aan de richtlijnen
                        “Radiofrequente elektromagnetische velden (300 Hz – 3000 GHz)” van de
                        Gezondheidsraad uit 1997. In opdracht van gemeenten, de GGD,
                        woningbouwverenigingen en het Antennenbureau zijn honderd steekproeven
                        uitgevoerd op de veldsterkte van GSM- en UMTS-basisstations. Alle gemeten
                        veldsterkten bleven ver onder de gestelde internationale
                        veiligheidsvoorschriften. De gemiddelde gemeten veldsterkte lag op ca. 1,0
                        V/m, waarbij 41,0 V/m de wettelijke limiet is. </al><al/><al><vet>7.3 Stedenbouwkundige uitgangspunten </vet></al><al>In de gevallen dat een antenne-installatie niet onder het vergunningsvrije
                        regime valt, betreft het vaak een antenne-installatie die wordt geplaatst
                        aan een vrijstaande mast. Een dergelijke mast past zelden of nooit binnen de
                        bebouwingsvoorschriften van het geldende bestemmingsplan. In de bestuurlijke
                        afwegingen om vrijstelling te verlenen van het geldende bestemmingsplan voor
                        het plaatsen van een antenne-installatie zal de afweging hoofdzakelijk van
                        stedenbouwkundige aard zijn. Bij de integrale beoordeling van de aanvragen
                        spelen stedenbouwkundige aspecten dus de overheersende rol. Deze
                        stedenbouwkundige aspecten betreffen onder andere eventuele
                        horizonvervuiling, de ruimtelijke inpassing, het woongenot en de esthetische
                        randvoorwaarden (de welstandstoets). </al><al>In het landelijk gebied en in gebieden met een hoge landschappelijke
                        beleving (Sportpark „De Bloemerd‟ en park „De Houtkamp‟) vindt clustering
                        plaats met bestaande bebouwing en bij markante punten van menselijke
                        activiteiten en infrastructuur. Bij de beoordeling van de verzoeken om
                        vrijstelling wordt uitdrukkelijk meegenomen of er een alternatieve locatie
                        beschikbaar is of komt. Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 9
                        van 13 </al><al/><al><vet>7.4 Welstand </vet></al><al>Binnen de huidige welstandsnota wordt niet gesproken over
                        antenne-installaties, anders dan die voor particulier gebruik. Een
                        bouwvergunning aanvraag voor het oprichten van een antenne-installatie zal
                        dus altijd worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Het verdient
                        aanbeveling om bij de jaarlijkse herziening van de welstandsnota een
                        paragraaf op te nemen die het welstandsbeleid op gebied van
                        antenne-installaties verwoord. </al><al/><al><vet>7.5. Gemeentelijke beleidskaders </vet></al><al>De gemeente Leiderdorp wil dat antenne-installaties op een stedenbouwkundig
                        en maatschappelijk verantwoorde wijze ingepast worden in het landschap en de
                        bebouwde omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat er regels en richtlijnen
                        vastgesteld zijn voor de plaatsing van antennemasten. De belangrijkste
                        uitgangspunten voor dit plaatsingsbeleid zijn: 1. medewerking verlenen aan
                        het opbouwen van netwerken voor mobiele telecommunicatie; 2. waarborgen dat
                        de antenne-installaties op een veilige wijze zijn opgesteld; 3. aantasting
                        van landschap en horizon zoveel mogelijk beperken door site-sharing te eisen
                        (dit is reeds een verplichting vanuit de telecommunicatie wet); 4. de
                        politiek bestuurlijke kaders; De voornaamste kenmerken van de gemeente
                        Leiderdorp zijn: het landelijk gebied, de woongebieden, bedrijventerreinen
                        en grote infrastructurele voorzieningen. Voor elk van deze gebieden gelden
                        zowel algemene als specifieke regels voor de plaatsing van
                        antenne-installaties. </al><al/><al><vet><cursief>Algemene regels </cursief></vet></al><al>Voor het verlenen van een vrijstelling zal het aspect van onderlinge
                        samenwerking worden meegewogen in de advisering. Voor het landelijk gebied,
                        de infrastructuur, de bedrijventerreinen en de woongebieden zijn op basis
                        van het voorgaande de volgende richtlijnen geformuleerd: </al><al>• zowel de installaties in masten als die op de daken van woningbouw,
                        kantoren en overige gebouwen moeten aan de IPRA-normen voldoen. Bij de
                        toetsing zullen deze normen als minimale afstand worden aangehouden. Dit
                        houdt in dat de minimale verticale afstand tot een gebouw 2,5 meter moet
                        zijn en de horizontale afstand minimaal 5 tot 10 meter moet zijn,
                        afhankelijk van de sterkte van de installatie. Hiervoor zullen de bedrijven
                        een overzicht moeten overleggen. </al><al>• Situering van installaties in een concentratiegebied of knooppunten van
                        menselijke activiteiten en van infrastructuur. </al><al/><al><vet><cursief>Bijzondere regels </cursief></vet></al><al><cursief>Bedrijventerreinen: </cursief>Bij voorkeur worden
                        antenne-installaties op bestaande verticaal hoogopgaande elementen
                        geplaatst. Dit kunnen bijvoorbeeld hoge gebouwen zijn. Het aantal nieuw op
                        te richten masten (groot en klein) kan dan beperkt blijven tot de hoogst
                        noodzakelijke. Als een dergelijk verticaal element niet voorhanden is,
                        dienen nieuwe solitair geplaatste antennemasten in of bij bebouwd gebied op
                        de bedrijfsterreinen geplaatst te worden. <cursief>Woongebieden
                        </cursief>Plaatsing van antenne-installaties op bestaande verticaal opgaande
                        elementen zoals hoge (flat) gebouwen. Door het voornamelijk vergunningsvrij
                        karakter van de antenne-installaties op gebouwen, zijn deze toegestaan.
                        Vrijstaande masten worden in de woonwijken niet toegestaan. <cursief>Een
                            concentratiegebied of knooppunt van menselijke activiteiten:
                        </cursief>Plaatsing van antenne-installaties op bestaande verticaal opgaande
                        elementen zoals hoge gebouwen, torens, masten van sportveldverlichting,
                        hoogspanningsmasten en dergelijke verdient de voorkeur. Het aantal nieuw op
                        te richten masten (groot en klein) kan dan beperkt blijven. Indien
                        dergelijke elementen niet aanwezig zijn, kan plaatsing van antenne-masten
                        nabij sportparken, recreatieterreinen en parkeerplaatsen plaatsvinden.
                        Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 10 van 13 </al><al><cursief>Een concentratiegebied of knooppunt van infrastructuur
                        </cursief>Indien voorhanden dienen antenne-installaties bij voorkeur bij
                        aanwezige hoogopgaande infrastructurele elementen zoals (hogere orde) wegen,
                        viaducten, benzinestations en dergelijke gesitueerd te worden.
                            <cursief>Landelijk gebied </cursief>Teneinde voldoende dekking in het
                        gebied van de gemeente Leiderdorp te verkrijgen kunnen vrijstaande
                        antennemasten in het buitengebied noodzakelijk zijn. In z‟n geval worden
                        deze masten bij voorkeur gesitueerd langs of bij de bovengenoemde
                        infrastructurele elementen. Indien situering van een mast bij een knooppunt
                        van infrastructuur of menselijke activiteiten (technisch) niet haalbaar is
                        of een dergelijk element ontbreekt, kan de situering van een mast op een
                        andere dan de voorkeurslocaties nodig zijn. Op dat moment dient met extra
                        aandacht naar de inpassing in het landschap te worden gekeken. Bij situering
                        van masten in het buitengebied kan een parallel worden getrokken met de
                        situering van windmolens en hoogspanningsmasten in het buitengebied. In
                        beginsel dienen de volgende gebieden te worden ontzien: </al><al>• Landschappelijk waardevolle gebieden (natuurgebieden en waardevolle
                        cultuurlandschappen) en open landschappen; </al><al>• Waardevolle (historische) bebouwing; Plaatsing in deze gebieden kan alleen
                        bij uitzondering onder de volgende voorwaarden plaatsvinden: </al><al>• alternatieve locaties moeten goed onderzocht zijn op ruimtelijke
                        (on)aanvaardbaarheid; </al><al>• er dient inzicht te bestaan in de functionele inpassing in het technisch
                        netwerk (inzicht in bedekking masten en zoekgebied plaatsing / technisch
                        netwerk). </al><al>Pas als uit deze gegevens blijkt dat geen beter alternatief beschikbaar is,
                        kan als uitzondering op de regel, ingestemd worden met plaatsing van een
                        antennemast in de gebieden die in beginsel dienen te worden ontzien. Hierbij
                        geldt als voorwaarde dat, gelet op de in het geding zijnde ruimtelijke
                        kwaliteiten, de aantasting beperkt blijft tot een enkele mast van een
                        hoogte, die in verhouding staat tot de hoogte van elementen in de omgeving.
                        Ten aanzien van de masthoogte dient in de afweging over de aanvaardbaarheid
                        van de hoogte een relatie gelegd te worden met de hoogte en schaal van de
                        aanwezige bebouwing en/of landschap. Site-sharing wordt voor deze gebieden
                        voorgeschreven. Over camouflage kunnen afhankelijk van omstandigheden per
                        geval nadere afspraken worden gemaakt. </al><al/><al>Antennebeleid Gemeente Leiderdorp, 3 juli 2006 blz 11 van 13 </al><al/><al/><al><vet>Literatuur: </vet></al><al>-Gezondheidsraad; Elektromagnetische velden; Jaarbericht 2005; -Ministerie
                        van Verkeer en Waterstaat: Nationaal Antennebleid, december 2000;
                        -Milieudienst West-Holland; Mobile telefonie en gezondheid, stand van zaken
                        zomer 2005;</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Site </al></entry><entry colname="col2"><al>Lokatie </al></entry><entry colname="col3"><al>Type </al></entry><entry colname="col4"><al>Aantal antennes </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 </al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogspanning Mast 29 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 </al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogspanning Mast 28 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 </al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogspanning Mast 28 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoogspanning Mast 29 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 27 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 25 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 17 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 27 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 24 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 29 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 30 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 26 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 30 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 6 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>1 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 32 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 32 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 23 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 27 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 23 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 28 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 28 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 18 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18 </al></entry><entry colname="col2"><al>Mast 30 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 24 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20 </al></entry><entry colname="col2"><al>Mast 20 m </al></entry><entry colname="col3"><al>UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>2 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 24 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mast 20 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>GSM-900 </al></entry><entry colname="col4"><al>2 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 23 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw 18 m </al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>GSM 1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22 </al></entry><entry colname="col2"><al>Gebouw 23 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM-1800 </al></entry><entry colname="col4"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23 </al></entry><entry colname="col2"><al>Mast 35 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM / UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>Aangevraagd </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24 </al></entry><entry colname="col2"><al>Mast 28 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM / UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>Aangevraagd </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25 </al></entry><entry colname="col2"><al>Mast 40 m </al></entry><entry colname="col3"><al>GSM / UMTS </al></entry><entry colname="col4"><al>Aangevraagd </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>