<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393180_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 31-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Corsanummer 2015.15779</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening rioolheffing 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Nuenen; </vet></al><al/><al><vet>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            </vet><vet>22 september 2015;</vet></al><al/><al><vet>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; </vet></al><al/><al><vet>B E S L U I T </vet></al><al><vet>vast te stellen de ver</vet><vet>ordening op de heffing en de
                            invordering van rioolheffing 201</vet><vet>6</vet></al><al>(Verordening rioolheffing 2016).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water
                                N.V. betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>Brabant Water N.V.: de naamloze vennootschap Brabant Water,
                                gevestigd te ’s-Hertogenbosch;</al></li><li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater;</al></li></lijst><al>en</al><lijst><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>De belasting 'rioolheffing' wordt geheven van de gebruiker van een perceel
                        dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder
                        te noemen: gebruikersdeel.</al><lijst><li nr="1."><al>Als gebruiker wordt aangemerkt degene die naar de omstandigheden
                                beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten
                                op de gemeentelijke riolering gebruikt.</al><al/></li><li nr="2."><al>Ingeval een gedeelte van een eigendom- niet een gedeelte als bedoeld
                                in artikel 4- ten gebruike is afgestaan dan wordt degene die dat
                                deel in gebruik heeft afgestaan als gebruiker aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat vanuit
                                het perceel wordt afgevoerd.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het einde
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt.</al><al/></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al><al/></li><li nr="5."><al>Voor zover de gegevens, als bedoeld in het eerste lid van dit
                                artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel
                                231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
                                vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare
                                huishoudens.</al><al/></li><li nr="6."><al>Ten aanzien van de adressen die volgens informatie van Brabant Water
                                N.V. aldaar geregistreerd staan als "agrarische percelen" wordt
                                bepaald, dat bij de heffing wordt uitgegaan van maximaal 225
                                m<sup>3</sup><sup/>geloosd water per jaar.</al><al/></li><li nr="7."><al>Ten aanzien van de adressen die volgens informatie van Brabant Water
                                N.V. aldaar geregistreerd staan als "doorverbinding" wordt bepaald,
                                dat bij de heffing wordt uitgegaan van 70 m<sup>3</sup><sup/>geloosd
                                water per jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke kubieke meter water dat vanuit het
                        perceel wordt afgevoerd € 1,76.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de heffing door middel van afrekeningen van Brabant Water N.V.
                            plaatsvindt, is het belastingtijdvak gelijk aan de verbruiksperiode van
                            Brabant Water N.V.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het
                            belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke
                            kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening van Brabant Water
                            N.V. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de
                            dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving van voorlopig gevorderde
                            bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota van Brabant Water N.V. of de
                            kennisgeving op andere wijze van betaling van voorschotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting wordt per kalenderjaar geheven bij wege van aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het
                        gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het voorlopig
                            gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden
                            betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het
                            voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de
                            afrekening van Brabant Water N.V. moet worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval de belasting wordt geheven bij wege van aanslag, moet, in
                            afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, het
                            bedrag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend
                            op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid
                            van dit artikel gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De 'Verordening Rioolheffing 2015 van 6 november 2014, wordt ingetrokken met
                        ingang van de in artikel 13 in het tweede lid genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al> Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is en deze niet gelijk
                            is aan het kalenderjaar, vangt in afwijking in zoverre van artikel 7,
                            eerste lid, het eerste belastingtijdvak aan op het moment dat de op 1
                            januari 2015 lopende verbruiksperiode eindigt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Rioolheffing 2016'. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering 5 november 2015. </al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>de griffer, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.C.P. Laurenssen-van Dal MSc M.J. Houben MBA</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>