<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393169_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vertrouwenscommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 20 januari 2016, nt 6218</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vertrouwenscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art.149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2663642; GR15-787 II</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vertrouwenscommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 4 december 2015;</al><al>gelet op de artikelen 61, 61a, 61c, 84, 86, 147 en 149 van de Gemeentewet,
                        de artikelen 15 en 31 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het
                        Archiefbesluit 1995;</al><al>gelet op de circulaire Benoeming, functioneringsgesprekken en herbenoeming
                        burgemeester van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
                        d.d. 10 juli 2012, kenmerk 2012-0000404807</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellende Verordening op de vertrouwenscommissie, die de
                        aanbeveling tot benoeming van de burgemeester voorbereidt, op de
                        raadscommissies die functioneringsgesprekken met de burgemeester houden en
                        op de raadscommissies die de aanbeveling tot herbenoeming van de
                        burgemeester voorbereiden (elk hierna: de commissie).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Taak</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester
                                voor te bereiden en</al></li><li nr="b."><al>functioneringsgesprekken te houden met de burgemeester.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit alle separaat daarin te benoemen
                            raadsleden;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de gemeenteraad niet heeft bepaald wie voorzitter en
                            plaatsvervangend voorzitter van de commissie is, kiest de commissie deze
                            uit haar midden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kent geen plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier is secretaris van de commissie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De (plaatsvervangend) secretaris geeft ambtelijke ondersteuning aan de
                            commissie;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De (plaatsvervangend) secretaris is geen lid van, en heeft geen
                            stemrecht in, de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Adviseur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een of meer wethouders aan de commissie toevoegen
                            als adviseur in verband met de vervulling van de in artikel 1 onder a
                            genoemde taken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviseur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de
                            commissie;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in, de
                            commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de
                            commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst bij de
                            benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die
                            rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie legt bij de herbenoemingsprocedure en bij
                            functioneringsgesprekken in elke vergadering en elk gesprek, met
                            toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de
                            inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of het
                            gesprek. De (fungerend) voorzitter van de commissie ziet erop toe dat
                            hieraan wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden, die
                            geen zitting (meer) hebben in de commissie, en aan anderen, behoudens
                            het bepaalde in de artikelen 9, vierde lid, 10, tweede lid, en 11 van
                            deze verordening, geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de
                            stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt
                            verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede lid,
                            en 14 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot de wijze
                            waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van
                            bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats
                            en tijdstip van de gesprekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de
                            Gemeentewet respectievelijk het derde lid van deze verordening
                            verplicht, niet opheffen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van
                            kracht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de
                            (plaatsvervangend) secretaris en, indien van toepassing, de
                            adviseur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste 3
                            leden dit noodzakelijk achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. De
                            voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig uur tevoren
                            aankondiging aan de leden van de commissie, indien een adviseur aan de
                            commissie is toegevoegd, tevens aan de adviseur en, indien het gesprek
                            met hem plaatsvindt, aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van het
                            aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij
                            meerderheid van uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem heeft.
                            Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen bevindingen, wordt
                            het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is
                            uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die
                            volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar
                            de verschillende meningen in het verslag opgenomen. De commissie streeft
                            naar unanimiteit. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het
                            verslag tot uitdrukking gebracht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Contactpersoon bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van
                            ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ op de envelop en boven de ingesloten
                            stukken gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privéadres van de
                            secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding van
                            ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ op de envelop en boven de ingesloten
                            stukken door de voorzitter en de secretaris ondertekend en vanaf het
                            privéadres van de secretaris verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijzondere bepalingen over de benoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Gemeentewet bepaalt in artikel 61 lid 4 dat de commissie zich slechts
                            door tussenkomst van de commissaris van de Koning de door haar nodig
                            geachte informatie over de kandidaten verschaft. Elk overleg met derden,
                            schriftelijk of mondeling, is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris nodigt, op verzoek van de commissie, de kandidaten uit
                            voor een gesprek met de commissie. De commissie treft voorzieningen met
                            betrekking tot de wijze waarop de privacy van de sollicitanten wordt
                            beschermd, bijvoorbeeld door de plaats en het tijdstip van de gesprekken
                            zodanig te kiezen dat de vertrouwelijkheid van de gesprekken is
                            gewaarborgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bijzondere bepalingen over functioneringsgesprekken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie houdt minimaal eens in de twee jaar een
                            functioneringsgesprek met de burgemeester;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de fractievoorzitters dan wel de burgemeester de wens daartoe
                            kenbaar maken, houdt een commissie tussentijds een functioneringsgesprek
                            met de burgemeester;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste jaar na benoeming van een nieuwe burgemeester vindt tevens
                            een 100-dagengesprek plaats;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie maakt vooraf kenbaar aan de burgemeester bij wie zij
                            informatie zal inwinnen over het functioneren van de burgemeester. De
                            commissie en de burgemeester stellen in onderling overleg de agenda voor
                            het functioneringsgesprek vast. De commissie en de burgemeester krijgen
                            voorafgaand aan het gesprek de gelegenheid, voor zover van toepassing,
                            het verslag van het vorige functioneringsgesprek in te zien;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gesprek is wederkerig. Zowel het functioneren van de burgemeester
                            als het functioneren van de gemeenteraad zijn onderwerp van gesprek. De
                            commissie toetst het functioneren van de burgemeester in elk geval aan
                            de profielschets, de wettelijke taken van de burgemeester alsmede de
                            andere aan de burgemeester toebedeelde taken. Tevens wordt getoetst aan
                            het verslag van en de afspraken uit het vorige
                            functioneringsgesprek;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Drie van de functioneringsgesprekken worden gevoerd in ieder geval vier
                            weken voorafgaand aan het klankbordgesprek dat de commissaris van de
                            Koning met de burgemeester heeft;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In het laatste functioneringsgesprek voor de start van de
                            herbenoemingsprocedure geeft de commissie de burgemeester desgewenst een
                            indicatie of herbenoeming op dat moment naar verwachting al dan niet op
                            bezwaren zal stuiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bijzondere bepalingen over de herbenoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie formuleert de informatiebronnen op basis waarvan zij zich
                            een oordeel vormt over het functioneren van de burgemeester. Deze
                            informatiebronnen maakt zij vooraf kenbaar aan de burgemeester, de
                            gemeenteraad en de commissaris van de Koning;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens haar verslag van bevindingen aan de gemeenteraad en commissaris
                            van de Koning te zenden, bespreekt de commissie dit met de burgemeester.
                            Van het gesprek wordt een verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt
                            gemaakt;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien ter zake van het functioneren van de burgemeester in het in het
                            vorige lid bedoelde overleg afspraken worden gemaakt tussen de commissie
                            en de burgemeester, worden deze in het verslag aan de gemeenteraad
                            vermeld. De commissie zendt het verslag ook aan de burgemeester. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie brengt over haar werkzaamheden ter zake van de
                            voorbereiding van de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming verslag
                            uit aan de gemeenteraad en de commissaris van de Koning door middel van
                            een verslag van bevindingen. Dit schriftelijke en vertrouwelijke verslag
                            bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>een weergave van de wijze waarop de commissie haar werkzaamheden
                                    heeft verricht,</al></li><li nr="b."><al>een gemotiveerde weergave van de bevindingen van de commissie;
                                    bij benoemingen wordt in het verslag van bevindingen ook de
                                    volgorde van plaatsing van de kandidaten op de aanbeveling
                                    gemotiveerd,</al></li><li nr="c."><al>aangegeven wordt of er sprake is van unanimiteit binnen de
                                    commissie, en heeft in ieder geval de volgende bijlagen:</al></li><li nr="d."><al>bij benoemingen: de conceptaanbeveling van twee personen,</al></li><li nr="e."><al>bij herbenoemingen: het verslag van het gesprek met de
                                    burgemeester over het conceptverslag van bevindingen en de
                                    conceptaanbeveling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het functioneringsgesprek wordt een verslag opgemaakt, dat niet
                            openbaar wordt gemaakt. Het verslag wordt voor raadsleden onder
                            geheimhouding ter inzage gelegd bij de raadsgriffier;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een afschrift van het verslag van het functioneringsgesprek wordt
                            toegezonden aan de burgemeester en de commissaris van de Koning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire niet
                        voorziet, beslist de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ontbinding van de commissie</titel></kop><al>De commissie is ontbonden met ingang van de dag volgende op die waarop:</al><lijst><li nr="o"><al>bij benoeming: door de minister van BZK aan de gemeenteraad bekend
                                is gemaakt dat in de vacature van burgemeester is voorzien; </al></li><li nr="o"><al>bij een functioneringsgesprek: het verslag van het
                                functioneringsgesprek is vastgesteld;</al></li><li nr="o"><al>bij herbenoeming: door de minister van BZK aan de gemeenteraad
                                bekend is gemaakt dat de voordracht van de minister van BZK door een
                                Koninklijk besluit is gevolgd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Archivering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                            benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat op het tijdstip
                            bedoeld in artikel 13 alle archiefbescheiden onverwijld in een
                            verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar
                            de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door de gemeenteraad
                            aangewezen archiefbewaarplaats;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                            benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in het eerste
                            lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in
                            artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze
                            verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15,
                            lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de
                            openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                            benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle overige
                            bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden
                            onmiddellijk worden vernietigd;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadsgriffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een
                            afdoende vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het
                            afschrift van het vastgestelde verslag. Na het aftreden van de
                            burgemeester worden alle betreffende stukken door de raadsgriffier
                            vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                        bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Drs. K. Huijpen ,plv. voorzitter</ondertekening><ondertekening>Drs. R.G.R. Jeene ,griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening</titel></kop><tussenkop>Artikel 2 - Samenstelling commissie</tussenkop><al>De gemeenteraad bepaalt de samenstelling van de commissie en bepaalt of elke
                    fractie in de commissie is vertegenwoordigd. Veelal is de samenstelling van de
                    commissie die functioneringsgesprekken met de burgemeester voert anders,
                    beperkter, van aard dan die van de commissie die de aanbeveling tot benoeming of
                    herbenoeming van de burgemeester voorbereidt. Dit, om bij
                    functioneringsgesprekken het ‘tribunaaleffect’ te vermijden. Het
                    ‘tribunaaleffect’ kan bij grotere commissies overigens ook iets worden
                    gemitigeerd door woordvoerders aan te wijzen. De verordening geeft daarom de
                    mogelijkheid om de samenstelling van de commissie van taak tot taak - benoeming,
                    functioneringsgesprek en herbenoeming - te laten variëren. De commissie wordt op
                    grond van artikel 13 na afronding van haar taak ontbonden. Er hoeft dus niet
                    steeds een nieuwe verordening te worden vastgesteld; alleen wordt bij elke
                    nieuwe taak een nieuwe commissie ingesteld. Indien de voorkeur uitgaat naar een
                    vaste commissie, die de functioneringsgesprekken met de burgemeester voert, kan
                    de verordening daarop worden aangepast.</al><al>De commissie bestaat uit raadsleden. Dit brengt mee dat het lidmaatschap van de
                    commissie eindigt bij beëindiging van het raadslidmaatschap. Bij tijdelijke
                    beëindiging van het raadslidmaatschap, bijvoorbeeld bij tijdelijke vervanging
                    wegens ziekte, kan het commissielidmaatschap herleven zodra het
                    raadslidmaatschap herleeft, tenzij de betrokkene in de commissie inmiddels
                    blijvend is vervangen door een ander raadslid. </al><tussenkop>Artikel 2 lid 3</tussenkop><al>De bepaling dat geen plaatsvervangende leden mogelijk zijn is opgenomen om te
                    voorkomen dat de commissie een ‘duiventil’ wordt. Indien een van de leden van de
                    commissie blijvend uitvalt, kan er wel blijvende vervanging plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 4 - Adviseur</tussenkop><al>Zie de toelichting bij paragrafen II en X van de circulaire. Bij
                    functioneringsgesprekken ligt het niet voor de hand een of meer wethouders als
                    adviseur aan de commissie toe te voegen. Zie verder de toelichting bij artikel 9
                    onder Voorbereiding en informatiebronnen.</al><tussenkop>Artikel 5 - Wettelijke geheimhoudingsplicht </tussenkop><al>Strikt genomen is het overbodig om een geheimhoudingsplicht in een verordening
                    op te nemen en daarop bij de start van elke vergadering uitdrukkelijk te laten
                    wijzen, als die rechtstreeks voortvloeit uit de (in dit geval: Gemeente)wet. Dat
                    dit toch gebeurt, is omdat de praktijk uitwijst dat de geheimhoudingsplicht niet
                    vaak genoeg kan worden benadrukt. </al><tussenkop>Artikel 6 - Termijn van aankondiging/uitnodiging</tussenkop><al>Indien spoed niet is geboden, ligt een ruimere termijn voor uitnodiging,
                    bijvoorbeeld twee weken, voor de hand.</al><tussenkop>Artikel 7 - Contactpersoon</tussenkop><al>Het eerste lid van deze bepaling doet vanzelfsprekend niets af aan de
                    geheimhoudingsplicht. De geheimhouding dient zeer strikt in acht te worden
                    genomen. Sommige raadsgriffiers kiezen ervoor niets per post en per e-mail te
                    versturen, maar alles te laten lopen via terinzagelegging en, in het algemeen,
                    zo min mogelijk op papier te zetten.</al><tussenkop>Artikel 9 - Functioneringsgesprekken </tussenkop><al>Het belang van functioneringsgesprekken staat buiten kijf. De houding waarin
                    dergelijke gesprekken niet nodig worden bevonden, is vrijwel verdwenen. Elke
                    nieuwe burgemeester krijgt bij het gesprek met de minister van BZK dan ook de
                    brochure Functioneringsgesprekken uitgereikt. Het burgemeestersambt ontwikkelt
                    zich steeds meer tot een politieke functie en de burgemeester ligt steeds vaker
                    onder vuur. Aanbevelingen tot niet-herbenoeming brengen grote bestuurlijke en
                    persoonlijke schade mee die koste wat kost moet worden voorkomen. Dit pleit voor
                    het bewerkstelligen van een cultuur waarin regelmatige onderlinge reflectie op
                    het functioneren van burgemeester en gemeenteraad culmineert in formele
                    functioneringsgesprekken. Mocht na een aantal jaren blijken dat de samenwerking
                    ondanks pogingen daartoe toch niet naar wens functioneert dan kan tijdig worden
                    gesproken over de toekomst en kan de commissaris van de Koning tijdig worden
                    ingeseind. </al><al>Een keer per twee jaar met elkaar overleggen over het wederzijds functioneren is
                    te weinig als er problemen zijn en – zo wordt wel eens ervaren – te veel als het
                    goed gaat. Dit laatste blijkt in de praktijk niet juist te zijn. In goede tijden
                    wordt door een regelmatig reflectiemoment een manier van communiceren ontwikkeld
                    waarop in mindere tijden kan worden teruggegrepen. En ook als het goed gaat, mag
                    daar natuurlijk bij stil worden gestaan. </al><al>Het advies is functioneringsgesprekken daarom periodiek, in elk geval jaarlijks,
                    te laten plaatsvinden, maar het absolute minimum is tweejaarlijks. Waarom wordt
                    er in deze verordening dan toch gesproken over tweejaarlijks? De ervaring leert
                    dat hoe frequenter en formeler de procedurevoorschriften zijn, des te meer aan
                    de raadsgriffier wordt overgelaten. Om de belasting daarom laag te houden, is
                    gekozen voor een uitgebreide gesprekkenronde om het jaar. In het tussenliggende
                    jaar kan als alles goed loopt elkaar kort de spiegel worden voorgehouden. Als
                    het slecht loopt, kan jaarlijks een functioneringsgesprek plaatsvinden. </al><al>Het proces van een functioneringsgesprek wordt gestart op initiatief van de
                    raadsgriffier wanneer daar periodiek of anderszins, reden voor is of aanleiding
                    toe bestaat. De raadsgriffier vormt een spilfunctie in het proces. Aan het
                    functioneringsgesprek zijn geen vormvereisten verbonden. Het kan plaatsvinden
                    met een delegatie uit de gemeenteraad, mits daarin coalitie en oppositie zijn
                    vertegenwoordigd. Een goed functioneringsgesprek valt of staat met een goede
                    voorbereiding. De burgemeester opereert niet in een vacuüm. De gesprekken kunnen
                    bijvoorbeeld worden voorbereid in, en de resultaten daaruit teruggekoppeld via,
                    het presidium. In de verordening is voor de terugkoppeling gekozen via
                    terinzagelegging voor de hele gemeenteraad. In de voorbereiding kan worden
                    gesproken met een of meer leden van het college, een samenwerkingspartner op het
                    gebied van Openbare Orde en Veiligheid, de gemeentesecretaris en de
                    raadsgriffier. Van al deze gesprekken worden verslagen opgemaakt. Die verslagen
                    vormen de basis voor het gesprek. Het verdient aanbeveling de kring van
                    geraadpleegde personen niet groter te maken dan hier aangegeven.</al><al>Het is van belang in en buiten het gesprek feedback te organiseren en ook
                    daadwerkelijk te geven. Zelfs als dat niet in de traditie ligt. De praktijk
                    leert dat te laat – of niet – gegeven feedback tot grote problemen kan leiden in
                    de onderlinge samenwerking en – uiteindelijk – bij de herbenoemingsprocedure.
                    Het is de taak van de raadsgriffier om hem bekende feedback op het functioneren
                    van de burgemeester en/of de gemeenteraad zichtbaar en bespreekbaar te
                    maken.</al><al>Het is te aan te bevelen om bij serieuze kritiek op het functioneren van de
                    burgemeester dit vroegtijdig met de commissaris van de Koning te bespreken.</al><tussenkop>Artikel 10 - Problematische herbenoeming</tussenkop><al>Mocht een door de burgemeester gewenste herbenoeming op bezwaren stuiten, dan
                    verdient het aanbeveling tijdig de kabinetchef van de commissaris van de Koning
                    te raadplegen. Deze heeft ervaring met de juridische mogelijkheden en
                    onmogelijkheden in een dergelijke situatie en legt zo nodig contact met het
                    ministerie van BZK. De praktijk leert dat de bestuurlijke schade, die een
                    aanbeveling tot niet-herbenoeming voor alle betrokkenen met zich meebrengt, vaak
                    kan worden beperkt.</al><tussenkop>Artikel 11 -Voorbeeldopbouw van het verslag van bevindingen </tussenkop><al>Op verzoek volgt hier een voorbeeld van de mogelijke opbouw van het verslag van
                    bevindingen. Het is van belang er zorg voor te dragen dat het verslag voldoende
                    onderbouwing bevat van de visie van de commissie, nu de gemeenteraad op basis
                    van het verslag van bevindingen besluit over de aanbeveling. Zie ook de
                    toelichting bij de paragrafen V en XI van de circulaire onder De verhouding
                    gemeenteraad-vertrouwenscommissie, respectievelijk De verhouding gemeenteraad
                    tot de raadscommissie, die de aanbeveling voorbereidt.</al><tussenkop>Bij benoeming</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Proces: In een inleiding wordt vermeld hoe de vacature is ontstaan. Er
                            wordt informatie gegeven over de samenstelling van de
                            vertrouwenscommissie en (belangrijke eisen uit) de profielschets en hoe
                            die te lezen is in het licht van het in de profielschetsvergadering
                            verhandelde. Na informatie over de openstelling van de vacature en
                            procedurele informatie over de ontvangst van de selectie van kandidaten
                            van de commissaris van de Koning kan het onderdeel Proces worden
                            afgesloten met procedurele informatie over de opzet van de
                            selectiegesprekken en eventuele assessments. Dit hoofdstuk bevat dus
                            uitsluitend procedurele informatie.</al></li><li nr="2."><al>Bevindingen: In het verslag wordt chronologisch de inhoud en het verloop
                            van alle beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt.
                            De bevindingen met betrekking tot de afzonderlijke kandidaten kunnen
                            desgewenst geanonimiseerd worden gepresenteerd. De kandidaten worden dan
                            bijvoorbeeld aangeduid door letters. De namen van de kandidaten die op
                            de conceptaanbeveling staan, worden vanzelfsprekend wel genoemd. Zij
                            worden uitgebreider besproken. Afgesloten wordt met een advies over
                            welke twee kandidaten in welke volgorde op de aanbeveling zouden moeten
                            staan. Deze conclusie wordt onderbouwd en aangegeven wordt of de
                            commissie unaniem is in dit voorstel. Indien kandidaten zich gedurende
                            de procedure terugtrekken, wordt de reden daarvan vermeld in het
                            verslag.</al></li><li nr="3."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en secretaris van de
                            commissie.</al></li></lijst><tussenkop>Bij herbenoeming </tussenkop><al>Sommige herbenoemingsprocedures lopen vlekkeloos. Soms gaat het moeilijker. Als
                    stelregel geldt dat het hele verloop van de procedure zowel procedureel als
                    inhoudelijk in het verslag van bevindingen zijn weerslag krijgt. De opbouw van
                    het verslag van bevindingen kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien:</al><lijst><li nr="1."><al>Proces: Na een inleiding volgt procedurele informatie over de
                            samenstelling van de raadscommissie, die de aanbeveling heeft voorbereid
                            en over de functioneringsgesprekken (frequentie, gesprekspartners) die
                            gedurende de ambtstermijn met de burgemeester zijn gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Dan volgt chronologisch inhoudelijke informatie over de werkzaamheden
                            van de commissie en over de inhoud van de met informanten en de
                            burgemeester gevoerde gesprekken. Ook de aard en inhoud van eventuele
                            tussentijdse contacten met de commissaris van de Koning wordt
                            vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Bevindingen: In het verslag wordt kort de inhoud en het verloop van alle
                            beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt.
                            Bevindingen met betrekking tot het functioneren van de burgemeester
                            kunnen bijvoorbeeld worden geordend naar criteria uit de profielschets
                            en afspraken uit functioneringsgesprekken. Afgesloten wordt met een
                            conclusie.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en secretaris van de
                            commissie.</al></li></lijst><tussenkop>Verslag bij functioneringsgesprekken</tussenkop><al>Het verslag bevat de feitelijke gegevens van tijd, plaats en rol van de
                    aanwezigen bij het gesprek. Het verslag geeft een duidelijk en feitelijk beeld
                    van het besprokene. Het kan bondig en beknopt, ook puntsgewijs. Wel is van
                    belang dat het verslag een goed beeld geeft van het gesprek en de gemaakte
                    afspraken, zodat de overige raadsleden bij inzage, de commissie die het volgende
                    functioneringsgesprek voert en de commissaris van de Koning zich een goed beeld
                    daarvan kunnen vormen. Daarom is het van belang ook de sfeer te schetsen, waarin
                    het gesprek plaatsvond.</al><tussenkop>Artikel 14 - Digitale bestanden in de benoemings- en
                    herbenoemingsprocedure</tussenkop><al>De Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995 maken geen onderscheid naar de
                    vorm van bescheiden en zijn dus zowel op papieren als op digitale bescheiden van
                    toepassing. Ingeval er sprake is van digitale bestanden en bij de door de
                    gemeente aangewezen archiefbewaarplaats de mogelijkheid bestaat tot digitale
                    opslag dienen de daarvoor geldende regels te worden gevolgd en moet op
                    overeenkomstige wijze de geheimhouding van de betrokken bescheiden worden
                    gegarandeerd. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>