<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR393001_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2016 (gewijzigd)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidhorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-6791.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160121%26epd%3d20160121%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dZuidhorn%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 21-01-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>het gewijzigde Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-59047</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2016 (gewijzigd) </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van 12 januari 2016 </al><al>gelet op artikel van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149
                        van de Gemeentewet; </al><al/><al>overwegende dat gelet op de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning
                        Zuidhorn 2015 waarin aan ons de bevoegdheid is gegeven om nadere regels te
                        stellen; </al><al/><al>besluit vast te stellen het volgende besluit:</al><al/><al>Financieel Besluit maatschappelijk ondersteuning Zuidhorn 2016
                        (gewijzigd)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de begripsbepalingen wordt verwezen naar de Verordening
                                maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2015.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kosten voor rekening aanvrager, eigen bijdrage en berekening
                                maximale periodebijdrage</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Eigen rekening </titel></kop><al>Indien de belanghebbende een duurdere voorziening wil dan de
                                goedkoopst compenserende voorziening komt het meerdere voor rekening
                                van de belanghebbende. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Eigen bijdrage </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen die in de vorm van een financiële
                                    tegemoetkoming worden verstrekt is een eigen bijdrage
                                    verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor voorzieningen die in natura of als persoonsgebonden budget
                                    worden verstrekt is een eigen bijdrage verschuldigd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor kosten voor onderhoud, reparatie en/of verzekering van een
                                    voorziening kan ook een eigen bijdrage worden opgelegd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In uitzondering op de voorgaande leden is geen eigen bijdrage
                                    verschuldigd voor jeugdigen (onder 18 jaar),
                                    rolstoelvoorzieningen, het collectief vervoer,
                                    verhuiskostenvergoeding, woningaanpassingen in
                                    gemeenschappelijke ruimten, tijdelijke huisvesting, huurderving
                                    of voorzieningen met een waarde lager dan € 150,--. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In uitzondering op lid 4 is voor woningaanpassingen van
                                    jeugdigen onder de 18 jaar wel een eigen bijdrage
                                    verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Berekening, vaststelling eigen bijdrage </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage wordt berekend, opgelegd, vastgesteld en geïnd
                                    al dan niet per periode van 4 weken, zoals geregeld in het
                                    Uitvoeringsbesluit Wmo 2016.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Berekening, oplegging, vaststelling en inning van de eigen
                                    bijdrage vindt plaats door het Centraal Administratie Kantoor
                                    (CAK) met de door de gemeente Zuidhorn vastgestelde regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Maximale periodebijdrage </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage over een periode van 4 weken is gelijk aan de
                                    wettelijke “maximale periodebijdrage” in die periode, tenzij
                                    deze bijdrage hoger is dan de “kosten van de voorziening per 4
                                    weken” in die periode. In dat geval is de eigen bijdrage of het
                                    eigen aandeel gelijk aan de “kosten van de voorziening per 4
                                    weken”. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer meerdere Wmo voorzieningen verstrekt worden en/of
                                    wanneer er ook voor WLZ- zorg een eigen bijdrage opgelegd wordt,
                                    geldt het anticumulatiebeginsel. Het anticumulatiebeginsel
                                    bepaalt dat de belanghebbende per 4 weken nooit meer betaalt dan
                                    de voor zijn situatie berekende “maximale periodebijdrage”,
                                    ongeacht de totale kosten van alle voorzieningen (Wmo en/of
                                    WLZ-zorg). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Berekening maximale perdiodebijdrage </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de maximale periodebijdrage in
                                    een bepaald jaar wordt rekening gehouden met het verzamelinkomen
                                    van de belanghebbende en dat van zijn eventuele partner het
                                    tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een
                                    persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend. Onder
                                    verzamelinkomen wordt in dit besluit verstaan: het inkomen zoals
                                    bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. De gegevens over het
                                    verzamelinkomen worden ingewonnen bij de belastingdienst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor ongehuwde
                                    personen jonger dan 65 jaar € 19,40 per 4 weken (norm 2016), met
                                    dien verstande dat indien zijn verzamelinkomen meer bedraagt dan
                                    € 22.486,-- het bedrag van € 19,40 wordt verhoogd met een
                                    dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn
                                    verzamelinkomen en € 22.486,-- per 4 weken;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wettelijke bepaalde maximale periodebijdrage is voor
                                    ongehuwde personen van met de pensioengerechtigde leeftijd of
                                    ouder € 19,40 (norm 2016) per 4 weken, met dien verstande dat
                                    indien zijn verzamelinkomen meer bedraagt dan € 16.887,-- het
                                    bedrag van € 19,40 wordt verhoogd met dertiende deel van 15% van
                                    het verschil tussen zijn verzamelinkomen en € 16.887,-- per 4
                                    weken;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor gehuwde
                                    personen, indien een van beiden jonger is dan de
                                    pensioengerechtigde leeftijd € 27,80 (norm 2016) per 4 weken,
                                    met dien verstande dat indien hun gezamenlijke verzamelinkomen
                                    meer bedraagt dan € 28.177,-- het bedrag van € 27,80 wordt
                                    verhoogd met dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun
                                    gezamenlijke verzamelinkomen en € 28.177,-- per 4 weken;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wettelijk bepaalde maximale periodebijdrage is voor gehuwde
                                    personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben
                                    bereikt € 27,80 (norm 2016) per 4 weken, met dien verstande dat
                                    indien hun gezamenlijke verzamelinkomen meer bedraagt dan €
                                    23.374,-- het bedrag van € 27,80 wordt verhoogd met een
                                    dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke
                                    verzamelinkomen en € 23.374,-- per 4 weken;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor wat betreft de hoogte van de in leden 2 t/m 5 genoemde
                                    bedragen wordt aangesloten bij de bedragen in het
                                    Uitvoeringsbesluit Wmo 2016. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Duur oplegging eigen bijdrage en vaststelling "Kosten van de
                                voorziening per 4 weken"</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Inhoud besluit </titel></kop><al>Het college meldt de belanghebbende in een besluit tot verstrekking
                                van een voorziening gedurende welke periode een eigen bijdrage
                                verschuldigd is en hoe hoog het bedrag van de “Kosten van de
                                voorziening per 4 weken” is of de totale kosten waarvoor de eigen
                                bijdrage verschuldigd is.. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Hulp bij het huishouden)
                                </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor huishoudelijke hulp (hulp bij het huishouden) in natura
                                    (HH2) wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de huishoudelijke
                                    hulp wordt verstrekt. De “Kosten van de voorziening per 4 weken”
                                    worden als volgt vastgesteld: het aantal uren ontvangen zorg in
                                    die 4 weken, vermenigvuldigd met het gemiddelde uurtarief dat
                                    het college aan de zorgaanbieders betaalt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor huishoudelijke hulp in de vorm van een persoonsgebonden
                                    budget (HH2) wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang het
                                    periodieke persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De “Kosten
                                    van de voorziening per 4 weken” wordt als volgt vastgesteld: de
                                    hoogte van het periodiek persoonsgebonden budget omgerekend naar
                                    het bedrag per periode van 4 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Eigen bijdrage bij tegemoetkoming aannemelijke
                                    meerkosten</titel></kop><al>Voor voorzieningen die verstrekt worden in de vorm van een
                                (periodieke) financiële tegemoetkoming wordt een eigen bijdrage
                                opgelegd zolang de tegemoetkoming verstrekt wordt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Eigen bijdrage maatwerkvoorziening in bruikleen en
                                    persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Voor voorzieningen in bruikleen en in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de
                                voorziening gebruikt wordt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Eigen bijdrage opvang en beschermd wonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende is voor verblijf in een opvang of beschermd
                                    wonen een eigen bijdrage verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigen bijdrage is gelijk aan de kostprijs voor verblijf in
                                    een opvang of beschermd wonen minus zak-en kleedgeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belanghebbende mag bij verblijf in een opvang of beschermd
                                    wonen niet minder overhouden dan de zak-en kleedgeldnorm, als
                                    bedoeld in artikel 23 lid 1 van de Participatiewet, alsmede een
                                    bedrag in verband met de standaardpremie gecorrigeerd met de
                                    zorgtoeslag en inclusief vakantiegeld, overeenkomstig artikel 1
                                    lid 1 sub g van de Wet op de zorgtoeslag. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de instelling bij voltijdse opvang of crisisopvang aan de
                                    belanghebbende geen voeding verstrekt dan dient de instelling de
                                    belanghebbende een bedrag per dag beschikbaar te stellen voor
                                    het inkopen van voedingsmiddelen. Dit bedrag is gelijk aan het
                                    bedrag dat het NIBUD jaarlijks berekent als gemiddelde kosten
                                    voor voeding per dag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Afwezigheid van de belanghebbende uit de opvang of beschermd
                                    wonen, anders dan in verband met beëindiging van de opvang of
                                    beschermd wonen, wordt geen eigen bijdrage in rekening
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een belanghebbende is geen eigen bijdrage verschuldigd als hij
                                    een vergoeding voor huisvesting betaalt aan de instelling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor personen die de huiselijke situatie hebben verlaten in
                                    verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van
                                    huiselijk geweld is maximaal 3 dagen geen eigen bijdrage
                                    verschuldigd in de dagopvang, nachtopvang en/of noodopvang.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een belanghebbende hoeft geen eigen bijdrage te betalen als hij
                                    tijdens zijn verblijf woonkosten is verschuldigd wanneer hij als
                                    hoofdbewoner van de woning deze heeft moeten verlaten in verband
                                    met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk
                                    geweld.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De door het college aangewezen instellingen voor
                                    maatschappelijke opvang en opvang van personen die de huiselijke
                                    situatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun
                                    veiligheid als gevolg van huiselijk geweld zijn verplicht de
                                    vastgestelde bijdrage te innen van de belanghebbende in die
                                    gevallen wanneer de eigen bijdrage niet kan worden ingehouden op
                                    de bijstandsuitkering of inkomensvoorziening van de
                                    belanghebbende. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het college stelt de hoogte van de bijdrage voor de opvang vast.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Nadere regels over het persoonsgebonden budget </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Vroegtijdige beëindiging, afschrijving en verantwoording
                                </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een
                                    persoonsgebonden budget is aangeschaft, is beëindigd en de
                                    gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de
                                    budgethouder verplicht de voorziening te retourneren dan wel de
                                    restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen
                                    middelen, aan het college te vergoeden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij vaststelling van het persoonsgebonden budget wordt rekening
                                    gehouden met afschrijvingstermijnen die naar geldende
                                    maatschappelijke normen voor de verstrekte voorziening
                                    gebruikelijk zijn. Indien de voorziening na afloop van de
                                    afschrijvingstermijn nog in goede staat verkeren, dan wordt de
                                    gebruiksduur verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Huishoudelijke hulp en persoonsgebonden budget </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De huishoudelijke hulp wordt bij een persoonsgebonden budget
                                    vastgesteld in uren. Het uurtarief bij het inhuren van een
                                    particuliere hulp bedraagt € 24,12 voor HH2 (tarief 2016). Het
                                    uurtarief voor het inhuren van een erkende zorgaanbieder
                                    bedraagt voor HH2 € 24,12 (tarief 2016). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgethouder dient een schriftelijke overeenkomst te sluiten
                                    met de door hem of haar inschakelde zorgverleners of zorg
                                    verlenende instantie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitbetaling vindt plaats volgens het trekkingsrecht van de
                                    SVB.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De volledige week van ingangsdatum tot en met de volledige week
                                    van de beëindigingdatum worden uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de berekening van het persoonsgebonden budget wordt rekening
                                    gehouden met 52,14 weken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels over woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Financiële tegemoetkoming </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de door het college vast te stellen financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening bedraagt
                                    100% van de voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking
                                    komende kosten, tot een maximum van € 53.515,-- (norm 2016),
                                    tenzij dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of
                                    woontechnische woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van
                                    de door het college geaccepteerde offerte. Wanneer de financiële
                                    tegemoetkoming meer dan € 5.000,-- bedraagt, moet de aanvrager
                                    twee offertes inleveren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten
                                    bedraagt € 2.717,-- (norm 2016).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (woonvoorzieningen van
                                    niet bouwkundige of woontechnische aard) bedraagt: voor roerende
                                    woonvoorzieningen, niet zijnde woningsanering, 100% van de
                                    aanschafkosten, tenzij de roerende woonvoorzieningen in natura
                                    worden verstrekt. voor kosten van woningsanering, afhankelijk
                                    van de leeftijd van de stoffering 100% tot nihil.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (onderhoud, reparatie en
                                    keuring) bedraagt 100% van de voor een financiële tegemoetkoming
                                    in aanmerking komende kosten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget voor een roerende woonvoorziening
                                    wordt vastgesteld op basis van de geldende prijsafspraken met de
                                    leveranciers van voorzieningen of met Wold &amp; Waard
                                    woonservice.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij eenvoudige woningaanpassingen zal, in de situatie dat de
                                    persoon met beperkingen tevens eigenaar is van de woning, de
                                    vergoeding worden vastgesteld op basis van de gehanteerde
                                    richtprijzen van woningbouwvereniging Wold &amp; Waard
                                    woonservice voor dergelijke voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar
                                    maken van één woonruimte (artikel 4.8 Verordening) bedraagt
                                    maximaal € 5.458,-- (norm 2016). </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het minimumbedrag om in aanmerking te komen voor een financiële
                                    tegemoetkoming bedraagt € 10.500,-- (norm 2016). </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (huurderving) bedraagt
                                    maximaal € 273,- per maand (norm 2016) tot een maximum van 6
                                    maanden en met uitzondering van de eerste maand. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening (tijdelijke huisvesting)
                                    bedraagt maximaal € 546,-- per maand (norm 2016) met een maximum
                                    van 6 maanden. </al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De hoogte van de door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening, specifiek voor een
                                    woonwagen of woonschip, bedraagt maximaal € 1.194,-- (norm
                                    2016). </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Bij het bepalen van de hoogte van het terug te betalen bedrag
                                    van de woningaanpassing na verkoop van een aangepaste woning,
                                    wordt uitgegaan van de meerwaarde van 60% van de financiële
                                    tegemoetkoming voor de kosten van de aan-en bijgebouw van de
                                    woning. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Collectief vervoer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon met beperkingen die is aangewezen op collectief
                                    vervoer is aan het college bijdrage verschuldigd, zoals vermeld
                                    in de uitvoeringsovereenkomst met de vervoerder. De bijdrage
                                    wordt door de vervoerder namens de gemeente geïnd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Pashouders kunnen reizen in een gebied van 30 kilometer rondom
                                    het woonadres. Boven de geldende maximaal te reizen 30 kilometer
                                    geldt het tarief van de vervoerder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De pashouder mag in beginsel een huisgenoot (partner en/of
                                    kinderen behorend tot het gezin) meenemen in het collectief
                                    vervoer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De pashouder mag daarnaast iemand gratis meenemen in het
                                    collectief vervoer, als de medische noodzaak daartoe vast is
                                    komen te staan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het gebruik van het collectief vervoer wordt geen
                                    persoonsgebonden budget verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Persoonsgebonden budget vervoersvoorzieningen </titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt
                                vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopste
                                compenserende voorziening. Dit bedrag wordt, indien nodig, verhoogd
                                met 25% van de tegenwaarde voor de kosten van onderhoud en reparatie
                                van de voorziening en, indien nodig, een bedrag voor de verzekering.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Hoogte persoonsgebonden budget </titel></kop><al>De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden
                                budget bedragen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik
                                        van een bruikleenauto of eigen auto bedraagt € 998,-- (norm
                                        2016), voor een rolstoelbus € 1497,-- (norm 2016);</al></li><li nr="2."><al>Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik
                                        van een taxi bedraagt € 930,-- (norm 2016);</al></li><li nr="3."><al>Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik
                                        van een rolstoeltaxi bedraagt € 1.390,-- (norm 2016);</al></li><li nr="4."><al>Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik
                                        van bovenregionaal vervoer en waarbij gebruik kan worden
                                        gemaakt van de Regiotaxi bedraagt € 470,-- (norm 2016).
                                    </al></li><li nr="5."><al>Indien de vervoersbehoefte van (echt)paren samenvalt, wordt
                                        ten hoogste het persoonsgebonden budget voor 1 persoon per
                                        (echt)paar toegekend.</al></li><li nr="6."><al>Voor zover de vervoersbehoefte van (echt)paren niet
                                        samenvalt, wordt maximaal anderhalf keer het
                                        persoonsgebonden budget van 1 persoon toegekend.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Rolstoelvoorzieningen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Persoonsgebonden budget rolstoel </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel, niet zijnde een
                                    sportrolstoel, wordt op basis van een offerte vastgesteld op als
                                    tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening,
                                    verhoogd met 25% van de tegenwaarde voor de kosten van onderhoud
                                    en reparatie van de voorziening en indien nodig, met de kosten
                                    van een verzekering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rolstoelvoorziening wordt eens in de 5 tot 7 jaren verstrekt
                                    afhankelijk van de staat van de voorziening, tenzij dit leidt
                                    tot onbillijkheden van overwegende aard. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanpassing of reparatie voor een bedrag tot € 230,-- is ter
                                    beoordeling van de reparateur. Hiervoor hoeft geen aanvraag te
                                    worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Financiële tegemoetkoming sportrolstoel </titel></kop><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                tegemoetkoming voor een sportrolstoel bedraagt € 2.906,-- (norm
                                2016) voor de aanschaf van de sportrolstoel zelf en 25% hiervan voor
                                de kosten van onderhoud en reparatie van de voorziening en kan
                                maximaal eens in de 3 jaar worden verstrekt(afhankelijk van de
                                technische staat van de voorziening). Het gehele bedrag wordt in één
                                keer voor de periode van 3 jaar uitgekeerd. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Producten Zorg In Natura (ZIN) en tarieven PGB </titel></kop><artikel><kop><titel>[leeg artikel]</titel></kop><al>[lege alinea]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Citeertitel, inwerkingtreding en vervallen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit financieel besluit kan worden aangehaald als het gewijzigde
                                    Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn
                                    2016</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op 12 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met ingang van de dag waarop het gewijzigde Financieel Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2016 in werking treedt,
                                    wordt het eerder vastgestelde Financieel Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2015 ingetrokken en komt
                                    deze te vervallen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>