<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392984_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad van Huizen 2015 nr 21 d.d. 29-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-06-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Raadsbesluit</al><al>De raad van de gemeente Huizen;</al><al>in vergadering bijeen op 10 december 2015; </al><al>gelezen het voorstel van de griffier d.d. 3 december 2015 en het advies van
                        de commissie Algemeen, Bestuur en Middelen d.d. 26 november 2015;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t </al><al>de volgende “<vet>Verordening op de raadscommissies 2015” </vet>vast te
                        stellen:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a)"><al>agendacommissie: agendacommissie van de raad;</al></li><li nr="b)"><al>commissiegriffier: de griffier van een raadscommissie, of zijn
                                plaatsvervanger;</al></li><li nr="c)"><al>commissielid: het vaste lid van een raadscommissie of zijn
                                plaatsvervanger;</al></li><li nr="d)"><al>fractievertegenwoordiging: de commissieleden die een raadsfractie in
                                de raadscommissie</al><al>vertegenwoordigen;</al></li><li nr="e)"><al>griffier: de griffier van de raad en zijn plaatsvervanger;</al></li><li nr="f)"><al>portefeuillehouder: de burgemeester of de wethouder die het
                                onderwerp van bespreking in de raadscommissie in portefeuille heeft,
                                en zijn plaatsvervanger;</al></li><li nr="g)"><al>raadsvoorstel: voorstel waarover de raad een besluit moet
                                nemen;</al></li><li nr="h)"><al>secretaris: de gemeentesecretaris;</al></li><li nr="i)"><al>vergadering: een vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="j)"><al>voorzitter: de voorzitter van een raadscommissie en zijn
                                plaatsvervanger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Overzicht raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bij aanvang van elke raadsperiode, en tussentijds,
                            raadscommissies instellen en opheffen. De op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening reeds bestaande raadscommissies
                            worden geacht raadscommissies in de zin van deze verordening te
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de instelling bepaalt de raad wat de onderwerpen zijn waarover een
                            raadscommissie adviseert. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan tussentijds wijziging aanbrengen in de onderwerpen waarover
                            een raadscommissie adviseert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>1.Een raadscommissie heeft in het algemeen de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>adviseren van de raad over raadsvoorstellen op haar werkterrein, en
                                het in dat kader overleggen met het orgaan, of een vertegenwoordiger
                                daarvan, of de persoon die het raadsvoorstel doet, tenzij de
                                agendacommissie van oordeel is dat een raadsvoorstel zonder
                                commissiebehandeling aan de raad kan worden voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>adviseren van de raad uit eigener beweging over de onderwerpen op
                                haar werkterrein;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                bestuur op het werkterrein van de raadscommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters en hun plaatsvervangers worden door de raad uit zijn
                            midden benoemd. De voorzitter heeft geen stem in de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke raadsfractie kan:</al><lijst><li nr="a."><al>met ten hoogste twee commissieleden in de vergaderingen van de
                                    raadscommissies Sociaal Domein, Fysiek Domein en Algemeen
                                    Bestuur en Middelen vertegenwoordigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>met ten hoogste één commissielid in een vergadering van de
                                    jaarrekeningcommissie vertegenwoordigd zijn;</al></li><li nr="c."><al>in een gecombineerde vergadering van de onder a. genoemde
                                    raadscommissies met ten hoogste één commissielid uit elk van de
                                    betreffende raadscommissies vertegenwoordigd zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als commissielid kunnen door de raadsfracties worden aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lid van de raadsfractie;</al></li><li nr="b."><al>een persoon die bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen
                                    op de kieslijst van de politieke partij van de raadsfractie
                                    stond, en door de raad als lijstopvolger is benoemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke raadsfractie kan maximaal vijf personen voordragen voor benoeming
                            tot lijstopvolger als bedoeld in het vorige lid onder b. De artikelen
                            10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                            toepassing op lijstopvolgers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij aanvang van de raadsperiode doet een raadsfractie voor alle
                            raadscommissies opgave aan de griffier van de vaste commissieleden die
                            de raadsfractie in de raadscommissies zullen gaan vertegenwoordigen, en
                            van de plaatsvervangend commissieleden.</al><al>6.Een raadsfractie kan tussentijds wijziging aanbrengen in de vaste en
                            plaatsvervangende commissieleden die de raadsfractie in een
                            raadscommissie vertegenwoordigen. De raadsfractie doet daarvan opgave
                            aan de griffier, die daarover de voorzitter en de commissieleden van de
                            betreffende raadscommissie in kennis stelt. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van de voorzitter en een commissielid dat tevens
                                raadslid is, eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>met het einde van de zittingsperiode van de raad;</al></li><li nr="b."><al>na ontslag als raadslid;</al></li><li nr="c."><al>na overlijden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als het commissielid een lijstopvolger is, dan eindigt de
                                zittingsperiode:</al><lijst><li nr="a."><al>met het einde van de zittingsperiode van de raad;</al></li><li nr="b."><al>nadat hij schriftelijk aan de raad kenbaar heeft gemaakt dat
                                        hij zijn werkzaamheden als lijstopvolger beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>nadat de raadsfractie schriftelijk aan de raad kenbaar heeft
                                        gemaakt, dat de lijstopvolger niet langer de raadsfractie in
                                        de raadscommissie(s) zal vertegenwoordigen;</al></li><li nr="d."><al>na overlijden. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In geval van tijdelijk ontslag van een raadslid dat een vast lid van
                                een raadscommissie is, blijft zijn lidmaatschap van een
                                raadcommissie voortduren. De raadsfractie die hij in een
                                raadscommissie vertegenwoordigt voorziet dan tijdelijk in de
                                plaatsvervanging voor de duur van het tijdelijk ontslag.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan de voorzitter ontslaan.</al></li><li nr="5."><al>Als een vacature van vast commissielid ontstaat, dan doet de
                                raadsfractie die het aangaat opgave aan de griffier wie de opvolger
                                wordt. De griffier stelt de voorzitter en de commissieleden van deze
                                opgave in kennis. </al></li><li nr="6."><al>Als een raadsfractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, dan
                                vervalt het lidmaatschap van de commissieleden die deze fractie in
                                een raadscommissie vertegenwoordigen van rechtswege.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6. Commissiegriffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier benoemt, na overleg met de secretaris en de voorzitter,
                                een niet op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier ter
                                ondersteuning van iedere raadscommissie. </al></li><li nr="2."><al>Een commissiegriffier is aanwezig in alle vergaderingen van de
                                raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter of de
                                raadscommissie aan de beraadslagingen in vergaderingen
                                deelnemen.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.1: de voorbereiding</vet></al><al><vet>Artikel 7. Vergaderfrequentie</vet></al><al>1.De reguliere vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats volgens
                        het vergaderschema dat jaarlijks door de raad wordt vastgesteld. Een
                        raadscommissie vergadert voorts zo vaak als dat de voorzitter of ten minste
                        éénderde van de fractievertegenwoordigingen in de raadscommissie dit nodig
                        achten.</al><al><vet>Artikel 8. Agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een commissielid kan een onderwerp agenderen voor bespreking in een
                                vergadering. Het onderwerp en wat hij daarover in de raadscommissie
                                aan de orde wil stellen, meldt hij dan ten minste 7 werkdagen voor
                                verzending van de oproep met agenda aan bij de voorzitter, door
                                tussenkomst van de commissiegriffier. Indien het commissielid zijn
                                aanmelding doet na de verzending van de oproep met agenda, dan is
                                ter beoordeling aan de voorzitter, na het commissielid te hebben
                                gehoord, of het onderwerp aanvullend wordt geagendeerd of dat het
                                onderwerp wordt geagendeerd voor een volgende vergadering. </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter stelt, in overleg met het agendaberaad van de
                                raadscommissie, de voorlopige agenda voor een raadscommissie vast.
                                Het agendaberaad van elke raadscommissie bestaat uit de voorzitter,
                                zijn plaatsvervanger, de commissiegriffier en de griffier of
                                raadsadviseur. </al></li></lijst><al>3.De voorzitter informeert de agendacommissie over de vastgestelde
                        voorlopige agenda indien er voorstellen op vermeld staan waarover de raad
                        een besluit moet nemen. De agendacommissie kan de voorzitter in dat geval
                        voorstellen doen tot wijziging van de voorlopige agenda en/of besluiten dat
                        een raadsvoorstel zonder voorafgaande commissiebehandeling aan de raad kan
                        worden aangeboden.</al><al>4.De voorzitter kan, nadat de oproep voor de vergadering als bedoeld in
                        artikel 9 is verzonden, een aanvulling op de voorlopige agenda laten
                        uitgaan. Indien de aanvulling een raadsvoorstel betreft, dan gaat die
                        aanvulling pas uit nadat de agendacommissie in kennis is gesteld. De
                        agendacommissie kan besluiten dat het raadsvoorstel zonder voorafgaande
                        commissiebehandeling aan de raad kan worden aangeboden.</al><al>5.De voorlopige agenda, met eventuele aanvulling, wordt bij aanvang van de
                        vergadering door de raadscommissie definitief vastgesteld. </al><al>6.<vet>Artikel 9. Oproep voor de vergadering</vet></al><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat ten minste 10 dagen voor een
                        vergadering de raadsleden en lijstopvolgers langs elektronische weg een
                        oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende openbare en geheime
                        stukken ontvangen. Als de bij de oproep en voorlopige agenda gevoegde
                        geheime stukken raadsvoorstellen zijn of de bij een openbaar raadsvoorstel
                        behorende geheime stukken, dan worden deze geheim stukken langs
                        elektronische weg tevens aan het college verzonden.</al><al><vet>Artikel 10. Openbare bekendmaking vergaderingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De datum, aanvangstijd, locatie en agenda van een vergadering worden
                                openbaar bekendgemaakt door aankondiging op de gemeentelijke
                                informatiepagina van een lokaal huis-aan-huisblad en via de website
                                van de gemeenteraad (www.gemeenteraadhuizen.nl).</al></li><li nr="2."><al>De commissievoorzitter draagt er zorg voor dat de agenda met
                                openbare stukken voor een vergadering van een raadscommissie door
                                belangstellenden kunnen worden ingezien in een publieksmap in het
                                gemeentehuis en langs elektronisch weg op de website van de
                                gemeenteraad (www.gemeenteraadhuizen.nl). </al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.2: de vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 11. Vergaderquorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een vergadering wordt door de voorzitter geopend als van meer dan de
                                helft van de in de raadscommissie vertegenwoordigde raadsfracties
                                tenminste één commissielid aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend,
                                belegt de voorzitter opnieuw een vergadering, die ten minste 24 uur
                                na de vergadering die geen doorgang kon vinden wordt gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid
                                niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere
                                aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet
                                geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten,
                                als blijkens de presentielijst van meer dan de helft van de in de
                                raadscommissie vertegenwoordigde raadsfracties tenminste één
                                commissielid aanwezig is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12. Rol voorzitter tijdens de vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Naast de overige bevoegdheden vermeld in deze verordening, zorgt de
                                voorzitter voor de handhaving van de orde in de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid
                                dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het
                                commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het
                                commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                de vergadering worden ontzegd.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde
                                opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.</al></li><li nr="4."><al>Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of
                                onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
                                behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
                                interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die
                                hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden
                                over het aanhangige onderwerp.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13. Inspreken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Iedereen kan in een vergadering van een raadscommissie inspreken
                                over een onderwerp dat op de agenda staat of niet. </al></li><li nr="2."><al>Degene die wil inspreken, meldt dit uiterlijk de dag voor aanvang
                                van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van
                                zijn naam, telefoonnummer en/of mailadres en het onderwerp waarover
                                hij wil inspreken. De commissiegriffier informeert de voorzitter en
                                de commissieleden uiterlijk een dag voor aanvang van de vergadering
                                over de voornoemde gegevens aangemelde insprekers.</al></li><li nr="3."><al>Indien iemand zich korter dan een dag voor aanvang van de
                                vergadering aanmeldt als inspreker, dan informeert de
                                commissiegriffier de voorzitter hierover. Het is vervolgens ter
                                beoordeling van de voorzitter of met het oog op de vergaderorde deze
                                inspreker alsnog de gelegenheid krijgt om tijdens de vergadering in
                                te spreken. In het bevestigende geval informeert de
                                commissiegriffier de commissieleden over deze nagekomen aanmelding
                                als inspreker. Indien dit niet meer tijdig voorafgaand aan de
                                vergadering lukt, dan worden de commissieleden in ieder geval na de
                                vergadering door de commissiegriffier geïnformeerd over de gegevens
                                van de inspreker als genoemd in lid 2. </al></li><li nr="4."><al>Inspreken over onderwerpen die niet op de agenda vermeld staan
                                gebeurt bij het agendapunt “spreekrecht voor burgers”. Inspreken
                                over onderwerpen die op de agenda vermeld staan gebeurt bij aanvang
                                van de beraadslagingen over het betreffende agendapunt. </al></li><li nr="5."><al>Indien er meerdere insprekers over het zelfde onderwerp zijn, dan
                                gebeurt het inspreken in volgorde van aanmelding. De voorzitter kan,
                                in het belang van de vergaderorde, een andere volgorde
                                hanteren.</al></li><li nr="6."><al>De inspreektijd bedraagt 5 minuten per persoon. In het belang van de
                                vergaderorde is de voorzitter bevoegd de spreektijd te bekorten of
                                te verlengen.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter kan commissieleden toestaan aan insprekers een korte,
                                verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></li><li nr="8."><al>Nadat is ingesproken over een onderwerp dat niet op de agenda staat
                                vermeld, bepaalt de raadscommissie wat het vervolg moet zijn op de
                                inbreng van de inspreker.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14. Vragen aan college over niet-geagendeerde onderwerpen
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>leder commissielid kan voorafgaand aan een vergadering vragen
                                stellen aan het college of de burgemeester over onderwerpen die niet
                                op de commissieagenda vermeld staan. De vragen, met eventuele
                                toelichting voorafgaand aan de vergadering bij de griffier
                                ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen worden
                                doorgeleid naar het college en de raadscommissie waarin de vragen
                                aan de orde komen. </al></li><li nr="2."><al>De vragen van de commissieleden worden mondeling in de vergadering
                                door de portefeuillehouder beantwoord. Na mondelinge beantwoording
                                van de vragen kan het commissielid dat de vragen heeft gesteld
                                aanvullende vragen aan de portefeuillehouder stellen. Ook de overige
                                commissieleden kunnen vervolgens aanvullende vragen stellen aan de
                                vragensteller en/of het collegelid. </al></li><li nr="3."><al>Als mondelinge beantwoording van de vragen in de vergadering niet
                                mogelijk is, dan wordt het antwoord binnen vijf werkdagen na de
                                vergadering alsnog schriftelijk gegeven en via de griffier langs
                                elektronische weg aan de commissieleden toegestuurd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15. Beraadslagingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslagingen geschieden in ten hoogste twee spreektermijnen,
                                tenzij de raadscommissie anders beslist. De commissieleden richten
                                zich in hun spreektermijn tot de voorzitter. </al></li><li nr="2."><al>De beraadslagingen over raadsvoorstellen van het college bestaan uit
                                het stellen van bestuurlijke vragen aan de portefeuillehouder.
                                Technische vragen over die raadsvoorstellen worden in de aanloop
                                naar de vergadering of in de periode na de vergadering gesteld aan
                                de behandelend ambtenaar. Indien technische vragen in de vergadering
                                worden gesteld, dan kan de voorzitter in het belang van de
                                vergaderorde het commissielid voor de beantwoording verwijzen naar
                                de behandelend ambtenaar, en de portefeuillehouder vragen zich bij
                                de beantwoording alleen te beperken tot de bestuurlijke vragen.</al></li><li nr="3."><al>Een portefeuillehouder kan zich bij de beantwoording van de
                                bestuurlijke vragen van de commissieleden ambtelijk laten bijstaan.
                                Voor zover een portefeuillehouder het antwoord op een vraag schuldig
                                moet blijven, wordt het antwoord in de periode na de vergadering,
                                maar tijdig voor de raadsvergadering, door de portefeuillehouder via
                                een memo aan de raadscommissie gegeven. De griffier draagt er zorg
                                voor dat de beantwoording langs elektronische weg aan de
                                commissieleden beschikbaar wordt gesteld. </al></li><li nr="4."><al>De samenstelling van de fractievertegenwoordiging mag tijdens de
                                vergadering verschillend zijn, zo lang die per agendapunt maar niet
                                uit meer dan twee personen bestaat. </al></li><li nr="5."><al>Bij elk agendapunt voert één commissielid, namens de raadsfractie
                                die hij vertegenwoordigt, het woord.</al></li><li nr="6."><al>Commissieleden mogen in een spreektermijn niet meer dan éénmaal het
                                woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling
                                hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel
                                het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                                voorstel van orde.</al></li><li nr="7."><al>Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslagingen.</al></li><li nr="8."><al>Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="9."><al>Na het afsluiten van de laatste spreektermijn over een
                                raadsvoorstel, informeert de voorzitter of de raadscommissie
                                voldoende informatie heeft verkregen om het raadsvoorstel vrij te
                                geven voor raadsbehandeling. Indien de raadscommissie behoefte heeft
                                aan meer informatie, en daarom aan een vervolgbehandeling in een
                                volgende vergadering, dan bepaalt de raadscommissie wanneer die
                                vervolgbehandeling plaatsvindt. De voorzitter informeert de
                                agendacommissie hierover en of dat of dat dient te leiden tot
                                uitstel van raadsbehandeling van het raadsvoorstel.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 16. Commissieadvies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor het commissieadvies over een raadsvoorstel, vraagt de
                                voorzitter het standpunt van elk in de vergadering aanwezige
                                fractievertegenwoordigingen. Dit standpunt kan luiden:</al><lijst><li nr="·"><al>dat ingestemd kan worden met het voorstel, al dan niet met
                                        vermelding van de voorwaarden die daaraan gekoppeld zouden
                                        moeten worden;</al></li><li nr="·"><al>dat niet ingestemd kan worden met een voorstel;</al></li><li nr="·"><al>dat de uit de beraadslagingen verkregen informatie mee terug
                                        wordt genomen voor bespreking met de raadsfractie en om die
                                        reden geen standpunt wordt ingenomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de in een vergadering aanwezige fractievertegenwoordigingen
                                unaniem zijn in het advies aan de raad om in te stemmen met een
                                voorstel waarover een besluit genomen moet worden, dan wordt dat
                                voorstel voor de behandeling in de raadsvergadering geagendeerd als
                                een hamerstuk. </al></li><li nr="3."><al>Als het om een ongevraagd commissieadvies gaat, dus anders dan over
                                een raadsvoorstel, dan doet de voorzitter een voorstel voor de
                                inhoud ervan, waarna hij vervolgens aan de in de vergadering
                                aanwezige fractievertegenwoordigingen om hun standpunt daarover
                                vraagt. In het commissieadvies worden de standpunten van de in de
                                vergadering aanwezige fractievertegenwoordigingen opgenomen.</al></li><li nr="4."><al>Het door een fractievertegenwoordiging ingenomen standpunt over het
                                te geven commissieadvies behoeft niet representatief te zijn voor
                                het standpunt van de raadsfractie in de raadsvergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 17. Voorstellen van orde</vet></al><al>Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van
                        orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier
                        terstond over. Indien de stemmen over het ordevoorstel staken, dan is het
                        niet aangenomen.</al><al><vet>Artikel 18. Besluiten van de commissie</vet></al><al>Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen van de
                        ten tijde van het te nemen besluit aan de vergadering deelnemende
                        commissieleden.</al><al><vet>Artikel 19. Resumé van de vergadering</vet></al><al>1.De commissiegriffier draagt zorg voor een resumé van de vergadering.</al><al>2.Het resumé bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de commissieleden, de
                                        commissiegriffier, de griffier, de raads-adviseur, de
                                        burgemeester en de wethouders, allen voor zover aanwezig, en
                                        de insprekers (met vermelding van het agendapunt waarbij ze
                                        hebben ingesproken) en de personen die van de raadscommissie
                                        toestemming kregen om aan de beraadslagingen deel te nemen
                                        (met vermelding van het agendapunt waarbij dat het geval
                                        was);</al></li><li nr="b."><al>een aantekening van de vaste commissieleden van wie bericht
                                        van verhindering is ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>een korte vermelding van de zaken die in de vergadering aan
                                        de orde zijn geweest;</al></li><li nr="d."><al>bij het desbetreffende agendapunt de vermelding van het
                                        commissie-advies.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het resumé wordt uiterlijk binnen 5 werkdagen aan de commissieleden,
                                de overige personen die in de vergadering het woord hebben gevoerd,
                                de overige raadsleden en lijstopvolgers en aan het college langs
                                elektronische weg toegestuurd en op de website van de gemeenteraad
                                (www.gemeenteraadhuizen.nl) gepubliceerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20. Verslaglegging openbare vergadering</vet></al><al>1.De griffier draagt er zorg voor dat van elke openbare vergadering een
                        geluidsregistratie wordt gemaakt, die kan dienen als audioverslag van de
                        vergadering.</al><al>2.De griffier draagt er zorg voor dat het audioverslag uiterlijk binnen vijf
                        werkdagen langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld aan de
                        commissieleden en overige raadsleden en lijstopvolgers.</al><lijst><li nr="3."><al>Het audioverslag van een openbare vergadering wordt langs
                                elektronische weg ook aan het college beschikbaar gesteld. </al></li><li nr="4."><al>Het audioverslag van een openbare vergadering wordt tevens
                                gepubliceerd op de website van de gemeenteraad
                                (www.gemeenteraadhuizen.nl).</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.3: geheimhouding en besloten vergaderingen</vet></al><al><vet>Artikel 21. Geheimhouding</vet></al><al>Raadsleden en lijstopvolgers hebben langs elektronische weg, via de agenda
                        van de betreffende raadscommissie, altijd inzage in de stukken waarop door
                        de raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan door de
                        commissie worden geweigerd als dat in strijd is met het openbaar belang. </al><al><vet>Artikel 22. Opheffing geheimhouding door de raad</vet></al><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet
                        voornemens is de door een raadscommissie opgelegde geheimhouding op te
                        heffen, dan wordt daarover eerst de zienswijze van die raadscommissie
                        gevraagd.</al><al><vet>Artikel 23. Besloten vergaderingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien tot een vergadering met gesloten deuren wordt besloten dan
                                kunnen aanwezige raadsleden, lijstopvolgers, vertegenwoordigers van
                                het college, de ambtelijke ondersteuning, de commissiegriffier, de
                                raadgriffier en raadsadviseur die besloten vergadering bijwonen,
                                voor zover de raadscommissie niet anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 24. Verslag besloten raadsvergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van een besloten vergadering wordt een verslag op schrift gesteld
                                dat aan alle raadsleden en lijstopvolgers langs elektronische weg
                                ter beschikking wordt gesteld en voorts, voor zover daarbij
                                aanwezig, aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt in de eerstvolgende
                                vergadering vastgesteld. Als geen geheimhouding is opgelegd op de
                                bespreking in de besloten vergadering waar het verslag betrekking op
                                heeft, dan wordt bij de vaststelling van het verslag ook een besluit
                                genomen over het al dan niet openbaar maken ervan. </al></li><li nr="3."><al>Het vastgestelde verslag van een besloten vergadering, met daarin
                                verwerkt de door de raadscommissie geaccordeerde wijzigingen, wordt
                                door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25. Besluitenlijst besloten raadsvergadering</vet></al><al>Het bepaalde in artikel 19 is ook van toepassing op een besloten
                        vergadering, met dien verstande dat het resumé wordt uiterlijk binnen 5
                        werkdagen aan de commissieleden, overige raadsleden en lijstopvolgers langs
                        elektronische weg wordt verzonden, en voorts aan de overige personen die in
                        de vergadering het woord hebben gevoerd, en aan het college voor zover
                        collegeleden in de vergadering aanwezig waren.</al><al><vet>Paragraaf 2.4: toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 26. Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders, vertegenwoordigers van de pers en ambtelijke
                                ondersteuning wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de
                                voor hen bestemde plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Uitingen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van
                                de orde is hen verboden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op
                                enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig
                                andere toehoorders te doen vertrekken.</al></li><li nr="4."><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                de vergadering te ontzeggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen
                        maken, doen hiervan voor aanvang van de vergadering mededeling aan de
                        voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al><al><vet>Artikel 28. Intrekken oude verordening</vet></al><al>De verordening op de vaste raadscommissies, vastgesteld in de
                        raadsvergadering van 22 april 2014, wordt ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
                                raadscommissies 2015</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>