<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392328_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële Verordening Regio Hart van Brabant 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP-2016-2558</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële Verordening Regio Hart van Brabant 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële Verordening Regio Hart van Brabant 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van
                        Brabant,</al><al/><al>gelet op artikel 35 Wet gemeenschappelijke regelingen in samenhang met
                        artikel 212, artikel 213 en 213a van de Gemeentewet en artikel 12 van de
                        gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijk
                        regeling Regio Hart van Brabant,</al><al>besluit vast te stellen de Financiële Verordening Regio Hart van Brabant
                        2015:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>accountant: een door het algemeen bestuur benoemde (i)
                                    registeraccountant of (ii) accountants-administratieconsulent
                                    met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in
                                    artikel 36, lid 3, Wet op de Accountant-Administratieconsulenten
                                    of (iii) organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde
                                    accountants samenwerken, belast met de controle van de in
                                    artikel 35 Wgr jo. artikel 197 Gemeentewet bedoelde
                                    jaarrekening.</al></li><li nr="-"><al>accountantscontrole: de controle van de in artikel 35 Wgr jo.
                                    artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de
                                    door het algemeen bestuur benoemde accountant ten behoeve van: </al><lijst><li nr="o"><al>1. de accountantsverklaring als bedoeld in artikel 35
                                            Wgr, jo. artikel 213, lid 3, Gemeentewet betreffende: </al><lijst><li nr="§"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening
                                                  gepresenteerde baten en lasten en de grootte en
                                                  samenstelling van het vermogen; </al></li><li nr="§"><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en
                                                  lasten en balansmutaties; </al></li><li nr="§"><al>het in overeenstemming zijn van de door het
                                                  dagelijks bestuur opgestelde jaarrekening met de
                                                  bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te
                                                  stellen regels bedoeld in artikel 35 Wgr jo.
                                                  artikel 186 Gemeentewet.</al></li></lijst></li><li nr="o"><al>2. het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel 35
                                            Wgr jo. artikel 213, lid 4, Gemeentewet: (i) de
                                            inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                            organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                            rechtmatige verantwoording mogelijk maken; (ii)
                                            onrechtmatigheden in de jaarrekening; waarbij de nadere
                                            regels die bij of krachtens algemene maatregel van
                                            bestuur worden gesteld op grond van artikel 35 Wgr jo.
                                            artikel 213, lid 6, Gemeentewet, in acht worden
                                            genomen.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regeling;</al></li><li nr="-"><al>bestuurscommissie jeugd: de commissie als bedoeld in artikel 25
                                    Wgr, ingesteld door het algemeen bestuur voor de bestuurlijke
                                    aansturing van de uitvoering van bovenlokale jeugdhulp;</al></li><li nr="-"><al>bovenlokale taken: gemeentelijke taken in het kader van de
                                    Jeugdwet waarvan de colleges van burgemeester en wethouders van
                                    de aan de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant
                                    deelnemende gemeenten in het regionale beleidskader jeugd hebben
                                    vastgesteld dat deze in gezamenlijkheid worden uitgevoerd;</al></li><li nr="-"><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de regeling;</al></li><li nr="-"><al>deelnemende gemeenten: de aan de regeling deelnemende
                                    gemeenten;</al></li><li nr="-"><al>inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves; </al></li><li nr="-"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="-"><al>rechtmatigheid in het kader van accountantscontrole: het
                                    overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële
                                    beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante
                                    wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit
                                    accountantscontrole decentrale overheden.</al></li><li nr="-"><al>programmadirecteur: de eerst aangewezen beleidsadviseur van het
                                    algemeen bestuur op grond van artikel 1, lid 1, onder j, van de
                                    regeling;</al></li><li nr="-"><al>regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van
                                    Brabant;</al></li><li nr="-"><al>regionaal beleidskader jeugd: het vigerende regionale
                                    beleidskader jeugdhulp Hart van Brabant; </al></li><li nr="-"><al>Wgr: de Wet gemeenschappelijke reglingen;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur biedt conform artikel 34b Wgr een nota aan met een
                            voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor
                            het volgende begrotingsjaar en de meerjarenagenda aan de raden van de
                            deelnemende gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                begroting de baten en de lasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan van
                                welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart
                                voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.
                                De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als ze
                                verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de
                                investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten
                                significant dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde
                                baten significant dreigen te onderschrijden. Onder significant wordt
                                in ieder geval verstaan een over- of onderschrijding van de
                                deelbegroting Jeugd met meer dan 2%. Het algemeen bestuur geeft
                                vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van
                                het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in het algemeen bestuur
                                doet het dagelijks bestuur voorstellen voor het wijzigen van de
                                geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het
                                bijstellen van het beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur over de realisatie
                            van de begroting van de regeling door middel van een rapportage op
                            uiterlijk 15 juli van elk jaar.. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de deelnemende gemeenten bericht dat alle gemeenten
                            samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld
                            in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het dagelijks bestuur zodra zij kennis krijgt
                            van dit bericht, het algemeen bestuur of een aanpassing van de begroting
                            nodig is. Als het algemeen bestuur een aanpassing nodig acht, doet het
                            dagelijks bestuur een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut
                                    worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. </al></li><li nr="2."><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek
                                    en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid
                                    bij deze verordening. </al></li><li nr="3."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken
                                    en diensten van de regeling<cursief>,</cursief> die worden
                                    geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die
                                    rechtstreeks samenhangen met de door de regeling verleende
                                    diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
                                    van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de
                                    betrokken activa en de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                    activa.</al></li><li nr="3."><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                    indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                    financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                    vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen
                                    vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de
                                    behandeling van de begroting vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de regeling in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf voor elk van deze
                                activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een besluit van het
                                algemeen bestuur, waarin het publiek belang van de activiteit wordt
                                gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de regeling de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf een
                                voorstel voor een besluit van het algemeen bestuur, waarin het
                                publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de regeling aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het algemeen bestuur uit van een
                                vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de
                                verstrekte middelen. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf
                                een voorstel voor een besluit van het algemeen bestuur, waarin het
                                publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Besluiten van het algemeen bestuur met de motivering van het
                                publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als
                                sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van
                                middelen de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als de
                                wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het algemeen
                                bestuur indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste
                                van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de regeling
                                met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in
                                budget voor deze voorziening dan doet het dagelijks bestuur vooraf
                                aan de garantieverlening een voorstel aan het algemeen bestuur voor
                                een begrotingswijziging. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar en</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie voor de komende vier jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het dagelijks bestuur naast de verplichte onderdelen op grond van
                            artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten in ieder geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>de automatiseringskosten en</al></li><li nr="e."><al>de budgetten voor het algemeen bestuur, het programmabureau en
                                    de accountant.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                regeling als geheel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                kostencalculaties;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot
                                de productie van goederen en diensten en de maatschappelijke
                                effecten van het regionale beleid; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                wet- en regelgeving; en</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de
                                verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de organisatie van de regeling;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="f."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen van de
                                    regeling,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening, bedoeld in artikel 35 Wgr jo. artikel 213, derde lid,
                            onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten
                            en de balansmutaties, bedoeld in artikel 35 Wgr jo. artikel 213, derde
                            lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van
                            de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur
                            maatregelen tot herstel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>– Controle en accountant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Doelmatigheid en Doeltreffendheidscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur onderzoekt de doelmatigheid van (onderdelen
                                van) de organisatie-eenheden van de regeling en de uitvoering van
                                taken door de regeling. Iedere organisatie-eenheid en taak van de
                                regeling wordt minimaal eens in de vier kalenderjaren in zijn geheel
                                aan een dergelijke toets onderworpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het dagelijks
                                bestuur indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en
                                het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan het algemeen
                                bestuur aangeboden. Waar nodig neemt het algemeen bestuur op basis
                                van het plan van verbetering organisatorische maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><al>De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 35 Wgr
                            jo. artikel 213, lid 2, Gemeentewet van de regeling, wordt opgedragen
                            aan een door het algemeen bestuur te benoemen accountant.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Informatieverstrekking door dagelijks bestuur aan
                                accountant</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van
                                de jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                                regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat alle aan de
                                jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota's,
                                besluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen,
                                overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage
                                liggen en goed toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het dagelijks bestuur schriftelijk aan
                                de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                                oordeelsvorming van de accountant is verstrekt; het te hanteren
                                model wordt door de accountant verstrekt:.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur overlegt de gecontroleerde jaarrekening
                                tijdig, samen met de accountantsverklaring en het verslag van
                                bevindingen, aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                                behandeling van de jaarrekening in het algemeen bestuur beschikbaar
                                komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft,
                                wordt terstond door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur
                                en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen,
                                waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen,
                                brieven, computerbestanden en overige bescheiden waarvan hij inzage
                                voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het dagelijks bestuur
                                draagt er zorg voor, dat de accountant voor de uitvoering van zijn
                                controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle
                                kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers
                                van de regeling en indien van toepassing, van de
                                gastheergemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van de programmadirecteur mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor
                                de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het dagelijks
                                bestuur draagt er zorg voor, dat de programmadirecteur hieraan zijn
                                of haar medewerking verleent.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor, dat de programmadirecteur
                                is gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de
                                accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de
                                rechtmatige totstandkoming van baten, lasten en balansmutaties en
                                het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover
                                verstrekte informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die
                                leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de
                                rekening, meldt hij deze terstond schriftelijk aan het algemeen
                                bestuur en zendt een afschrift hiervan aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant brengt naar aanleiding van zijn tussentijdse controle
                                jaarlijks in managementletters verslag uit aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                                verzending aan het algemeen bestuur door de accountant aan het
                                dagelijks bestuur voorgelegd met de mogelijkheid voor het dagelijks
                                bestuur om op deze stukken te reageren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking na bekendmaking daarvan en
                                    per 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële Verordening
                                    Regio Hart van Brabant 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 10 december
                        2015,</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter, De programmamanager,</ondertekening><ondertekening>Mr. P.G.A. Noordanus S.P.F. Kapitein</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlagen:</titel></kop><lijst><li nr="-"><al>Afschrijvingsbeleid;</al></li><li nr="-"><al>overzicht verplichtingen en bevoegdheden van het dagelijks bestuur, die
                            voortvloeien uit de Financiële Verordening Regio Hart van Brabant 2015,
                            die bij AB-besluit van 10 december 2015 en met ingang van 1 januari 2016
                            worden overgedragen aan de bestuurscommissie jeugd, voor zover deze zien
                            op de deelbegroting jeugd.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting op de artikelen</tussenkop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al>Dit is de financieële verordening van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Hart
                    van Brabant. Vanuit de wens om het een en ander beleidsarm te realiseren zijn de
                    controleverordening (verplicht ingevolge artikel 35 Wgr jo. 213 Gemeentewet) en
                    de doelmatigheidsverordening (verplicht ingevolge artikel 35 Wgr jo. artikel
                    213a Gemeentewet) geïntegreerd in deze financiële verordening. Daarbij is ervoor
                    gekozen om gelet op het zeer beperkte karakter van de vereiste werkzaamheden van
                    de Regio geen (aparte) uitvoerige verordeningen op te stellen maar wel de
                    essentie van de verplichting op te nemen in de financiële verordening. Zo is aan
                    de doelmatigheidsverordening verplichting voldaan door een vormvrije
                    doelmatigheidsbeoordeling in artikel 17. Voor wat betreft de accountantscontrole
                    (artikelen 18 t/m 21) zijn, gelet op het belang van transparantie en de wens van
                    de deelnemende gemeenten om goed toezicht uit te kunnen oefenen, wel alle
                    bijzondere verplichtingen overgenomen uit de modelcontroleverordening, met dien
                    verstande dat de definities, inwerkingtreding en citeertitel uiteraard al werden
                    geregeld in de financiële verordening en dus niet zijn overgenomen.</al><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepaling</tussenkop><al>Voor de begrippen wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de begrippen in artikel
                    1 van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant. </al><al>De begrippen netto schuld en inkomsten zijn gedefinieerd. Hiervoor zijn de
                    definities gevolgd die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten toepast voor het
                    jaarlijkse overzicht met kengetallen over de financiële positie van
                    gemeenten.</al><al>Tot slot is het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om nadere invulling te
                    kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het
                    vaststellen van de hoogte van prijzen.</al><tussenkop>Artikel 2. Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop><al>In dit artikel zijn aanvullend op het Besluit begroting en verantwoording
                    provincies en gemeenten (het ‘BBV’) bepalingen opgenomen voor de inrichting van
                    de begroting. Het artikel schrijft een autorisatieniveau op het niveau van
                    programma’s voor en bevat de bepaling dat de lasten en baten onder de
                    programma’s in de begroting worden weergegeven. Door deze bepaling is het
                    bijvoegen van de productenraming bij de begroting en de productrealisatie bij
                    het jaarverslag niet meer nodig. </al><al>In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de
                    begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te
                    bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van
                    de investeringen wordt gegeven. In het derde lid wordt dit geregeld voor de
                    jaarrekening.</al><al>Het derde lid bepaalt dat in aanvulling op het bepaalde in het BBV de gevolgen
                    van de begroting en meerjarenraming voor de schuldpositie van de regeling
                    inzichtelijk worden gemaakt. </al><tussenkop>Artikel 3. Kaders begroting</tussenkop><al>Artikel 3 van de financiële verordening biedt de kaders voor het opstellen van
                    de begroting en de meerjarenagenda. Hierin staan een aantal uitgangspunten die
                    het dagelijks bestuur bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit
                    in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 35 Wgr jo. 189 en 193
                    Gemeentewet en het BBV. </al><tussenkop>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten </tussenkop><al>Artikel 4 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie
                    van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten.
                    Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma’s
                    (eerste lid). Naast lopende uitgaven doet de regeling investeringen. Ook
                    uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van
                    deze investeringskredieten is gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te
                    nemen (tweede lid). Wel kan het algemeen bestuur bij de begrotingsbehandeling
                    aangegeven welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te
                    autoriseren. Zo kan het algemeen bestuur de autorisatie van politiek belangrijke
                    investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het
                    investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op
                    de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar het algemeen bestuur autoriseert
                    de uitgaaf nog niet. Het dagelijks bestuur is nog niet bevoegd verplichtingen
                    voor de investering aan te gaan.</al><al>Het dagelijks bestuur dient dreigende significante overschrijdingen van
                    geautoriseerde lasten en investeringskredieten en dreigende significante
                    onderschrijdingen van geautoriseerde baten bij het bekend worden aan het
                    algemeen bestuur te melden, zodat het algemeen bestuur kan besluiten of het
                    budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld.</al><al>Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en bijstellingen
                    van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de
                    tussenrapportages (vierde lid). </al><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op
                    tafel die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. </al><tussenkop>Artikel 6. EMU-saldo</tussenkop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                    aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook
                    zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijke
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. </al><al>In het artikel is opgenomen dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur
                    informeert indien de deelnemende gemeenten een bericht hebben ontvangen met
                    betrekking tot een (dreigende) overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor
                    alle gemeenten. Als daarop actie nodig is van de regeling, doet het dagelijks
                    bestuur een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al><tussenkop>Artikel 7. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In artikel 35 Wgr jo. het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is
                    opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering
                    en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 7 invulling gegeven.
                    Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van
                    de materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar een bijlage. In
                    de bijlage zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor de
                    verschillende categorieën materiele vaste activa met economisch en
                    maatschappelijk nut opgenomen. Optioneel is het stellen van een maximale
                    afschrijvingstermijn. Van een maximale afschrijvingstermijn kan naar beneden
                    worden afgeweken. Reden hiervoor is dat de economische levensduur van
                    bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude riolering. Door het
                    opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een korte
                    afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een
                    aparte bepaling op te nemen.</al><al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan decentrale overheden voor het
                    zelf vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en
                    afschrijvingstermijnen. Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat de
                    regeling de afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moet
                    afstemmen op de verwachte levensduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het
                    getrouwe beeld van de jaarrekening aangetast. In de verordening is er voor
                    gekozen activa met maatschappelijk nut te activeren in plaats van deze meteen
                    ten laste van de exploitatie te brengen.</al><tussenkop>Artikel 9. Kostprijsberekening</tussenkop><al>Artikel 35 Wgr jo. Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b,
                    dat de verordening in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de
                    door het bestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 9 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de diensten die worden geleverd aan derden. Het
                    eerste lid van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit de directe
                    kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst samenhangen. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat in de kostprijs ook de kosten van de financiering
                    van materiele activa moet worden meegenomen in de vorm van een rente over het
                    eigen vermogen en over het vreemd vermogen. Kaders voor de kostprijzen staan
                    voor heffingen, rechten en leges in artikel 35 Wgr jo. artikel 229b Gemeentewet
                    en voor prijzen in de artikelen 25i, 25j en 25m van de Mededingingswet. </al><tussenkop>Artikel 10. Prijzen economische activiteiten</tussenkop><al>Als de regeling goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee
                    overheden in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een besluit
                    van het algemeen bestuur het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
                    Het besluit van het algemeen bestuur moet worden aangemerkt als een
                    concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden
                    bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                    huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden
                    kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een
                    bezwaarschrift indienen bij het algemeen bestuur. Voor het verplicht in rekening
                    brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen,
                    werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal
                    gelden een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid
                    opgesomd. </al><tussenkop>Artikel 11. Financieringsfunctie </tussenkop><al>Artikel 35 Wgr jo. Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële
                    verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren
                    richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 11 geeft
                    invulling aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het
                    financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de
                    financieringsfunctie staan in artikel 15.</al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                    daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal
                    aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële
                    derivaten.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert
                    als de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden.
                    Artikel 4 respectievelijk 6 van de Wet financiering decentrale overheden
                    (hierna: Wet Fido) geeft aan dat de toezichthouder (provincie) wordt
                    geïnformeerd als de regeling voor het derde achtereenvolgende kwartaal de
                    kasgeldlimiet respectievelijk renterisiconorm overschrijdt en dat de regeling
                    aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze limiet te komen. Dit
                    plan dient door de provincie goed gekeurd te worden. Indien hier niet aan wordt
                    voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen. </al><al>Overheden mogen alleen leningen en garanties verstrekkenen en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). </al><al>Het derde lid draagt het dagelijks bestuur op bij het verstrekken van leningen,
                    garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële
                    risico waaraan de regeling bloot komt te staan te verminderen.</al><al>Het vierde lid bepaalt dat voor het verlenen van garanties een voorziening wordt
                    gevormd voor het risico dat de regeling loopt. Daarmee komt de verlening van
                    garanties expliciet onder het budgetrecht van het algemeen bestuur te vallen en
                    is voor ook de verlening van garanties tegen marktconforme tarieven instemming
                    van het algemeen bestuur vereist.</al><tussenkop>Artikel 12. Financiering</tussenkop><al>Deze paragraaf is conform artikel 13 BBV. Het algemeen bestuur wordt ook
                    geïnformeerd over de opbouw van de korte en lange schuldpositie, de
                    liquiditeitsplanning en de rentevisie voor de komende jaren. </al><tussenkop>Artikel 13. Bedrijfsvoering</tussenkop><al>Deze paragraaf is conform artikel 14 BBV. Er is opgenomen dat het algemeen
                    bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering ook wordt geïnformeerd over de kosten,
                    de opbouw en het verloop van het personeelsbestand, de kosten inhuur derden, de
                    huisvestingskosten, de automatiseringskosten en de budgetten voor het algemeen
                    bestuur, het programmabureau en de accountant. </al><tussenkop>Artikel 14. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 14 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    administratie van de regeling. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen. </al><tussenkop>Artikel 15. Financiële organisatie</tussenkop><al>Artikel 15 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    dagelijks bestuur op hiervoor zorg te dragen. Het algemeen bestuur is op grond
                    van artikel 20 van de regeling bevoegd regels te stellen over de ambtelijke
                    organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de
                    financiële organisatie. </al><al>Artikel 15 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het dagelijks bestuur beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling
                    aan te geven ligt het voor de hand dat het dagelijkse bestuur een
                    organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststelt en dat het dagelijks bestuur
                    de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de
                    kostentoerekening vastlegt. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht
                    worden aan een inkoopreglement en ook aan inkoopvoorwaarden. </al><al>Bij het beleid en interne regels voor steunverlening en subsidieverstrekking
                    gaat het om procedures die naleving van de Europese staatssteunregels en regels
                    voor diensten van algemeen economisch belang, de Algemene wet bestuursrecht en
                    de algemene subsidieverordening waarborgen.</al><al>In geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het om bijvoorbeeld het
                    treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een
                    aanvrager van een subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt
                    aan rechthebbenden. </al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. </al><tussenkop>Artikel 16. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks of de rekening een getrouw beeld geeft van de
                    financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag
                    liggen rechtmatig zijn verlopen. Dit artikel draagt het dagelijks bestuur op
                    maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de regeling zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><tussenkop>Artikel 17 Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al>In artikel 17 wordt het dagelijks bestuur opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Hierbij wordt een
                    scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken
                    naar de doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten
                    eerste de organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de
                    organisatie-eenheden van de regeling. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    taken van de regeling. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van regionale beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht.</al><al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de regeling op doelmatigheid worden
                    onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van de regeling en elke
                    regionale taak minimaal eens in de vier jaar worden onderzocht. De onderzoeken
                    naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de programma's of
                    paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan gehele
                    begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen van de
                    begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><tussenkop>Artikel 18. Opdrachtverlening accountantscontrole</tussenkop><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het dagelijks bestuur verantwoording
                    afleggen aan het algemeen bestuur over het gevoerde bestuur door overlegging van
                    de jaarrekening en het jaarverslag (artikel 35 Wgr jo. artikel 197, lid 1, GW).
                    Voor het overleggen van deze stukken aan het algemeen bestuur moet de
                    jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd (artikel 35 Wgr jo.
                    artikel 197, lid 2 GW). De accountant controleert de jaarrekening in opdracht
                    van het algemeen bestuur. Het is dan ook het algemeen bestuur die de accountant
                    aanwijst (artikel 35 Wgr jo. artikel 213, lid 2 GW). Het algemeen bestuur is
                    echter niet het orgaan dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is
                    de voorzitter, die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant
                    op grond van artikel 10 van de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van
                    Brabant (en artikel 12 Wgr) ondertekent als vertegenwoordiger van de
                    regeling.</al><al>Een bevoegd accountant voor de controle van de jaarrekening is een
                    registeraccountant, een accountants-administratieconsulent met een aantekening
                    in het inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36, lid 3 Wet op de
                    Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie waarin voor de
                    accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken.</al><al>Artikel 18 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de jaarrekening. Voor de accountantscontrole geldt het
                    "Besluit accountantscontrole decentrale overheden" dat krachtens artikel 35 Wgr
                    jo. artikel 213, lid 6 Gemeentewet door de minister is vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 19. Informatieverstrekking door dagelijks bestuur</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                    jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van het algemeen bestuur is het
                    dagelijks bestuur ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door
                    het algemeen bestuur geëiste deelverantwoordingen. Dit artikel regelt de
                    verplichtingen van het dagelijks bestuur voor de verstrekking van de
                    achterliggende informatie aan de accountant.</al><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                    achterliggende documenten. Het tweede lid draagt aan het dagelijks bestuur op
                    deze achterliggende documenten goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                    beschikbaar te stellen.</al><al>Het derde lid verplicht het dagelijks bestuur een verklaring af te geven aan de
                    accountant, waarin het dagelijks bestuur verklaart geen informatie die van
                    belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De
                    verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het
                    geen wettelijke verplichting is, dat het dagelijks bestuur een dergelijke
                    verklaring verstrekt, bepaalt deze verordening om dit wel te doen.</al><al>In het vierde lid wordt vastgelegd dat het dagelijks bestuur tijdig voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan het algemeen bestuur
                    zorgt.</al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan het algemeen bestuur. Artikel 35 Wgr jo. artikel 197, lid 2
                    Gemeentewet bepaalt echter dat het dagelijks bestuur bij de overlegging van de
                    jaarrekening en het jaarverslag aan het algemeen bestuur daarbij moet toevoegen
                    de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, De Wet schrijft hier
                    een facilitaire dienst aan het dagelijks bestuur voor.</al><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het dagelijks bestuur alle informatie die
                    van invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door het
                    algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur bekend is geworden, terstond te
                    melden aan het algemeen bestuur en de accountant. </al><tussenkop>Artikel 20. Toegang tot informatie</tussenkop><al>Om een goede controle uit te voeren moet de accountant onbelemmerd onderzoek
                    kunnen doen. Dit artikel kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen
                    toe aan de accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met het
                    algemeen bestuur. Het artikel legt aan het dagelijks bestuur de zorgplicht op om
                    er voor te zorgen, dat de accountant een onbelemmerde toegang heeft tot alle
                    burelen van de regeling en de programmamanager van de regeling volledig meewerkt
                    aan de accountants controle. Indien dit noodzakelijk is voor een goede controle
                    moet de accountant dus inzage kunnen hebben in alle stukken, inclusief
                    vertrouwelijke stukken als daar aanleiding voor is.</al><tussenkop>Artikel 21. Rapportage</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 35 Wgr jo. artikel 213 Gemeentewet regelt de
                    rapportering en de inhoud daarvan van de accountant aan het algemeen bestuur en
                    het dagelijks bestuur.</al><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant
                    meestal meerdere controles. Dit kunnen door het algemeen bestuur in het
                    programma van eisen van de aanbesteding geëiste tussentijdse controles
                    (interim-controles) zijn. Het eerste lid regelt, dat het dagelijks bestuur in
                    elk geval bij geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het
                    niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift
                    krijgt van de schriftelijke mededeling hierover aan het algemeen bestuur. Dit
                    opdat het dagelijks bestuur (in overleg met het algemeen bestuur en de
                    accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan treffen.</al><al>Het tweede lid regelt, dat het dagelijks bestuur een rapportage krijgt van de
                    door de accountant uitgevoerde (deel-)controles. In deze rapportage worden
                    kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven van
                    een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
                    dagelijks bestuur meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met de programmamanager dienst
                    kunnen worden opgelost.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage: Afschrijvingsbeleid</titel></kop><al>Het activabeleid wordt voor een belangrijk gedeelte bepaald door wettelijke
                    voorschriften.</al><al>Eigen beleid hierin is daardoor beperkt en heeft met name betrekking op wijze en
                    duur van afschrijven. Als het gaat om de (eigen) beleidskaders dan zijn deze
                    vastgelegd in de financiële verordening ex artikel 35 Wet gemeenschappelijke
                    regelingen in samenhang met artikel 212 van de Gemeentewet. In deze verordening
                    is opgenomen:</al><tussenkop>‘Artikel 7. Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut
                                worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. </cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek
                                en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij
                                deze verordening. </cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                laste van de exploitatie gebracht.</cursief><cursief>’</cursief></al></li></lijst><tussenkop>Afschrijven en waarderen</tussenkop><al>Voor alle activa geldt in principe dat sprake is van afschrijving of aflossing.
                    Voor bepaalde onderdelen gelden wettelijke termijnen en is het mogelijk de
                    afschrijving op nihil te stellen omdat er geen sprake is van een duurzame
                    waardevermindering. Dat is ook de reden waarom op grond niet afgeschreven
                    wordt.</al><al>1.<onderstreept>Definities afschrijven / waarderen</onderstreept></al><al>Afschrijvingen/afschrijvingslasten kunnen als volgt worden gedefinieerd:</al><tussenkop>‘Afschrijvingslasten zijn de periodiek te boeken lasten die verband
                    houden met de waardevermindering van de duurzame middelen. Afschrijvingen zijn
                    geen uitgaven maar wel kosten en drukken om die reden wel op de exploitatie maar
                    niet op de liquiditeit.’</tussenkop><al>Voor waarderen geldt:</al><tussenkop>‘Waarderen is het vaststellen van de waarde waarvoor een actief op de
                    balans wordt opgenomen; daarbij geldt:</tussenkop><lijst><li nr="-"><al><cursief>de waardering van de vaste activa op de balans is: waardering =
                                aanschafprijs afschrijvingen;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>deelnemingen worden tegen de verkrijgingsprijs of lagere
                                marktwaarde gewaardeerd;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden
                                onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking
                                genomen;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>een actief wat buiten gebruik wordt genomen wordt afgewaardeerd
                                op het moment van buitengebruikstelling indien de restwaarde lager
                                is dan de boekwaarde.’</cursief></al></li><li nr="a."><al><onderstreept>Welke factoren bepalen de afschrijving</onderstreept></al></li></lijst><al>De hoogte van de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald door de volgende
                    factoren:</al><lijst><li nr="-"><al>wettelijke voorschriften indien specifiek aangegeven, in alle andere
                            gevallen:</al></li><li nr="-"><al>de aanschafprijs;</al></li><li nr="-"><al>de verwachte gebruiksduur;</al></li><li nr="-"><al>de verwachte restwaarde;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingsmethode.</al></li></lijst><al>De aanschafprijs is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De
                    verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De
                    vervaardigingsprijs bestaat uit materiaal en arbeidskosten, welke rechtstreeks
                    aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, eventueel verhoogd met indirecte
                    productiekosten en de rente tot het tijdstip van ingebruikname; in dat geval
                    vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.</al><al>De verwachte gebruiksduur zal steeds gebaseerd zijn op een schatting en veelal
                    zijn ervaringsgegevens daarbij een nuttig hulpmiddel. De verwachte restwaarde is
                    eveneens een schatting en wordt vaak voor elementen welke onderhevig zijn aan
                    waardevermindering als nihil aangemerkt. In het geval van opstallen wordt de
                    waarde van het bebouwde gedeelte wel in de berekening betrokken, terwijl de
                    ondergrond buiten beschouwing blijft. Op de afschrijvingsmethode wordt in de
                    volgende paragraaf ingegaan.</al><al>Tenslotte dienen afschrijvingen te geschieden onafhankelijk van het
                    bedrijfsresultaat in een bepaald boekjaar.</al><al>2.<onderstreept>De afschrijvingsmethode</onderstreept></al><al>De afschrijvingsmethode is sterk medebepalend voor de afschrijvingscomponent van
                    de kapitaallasten. We onderscheiden de volgende meest gebruikte methoden:</al><lijst><li nr="-"><al>lineair: de afschrijving blijft gedurende de looptijd constant, de
                            jaarlijkse kapitaallasten dalen door afname van de rentecomponent.</al></li><li nr="-"><al>annuïteit: de afschrijving stijgt jaarlijks, de jaarlijkse
                            kapitaallasten blijven constant omdat de stijging van de afschrijving
                            wordt gelijkgesteld aan de afname van de rentecomponent.</al></li><li nr="-"><al>degressief: de afschrijving en rente nemen gedurende de looptijd
                            af.</al></li></lijst><al>Een slechts zelden voorkomende methode van afschrijven is de
                    productie-afhankelijke methode. De werkelijk gebruikte capaciteit versus de
                    totaal mogelijke capaciteit bepaalt daarbij het afschrijvingstempo. Bij de keuze
                    tussen de diverse afschrijvingsmethoden moet rekening worden gehouden met het
                    aanmerkelijke verschil in waardedaling aan het begin van de looptijd. Deze
                    daling dient te passen bij het karakter van de investering (bijvoorbeeld bij
                    snelle technologische ontwikkelingen).</al><al>Bestaand beleid is om lineair af te schrijven en slechts in incidentele gevallen
                    is een afwijkende afschrijving toegestaan, vaak omdat wet- of regelgeving dit
                    voorschrijft of om fluctuaties te voorkomen bij tarieven etc. Afwijken van het
                    bestaand beleid, dus lineair afschrijven, zal pas mogelijk zijn nadat het
                    algemeen bestuur daar expliciet mee ingestemd heeft.</al><al>3.<onderstreept>De grondslag voor berekening van de
                    afschrijving</onderstreept></al><al>De aanschafprijs vormt de basis voor de berekening van de jaarlijkse
                    afschrijvingen. Indien de basis op enigerlei wijze wordt beïnvloed heeft dit
                    uiteraard effect op de afschrijving en daarmee op de kostprijs van het product
                    ten laste waarvan de kapitaallasten worden verantwoord. Direct volledig
                    afschrijven van een investering leidt tot een onjuiste weergave van de
                    boekwaarde (balanswaardering) en een vertekend beeld in de opbouw van de
                    kostprijs van het product. De bruto verantwoordings-methode verdient uit
                    bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur. Daarbij wordt een evenwichtige opbouw
                    van het kostenpatroon gerealiseerd. Dat is niet alleen noodzakelijk voor de
                    besluitvorming bij vervanging, maar ook voor onderbouwing van de doorberekenbare
                    kosten voor zover het producten betreft welke door middel van leges en heffingen
                    worden doorberekend. De verwerking van bijdragen uit reserves en van derden is
                    een technisch-administratief probleem en geen waarderingselement.</al><al>Voor de beoordeling van de hoogte van de tarieven van leges en heffingen in
                    relatie tot de kosten die de gemeenschappelijke regeling moet maken is het dus
                    zaak om de kostenopbouw volgens bedrijfseconomische grondslagen te verwerken en
                    reële bruto kosten toe te rekenen. Vervanging van een kapitaalgoed leidt op die
                    manier ook niet tot een schoksgewijze verhoging van tarieven.</al><al>Bijdragen uit reserves (eigen vermogen) of investeringsbijdragen van derden
                    (vreemd vermogen), kunnen worden gezien als bijdrage in de financiering van een
                    actief. Ze worden toegerekend aan de jaren waarin de besteding geacht wordt een
                    nuttig effect op te leveren.</al><al>Een expliciet wettelijk voorschrift is er niet, maar gewezen wordt op hetgeen in
                    artikel 48 lid 4c van de comptabiliteitsvoorschriften 1995 omtrent
                    investeringsbijdragen is opgenomen:</al><tussenkop>'Tot de bestemmingsreserves worden ook gerekend de egalisatierekeningen
                    voor investeringsbijdragen die zijn bedoeld om ontvangen investeringsbijdragen
                    gedurende de gebruiksduur van het investeringsgoed in jaarlijkse termijnen ten
                    gunste van de rekening van baten en lasten te laten komen'.</tussenkop><al>De in dit artikel genoemde bestemmingsreserves zijn echter bedrijfseconomisch
                    gezien zelfs geen reserves en daarmee geen eigen vermogen! Het is wel toegestaan
                    om ontvangen vergoedingen van derden te verrekenen, in zoverre er een directe
                    relatie is tussen de vergoeding en het activum.</al><al>Het BBV verbiedt het in mindering brengen van bijdragen uit reserves op de
                    investering en schrijft bruto verantwoording voor. In mindering brengen van
                    investeringsbijdragen van derden blijft toegestaan maar bij de
                    gemeenschappelijke regeling verdient het de voorkeur: behandeling als ware het
                    een bijdrage uit de reserve (kostprijs product). De kapitaallasten worden
                    berekend over het volledige investeringsbedrag en de bijdrage uit reserve of van
                    derden als een bijdrage in de exploitatiekosten (kapitaalbaten).</al><al>4.<onderstreept>Bijzondere activa en voorschriften</onderstreept></al><al>Een steeds vaker voorkomende vorm van 'eigendom' is het leasen van goederen.
                    Leasen is geen wettelijk omschreven begrip. Vele leasecontracten zijn juridische
                    huurcontracten. Leasecontracten in de vorm van huurkoop of die naar strekking
                    huurkoop zijn, komen eveneens voor. </al><al>De volgende twee vormen worden onderscheiden:</al><al><cursief>Financiële lease</cursief>: de juridische eigendom van het betreffende
                    actief blijft bij de geldgever/financier terwijl het economisch eigendom en
                    daarmee het risico bij de geldnemer ligt.</al><al><cursief>Operationele lease</cursief>: heeft betrekking op het ter beschikking
                    stellen van een actief, meer in de vorm van huur. De voor- en nadelen van de
                    eigendom komen geheel of nagenoeg geheel voor rekening van de geldgever.</al><al>Ten aanzien van de balanswaardering en afschrijving geldt:</al><lijst><li nr="-"><al>Indien uit het geheel van contractvoorwaarden blijkt dat sprake is van
                            financiële lease, dient het gehuurde te worden geactiveerd. In de
                            toelichting wordt aangegeven dat er wel sprake is van economisch, maar
                            niet van juridisch eigendom;</al></li><li nr="-"><al>In de praktische uitvoering betekent dit dat de som van de gedurende de
                            resterende looptijd jaarlijks te betalen lease-termijnen als schuld
                            wordt opgenomen tegenover de activa-post. Op de vaste activa die
                            geleased zijn wordt volgens de normale regels afgeschreven.</al></li></lijst><al>Operationele lease geeft nooit aanleiding tot activering. Wel zal daarvan in de
                    toelichting melding moeten worden gemaakt in verband met het veelal langdurige
                    karakter van de aangegane verplichtingen.</al><al>5.<onderstreept>Afwijkingen</onderstreept></al><al>Er kunnen omstandigheden dwingen tot afwijkingen in het te voeren
                    afschrijvingsbeleid. Dit kan bij:</al><lijst><li nr="-"><al>projectfinanciering met een specifieke objectgebonden
                            financieringsconstructie, veelal in combinatie met een specifieke rente;
                            dit is alleen toegestaan na een expliciet besluit van het algemeen
                            bestuur;</al></li><li nr="-"><al>het synchroon laten lopen van kapitaallasten met dekkingsmiddelen,
                            rijksvoorschriften en/of ter voorkoming van schoksgewijze
                            tariefsverhogingen, bijvoorbeeld huur en andere tarieven;</al></li><li nr="-"><al>extra-afschrijvingen door bijzondere waardeverminderingen, waardoor de
                            lopende afschrijvingen aangepast worden aan de eerder gestelde regels
                            voor de berekeningen.</al></li></lijst><al>Indien het voornemen bestaat om af te wijken van de concern richtlijnen zoals
                    opgenomen in de beleidskaders moet dit vooraf aan het dagelijks bestuur
                    voorgelegd worden en vervolgens wordt dit op de gebruikelijke wijze, daarna aan
                    het algemeen bestuur medegedeeld. Uiteraard blijft dan de mogelijkheid aanwezig
                    dat het algemeen bestuur (achteraf) deze besluitvorming alsnog terugdraait om
                    haar moverende redenen. Voor de formulering wordt aangehaakt bij de bestaande
                    terminologie bij aanbestedingen: <cursief>Het dagelijks bestuur besluit, anders
                        dan de gebruikelijke afschrijvingsmethode/termijn, tot
                        afschrijving</cursief><cursief> … </cursief></al><tussenkop>Samenvattend voor afschrijven en waarderen.</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Bedrijfsmiddelen met een relatief geringe aanschafprijs tot € 5.000,-
                            mogen om praktische redenen direct in het jaar van aanschaf ten laste
                            van het resultaat worden gebracht; registratie vindt wel plaats in
                            verband met overige verplichtingen (verzekering etc.);</al></li><li nr="-"><al>Op investeringen in (onder)grond wordt de afschrijving op nihil
                            gesteld;</al></li><li nr="-"><al>Als afschrijvingsmethode wordt gekozen voor de lineaire
                            afschrijvingsberekening; een uitzondering wordt gemaakt voor onderdelen
                            waarbij door derden een andere methode van afschrijven voorgeschreven is
                            (bijv. rijksvoorschriften) of productfinanciering die een andere methode
                            vereist in verband met tariefberekeningen; specifieke
                            projectfinanciering kan slechts nadat dit aan het algemeen bestuur is
                            voorgelegd;</al></li><li nr="-"><al>Overeenkomsten waarbij duidelijk sprake is van financiële lease worden
                            geactiveerd en de afschrijving wordt overeenkomstig de gebruikelijke
                            regels vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>De afschrijving (en rente) wordt berekend vanaf het tijdstip van
                            ingebruikname van het goed; daar waar geen sprake is van een echte
                            ingebruiknamedatum wordt voor investeringen in de eerste helft van het
                            jaar 1/7 als datum aangehouden en voor investeringen in de tweede helft
                            van 31-12; in voorkomende gevallen kan van een gemiddelde
                            ingebruiknamedatum worden uitgegaan.</al></li><li nr="-"><al>Als afschrijvingsduur gelden de in de afzonderlijke bijlage opgenomen
                            termijnen.</al></li><li nr="-"><al>Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat
                            van het begrotingsjaar in aanmerking genomen;</al></li><li nr="-"><al>Als het voornemen bestaat om af te wijken van de concernrichtlijnen
                            (termijnen en methode van afschrijving) moet dit vooraf aan het
                            dagelijks bestuur voorgelegd worden; ontwerpbesluit formuleren als: Het
                            dagelijks bestuur besluit, anders dan de gebruikelijke
                            afschrijvingsmethode/termijn, tot afschrijving</al></li><li nr="-"><al>Bijdragen uit reserves worden niet meer in mindering gebracht op
                            investeringen; men spreekt in dit verband van de bruto-verantwoording;
                            een eventuele bijdrage uit een reserve wordt afzonderlijk verantwoord;
                            jaarlijks wordt van deze reserve een gedeelte ten gunste van de
                            exploitatie gebracht;</al></li><li nr="-"><al>Bij voorkeur worden investeringen met een meerjarig maatschappelijk,
                            maar geen economisch nut, niet geactiveerd omdat ze geen middelen
                            genereren en/of niet verkoopbaar zijn;</al></li><li nr="-"><al>De in de huidige systematiek in de begroting opgenomen jaarlijkse
                            (instandhoudings)-investeringen welke betrekking hebben op groot
                            onderhoud en renovatie van kapitaalgoederen blijft gehandhaafd voor de
                            bestaande onderdelen; voor nieuwe onderdelen wordt deze methode niet
                            meer toegepast.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage afschrijvingstabel per 1/1/2012</titel></kop><al>In deze tabel zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen naar soort van
                    investering. </al><al> Jaren</al><lijst><li nr="1."><al>Immateriële activa</al><al> Maximale termijn volgens BBV: 5 </al></li><li nr="1."><al>1 Productontwikkeling 5</al></li><li nr="1."><al>2 Investeringsbijdragen *</al></li></lijst><al>* de termijn dient in overeenstemming te zijn met de levensduur van de tot stand
                    gebrachte reserve. </al><lijst><li nr="2."><al>Materiële activa</al><al> Maximale termijn: niet wettelijk vastgesteld. </al></li><li nr="2."><al>1 Infrastructurele voorzieningen</al></li></lijst><al>2.1.1 Grond-, en sloopwerken 30</al><al>2.1.2 Rioleringen 30 </al><al>2.1.3 Binnenhavens 30</al><al>2.1.4 Wegen, straten en pleinen asfaltverharding 20</al><al> waarvan voor ZOAB en geluidsreducerende deklagen 7</al><al> betonverharding 30</al><al> open verharding 20</al><al>2.1.5 Openbare verlichting mastmateriaal 30</al><al> armaturen 15</al><al>2.1.6 Installaties mbt verkeerbeheersing en verkeersregeltechniek 10</al><al>2.1.7 Openbaar Groen 20</al><al>2.1.8 Parkeren parkeergarages 40 </al><al> open parkeerterrein 20</al><al> meters en automaten 10 </al><al>2.1.9 Monumenten 30</al><al>2.1.10 Begraafplaatsen 30</al><al>2.1.11 Woonwagenlocaties 25</al><lijst><li nr="3."><al>Bedrijfsmiddelen, algemeen</al><al> Maximale termijn: niet wettelijk vastgesteld </al></li><li nr="3."><al>1 Gebouwen ondergrond geen afschrijving</al><al> opstal 40 </al><al> semi-permanent 20</al></li><li nr="3."><al>2 Verbouwingen en technische installaties 10</al></li><li nr="3."><al>3 Machines 10</al></li><li nr="3."><al>4 Vaste inrichting/stoffering 10</al></li><li nr="3."><al>5 Meubilair inventaris 10</al></li><li nr="3."><al>6 Huisdrukkerij snij-/bindmachines 15</al><al> druk-offsetpersen 10</al><al> lichtdruk-/kopieermachines 5</al><al> fotografische zetapparatuur 3</al><al> dtp-voorzieningen 3</al></li><li nr="3."><al>7 Computerapparatuur software primair 5</al><al> software algemeen (pc) 4</al><al> NT-servers 4</al><al> Overige servers 5</al><al> PC’s 3,5</al><al> Kasregisters 4</al><al> Foto-videoapparatuur 4</al></li><li nr="3."><al>8 Vervoermiddelen auto’s 5</al><al> aanhangwagens 5</al><al> tractoren 5 </al></li><li nr="3."><al>9 Gereedschappen algemeen 5</al><al> verbindingsmiddelen 5</al><al> maaimachines 5</al></li><li nr="4."><al>1 Stemmachines 10</al></li><li nr="4."><al>2 BAT-Electrowagens wagens 12</al><al> batterijen 6</al></li><li nr="4."><al>3 BAT-Huisvuilauto’s 10</al></li><li nr="4."><al>4 BAT-Overig rollend materieel reiniging 10</al></li><li nr="4."><al>5 BAT-containers 12</al></li><li nr="4."><al>6 Aanleg Sportterreinen 25</al><al> Kunstgrasvelden bovenlaag 10</al><al> Kunstgrasvelden onderlaag 30 </al></li><li nr="4."><al>7 Buitenreclame-abri’s 5</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage: Overzicht verplichtingen en bevoegdheden van het dagelijks
                        bestuur, die voortvloeien uit de Financiële Verordening Regio Hart van
                        Brabant 2015 (‘FV 2015’), die bij AB-besluit van 10 december 2015 en met
                        ingang van 1 januari 2016 worden overgedragen aan de bestuurscommissie
                        jeugd, voor zover deze zien op de deelbegroting jeugd.</titel></kop><tussenkop><vet>Verplichtingen </vet></tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Het (laten) opstellen van de door het AB vast te stellen concept
                            financiële stukken (artikel 3 en 19 FV 2015, waaronder begrepen de
                            begroting en jaarrekening voor zover deze zien op de deelbegroting
                            jeugd;</al></li><li nr="-"><al>Zorg dragen voor dat de programmadirecteur alle noodzakelijk informatie
                            verstrekt aan de accountant (artikel 20, lid 3, FV 2015); </al></li></lijst><tussenkop>Informatieverstrekking aan het AB</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Informeren van het AB als verwacht wordt dat de lasten de geautoriseerde
                            lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde
                            investeringskredieten significant dreigen te overschrijden of de baten
                            de geautoriseerde baten significant dreigen te onderschrijden (artikel
                            4, lid 3, FV 2015);</al></li><li nr="-"><al>Informeren van het AB over de tussentijdse realisatie van de begroting
                            van de Regio door middel van een rapportage op uiterlijk 15 juli van elk
                            jaar (artikel 5 FV 2015);</al></li><li nr="-"><al>Informeren van het AB als het Rijk de deelnemende gemeenten heeft
                            bericht dat het EMU-tekort zal worden overschreden (artikel 6 FV
                            2015);</al></li><li nr="-"><al>Informeren van het AB als de wettelijke kasgeldlimiet of de wettelijke
                            renterisiconorm dreigt te worden overschreden (artikel 11, lid 1, FV
                            2015);</al></li><li nr="-"><al>Informeren van het AB over informatie die bekend is geworden na afgifte
                            van de accountantsverklaring maar voor de behandeling van de
                            jaarrekening in het AB voor zover die informatie relevant is voor het
                            beeld van de jaarrekening (artikel 19, lid 5, FV 2015); </al></li></lijst><tussenkop>Bevoegdheden</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Het doen van voorstellen aan het AB voor het wijzigen van de
                            geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen
                            van het beleid (artikel 4, lid 4, FV 2015);</al></li><li nr="-"><al>Het doen van voorstellen voor wijzigingen in de begroting in verband met
                            een dreigende overschrijding van het EMU-tekort (artikel 6 FV
                            2015);</al></li><li nr="-"><al>Het doen van voorstellen voor het bij besluit van het AB afwijken van
                            het uitgangspunt dat voor diensten verricht voor derden door de Regio
                            ten minste de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht (artikel 10
                            FV 2015);</al></li><li nr="-"><al>Het doen van voorstellen aan het AB om de begroting te wijzigen in
                            verband met een niet voorziene verstrekking van een garantie (artikel
                            11, lid 4, FV 2015);</al></li><li nr="-"><al>Het mogen reageren op de concept accountantsverklaring (artikel 21, lid
                            3, FV 2015).</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>