<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392291_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afschrijvings- en activeringsbeleid 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Drents Overijsselse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Drents Overijsselse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2016-146.html">Elektronisch Waterschapsblad, 11-01-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afschrijvings- en activeringsbeleid 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 1.3 bevat een hardheidsclausule.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afschrijvings- en activeringsbeleid 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Afschrijvings- en activeringsbeleid 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>ALGEMEEN </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>1.1</nr><titel>Kaders</titel></kop><al>Aan deze nota liggen ten grondslag</al><lijst><li nr="•"><al>De voorschriften rond waardering, activering en afschrijvingen
                                    die zijn vastgelegd in het besluit beleidsvoorbereiding en
                                    verantwoording waterschappen (BBVW).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>1.2</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><al>Het nieuwe beleid omtrent waardering, activering en afschrijvingen
                            treedt in werking op 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>1.3</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In niet voorziene situaties of bij substantiële financiële tegenslagen
                            kan op incidentele basis afgeweken worden van de richtlijnen in deze
                            nota. Het voorstel tot afwijking wordt voorzien van argumenten en wordt
                            vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>ACTIVERING EN WAARDERING</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>Activering</titel></kop><al>De verslaggevingsvoorschriften gaan uit van het principe dat uitgaven
                            voor zaken die een meerjarig nut hebben, worden geactiveerd. Dit heeft
                            tot gevolg dat de betreffende uitgaven als vaste activa op de balans
                            worden gebracht en niet in totaliteit als kosten in de
                            exploitatierekening worden verantwoord. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.2</nr><titel>Waardering</titel></kop><al>Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
                            Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of
                            vervaardigingsprijs, verminderd met subsidies/bijdragen van derden en
                            met de gecumuleerde afschrijvingen.</al><al/><al>De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De
                            vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond-
                            en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de
                            vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs wordt
                            de rente, over het tijdvak waarin vervaardiging van het actief
                            plaatsvindt, opgenomen.</al><al/><al>Voorraden worden, om redenen van administratieve eenvoud, niet op de
                            balans gewaardeerd; met uitzondering van strategische grondposities.
                            Deelnemingen worden wel op de balans gewaardeerd; dit gebeurt tegen
                            marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of
                            vervaardigingsprijs.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3</nr><titel>Bijdragen van eigen personeel en bouwrente</titel></kop><al>In beginsel worden ook de bijdragen van eigen personeel aan
                            investeringen en rente over investeringsprojecten geactiveerd.</al><al/><al><cursief>Bijdragen eigen personeel</cursief></al><al>De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij het activeren van
                            bijdragen eigen personeel:</al><lijst><li nr="1."><al>In principe worden uitsluitend de uren van afdelingen die direct
                                    bijdragen aan de realisatie van de taken geactiveerd (primaire
                                    afdelingen); tenzij uren van ondersteunende afdelingen in
                                    aanmerking komen voor subsidiering door derden. </al></li><li nr="2."><al>Kosten van de uren van eigen personeel worden uitsluitend
                                    geactiveerd, wanneer deze via het tijdverantwoordingsysteem aan
                                    de investeringen worden toegerekend.</al></li><li nr="3."><al>Kosten voor aansturing van (direct) bij projecten betrokken
                                    medewerkers worden niet geactiveerd.</al></li><li nr="4."><al>Toerekening van kosten uit hoofde van eigen personeel vindt
                                    plaats op basis van in de begroting vastgelegde
                                    (voorcalculatorische) uurtarieven. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Bouwrente</cursief></al><al>De bouwrente van lopende investeringsprojecten wordt aan deze projecten
                            toegerekend. Bij de raming van het investeringsbedrag van een project
                            wordt rekening gehouden met een percentage aan bouwrente, waarbij een
                            inschatting wordt gemaakt van de doorlooptijd van het project en de
                            bedragen van de investeringen per jaar. De op begrotingsbasis
                            toegerekende rente wordt geijkt op basis van de op het moment van
                            begroten actuele meerjarige renteverwachting. </al><al>Toerekening van rente geschiedt op jaarbasis, waarbij de stand van de
                            onderhanden activa per 1 januari en de stand per 31 december als
                            uitgangspunt voor de berekening worden gehanteerd. Bij een aanschaf
                            ineens, die als investering wordt aangemerkt, wordt geen bouwrente
                            toegerekend. Bouwrente wordt aan lopende investeringen toegerekend op
                            basis van in de begroting vastgelegde (voorcalculatorische) tarieven.
                        </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.4</nr><titel>Ondergrens activering</titel></kop><al>Alle waterschappen in Nederland zijn vrij om een grens te bepalen
                            waarboven uitgaven moeten worden geactiveerd. Deze ondergrens is
                            vastgesteld op € 50.000. Investeringen met een verkrijgingprijs lager
                            dan dit bedrag worden niet geactiveerd, tenzij op voorhand een bedrag
                            van ten minste € 50.000 was geraamd voor de betreffende
                            investering.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.5</nr><titel>Afbakening investering, leeftijdsvervanging, groot onderhoud en
                                onderhoud</titel></kop><al>De hoofdregel uit de verslaggevingvoorschriften is dat uitgaven voor
                            zaken die langer dan een jaar ten dienste van het waterschap staan,
                            worden gezien als investering en worden geactiveerd.</al><al/><al>De uitgaven voor ‘levensduur verlengend groot onderhoud’ dienen bij
                            voorkeur ten laste van de exploitatie worden gebracht maar mogen ook
                            worden geactiveerd. Dit gebeurt dan ook uitsluitend wanneer groot
                            onderhoud een substituut vormt voor “leeftijdsvervanging”. Er is sprake
                            van ‘levensduur verlengend groot onderhoud’ wanneer de verwachte
                            gebruiksduur van een activum verlengd wordt met minimaal 5 jaren.</al><al/><al>Leeftijdsvervanging wordt gezien als een alternatief voor groot
                            onderhoud, waarbij boekwaarden van bestaande activa worden afgeboekt en
                            nieuwe activa worden opgevoerd (desinvesteringen). Er wordt middels
                            leeftijdsvervanging geen functionaliteit of capaciteit aan een bestaand
                            actief toegevoegd. De vervanging vindt plaats uit hoofde van de wens tot
                            continuering van bestaande processen. </al><al/><al>Onderhoud is er op gericht om een activum in goede staat te houden en er
                            voor te zorgen dat dit gedurende zijn gebruiksduur goed blijft
                            functioneren. De kosten van dit onderhoud worden in de
                            exploitatierekening verantwoord. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>AFSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Afschrijvingsmethode</titel></kop><al>Vaste activa met een beperkte economische levensduur moeten jaarlijks
                            worden afgeschreven en de jaarlijkse afschrijving representeert de
                            waardevermindering in dat jaar. De afschrijvingen zijn gebaseerd op de
                            lineaire afschrijvingsmethode. </al><al/><al>Er wordt afgeschreven met inachtneming van de verwachte (economisch
                            rendabele) gebruiksduur; waarbij de mogelijke restwaarde van activa niet
                            in beschouwing wordt genomen. Investeringen worden na ingebruikname van
                            het project geactiveerd; dan wel na het in eigendom verkrijgen van het
                            activum. Deelactiveringen van individuele investeringen zijn niet
                            toegestaan; met uitzondering van voorbereidingskosten en budgetten
                            bestemd voor nazorg alsmede restpunten. </al><al/><al>Het activeren van groot onderhoud en leeftijdsvervanging wordt toegepast
                            volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat uitgaven die telkens
                            na een langere gebruiksperiode plaatsvinden ineens bij aanvang van het
                            gebruik van het actief als afzonderlijk samenstellend deel van het
                            betreffende actief voor het volledige bedrag worden geïdentificeerd. De
                            desbetreffende component van het actief wordt dan afgeschreven tot aan
                            het moment van uitvoering van groot onderhoud of levens-vervanging. De
                            kosten worden opnieuw geactiveerd, waarna deze afzonderlijke component
                            opnieuw op dezelfde wijze wordt afgeschreven.</al><al/><al>De afschrijving vindt plaats vanaf het volgende jaar na het moment van
                            activering; tenzij deze bepaling de zuivere lastentoerekening sterk
                            beïnvloed. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Afschrijvingstermijnen</titel></kop><al>De afschrijvingstermijnen moeten worden gebaseerd op de verwachte
                            gebruiksduur van het actief.</al><al/><al><cursief>Immateriële vaste activa</cursief></al><al>De volgende afschrijvingstermijnen worden voor de immateriële vaste
                            activa gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al>Bijdragen aan investeringen van derden of activa in eigendom van
                                    derden worden afgeschreven conform het aantal jaren dat de
                                    betreffende activa naar verwachting door de derde zal worden
                                    geëxploiteerd. Indien deze termijn niet bekend is of in hoge
                                    mate onzeker is, wordt een termijn van 5 jaren gehanteerd.</al></li><li nr="-"><al>Geactiveerde bijdrage aan het Rijk en geactiveerde bijdragen aan
                                    openbare lichamen worden afgeschreven in 5 jaar. </al></li><li nr="-"><al>Overige immateriële vaste activa worden in 5 jaar lineair
                                    afgeschreven met uitzondering van de kosten voor verkiezingen
                                    welke in 4 jaar worden afgeschreven.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Voorbereidingskosten</cursief></al><al>Voor voorbereidingskosten is bepaald dat deze worden afgeschreven in
                            dezelfde termijnen als ook het project, waartoe ze behoren, worden
                            afgeschreven. Wanneer een project een lange voorbereidingstijd kent dan
                            wordt het verstandig geacht om op voorhand wel al te starten met de
                            afschrijving op deze kosten gedurende de termijn dat ook het project
                            wordt afgeschreven. Wanneer later blijkt dat een project om wat voor
                            redenen ook niet doorgaat, zal de boekwaarde van dat moment in één keer
                            wordenafgeboekt ten laste van het resultaat van het betreffende
                            jaar.</al><al/><al><cursief>Materiele v</cursief><cursief>aste activa</cursief></al><al/><al>De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorie vaste
                            activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen van Waterschap Drents
                            Overijsselse Delta zijn bepaald op basis van historische gronden en
                            daarmee van toepassing op deze specifieke situatie, waarbij in de regel
                            als basis de verwachte gebruiksduur van het betreffende activum is
                            gehanteerd.</al><al/><al>De investeringen (volgens definitie §2.5) in vaste activa worden lineair
                            afgeschreven in:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Waterkeringen robuust: </al></entry><entry><al>40 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Waterkeringen niet robuust :</al></entry><entry><al>12 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Solidariteitsheffing HWBP:</al></entry><entry><al>5 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Legger:</al></entry><entry><al>10 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Stuwen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwkundig (civiel)</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Werktuigbouwkundig (mechanisch)</al></entry><entry><al>15 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Elektrotechnisch</al></entry><entry><al>15 jaren </al></entry></row><row><entry><al>Inlaten / sluizen / zinkers / betuiningen:</al></entry><entry><al>20 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Overige peilregulerende kunstwerken:</al></entry><entry><al>10 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Grondwerken watergangen:</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Gebiedsontwikkelingen:</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Baggerwerkzaamheden (alleen profiel bepalend):</al></entry><entry><al>10 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Gemalen:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwkundig (civiel)</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Werktuigbouwkundig (mechanisch)</al></entry><entry><al>15 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Elektrotechnisch</al></entry><entry><al>15 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Rioolwaterzuiveringen en slibontwatering:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwkundig (civiel)</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Werktuigbouwkundig (mechanisch)</al></entry><entry><al>20 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Elektrotechnisch</al></entry><entry><al>20 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Processystemen</al></entry><entry><al>10 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Transportleidingen</al></entry><entry><al>40 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Apparatuur (kantoor machines)</al></entry><entry><al>5 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Hardware en software</al></entry><entry><al>5 jaren**</al></entry></row><row><entry><al>Kantoormeubilair</al></entry><entry><al>10 jaren**</al></entry></row><row><entry><al>Bureau inrichting (excl. telefoons)</al></entry><entry><al>4 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Tractiemiddelen en vervoersmiddelen</al></entry><entry><al>7 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Huisvesting:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwkundig (civiel)</al></entry><entry><al>40 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Werktuigbouwkundig (mechanisch)</al></entry><entry><al>15 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Elektrotechnisch</al></entry><entry><al>10 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Verbouwingen</al></entry><entry><al>20 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Werkplaatsen</al></entry><entry><al>30 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Loodsen en depots</al></entry><entry><al>15 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Immateriële vaste activa</al></entry><entry><al>5 jaren</al></entry></row><row><entry><al>Verkiezingen</al></entry><entry><al>4 jaren</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>*Het nieuwe concept van werken kan van invloed zijn op de
                            afschrijvingstermijnen.</al><al/><al>Investeringen moeten zo goed mogelijk worden toegekend aan de in de
                            bovenstaande activa categorieën. Daar waar splitsing niet mogelijk is,
                            dient de zwaartepuntbenadering toegepast te worden om de juiste
                            categorie te bepalen. Indien de bovenstaande tabel niet voorziet in een
                            duiding van de verwachte economische levensduur van een actief; wordt
                            een nadere inschatting gemaakt van de economische levensduur op basis
                            van algemeen geaccepteerde standaarden (bijv. opgave fabrikant). </al><al/><al>Indirecte projectkosten (bijv. rente of advieskosten) worden toegerekend
                            aan de componenten uit de afschrijvingstabel op grond van de financiële
                            verhouding tussen de componenten binnen de investering.</al><al/><al><cursief>HWBP- Verdeling projectfinanciering
                                Hoogwaterbeschermingsprogramma </cursief></al><al>De versterking van primaire keringen die in beheer zijn van het
                            waterschap, worden bekostigd op basis van cofinanciering. Hiervoor is
                            door het Deltafonds de Dijkrekening ingericht, waaraan de waterschappen
                                <cursief>gezamenlijk</cursief> 40% bijdragen en het Rijk 50%. De
                            resterende 10% bestaat uit een projectgebonden aandeel (PGA) van het
                            waterschap, bedoeld als doelmatigheidsprikkel. Waterschappen ontvangen
                            dus 90% van de geraamde kosten van een ‘sober en doelmatig ontwerp’. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i4daabd96-3cff-42ea-b709-31f4b914a100" naam="i266139i4daabd96-3cff-42ea-b709-31f4b914a100.jpg" type="foto" breedte="8.8cm" hoogte="2.83cm"/></plaatje></al><al/><al>Het Hoogwaterbeschermingsprogramma leidt bij het waterschap GSRW tot de
                            volgende activeringen: </al><lijst><li nr="•"><al>De jaarlijkse bijdrage aan de Dijkrekening (gebaseerd op
                                    ingezetenen en WOZ-waarde); en </al></li><li nr="•"><al>Het project gebonden aandeel per versterkingsproject (10%).
                                </al></li></lijst><al>De jaarlijkse bijdrage aan de Dijkrekening wordt door het waterschap
                            GSRW beschouwd als een investeringsbijdrage. Deze investeringsbijdrage
                            wordt in 5 jaar afgeschreven. Dit betreft een voortzetting van het
                            beleid als gevoerd door de rechtsvoorgangers van GSRW. Het project
                            gebonden aandeel in een versterkingsproject wordt afgeschreven over de
                            economische levensduur van de uitgevoerde versterking
                            (afschrijvingstermijn robuust kering 40 jaar en niet robuust kering -
                            verbeterwerken 12 jaar). </al><al/><al><cursief>Groot onderhoud</cursief><cursief> en leeftijdsvervanging</cursief></al><al>Groot onderhoud (volgens definitie §2.5) van materiële vaste activa en
                            leeftijdsvervanging worden lineair afgeschreven volgens de
                            componentenbenadering voor de periode tot het volgende moment van groot
                            onderhoud of leeftijdsvervanging.</al><al/><al><cursief>Lease contracten</cursief></al><al>Materiële activa waarvoor het waterschap financiële leasecontracten is
                            aangegaan en waarbij het economisch eigendom bij het waterschap berust,
                            behoren tot de materiële vaste activa van het waterschap. Waardering van
                            het actief vindt plaats tegen nominale waarde. Afschrijvingen geschieden
                            tegen de duur van de leaseafspraken. Momenteel komt dit niet voor.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Grond</titel></kop><al>Op grond wordt in beginsel niet afgeschreven, omdat grond zijn waarde
                            behoud. Een uitzondering kan gelden wanneer sprake is van
                            waardevermindering van de grond. Op grond waarop gebouwd wordt of is,
                            kan worden afgeschreven over dezelfde termijn waarover de bouwwerken op
                            deze grond ook worden afgeschreven. Dit geld niet voor het
                            hoofdkantoor.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>DESINVERTERING, SLOOPKOSTEN &amp; VERKOOP</titel></kop><structuurtekst><al>Van een desinvestering is sprake, als een vast actief, voordat het
                            volledig is afgeschreven, uit het productieproces wordt gehaald. Op dat
                            moment moet de restant boekwaarde als een extra afschrijving in één keer
                            ten laste van de exploitatierekening gebracht worden en wordt het actief
                            bruto uit de activa-administratie verwijderd.</al><al/><al>Als er gesloopt wordt, heeft een actief geen economisch nut meer, dus
                            geen economische levensduur meer en mag er niet meer worden
                            afgeschreven. De kosten van verwijdering, sloopkosten, moeten als
                            incidentele last worden gezien.</al><al/><al>Bij verkoop van een actief wordt de boekwinst of het boekverlies ten
                            gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>BIJLAGE:</label><nr/><titel>TOELICHTING</titel></kop><al/><al>In deze toelichting wordt nader ingegaan op activering- en
                    afschrijvingsbeleid.</al><al/><al><vet>Bijdragen van eigen personeel (§2.3)</vet></al><al>In beginsel kan volgens de regels van het Besluit Beleidsvoorbereiding en
                    Verantwoording van Waterschappen (BBVW) een redelijk deel van de kosten van
                    ondersteunende diensten van het waterschap in de vervaardigingsprijs worden
                    opgenomen. De term “in beginsel” laat voor waterschappen de ruimte om nadere
                    invulling te geven aan de wijze waarop interne kosten (uren) worden toegerekend. </al><al/><al>Voorgesteld wordt om uitsluitende de uren te activeren van afdelingen die direct
                    bijdragen aan de realisatie van de taken. Hieronder worden verstaan de
                    afdelingen: Realisatie, Beheer Water en Dijken, Beheer Zuiveringen, Vergunning
                    en Handhaving &amp; Toetsen meten en monitoren. Middels dit beleid wordt geborgd
                    dat kosten van het ambtelijk apparaat in beperkte mate naar de toekomst worden
                    verplaatst, in lijn met de maatschappelijke tendens om de schuldenpositie van
                    (decentrale) overheden te beperken. </al><al/><al>Om redenen van financiële efficiency worden uren van “ondersteunende” afdelingen
                    wel geactiveerd, indien deze door derden worden gedekt (bijv. door het Rijk
                    gedekte projecten). Ook hierbij geldt dat uitsluitend uren worden geactiveerd
                    die via het tijdschrijfsysteem worden verantwoord. </al><al/><al><vet>Bouwrente (§2.3)</vet></al><al>Ten aanzien van de bouwrente kan opgemerkt worden dat in ieder geval rente zal
                    moeten worden toegerekend aan langer lopende bouwprojecten. Het ligt niet voor
                    de hand rente toe te rekenen in geval van de aankoop van goederen en diensten. </al><al/><al><vet>Ondergrens activering (§2.4)</vet></al><al>Alle waterschappen in Nederland zijn vrij om een grens te bepalen waarboven
                    uitgaven moeten worden geactiveerd. Uitgaven voor zaken die langer dan een jaar
                    mee gaan, maar lager zijn dan deze grens, worden in één keer ten laste van de
                    exploitatie gebracht. </al><al>Het bepalen van een ondergrens voorkomt dat kleine uitgaven voor zaken die
                    langer dan een jaar worden gebruikt zouden moeten worden geactiveerd. </al><al>De ondergrens voor activering is vastgesteld op € 50.000,-. Investeringen met
                    een verkrijgingprijs lager dan dit bedrag worden niet geactiveerd, tenzij op
                    voorhand een bedrag van ten minste € 50.000,- was geraamd voor de betreffende
                    investering of tenzij het gronden of terreinen betreft.</al><al/><al><vet>Afbakening investering, leeftijdsvervanging, groot onderhoud en onderhoud
                        (§2.5)</vet></al><al>Onderhoud is er op gericht om een activum in goede staat te houden en er voor te
                    zorgen dat dit gedurende zijn gebruiksduur goed blijft functioneren. Voorbeeld
                    vormt het op frequente wijze reinigen van activa. De kosten van dit onderhoud
                    worden in de exploitatierekening verantwoord. </al><al>De uitgaven voor ‘levensduur verlengend groot onderhoud’ dienen bij voorkeur ten
                    laste van de exploitatie worden gebracht maar mogen ook worden geactiveerd en
                    afgeschreven conform de componentenmethode. Dit betreft bijvoorbeeld het
                    periodiek grootschalig reinigen van activa (bijv. eens per 5 jaren).</al><al/><al>De bovenstaande definities van “onderhoud” en “groot onderhoud” zijn herleidbaar
                    uit het besluit beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen. De term
                    “leeftijdsvervanging” wordt echter niet in de BBVW benoemd. Door bepalingen
                    m.b.t. de begrip in beleid te verankeren, neemt Drents Overijsselse Delta een
                    eigen positie in ten aanzien van de wijze waarop activa worden afgeschreven.
                    Deze werkwijze is in lijn met de gangbare handelswijze in de private sector.
                    Middels dit beleid wordt het bereiken van een jaarlijks terugkerend volume van
                    kapitaallasten sterk bevorderd. </al><al/><al>Hieronder is voor een aantal activa de wijze van activering en afschrijving
                    aangegeven ten einde praktische voorbeelden te benoemen en richting te geven aan
                    de implementatie van het onderhavig beleid. </al><al/><al>Bij baggeren is er sprake van verschillende vormen waarmee als volgt dient te
                    worden omgegaan:</al><lijst><li nr="•"><al>Als er gebaggerd moet worden om het profiel voor een eerste maal te
                            bereiken, worden de uitgaven als een investering aangemerkt. Daarna is
                            de watergang op leggerafmetingen.</al></li><li nr="•"><al>Vinden er vervolgens baggerwerkzaamheden plaats zodat de watergang aan
                            het profiel blijft voldoen, dan is het onderhoud.</al></li><li nr="•"><al>Als het profiel vervolgens wordt aangepast om meer water te kunnen
                            bergen, om de waterkwaliteit te verbeteren of om een andere reden, en er
                            moet gebaggerd worden om de watergang aan dat nieuwe profiel te laten
                            voldoen, dan is er weer sprake van een investering. In voorkomende
                            gevallen wordt een relatie gelegd met een leggerwijziging.</al></li><li nr="•"><al>Achterstallig onderhoud komt ten laste van de exploitatie.</al></li></lijst><al/><al>Het vernieuwen (renoveren) of aanpassen van bijvoorbeeld waterkeringen,
                    waterlopen, kunstwerken, transportgemalen en zuiveringsinstallaties wordt
                    aangemerkt als investeringen en als zodanig geactiveerd. Pompen, kroosrooster en
                    aanpassing automatisering etc. worden als afzonderlijk activum opgenomen. </al><al>De uitgaven die betrekking hebben op vervanging van schuiven, overige roosters,
                    filters, kleine materialen aan machines, etc. worden in beginsel aangemerkt als
                    onderhoudskosten en ten laste van de exploitatie gebracht tenzij aangetoond kan
                    worden dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de levensduur van het gehele
                    activum met minimaal 5 jaren. In dat geval worden de uitgaven beschouwd als
                    groot onderhoud en als zodanig geactiveerd en afgeschreven conform de
                    componentenmethode.</al><al/><al><vet>Overzicht afschrijving</vet></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>Exploitatie</vet></al></entry><entry><al><vet>Componentenbenadering</vet></al></entry><entry><al><vet>Afschrijving conform vermelde termijnen</vet></al></entry></row><row><entry><al>Baggerwerkzaamheden zodat de watergang aan het profiel
                                        blijft voldoen</al><al/><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>Baggerwerkzaamheden om het profiel voor een eerste maal te
                                        bereiken</al></entry></row><row><entry><al>Achterstallig onderhoud</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>Baggerwerkzaamheden als het profiel wordt aangepast om meer
                                        water te kunnen bergen, om de waterkwaliteit te verbeteren
                                        of om een andere reden, om de watergang aan dat nieuwe
                                        profiel te laten voldoen,</al></entry></row><row><entry><al> saneringsbaggeren</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Jaarlijkse onderhoud aan betuining van bepaalde
                                        watergang</al></entry><entry><al>Onderhoud aan betuining vindt voor bepaalde watergang
                                        eenmaal in de zoveel jaren plaats</al></entry><entry><al>Eerste aanleg van betuining</al></entry></row><row><entry><al>Vervanging schuiven, roosters, filters etc. tenzij kan
                                        worden aangetoond dat deze uitgaven leiden tot verlenging
                                        van de levensduur van het gehele activum.</al></entry><entry><al>Vervanging schuiven, roosters, filters etc. als kan worden
                                        aangetoond dat deze uitgaven leiden tot verlenging van de
                                        levensduur van het gehele activum.</al><al/><al/><al>Vervanging pompen, kroosrooster, aanpassing
                                        automatisering.</al></entry><entry><al>Bouw van transportgemaal of zuiveringsinstallatie.</al></entry></row><row><entry><al>Schoonmaken beluchtingscircuits/slibgisting op RWZI’s tenzij
                                        kan worden aangetoond dat deze uitgaven leiden tot
                                        verlenging van de levensduur van het gehele activum.</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Wanneer gekozen is om de uitgaven voor ‘levensduur verlengend groot onderhoud’
                    of “leeftijdsvervanging” te activeren dan wordt er geactiveerd volgens de
                    zogenaamde componentenbenadering. Dit houdt in dat uitgaven voor groot onderhoud
                    die telkens na een langere gebruiksperiode plaatsvinden ineens bij aanvang van
                    het gebruik van het actief als afzonderlijk samenstellend deel van het
                    betreffende actief voor het volledige bedrag worden geïdentificeerd. De
                    desbetreffende component van het actief wordt dan afgeschreven tot aan het
                    moment van uitvoering van groot onderhoud. Bij de uitvoering van het groot
                    onderhoud worden de kosten hiervan opnieuw geactiveerd, waarna deze
                    afzonderlijke component opnieuw op dezelfde wijze wordt afgeschreven.</al><al/><al>Het verschil tussen groot onderhoud en levensduur vervanging vormt de afweging
                    om bestaande activa buiten gebruik te stellen en deze te vervangen voor nieuwe.
                    Zo wordt het reviseren van een gemaal en het daarbij smeren van de onderdelen
                    als groot onderhoud gezien. Wanneer materiele onderdelen van het gemaal
                    (bijvoorbeeld vervanging van de gehele schroef en achterliggende mechaniek)
                    buiten gebruik worden gesteld en vervanging; is er sprake van
                    leeftijdsvervangingen. Middels dit voorbeeld wordt getoond hoe dicht de
                    definities van groot onderhoud en leeftijdsvervanging bij elkaar liggen. </al><al/><al><vet>Voorbeeld componentenbenadering</vet></al><al>Aanschaf/bouw van een gebouw met een kostprijs van € 2.000.000. Op het moment
                    van investeren worden de volgende schattingen gemaakt m.b.t. het gebouw zelf, de
                    lift en de dakbedekking. De gebruiksduur van het gebouw bedraagt 40 jaar. Eens
                    per 10 jaar dient de bitumenlaag van het dak te worden vervangen (investering €
                    50.000). De lift zal om de vijf jaar worden geïnspecteerd en er zullen
                    onderdelen worden vervangen. Het investeringsbedrag voor de lift bedraagt €
                    100.000. Na vijf jaar wordt de lift daadwerkelijk aangepakt ten bedrage van €
                    110.000 en na acht jaar wordt dedakbedekking vervangen ten bedrage van €
                    45.000.</al><al>Uitwerking:</al><al>Indien de oorspronkelijke bestanddelen van de dakbedekking en de lift volgens de
                    componentenbenadering zijn afgesplitst van de totale kostprijs, worden de
                    afschrijvingen als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="-"><al>dakbedekking : € 50.000,00 / 10 jaar € 5.000,00</al></li><li nr="-"><al>lift : € 100.000,00 / 5 jaar € 20.000,00</al></li><li nr="-"><al>gebouw resteert : € 1.850.000,00 / 40 jaar € 46.250,00</al></li></lijst><al>Afschrijving jaar 1 : € 71.250,00</al><al/><al>Na vijf jaar wordt de lift aangepakt: de kosten van de vervanging ad €
                    110.000,00 wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd en wordt
                    vervolgens afgeschreven over de verwachte levensduur. Er is geen desinvestering
                    noodzakelijk, aangezien de boekwaarde van het liftbestanddeel aan het eind van
                    jaar vijf nihil is.</al><al>De kostprijs van het vervangen van de dakbedekking na acht jaar ad. € 45.000,00
                    wordt als nieuw afzonderlijk bestanddeel geactiveerd als onderdeel van het
                    gebouw en wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. Aangezien de
                    dakbedekking eerder wordt vervangen dan was voorzien, wordt de resterende
                    boekwaarde van de initiële investering, ad € 10.000,00 (= € 50.000,00 minus 8 x
                    € 5.000,00 afschrijving) als boekverlies verantwoord in de exploitatie.</al><al>De huidige werkwijze van activering van levensduur verlengend groot onderhoud is
                    conform de hierboven beschreven componentenbenadering.</al><al/><al><vet>Immateriële vaste activa (§3.2)</vet></al><al>De immateriële vaste activa worden in artikel 4.41 van het waterschapsbesluit
                    onderscheiden in: </al><lijst><li nr="1."><al>kosten verbonden aan het afsluiten geldleningen zoals provisies , kosten
                            van notariële aktes en het saldo van agio en disagio;</al></li><li nr="2."><al>kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;</al></li><li nr="3."><al>bijdragen aan activa in eigendom van derden;</al></li><li nr="4."><al>geactiveerde bijdragen aan het Rijk;</al></li><li nr="5."><al>geactiveerde bijdragen aan openbare lichamen;</al></li><li nr="6."><al>kosten overige immateriële vaste activa.</al></li></lijst><al/><al>De regels bevatten voorwaarden waaronder uitgaven voor ‘onderzoek en
                    ontwikkeling’ (artikel 4.63 Waterschapsbesluit) en uitgaven voor ‘bijdragen aan
                    activa in eigendom van derden’ als immaterieel actief kunnen worden
                    geactiveerd.</al><al/><al>De inzet van middelen ten behoeve van onderzoek en ontwikkeling kan worden
                    geactiveerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de investering naar verwachting technisch uitvoerbaar is;</al></li><li nr="b."><al>de investering in de toekomst nut zal genereren;</al></li><li nr="c."><al>de uitgaven die aan de investering zijn toe te rekenen betrouwbaar
                            kunnen worden vastgesteld.</al></li></lijst><al/><al>Indien de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (bijvoorbeeld om te komen tot
                    het opstellen van een Waterbeheerplan) voldoen aan bovenstaande eisen, dan mogen
                    deze geactiveerd worden. Voor deze immateriële vaste activa geldt volgens het
                    ‘Waterschapsbesluit’ een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar. </al><al/><al>De invulling die middels het waterschapsbesluit aan “kosten voor onderzoek en
                    ontwikkeling” wordt gegeven, impliceert dat alleen kosten geactiveerd mogen
                    worden waarbij helder is wat er gerealiseerd gaat worden. Indien hier geen zicht
                    op is; is er in onvoldoende mate zeker of er sprake is van toekomstig nut.
                    Indien er echter sprake is van een eenduidig verband met te realiseren activa,
                    worden voorbereidingskosten gezien als onderdeel van het te realiseren acties.
                    Zodoende wordt in dit beleid voorgesteld geen gebruik te maken van de
                    mogelijkheid tot het activeren van kosten voor “onderzoek en ontwikkeling”. </al><al/><al>Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd
                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van een investering door een derde;</al></li><li nr="b."><al>de investering bijdraagt aan de publieke taak;</al></li><li nr="c."><al>de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een
                            wijze zoals is overeengekomen en</al></li><li nr="d."><al>de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft
                            of het waterschap anders recht kan doen gelden op de activa die
                            samenhangen met de investering.</al></li></lijst><al/><al>Investeringen in activa die niet in eigendom zijn van het waterschap worden,
                    wanneer deze voldoen aan bovenstaande eisen, als immateriële vaste activa
                    aangemerkt en in 5 jaar afgeschreven. Van deze afschrijvingstermijn kan worden
                    afgeweken als gemotiveerd wordt dat een andere periode passender is. </al><al>In de praktijk vindt waardering vaak plaats tegen de termijn waarop de betrokken
                    derde voornemens is het actief in gebruik te nemen. </al><al/><al><vet>Groot onderhoud (§3.2)</vet></al><al>Groot onderhoud en leeftijdsvervanging (volgens definitie §2.5) in materiële
                    vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de componentenbenadering voor
                    de periode tot het volgende moment van groot onderhoud. De termijn tot het
                    volgende moment van groot onderhoud wordt vastgesteld uit:</al><lijst><li nr="•"><al>de opgenomen termijnen in beheer- en onderhoudsplannen. Dit kan zijn dat
                            het onderhoud meerjarig is gepland en al bekend is wanneer het volgende
                            onderhoud zal plaatsvinden. Of er wordt uitgegaan van geraamde termijnen
                            wanneer er weer onderhoud plaats moet vinden.</al></li><li nr="•"><al>Indien er geen planning voor toekomstig onderhoud is, zal uitgegaan
                            worden van de gemiddelde termijn tussen twee groot onderhoudsbeurten
                            voor het betreffende activum.</al></li></lijst><al/><al><vet>Grond (§3.3)</vet></al><al>Vaste activa met een beperkte gebruiksduur moeten jaarlijks worden afgeschreven
                    en de jaarlijkse afschrijving representeert de waardevermindering in dat jaar.
                    Omdat grond in het algemeen zijn waarde behoudt, wordt daarop in de regel niet
                    afgeschreven. Een uitzondering kan gelden voor gronden waarop gebouwd wordt of
                    is. Deze kunnen worden afgeschreven over dezelfde termijn als waarover het
                    bouwwerk wordt afgeschreven. Op de grond van het hoofdkantoor wordt niet
                    afschreven.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>