<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392288_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-129662.html">Elektronisch gemeenteblad, 2015, 129662</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Rioolheffing</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1006956</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ‘Verordening rioolheffing 2015’ van de gemeente van 11 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Barendrecht;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 oktober
                        2015;</al>
          <al/>
          <al>gezien het advies van de commissie Planning en Control van 26 oktober
                        2015;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet,</al>
          <al/>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijving</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                verstaan een open water;</al></li>
            <li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                                Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
                                individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen</al></li>
            <li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li>
            <li nr="f."><al>gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend hemelwater
                                en het grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in artikel 3.5 en
                                3.6 van de Waterwet.</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="g."><al>onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van
                                het waterleidingbedrijf betrekking heeft.</al></li>
            <li nr="h."><al>niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid,
                                Gemeentewet, een recreatieterrein in de zin van art. 16, onder e,
                                van de Wet WOZ, een perceel dat wordt gebruikt door een instelling
                                in de zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating
                                zorginstellingen en een garagebox, voor zover deze niet op de voet
                                van artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel
                                vormt met een woning.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel, verder te
                            noemen: gebruikersdeel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebuikt; </al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 voor gebruik is afgestaan, degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Vrijstelling</titel>
          </kop>
          <al>De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde
                        die minder is dan € 25.000, die in zelfstandig gebruik zijn als berging of
                        garagebox. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar het aantal
                                gebruikers.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het aantal gebruikers wordt bepaald op 1 januari van het
                                belastingjaar.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het gebruikersdeel van niet-woningen wordt geheven op basis van een
                                combinatie van twee grondslagen, te weten naar de waarde in het
                                economische verkeer van het perceel en naar het aantal kubieke
                                meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li>
            <li nr="4."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het
                                economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar
                                geldt.</al></li>
            <li nr="5."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van
                                de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de
                                heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige
                                toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en
                                20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li>
            <li nr="6."><al>Het aantal kubieke meters afvalwater in de zin van het derde lid,
                                wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste
                                aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode
                                naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. In geval de
                                verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,
                                wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
                                Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een
                                volle maand gerekend. </al></li>
            <li nr="7."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst>
                <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
                <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li>
              </lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li>
            <li nr="8."><al>De op de voet van het zesde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                als afvalwater is afgevoerd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>De heffing als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar het tarief, opgenomen
                        in de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                            of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de
                            loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
                            zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als
                            er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de
                            loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in
                            dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            9,--.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            eigendom in gebruik neemt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt
                            het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            aangemerkt als één belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is
                                dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen.De eerste
                                termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2015’ van de gemeente van 11 november
                                2014 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                                hebben voorgedaan. </al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking. </al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                Rioolheffing'.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Barendrecht van 10 november 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>mw. mr. G.E. Figge</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. J. van Belzen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>