<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392258_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-129659.html">Elektronisch gemeenteblad, 2015, 129659</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229, lid 1, onder a en b">De gemeentewet, art. 229, lid 1, onder a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, art. 15.33 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2015” van 11 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Barendrecht;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 oktober
                        2015;</al>
          <al/>
          <al>gezien het advies van de commissie Planning en Control van 26 oktober
                        2015;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al>
          <al/>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al/>
          <al>Vast te stellen de </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN
                            REINIGINGSRECHTEN</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li>
              <li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof
                            bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig
                            van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid
                            niet periodiek worden ingezameld.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Afvalstoffenheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting wordt geheven van degene die naar de omstandigheden
                                beoordeeld al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht
                                in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                                ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘gebruik maken’
                                verstaan gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                                milieubeheer.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Belastingtijdvak</titel>
            </kop>
            <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde lid,
                                wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Termijnen van betalen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is
                                dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen.</al>
              <al/>
              <al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Reinigingsrechten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De tarieven, genoemd in dit hoofdstuk van de tarieventabel zijn
                                exclusief BTW.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Belastingtijdvak</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                                belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor de overige belastbare feiten genoemd in hoofdstuk 2 van de
                                tarieventabel vindt de heffing afzonderlijk plaats per
                                incident.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Wijze van heffing/tijdstip van betaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel
                                    worden bij wege van aanslag geheven. De rechten moeten worden
                                    betaald uiterlijk binnen 3 maanden na dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                    aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder
                                    is dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door
                                    middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
                                    gelijke termijnen.</al><al>De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later.</al></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="3."><al>De overige rechten genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel
                                    worden geheven bij wege van een mondelinge of schriftelijke
                                    gedagtekende kennisgeving, waaronder ook wordt verstaan een nota
                                    of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan
                                    wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                    kennisgeving bekendgemaakt.</al></li>
              <li nr="4."><al>De rechten als bedoeld in het derde lid moeten worden betaald
                                    ingeval de kennisgeving:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving;</al></li>
                  <li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken
                                            van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending
                                            daarvan, binnen 2 weken na dagtekening van de
                                            kennisgeving.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1
                                van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn
                                de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van
                                de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1
                                van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven,
                                tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Ter zake van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de
                                tarieventabel worden belastingbedragen van minder dan € 9,-- niet
                                geheven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde lid,
                                wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel>
            </kop>
            <al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.2 en 2.2.1, van de tarieventabel zijn
                            verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van
                            het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Aanvullende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing
                            en reinigingsrechten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2015” van 11 november 2014
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking.</al></li>
              <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
              <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    reinigingsheffingen”.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Barendrechtvan 10 november 2015.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>mw. mr. G.E. Figge</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. J. van Belzen</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>