<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392080_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling Briefadres gemeente Bernheze 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Briefadres gemeente Bernheze 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling Briefadres gemeente Bernheze 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Regeling briefadres gemeente Bernheze 2015</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze,</al><al>gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.27, 2.52 en
                        4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het
                        Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19
                        van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), artikel 4:84 van
                        de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire briefadres (BPR2013-0000746109)
                        van de minister van BZK van 6 december 2013 en op de circulaire registratie
                        briefadres om veiligheidsredenen waaronder ingeval van verblijf in
                        Blijf-van-mijn-lijf-huizen (BPR2013—0000722005) van 6 december 2013;</al><al>overwegende dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen met
                        betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres om het
                        oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan;</al><al><vet>besluit vast te stellen:</vet></al><al><vet>Regeling briefadres gemeente Bernheze 2015.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>briefadres: adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in
                                ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p, Wet BRP) en waar,
                                indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of
                                inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet
                                BRP);</al></li><li nr="b."><al>briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie Personen of
                                rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden (artikel 1.1,
                                onder r Wet BRP);</al></li><li nr="c."><al>briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie Personen die
                                een briefadres houdt</al></li><li nr="d."><al>gezinshuishouden:</al><lijst><li nr="1."><al>twee personen die volgens de Basisregistratie Personen een
                                        geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn,
                                        met of zonder kind(eren);</al></li><li nr="2."><al>twee personen die door het overleggen van een door een
                                        notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond,
                                        dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of
                                        zonder kind(eren);</al></li><li nr="3."><al>een alleenstaande ouder met kind(eren).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Redenen briefadres</titel></kop><al>Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>het ontbreken van een woonadres vanwege:</al><lijst><li nr="a."><al>dak- of thuisloosheid;</al></li><li nr="b."><al>korte overbrugging tussen twee woonadressen;</al></li><li nr="c."><al>de uitoefening van een ambulant beroep;</al></li><li nr="d."><al>kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten
                                        hoogste twee derden van de tijd;</al></li><li nr="e."><al>korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve
                                        varend op een schip dat de thuishaven in Nederland
                                        heeft;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang
                                (blijf-van-mijn-lijfhuizen);</al></li><li nr="3."><al>verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4
                                van de Wet BRP;</al></li><li nr="4."><al>verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het
                                oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk
                                is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich
                                bevindt.</al></li><li nr="2."><al>De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle
                                benodigde stukken te overleggen.</al></li><li nr="3."><al>Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder
                                geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="b."><al>de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor
                                        de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres
                                        noodzakelijk is;</al></li><li nr="c."><al>een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een
                                        schriftelijke verklaring van instemming van de
                                        briefadresgever;</al></li><li nr="d."><al>een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als
                                        het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid
                                        1.</al></li></lijst></li></lijst><al>4 Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een
                        schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat
                        opname van een woonadres niet wenselijk is.</al><al>5 De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee
                        alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming
                        geven een briefadres te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Volledige aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in
                            artikel 3, lid 2 en 3, zijn ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aangever in de
                            gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en
                            de aangifte alsnog aan te vullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aangifte niet binnen de, in het vorige lid bepaalde termijn
                            kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn
                            eenmalig verlengd worden met veertien dagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte, aangevuld
                            wordt of uitstel gevraagd wordt, wordt de aangifte buiten behandeling
                            gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een
                        briefadres, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aangever een woonadres heeft;</al></li><li nr="b."><al>de aangever langer dan acht maanden gedurende één jaar in het
                                buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat
                                zijn thuishaven in Nederland heeft.</al></li><li nr="c."><al>de aangever beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven
                                in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland
                                verblijft;</al></li><li nr="d."><al>er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de
                                briefadresgever; </al></li><li nr="e."><al>het briefadres een adres betreft waarop reeds aan twee
                                alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of een alleenstaande en een
                                gezinshuishouden een briefadres is verleend;</al></li><li nr="f."><al>het briefadres geen bestaand adres betreft;</al></li><li nr="g."><al>het briefadres een postbus is.</al></li><li nr="h."><al>het briefadres wordt verleend op grond van artikel 2, lid 4 en de
                                verklaring van de burgemeester zoals bedoeld in artikel 3, lid 4,
                                ontbreekt.</al></li><li nr="i."><al>het briefadres geen natuurlijke persoon die als ingezetene is
                                ingeschreven in de BRP betreft of niet een rechtspersoon betreft,
                                die zijn zetel in Nederland heeft en die door het college van
                                burgemeester en wethouders is aangewezen om als briefadresgever in
                                zijn gemeente op te treden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijn briefadres</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b, mag een
                            briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal drie maanden. Deze
                            termijn kan eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d, en e mag een
                            briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat
                            aangever buiten Nederland zal verblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het
                            eerste en tweede lid geen woonadres heeft gekozen, wordt door de
                            aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In de situatie als bedoeld in artikel 2, lid 2, lid 3 en lid 4 mag een
                            briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk
                            acht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met
                            inachtneming van de artikelen 2 en 5.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid,
                            is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres
                            krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde
                            verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte
                            te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het
                        bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden
                        afgeweken van het bepaalde in deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na publicatie, onder
                        gelijktijdige intrekking van de regeling briefadres gemeente Bernheze
                        2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling briefadres gemeente Bernheze
                        2015.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 22 september 2015</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>N.Bex, M.A.H. Moorman</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Regeling briefadres</titel></kop><tussenkop>Toelichting artikel 1, sub d, onder 3:</tussenkop><al>Onder een alleenstaande ouder wordt verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een ongehuwd ouder, zonder geregistreerd partnerschap, </al></li><li nr="-"><al>een ouder wiens huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontbonden of
                            beëindigd,</al></li><li nr="-"><al>een gehuwd ouder, die niet samenwoont met de echtgenoot (of echtgenote),
                            of</al></li><li nr="-"><al>een ouder met een geregistreerd partnerschap, die niet samenwoont met
                            deze partner.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 1, sub a:</tussenkop><al>Personen die niet beschikken over een woonadres en gebruik maken van de
                    maatschappelijke opvang (passantenverblijven en dag- en nachtopvang) kunnen met
                    een briefadres ingeschreven worden bij één van de opvanginstellingen. Personen
                    die niet beschikken over een woonadres, maar geen gebruik maken van de
                    maatschappelijke opvang (mensen met een zwervend bestaan), zijn verplicht elders
                    een briefadres te kiezen. </al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 1, sub b:</tussenkop><al>Hierbij valt te denken aan twee echtgenoten die gaan scheiden, maar op één adres
                    wonen. Wanneer de één op het huidige adres blijft wonen, heeft de ander
                    (tijdelijk) geen vast woonadres. Deze laatste persoon kan ingeschreven worden op
                    een briefadres.</al><al>Een ander voorbeeld is als een persoon een nieuwe woning heeft gekocht en de
                    oude woning heeft verkocht. De nieuwe woning moet echter nog opgeleverd worden
                    terwijl de oude woning al overgedragen is aan de nieuwe eigenaar.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 1, sub c:</tussenkop><al>Personen die vallen onder de categorie ‘ambulant beroep’ zoals
                    binnenvaartschippers die (met hun gezin) aan boord van een schip wonen en
                    kermismedewerkers die (met hun gezin) met de kermisattractie meereizen. Personen
                    die tot deze categorie behoren komen in aanmerking voor een briefadres, mits zij
                    geen woonadres hebben.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 1, sub d:</tussenkop><al>Als iemand naar het buitenland vertrekt, wordt gekeken voor welke periode iemand
                    naar het buitenland gaat. Iemand moet een briefadres kiezen, wanneer hij/zij
                    voor een kortere periode dan 8 maanden in een tijdsbestek van een jaar naar het
                    buitenland gaat en niet meer beschikt over een woonadres.</al><al>Op grond van artikel 2.43 Wet BRP mag iemand die voor een periode van meer dan 8
                    maanden naar het buitenland vertrekt niet als ingezetene ingeschreven blijven in
                    de BRP. In dat geval is de burger verplicht om aangifte te doen van zijn vertrek
                    naar het buitenland. Op grond van de aangifte wordt de bijhouding van zijn
                    persoonslijst een verantwoordelijkheid van de minister van BZK en ‘verhuist’ de
                    PL naar de RNI vanwege emigratie. In dat geval kan geen briefadres gekozen
                    worden.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 1, sub e:</tussenkop><al>Als een inwoner beroepshalve gaat varen aan boord van een schip dat in Nederland
                    de thuishaven heeft en is er bij vertrek de redelijke verwachting dat hij niet
                    langer dan twee jaar buiten Nederland zal verblijven, dan hoeft hij geen
                    aangifte van vertrek te doen (artikel 29 Besluit BRP). Een voorwaarde is wel dat
                    hij/zij gedurende het verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in
                    Nederland. Veelal zal dit een briefadres zijn. Het is de burger wel toegestaan
                    om aangifte van vertrek naar het buitenland te doen in deze situatie. Een
                    verplichting daartoe bestaat niet.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 2:</tussenkop><al>In de circulaire Registratie briefadres om veiligheidsredenen (waaronder ingeval
                    van verblijf in Blijf-van-mijn-lijf-huizen) van de minister van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 december 2013 (kenmerk 2013-0000722005) is
                    geregeld dat personen die verblijven in een opvanghuis voor mannen en vrouwen
                    met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de
                    desbetreffende instelling. Op die manier wordt het feitelijke woonadres van
                    betrokkenen adequaat beschermd tegen ongewenste kennisneming door
                    onbevoegden.</al><tussenkop>Toelichting artikel 2, lid 3:</tussenkop><al>Degene die zijn woonadres heeft in een instelling, kan in afwijking van artikel
                    2.38, lid 1 en artikel 2.39, lid 1 van de Wet BRP in plaats van inschrijving op
                    zijn woonadres een briefadres kiezen. Op grond van artikel 2.40, lid 3 Wet BRP
                    zijn dit instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van
                    kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In de artikelen 17 t/m 19 van
                    de Regeling BRP is aangegeven voor welke instellingen een briefadres gekozen kan
                    worden.</al><al>Het college van B&amp;W is eveneens bevoegd, op grond van artikel 2.40, lid 4
                    Wet BRP, instellingen op het terrein van maatschappelijke opvang aan te
                    wijzen.</al><tussenkop>Toelichting artikel 3, lid 1:</tussenkop><al>Een briefadres kan, in aanvulling op wat de wet regelt en in afwijking van een
                    woonadres, worden gekozen binnen elke gemeente in Nederland. Het is niet
                    verplicht om een briefadres te kiezen in de gemeente waar voor het laatst een
                    woonadres werd gehouden. De aangifte wordt altijd gedaan in de gemeente waar het
                    briefadres zich bevindt.</al><tussenkop>Toelichting artikel 3, lid 2 en 3:</tussenkop><al>Bij de aangifte dient een schriftelijke verklaring van instemming te worden
                    gevoegd van degene bij wie het briefadres wordt gehouden op grond van artikel
                    2.45 lid 2 van de wet BRP. In de schriftelijke verklaring van aangifte dienen de
                    redenen van het briefadres en de te verwachten duur te worden opgenomen. De
                    aangever dient tevens een (kopie van een) geldig identiteitsbewijs zoals bedoeld
                    in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van zichzelf als van degene
                    bij wie het briefadres wordt gehouden te overleggen. De vragenlijst briefadres
                    is als bijlage 1 bijgevoegd.</al><tussenkop>Toelichting artikel 3, lid 4:</tussenkop><al>Het is niet waarschijnlijk dat de briefadreshouder bij zijn aangifte altijd de
                    verklaring van de burgemeester zal kunnen overleggen. De verwachting is, dat
                    deze verklaring veelal bij de afdeling burgerzaken terecht komt via de interne
                    kanalen van de gemeente.</al><tussenkop>Toelichting artikel 3, lid 5:</tussenkop><al>Maximaal 2 briefadressen betekent maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee
                    alleenstaanden of één gezinshuishouden en één alleenstaande. </al><al>Het blijft mogelijk en is toegestaan dat een briefadresgever meer dan één
                    briefadreshouder op zijn woonadres kan hebben. Bijvoorbeeld een particulier die
                    al dan niet tegen betaling briefadresgever is voor veel gedetineerden, omdat zij
                    hun familie daar niet mee willen belasten. In dat geval kan uitgeweken worden
                    naar de hardheidsclausule van artikel 8.</al><tussenkop>Toelichting artikel 4:</tussenkop><al>Ontbreekt bij de aangifte tot briefadres één of meer van de benodigde stukken,
                    dan wordt de aangifte behandeld als een onvolledige aangifte. De aangever wordt
                    schriftelijk in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen na verzending van
                    het verzoek het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen met de
                    ontbrekende stukken. De aangever kan echter in reactie daarop het verzoek doen
                    de termijn om de aangifte aan te vullen eenmalig te verlengen met veertien
                    dagen.</al><al>Wanneer de aangever niet binnen veertien dagen zijn/haar aangifte aanvult of
                    uitstel aanvraagt, wordt een brief verstuurd waarin vermeld wordt dat de
                    aangifte briefadres buiten behandeling wordt gesteld wegens het ontbreken van de
                    gevraagde documenten.</al><al>Het is toegestaan om in de mededeling tot aanvulling van gegevens (4:5 Awb) al
                    melding te maken van het voornemen om de aangifte buiten behandeling te stellen
                    (4:7 Awb) in het geval dat niet voldaan wordt aan de aanvulling.</al><tussenkop>Toelichting artikel 5:</tussenkop><al>Het betreft hier een (niet-limitatieve) opsomming van weigeringsgronden voor de
                    aangifte briefadres. Gemeenten kunnen hier hun eigen gemeentelijke beleid in
                    kwijt. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld de verplichting opleggen dat aangifte
                    van een briefadres altijd aan het loket plaatsvindt in het bijzijn van de
                    briefadresgever.</al><al>Het is wel toegestaan om een briefadresmogelijkheid bij inschrijving op grond
                    van aangifte van verblijf en adres te kunnen kiezen. Dit is in niet strijd met
                    artikel 2.38 Wet BRP. </al><al>Het kiezen van een briefadres om permanente bewoning van recreatiewoning
                    mogelijk te maken is geen gegronde reden. Er wordt niet voldaan aan artikel 5
                    onder a van deze regel.</al><tussenkop>Toelichting artikel 5 sub a:</tussenkop><al>Er kan geen briefadres gekozen worden indien de aangever een woonadres heeft.
                    Onder woonadres wordt het adres verstaan als bedoeld in artikel 1.1 Wet BRP.
                    Hieronder valt ook het adres, a. indien betrokkene op meer dan één adres woont,
                    het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste
                    malen zal overnachten; of b. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als
                    bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden
                    ten minste twee derden van de tijd zal overnachten. In de situatie dat geen
                    woonadres vastgesteld kan worden, kan wel gekozen worden voor een
                    briefadres.</al><tussenkop>Toelichting artikel 5 sub b en c:</tussenkop><al>Er dient aangifte van vertrek uit Nederland gedaan te worden als de persoon
                    langer buiten Nederland verblijft dan een periode van 2/3<sup>e</sup> deel van
                    een jaar. In dat geval kan niet gekozen worden voor een briefadres. Hierop is
                    één uitzondering in het geval de persoon beroepshalve op een schip vaart. Zie
                    hiervoor de toelichting bij artikel 2, lid 1, sub e.</al><tussenkop>Toelichting artikel 5 sub e:</tussenkop><al>Met de hierin vermelde weigeringsgrond wordt bedoeld dat een briefadres alleen
                    verleend kan worden op een woonadres waar nog geen of slechts één briefadres is
                    geregistreerd. Hierbij geldt een briefadres verleend aan een gezinshuishouden
                    als één briefadres. Dit betekent dat er maximaal of twee alleenstaanden of twee
                    gezinshuishoudens of één alleenstaande en één gezinshuishouden een briefadres
                    kunnen hebben op één adres. Zie ook de toelichting bij artikel 3, lid 4 en
                    artikel 8.</al><tussenkop>Toelichting artikel 5 sub g:</tussenkop><al>Een briefadres mag geen postbus zijn. Kenmerk van een briefadres is dat er een
                    waarborg is, dat voor de briefadreshouder bestemde geschriften of inlichten
                    daarover aan deze worden doorgegeven of medegedeeld. Als post naar een postbus
                    wordt gestuurd, wordt aan die voorwaarde niet voldaan.</al><al>Het is wel mogelijk om een briefadres bij een rechtspersoon te houden. Hierbij
                    geldt dan wel, dat een natuurlijk persoon die namens de rechtspersoon optreedt,
                    als briefadresgever de toestemming moet geven.</al><tussenkop>Toelichting artikel 6, lid 1 en 4:</tussenkop><al>Om het tijdelijke karakter te bevestigen is besloten om een briefadres voor een
                    periode van drie maanden te verlenen met de mogelijkheid tot éénmalige
                    verlenging met nogmaals drie maanden. Na het verloop van deze periode, moet de
                    burger zijn ingeschreven op het woonadres waar hij feitelijk verblijft.</al><al>Deze periode van drie maanden is bewust gekozen om op deze manier in ieder geval
                    na drie maanden een contactmoment te hebben met de burger, om zo te zorgen dat
                    hij/zij snel een woonadres heeft (artikel 2, 1<sup>e</sup> lid sub b).</al><al>Hierop is een aantal uitzonderingen. </al><lijst><li nr="-"><al>Als van te voren al bekend is dat iemand een bepaalde periode in het
                            buitenland zal verblijven en geen woonadres heeft, dan kan een
                            briefadres worden verleend voor maximaal deze termijn.</al></li><li nr="-"><al>Een andere uitzondering heeft te maken met de feitelijke onmogelijkheid
                            van de burger om een woonadres te hebben. Hierbij valt te denken aan
                            binnenvaartschippers. Zolang deze schippers varen kunnen zij kiezen voor
                            een briefadres. Het recht op het briefadres kan voor deze categorie
                            bijvoorbeeld om de vijf jaar worden getoetst.</al></li><li nr="-"><al>Ook voor dak- en thuislozen ligt het voor de hand om een afwijkende
                            termijn te kiezen. Zolang de briefadreshouder een zwervend bestaan leidt
                            kan een briefadres gehouden worden. Het recht op het briefadres kan voor
                            deze categorie bijvoorbeeld elk jaar getoetst worden.</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting artikel 6, lid 5</tussenkop><al>Als de briefadreshouder een verzoek doet om na de overeengekomen termijn
                    ingeschreven te blijven op zijn briefadres, dan wordt opnieuw beoordeeld of hij
                    aan de voorwaarden die zijn gesteld in deze regeling voldoet.</al><tussenkop>Toelichting artikel 6, lid 6</tussenkop><al>De Wet BRP verplicht een ingezetene om aangifte te doen van zijn nieuwe adres.
                    Zodra hij weer beschikt over een woonadres of over een ander briefadres, moet
                    hij hiervan aangifte doen. Hij mag hier niet mee wachten totdat de maximale
                    termijn van het briefadres is verstreken. Als aangifte wordt gedaan van een
                    nieuw briefadres, dan wordt dit uiteraard weer getoetst aan de voorwaarden uit
                    deze regeling. </al><tussenkop>Toelichting artikel 7</tussenkop><al>In uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze
                    regeling, bijvoorbeeld in het geval van de eenmalige verlenging zoals vastgelegd
                    in artikel 6 lid 4 van de regeling. Individuele omstandigheden kunnen er toe
                    leiden dat er nog een extra verlenging van de termijn wordt overeengekomen.</al><al>Een ander voorbeeld van een gerechtvaardigde afwijking is een particulier die al
                    dan niet tegen betaling briefadresgever is voor veel gedetineerden, omdat zij
                    hun familie daar niet mee willen belasten.</al><al>Conform artikel 4:84 Awb wordt gehandeld overeenkomstig deze beleidsregel,
                    tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens
                    bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de
                    beleidsregel te dienen doelen. Dit kan zich voordoen bij bedreigde personen in
                    de opvang conform de circulaire Registratie briefadres om veiligheidsredenen
                    (waaronder ingeval van verblijf in Blijf-van-mijn-lijf-huizen) van de minister
                    van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 december 2013 (kenmerk
                    2013-0000722005) In deze circulaire zijn de mogelijkheden aangegeven die
                    bewoners van opvanghuizen hebben om in de Wet basisregistratie personen (BRP)
                    een briefadres te kiezen bij een gemeente of aan het kantoor van een
                    opvanghuis.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>