<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR392046_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Halderberge 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Halderberge</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Halderberge 2015, 127542</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Halderberge 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>vervangt APV Halderberge 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Halderberge 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Halderberge;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober
                        2015;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving
                        van de openbare orde;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de navolgende:</al><al><vet>Algemene plaatselijke verordening gemeente Halderberge 2016</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente
                                    Halderberge 2010 daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en
                                onder a, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:12.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats op enigerlei wijze de
                                        orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen
                                        lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg
                                        te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting
                                        van een gedeelte van een openbare plaats door of vanwege het
                                        bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te
                                        verwijderen of omver te halen.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="7."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de uiterlijke termijn van de
                                    schriftelijke kennisgeving van de betoging valt op een vrijdag
                                    na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende
                                    feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag
                                    die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten de in lid 1 gestelde
                                    termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te
                                    treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu
                                    aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning
                                    (objectvergunning) van het bevoegde bestuursorgaan een openbare
                                    plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor de volgende
                                    voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere
                                    regels uit hoofde van het vierde lid:</al><lijst><li nr="a."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder
                                            b;</al></li><li nr="b."><al>uitstallingen;</al></li><li nr="c."><al>bouwobjecten;</al></li><li nr="d."><al>reclameborden;</al></li><li nr="e."><al>plantenbakken en banken;</al></li><li nr="f."><al>nader door het college aan te wijzen categorieën van
                                            voorwerpen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van de
                                    categorieën van voorwerpen als bedoeld in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j of k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Verordening wegen Noord- Brabant
                                    2010, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de AVOI
                                    Halderberge 2009.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen van een
                                    uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                    een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    slechts geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                            onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen of de bruikbaarheid
                                            van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de Verordening wegen Noord-Brabant
                                    2010.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de weg</titel></kop><al>Het is onverminderd de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen
                                verboden op een weg voorwerpen, modder of stoffen, die aanleiding
                                kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering
                                van de weg, of tot gevaarlijke situaties op de weg, aldaar in
                                directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over
                                te brengen, te laten afvloeien of te laten vallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Bruikbaar houden van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het belang van de orde en netheid van de weg, de veiligheid
                                    van het verkeer, het voorkomen van beschadiging van het wegdek
                                    en de afwatering van de weg is het degene, door wiens handelen
                                    of toe doen een of meer voorwerpen, modder of stoffen als
                                    bedoeld in artikel 2:13 op een weg zijn geraakt, verboden deze
                                    daarop te laten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op deze belangen dient de in het eerste lid bedoelde
                                    persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van
                                    politiefunctionarissen of gemeenteambtenaren te ontdoen of te
                                    laten ontdoen van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel
                                    2.13.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al/><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar kan ontstaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al/><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al/><al>[vervallen]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                        daarvan:</al></li><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                        periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                        voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                        liggen.</al></li><li nr="2."><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                        onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="3."><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het
                                        roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al/><al>[gereserveerd]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al/><al>[gereserveerd]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al/><al>1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
                                of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve
                                van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al><al>2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                Belemmeringenwet Privaatrecht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                        elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn
                                        dat toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel
                                        uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al/><al>[vervallen]</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een straatfeest of buurtbarbecue.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een snuffelmarkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt
                                    wordt niet verstaan een markt of jaarmarkt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250
                                                personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats
                                                vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur
                                                of na 23.00 uur en op zondag voor 13.00 uur of na
                                                23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A)
                                                en 85 dB(C) op de gevels van</al><al> omringende woningen niet wordt overschreden; </al></li><li nr="e."><al>het evenement geen belemmering vormt voor het
                                                verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                                oppervlakte van minder dan 50 m2 per object en zich
                                                hier minder dan 50 personen gelijktijdig in/op
                                                verblijven;</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is; en</al></li><li nr="h."><al>de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan
                                                het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                                burgemeester;</al></li><li nr="i"><al>het geen vechtsportwedstrijden of –gala’s betreft,
                                                waaronder in ieder geval wordt begrepen
                                                kooigevechten, kickboksevenementen,
                                                freefightevenementen en daarmee vergelijkbare
                                                activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband
                                                georganiseerde evenementen waarbij de menselijke
                                                waardigheid in het geding is.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de
                                        melding besluiten een evenement als bedoeld in lid 2 te
                                        verbieden dan wel daaraan nadere voorwaarden verbinden,
                                        indien er aanleiding is te vermoeden dat door het evenement
                                        de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid
                                        of het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere regels stellen in het belang van de
                                        openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het
                                        milieu.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien
                                        wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op een
                                        evenement dat plaatsvindt</al><al> in een door de burgemeester aangewezen gebied.</al></li><li nr="7."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li><li nr="8."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
                                        burgemeester een vergunning als de organisator van een
                                        evenement als bedoeld in artikel 2:25 lid 2 sub i van slecht
                                        levensgedrag is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                  snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de
                                            bestuurders van een rechtspersoon of hun
                                            gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de
                                            openbare inrichting wordt geëxploiteerd;</al><al>2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                            aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt
                                            geëxploiteerd;</al><al>3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding
                                            geeft aan de exploitatie van een openbare
                                            inrichting</al><al/></li><li nr="d."><al>bezoeker: een ieder die zich in de inrichting bevindt,
                                            met uitzondering van</al><al> leidinggevenden, personen die dienst doen in de
                                            inrichting, en personen wier </al><al> aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen
                                            noodzakelijk is</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester
                                    de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting
                                    in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en
                                    geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken
                                    middels een omgevingsvergunning. De burgemeester kan de
                                    vergunning als bedoeld in het eerste lid eveneens weigeren
                                    indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht
                                    levensgedrag is/zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn
                                    oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in
                                    de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend
                                    te houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig
                                    is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot die
                                    inrichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunninghouder doet een melding aan de burgemeester
                                    indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een leidinggevende op de vergunning dient te worden
                                    bijgeschreven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een leidinggevende van de vergunning dient te worden verwijderd
                                    als deze geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering of de
                                    exploitatie van de openbare inrichting.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                    zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in het eerste lid geen incidenten gepaard
                                    gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel
                                    hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
                                    weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
                                    tweede of derde lid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het zevende lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het zevende lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28a</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een
                                    exploitatievergunning of verleende vrijstelling ingetrokken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning/vrijstelling is verleend op grond van door
                                            de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige
                                            informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn
                                            genomen indien bij het nemen daarvan de juiste
                                            omstandigheden volledig bekend waren geweest;</al></li><li nr="b."><al>een leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen,
                                            zoals die zijn vermeld in artikel 2:28 tweede lid;</al></li><li nr="c."><al>zich in of in de nabijheid van de openbare inrichting
                                            feiten hebben voorgedaan, die – naar het oordeel van de
                                            burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht
                                            blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de
                                            openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het
                                            woon- en leefklimaat of de zedelijkheid;</al></li><li nr="d."><al>indien voor de exploitatie van een openbare inrichting
                                            tevens een vergunning op basis van de Drank- en
                                            Horecawet is vereist en deze vergunning is
                                            ingetrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een exploitatievergunning of vrijstelling kan worden
                                    ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien is of wordt gehandeld in strijd met de verleende
                                            vergunning en/of de daaraan verbonden
                                            voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of
                                            krachtens deze verordening zijn bepaald;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking van de vergunning op grond van het eerste
                                            lid, onder b, kan eerst geschieden een maand nadat van
                                            het voornemen daartoe aan de vergunninghouder
                                            schriftelijk mededeling is gedaan tenzij de
                                            vergunninghouder zelf niet langer voldoet aan de eisen
                                            zoals gesteld in artikel 2:28 tweede lid;</al></li><li nr="d."><al>in een openbare inrichting de functie van leidinggevende
                                            wordt uitgeoefend door een persoon, die niet op de
                                            vergunning met betrekking tot dat bedrijf als zodanig is
                                            vermeld;</al></li><li nr="e."><al>op verzoek van de exploitant. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van openbare inrichtingen waarvan de
                                    exploitatievergunningen ingevolge het eerste lid onder c van dit
                                    artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een
                                    exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende
                                    een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden
                                    geweigerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28b</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>De exploitatievergunning of verleende vrijstelling vervalt
                                wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk is
                                        beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen;</al></li><li nr="b."><al>zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van
                                        de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning
                                        gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik
                                        is gemaakt van de exploitatievergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant van een openbare inrichting verboden dit
                                    zonder vergunning van de burgemeester voor bezoekers geopend te
                                    hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1:4 kan de burgemeester
                                    door middel van een vergunningsvoorschrift voor een
                                    afzonderlijke openbare inrichting of voor een daartoe behorend
                                    terras een ander sluitingsuur of andere sluitingstijden
                                    vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod is het de
                                    exploitant van een openbare inrichting bovendien verboden dit
                                    zonder vergunning van de burgemeester voor bezoekers geopend te
                                    hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    op Aswoensdag tussen 00.00 uur en 02.00 uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, zesde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor zover op de
                                    Wet milieubeheer </al><al> gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende
                                        de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond
                                        van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>8A</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalokaliteit,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten
                                    van sportieve aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank
                                    ten behoeve van activiteiten, op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>maandag tot en met vrijdag na 17:00 uur en tot 23:00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zaterdag na 12:00 uur en tot 21:00 uur; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zondag na 12:00 uur en tot 21:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in
                                    het eerste lid verenigings- of wedstrijdactiviteiten
                                    plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste volledige uur voor
                                    aanvang of na afloop van de in dat lid genoemde schenktijden, is
                                    het deze paracommerciële rechtspersonen toegestaan, in
                                    aanvulling op de schenktijden genoemd in dat lid,
                                    alcoholhoudende drank te verstrekken tot anderhalf uur na
                                    beëindiging van deze activiteiten, maar niet later dan 01.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                    alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één
                                    uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van
                                    activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving
                                    van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet
                                    later dan 01.00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn
                                betrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Verbod happy hours voor alle horecabedrijven</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is
                                dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit of op
                                het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als
                                    bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
                                    houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester
                                    vastgestelde model.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon
                                    is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de
                                    burgemeester over te leggen op een door de burgemeester te
                                    bepalen wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van de inrichting
                                volledig en naar waarheid zijn of haar naam, woonplaats, dag van
                                aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                    Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen
                                    te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c.
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al><al/><al/><al><vet>AFDELING 10A. WINKELBEDRIJVEN</vet></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10a</nr><titel>Winkelbedrijven </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40a Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte
                                        waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig
                                        is of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden
                                        worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren
                                        van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid
                                        als smartshop, headshops, belshop of internetcafé;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een
                                        inrichting exploiteert op grond van artikel 2:40c;</al></li><li nr="c."><al>de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen;</al></li><li nr="d."><al>het gebied: het op basis van artikel 2:40b, eerste lid, door
                                        het college aangewezen gebied waarop deze afdeling van
                                        toepassing is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40b Gebiedsaanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd een gebied aan te wijzen waarbinnen
                                        ter bevordering, dan wel ter voorkoming van verdere
                                        aantasting, van het woon- en leefklimaat deze afdeling van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                        maximale aantal inrichtingen, al dan niet categorisch,
                                        binnen het gebied.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40c Vergunningplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester binnen
                                        het gebied als bedoeld in artikel 2:40b een inrichting te
                                        exploiteren;</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een
                                        door de burgemeester vastgesteld formulier;</al></li><li nr="3."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld;</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; en</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40d Gedragseisen</titel></kop><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40e Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        2:40d gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of beheerder binnen drie jaar voor de aanvraag
                                        een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van
                                        (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan
                                        wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is
                                        geweest;</al></li><li nr="c."><al>de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd
                                        is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                        leefmilieuverordening en geen medewerking is of zal worden
                                        verleend aan het afwijken middels een
                                        omgevingsvergunning;</al></li><li nr="d."><al>de vestiging of exploitatie strijd oplevert met de nadere
                                        regels als bedoeld in artikel 2:40b, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen
                                        dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de
                                        inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                        inrichting;</al></li><li nr="f."><al>de inrichting binnen een straal van 350 meter van gevoelige
                                        objecten zoals scholen buurthuizen of jongerencentra
                                        gevestigd is</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40f Sluiting</titel></kop><al>De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde
                                termijn, gesloten verklaren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of beheerder handelt in strijd met het
                                        bepaalde in de artikelen 2:40c, eerste lid, of 2:40d onder
                                        sub a en b;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40g Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting
                                        ingevolge de reguliere sluitingstijden voor bezoekers
                                        gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te
                                        bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is de exploitant of beheerder verboden gedurende de tijd
                                        dat een inrichting bij of krachtens de Winkeltijdenwet of
                                        krachtens een op grond van artikel 2:40f genomen besluit
                                        voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor
                                        bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers
                                        toe te laten of te laten verblijven.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40h Intrekking vergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning
                                ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in
                                        de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of de beheerder niet meer voldoet aan de in
                                        artikel 2:40d onder sub a en b gestelde eisen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:40i Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de exploitant of beheerder van een op de datum van de
                                        aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b in
                                        bedrijf zijnde inrichting wordt geacht een tijdelijke
                                        vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de
                                        duur van zes maanden.</al></li><li nr="2."><al>Wordt door de exploitant of beheerder van een inrichting als
                                        bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van zes maanden
                                        na de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b
                                        de ingevolge artikel 2:40c vereiste vergunning aangevraagd,
                                        dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste
                                        lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door het
                                        bevoegd orgaan op de aanvraag is beslist.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44A</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><al>1.Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels
                                te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe
                                is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                vergemakkelijken.</al><al>2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid
                                bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                handelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                    overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                    hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor
                                    niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan
                                    bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig
                                    overlast of hinder berokkent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><al>1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                laten verblijven of te</al><al>laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom of op een andere
                                        door het college aangewezen openbare plaats zonder dat die
                                        hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen
                                        plaats indien de hond niet is aangelijnd;</al></li><li nr="d."><al>op openbare plaatsen zonder voorzien te zijn van een
                                        halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
                                        houder duidelijk doet kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a tot
                                        met c gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een
                                        hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden of als een eigenaar of
                                        houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt
                                        tot geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats binnen de
                                    bebouwde kom begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de
                                    uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waar degene die zich met een
                                    hond op een openbare plaats begeeft verplicht is ervoor te
                                    zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats binnen de
                                    bebouwde kom, dan wel in gebieden als bedoeld in het vierde lid,
                                    begeeft is verplicht om een doeltreffend hulpmiddel bij zich te
                                    hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen
                                    van die hond en is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering
                                    te laten zien aan een toezichthouder.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als een doeltreffend hulpmiddel, zoals bedoeld in het vijfde
                                    lid, wordt beschouwd: een stevig zakje (van plastic of van
                                    papier), een schepje of een hondenpoepgrijper.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die:</al></li><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                        niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li><li nr="4"><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                        d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                    aangegeven; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen
                                    waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op
                                    een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten
                                    een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de
                                    bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                                    verordening Wegen Noord- Brabant 2010.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een door de burgemeester aangewezen
                                    digitaal verkoopregister en daarin vermeldt hij onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                inrichtingen) onder artikel 2:32]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan openbare plaatsen die door de
                                    burgemeester zijn aangewezen, indien de openbare orde dat in
                                    verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen
                                    als voornoemd in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn
                                    oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan
                                    vier personen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de
                                    verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik
                                    en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3
                                    van de Opiumwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                    bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich
                                    in de door deze aangewezen richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden, op openbare plaatsen, op een voor publiek
                                toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw,
                                middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te
                                gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te
                                verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen
                                voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74c</nr><titel>Achterlaten van spuiten e.d.</titel></kop><al>Het is verboden injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden,
                                reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende voorwerpen op
                                een openbare plaats dan wel in afvalbakken achter te laten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74d</nr><titel>Verblijfsontzegging/gebiedsverbod in verband met
                                    drugs</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikelen 2:1, 2:47.
                                2:48, 2:49, 2:50 en 2:73 van de Algemene plaatselijke verordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats en ten aanzien van alle door het publiek toegankelijke
                                    parkeerterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    andere door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen die voor het
                                    publiek toegankelijk zijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>16</nr><titel>GEBIEDSONTZEGGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste veertien dagen niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare
                                    feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een
                                    bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of
                                    meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                    een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafvordering is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de Kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 02.00 en 06.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan
                                    in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de
                                    wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid
                                    onder b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                    stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20
                                        dan wel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                        verordening gelden niet voor door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer delen van de gemeente: Bosschenhoofd, Hoeven,
                                        Oudenbosch, Oud Gastel, Stampersgat.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve
                                        festiviteit, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door de
                                        inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is
                                        opgenomen in onderstaande tabel.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>07.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 – 07.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>68 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>58 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>53 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>48 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>43 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>78 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>73 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>68 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>63 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>58 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>53 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="7."><al>De geluidswaarden als bedoeld in het zesde lid zijn
                                        inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                        vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de
                                        bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening-
                                        uiterlijk op de voor de inrichting geldende sluitingstijd
                                        als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 van deze
                                        verordening,</al><al> te worden beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan
                                    wel artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 van deze
                                    verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste drie werkdagen voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste drie werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, ten minste drie
                                    werkdagen voor de aanvang van de festiviteit is ingeleverd op de
                                    plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit,
                                    mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer
                                    bedragen dan de waarde, die is opgenomen in de tabel onder 4:2,
                                    zesde lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en</al><al> exclusief 10 dB (A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens
                                    wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12 van het Besluit en
                                    artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk op de voor de
                                    inrichting geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen
                                    2:29 en 2:30 van deze verordening, te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>tabel:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>07.00 tot 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00 tot 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00 tot 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="2."><al>Voor de duur van 3 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en
                                        artikel 4:3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening Noord- Brabant 2010.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet indien het een
                                    geluidswagen betreft en wordt voldaan aan elk van de volgende
                                    voorwaarden:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>de geluidswagen mag niet worden ingezet op zondagen of daarmee
                                    gelijkgestelde dagen;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>de geluidswagen mag niet worden ingezet op locaties waar al een
                                    evenement als bedoeld in artikel 2:24 plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>de geluidswagen mag niet worden ingezet tussen 22.00 uur en
                                    09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>de verkeersveiligheid is gewaarborgd tijdens de inzet van de
                                    geluidswagen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Verordening Wegen Noord-Brabant 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd of buiten een kampeerterrein valt
                                    waarvoor de medewerking is of zal worden</al><al> verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                        uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Verordening wegen Noord-Brabant
                                    2010.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                    staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen
                                    of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde
                                    periode onafgebroken te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                    exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><al>1 Het is verboden te venten:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college in het belang van de openbare orde
                                        aangewezen openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door het college in het belang van de openbare orde
                                        aangewezen dagen en uren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                        toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                        waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit en geen medewerking is of zal worden
                                    verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven in een dag-, nieuws-, of
                                    huis aan huisblad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, Verordening water Noord- Brabant, de
                                    Telecommunicatiewet of Algemene Verordening Ondergrondse
                                    Infrastructuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water
                                    Noord- Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Waterwet of de Verordening water Noord- Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water
                                    Noord- Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Verordening water Noord- Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening
                                    Noord- Brabant 2010 aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening
                                    Noord- Brabant 2010.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op verharde delen van de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid en
                                2:12, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de als buitengewoon opsporingsambtenaar
                                of –ambtenaren beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van
                                het Wetboek van Strafvordering en de ambtenaren van de
                                Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant die vanuit hun functie
                                belast zijn met toezicht en/of handhaving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn naast de in lid 1 genoemde personen
                                belast: ambtenaren van team Klantzaken en team Realisatie van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het eerste tot en met derde lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Halderberge 2013
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Halderberge 2016. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Halderberge </ondertekening><ondertekening>d.d. 10 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.Koenen G.A.A.J. Janssen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>