<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391920_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Gemeente Zwartewaterland 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-1970.html">Gemeenteblad 2016 - 1970</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Gemeente Zwartewaterland 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 149, Wegenverkeerswet, art. 2a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0006622"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nieuwe Regeling</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Gemeente Zwartewaterland 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zwartewaterland;</al><al/><al>Overwegende dat het wenselijk is om regels vast te stellen voor een goede
                        verdeling van de beschikbare parkeerruimte en voor het uitgeven van
                        vergunningen voor het parkeren;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d.
                        (datum);</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al/><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de </al><al>Parkeerverordening Gemeente Zwartewaterland 2014</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met
                            inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het
                            RVV 1990.</al><al>c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                            voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                            personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                            binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                            terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge
                            een wettelijk voorschrift is verboden.</al><al>d. houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                            kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de
                            Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens.</al><al>e. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><al/><al> a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al><al> b. gelegen is binnen zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het
                            RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd.</al><al/><al>f. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                            welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                            aangewezen belanghebbendenplaatsen.</al><al>g. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><al>1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                            aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                            vergunninghouders,</al><al>2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                            vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                            toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3</label></kop><al>1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                            verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.</al><al>2. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een
                            vergunning.</al><al>3. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                            verbinden die strekken tot </al><al> bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                            parkeerruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4</label></kop><al>1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                            voor een vergunning.</al><al>2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste
                            vier weken verlengen.</al><al> Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in
                            kennis gesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5</label></kop><al>1. Een vergunning kan voor onbepaalde tijd of voor een bepaalde tijd
                            worden verleend.</al><al>2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al> a. de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al> b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al> c. de naam van de vergunninghouder;</al><al> d. het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><al>a. op verzoek van de vergunninghouder;</al><al>b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is in het gebied
                            waarvoor de vergunning is verleend;</al><al>c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al>d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al><al>e. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al><al>f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al><al>g. om redenen van openbaar belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7</label></kop><al>1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren slechts aan
                            vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of
                            geparkeerd te houden:</al><al> a. zonder vergunning;</al><al> b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                            voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;</al><al> c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                            lid van dit artikel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                            laten staan op een belanghebbendenparkeerplaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9</label></kop><al>Overtreding van het bepaalde in deze verordening wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10</label></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening gemeente
                            Zwartewaterland 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2014.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>Aldys</al></artikel><artikel><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><lijst><li nr=""><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het
                                    gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van
                                    belang in verband met de verbetering van de bereikbaarheid en
                                    leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via parkeerbeleid
                                    kunnen gemeenten de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte
                                    reguleren en overlast voorkomen. Een goed instrument dat
                                    gemeenten kunnen gebruiken voor de parkeerregulering is het
                                    invoeren van betaald parkeren en parkeren door vergunninghouders
                                    (ook wel belanghebbendenparkeren) en autodate. Veel grote en
                                    middelgrote gemeenten passen dit instrument reeds vele jaren
                                    toe. </al></li><li nr=""><al>In de model-Parkeerverordening wordt vooral aandacht besteed aan
                                    het verlenen van parkeervergunningen en is een aantal
                                    verbodsbepalingen opgenomen, zoals het zonder vergunning
                                    parkeren op een belanghebbendenplaats en het plaatsen van andere
                                    voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald
                                    parkeren of belanghebbendenparkeren. </al></li><li nr=""><al>De model-Verordening Parkeerbelastingen gaat vooral over (het
                                    ontstaan van) de belastingplicht, de maatstaf en de wijze van de
                                    heffing, de betaling en de naheffingsaanslag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al>In de aanhef van de Parkeerverordening dienen de artikelen 149
                            Gemeentewet en 2a Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden. Op grond
                            van het eerste artikel mogen autonome verordeningen worden opgesteld en
                            op grond van het tweede artikel behouden gemeenten hun autonome
                            regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp waarin de
                            Wegenverkeerswet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met
                            de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover
                            verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen. </al><al/><al>Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen</al><lijst><li nr=""><al><cursief>b. motorvoertuigen</cursief></al></li><li nr=""><al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen
                                    parkeerbelastingen worden geheven voor het parkeren met
                                    voertuigen. In de model-Parkeerverordening is ervoor gekozen om
                                    de werking van deze verordening te beperken tot motorvoertuigen,
                                    zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RVV 1990 met inbegrip
                                    van brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen
                                    verstaan: ‘alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen,
                                    fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen,
                                    bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen’. Een
                                    brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia) gedefinieerd als
                                    een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een
                                    carrosserie. Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van
                                    motorvoertuigen. In artikel 2a van het RVV 1990 is echter
                                    bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van toepassing
                                    zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                                    brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het
                                    verkeer dus gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt
                                    ook voor het parkeren met een brommobiel. Daarom is ervoor
                                    gekozen de Parkeerverordening en de Verordening
                                    parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op
                                    brommobielen.</al></li><li nr=""><al><cursief>c. parkeren</cursief></al></li><li nr=""><al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie
                                    van het begrip parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus
                                    niet bij de definitie uit artikel 1 onder ac. van het RVV 1990.
                                    Er is gekozen voor deze definitie, omdat het invoeren van
                                    betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is
                                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al></li><li nr=""><al><cursief>d. houder</cursief></al></li><li nr=""><al>In de definitie van het begrip houder komt het begrip
                                    ‘motorrijtuig’ voor. Dit is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald
                                    is dat motorrijtuigen over een kenteken moeten beschikken. Het
                                    RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren zijn
                                    opgenomen, spreekt daarentegen over motorvoertuigen. Dit is op
                                    zich verwarrend, maar materieel gezien komen de definities van
                                    beide begrippen goeddeels overeen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen</label></kop><lijst><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept></al></li><li nr=""><al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden
                                    waarop met een vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd
                                    kan worden, dient bij of krachtens deze verordening te worden
                                    geregeld. Het aanwijzen van de gebieden, plaatsen en tijden voor
                                    het parkeren bij parkeerapparatuur gebeurt op basis van de
                                    Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is
                                    de aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd.</al></li><li nr=""><al>De aanwijzing van belanghebbendengebieden is in principe alleen
                                    mogelijk voor gebieden waar een redelijke mate van parkeerdruk
                                    aanwezig is. Voor het aanwijzen van een autodateplaats is de
                                    aanwezigheid van parkeerdruk niet perse noodzakelijk. Het motief
                                    van het aanwijzen van zo’n autodateplaats is veel meer gelegen
                                    in het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte
                                    overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu,
                                    bedoeld in de Wet milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid WVW
                                    1994).</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept></al></li><li nr=""><al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op
                                    plaatsen voor belanghebbenden of met parkeerapparatuur. Het
                                    college kan tevens nadere regels stellen voor het indienen van
                                    aanvragen en het verlenen van de parkeervergunning. Hierbij kan
                                    worden gedacht aan het stellen van indieningsvereisten voor het
                                    aanvragen van een parkeervergunning. In het kader van het
                                    voorkomen van onnodige administratieve lasten voor burgers en
                                    bedrijven adviseren wij u geen gegevens te vragen die reeds
                                    binnen uw organisatie bekend zijn of die u eenvoudig en vaak
                                    goedkoper zelf kunt opvragen. Wij denken hierbij dan aan het
                                    opvragen van bedrijfsgegevens bij de Kamers van Koophandel voor
                                    het afgeven van een parkeervergunning aan een bedrijf.</al></li><li nr=""><al>Ook kan het college regels stellen voor personen of bedrijven
                                    die nog niet in het vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd
                                    zijn, maar die dat wel binnen afzienbare tijd gaan doen. Zij
                                    zouden alvast op een eventuele wachtlijst voor een
                                    parkeervergunning kunnen worden gezet. Wel zullen zij voldoende
                                    hard moeten kunnen maken dat zij ook daadwerkelijk in het
                                    betreffende gebied gaan wonen of zich daar gaan vestigen met een
                                    bedrijf. Denk hierbij een koopcontract of huurcontract.</al></li><li nr=""><al>Voorbeeldformulieren voor het aanvragen van een
                                    parkeervergunning kunt u vinden op de web-site van EGEM:
                                    www.egem-iteams.nl/overzicht-eformulieren . </al></li><li nr=""><al>In het derde lid worden verschillende categorieën
                                    belanghebbenden genoemd die in aanmerking kunnen komen voor een
                                    parkeervergunning. In de verordening zijn drie categorieën
                                    opgenomen: bewoners, bedrijven en autodate. U kunt het aantal
                                    categorieën eventueel uitbreiden met bijvoorbeeld: bezoekers,
                                    huisartsen, incidentele vergunningen ed.</al></li><li nr=""><al>Door in de parkeerverordening te verwijzen naar categorieën en
                                    deze middels een onderbord ook bij de parkeerplaats zelf te
                                    vermelden, is het de betrokken vergunninghouders ook bekend waar
                                    zij kunnen parkeren. Voor een uitgebreider behandeling van de
                                    parkeerbebording verwijzen wij naar de CROW-uitgave 'Richtlijn
                                    parkeerbebording' (publicatie 134, 1999).</al></li><li nr=""><al>In het vierde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. In
                                    bijzondere gevallen kan het college ook een (tijdelijke)
                                    parkeervergunning verlenen aan de eigenaar of houder van een
                                    motorvoertuig die niet voldoet aan één van de vereisten die in
                                    het derde lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                                    gedacht aan de eerder genoemde personen of bedrijven die nog
                                    niet in het vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn,
                                    maar die dat wel binnen afzienbare tijd gaan doen.</al></li><li nr=""><al>Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied teveel
                                    parkeervergunningen worden uitgegeven, is het verstandig om
                                    direct bij de invoering van een belanghebbendengebied het
                                    maximum aantal uit te geven vergunningen te bepalen. Hierbij kan
                                    ook onderscheid worden gemaakt naar de verschillende categorieën
                                    parkeervergunningen, waarbij het in de praktijk vooral zal gaan
                                    om het aantal bewonersvergunningen en bedrijfsvergunningen.
                                    Hoewel een parkeervergunning geen absoluut recht geeft op een
                                    parkeerplaats in een aangewezen belanghebbendengebied, moet de
                                    vergunninghouder er wel op kunnen vertrouwen dat hij zijn auto
                                    doorgaans kwijt kan in dat gebied. Wanneer het maximum aantal
                                    uit te geven parkeervergunningen is bereikt, kan het college de
                                    parkeervergunning weigeren en de betreffende persoon of het
                                    betreffende bedrijf op een wachtlijst plaatsen</al></li><li nr=""><al>Op grond van het zesde lid kunnen met het oog op een goede
                                    verdeling van de beschikbare parkeerruimte aan de vergunning
                                    zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te
                                    gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen
                                    waarop de vergunning van kracht is. Vergunningen kunnen ook
                                    worden verleend voor bepaalde zones, om te voorkomen dat
                                    vergunninghouders overal elders in de gemeente gratis kunnen
                                    parkeren.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 4</onderstreept></al></li><li nr=""><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een
                                    redelijke termijn een beslissing wordt genomen op een aanvraag
                                    voor een vergunning. Om voor de aanvrager duidelijkheid te
                                    verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf opgenomen.
                                    In de verordening is een beslistermijn van vier weken opgenomen,
                                    die eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd.
                                    Normaal gesproken moet een parkeervergunning binnen vier weken
                                    kunnen worden verstrekt. Mocht dit in een enkel geval onverhoopt
                                    niet lukken, dan kan deze termijn worden verlengd met vier
                                    weken.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept></al></li><li nr=""><al>De termijnen waarvoor de parkeervergunningen worden verleend,
                                    verschillen sterk van gemeente tot gemeente. Het varieert van
                                    vergunningen voor onbepaalde tijd tot vergunningen voor een
                                    periode van 1 jaar. De tekst moet op dit punt worden aangepast
                                    aan de in de gemeente gangbare praktijk.</al></li><li nr=""><al>Het is mogelijk om een parkeervergunning voor onbepaalde tijd
                                    ofwel tot wederopzegging te verlenen. Het voordeel hiervan is
                                    dat er minder administratieve lasten bij de burger en het
                                    bedrijfsleven komen te liggen, omdat zij niet steeds opnieuw een
                                    nieuwe vergunning behoeven aan te vragen. Ook de administratieve
                                    lasten van het gemeentelijke apparaat komen hierdoor lager te
                                    liggen dan bij tussentijdse verlenging. Een mogelijk nadeel is
                                    dat eenmaal uitgegeven vergunningen alleen ingetrokken of
                                    gewijzigd kunnen worden op grond van de in de verordening
                                    genoemde criteria. De intrekkings- en wijzigingsgronden in
                                    artikel 6 zijn echter zodanig ruim geformuleerd, dat inspelen op
                                    gewijzigde omstandigheden ook dan mogelijk is.</al></li><li nr=""><al>Wanneer gekozen wordt voor een parkeervergunning voor onbepaalde
                                    tijd is het verstandig om wél jaarlijks – na betaling van de
                                    parkeerbelasting – een nieuw vergunningbewijs te verstrekken.
                                    Dit vergunningbewijs moet achter de voorruit worden bevestigd,
                                    zodat de parkeercontroleurs eenvoudig kunnen zien dat er nog
                                    steeds sprake is van een geldige parkeervergunning.</al></li><li nr=""><al>Om de controle op de naleving van het belanghebbendenparkeren
                                    efficiënt te laten verlopen, moet zo min mogelijk informatie op
                                    de vergunning worden vermeld. Een overmaat aan informatie
                                    bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel lezen,
                                    kleine letters etcetera). Wanneer er toch behoefte bestaat aan
                                    meer informatie, zou deze op de achterzijde van de vergunning
                                    vermeld kunnen worden. Ook is het denkbaar de vergunning
                                    vouwbaar uit te voeren of een bijlage te verstrekken. Om fraude
                                    te bemoeilijken (het maken van bij voorbeeld een fotokopie) is
                                    het denkbaar de vergunning in meer kleuren uit te voeren. In dat
                                    geval moet gelet worden op de kleurechtheid van de inkt en/of
                                    het papier.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 6</onderstreept></al></li><li nr=""><al>In de aanhef van dit artikel wordt aangegeven dat het college
                                    een parkeervergunning 'kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is
                                    hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van het college van
                                    burgemeester en wethouders staat of een vergunning daadwerkelijk
                                    moet worden ingetrokken of gewijzigd, wanneer een van de
                                    opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is
                                    limitatief bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook
                                    niet worden ingetrokken of gewijzigd.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 8</onderstreept></al></li><li nr=""><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde
                                    motorvoertuigen, op parkeerapparatuur- en
                                    belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke voorwerpen
                                    belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Het gaat hier
                                    om gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze
                                    verbodsbepaling moet dan ook, ongeacht of tot fiscalisering
                                    wordt overgegaan, in de verordening worden opgenomen.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 9</onderstreept></al></li><li nr=""><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op
                                    overtreding van hun verordeningen een hechtenis van ten hoogste
                                    drie maanden of een geldboete van de tweede categorie kunnen
                                    stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak kan als
                                    bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al></li><li nr=""><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder
                                    gewenst om daarop de zwaarste strafsanctie te stellen. Er is
                                    daarom gekozen voor een hechtenis van maximaal een maand of een
                                    geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken van de
                                    rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het
                                    opnemen daarvan in de Parkeerverordening is daarom achterwege
                                    gelaten.</al></li><li nr=""><al><onderstreept>Artikel 10</onderstreept></al></li><li nr=""><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk
                                    voorschrift belast zijn met het houden van toezicht op de
                                    naleving van wettelijke voorschriften, zo volgt uit artikel 5:11
                                    Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting
                                    op deze bepalingen verwijzen wij naar de toelichting op in de
                                    model Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zwartewaterland van 5 juni 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.J. Renkema ing. E.J. Bilder</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>