<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391858_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 29 december 2015, nr. 128929</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 221 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/46683 en 2015/46687</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op
                roerende woon- en bedrijfsruimten 2016
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li>
            <li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li>
            <li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten'
                                worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
                                belastingen geheven:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens
                                        eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                        gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li>
                <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                        eigenarenbelasting.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li>
                <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
                                        die ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al> Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                                heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of
                                deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is
                                gesteld.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li>
            <li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li>
            <li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li>
            <li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid.
                                Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met:</al><al>a. de aard en de bestemming van de ruimte;</al><al>b. de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                functionele veroudering waarbij de invloed van latere wijzigingen in
                                aanmerking wordt genomen.</al></li>
            <li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van
                                de Woningwet is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor
                                gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></li>
            <li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                                van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                                noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></li>
            <li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li>
              <li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li>
              <li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li>
              <li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
                                    merken.</al></li>
              <li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li>
              <li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                    behoeve van begraafplaatsen en urnentuinen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f,
                            bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover
                            de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Waardepeildatum</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de
                            waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                            verkeert.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar
                            waarvoor de waarde wordt bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het
                            kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li>
              <li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                    afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                    of</al></li>
              <li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid,
                                    wordt, in afwijking van het eerste lid, de waarde bepaald naar
                                    de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1588 %</al></li>
              <li nr="b."><al>de eigenarenbelasting:</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>-</lidnr>
            <al>voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1245 %</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>-</lidnr>
            <al>voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1827
                            %</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien het totale aanslagbiljetbedrag beneden de € 5,- blijft, wordt
                            geen belasting geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt
                            het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            roerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn
                            twee maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in gevallen, waarbij
                            de belastingschuldige aan de gemeente een automatische incasso heeft
                            verstrekt, in maximaal tien gelijke maandelijkse termijnen worden
                            voldaan. De eerste termijn vervalt daarbij op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Betaling in termijnen is alleen mogelijk indien het totaal verschuldigde
                            bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minimaal € 50,-
                            doch minder dan € 5.000 bedraagt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>In afwijking van hetgeen in het derde lid is bepaald, worden, indien de
                            belastingplicht eerst in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel
                            de belasting later dan in de tweede kalendermaand van het belastingjaar
                            wordt opgelegd, de termijnen van betaling bij automatische incasso
                            beperkt tot het aantal volle termijnen dat nog van de genoemde tien
                            gelijke termijnen resteert. Met dien verstande dat een minimum aantal
                            van zes termijnen overblijft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>In afwijking van hetgeen in het derde lid is bepaald, worden, indien de
                            belasting eerst in één van de volgende kalenderjaren wordt opgelegd, de
                            termijnen van betaling bij automatische incasso beperkt tot zes gelijke
                            termijnen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>De in lid 3, 5 en 6 van dit artikel genoemde termijnbedragen worden
                            afgerond op twee decimalen. Afwijkingen en afrondingsverschillen in de
                            te betalen termijnen zijn toegestaan.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De 'Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                2015’ van 18 december 2014 van de Gemeente Alphen aan den Rijn wordt
                                ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat
                                zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten 2016.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Besloten door de raad van Alphen aan den Rijn in de openbare
                        raadsvergadering van 17 december 2015.</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. J.A.M. Timmerman, mr. drs. J.W.E. Spies</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>