<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391815_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Meedoen in Best 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2016-01-13</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Meedoen in Best 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-02-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>participatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Meedoen in Best 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening Meedoen in Best 2016</al><al/><al>De raad van de gemeente Best;</al><al/><al>gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders d.d. 6 oktober 2015;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>·in te trekken; de Verordening maatschappelijke participatie WWB gemeente
                        Best 2012.</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is een verordening vast te stellen die het
                        mogelijk maakt voor volwassenen met een minimuminkomen om maatschappelijk te
                        kunnen participeren;</al><al/><al>·vast te stellen; de Verordening Meedoen in Best 2016.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Best;</al></li><li nr="b."><al>bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5, aanhef en
                                        onder c van de Participatiewet.</al></li><li nr="c."><al>vermogen: het in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                        artikel 34 van de Participatiewet.</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke participatie: deelname aan
                                        maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele
                                        activiteiten die beogen een sociaal isolement te voorkomen
                                        of te doorbreken;</al></li><li nr="e."><al>peilmaand: wanneer de aanvraag wordt ingediend tussen 1
                                        januari en 1 juli, de maand januari van het jaar waarin de
                                        aanvraag wordt ingediend en in andere gevallen de maand juli
                                        van dat jaar.</al></li><li nr="f."><al>inwoner: een persoon die is ingeschreven in het BRP Gemeente
                                        Best én een woonadres heeft in de gemeente Best.</al></li><li nr="g."><al>inkomen: netto inkomen exclusief vakantiegeld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op een activiteitenvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan deze voorziening verstrekken aan inwoners van Best,
                                in het jaarwaarin de aanvraag wordt ingediend, die:</al><lijst><li nr="a."><al>op het moment van aanvraag een leeftijd hebben van 18 jaren
                                        of ouder;</al></li><li nr="b."><al>in de peilmaand beschikken over een inkomen dat niet hoger
                                        is dan 110% van detoepasselijke bijstandsnorm exclusief
                                        vakantietoeslag, </al></li><li nr="c."><al>in de peilmaand beschikken over een vermogen dat lager is
                                        dan het in artikel 34 lid3 van de Participatiewet vermelde,
                                        op de leefsituatie betrekking hebbende bedrag, en</al></li><li nr="d."><al>geen recht hebben op studiefinanciering op grond van de Wet
                                        op de</al><al> Studiefinanciering 2000.</al></li><li nr="e."><al>kosten hebben in verband met sociale, educatieve, culturele
                                        en sportactiviteiten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De activiteitenbijdrage is € 150,00 per persoon per jaar.</al></li><li nr="2."><al> Het college kan de hoogte van het bedrag jaarlijks wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een belanghebbende slechts een gedeelte van het jaar van
                                aanvraag woonachtig is in de gemeente Best, wordt de bijdrage
                                vastgesteld naar rato van het aantal volledige maanden dat hij in
                                Best woonachtig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage wordt verstrekt door middel van een eenmalige
                                uitbetaling.</al></li><li nr="2."><al>Deze voorziening kan per persoon maximaal eenmaal per kalenderjaar
                                wordentoegekend.</al></li><li nr="3."><al>Aan de toekenning van de bijdrage wordt de verplichting verbonden
                                deze te bestedenaan de kosten waarvoor de aanvraag wordt
                                ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een voorziening op grond van deze verordening moet worden aangevraagd
                        middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestedingsverplichting zoals genoemd in artikel 4 lid 3 en de
                                hoogte van hetvermogen worden, met inachtneming van de overige
                                voorwaarden van deze verordening, achteraf steekproefsgewijs
                                gecontroleerd.</al></li><li nr="2."><al>Belanghebbende dient desgevraagd aan te tonen dat de betreffende
                                kosten gemaaktzijn. Daartoe dient de belanghebbende bewijsstukken te
                                bewaren tot en met de vierde maand na afloop van het kalenderjaar
                                waarop de bijdrage betrekking heeft.</al></li><li nr="3."><al>De omvang van de steekproef als bedoeld in lid 1 is minimaal 5% van
                                het aantalaanvragen over een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Indien de belanghebbende niet kan aantonen dat de aangevraagde activiteit is
                        uitgevoerd dan wel anderszins onverschuldigd is betaald , kan het college
                        het besluit tot toekenning intrekken en de ten onrechte verleende
                        tegemoetkoming terugvorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                dezeverordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Regeling Meedoen in
                                Best 2016.</al></li><li nr="5."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2016.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van Bestin zijn vergadering van 30-11-2015</al></slotformulering><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>Marcel Baijens</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>Anton van Aert</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota toelichting algemeen</titel></kop><al>Op 1 januari 2016 treedt deze verordening in werking die de huidige verordening
                    maatschappelijke participatie WWB gemeente Best 2012 vervangt.</al><al/><al>Inmiddels is door de raad besloten, dat kinderen van 0 tot 18 jaar per 1 januari
                    2016 niet meer via een gemeentelijke regeling worden bediend. De Stichting
                    Leergeld Best e.o. wordt deze rol toebedeeld.</al><al>Met deze verordening wordt dus voor de doelgroep volwassen een nieuwe regeling
                    vastgesteld. </al><al/><al>De participatiewet, die op 1 januari 2015 van kracht is geworden, verbiedt een
                    aantal vormen van bijzondere bijstand. Er mag geen sprake zijn van een
                    ongerichte vergoeding van kosten, waarvan slechts aannemelijk is, dat ze zijn
                    gemaakt. </al><al/><al>In het jaar 2015 hebben wij de bestaande verordening laten doorlopen, omdat door
                    de late landelijke besluitvorming zonder een goed alternatief, dit zou leiden
                    tot ongewenste effecten. Op de bestaande regeling is in 2015 steekproefsgewijs
                    gecontroleerd.</al><al/><al>Er is sprake van een gemeentelijke bevoegdheid tot het opstellen van een nieuwe
                    verordening. Bij de wens om de volwassen inwoners te kunnen blijven ondersteunen
                    bij maatschappelijke participatie is deze nieuwe verordening opgesteld. </al><al>In artikel 149 GW, waarop deze verordening is gebaseerd, staat:</al><al>“De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig
                    oordeelt”</al><al>In de nieuwe regeling is duidelijk omschreven, dat er een bestedingsverplichting
                    is, dat er een steekproefsgewijze controle plaatsvindt en het college daarnaast
                    een terugvorderingsbevoegdheid heeft. Van een ongerichte inkomenssuppletie is
                    daardoor geen sprake. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>In lid b en c wordt aangesloten bij de normbedragen van de Participatiewet die
                    twee keer per jaar worden bijgesteld en het sociaal minimum zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In lid a wordt: in het geval dat een aanvrager in het betreffende jaar 18 jaar
                    oud is geworden, altijd nagegaan of al een bijdrage is verkregen via de
                    Stichting Leergeld Best e.o. In dat geval wordt er in het betreffende
                    kalenderjaar geen bijdrage uit de regeling Meedoen in Best 2016 toegekend.</al><al/><al>In lid e wordt onder kosten bedoelt:</al><al>De bijdrage van deze regeling mag worden gebruikt voor de volgende kosten:</al><lijst><li nr="·"><al>Kosten in verband met sociale, culturele en sportactiviteiten. </al></li><li nr="·"><al>Abonnementen en seizoenkaarten voor onder andere het zwembad, de
                            schouwburg, de bibliotheek, musea en sportverenigingen.</al></li><li nr="·"><al>Contributies en attributen als u lid bent van een vereniging of een
                            club, zoals sportverenigingen, hobbyclubs, ouderenverenigingen,
                            buurtverenigingen, politieke partijen en vakbonden, jeugd- en
                            jongerenwerk, dansles en muziekonderwijs .</al></li><li nr="·"><al>Cursusgelden gericht op hobby en creativiteit op het gebied van
                            jongerenwerk, volwasseneneducatie, kunstzinnige vorming, club- en
                            buurthuiswerk en emancipatieactiviteiten.</al></li><li nr="·"><al>Eenmalige activiteiten zoals excursies en uitstapjes naar dierentuin of
                            attractiepark, theater- of bioscoopbezoek, sportwedstrijden en
                            festivals.</al></li><li nr="·"><al>Abonnementskosten voor telefoon, dagblad of internetgebruik tot maximaal
                            € 50,00 per jaar, omdat deelname aan sociale, culturele en
                            sportactiviteiten het primaire doel van de regeling zijn.</al></li></lijst><al>Als de activiteit van belanghebbende er niet bij staat, kan door de klantmanager
                    altijd worden bekeken of deze activiteit in aanmerking komt voor een bijdrage
                    via deze regeling.</al><al>Sociale Zaken neemt andere mogelijkheden in overweging als ze passen binnen de
                    uitgangspunten van deze regeling. </al><al>De artikel 3 tot en met 8 behoeven geen nadere toelichting .</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>