<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391813_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-1593.html">gmb-2016-1593</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=27">Participatiewet, art. 27</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=28">Particpatiewet, art. 28</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>101486</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk,</al><al>besluit vast te stellen de ‘Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015’.</al><al>De beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015 geven uitvoering aan de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=27" struct="BWB">artikelen 27</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=28" struct="BWB">28 van de Participatiewet</extref>.</al><al><vet>Wettelijk kader verlagen norm woonsituatie</vet></al><al>Het college kan de norm van de uitkering, bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=20" struct="BWB">artikelen 20</extref> en <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=21" struct="BWB">21 Participatiewet</extref>, op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=27" struct="BWB">artikel 27 van Participatiewet</extref>, lager vaststellen voor zover de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning.</al><al><vet>Wettelijk kader verlagen norm schoolverlaters</vet></al><al>Het college kan de belanghebbende die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding, de norm van de uitkering gedurende zes maanden na het tijdstip van die beëindiging lager vaststellen, indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de <extref doc="1.0:v:BWBR0011453" struct="BWB">Wet studiefinanciering 2000</extref> of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0012438" struct="BWB">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Beleidsregels verlaging norm woonsituatie</titel></kop><al>De verlaging als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=27" struct="BWB">artikel 27 van de Participatiewet</extref> bedraagt:</al><lijst><li nr="1."><al>15 % van de gezinsnorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen woonkosten verbonden zijn. Indien belanghebbende inwonend is bij (pleeg)ouders vervalt de verlaging zoals genoemd in dit lid;</al></li><li nr="2."><al>15 % van de gezinsnorm indien geen woning wordt bewoond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleidsregels norm schoolverlaters</titel></kop><al>De verlaging voor schoolverlaters zoals bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=28" struct="BWB">artikel 28 Participatiewet</extref> bedraagt 20% van de gezinsnorm gedurende 6 maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><label>Aldus vastgesteld in de collegevergadering van </label><dagtekening><datum isodatum="2015-12-01">1 december 2015</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>De gemeentesecretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>op de Beleidsregels verlagen norm woonlasten en schoolverlaters Participatiewet 2015</titel></kop><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al><vet>Beleidsregels verlaging norm woonsituatie</vet></al><al>Niet alleen door de algemene bestaanskosten met een  ander te delen kunnen er aanzienlijk lagere bestaanskosten zijn maar ook  als bepaalde kosten ontbreken. Bij de bijstandsverlening moet met deze  lagere bestaanskosten rekening worden gehouden.          </al><al>Van lagere  algemene bestaanskosten als gevolg van de woonsituatie kan sprake zijn  bij de bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden </al><al>Artikel 27  Participatiewet geeft het college de mogelijkheid de norm of de toeslag  te verlagen in zoverre belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke  kosten van het bestaan heeft als gevolg van zijn woonsituatie.</al><al><vet>Voorbeelden</vet></al><al>Van lagere bestaanskosten als gevolg van de woonsituatie kan sprake zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>bij het niet aanhouden van een woning (volgt uit de tekst van artikel 27 Participatiewet); </al><al>bij de bewoning van een woning waaraan geen woonlasten zijn verbonden, bijvoorbeeld in het geval van krakers (zie TK 2002–2003, 28 870, nr. 3, p. 53–54); </al></li><li nr="•"><al>ingeval een derde, bijvoorbeeld een onderhoudsplichtige, de woonlasten  betaalt van de woning. Er wordt dan een woning bewoond waaraan voor de  bijstandsgerechtigde geen woonkosten zijn verbonden. Het financiële  voordeel van het niet verschuldigd zijn van woonkosten rechtvaardigt een  lager bedrag aan algemene bijstand. Zie TK 2002–2003, 28 870, nr. 3, p. 53–54.</al></li></lijst><al>Voorwaarde</al><al>Voorwaarde voor de toepassing van artikel 27  Participatiewet is dat door de belanghebbende niet jegens een derde  woonkosten verschuldigd zijn.          </al><al>In alle hierboven genoemde situaties zal de verlaging van norm of toeslag 15% van het minimumloon bedragen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Gelet op de basishuur vermeld in de Wet op de huurtoeslag en er vanuit gaande dat er in de regel ook nog andere woonlasten zijn, is bij het geheel ontbreken van woonkosten een verlaging op zijn plaats zijn van afgerond, 15% van het netto minimumloon.</al><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al><vet>Beleidsregels verlaging norm schoolverlaters</vet></al><al>Op grond van dit artikel heeft het college gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de landelijke norm of de toeslag lager vast te stellen als de belanghebbende recent zijn scholing of beroepsopleiding heeft beëindigd. De bijstandsuitkering ligt – veelal aanmerkelijk – hoger dan de bedragen voor levensonderhoud die in het kader van de studiefinanciering gelden. Waar de belanghebbende tijdens de studieperiode de bestedingen heeft afgestemd op het beperkte inkomen uit studiefinanciering, nemen zijn noodzakelijke bestaanskosten niet onmiddellijk toe als hij zijn studie beëindigt en als schoolverlater op bijstand aangewezen raakt. De invloed van inkomsten bijvoorbeeld uit arbeid of stagevergoeding van de belanghebbende tijdens de studie speelt hierbij geen rol. De verlaging van de bijstandsuitkering kan slechts plaatsvinden in de periode van een half jaar na de beëindiging van de scholing of de beroepsopleiding.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>