<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR391524_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-128695.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dfinanci%25c3%25able%2bverordening%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAfgelopenMaand%26spd%3d20160108%26epd%3d20160108%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGilze%2ben%2bRijen%26orgt%3dgemeente%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, Jaargang 2015, nr.128695, 30 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendapunt 14. </al><al>Vergadering</al><al>d.d. 21 december 2015.</al><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 december
                        2015;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet ;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de</al><al><vet>F</vet><vet>inanciële verordening </vet><vet>gemeente
                    </vet><vet>Gilze en Rijen 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma doelstellingen vast. De doelstellingen
                                dienen voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de
                                gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt, indien gewenst, vast over welke onderwerpen hij in
                                extra paragrafen in de begroting en jaarstukken kaders wil stellen
                                en geïnformeerd wil worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de ramingen ingedeeld
                            naar programma's en bij het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de realisatie ingedeeld
                            naar programma's.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                    wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>van de nieuwe investeringen per investering het
                                            benodigde investeringskrediet weergegeven;</al></li><li nr="b."><al>van de lopende investeringen het geautoriseerde
                                            investeringskrediet en de raming van de uitputting van
                                            het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitputting van de geautoriseerde
                                            investeringskredieten;</al></li><li nr="b."><al>de actuele raming van de totale uitgaven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In de begroting wordt een overzicht opgenomen van risicovolle
                                    budgetten voor het komende jaar waarover in de tussentijdse
                                    rapportages aan de raad gerapporteerd dient te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het college legt <cursief>vóór 15 juli</cursief> een perspectiefnota ter
                            besluitvorming voor aan de raad met daarin de financiële kaders en
                            speerpunten van beleid die het college bij het voorbereiden van de
                            programmabegroting van het volgende begrotingsjaar en de drie daarop
                            volgende jaren dient te hanteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Autorisatie begroting, investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><al><onderstreept>1</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept> De raad
                            autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en baten per
                            programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen het bedrag voor
                            onvoorzien</al><al>2.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                            investeringen hij op een later</al><al>tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet
                            wil ontvangen. De overige</al><al>nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                            vaststellen van de financiële</al><al>positie geautoriseerd.</al><al>3.Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of
                            investeringskrediet dreigt te worden</al><al>overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende
                            raadsvergadering of via een tussentijdse rapportage aan de raad gemeld.
                            Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of
                            het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het
                            beleid.</al><al>4.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                            begroting zijn opgenomen, legt</al><al>het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een
                            investeringsvoorstel en een voorstel</al><al>voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.</al><al>5.Bij investeringen groter dan € 100.000,-- informeert het college de
                            raad in het voorstel over het effect van de investering op de
                            schuldpositie en/of weerstandsvermogen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tussentijdse rapportages</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel
                                    van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting
                                    van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering
                                    en de bijstelling van het beleid</al></li></lijst><al>en de raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en het bedrag
                                    voor onvoorzien;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de lasten en de baten, volgend uit de
                                    onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                    programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d;</al></li><li nr="f."><al>de investeringskredieten;</al></li><li nr="g."><al>de risicovolle budgetten;</al></li><li nr="h."><al>de risico’s en de effecten daarvan op het
                                    weerstandsvermogen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en
                                            neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is
                                            gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                                            college te brengen indien de begrotingspost
                                                <cursief>onvoorziene uitgaven</cursief> wordt
                                            overschreden. Bij raadsvoorstellen met als dekking de
                                            begrotingsposten <cursief>onvoorziene uitgaven</cursief>
                                            dient ook altijd het saldo van deze post vermeld te
                                            worden.</al></li><li nr="4."><al>het college kan besluiten nemen over activiteiten die
                                            niet in de begroting zijn opgenomen tot een bedrag van €
                                            40.000,--; deze besluiten legt het college via de
                                            tussentijdse rapportages voor aan de raad.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3 zesde lid van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden,
                            informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig
                            is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een
                            voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor regelgeving ten aanzien van de waardering en afschrijving van
                                vaste activa is de vigerende nota waarderings- en
                                afschrijvingsbeleid van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een nota
                                waarderings- en afschrijvingsbeleid aan. De raad stelt de nota
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor regelgeving ten aanzien van reserves en voorzieningen is de
                                vigerende nota reserves en voorzieningen van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een nota reserves
                                en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een
                                systeem van kostentoerekening gehanteerd waarbij naast de directe
                                kosten de indirecte kosten worden betrokken die rechtstreeks
                                samenhangen met de verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de
                                        noodzakelijke vervanging van de betrokken activa;</al></li><li nr="b."><al>de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa;</al></li><li nr="c."><al>voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele BTW
                                        en kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten de rentekosten voor de
                                financiering van het actief toegerekend. De rentekosten betreffen
                                een vergoeding voor de inzet van eigen en vreemd vermogen. Het
                                rentepercentage voor deze vergoeding wordt bij de behandeling van de
                                begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vaststelling tarieven belastingen, rechten, heffingen en
                                diensten</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten en heffingen en
                            geleverde diensten. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>1.Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een nota lokale
                            heffingen aan.</al><al>Deze nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                                    heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                    bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid;</al></li><li nr="-"><al>een actueel overzicht van de lasten en baten per lokale
                                    heffing.</al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast.</al><lijst><li nr="2."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                    lokale heffingen verslag van:</al></li><li nr="a."><al>de opbrengsten per lokale heffing;</al></li><li nr="b."><al>het volume en bedrag aan kwijtscheldingen;</al></li><li nr="c."><al>de kostendekkendheid van de rioolheffing en de
                                    afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="d."><al>de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor één- en
                                    meerpersoonshuishoudens en bedrijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</titel></kop><al>1.Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een nota
                            weerstandsvermogen en risicobeheersing aan.</al><al>In deze nota wordt in ieder geval ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al>de risicobeheersing;</al></li><li nr="b."><al>het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen, het
                                    weerstandsvermogen of anderszins;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste weerstandscapaciteit.</al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast.</al><al>2.Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen en
                            risicobeheersing van de begroting en jaarstukken een actueel beeld van
                            de risico's van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze
                            risico’s zich voordoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, wegen, gebouwen en riolering en water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaar onderhoudsplannen
                                aan voor de in lid 1 genoemde kapitaal-goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Financiering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor regelgeving ten aanzien van de financieringsfunctie is het
                                treasurystatuut van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een
                                treasurystatuut aan. De raad stelt het statuut vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college doet in de paragraaf financiering van de begroting en
                                jaarstukken in ieder geval verslag van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de kasgeldlimiet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de renterisiconorm;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de financieringsbehoefte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording
                            provincies en gemeenten in ieder</al><al>geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden;</al></li><li nr="c."><al>de huisvestingskosten;</al></li><li nr="d."><al>de automatiseringskosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaareen nota
                                verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de kaders voor het beleid aangaande nieuwe participaties, met name
                                de condities waaronder het publiek belang is gediend met de
                                behartiging door verbonden partijen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden
                                partijen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de financiële voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nieuwe verbonden partijen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het beëindigen van verbonden partijen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>belangrijke ontwikkelingen bij verbonden partijen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in ieder geval weergegeven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het openbaar belang;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de vestigingsplaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het eigen vermogen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het vreemd vermogen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het financieel resultaat;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het financieel belang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt de raad één keer in de vier jaar een nota
                                    grondbeleid aan. In deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma's van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het grondbeleid;</al></li><li nr="c."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                    erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast.</al><al>2.In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                            ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                            belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies- en
                            winstverwachtingen, de verwerving van gronden en dergelijke en de
                            relaties van het grondbeleid met de programma's.</al><al>Bij de jaarstukken doet het college in de paragraaf grondbeleid verslag
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                                    doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de
                                    begroting;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>een actuele prognose van de geraamde kosten en opbrengsten per
                                    in ontwikkeling genomen project en het daaruit voortvloeiend
                                    resultaat;</al></li><li nr="d."><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
                                    relatie tot de binnen het grondbedrijf aanwezige risico’s;</al></li><li nr="f."><al>de stand van zaken met betrekking tot de verwerving, eigendom en
                                    uitgifte van vastgoed;</al></li><li nr="g."><al>de deelname in constructies voor Publiek Private Samenwerking
                                    (PPS).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden,
                            contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="e."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                            gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie;</al></li><li nr="g."><al>controle op en het afleggen van verantwoording over de
                                    rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    budgetten en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                            van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><al>a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                            eenduidige toewijzing van de</al><al>gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;</al><al>b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                            verantwoordelijkheden, zodat aan</al><al>de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                            verstrekte informatie</al><al>aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al><al>c.verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                            verplichtingen ten laste van de</al><al>toegekende budgetten en investeringskredieten;</al><lijst><li nr="d."><al>regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                                    de bijbehorende informatie-voorziening van de
                                    financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
                                    en baten aan de producten</al></li></lijst><al>van de productraming en de productrealisatie;</al><lijst><li nr="f."><al>regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en
                                    diensten;</al></li><li nr="g."><al>regels voor de steunverlening en de toekenning van
                                    subsidies aan ondernemingen en instellingen;</al></li><li nr="h."><al>maatregelen voor het voorkomen van fraude, misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>De "Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2007",
                                    vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 29 mei 2007, wordt ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Financiële verordening gemeente
                            Gilze en Rijen 2016".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 21 december 2015.</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>